Feeds:
Berichten
Reacties

In 1848 sterft Gaetano Donizetti in zijn geboorteplaats Bergamo. Hij is een gevierd operacomponist en met Rossini en Bellini een belangrijke vertolker van het Italiaanse belcantorepertoire. Zijn aandacht gaat verder dan de bewondering voor de menselijke stem, want tijdens de uitvoering door de Vlaamse opera van zijn onvoltooide opera Le Duc d’Albe blijkt dat zijn expressiviteit in de muzikale begeleiding de toets der kritiek goed weerstaat. Hij toont bovendien grote affiniteit met de Franse school die verwijst naar een breedvoerige declamatiestijl. De grootse koorpartijen en soms complexe ensembles en het libretto van Zanardini, dat gaat over de tirannie van de hertog van Alva en het lijden van de Vlamingen onder de Spaanse bezetting anno 1568, verwijzen naar het genre ‘Grande Opéra.’ Donizetti’s werk is oorspronkelijk ontleend aan het schrijversduo Scribe en Duveyrier. De partituur bleek slechts voor iets meer dan de helft voltooid. De Vlaamse Opera gaf daarom de opdracht aan Giorgio Battistelli (1953) om Donizetti’s eerste werk, bedoeld voor de Opéra van Parijs, te voltooien. De laatste 35 minuten van Le Duc d’Albe komen uitsluitend voor rekening van Battistelli. Hij slaagde erin om in de finale het drama van het Vlaamse volk met het drama van het liefdespaar Hélene d’Egmont en Henri de Bruges samen te brengen. De muzikale verschillen tussen Donizetti en Battistelli bleven uiteraard niet onopgemerkt. Storend waren ze nooit. Je hoort een ander klankbeeld dat schitterend blijkt aan te sluiten bij het werk van Donizetti. Dirigent Paolo Garignani en het orkest hadden er geen moeite mee.

Dat de opera in goede aarde viel bij het publiek was ook te danken aan de structuur van het libretto. Er was een sterk verhaal met een spannend verloop. We maken kennis met de terreur die de hertog van Alva uitoefent op het Vlaamse volk. Twee verzetstrijders Henri en Hélène zijn verliefd op elkaar maar raken in een uiterst scherp conflict met elkaar. Vanaf het moment dat blijkt dat Henri de zoon is van de hertog gaat het mis tussen hen. Henri kiest voor zijn vader terwijl Hélène wraak wil voor de moord op haar vader door het regiem. De relatie tussen de twee geliefden is onhoudbaar. In de finale doorsteekt Hélène tijdens een persoonlijke aanslag op de hertog abusievelijk haar ex-minnaar. Een drama voor de drie belangrijkste personages want uiteindelijk verliest de hertog ook zijn zoon. Henri de Bruges, vertolkt door de hoog dramatische tenor Ismael Jordi, vormde met de dramatische sopraan Rachael Jordi een uitstekend zingend liefdespaar. Beiden oogstten meermalen applaus na hun geslaagde samenzang. De bariton George Petean kon slechts, vanwege stemproblemen, de rol van Le Duc d’Albe acteren. Nabil Suliman, als zijn stand-in maakte in de coulissen, vooral na de pauze, grote indruk door de wijze waarop hij met zijn krachtig stemgeluid de rol van de verschrikkelijke onderdrukker muzikaal uitbeeldde.

Regisseur Carlos Wagner zorgde voor boeiende toneelbeelden met ijzingwekkende momenten zoals tijdens de executiescène van de opstandige Vlamingen, die waren gekleed in bruine en grijze tinten. Het elitekorps van de Spaanse machthebbers droeg zwarte pakken met decoraties. Het paste bij hun agressieve en imponerend gedrag ten opzichte van de Vlaamse rebellen.

Het publiek beloonde na afloop het operagezelschap met een groot ritmisch applaus. Er was weer volop genoten. Ook door mij!

De Belgische radiozender Klara zendt op 2 juni om 20.00 uur deze opera uit.

Natuurlijk gingen de bezoekers niet juichend naar huis. Bij een zo’n slecht aflopend liefdesverhaal past een waardig vertrek. Ongetwijfeld zijn er hier en daar wat traantjes weggepinkt bij Verdi’s La Traviata. De productie was van de Duitse regisseur Willy Decker. De Pathé-bioscoop in Tilburg sloot het operaseizoen succesvol af met de rechtstreekse uitzending vanuit de Metropolitan in New York in een uitverkochte zaal. Een aantal diehards was al vertrouwd met deze uitvoering waarvan in 2005 een DVD in Salzburg is opgenomen. Daarin maakten Anna Netrebko en Rollando Villazon furore. Ook de Nederlandse Opera nam onlangs deze productie voor haar rekening. Decker heeft er bij deze Traviata voor gekozen af te zien van glitter en glamour.

De courtisane Violetta was aanvankelijk uitgedost in een vuurrood cocktailjurkje en de mannen in een zakelijk zwart kostuum. Zij stond vrijwel steeds op een grijs ommuurd podium waarop een levensgrote stationsklok was geplaatst die haar confronteerde met de korte tijd die haar nog restte vanwege een ernstige longtuberculose gecombineerd met een losbandig leven. Ook de bijna voortdurend stille aanwezigheid van dokter Grenvil op het podium verhoogde die confrontatie. Meer nog in gebaar dan in woord maakte hij Violetta duidelijk dat hij haar niet kon helpen en dat haar dood onvermijdelijk zou zijn. Al in de ouverture en vooral in de prelude van de laatste acte van Verdi’s meesterwerk wordt Violetta’s tragische einde door de strijkers aangekondigd. De opera, waarvan de oorspronkelijk geplande titel was ‘Amore e morte’, gaat over de liefde tussen de courtisane Violetta en Alfredo. Een liefde die onmogelijk wordt gemaakt door de chanterende vader van Alfredo.

Verdi zag in Parijs op 2 februari 1852 het toneelstuk ‘La Dame aux camélias’ van Dumas Parijs. Hij liet zich de tekst toesturen en gaf in 1852 Francesco Maria Piave de opdracht een libretto te schrijven voor zijn nieuwe opera La Traviata die in maart 1853 in Venetië in première ging.

De opera bevat prachtige muziek met schitterende melodieën, fraaie aria’s, duetten en koren. Een deel van de muziek zijn gecomponeerd  in driekwarts maat. Denk maar aan het drinklied ‘Libiamo, libiamo ne ‘lieti calici’ dat er ook wel in gaat bij de niet-operaliefhebbers. Nog indrukwekkender is die maatvoering aan het einde van de tweede acte wanneer Violetta door Alfredo is beledigd en zijn vader en vrienden ingrijpen.

De opera is een familiedrama met diep gevoeld persoonlijk leed en niet zo heel ver verwijderd van wat Verdi zelf doormaakte net voor hij het werk schreef. De karakters heeft hij stuk voor stuk zorgvuldig uitgewerkt.

De rol van Violetta, vertolkt door de Franse sopraan Natalie Dessay is een zeer lastige. Deze vrouwelijke hoofdrol bestaat uit twee persoonlijkheden wat het zingen zeer moeilijk maakt. Enerzijds vertolkt zij in de eerste acte de vrolijke courtisane die met haar thrillers en coloraturen haar nieuwe geluk bezingt en anderzijds daarna haar troosteloze en uitzichtloze situatie weergeeft door de rol donkerder getimbreerd en dragend te zingen. Dessay zong deze rol voor het eerst in de Met, maar was jammer genoeg niet zo goed bij stem. Ze mistte niet alleen een topnoot, waarvoor ze tijdens het interview in de pauze haar excuses aanbood, maar bovendien bleek haar stem nog enigszins omfloerst omdat ze nog maar net hersteld was van een griepje. Weliswaar zong ze wat minder uitbundig dan Netrebko dat deed in Salzburg maar in de tweede acte ging het beter. vooral vanaf de confrontatie met Alfredo’s vader die Violetta met succes trachtte te overtuigen haar relatie met zijn zoon op te geven. Haar acteren was perfect. Zij liet zien zich er steeds duidelijk bewust van te zijn dat Violetta’s enige echte liefde een ontluisterend einde zou krijgen. Haar ‘addio del passato’ waarmee zij afscheid neemt van het verleden in het vierde bedrijf werd op schrijnende en schitterende wijze weergegeven. Matthew Polenzani vertolkte zijn rol als haar minnaar Alfredo ook wat minder bruisend dan Rolando Villazon. Maar zingen kan hij !!! Met grote charme bracht hij zijn aria’s en duetten over het voetlicht. Een prachtige stem met een mooie klankkleur. Het meest imponerende optreden was voor mij dat van de Russische bariton Dmitri Hvorostovsky als Alfredo’s vader Giorgio Germont. Vanaf het moment dat hij in de tweede acte bezit nam van het podium en Violetta op intimiderende wijze met valse praatjes en gespeelde emoties afdwong zijn zoon als geliefde op te geven, viel ik opnieuw voor zijn indrukwekkende bariton en acteerprestatie. Hij is in staat om zonder te ademen lange frases te ontwikkelen. Zijn dictie is subliem. Voor de bekende aria: ‘Di provenza il mar’ oogstte hij terecht een groot applaus. Het is de aria waarin hij zijn zoon probeert over te halen naar zijn ouderlijk huis terug te keren. Verdi componeerde deze aria  voor deze rol eigenlijk te mooi. Giorgio Germont verdiende die absoluut niet! Koor en orkest onder leiding van Fabio Luisi deden waren ze goed in waren: Zelf goed musiceren en de solisten de kans geven te schitteren.

Ze is mooi, sensueel, pas 16 en moet van haar familie naar een klooster want ze is op te veel pleziertjes uit is. Men wil haar temmen. Het zal niet lukken. Manon komt op haar éérste reis, naar dat klooster, in contact met een aantrekkelijke jongeman Chevalier Des Grieux. Ze hebben éénmaal oogcontact en zijn straalverliefd. Maar al spoedig is er, na een kortstondig verblijf met hem in een kleine Parijse woning, een andere kaper op de kust. De puissant rijke oude De Brétegny kan Manon bieden wat de arme Chevalier des Grieux niet kan. Een wuft leven met veel koketterie maar de echte liefde die ze wel ervoer bij haar vorige minnaar ontbreekt. Ze kiest voor De Brétegny. Des Grieux inmiddels in priestertoog, preekt tot zichtbaar genoegen van vrouwelijke kerkgangers, maar ondanks dat hij anders wil doen geloven is hij Manon absoluut niet vergeten. Dat alles begrijpt, ziet en hoort de bioscoopbezoeker dankzij de straalverbinding met de Metropolitan opera.

Manon is des Grieux ook niet vergeten. Hun ontmoeting in de kerk levert het zoveelste prachtige duet op en wie Netrebko ziet verleiden heeft begrip voor de protagonist pastoor, vertolkt door de geweldig zingende Piotr Beczala’, dat hij de verleidingen van Manon niet kan weerstaan. De Pool beschikt over een groot volume en een beheerst pianissimo en komt in de meeste dramatische situaties het best uit de verf. Netrebko is als van ouds. Ze beheerst alle registers maar kan als fysiek rijpe vrouw niet meer echt waarmaken dat we in deze opera te doen hebben met een meisje van zestien. Maar het elan waarmee zij zingt en acteert, doet je dat toch vergeten. Zelden zag je zo’n hartstochtelijke minnaars als Manon en Chevalier des Grieux. Ook in de slotscène waarin Manon uiteindelijk sterft wordt dat op aangrijpende wijze vertolkt.

Het liefdesdrama van de componist Jules Massenet (1842-1912) dat zo tragisch eindigt, bestaat uit schitterende orkestmuziek, die verwijst naar Wagner, en vele aria’s en duetten voorzien van mooie legatobogen. De melodieuze muziek staat steeds in het teken van de stemmingwisselingen ontstaan door de breuken tussen de geliefden en de zinnelijk mondaine schoonheid hetgeen vooral ook in de doorgaans goed uitgevoerde balletten tot uiting komt.

De opera heeft vijf bedrijven, massascènes en één ballet en doet daarom denken aan een Grand Opéra. Volgens de destijds heersende gewoonte werd, vanwege enkele gesproken dialogen, de opera tijdens de première in 1884 in de Opera Comique van Parijs opgevoerd. Het libretto is van Henri Meilhac en Philip Grille. Het was een idee van de componist Massenet om de in 1731 gepubliceerde roman ‘L’Histoire des Grieux et de Manon Lescaut’ van Abbé Prévost op muziek te zetten. Het stuk was destijds een schandaal omdat het handelde over de vrouwelijke seksualiteit en haar macht die erkende burgerlijke normen zou ondergraven. De roman speelt zich af tijdens het regentschap van Philippe d’ Orléans die om zijn seksuele losbandigheid en zijn corrupte levenswandel bekend stond. De librettisten waren wel zo wijs om, na de Duits-Franse oorlog, in hun libretto niet te verwijzen naar Philippe d’Orléans.

De in de Met uitgevoerde massascènes in deze nieuwe productie van de Franse regisseur Pelly zagen er goed uit. Er waren geraffineerde massale bewegingen van de in avondkleding gestoken mannen en vrouwen waarbij, evenals door de dansers, goed gebruik werd gemaakt van de schuin oplopende aangebrachte brede verhogingen op het podium. Het podium was bij ieder bedrijf stijlvol opgebouwd met strakke decors die er soms surrealistisch uitzagen dan weer heel realistisch. De regelmatige bioscoopbezoeker is inmiddels wel vertrouwd geraakt met de beelden achter de schermen tijdens de pauzes. Toch blijf ik me nog steeds verwonderen over de snelheid en de inzet van het Metpersoneel dat er steeds in slaagt om in recordtempo een nieuw toneellandschap op te bouwen.

Nog meer bewondering is er voor dirigent Fabio Luisi die het voor elkaar krijgt om de ene na de andere productie James Levine succesvol te vervangen. Let op: aanstaande zaterdag moet hij weer aan de bak. Ga zelf kijken naar La Traviata van Verdi in de Pathébioscoop! Manon was een succes. La Traviata met Natalie Dessay zal dat zeker ook zijn.

Menigeen gaat naar een opera om een avond uit te zijn en te genieten van wat wordt voorgeschoteld liefst in een theater van naam. Zo dachten er gisteren niet alle abonneehouders over, want ik zag nogal wat lege stoelen bij de opera Rumor van de Duitse componist Christian Jost (1963). Ja zo gaat dat bij eigentijdse moderne werken. Jammer, want behalve de interessante muzikale taal en de imponerende regie van Guy Joosten viel er heel wat te leren. Vooral mensen die wonen in gesloten dorpsgemeenschappen zullen de sfeer van geruchten en roddel herkennen. De opera gaat namelijk over een geruchtencircuit.

Adèle, een jong meisje wordt in ontklede toestand door Ramon gevonden aan de oever van een rivier. Ze blijkt vermoord te zijn. Wie heeft dat op zijn geweten? Dat mysterie moet zo snel mogelijk worden opgelost volgens de dorpsbewoners. De moordenaar moet gestraft worden. Vrijwel onmiddellijk komt de geruchtenmachine in werking. Omdat Ramon in de buurt was van het naakte meisje en haar liefdevol afdekte met een van zijn kledingsstukken voedt dat het gerucht dat Adèla zijn geheime liefde was. Op een zeker moment moét hij wel haar geliefde geweest zijn en dus zetten de dorpsbewoners Ramon onder druk om wraak te nemen op de nog te ontmaskeren moordenaar. Later wordt een vreemdeling die een overspelige relatie heeft met een getrouwde vrouw uit het dorp door het roddelcircuit aangewezen als de man waar Ramon wraak op moet nemen. Ramon is door allerlei signalen van zijn omgeving er van overtuigd geraakt dat Adèle verliefd op hem was en hij op haar. Als fictieve geliefde van Adèle moét hij dus wel wraak nemen. Christiaan Jost componeerde zijn zesde grote opera, in een periode van 10 jaar, naar aanleiding van de novelle ‘Een zoete geur van de dood’ van de Mexicaanse auteur Guillermo Arriaga. In zijn libretto reduceert hij de tekst tot vijftien scènes die inzoemen op de episodes uit het verhaal. Er heerst steeds een broeierige sfeer. De muziek is zeer dynamisch. Hartstochtelijke, emotionele uitbarstingen worden afgewisseld met subtiel gespeelde frasen die aansluiten bij de klassieke traditie. Onmiskenbaar hebben we echter te maken met moderne ritmische muziek die tot het laatst toegankelijk blijft. Mensen die de inleiding van Piet den Volder hebben gemist, zullen vermoedelijk niet aan enige verwarring zijn ontkomen. Het is niet altijd duidelijk op welke tijdstippen en in welke volgorde bepaalde gebeurtenissen in deze eenakter plaats vinden. Soms zijn er simultaan beelden op het podium die actief luisteren en kijken vereisen. De opera is immers een hoogst ongewone liefdesgeschiedenis, die door geruchten en veronderstellingen leidt tot ongelofelijke gebeurtenissen. We zien Ramon met een mes oefenen op een stier hoe de imaginaire moordenaar van Adèle effectief om te kunnen brengen. De handeling verloopt soms sprongsgewijs. Een krachtige titel als Rumor draagt dat in zich. Het woord betekent in het Engels: geruchten of roddel. In het Duits is het de equivalent van het Nederlandse rumoer of herrie. Het decor is opgebouwd uit verschillende ruimten waarin soms gelijktijdig scènes spelen. Er is een liefdesnest dat gebruikt wordt als ontmoetingsruimte voor een overspelig paar en er zijn ruimten voor toevallig aanwezige personages en voor bijeenkomsten van alle dorpsbewoners. Er zitten geen ramen of echte deuren in. De personages komen als het ware door de muur heen op. Dit schept een surrealistische sfeer. De vocalisten voldeden. Grote moeilijke aria’s bevat deze opera niet. Er wordt overwegend verhalend gezongen zonder grote intervallen die tot vocale acrobatiek leiden. De rol van Ramon werd uitstekend verklankt door de Duitse tenor Florian Hoffman. Adèle werd soms a capella met succes vertolkt door de Zweedse sopraan Agneta Eichenholz. De overige vocalisten presteerden eveneens goed. Het koor van de dorpbewoners, dat zich vrij statisch gedroeg, imponeerde me niet echt maar verbeeldde wel sterk de geruchtenstroom. Tenslotte: Rumor is een opera met een thrillerachtige karakter. Het werk vraagt om extra concentratie van de toeschouwers. Het zadelt hen op met vragen waarop zij wellicht ook thuis het antwoord nog niet weten. Bedenk wel: Het gaat om een gerucht. Wat is waarheid?

scène uit Ernani van Verdi

De bezoekers van de Pathé bioscopen kregen afgelopen zaterdag een operaproductie uit 1983 voorgeschoteld die het begrip entertainment volledig dekt. Vanuit een comfortabele stoel zagen zij Verdi’s vierde opera uit 1844 in een stijl die deed denken aan uitvoeringen van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Prachtige kostuums, protagonisten die met brede gebaren hun aria’s ondersteunden en op het podium een trappenhuis dat een monumentaal gebouw doet veronderstellen. Van regietheater was geen sprake. Men hoefde dus zijn hersens niet te pijnigen over de ideeën van een regisseur om deze opera te actualiseren.

Soms is dat ook best eens fijn, want ik heb van deze ouderwetse Ernani genoten. Het herinnerde me aan de tijd dat ik opera ontdekte en onmiddellijk een Verdiaan voor het leven werd. Net als toen, was ik ook nu weer verrukt over de prachtige aria’s, duetten en trio’s. Het drukte me met de neus op het feit dat mijn liefde voor opera voortkomt uit mijn liefde voor het belcanto van Donizetti, Rossini en de vroege Verdi. Alleen maar jeugdsentiment in de bioscoop? Waarachtig niet. De prachtige aria’s, met dikwijls grote intervallen, de duetten en trio’s deden je haast vergeten dat het libretto gebaseerd is op de wraakzucht van de protagonisten Ernani, Don Carlo en De Silva. Daarmee zijn meteen de drie mannen genoemd die de liefde voor één vrouw bezingen. Juist in deze opera, waarvan het libretto van Piave een bewerking is van het succesvolle toneelstuk Hernani van Viktor Hugo, komt het scherpe onderscheid tussen de tenor (Ernani), de bariton (Don Carlo) en de bas (De Silva) aan het licht. Van de drie mannen onderscheidde zich misschien wel het meest de 62 jarige bas Feruccio Furlanetto. Hij toonde zich de best acterende zanger die met zijn diepe stem waardigheid en pijn tot uitdrukking bracht. Waardigheid omdat hij zijn belofte hield om onderdak te bieden aan een ongenode pelgrim en dat ook na diens ontmaskering volhield en pijn omdat hij zich één dag voor zijn huwelijk geconfronteerd zag met maar liefst twee rivalen. Bovendien moest hij in de finale, na de voor hem onverwachte zelfdoding van Elvira, zijn idee los laten om alsnog met haar te kunnen trouwen. De tenor Marcello Giordano was aanvankelijk als de bandiet Ernani niet zogoed op dreef maar naarmate de opera vorderde werd hij de evenknie van zijn rivalen. Op zijn sterkste momenten, vooral in het vierde bedrijf, deed hij me denken aan Placido Doningo die deze rol destijds ook met groot succes zong. Dmitri Hvorostovsky heeft een gouden strot die hij gepassioneerd gebruikt. Zijn brede warme bariton is uiterst geschikt voor het werk van Verdi. Toen Dmitri de beroemde aria ‘o dei verd’anni miei’ zong waarin Don Carlo enigszins zijn wilde verleden afzweert, ontlokte dat bij de toeschouwers een explosief applaus. Mijn grootste bewondering ging echter uit naar de 34 jarige sopraan Angela Meade. Zij maakte toen ze 30 was als zangstudent haar professionele debuut als Elvira. Zij verving toen succesvol de zieke Sondra Radvanovsky die het slachtoffer was van een virale infectie. Ze oogstte daarna nog meer bewondering toen ze de ‘Beverly Sills Artists Award’ voor jonge zangers won en tevens ‘The Richard Tucker Award’. Haar lichaamsomvang verhindert haar optreden in een voorstelling zoals die van Willy Deckers’s versie van La Traviata, maar haar zuivere coloratuur stem maakt haar uiterst geschikt voor het echte belcanto repertoire. Ze beschikt over mooie trillers, heeft geen moeite met de topnoten en in het laag krijgt haar stem ook de noodzakelijke dramatiek. Haar ‘pianissimo’ doet denken aan de Spaanse zangeres Montserrat Caballé. De lastige cavatina ‘Ernani, Ernani, involami zong ze indrukwekkend. Haar acteerprestatie mocht er ook zijn. Met de avances van de drie minnaars ging ze professioneel om en in de duetten en trio’s die soms op het scherp van de snede werden gezongen mistte ze geen noot. Ik vermoed dat we nog veel van haar zullen horen.

Verdi wordt niet voor niets de ‘koning van de koren’ genoemd. De liefhebbers kwamen in Ernani absoluut aan hun trekken. Dirigent Marco Armiliato is inmiddels een vertrouwd gezicht in de Metropolitan nu James Levine het wegens ziekte al enige tijd laat afweten. Het orkest van ’s werelds grootste operahuis zorgde voor de vaart en spontaniteit die deze opera nodig heeft. Al heeft Ernani nu onderhand wel een nieuw jasje nodig, van deze productie heb ik toch geen spijt!

scène La Forza del Destino

Forza del Destino

De dramaturg van de Vlaamse opera had het nog zo nadrukkelijk tijdens zijn inleiding gezegd:’ U zult het operagebouw na afloop van de voorstelling niet verlaten met een glimlach op uw lippen.’ De man had gelijk want de als zeer radicaal bekendstaande theaterregisseur van dit moment Michael Thalheimer liet de toeschouwers huiveren bij zoveel wraak, chantage en stromend bloed. Men kan onmogelijk zonder enige reflectie voorbijgaan aan het bestaande oorlogsgeweld in de wereld van vandaag. Die reflectie bleek ook nu weer een belangrijke functie van de kunstvorm opera.

Men had in de Vlaamse opera gekozen voor Verdi’s compositie uit 1862 die in Sint Petersburg in première ging. De Italiaanse grootmeester had de opera speciaal voor die stad gecomponeerd. Het werk verschilt hier en daar van de meestal uitgevoerde hernieuwde versie uit 1869 waarvan de première destijds in de Scala van Milaan was te zien.

La Forza del Destino is een zeer duistere opera. Het is het verhaal van mensen die zijn losgerukt uit hun vertrouwde omgeving. Ze moeten op zoek naar nieuwe veilige levensomstandigheden maar een duistere kracht belet hen er in te slagen dat doel te bereiken. De scène verplaatst zich als gevolg daarvan van Spanje naar Italië en terug en voert langs herbergen, kloosters, slagvelden en legerkampen. Voor Leonora en haar geliefde Don Alvaro gaat het om een vlucht die tien jaar duurt en haar einde vindt in de uitzinnige wraak van Leonora’s broer Don Carlo di Vargas op zijn zus en haar minnaar Don Alvaro. Aanvankelijk lijkt het dat erop dat we te maken hebben met een statisch uitgevoerde opera. De personages bewegen zich niet meer dan noodzakelijk over het podium terwijl er voldoende ruimte is om met ondersteunende gebaren en looplijnen de dramatische handeling te verhogen. Die redenering klopt niet want juist het elkaar op afstandhouden en het weglaten van die gebaren verhoogt in deze uiterst sombere setting de eenzaamheid en ellende van de protagonisten. Het decor zag er zeer minimalistisch uit: donker, volledig zwart met een reliëf van een groot kruis. Het verwees naar de religieuze dimensie van het werk. Dat bleek ook toen Don Alvaro en Leonora onafhankelijk van elkaar onder de hoede van monniken belandden. Die bescherming bracht hen echter geen soelaas want de speurzin van Don Carlos stelde hem in staat om zijn gehate zus en haar minnaar ernstig te bedreigen.

In de verhaallijn van deze opera is een belangrijke functionele rol weggelegd voor het koor. Opvallend was dat de regisseur in afwijking van andere uitvoeringen bij de scènes in de herberg iedere vorm van lichtvoetigheid mijdt. Het decorbeeld blijft somber, de koorleden kijken strak voor zich uit of liggen bij een volgende scène verspreid als slachtoffers van oorlogsgeweld op de grond. Zelfs de rol van de meestal uitbundige Preziosillia die zingt: ‘hoe mooi is de oorlog, leve de oorlog!’ wordt door de mezzosopraan Viktoria Vizin met terughoudendheid gezongen. Een teleurstelling was de absentie van de sopraan Catherine Nagelstadt. Zij liet in deze laatste voorstelling wegens ziekte verstek gaan. In haar plaats zong de uit Moskou afkomstige sopraan Olga Romanko. In 1987 begon ze haar carrière nadat ze tot winnares was uitgeroepen van het prestigieuze internationale zangconcours in Rio de Janeiro. Haar repertoire bestaat voornamelijk uit hoofdrollen in werken van Verdi en Puccini. Ze bleek met haar krachtige stem technisch haar vak te verstaan. Toch ontroerde zij mij als Leonora niet echt. De toppers waren voor mij de bariton Vladimir Stoyanov als Don Carlo en de krachtige heldentenor Mikaheil Agafonov als Don Alvaro. Wat waren deze mensen vooral muzikaal op dreef. Ontroerende aria’s en duetten wisselden elkaar af.  De twee speelden hun rol met verve. Don Carlo ging voor het uitoefenen van ultieme wraak. Don Alvaro met zijn krachtige en heldere stem pleitte tevergeefs voor verzoening. Drama in optima forma. De rollen van de monniken Padre Guardiano en Fra Melitone werden uitstekend vertolkt door Christof Fischesser en Josef Wagner.

Het orkest onder leiding van dirigent Alexander Joel speelde uitstekend. La Forza del Destino blijkt een werk te zijn waarin Verdi niet alleen de lotgevallen van de hoofdpersonages centraal stelt, maar ook ruime aandacht geeft aan boeren, kooplieden en marketentsters. Dat zijn mensen die afhankelijk zijn van de ellende van het fenomeen dat oorlog nu eenmaal is. De uitvoering van de Vlaamse opera was mede door haar kracht en eenvoud van de regie een succes!

Götterdämmerung

In de Pathé bioscoop in Tilburg zag ik op 11 februari 2012 de vierde en laatste opera van Wagners gigantische werk Der Ring des Nibelungen. Slechts 30 mensen hadden zich de moeite getroost om het koude weer en de pittige toegangsprijs te trotseren, maar zij gingen inclusief ondergetekende tevreden naar huis. In mijn analyse van de drie vorige voorstellingen: Das Rheinhgold, Die Walküre, en Siegfried kon ik een bepaalde kritiek op de inbreng van regisseur Le Plage niet onderdrukken. Dat betrof dan vooral het gebruik van een geldverslindende grote 40 ton wegende machine, bestaande uit 24 hydraulisch bewegende balken. Het apparaat verstoorde de concentratie door de bijgeluiden en de acrobatische toeren die de protagonisten soms moesten maken om hun rollen waar te maken leidden ook af. Vooral bij Das Rheingold was dat het geval. Nu was dat anders. Geen geknars meer van slecht werkende scharnieren maar een effectief gebruik van de bewegende balken bij het creëren van de verschillende ruimten waar het drama zich afspeelde. Bovendien bleek de vindingrijkheid van de producenten opnieuw groot door handig gebruik te maken van videobeelden die werden geprojecteerd op de horizontaal of verticaal staande balken. Je zag de Rijn stromen, bloed vloeien en gemodelleerde bossen en bergen als landschap. Bleek de machine bij de voorgaande producties het speeloppervlak te verkleinen daar was door de nu gekozen opstelling geen sprake van. Er werd goed gebruik gemaakt van het speeloppervlak wat de acteerprestaties ten goede kwam. De lezer begrijpt dat deze Ring- productie er een is met technische hoogstandjes die de veel oudere productie uit de 20e eeuw moet vervangen. Die oudere productie was een naturalistische, traditionele uitvoering. Ik heb daar altijd van genoten. Je leerde het verhaal goed kennen en je ging niet met hoofdpijn naar bed omdat je het gevoel had dat je een aantal zaken niet had begrepen. Dat is bij deze nieuwe productie ook niet het geval. Het zogenaamde regietheater heeft mijn inziens niet de kans aangegrepen om in deze Ring een nieuwe visie op de wereld en haar bewoners weer te geven. Veel mensen zullen daar blij mee zijn. De andere kant van de medaille is, dat juist dit geweldige werk van Wagner zich leent om met behoud van de mythologische inhoud, in de scènes door middel van associaties actuele, herkenbare problemen aan de orde te stellen. Opera is immers meer dan entertainment! Hoogtepunten?

Net als in de opera Siegfried was daar het frank en vrije optreden van de goed ogende Jay Hunter Morris. Met zijn heldere hoge heldentenor stal hij, als Siegfried, de sympathie van het publiek. Deborah Voigt bleek in haar rol van Brünnhilde gegroeid. Zij was nog niet zoals tien jaar geleden een protagonist met een stralende stem maar zij overwon alle zangtechnische moeilijkheden die vooral het tweede bedrijf en de slotscène met zich meebrengen. In het oog sprong ook de prestatie van de bas bariton Eric Owens als Alberich. Hij speelde en zong voortreffelijk de rol van de sluwe en inmiddels oud geworden Alberich. Diens zoon Hagen werd vertolkt door de mooie en stevig klinkende bas Hans Peter König. Deze protagonist speelde met succes de criminele regisseur in Götterdämmerung. Voor mij was het meest ontroerende moment het optreden van de Duitse topzangeres Waltraud Meier als Waltraute. Tijdens de ontmoeting met haar zus Brünnhilde informeerde zij de houdster van de ring over de treurige situatie waarin Wotan zich bevindt in het Walhalla nu hij het contact met zijn liefste dochter kwijt is. Met groot empathisch vermogen en pianissimo zingend brengt zij haar boodschap over totdat zij aan haar zus Brünnhilde vraagt om de ring aan de Rijndochters terug te geven. Die vraag alleen al pakt totaal verkeerd uit. Brünnhilde ervaart die vraag als een aanval op haar liefde voor Siegfried. Een explosieve woordenwisseling volgt die haar dramatisch einde vindt in het resoluut wegsturen van Waltraute door Brünnhilde. Prachtig! Dirigent James Levine was door ziekte nog steeds niet in staat om het formidabele orkest van de Metropolitan te leiden. Opnieuw dirigeerde daarom Fabio Louise. Het publiek gaf hem een staande ovatie. Tenslotte: Götterdämmerung was een uitstekende afsluiting van het Ring project. In april en mei 2012 zal dit werk deel uitmaken van de complete Ring cyclus.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.