De opkomst in de Pathébioscoop in Tilburg op zaterdag 3 december viel tegen. Was de oorzaak een vervroegde pakjesavond, de onbekendheid met het werk of houden operaliefhebbers niet zo van deze componist? Dat laatste zou me niet verwonderen. Zelfs in een oude uitgave (1959) van het ‘Grote Operaboek’ van Leo Riemens bespreekt de schrijver geen enkele opera van Händel terwijl deze componist er toch maar liefst 46 heeft geschreven. Ik ken ook maar weinig mensen die fan zijn van de opera’s van Händel. Meestal schreef hij een aantal rollen voor castraten die tegenwoordig worden gezongen door countertenoren. Veel mensen kunnen de klank van een countertenor niet waarderen. Vanwege de hoogte associëren zij die met een vrouwenstem.
Onbekend maakt onbemind. Die onbekendheid van Händelopera’s wordt vermoedelijk in de hand gewerkt door het zelden of nooit uitvoeren van een opera van deze componist in de provincie. De Pathébioscopen boden nu wel de gelegenheid om kennis te maken met de door Händel in 1725 gepresenteerde opera Rodelinda. De sopraan Renée Flemming gaf tijdens een interview ongewild nog een suggestie van wat mensen er mogelijk van weerhoudt om naar een opera van Händel te gaan. Zij karakteriseerde Rodelinda als een opera die bestaat uit dertig aria’s zonder één ensemble. Haar uitspraak was niet geheel juist want ze zong met countertenor Andreas Scholl aan het einde van het tweede bedrijf een harmonieus en prachtig liefdesduet en de opera werd afgesloten met een feestelijk kwintet dat ‘eind goed al goed’ suggereerde. Er zijn mensen die beweren dat, wanneer je een half uur naar de muziek van Händels opera luistert, je de gehele opera hebt gehoord. U begrijpt het: Rodelinda is geen opera die je wakker houdt door een variatie aan aria’s, koren, ensembles en balletten. De aandachtige, geconcentreerde toeschouwer zal desondanks hebben genoten van de prachtige muziek, waarin de strijkinstrumenten en het klavecimbel een vooraanstaande rol speelden. De fraaie decors en kleding waren een lust voor het oog.
Dirigent Peter Mc Clintock bleek opnieuw een specialist in het begeleiden van barokopera’s. Onder zijn leiding stond een cast die er wezen mocht. Renée Flemming herhaalde haar prestaties uit 2004 en 2006 als Rodelinda, de koningin van Lombardije. Haar man, koning Bertarido (Andreas Scholl) was in de 7e eeuw uit Milaan verdreven door Grimoaldo die niet alleen uit was op de troon maar ook de koningin tegen haar wil wilde trouwen. Flemming vulde de rol in als een warme trouwe echtgenote die tijdens de noodgedwongen afwezigheid van haar man voor haar principes opkwam. Zo weigerde ze de vrouw te worden van een onrechtmatige heerser en gelijktijdig de moeder te zijn van een rechthebbende koning. Deze dramatische scène was voor mij het hoogtepunt van de opera waarin fantastisch werd geacteerd. Zelfs tijdens de vele tekstherhalingen bleven de protagonisten hun rol uitbouwen. Net als Flemming was ook in 2006 Stephanie Blythe van de partij. Zij zette opnieuw een zeer krachtige Eduige neer. De beide dames hadden genoeg power om de gehele opera te dragen. Maar dat was niet nodig want de twee alto-castratos Andreas Scholl en Iestyn Davies zijn zoals bekend zangers van hoog niveau. De tenor Joseph Kaiser hoorde ik voor het eerst. Hij zong de rol van de ‘would-be king’ Grimoaldo geweldig en zijn voordracht was een ‘dramma per musica’ waardig. Dat gold ook voor de imponerende stem van de bas-bariton Shenyang die de rol van Garibaldo voor zijn rekening nam. Na afloop dacht ik: De afwezigen hebben toch iets moois gemist.
