Op 6 december kon men in de Schouwburg van Tilburg genieten van de prachtig uitgevoerde opera Katja Kabanova van Janacek. De sensitieve muziek, het uistekend zingen en acteren, moeten de toeschouwers ongetwijfeld hebben ontroerd. Enkelen waren wellicht verrast dat de componist zich bediende van de zogenaamde spraakmelodieën. Zo’n melodie is te omschrijven als een poging om de protagonisten een natuurlijke conversatietaal te laten zingen en daardoor het realisme van de handeling sterker te benadrukken. De zangstijl is min of meer declamerend. Het ritme van de spreektaal, waar Janacek jarenlang onderzoek naar deed, wordt daardoor zeker hoorbaar in de muziek. Het rauwe realisme en het steeds dreigende onheil riepen een permanente spanning op die wel moest leiden tot een fatale afloop: de zelfdoding van Katja. Haar rol werd schitterend vertolkt door de sopraan Johanni van Oostrum. De getrouwde Katja heeft een buitenechtelijke verhouding. Al spoedig blijkt zij een speelbal te zijn van de omstandigheden zoals haar burgerlijke omgeving maar vooral ook van het gedrag van haar schoonmoeder Kabanicha die voortdurend een wig drijft tussen haar en haar echtgenoot Tichon. Van Oostrum wist Katja’s gevoelens van eenzaamheid, gewetensnood en de worsteling met haar eigen identiteit overtuigend over te brengen met haar pure, heldere en volle stemgeluid. Katja’s onzekerheid leidde tot twijfels die oneindig lang lijken te duren (de sleutelscène). Ze twijfelt opnieuw tijdens een afspraakje met haar geheime minnaar Boris of ze al dan niet op zijn avances zal ingaan. Aan het begin van het tweede bedrijf zingt ze: ‘Ik heb geen vrije wil.’ Dat bevestigt ze meerdere keren in haar tekst tegen anderen: ‘Ik wilde je wat anders zeggen’ en ‘ik was mezelf niet de baas.’ Ze verdrinkt zichzelf in de Wolga en het had er alle schijn van dat dat ook gebeurde onder druk van de dorpbewoners.‘ Het jongere schoonzusje van Katja, gespeeld door Karin Strobos, speelde vol overgave haar troostende rol ten opzichte van Katja die haar lief en leed tegen haar uitsprak. Haar zang en acteren waren van grote klasse. De mannenrollen werden allemaal prima ingevuld. Een compliment dient uit te gaan naar het uitstekend spelende Limburgs symfonieorkest dat de prachtige sensitieve orkestmuziek tot leven bracht. Dat de uitvoering van Opera Zuid op een hoog niveau stond was vooral ook te danken aan de artistiekleidster van het gezelschap Miranda van Kralingen. In 1998 zong ze zelf een indrukwekkende Katja bij de Reisopera en nu had ze zichzelf gecast als de onverbiddelijke, autoritaire schoonmoeder Kabanicha. Een grote verdienste van haar was dat zij kans zag om voor deze productie de beroemde 76 jarige regisseur Harry Kupfer aan te trekken. Conclusie: Een schitterende uitvoering.
![opera katja[1]](http://operabeluisteren.files.wordpress.com/2011/12/opera-katja1.jpg?w=300&h=199)