Zaterdag 10 december. Faust van de componist Charles Gounod (1818-1893) wordt gespeeld in de Metropolitan in New York en getoond op het witte doek in de Pathébioscoop. Ik heb deze keer geen tijd wegens familieverplichtingen. Een tweede kans is er: ik bezoek een herhaling in Kinepolis in Antwerpen op maandag 12 december. Het scheelde weinig of ik kon onverrichter zake naar huis. Ik had geen kaartje gereserveerd. Er was nog wel een plaatsje in een onverwacht bijna uitverkocht huis op rij drie. Faust moet net als in de voorgaande jaren ook nu weer een kassucces zijn want dezelfde avond was er nog een herhalingsvoorstelling terwijl op zaterdag de liefhebbers al voor drie volle zalen zorgden. Hun enthousiasme was terecht. De mensen genoten van een Grande Opéra uit de 19e eeuw waar alles in zit wat de klassieke operaliefhebber zich maar kan wensen. Mooie, spectaculaire theaterbeelden, uitstekend koorwerk, ballet en een cast van solisten waar je je vingers bij aflikt. Het werk is sinds de première op 19 maart 1859 in heel Europa erg geliefd. In Parijs waren er destijds zes verschillende ensceneringen met 3000 voorstellingen. De naam Faust roept heel wat op. Zijn naam wordt door velen gebruikt. Dat gaat van popgroepen tot blote damesexploitanten op de Wallen in Amsterdam en mensen die zich op internet Faust noemen. Hij is een legendarische figuur geboren in Duitsland in Knittingen. Zijn naam is eigenlijk Dr. Johannus Faust. Hij leefde rond 1500. Faustus betekent gelukkige. Of hij dat werkelijk was valt te betwijfelen. Hij was een zonderling die van stad tot stad trok om zijn kunsten als man van de wetenschap te verkopen. Hij trok horoscopen en onderwees studenten in de filosofie en had bovendien kennis van alchemie en zwarte magie die hem geen windeieren legde.
Regisseur Des McAnuff had het vertrouwde aanvangsbeeld van een bibliotheek waarin de oude Faust zijn leven overpeinst ingewisseld voor een laboratorium waar men kennelijk bezig was met de ontwikkeling van de atoombom. De scènes met opkomende en vertrekkende soldaten verplaatste hij van de 16e eeuw naar de twee wereldoorlogen in de 20e eeuw. Je vraagt je af of dat zo zinvol was. Aardiger was geweest wanneer de regisseur zijn actualisering verder had doorgetrokken. Een proefstation gelokaliseerd in Zwitserland tijdens een wetenschappelijk onderzoek naar het bestaan van ‘Higgs’ had niet misstaan en de thuiskomst van de Amerikaanse soldaten uit Afghanistan zou zeer actueel zijn geweest. Veel doet het er niet toe. Het optreden van de solisten en het voortreffelijk spelende orkest onder leiding van de enthousiaste dirigent Yannick Nézet-Séguin deed alle bezwaren die aan deze voorstelling kleven verbleken. De rol van Faust werd vertolkt door de Duitse donker getimbreerde tenor Jonas Kaufmann. De rol is hem op het lijf geschreven. Hij speelt bij aanvang van het werk de wetenschapper die geen genoegen meer neemt met zijn onbevredigende leven. De duivel Mephistofeles komt hem tegemoet. Hij sluit een verbond met de geleerde waarbij deze zijn ziel inruilt voor een ‘eeuwige’ jeugd en de liefde van een mooie jonge vrouw Marguerite. We zijn dan wel drie uur verder, in die tijd gebeurt van alles. Kaufmann en de sopraan Marina Poplavskaya spelen een spannend spel van aantrekken en afstoten dat eindigt in een totale omarming met als gevolg een ongewilde zwangerschap. Een drama voltrekt zich wanneer Margerithe haar kind doodt en zij haar zondelast in de gevangenis nauwelijks kan dragen en Mephistofeles uiteindelijk de ziel opeist van Faust en met hem in de diepte afdaalt naar het hellevuur. Tussen al deze gebeurtenissen in genieten de toeschouwers van de prachtige liefdesduetten, de door Kaufmann gezongen aria “Salut demeure chaste et pure” en de door Marina Poplavkaya met veel schittering gezongen ballade ‘ Il était un Roi du Thulé’ gevolgd door de ‘Juwelenaria.’ Marina zette werkelijk een aangrijpend kwetsbare vrouw neer die het slachtoffer is van Fausts begeerten en het werk van de duivel. De charismatische Kaufmann zong zeer intens. Hij fraseerde prachtig en liet zien dat hij niet alleen hard kan zingen en één toon in een ademtocht lang kan vasthouden maar dat hij ook een prachtige pianissimo in huis heeft dat hij aanwendt voor de meest tedere en intieme momenten. Geweldig vond ik het optreden van Russel Braun als de woedende Valentin die het gedrag van zijn zus Marguerite op hardvochtige wijze veroordeelde. De bariton moest in een heroïsch gevecht met Faust het onderspit delven. Indrukwekkend zingend en acterend kwam hij aan zijn einde. De opera Faust had ook Mefistofeles als titel kunnen hebben. De duivel staat het langst op het podium en is de grote strateeg en regisseur van de handeling. René Pape vulde de boosaardige rol voortreffelijk in. Manipulerend met zijn stok was hij dominant aanwezig en drukte met zijn imponerende bas een belangrijke stempel op de kwaliteit van de uitvoering. Niet onvermeld mag blijven het uitstekend zingende koor dat gehuld in witte laboratoriumjassen en dan weer in een militaire uitrusting zich prima van haar taak kweet. Op het podium werd bijna permanent gebruik gemaakt van aan beide zijden van het toneel opgestelde metalen trappen die een uitkijkje boden voor vooral Mefistofeles en Faust om te zien wat op het podium gebeurde tijdens het optreden van de koren.
Met de opera Faust sloot de Metropolitan het jaar 2011 succesvol af. Mijn conclusie is dat dit werk van Gounod voor de liefhebbers nog springlevend is.

Het was inderdaad een geweldige fasinerende uitvoering. We hebben intens genoten.