Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2010

Cola di Rienzi

Het getuigt van durf van dirigent Lex Wiersma en de Bredase Opera om de opera Rienzi van Richard Wagner uit te voeren. Daarvoor verdienen dirigent, solisten, het koor van de Bredase opera en het Zuid Nederlands Begeleidingsorkest een stevig compliment. Ik kan me absoluut niet herinneren dat elders in Nederland een opera van Richard Wagner werd uitgevoerd in een provinciaal theater. Wagner componeerde in Frankrijk zijn Grand Opéra. Op 20 oktober 1842 beleefde het werk haar première in het Hoftheater in Dresden. Het succes was groot en 100 voorstellingen waren daarvan het gevolg. Tegenwoordig staat Rienzi slechts zelden op het programma omdat de artistieke directeuren van de operahuizen de voorkeur geven aan de latere opera’s van de componist. Deze opera speelt zich af in 1347 in Rome. Er woedt daar een strijd tussen het volk onder aanvoering van Rienzi en de adellijke families Collona en Orsini waarin Rienzi ingrijpt met grote gevolgen.

Het originele werk neemt meer dan vijf uur in beslag en bestaat uit vijf bedrijven. Dirigent Wiersma coupeerde stevig zodat de toeschouwers in de uitverkochte zaal drie uur van de muziek konden genieten. Voor velen was het een eerste kennismaking met Wagner. Sommigen vonden  het geluid te volumineus verklankt. Men was kennelijk vergeten dat het om een opera ging die geweld representeerde door een koor van circa 100 mensen en 50 orkestleden. Toch kreeg de gehele cast aan het einde van de voorstelling haar verdiende ovatie. Terecht, want de inspanningen moeten groot geweest zijn om deze productie te realiseren. Kwam het orkest en het koor aanvankelijk als een grote brei over, na het inleidende gedeelte werd steeds beter gemusiceerd.

De solisten leverden goed werk. De bas Peter van Hoessel, als Colonna, zong uitstekend. Hij kwam over als een autoriteit met zijn krachtige stem. Anton Saris, als Rienzi (tenor) had het beduidend moeilijker. Hij heeft een heel mooie stem hetgeen merkbaar is wanneer het orkest zachte passages speelt, maar hij kwam volume tekort om een heldhaftig man als Rienzi te vertolken. Een heldentenor was hier beter op zijn plaats geweest.  Waldin Roes is een veelzijdige sopraan. Zij zong de rol van Adriano. Zij blonk uit in een solodeel waarbij zij met haar voor een sopraan fraaie lage tonen de dramatiek van haar rol bevestigde. De andere sopraan Hadewijch Voorn zong de rol van Irene, de zus van Rienzi. Zij beschikt over een enorm volume waarmee zij misschien een echte Wagnerzangeres wordt, maar nu klonken sommige hoge tonen toch wat pijnlijk in de oren. De mannelijke solisten Ingmar Ruttens, Bas Verbist en Jan Willem van der Hagen vulden hun rollen goed in. Het koor besefte dat in deze toegankelijke opera liefde, wraak en verraad aan de orde van de dag waren met als gevolg voor hen vele massascènes zoals de verkiezing van de tribuun door het volk, het vredesfeest, de gratieverlening, de krijgstocht, het gebed, de eed om wraak en de triomftocht. Het koor liet wel eens een steekje vallen maar wist wat haar te doen stond: het massaal en overtuigend tot expressie brengen van de meest tegenstrijdige gevoelens van mensen.

Jammer dat van de in het vooruitzicht gestelde semi-scènische uitvoering niets terecht kwam. Een uur voor de aanvang van de voorstelling kwam men tot de conclusie dat de speelruimte op het podium voor de acteurs te klein was om de verwachtingen waar te maken. Erger vond ik de vertoonde plaatjes van Hitler en zijn trawanten op de achterwand van het podium. Iedereen weet dat Hitler tijdens zijn parades de muziek van Rienzi en Der Meistersinger von Nürnberg misbruikte maar nu werd de suggestie gewekt dat de figuur Rienzi (1313-1354) werd geïdentificeerd met die van Hitler. Ten onrechte! Hitler was een tiran die Joden, homoseksuelen en zigeuners wilde vernietigen. Uit de teksten van de opera blijkt dat Rienzi geen figuur was die op Hitler leek. Hij koos in de strijd tegen de adel de kant van het volk, weigerde de koningskroon en was meer dan eens uit op verzoening. Het was voor mij een smetje op een uitvoering die toch meer dan de moeite waard was.

Advertenties

Read Full Post »

Scène Don Pasquale

Stel je voor dat je een dikbuikige niet onbemiddelde zeventiger bent, met een pruik en een versleten colbertje om je lijf. Je wilt trouwen al was het alleen maar om een neef die bij je inwoont je huis uit te krijgen. Je wensen worden in ijltempo vervuld en dan lijkt een waar paradijs op je af te komen. Dat overkwam de lichtgelovige, gierige en koppige Don Pasquale. En wat zag zijn bruid er prachtig uit. Jong, fraai gekleed èn ook nog een sexy uiterlijk waar mannen alleen maar van kunnen dromen. Don Pasquale waande zich weer jong en vitaal en vader van een dozijn kinderen. De hemel op aarde? Nee, want de handtekeningen bij de notaris waren nog niet gezet of die mooie meid, een jonge weduwe, ontpopte zich als een helleveeg die Don Pasquale de helft van zijn vermogen kostte, geen enkel fysiek contact toestond en geen tegenspraak duldde. Je kunt het je misschien wel voorstellen maar beter niet aan den lijve ondervinden. Helder is ook dat een ‘drammi per Musica’ dat komisch is een drama blijft.

Ongetwijfeld hebben de kijkers in de Pathé theaters van deze opera buffa gesmuld. Componist Donizetti (1797-1842) zou zich geen betere cast hebben kunnen wensen toen zijn opera in 1843 in première ging in Parijs. De rol van de weduwe Norina werd gespeeld door de wat molliger geworden Anna Netrebko. De diva heeft gelukkig niets verloren van haar spontaniteit en uithoudingsvermogen. Terwijl zij haar melodieën schitterend zong belemmerde dat haar niet in haar fysieke capriolen zonder het ritme van de muziek  in de weg te staan. Hoe dwaas het stuk ook is, zij bracht haar rol geloofwaardig. Dat gold ook voor John del Carlo. Deze bas zette een Don Pasquale neer die bijna ten onder ging aan kommer en kwel. Maar zijn gang over het podium en zijn mimiek maakten dat de toeschouwers soms toch hardop moesten lachen. Zijn aria’s mochten er ook zijn. De ‘rap’ aria’s, de snelle parlando stukken, zong hij met verve en dat laatste gold ook voor Dr.Maletesta (Marius Kwiecien). De rol van de neef van Don Pasquale, Ernesto werd vertolkt door Mathew Polenzani. Het was een genot om naar deze lyrische tenor te luisteren. Zijn duet in de finale gezongen met Anna Netrebko was een muzikaal hoogtepunt. Over de productie van Otto Schenk niets dan lof. De decors oogden prachtig en de ruimte op het podium was zodanig dat de acteurs zich goed konden bewegen, James Levine dirigeerde, ondanks, zijn lichamelijke handicap, Don Pasquale voor het eerst in zijn carrière. Het orkest speelde zoals meestal prachtig. O ja, hoe liep het af met Don Pasquale? Goed! Hij aanvaardde de situatie toen het hem duidelijk werd dat Norina geen bitch was maar via een intrige er op uit was geweest om Ernesto tot de hare te maken. Eind goed, al goed.

Read Full Post »