Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2011

Renée Flemming in Capriccio

 

De laatste opera die Richard Strauss schreef is heel interessant. Het fenomeen opera is namelijk zelf onderwerp, met als kernvraagstuk de hiërarchische verhouding tussen tekst en muziek. Wie de 410- jarige geschiedenis van de opera bestudeerd heeft, weet dat in iedere fase van de geschiedenis het esthetisch debat over dit thema opnieuw oplaaide. De verstaanbaarheid van de tekst speelt daarin een grote rol. Capriccio, wat betekent gril of luim, draagt daar aan bij. Mooi dus dat de componist Richard Strauss ons tijdens het beluisteren van dit werk meevoert naar de problemen die dirigenten, musici en componisten met betrekking tot dit onderwerp tegenkomen. De Duitser slaagde er bovendien in om deze theoretische verhandeling in een verhaallijn in zijn productie te presenteren door een gravin op haar kasteel tijdens haar verjaardag te confronteren met twee aanbidders. Tijdens het feest dingen die naar de gunsten van de sjieke gravin. De een, Oliver, is dichter die een sonnet schreef waarvan de tekst de jarige ontroert. De ander, Flamand, is componist die met zijn muziek hetzelfde teweeg brengt. Aan wie van de twee zou de gravin haar hart schenken? Aan de dichter Oliver, gespeeld door de goed zingende bariton Russel Braun of aan Flamand vertolkt door de soms opvallende teder zingende tenor Joseph Kaiser? Haar voorkeur voor een bepaalde kunstvorm lijkt daarin beslissend. Spannend wordt het niet want al na circa één uur vraagt haar broer: ‘Ik ben benieuwd wie je kiest?’ Haar antwoord luidt: Geen van beiden want elke keuze is een verlies.’ Zij licht dat toe met de tekst:

‘Bergt de taal al gezang in zich?

Of komt de muziek pas tot leven, gedragen door de taal?

Zij liggen besloten in elkaar en zoeken elkaar.

Muziek wekt gevoelens die streven naar woorden.

In het woord leeft het verlangen naar klank en muziek.’

Het is een tekst om over na te denken en de inhoud wordt door de gravin tijdens de finale van de opera nog eens bevestigd. Of iedere toeschouwer voelt voor reflectie is de vraag. Capriccio is behalve een eenakter een conversatieopera die twee en een half uur duurt en is voor velen al lastig genoeg omdat het ‘sprechende zingen’ duidelijk overheerst. Het publiek wordt pas in de laatste fase op een lange prachtige aria getracteerd waarin Renée Flemming op charmante wijze, voor het eerst in de Metropolitan, de rol van de gravin vertolkte. De Amerikaanse was in topvorm. Haar presentatie was die van een aarzelende gracieuze vrouw die naar zichzelf kijkend in een spiegel een beslissing nam waarna zij haar twee rivalen in het ongewisse liet.

De rollen van de andere protagonisten werden uitstekend ingevuld, al vind ik een extra vermelding van de rol van de theaterregisseur door Peter Rose zeker op zijn plaats. Hij toonde zich een machtige bas die zijn heerschappij in het theater en zijn voorkeur voor buffa-opera’s met furore naar voren bracht. Het orkest onder leiding van Andrew Davis speelde prachtig. Wie de tekst ontging kon zich laven aan de prachtige orkestmuziek. Zij die deze opera wil aangrijpen om hun historische kennis over opera te verbreden moeten wel bedenken dat het werk zich afspeelt in 1770, al verplaatste regisseur John Cox het naar 1928. Logisch dat in de tekst de namen voorkomen van librettist Metastasio en de componisten Lully, Piccini, Rameau, Goldini, Couperin en Gluck en niet die van Verdi, Wagner, Bizet en Massenet. Richards Strauss Capriccio werd voor het eerst gespeeld in 1942 midden in de tweede wereldoorlog in München. De voorstelling in de Met was meer dan de moeite waard!

Advertenties

Read Full Post »

Operaproducties in Euroscoop Tilburg

Scala van Milaan

Bioscoop Euroscoop in Tilburg gaat de komende maanden operaproducties op het grote scherm brengen die opgenomen zijn in de grote operahuizen in Italië. Vanuit een comfortabele zetel kunt u genieten van onderstaande prachtige opera’s. Elke eerste woensdag van de maand (met uitzondering van de maand mei i.v.m. de dodenherdenking)  wordt een operaproductie getoond.

11 mei 2011:               Norma van V. Bellini

1 juni 2011:                 The Legend of the invisible city of Kitezh van R. Korsakov

6 juli 2011:                  Cherubin van J. Massenet

3 augustus 2011:          Tosca van G. Puccini

7 september 2011:       Macbeth van G. Verdi

5 oktober 2011:           Mefistofe van A. Boito

2 november 2011:        Il Barbieri di Siviglia vang.Rossini

7 december 2011:        La Gazza Ladravan G. Rossini

Read Full Post »

Rossini

Op maandag 19 april 2011 bood Kinepolis in Antwerpen de gelegenheid om de reprise te zien van de op zaterdag 17 april uitgevoerde opera Le Comte Ory van Rossini door de Metropolitan opera in New York. Ik zat er samen met nog honderd 65 plussers. Een beetje aarzelend was ik naar deze voorstelling gegaan omdat ik de komische opera’s van Rossini minder waardeer dan zijn dramatische. Dat heeft vooral te maken met mijn verwachtingspatroon van de acteerprestaties van de protagonisten. Wanneer die tijdens een opera buffa niet uit de verf komen, dan blijft ervan het buffa-achtige karakter niet veel over. Ik ben me er overigens wel van bewust dat acteren in een komisch werk meer voetangels en klemmen kent dan in een opera seria. De mimiek en de lichaamstaal moeten niet alleen goed zichtbaar zijn voor de toeschouwers maar ook duidelijk de betekenis van de komische scènes weergeven. Bovendien maakt de vereiste grotere handelingssnelheid in een opera buffa het acteren een graadje lastiger.

Mijn verwachtingen waren dus niet zo hoog gespannen. De synopsis die ik vooraf las, deed vermoeden dat ik ging kijken naar een uitvoering van het destijds bij het grote publiek zo spectaculaire ‘theater van de lach.’ Inhoudelijk was dat verschil met die oudbollige voorstellingen trouwens niet zo groot. Maar vanaf de eerste klanken van de Rossini ouverture was ik verloren. De muzikale vonken spatten er meteen vanaf met als gevolg dat het verhaaltje bijna geloofwaardig werd. Een vreemde gewaarwording! Dat was niet alleen te danken aan de geraffineerde muziek van Rossini die door het prachtig spelende orkest werd verklankt, maar vooral door de dynamische voorstelling met fantastisch acterende solisten die op topniveau zongen. Wat te denken van een tenor als Juan Diego Florez als graaf Ory. Hij leverde een uitzonderlijke prestatie, wellicht geïnspireerd door het feit dat hij één uur voor de aanvang van de voorstelling vader was geworden. In het bezit van een prachtige slanke hoge stem vergastte hij het publiek op menig hoogstandje. De in een pompeuze jurk gestoken coloratuursopraan Diana Damrau was een openbaring. Ik zag en hoorde haar voor het eerst. Zij vertolkte de rol van Adèle. Voortreffelijk! Moeiteloos liet zij haar hoge tonen de zaal in gaan en wist haar rol van begeerde vrouw met de daarbij behorende emoties muzikaal en fysiek volledig waar te maken. Joyce DiDonato speelde de broekenrol van de page Isolier. Ook hij had, net zoals graaf Orly, een oogje op de bekoorlijke Adèle. In de finale werd dat nog eens onderstreept door een triootje waarbij het een wonder was dat de protagonisten probleemloos de wirwar van noten en teksten overleefden. Een uitbundig applaus voor deze drie wereldsterren was op zijn plaats. Waar ging de opera eigenlijk over? Niet zo belangrijk, maar goed om te weten dat de jonge graaf Ory, tijdens de afwezigheid van veel mannen die op kruistocht waren, op jacht ging naar de achtergebleven vrouwen maar in het bijzonder Adèle. Ory vermomde zich eerst als kluizenaar en later als non om zijn doel te bereiken. Maar wat doet het er toe! Ik zag een spetterende dynamische voorstelling. Ook een opera buffa kan geweldig zijn!

Read Full Post »