Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2012

Angela Meade schittert in traditionele Ernani

scène uit Ernani van Verdi

De bezoekers van de Pathé bioscopen kregen afgelopen zaterdag een operaproductie uit 1983 voorgeschoteld die het begrip entertainment volledig dekt. Vanuit een comfortabele stoel zagen zij Verdi’s vierde opera uit 1844 in een stijl die deed denken aan uitvoeringen van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Prachtige kostuums, protagonisten die met brede gebaren hun aria’s ondersteunden en op het podium een trappenhuis dat een monumentaal gebouw doet veronderstellen. Van regietheater was geen sprake. Men hoefde dus zijn hersens niet te pijnigen over de ideeën van een regisseur om deze opera te actualiseren.

Soms is dat ook best eens fijn, want ik heb van deze ouderwetse Ernani genoten. Het herinnerde me aan de tijd dat ik opera ontdekte en onmiddellijk een Verdiaan voor het leven werd. Net als toen, was ik ook nu weer verrukt over de prachtige aria’s, duetten en trio’s. Het drukte me met de neus op het feit dat mijn liefde voor opera voortkomt uit mijn liefde voor het belcanto van Donizetti, Rossini en de vroege Verdi. Alleen maar jeugdsentiment in de bioscoop? Waarachtig niet. De prachtige aria’s, met dikwijls grote intervallen, de duetten en trio’s deden je haast vergeten dat het libretto gebaseerd is op de wraakzucht van de protagonisten Ernani, Don Carlo en De Silva. Daarmee zijn meteen de drie mannen genoemd die de liefde voor één vrouw bezingen. Juist in deze opera, waarvan het libretto van Piave een bewerking is van het succesvolle toneelstuk Hernani van Viktor Hugo, komt het scherpe onderscheid tussen de tenor (Ernani), de bariton (Don Carlo) en de bas (De Silva) aan het licht. Van de drie mannen onderscheidde zich misschien wel het meest de 62 jarige bas Feruccio Furlanetto. Hij toonde zich de best acterende zanger die met zijn diepe stem waardigheid en pijn tot uitdrukking bracht. Waardigheid omdat hij zijn belofte hield om onderdak te bieden aan een ongenode pelgrim en dat ook na diens ontmaskering volhield en pijn omdat hij zich één dag voor zijn huwelijk geconfronteerd zag met maar liefst twee rivalen. Bovendien moest hij in de finale, na de voor hem onverwachte zelfdoding van Elvira, zijn idee los laten om alsnog met haar te kunnen trouwen. De tenor Marcello Giordano was aanvankelijk als de bandiet Ernani niet zogoed op dreef maar naarmate de opera vorderde werd hij de evenknie van zijn rivalen. Op zijn sterkste momenten, vooral in het vierde bedrijf, deed hij me denken aan Placido Doningo die deze rol destijds ook met groot succes zong. Dmitri Hvorostovsky heeft een gouden strot die hij gepassioneerd gebruikt. Zijn brede warme bariton is uiterst geschikt voor het werk van Verdi. Toen Dmitri de beroemde aria ‘o dei verd’anni miei’ zong waarin Don Carlo enigszins zijn wilde verleden afzweert, ontlokte dat bij de toeschouwers een explosief applaus. Mijn grootste bewondering ging echter uit naar de 34 jarige sopraan Angela Meade. Zij maakte toen ze 30 was als zangstudent haar professionele debuut als Elvira. Zij verving toen succesvol de zieke Sondra Radvanovsky die het slachtoffer was van een virale infectie. Ze oogstte daarna nog meer bewondering toen ze de ‘Beverly Sills Artists Award’ voor jonge zangers won en tevens ‘The Richard Tucker Award’. Haar lichaamsomvang verhindert haar optreden in een voorstelling zoals die van Willy Deckers’s versie van La Traviata, maar haar zuivere coloratuur stem maakt haar uiterst geschikt voor het echte belcanto repertoire. Ze beschikt over mooie trillers, heeft geen moeite met de topnoten en in het laag krijgt haar stem ook de noodzakelijke dramatiek. Haar ‘pianissimo’ doet denken aan de Spaanse zangeres Montserrat Caballé. De lastige cavatina ‘Ernani, Ernani, involami zong ze indrukwekkend. Haar acteerprestatie mocht er ook zijn. Met de avances van de drie minnaars ging ze professioneel om en in de duetten en trio’s die soms op het scherp van de snede werden gezongen mistte ze geen noot. Ik vermoed dat we nog veel van haar zullen horen.

Verdi wordt niet voor niets de ‘koning van de koren’ genoemd. De liefhebbers kwamen in Ernani absoluut aan hun trekken. Dirigent Marco Armiliato is inmiddels een vertrouwd gezicht in de Metropolitan nu James Levine het wegens ziekte al enige tijd laat afweten. Het orkest van ’s werelds grootste operahuis zorgde voor de vaart en spontaniteit die deze opera nodig heeft. Al heeft Ernani nu onderhand wel een nieuw jasje nodig, van deze productie heb ik toch geen spijt!

Advertenties

Read Full Post »

scène La Forza del Destino

Forza del Destino

De dramaturg van de Vlaamse opera had het nog zo nadrukkelijk tijdens zijn inleiding gezegd:’ U zult het operagebouw na afloop van de voorstelling niet verlaten met een glimlach op uw lippen.’ De man had gelijk want de als zeer radicaal bekendstaande theaterregisseur van dit moment Michael Thalheimer liet de toeschouwers huiveren bij zoveel wraak, chantage en stromend bloed. Men kan onmogelijk zonder enige reflectie voorbijgaan aan het bestaande oorlogsgeweld in de wereld van vandaag. Die reflectie bleek ook nu weer een belangrijke functie van de kunstvorm opera.

Men had in de Vlaamse opera gekozen voor Verdi’s compositie uit 1862 die in Sint Petersburg in première ging. De Italiaanse grootmeester had de opera speciaal voor die stad gecomponeerd. Het werk verschilt hier en daar van de meestal uitgevoerde hernieuwde versie uit 1869 waarvan de première destijds in de Scala van Milaan was te zien.

La Forza del Destino is een zeer duistere opera. Het is het verhaal van mensen die zijn losgerukt uit hun vertrouwde omgeving. Ze moeten op zoek naar nieuwe veilige levensomstandigheden maar een duistere kracht belet hen er in te slagen dat doel te bereiken. De scène verplaatst zich als gevolg daarvan van Spanje naar Italië en terug en voert langs herbergen, kloosters, slagvelden en legerkampen. Voor Leonora en haar geliefde Don Alvaro gaat het om een vlucht die tien jaar duurt en haar einde vindt in de uitzinnige wraak van Leonora’s broer Don Carlo di Vargas op zijn zus en haar minnaar Don Alvaro. Aanvankelijk lijkt het dat erop dat we te maken hebben met een statisch uitgevoerde opera. De personages bewegen zich niet meer dan noodzakelijk over het podium terwijl er voldoende ruimte is om met ondersteunende gebaren en looplijnen de dramatische handeling te verhogen. Die redenering klopt niet want juist het elkaar op afstandhouden en het weglaten van die gebaren verhoogt in deze uiterst sombere setting de eenzaamheid en ellende van de protagonisten. Het decor zag er zeer minimalistisch uit: donker, volledig zwart met een reliëf van een groot kruis. Het verwees naar de religieuze dimensie van het werk. Dat bleek ook toen Don Alvaro en Leonora onafhankelijk van elkaar onder de hoede van monniken belandden. Die bescherming bracht hen echter geen soelaas want de speurzin van Don Carlos stelde hem in staat om zijn gehate zus en haar minnaar ernstig te bedreigen.

In de verhaallijn van deze opera is een belangrijke functionele rol weggelegd voor het koor. Opvallend was dat de regisseur in afwijking van andere uitvoeringen bij de scènes in de herberg iedere vorm van lichtvoetigheid mijdt. Het decorbeeld blijft somber, de koorleden kijken strak voor zich uit of liggen bij een volgende scène verspreid als slachtoffers van oorlogsgeweld op de grond. Zelfs de rol van de meestal uitbundige Preziosillia die zingt: ‘hoe mooi is de oorlog, leve de oorlog!’ wordt door de mezzosopraan Viktoria Vizin met terughoudendheid gezongen. Een teleurstelling was de absentie van de sopraan Catherine Nagelstadt. Zij liet in deze laatste voorstelling wegens ziekte verstek gaan. In haar plaats zong de uit Moskou afkomstige sopraan Olga Romanko. In 1987 begon ze haar carrière nadat ze tot winnares was uitgeroepen van het prestigieuze internationale zangconcours in Rio de Janeiro. Haar repertoire bestaat voornamelijk uit hoofdrollen in werken van Verdi en Puccini. Ze bleek met haar krachtige stem technisch haar vak te verstaan. Toch ontroerde zij mij als Leonora niet echt. De toppers waren voor mij de bariton Vladimir Stoyanov als Don Carlo en de krachtige heldentenor Mikaheil Agafonov als Don Alvaro. Wat waren deze mensen vooral muzikaal op dreef. Ontroerende aria’s en duetten wisselden elkaar af.  De twee speelden hun rol met verve. Don Carlo ging voor het uitoefenen van ultieme wraak. Don Alvaro met zijn krachtige en heldere stem pleitte tevergeefs voor verzoening. Drama in optima forma. De rollen van de monniken Padre Guardiano en Fra Melitone werden uitstekend vertolkt door Christof Fischesser en Josef Wagner.

Het orkest onder leiding van dirigent Alexander Joel speelde uitstekend. La Forza del Destino blijkt een werk te zijn waarin Verdi niet alleen de lotgevallen van de hoofdpersonages centraal stelt, maar ook ruime aandacht geeft aan boeren, kooplieden en marketentsters. Dat zijn mensen die afhankelijk zijn van de ellende van het fenomeen dat oorlog nu eenmaal is. De uitvoering van de Vlaamse opera was mede door haar kracht en eenvoud van de regie een succes!

Read Full Post »

Götterdämmerung

In de Pathé bioscoop in Tilburg zag ik op 11 februari 2012 de vierde en laatste opera van Wagners gigantische werk Der Ring des Nibelungen. Slechts 30 mensen hadden zich de moeite getroost om het koude weer en de pittige toegangsprijs te trotseren, maar zij gingen inclusief ondergetekende tevreden naar huis. In mijn analyse van de drie vorige voorstellingen: Das Rheinhgold, Die Walküre, en Siegfried kon ik een bepaalde kritiek op de inbreng van regisseur Le Plage niet onderdrukken. Dat betrof dan vooral het gebruik van een geldverslindende grote 40 ton wegende machine, bestaande uit 24 hydraulisch bewegende balken. Het apparaat verstoorde de concentratie door de bijgeluiden en de acrobatische toeren die de protagonisten soms moesten maken om hun rollen waar te maken leidden ook af. Vooral bij Das Rheingold was dat het geval. Nu was dat anders. Geen geknars meer van slecht werkende scharnieren maar een effectief gebruik van de bewegende balken bij het creëren van de verschillende ruimten waar het drama zich afspeelde. Bovendien bleek de vindingrijkheid van de producenten opnieuw groot door handig gebruik te maken van videobeelden die werden geprojecteerd op de horizontaal of verticaal staande balken. Je zag de Rijn stromen, bloed vloeien en gemodelleerde bossen en bergen als landschap. Bleek de machine bij de voorgaande producties het speeloppervlak te verkleinen daar was door de nu gekozen opstelling geen sprake van. Er werd goed gebruik gemaakt van het speeloppervlak wat de acteerprestaties ten goede kwam. De lezer begrijpt dat deze Ring- productie er een is met technische hoogstandjes die de veel oudere productie uit de 20e eeuw moet vervangen. Die oudere productie was een naturalistische, traditionele uitvoering. Ik heb daar altijd van genoten. Je leerde het verhaal goed kennen en je ging niet met hoofdpijn naar bed omdat je het gevoel had dat je een aantal zaken niet had begrepen. Dat is bij deze nieuwe productie ook niet het geval. Het zogenaamde regietheater heeft mijn inziens niet de kans aangegrepen om in deze Ring een nieuwe visie op de wereld en haar bewoners weer te geven. Veel mensen zullen daar blij mee zijn. De andere kant van de medaille is, dat juist dit geweldige werk van Wagner zich leent om met behoud van de mythologische inhoud, in de scènes door middel van associaties actuele, herkenbare problemen aan de orde te stellen. Opera is immers meer dan entertainment! Hoogtepunten?

Net als in de opera Siegfried was daar het frank en vrije optreden van de goed ogende Jay Hunter Morris. Met zijn heldere hoge heldentenor stal hij, als Siegfried, de sympathie van het publiek. Deborah Voigt bleek in haar rol van Brünnhilde gegroeid. Zij was nog niet zoals tien jaar geleden een protagonist met een stralende stem maar zij overwon alle zangtechnische moeilijkheden die vooral het tweede bedrijf en de slotscène met zich meebrengen. In het oog sprong ook de prestatie van de bas bariton Eric Owens als Alberich. Hij speelde en zong voortreffelijk de rol van de sluwe en inmiddels oud geworden Alberich. Diens zoon Hagen werd vertolkt door de mooie en stevig klinkende bas Hans Peter König. Deze protagonist speelde met succes de criminele regisseur in Götterdämmerung. Voor mij was het meest ontroerende moment het optreden van de Duitse topzangeres Waltraud Meier als Waltraute. Tijdens de ontmoeting met haar zus Brünnhilde informeerde zij de houdster van de ring over de treurige situatie waarin Wotan zich bevindt in het Walhalla nu hij het contact met zijn liefste dochter kwijt is. Met groot empathisch vermogen en pianissimo zingend brengt zij haar boodschap over totdat zij aan haar zus Brünnhilde vraagt om de ring aan de Rijndochters terug te geven. Die vraag alleen al pakt totaal verkeerd uit. Brünnhilde ervaart die vraag als een aanval op haar liefde voor Siegfried. Een explosieve woordenwisseling volgt die haar dramatisch einde vindt in het resoluut wegsturen van Waltraute door Brünnhilde. Prachtig! Dirigent James Levine was door ziekte nog steeds niet in staat om het formidabele orkest van de Metropolitan te leiden. Opnieuw dirigeerde daarom Fabio Louise. Het publiek gaf hem een staande ovatie. Tenslotte: Götterdämmerung was een uitstekende afsluiting van het Ring project. In april en mei 2012 zal dit werk deel uitmaken van de complete Ring cyclus.

Read Full Post »