Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2012

Wagners Parsifal succes in Holland Festival

 

Petra Lang als Kundry in Parsifal

Wie vertrouwd is met het theaterdrama Parsifal van Richard Wagner (1813-1883) snapt misschien iets van de vraag die Gurnemanz stelt aan Parsifal nadat laatst genoemde getuige is geweest van een graalceremonie van de kuise broederschap van de graalridders in het grondgebied Montsalvat, het noordelijke gebergte uit het Gotische Spanje. Zijn vraag luidt: ‘Weet je wat je zag?’ Parsifal blijft het antwoord schuldig waarop Gurnemanz zegt: ‘Je bent warempel maar een dwaas!’ Hij stuurt Parsifal weg. Zo vergaat het mij ook, al voel ik me geen dwaas en werd ik natuurlijk door niemand weggestuurd. Wel heb ik, zoals veel Wagnerliefhebbers, hier meer moeite met de breedvoerige tekst dan in zijn andere werken. De interpretatie is nu eenmaal niet eenduidig en lastig te begrijpen.

De opera Parsifal wordt ook wel Bühnenweihfestspiel genoemd (voor toneel een geschreven feestelijke inwijdingsstuk). De aanduiding verwijst naar de liturgische graalscènes in het eerste en derde bedrijf. Er ontstonden rond dit werk tal van misverstanden.

Er waren veel discussies over de vraag of Wagner zich met zijn afscheidswerk identificeerde met de christelijke leer. Met het christendom van het oude testament, de Evangeliën, de leer van de officiële kerken heeft èn Parsifal èn Wagners persoonlijke geloof weinig te maken.  Het kent geen dogma’s en geen schepping van de wereld door een godheid. In 1857 schreef hij: ‘God is in ons.’

Wat mij het meest aanspreekt in Wagners laatste opera (1882) is de ontwikkeling van Parsifal door het lijden dat hij ziet bij  Amfortis en zijn moeder Herzeleide. Van een naïeve niet begrijpende, onwetende, op intuïtie levende jongeman evolueert hij naar een zelfbewust personage dat weet wat lijden voor de mens betekent. Maar er is meer. Wagner vond de literatuur van de filosoof Schopenhauer op zijn weg. Die leerde hem dat de mens als slaaf van zijn eigen verlangens existeert en roept op tot medelijden en het opgeven van aardse verlangens. Ik leid daar uit af dat Wagners Parsifal duidelijk probeert te maken dat onsentimenteel medelijden voor de kwetsbare mens een aanzet tot liefde kan zijn of misschien wel is. Door medelijden te ervaren wordt men zich bewust van zijn plaats in een groter kosmisch geheel en beseft men zijn verantwoordelijkheid.

Parsifal werd gespeeld in het kader van het Holland Festival. Al voel ik me niet direct aangetrokken tot de christelijke symbolen van de Rooms katholieke kerk en de ceremonieën tijdens de graalonthullingen toch verliet ik de zaal met een goed gevoel. Mijn waardering gaat deze keer allereerst uit naar de decors van de in India geboren kunstenaar Anish Kapoor. Zelden zag ik zo’n mooie toneelbeelden. In het eerste bedrijf plaatste de regisseur twee grote felrode rotsen die op het toneel door de afwisselende belichting steeds een andere mystieke glans kregen. In het tweede bedrijf maakte hij gebruik van een ronde holle spiegel van zeven bij zeven meter. Die kreeg vooral een betoverende functie toen de bloemenmeisjes erin werden weerspiegeld en hun kostuums langzaam samensmolten tot een palet van prachtige kleuren. De spiegelbeelden lieten een ware tovertuin zien. Geweldig, maar ook vervreemdend! Ze symboliseerden de onnatuurlijke wereld van Klingsor maar ook het denkbeeld dat dit drama vanuit zoveel verschillende perspectieven kan worden geïnterpreteerd zoals dat ook met de gehele kosmische werkelijkheid het geval is. In het derde bedrijf speelde de scène zich af rond een heldere diep blauwe cirkel.

Wat deze Parsifal voor mij ook tot een onvergetelijke maakte waren de protagonisten bestaande uit ervaren zangers die in Bayreuth al furore maakten en die weten hoe met Sprechgesang om te gaan. Bovendien beschikken zij over voldoende volume en articulatie om in de lange monologen en dialogen verstaanbaar te blijven. Het toneelspel lijkt me in Parsifal lastig voor koor en solisten.  Alle bewegingen die zij maakten waren zeer traag waardoor de opera zeker geen dynamisch karakter heeft. De Britse tenor Chritopher Ventris was een prachtige Parsifal, de geroutineerde Duitse mezzo-sopraan Petra Lang vertolkte zeer professioneel de lastige rol van de om verlossing smekende Kundry. De belangrijkste graalridder Gurnemanz  werd vertolkt door de prachtige Duitse bariton Falk Struckmann. De rol van de permanent lijdende protagonist Amfortis werd gezongen door de Spaans-Duitse bariton Alejandro Marco Buhrmeister. De schitterende orkestpartijen werden door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van dirigent Ivan Fischer fantastisch gespeeld. Het koor van de Nederlandse opera zong prachtig maar kon mij toch niet de koorzang tijdens de semi-scenische opvoering van een paar jaar geleden onder leiding van Jaap van Zweden doen vergeten. Eindconclusie: een prachtige weergave van het laatste meesterwerk van Richard Wagner.

Advertenties

Read Full Post »

Carmen in de Vlaamse Opera valt tegen

scène uit Carmen

Welke Nederlander gaat naar de opera in Antwerpen wanneer het Nederlandse elftal ’s avonds een cruciale wedstrijd speelt tegen de Duitsers? Ik dus. Mijn liefde voor opera wint het van de voetballerij. In de pauze vertelde mij een vriendelijke Belg dat Oranje een 2-0 achterstand had opgelopen. Je kunt er niet snel genoeg bij zijn! Videobeelden peperden mij ‘The day after’ in waarom Oranje terecht verloor.

Net als de Oranjefans beleefde ik, in tegenstelling tot bij andere producties die ik in de Vlaamse opera zag, geen prettige avond. Niet dat mijn verwachtingen uitgingen naar een traditionele Carmen-opvoering, want de trouwe bezoeker in Antwerpen weet dat traditie daar niet heilig is. Ik had echter moeite met de regie van Daniel Kramer uit Ohio. Hij trok alle registers open om de meest duistere opvoering van Bizets werk te laten zien. Wanneer je weet dat hij zeven jaar als een outcast (net als Carmen) werd behandeld door andere outcasts op het platteland in Ohio kun je daar nog begrip voor opbrengen. Hij wilde geen folkloristische Carmen regisseren vol met clichés met een voluptueuze zigeunerin met ravenzwart haar die voor Don José de flamenco danst en de castagnetten laat horen. Line-dance dat wel. De opera laat hij spelen in Ohio. Daar heerst een andere cultuur dan in Sevilla in Spanje. Kramer wilde totaaltheater laten zien. Dat deed hij ook want er was zang, dans, toneel, aangepaste kostumering en spektakel. De uitvoering van deze Carmen was, om het drama goed tot zijn recht te laten komen echter ‘overdone’. Teveel mensen langdurig op het podium en te heftig gedrag van soldaten die er alleen maar op uit waren hun geilheid te vertalen in arrogant en handtastelijk gedrag. En dan was er ook nog een dronken Escamillo die zijn rivaal Don José vastbindt aan een te los opgestelde boom, hem zijn broek half uittrekt en hem daarna met zijn urine besproeit. Welk mens kan dat nog bevatten? De grote momenten van ontroering ontbraken. Ik zag geen echte tederheid tussen Don José en Carmen maar ook niet tussen Don José en Micaela die straal verliefd is op de jonge man. Micaela, vertolkt door de veelbelovende Hanne Roos, speelde haar rol soms minuten lang met een revolver in haar hand. Dat past niet bij haar karakter. Wel haar overdreven aandacht voor lippenstift en een daarbij behorend spiegeltje? Ik nam het allemaal maar voor lief. Mijn inziens had de voorstelling gered kunnen worden wanneer de ervaren sterzangeres Viktoria Vizin en de tenor Roberto Sacca op het podium hadden gestaan. Maar ik moest het doen met remplaçanten. Wel veelbelovende artiesten maar van een andere garnituur. De Russische Anna Goryachova, die Carmen voor het eerst zong in 2009, en de tenor Gordon Gietz gunden mij met hun zang geen enkele moment van ontroering. Gietz kreeg zelfs niet het gebruikelijke applaus bij zijn zeer matig gezongen aria: ‘La fleur que tu m’avais jetée.’ Ik had steeds het gevoel dat de solisten niet in vorm waren. Goryachova speelde wel alsof haar leven er van af hing. Ik zag nog nooit iemand zo hard over het podium sprinten in de richting van de coulissen. Logisch, want het was alsof zij de hardhandigheid van een gevangene in de Guantanamo Bay gevangenis moest ondergaan toen een officier haar hoofd in een teil water dompelde en zij ook nog een borstknijperij van hem moest toelaten. Jammer dat de Russin met haar zang geen moment van reflectie kende. Het meest stoorde me het gemis aan meerdere klankkleuren. Er waren geen donkere kleuren die je van een Carmen in haar moeilijkste momenten mag verwachten. Ook niet in de slotscène toen uiteindelijk Don José, in plaats van met het gebruikelijke mes, Carmen met een revolver om het leven bracht.

Het drama van Carmen probeerde Kramer met goed recht te plaatsen in een slechte maatschappij waarin veel met revolvers werd gezwaaid. Ja, met teveel wapens waardoor de daarbij getoonde emoties soms haast ongeloofwaardig werden. Door alle frivoliteiten en een te grote carnavaleske sfeer tijdens de massascènes werd het individuele probleem, waar het in Carmen natuurlijk ook om gaat, onderbelicht. Carmen wordt in Bizets werk het slachtoffer van haar ongeremde verlangen naar vrijheid. Ze flirt, verleidt en breekt later Don José’s hart omdat zij wil aanpappen met de stierenvechter Escamillo. De gevolgen zijn dramatisch voor Carmen maar ook voor Don José die de geschiedenis ingaat als de moordenaar in een liefdesdrama. Over de kwaliteit van het koor en orkest onder leiding van Dimitri Jurowski heb ik ditmaal geen uitgesproken mening. De dirigent hield er wel de vaart in. De muziek van Bizet is prachtig, dat wel.

Read Full Post »

scëne uit Otello van Verdi

Het was een hele tijd geleden dat ik de opera Otello hoorde. Gek eigenlijk, want het is mijn lievelingswerk. De slotscène uit Verdi’s meesterwerk was voor mij de toegangspoort voor het hele oeuvre van de Italiaanse componist. Ik was 16 jaar en hoorde voor het eerst de scène op een oude 78 toerenplaat. De legendarische heldentenor Mario Del Monaco met zijn baritonale geluid liet mij de tranen over de wangen bengelen hoewel ik geen snars begreep van wat er zich in die scène afspeelde. Wel besefte ik dat het heftig was en dat er iets verschrikkelijks gebeurde. Na Del Monaco kwamen er andere tenoren die de rol van Otello zouden zingen. Ze bleven schaars omdat er maar weinig zijn die deze heel zware klus aankunnen. Enrico Caruso heeft de rol wel ingestudeerd maar voelde zich er niet rijp voor. Placido Dominigo wel. Hij was de laatste decennia de meest succesvolle Otello.

Toen ik een paar jaar ouder was begreep ik wat de inhoud van de opera behelsde. Met mijn moeder luisterde ik op een warme zomeravond naar een radio-uitzending van het Holland Festival. Dat was in het begin van de jaren vijftig. Ontroerd waren we door de zang van de fameuze hoofdrolspelers de Nederlandse sopraan Gre Brouwenstijn (Desdemona) en de Chileense tenor Ramon Vinay (Otello) en Scipio Colombo (Jago). Sindsdien beschouw ik Otello als een symbool voor mijn passie voor opera. Verdi was voor mij natuurlijk ook: Nabucco, Macbeth, La Traviata, Rigoletto en Don Carlos. Otello bleef echter voor mij het ultieme werk van Verdi. Waarom? Omdat de Italiaan juist in dit werk alleen aria’s componeert wanneer dat dramatisch verantwoord is. De rol van het orkest, twee maal zo omvangrijk als bij Rigoletto, is bijzonder omdat het een grotere eenheid vormt met de zang dan ooit daarvoor. Verdi bedient zich van een andere zangstijl met declamatiezang en een paar terugkerende motieven en sluit herhaling van verzen uit. Omdat dit type muziek de woorden van de librettist Boito op de voet volgt, is de tekst steeds de moeite waard om gevolgd te worden.

Verdi’s meesterwerk ging in première op 5 februari 1887 in Milaan. Hij was toen 73 jaar. De tenor Francesco Tamagna, een man met een enorm volume en uithoudingsvermogen speelde de rol van Otello. De vermaarde bariton Victor Maurel   die van Jago. Dirigent was Arturo Toscanini. De uitvoering was een groot succes. De eerste acte gaat over de liefde van een dan nog evenwichtige Otello en Desdemona. De tweede en derde over de onbeheersbaarheid, labiliteit en woede van Otello die ontstaat omdat Jago de jaloezie van de Moor opwekt door te insinueren dat zijn vrouw Desdemona overspel pleegt met Casio. In het laatste bedrijf wordt Otello de moordenaar van zijn vrouw. Hij doodt met tranen maar onverbiddelijk omwille van de rechtvaardigheid, zoals hij beweert. Hij doodt daarna zichzelf, niet omdat hij de schande van zijn moord niet kan dragen, maar omdat hij zijn wereld ziet instorten als het bedrog van Jago uitkomt en dan zichzelf het recht ontzegt om nog te leven.

De rol van Jago is een heel belangrijke. In Frankfurt werd hij op 27 mei 2012 gezongen door de mooi getimbreerde bariton Zeliko Lucic. Hij was de ster van de avond. Zijn acteren was eveneens uitstekend. Jago vertokt het anti- lyrische element, van de opera, het destructieve en de koude berekende intellectueel die als het ware het hele drama ensceneert. Hij is de strateeg die Otello ten val wil brengen omwille van een baan die hij door toedoen van Otello is misgelopen. Hij brengt in het beroemde ‘Credo’ aan het begin van de tweede acte zijn eigen mensbeeld ter sprake:  ‘Ik geloof in een wrede God die mij heeft geschapen naar zijn evenbeeld en die ik in wrok aanroep. Uit de laagheid van een kiem of atoom ben ik geboren. Ik ben een schurk omdat ik een mens ben en voel het oerslijk in mij. Ja, dat is mijn geloof. Ik geloof dat ik het kwaad in mijn gedachten en daden volgens mijn bestemming vervul. Ik geloof dat de mens een speelbal is van een onrechtvaardig lot van in de wieg tot aan de worm in het graf. Na alle spot komt de dood. En dan? De Dood is het niets!’ Negatiever kan het niet. Hij is het symbool van het kwaad.

Bij Shakespeare’ s Otello vormt de obsessie van de jaloezie de basis van deze tragedie. Het vertroebelt de geest en is de meest vernietigende van alle hartstochten. Otello twijfelt aldoor of zijn vrouw hem nu ontrouw is of niet. Het maakt hem labiel. Hij krijgt van Jago een vals bewijs en doodt Desdemona dan met voorbedachte rade. Met helderheid van geest! De rol van Otello was toevertrouwd aan Frank van Aken, de echtgenoot van Maria Eva Westbroek. Dat ging die avond in Frankfurt niet goed. Zijn stem bleek door een allergie aangetast en hij kon niet de krachtige uithalen ten gehore brengen die horen bij de woede uitbarstingen van Otello. Jammer, want ik was heel benieuwd of hij deze rol tot een goed einde had kunnen brengen zonder zijn stemproblemen. Hij deed zijn best zodat de voorstelling niet geannuleerd hoefde te worden. Elza van den Heever is een uitstekende lyrische sopraan. Zij belichaamde als Desdemona het lyrische aspect van de opera. De librettist stelt haar voor als een soort madonna. Het ontbreekt haar aan iedere vorm van assertiviteit en ze wordt daardoor een passief slachtoffer van Otello. Pas in de vierde acte uit ze haar werkelijke gevoelens en komen we iets meer van haar te weten.

Regisseur Johannes Erath zette mij met zijn regie wel voor enkele raadselen. Hij zag af van de traditionele kostuums uit de 15e eeuw en gaf het werk een belichting mee die geheel past bij het de soms lugubere sfeer. Hij versterkte daarmee de idee dat Otello een drama is van alle tijden.

Samengevat: Otello is een meesterwerk. De uitvoering in Frankfurt was spannend door de goede prestaties van de protagonisten met uitzondering van de titelrol door diens stemproblemen. Subliem was het spel van het orkest onder leiding van de dirigent Erik Nielsen die een keten van soli, duetten, ensembles en koren voorzag van een uistekende instrumentale injectie.

Read Full Post »