Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2012

Isabel Leonard en Alek Shrader

Op zaterdag 10 november maakten de bezoekers van de Pathé-bioscopen kennis met de opera ‘The Tempest’ van de Britse componist Thomas Adès (1971). De opkomst viel tegen. Er waren veel minder bezoekers dan bij de vorige voorstellingen en sommigen hielden het maar tot de pauze vol. Zij die er wel waren gingen het avontuur aan om een opera te zien uit de 20e eeuw uitgevoerd door de Metropolitanin New York. Opvallend was dat ook de doorgaans uitverkochte zaal van het betreffende operahuis veel lege plekken vertoonde. Was hier sprake van ‘onbekend maakt onbemind’? Is de operaliefhebber toch te weinig avontuurlijk of nieuwsgierig om zich te verdiepen in een werk waarvan zij vrezen dat de muziek voor hen vrij ontoegankelijk is? Het was ook een uitgelezen mogelijkheid om een componist zijn eigen werk te zien dirigeren, want bij de uitvoering van The Tempest stond de met grote gebaren dirigerende Adès voor het orkest dat prachtig speelde. Sinds 1990 wordt hij beschouwd als een toonaangevende componist van deze generatie. Er werd toen een kamersymfonie van hem uitgevoerd door de BBC Philharmonic. Adès componeerde een groot aantal instrumentale werken en twee opera’s. Zijn eerste was ‘Powdes Her Face’, die ging in 1955 in première. Zijn tweede, ‘The Tempest’,  zag het levenslicht in Londen in 2004. Sindsdien maakte het werk een zegetocht langs alle belangrijke operahuizen. In de Met is de regie van Robert Lepage. Hij laat het verhaal spelen in de Scala van Milaan. Het operahuis ziet hij als een verfijnde  compositie en als een doos vol tovertrucs. ‘The Tempest’ is gebaseerd op het verhaal van Shakespeare’s (1564-1616) laatste toneelstuk(1611). Het libretto is van de hand van Meredith Oakes. In plaats van de tekst van Shakespaere direct in het libretto op te nemen, koos zij voor een compact tekstboek door alleen de essentie van het toneelstuk weer te geven en in de vorm van rijmende coupletten. De opera gaat vooral over Pospero, prachtig vertolkt door de uitblinkende Britse bariton Simon Keenlyside. Hij speelt de rechtmatige eigenaar van de stad Milaan die over magische krachten beschikt, die hem zoals zal blijken steeds van pas komen. Hij laat zijn beheerszaken over aan zijn broer Antonio die met behulp van de koning van Napels alle macht naar zich toe probeert te trekken. Antonio tracht zich van Prospero met zijn dochter Miranda te ontdoen door hen met een gebrekkig schip de zee op te sturen. Dankzij de hulp van Gonzales bereiken zij een eiland. Daar haalt Prospero de vijandschap van enkele protagonisten op zijn hals door hen met behulp van zijn tovenarij dienstbaar te maken voor zijn machtsuitoefening. Van tevoren heeft hij al de hovelingen van het vijandige hof van Napels via een door hem veroorzaakte storm schipbreuk laten lijden. Op het eiland spelen zich vervolgens gebeurtenissen af die je confronteren met machtspelletjes, maar ook een romantische liefde op het eerste gezicht en wraak maar uiteindelijk ook verzoening. Want in deze opera is na alle intriges ‘eind goed al goed’ de uitkomst. Mooi toch!

Ik moet bekennen dat ik de opera nooit eerder zag. Ik wist zelfs niet van haar bestaan. De eerst kennismaking beviel me goed al is nadere bestudering van het werk noodzakelijk om het stuk in al zijn facetten goed te kennen. Wat op het podium gebeurde was zonder meer de moeite waard. Regisseur Robert Lepage haalde alles uit de kast om de kijker blijvend te boeien. Kleding en decors zagen er groots en sprookjesachtig uit en de brave kijker bleef verstoken van visuele wreedheid. Vanuit vocaal opzicht was deze opera voor de zangers een zware klus. Tijdens interviews spraken ze over lastige intervallen, moeilijke muzikale lijnen en een langere studietijd dan gebruikelijk. Muzikaal valt er dan ook genoeg te beleven. Er was uitstekende declamatiezang die aan het wagneriaanse Sprechgesang deed denken en je hoorde een prachtig liefdesduet aan het einde van de tweede acte met vloeiende melodische lijnen waardoor de traditionele operaherkenning ook aanwezig was. De protagonisten, Miranda vertolkt door de sopraan Isabel Leonard en de zoon van de vijandige koning van Napels Ferdinand op het podium gezet door de tenor Alek Shrader, vormden een prachtig ogend zingend duo. In ‘The Tempest’ is een belangrijke rol weggelegd voor de luchtgeest Ariel. Ariel staat Prospero terzijde bij de uitvoering van zijn toverkunsten. De sopraan Audry Luna zong met verve deze heel lastige partij. Afgezien van enkele acrobatische toeren die ze moest uitvoeren, moest zij noten zingen die de coloratuuraria’s van de koningin van de nacht uit ‘Die Zauberflöte’ qua hoogte te boven gaan. Het lukte met haar ijle maar zuivere stem een stratosferische hoogte te bereiken en haar naam van luchtgeest eer aan te doen. Een groot deel van het slotapplaus was dan ook terecht voor haar en Thomas Adès.

Advertenties

Read Full Post »

Geen sleet op Otello productie uit 1994

John Botha en Renée Flemming

De operaliefhebbers die op 27 oktober de Pathé bioscopen bezochten zagen Verdi’s Otello vanuit de Metropolitan in New York.

Laat ik voorop stellen, alvorens op deze uitvoering in te gaan, dat Otello mijn lievelingswerk is. Sinds jaar en dag vind ik het de indrukwekkendste opera die Verdi componeerde. Hij was al 73 toen dit voorlaatste werk in 1887 in de Scala van Milaan in première ging. De beroemde tenor Francesco Tamagna als Otello en de vermaarde bariton Victor Maurel als Jago zorgden toen onder leiding van Arturo Toscanini voor een groot succes. Nu 125 jaar later heeft het werk niets aan zeggingskracht en populariteit ingeboet, hoewel Otello het definitieve einde betekende van het belcantotijdperk. Het was afgelopen met het Italiaanse scenario van mooie aria’s afgewisseld met recitatieven. De Italiaanse grootmeester schiep een werk waarbij zijn orkestrale muziek de woorden op de voet volgt, waardoor declamatiezang en enkele terugkerende motieven afgewisseld met ensembles de leidraad vormen voor dit dramatische werk. Het libretto is van de componist Arturo Boito naar het toneelstuk Otello van Shakesepare. De opera gaat over de liefde tussen de veldheer Otello en zijn vrouw Desdemona. Daarin speelt Jago, een vaandrig uit het leger van Otello, een intrigerende rol. Hij tracht zijn baas uit grof eigen belang, uit zijn evenwicht te brengen door hem op suggestieve wijze te overtuigen van een overspelige verhouding van zijn vrouw met de kapitein Cassio. Jaloezie ligt aan de basis is van deze tragedie die uitmondt in moord op Desdemona en zelfmoord van de titelheld.

De operaliefhebbers zagen een sterke cast. De rol van Otello werd gezongen door de 47- jarige heldentenor John Botha. De Zuid Afrikaan heeft een volumineuze prachtige stem, uitstekend geschikt voor deze rol. Zijn acteerprestatie kon mij echter die van Placido Domingo niet doen vergeten. De Spanjaard zong deze rol zeker 20 jaar op overtuigende wijze. Iedereen weet dat Domingo een sterke persoonlijkheid is. Hij heeft een enorme podiumervaring en zijn gebarentaal en mimiek zijn indrukwekkend. Dat kan ik van Botha, die soms vreemd met zijn ogen rolt, niet zeggen. Zijn lichaamsomvang is een handicap om zich op expressieve wijze op het toneel te bewegen. Ter vergelijking een voorbeeld: Kijk op dvd of You tube naar Domingo wanneer hij in de slotscène tijdens zijn eigen doodstrijd nog moeizaam over het toneel kruipt om zijn stervende vrouw nog een laatste kus te geven. Dat gaat Botha niet goed af waardoor zijn betrokkenheid op zijn tegenspeelster onvoldoende overkomt. Renée Flemming als Desdemona stal weer de harten van het publiek. Haar stem klinkt nog even helder als in 1995 toen zij met Domingo in de Met excelleerde. Zij is een betoverende zangeres met een grote uitstraling met een iets donkerder gekleurde stem dan bij haar eerste productie. De rol van Jago werd ingevuld door de Duitse bariton Falk Strukmann. Zijn zang en acteren waren van hoog niveau. Jago vertokt het anti-lyrische element van deze opera, het destructieve. Jago is de koude, berekenende intellectueel die als het ware het hele drama ensceneert. Hij is de strateeg die Otello ten val brengt omwille van een baan die hij door toedoen van zijn baas misloopt. Voor het ‘Credo’ aan het begin van de tweede acte, gingen tegen de traditie in, zelfs voor Struckman de handen op elkaar. De muziek laat dat in een doorgecomponeerd werk niet toe. Het uitstekend spelende orkest onder leiding van maestro Bychkov speelde dan ook het applaus negerend terecht door. Voor de belangrijkste bijrollen, die van Emilia, Rodrigo en Cassio niets dan lof.

Het publiek in de Met en in de bioscoop zagen een productie uit 1994 met dezelfde decors en kleding. Het bleek geen bezwaar want er zat nog steeds geen sleet op deze uitvoering. Weer volop genoten!

Read Full Post »