Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2013

Veel applaus voor geamputeerde Tannhäuser

Sopraan Elisabet Strid solist in Tannhäuser

Sopraan Elisabet Strid solist in Tannhäuser

De zaal van de Rhein Oper in Düsseldorf was slechts voor de helft bezet. Maar wel met enthousiaste toeschouwers. Met hen  klapte ik op zondag 19 mei na het vallen van het doek bij wijze van spreken mijn handen kapot. Was het een reactie op de vervanging van een controversieel geënsceneerde Tannhäuser van Wagner door een semi-scenisch geslaagde uitvoering of waren de prestaties van de uitvoerenden bovengemiddeld? Ik vind dat beide argumenten hout snijden. Uit publicaties, die zelfs in de Nederlandse pers verschenen, blijkt dat ook regisseurs voorzichtig moeten zijn met het oproepen van reminiscenties die de toeschouwers herinneren aan en terugvoeren naar de meest afschuwelijke periode van de geschiedenis van Nazi Duitsland. Er waren na de afgelasting van de geënsceneerde Tannhäuser 450 toeschouwers komen opdagen voor de semi-scenische uitvoering. Zij namen de plaatsen in van de 800 abonneehouders die hun kaarten uit protest inleverden. De nieuwkomers waren na afloop uiterst tevreden over een superieure uitvoering waarbij decors en andere attributen ontbraken. Met een surplus aan verbeeldingskracht en concentratie kreeg het publiek een weliswaar geamputeerde maar een toch prachtige uitvoering van Tannhäuser te horen. Men spitste al de oren bij de symfonisch aandoende ouverture. Die werd zo spannend gespeeld door de Düsseldorfer Symphoniker onder de leiding van dirigent Alex Koberdat dat men zich bij voorbaat verheugde over wat nog komen zou. Deze dirigent, die Tannhäuser dit zomerseizoen ook tijdens de Festspiele in Bayreuth zal dirigeren, wist de spanning tot het einde toe te behouden en creëerde daarmee een uitstekende basis voor de vocale prestaties van de zangers die inderdaad bovengemiddeld waren. Er stonden gerenommeerde Wagnerzangers op het podium die, helaas gekleed in wat oubollige rokkostuums, het beste uit zich zelf haalden om Richard Wagners opera tot een goed einde te brengen. Vocaal stonden er m.i. een paar zwaargewichten op het podium, zoals Daniel Frank, die volgens de kranten met een minimum aan opleiding, een fantastische Tannhäuser neerzette. Zonder enig probleem schakelde deze tenor over van de Venusmuziek naar de Wartburgmuziek. Hij maakte vooral grote indruk tijdens de zangerswedstrijd waarin het wezen van de liefde werd bezongen en waarin hij een pleidooi hield voor de zinnelijke liefde als een belangrijke aanvulling op de platonische. Zijn belangrijkste opponent was Wolfram van Eschenbach, gezongen door de donker getimbreerde, uitstekend articulerende Duitse bariton Markus Eiche. Wonderschoon was zijn lied ‘O! du mein holder Abendstern’ waarin hij liet horen krachtig, zacht, maar vooral ook gevoelig te kunnen zingen. Prachtig en intens was zijn dialoog met Tannhäuser na diens terugkeer van zijn pelgrimstocht naar Rome.

In de grote Venusscène van het eerste bedrijf stelde de Russische mezzosopraan Elena Zhidkova met grote zeggingskracht alles in het werk om Tannhäuser blijvend in haar armen te houden ondanks diens vaste wil te ontsnappen aan de eentonigheid van een louter erotiserende wereld. Haar overtuigingskracht was groot maar onvoldoende. Tannhäuser wilde weer de vogels horen zingen en de klokken horen luiden. Hij wilde terug naar een normaal leven, dus vertrok hij. Fascinerend was ook het optreden van de sopraan Elisabeth Strid (37) die de glansrol van Elisabeth zong. Zij werd aanbeden door Tannhäuser en zijn opponent Wolfram van Eschenbach. Tijdens de ontmoeting met Tannhäuser ontwaarde zij gevoelens van zinnelijkheid maar haar ideaal lag bij de opvattingen hierover bij Von Eschenbach, die zij echter niet toestond in haar nabijheid te komen. De sopraan maakte met haar openingsaria ‘Dich teure Halle, grüst ich wieder’ al een grote indruk. Ze beschikte over een warme volumineuze stem die de zaal geheel vulde. Haar innemende persoonlijkheid sloeg over op het publiek dat na haar grote aria aanzette tot een applaus wat zeer ongebruikelijk is bij een doorgecomponeerde opera van Wagner.
Het bijna honderdkoppige koor stond als een huis. Krachtig tijdens de entree van de zangerswedstrijd en terughoudend tijdens de pelgrimstocht naar Rome. Koorleider Gerhard Michalski beschikt over gedisciplineerde zangers die zich moeiteloos aanpasten aan de omstandigheden.
De vraag die na deze uitvoering rijst is of er een tweedeling ontstaat bij het operapubliek. Een groep die van het experiment houdt en zich wil laten verrassen door het regietheater en een groep die er de voorkeur aan geeft door intensivering van het lezen en doorgronden van het libretto, aansluiting te vinden bij de muziek. Voor beide richtingen is een inspanning nodig, zeker om het werk van een componist als Wagner dat vele lagen kent te kunnen doorvorsen.
Hoe dan ook, ik heb optimaal genoten.

Advertenties

Read Full Post »

Salomé oogst in Duisburg nauwelijks applaus

Drukte in de huiskamer

Drukte in de huiskamer

Met een doffe knal schoot Salomé zichzelf dood tijdens de laatste noot van de gelijknamige opera. Daaraan vooraf beroofde ze iedereen die zich in haar onmiddellijke omgeving bevond van het leven. De toeschouwers konden het maar matig waarderen want te veel bloed op het podium is toch iets waar de toeschouwers niet op zitten te wachten.

De première van Salomé van Richard Strauss was op 9 december 1905 in Dresden. Die veroorzaakte, evenals veel uitvoeringen daarna in andere grote operahuizen, meteen een schandaal. Niet alleen omdat de componist de grenzen van het tonale toonstelsel overschreed, maar vooral omdat de opera, naar het gelijknamige toneelstuk van Oscar Wilde, werd ervaren als een pervers stuk. De 37 jarige dramatische Wagnersopraan Marie Wittich, die de rol van Salomé vertolkte, weigerde toen bovendien het hoofd van Jochanaan, gemaakt van papier-marché, te kussen uitroepend: ‘Ich bin ein anständige Frau’. Haar zwaarlijvigheid verhinderde haar ook nog de sluierdans uit te voeren. Daarvoor werd de hulp van een danseres ingeroepen.

Op zaterdag 18 mei was er in Duisburg na afloop nauwelijks applaus. Dat lag beslist niet aan het enthousiast spelend Duisburger Philharmoniker onder leiding van Wen-Pin Chien. Ook niet aan de inzet en zangcapaciteiten van de zangers waarin de met groot uithoudingsvermogen zingende Britse dramatische sopraan Morenike Fadayomi excelleerde als Salomé. Dat deed ook de tenor Wolfgang Schmidt die de partij van de walgelijke Herodes, tetrach van Judea, voor zijn rekening nam. Hij ging uitstekend om met het ‘Sprechgesang.’ Wat ging er dan mis in deze uitvoering van een opera die de laatste decennia door velen, ook door mij wordt gewaardeerd.? Vermoedelijk hadden het publiek en ondergetekende problemen om grip te krijgen op de regie van dit Bijbelse verhaal. Wellicht had een toelichting van de regisseur de toeschouwers kunnen vertellen wat hem er toe bracht om met behoud van de originele tekst het drama te verplaatsen van een van de residenties van Herodes Antipas in Perea naar een huiskamer van een burgergezin in deze tijd. Het podium was ingericht als een grote woonkamer waarin zich een levensgroot tapijt, een breed bed, een tafeltje met alcoholische dranken en een grote fauteuil bevond waarop men niet alleen zat maar ook als het de protagonisten te pas kwam, danste. Aan de muur hing een tv waarop zo nu en dan live beelden van de voorstelling te zien waren. Op het podium speelden zich verwarrende beelden af. Op de bodem van het podium zat een luik waar uit Jochanaan (de Poolse bas-bariton Tomasz Konieczny) te voorschijn kwam. Daar was dan wel een speciale, storende oprolsessie van het tapijt voor nodig. Salomé kwam in deze voorstelling niet over als een prinses maar als een verwende tiener uit een burgergezin opgevoed door een perverse stiefvader en moeder. De meeste protagonisten ervoeren de grote seksuele aantrekkingskracht van deze puber. Vooral haar stiefvader Herodes die van haar een sexy toenadering verlangde. Salomé, met haar lesbische neigingen, wilde daar niets van weten. Zij verafschuwde hem maar had het wel gemunt op de in haar ogen aantrekkelijke Jochanaan. Zij verlangde er op buitensporige wijze naar hem aan te raken en zijn mond te kussen. Haar aandacht voor deze man wond de andere protagonisten zodanig op dat er op het podium een geladen maar ook onprettige sfeer ontstond. Het beperkte speloppervlak en de constante aanwezigheid van veel protagonisten die allemaal in een permanente staat van opwinding verkeerden, zorgde voor te weinig rustpunten in deze uitvoering. De slotscène was voor mij een totale verassing. De door de tetrach opgeëiste sluierdans van Salomé was vervangen door een geregisseerde voorstelling door Salomé. Een aantal protagonisten voerde elke 25 seconden een act uit waarin op spottende wijze een erotische scène werd uitgebeeld die door Herodes werd gefilmd. Geen sluierdans dus, maar wel visuele opwinding voor Herodes. Daarna zong Salomé haar grote slotaria ondertussen dood en verderf zaaiend. Iedereen die haar te na kwam stak ze zonder pardon dood. De beul die Jochanaan zou onthoofden was vervangen door de zangeres zelf die de man doodschoot. Ook haar vader, die schildwachten het bevel gaf om zijn dochter te doden kreeg geen voet aan de grond. Zonder enige gêne ontfermde ze zich over het hoofd van Jochanaan en kuste langdurig zijn mond. Haar lusten waren bevredigd. Wat moest ze nog meer in dit decadente perverse leven? Niets! Dus restte haar nog slechts het aanzetten tot zelfmoord van haar moeder en het neerschieten van haar stiefvader en tot slot een aanslag op haar eigen leven door zelfmoord.
Het bleef na afloop seconden lang stil in de zaal. Een flauw applausje was het enige wat de toeschouwers nog over hadden voor de goede prestaties van de gemotiveerde zangers en orkest. Mijn conclusie is dat de mislukte regie van Tatjana Gürbaca en de niet passende decors van Klaus Grünberg verantwoordelijk waren voor een teleurstellend totaalplaatje. Het was me het avondje wel!

Read Full Post »

Nabucco trekpleister voor volle zaal

Placido Domingo en Liudmyla Monastyrska

Placido Domingo en Liudmyla Monastyrska

Het was een lastige keus maandagavond 29 april jl. Zoals vorige jaren naar ‘Tilburg Zingt ‘ gaan of naar de Euroscoop die een uitvoering toont van opera Nabucco opgevoerd door het gezelschap van Covent Garden in Londen. Ik koos voor dat laatste in de veronderstelling dat er nog voldoende kaarten te krijgen waren. Nou, ik had geluk, want het laatst beschikbare kaartje was voor mij. Ik had me al een tijdje geleden voorgenomen niet meer naar Nabucco te gaan. Ik ken het werk immers uit mijn hoofd door de vele uitvoeringen die ik zag. Het leek genoeg zo. Maar weer kon ik het niet laten. Het werk van Verdi trekt me nog steeds als een sterke magneet aan. De wetenschap dat de beroemde tenor Placido Domingo de baritonrol van Nabucco zou zingen was voor mij een reden te meer om er heen te gaan. Ik kreeg er geen spijt van want Domingo, die pas sinds kort twee baritonrollen zong van Verdi, namelijk die van Simon Boccanegro en Rigoletto, was dit keer vocaal beter op dreef dan bij die eerste twee opera’s. Hij trof in de sopraan Liudmyla Monastyrska een uitstekende partner die de rol van protagonist Abigail, de dochter van Nabucco, invulde. Een rol die de vroegere tweede echtgenote van Verdi, Giuseppina Strepponi, zong tijdens de première in 1842. Vader en dochter vochten vanaf het tweede bedrijf om de macht. Dat ging er heftig aan toe. Beiden acteerden op een hoog niveau. Van Domingo mag je dat verwachten want de 72 jarige populaire sterzanger barst nog van de energie en blijkt ook conditioneel zijn mannetje te staan. Monatyrska uit de Oekraïne maakte pas twee jaar geleden haar debuut in Covent Garden als late vervanger in de rol van Aida. Nu is zij een van de meest gevraagde sopranen in het zangerscircuit. Het kan snel gaan! Met Domingo vocht zij een schitterend vocaal gevecht uit om de macht in Babylon. Dat leek zij aanvankelijk ook te winnen. Nabucco had ten overstaan van zijn manschappen de goden van Babylon en de Hebreeërs belastert en van hen geëist dat men hem als God aanbad. Hij werd onmiddellijk daarvoor gestraft want een bliksemstraal velde hem en hij verloor even zijn bewustzijn en zijn kroon. Die prijkte enkele seconden later op het hoofd van zijn opstandige dochter Abigail die haar vader toe riep dat hij haar gevangene was. Domingo bleek juist in deze scène over voldoende vocale kracht en nuancering te beschikken om de toeschouwers een groot aantal ontroerende momenten te bezorgen. Vooral toen hij als Nabucco op zijn knieën Abigail om genade smeekte en haar vroeg zijn macht intact te laten. Dat was Verdi op zijn best. In positieve zin viel ook de veteraan Robert Lloyd op die als priester van de afgod Baal, dankzij zijn volumineuze stem, autoriteit uitstraalde. Daar had Vitalij Kowaljow, als de hogepriester van de Hebreeërs Zacharias van de Joden, aanvankelijk meer moeite mee. Pas na de pauze leek hij beter ingezongen. Andrea Caré en Marianna Pizzolato vertolkten respectievelijk de rollen van Ismael en Fenena naar behoren.

Nabucco is vooral bekend als de opera waarin het slavenkoor een prominente rol speelt. Verdi componeerde de opera in 1842. Daarmee kwam hij terug op zijn aanvankelijke weigering om nog ooit een opera te componeren. Zijn eerste echtgenote en zijn twee kinderen waren gestorven en zijn tweede opera ‘Un Giorno di Regno’ (een dag koning) was in 1839 geflopt. Toen hij het libretto van Nabucco onder ogen kreeg en de tekst las die hij later zou gaan gebruiken voor het slavenkoor, besloot hij toch Nabucco te componeren. Die melodie die hij voor de onderdrukte Hebreeërs schreef, werd door de Italianen opgevat als een nationale hymne. Zij zongen het koorwerk op straat en bij andere gelegenheden om hun verlangen naar een eenheidsstaat tot uitdrukking te brengen. Gevoelens van opstandigheid, ingehouden woede en de wil tot overleven klinken er in door. Pas in 1860 lukte het van Italië één natie te maken. Ik maakte nog niet mee dat applaus ontbrak na het zingen van het slavenkoor.
Dirigent Nicola Luisotti leidde het orkest van het operahuis met vaste hand. Regisseur Daniele Abbado had het drama verplaatst naar de jaren veertig waarin de Jodenvervolging tijdens wereldoorlog II een zwarte bladzijde vormde in de geschiedenis. Het van oorsprong Bijbelse drama speelde zich op het podium af in een semi moderne stijl waarbij gebruik werd gemaakt van videobeelden die mij niet konden bekoren omdat ze te weinig pasten bij wat zich elders op het podium afspeelde. Jammer dat de kostuums van de strijdende partijen te veel op elkaar leken wat verwarrend werkte. Mijn conclusie na afloop was dat ik vermoedelijk wel weer naar een volgende Nabucco zal gaan. Dat leer ik niet meer af. Of Placido Domingo nog een vierde rol als bariton zal gaan zingen wacht ik met spanning af.

Read Full Post »