Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2013

Jamie Barton wint de Double in Cardiff.

winnares Jamie Barton

winnares Jamie Barton

Jamie Barton won zondag de BBC Cardiff Singer of the World Competition. Zaterdag was ze door de zevenkoppige jury uitgeroepen tot winnaar van de Songprize. Daar voegde ze een dag later ook nog de Operaprize aan toe. De jury bestond o.m. uit de stersopraan Kiri te Kanawa, de mezzo-sopraan Felicity Palmer, de tenor Neil Shicoff en operadeskundige bij uitstek Nicholas Payne. Zij moesten bepalen welke zanger of zangeres liet horen over de grootste muzikaliteit te beschikken, het meest opwindend en kleurrijk te kunnen zingen en wiens techniek boven alle twijfel verheven was. Bovendien werd van de winnaar verwacht in staat te zijn de emoties van een gezongen aria geloofwaardig over te brengen aan het intens meelevende publiek door een goede tekstbehandeling en fysieke uitstraling.

De Amerikaanse mezzo sopraan Jamie Barton voldeed volgens de deskundige jury uitstekend aan deze criteria.

De toeschouwers en de kijkers van BBC 4 hoorden en zagen een 31 jarige zangeres de sterren van de hemel zingen. In de operafinale zong zij aria’s uit Adrana Lecouvreur van Cilea, de heksrol uit Hänsel und Gretel van Hümperdinck, een lied van Sibelius en tenslotte de beroemde aria  ‘Je vais mourir’, uit Les Troyens van Berlioz. Haar omvangrijke gestalte was geen hinderpaal om fysiek een goede acteerprestatie neer te zetten. In tegendeel Jamie bracht in de prachtige zaal van Cardiff haar emoties overtuigend over bij het publiek met haar ogen en gebaren. In Humperdincks aria toonde ze groot gevoel voor humor en in de andere aria’s legde ze ook haar hele ziel en zaligheid bloot. Haar surplus aan volume, haar prachtige frasering en haar zuiverheid, ook in de lage tonen, waren voldoende om de jury over de streep te trekken. Daar stond ze dan met een lach van mond tot oren, overgelukkig met haar prijs. En dat twee dagen na elkaar! Zij was de eerste vrouwelijke deelnemer in de 30 jarige geschiedenis van deze competitie die daar in slaagde.

Velen zien in Barton een diva die spoedig als solist in de Metropolitan van New York zal optreden. Zo ver is het nog niet. In de zomer van 2007 maakte zij haar professionele debuut in La Traviata in de rol van Anina in het Opera Theater van St.Louis. De zangeres zong de laatste jaren wel al belangrijke bijrollen in Die Meistersinger von Nürnberg, Borus Goedoenov. La Traviata, Rigoletto enz. Een gouden toekomst lijkt op haar te wachten.

De Italiaanse dramatische sopraan Teresa Romano (28) maakte op mij ook een grote indruk. Met grote passie bracht zij aria’s voor het voetlicht uit Le Cid van Massenet, Mefistofele van Boito en de beroemde slotaria ‘Pace, pace mio Dio’ uit La forza del destino van Verdi. Het waren aria’s met grote emoties vertolkt door een zangeres die al in grote Italiaanse operahuizen rollen zingt en ongetwijfeld verder haar weg zal vinden.

De Kroaat de bas-bariton Marko Mimica (25) beviel me wat minder. Zijn aria’s van Mozart en Verdi ontbeerden de nodige spanning. Vooral de aria van Atilla had ik liever horen zingen door een wat diepere bas.

De mezzosopraan Daniela Mack (31) koos voor aria’s uit Sapho van Gounod, Idomeneo van Mozart en La Cenerentola van Rossini. Het waren niet de gemakkelijkste aria’s. Het publiek beleefde het meeste plezier aan haar laatst muzikale bijdrage,

Sopraan Olena Tokar (25) uit de Oekraïne bleek een charmante zangeres die het meest indruk maakte met het lied van de Maan uit de opera Rusalka.

De Joan Sutherlands prijs werd door het publiek gegund aan de Britse zanger Ben Johnson die finalist was in de liedfinale.

Van de 400 ‘jonge’ zangers die deelnamen aan de strijd om de Liedprijs en de Operaprijs brachten het er acht tot de twee finales. Twee zangers zongen in beide finales.

Een interessante vraag is wie we de komende jaren zullen terug zien op de grote opera podia.

Advertenties

Read Full Post »

2 etages in Die MeisterSinger

2 etages in Die Meistersinger

In juni 1995 zag ik voor het eerst Wagners opera Die Meistersinger von Nürnberg. De toen nog jonge dirigent Hartmut Haenchen dirigeerde en de vermaarde Harry Kupfer regisseerde. Ik herinner me niet veel meer van de beelden maar wel bleef me bij dat ik een bijzondere voorstelling had meegemaakt. Nu, 18 jaar later, weer in het Muziektheater in Amsterdam ben ik present bij de nieuwe productie van Wagners komische opera. Die Meistersinger bevat, behalve een lofzang op de Duitse cultuur, een liefdesintrige die speelt tijdens de voorbereiding van een traditionele zangwedstrijd in Nürnberg in de 16e eeuw. Opnieuw beleefde ik een bijzondere voorstelling dankzij het vakmanschap van dirigent Marc Albrecht, die het Nederlands Philharmonisch orkest naar grote hoogte stuwde, en de creativiteit van de Amerikaanse regisseur David Alden die het werk verplaatste naar het begin van de 20e eeuw. Hij maakte daarbij goed gebruik van verschillende decor- en kostuumontwerpers. Alden maakte het zich vooral in de massascènes niet al te gemakkelijk. Zo stonden in het laatste bedrijf meer dan honderd personages op het podium voor een spectaculaire act en moesten die zich ook nog enigszins kunnen verplaatsen.

Maar laat ik bij de aanvang beginnen. De sprankelende feestelijke ouverture, destijds misbruikt door de nazi’s voor hun verwerpelijke propaganda, werd onmiddellijk gevolgd door een prachtig contrasterende koorscène uitgevoerd door in donkere kostuums gestoken kerkgangers. Niet direct opwekkend maar wel indrukwekkend. Daarna ontspon de opera zich als een opgewekte komedie waarin de personages gebruik maakten van kleine danspasjes, vertraagde bewegingen en andere grappige gebaren. Wagner componeerde voor deze opera muziek die soms deed denken aan kamermuziek. Zijn compositie leek ook te verwijzen naar de oude barokmuziek. Het geheel straalde een lichtheid en transparantie uit die deze opera nodig heeft. Wagner maakte ook gebruik van het Sprechgesang. Voor aria’s in de Romaanse stijl voelde hij al lang niets meer. Alleen het winnende ‘Preislied’ doet nog belcanto-achtig aan. Wel wordt de muziek in de loop van de voorstelling steeds melodieuzer en boeiender en doet niet langer denken aan goden, dwergen en psychologische haarkloverij. Wagner schreef niet voor niets deze opera (première in 1868) als reactie op zijn meesterwerk de in en in trieste Tristan en Isolde (1865). Het werk staat bol van charmante en scherpe sarcastische uitlatingen. Van dat laatste heeft het personage Sixtus Beckmesser veel last. Van deze in Stuttgart in aanzien staande man blijft na afloop van de wedstrijd geen spaan heel. Hij verliest niet alleen zijn status door bedrog maar ook zijn hoop om te kunnen trouwen met Eva, vertolkt door de solide zingende sopraan Agneta Eichenholz. Zij is de dochter van een goudsmid die er op staat dat zij trouwt met de winnaar van de zangwedstrijd. De Oostenrijkse bariton Adrian Eröd maakte zijn rol als Beckmesser helemaal waar door zich op te stellen als een rivaal van de ridder Walther von Stolzing. Deze laatste rol werd fantastisch gezongen door de Italiaans Duitse tenor Roberto Sacco. Wat een ongelofelijk heldere, volumineuze, prachtig getimbreerde stem heeft deze man. Moeiteloos en energiek liet hij zien over een sterke persoonlijkheid te beschikken. Dat moet ook wel, want deze protagonist heeft, aangemoedigd door de oude meester Hans Sachs, de euvele moed om omwille van de hoofdprijs, de bruidegom van Eva, te worden, zonder opleiding deel te nemen aan de zangerswedstrijd. Natuurlijk neemt Wagner ook in deze komische opera de gelegenheid te baat om traditie en oude voorschriften onder kritiek te stellen en de vraag op te werpen of men vernieuwingen moet doorvoeren. Ook stelt hij zich de vraag, via een scène uit het eerste bedrijf tijdens een discussie tussen de twaalf Meesters, in hoeverre het zinvol is om toeschouwers en leken een stem te geven bij het nemen van een beslissing door een jury die uit vakmensen bestaat. Ook de slotaria van Hans Sachs, door velen bekritiseerd vanwege zijn eenzijdige lof voor de Duitse kunst, geeft te denken. Hij doet een beroep op iedereen om de kunst hoog te houden want ‘ boze listen bedreigen haar’, aldus Sachs. Wellicht is dit een aandachtspunt voor onze politici nu de kunsten zwaar te leiden hebben onder de bezuinigingen. De historische Hans Sachs, de lutheraanse schoenlapper schreef meer dan 4000 liederen. Hij is een van de 12 meesters en vervult in die Meistersinger de rol van een oude wijze man. Ook hij is net als Sixtus Beckmesser en Walther von Stolzing verliefd op Eva. Hij ziet af van deelname aan de wedstrijd omdat hij ziet dat Walther en Eva straalverliefd zijn op elkaar en hij hun geluk niet in de weg wil staan. De loodzware rol van Hans Sachs zong de Amerikaanse bas-bariton James Johnson. Hij zette hem neer als een wijze, bescheiden man die zich terecht wel opwond tijdens de indrukwekkende monoloog ‘Wahn, Wahn, überall Wahn’, gezongen nadat zijn stadgenoten rollebollend over straat gingen. Dat gebeurde na een incident waarbij behalve de al genoemde protagonisten ook de goed zingende Sarah Vastle als Magdalena en Thomas Blondella als David bij waren betrokken.
Nog een enkel woord over de decors van Gideon Dave. Met de ruimten op het podium was door Dave heel creatief omgegaan. Soms maakte hij gebruik van twee etages. De decors waren zo flexibel ingericht dat ze voor verschillende scènes toepasbaar waren. Voor de Meesters was een prachtige vergaderruimte ingericht op de onderste etage. De zangwedstrijd zag er behoorlijk ouderwets uit. Je zag dat traditie, een verouderd zangplatform en grote potten bier op lange tafels voor een sfeer van burgerlijkheid en plezier zorgde. De outfit van de protagonisten van Jon Morell mocht er ook zijn. Hij stak de aristocratie van Stuttgart in zwarte kleding en gaf hen indrukwekkende hoofddeksels. De lagere klassen moesten het doen met eenvoudige sjofele kleding.

Meer dan vijf uur en een half uur later na het aanvangstijdstip stond ik weer op straat met het gevoel genoten te hebben van een klucht van Richard Wagner waarvan je niet kunt ontkennen dat het nationalistisch is gekleurd.

Wel liet mij bij het verlaten van het theater de vraag niet los hoe het toch mogelijk is dat de goudsmid Veit Pogner zijn dochter als prijs beschikbaar stelt voor het winnen van een zangwedstrijd. Gekker kan het niet worden. De uitstekende vertolker Alastair Miles weet er misschien meer van! Oh, ik vergeet het bijna te vermelden: Eva mag de winnaar weigeren als ze hem niet bevalt. Maar dat was gelukkig niet het geval. Eind goed, al goed!!

Read Full Post »

Bloedeloze Tosca in Tilburg.

Cavaradossi en Tosca in een omhelzing

Cavaradossi en Tosca in een omhelzing

Zaterdag 1 juni zag ik in de Schouwburg van Tilburg een uitvoering van Tosca (1900) van Giacomo Puccini (1858-1924). Deze opera is gebaseerd op een toneelstuk (1887) van de Franse schrijver Victorien Sardou. Hij schreef zijn Tosca speciaal voor de beroemde actrice Sarah Bernardt. Het was een heel geschikt stuk om om te werken tot een operalibretto . Het richt zich voornamelijk op de terreur van politiechef Scarpia tegenover de van libertijnse sympathieën verdachte kunstschilder Cavaradossi en de enorme jaloezie van Tosca ten opzichte van haar minnaar Cavaradossi. Beide conflicten zijn door de librettisten Illica en Giacosa verstrengeld in een thrillerachtig drama vol heftige dialogen en een bloedstollende handeling. Jammer genoeg zag ik van dat laatste niet veel terug in de uitvoering van Opera Zuid. Ik onderging geen kippenvel momenten omdat voornamelijk tussen de protagonisten Scarpia en Tosca op de momenten dat het er op aan kwam het heilig vuur ontbrak. Daardoor kwamen de toch heel mooie melodieën die de opera bevat niet tot zijn recht. De ingevallen sopraan Capucine Chiaudani had te weinige volume en een te scherpe toon in de hoogte om de sympathie van de toeschouwers te verwerven. Zelfs de beroemde aria ‘Vissi d’ arte, vissi d’ amore’ leverde de Italiaanse slechts een mini applausje op. De bariton Daniel Henriks deed zijn best om de barbaarse politiechef uit te beelden. Maar ook hij groeide niet uit tot het personage, dat je vanwege zijn minachting geuit in  vocaal en fysiek geweld tegen Tosca en Cavaradossi uit woede van het podium zou willen trekken. De tenor Adriano Graziani zong en speelde zeker op een aanvaardbaar niveau. Zijn stem klonk welluidend en hij zong de bekende aria’s ‘Recondita armonia’ en ‘E lucevan le stelle’, voor de meeste operaliefhebbers toch de paradepaardjes van deze opera, met allure.

Positief was de rol van het Brabants orkest onder leiding van de Noor Stefan Veselka. Hij zorgde voor het bekende Puccini geluid en ondersteunde de solisten goed. De decors waren eenvoudig en vervaardigd van hard plastic. De overgang tussen het eerste en tweede bedrijf ging gepaard zonder sluiting van het gordijn en was in een handomdraai gerealiseerd. In twee seconden was de Sant Adrea kerk omgebouwd in het Palazzo Farnese. Dat was wel even wennen. De regie was in handen van Nicola Glück. De scènes waren heel begrijpelijk al snapte ik niet echt wat het als maar rondrennen van de zus van de ontsnapte politieke gevangene Angelotti moest betekenen. Vermoedelijk wilde zij door haar angstige gedrag, wanneer ze in de buurt kwam van Scarpia, laten zien dat hij een schurk is waarvoor je moet oppassen. Dat was niet echt nodig want Puccini heeft opzettelijk Scarpia een mooi gepolijste opera onthouden en het beroemde Scarpiamotief met de drie heftige akkoorden BES-As-E aan het begin van de opera voorspelt al niet veel goeds over dit kwalijke heerschap. Een aardig gevulde zaal verdiende wel een iets betere uitvoering. Volgende keer dan maar!

Read Full Post »