Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2013

Het einde van De Ring in Amsterdam is nabij

Kurt Rydl als Hagen

Kurt Rydl als Hagen

Het was weer een feest om in het Muziektheater van Amsterdam te zijn. Voor de vijfde keer zag ik het slotstuk van Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner. Niet dat dit werk nu zo feestelijk eindigt, want in Gōtterdämmerung gaat in de finale het Walhalla van de goden in vlammen op. Maar nadat ik ook in het buitenland een aantal keren de Ring zag, prijkt de Amsterdamse voor mij in rangorde op de eerste plaats. Die geweldige productie telkens te mogen meemaken voelde als een feest. Dat is vooral te danken aan de inspanningen van meester regisseur Pierre Audi, de ervaren decorbouwer  George Tsypin en dirigent Hartmut Haenchen. Wanneer op 14 februari 2014 ’s avonds laat de laatste tonen van Götterdämmerung gaan klinken, zullen veel mensen al heimwee voelen opkomen want zij herinneren zich dan Wagners woorden ‘ Das ewige Werk ist vollendet.’ Deze productie, gestart in 1996 gaat definitief in de mottenballen.

De voorstelling van de vierde opera van de cyclus leek woensdag jl te beginnen met een lichte teleurstelling door de aankondiging dat stersopraan Catherine Foster niet helemaal bij stem was maar toch zou zingen. Van haar ongemak heb ik gelukkig niet veel gemerkt. Wellicht zong ze aanvankelijk iets meer terughoudend dan ze gewend is, maar in de lastige, lange slotscène werd het iedereen duidelijk waarom ze dit seizoen in Bayreuth ook de rol van Brünnhilde zong. De tenor Stephen Gould nam de andere hoofdrol voor zijn rekening. Hij was een geweldige Siegfried die zich vooral onderscheidde met zijn prachtige vertelling in het vierde bedrijf. Die deed zeker even denken aan belcantozang. Hij doet aan de mannen van Hagen kond over de wijze waarop hij een draak heeft verslagen en daardoor in  het bezit kwam van de Ring en de Tarnhelm. Hij vertelt hen ook dat hij daarna op een berg een vrouw, Brünnhilde, vond die in een diepe slaap was verzonken en hoe hij haar wakker kuste. Deze laatste bekentenis werd zijn dood omdat Hagen van mening was dat hij Siegfried mocht straffen wegens een meineed. Hagen wordt al zo lang deze productie duurt gezongen door de diepe bas Kurt Rydl. Hij kent die rol als geen ander. Het is prachtig om te zien hoe Hagens wreedheid en bedrog zijn weerslag vinden in Rydls fysieke uitstraling, zijn volume en dictie al is er soms sprake van enige overacting. Het overleg tussen de zusters Waltraute en Brünnhilde was vooral vocaal een succes. Waltraute probeerde haar zus over te halen afstand te doen van de Ring ten gunste van de Rheindochters om de ondergang van de goden en de wereld te redden. Maar het liefdesgeschenk van Siegfried was Brünnhilde te waardevol om het af te staan. Catherine Foster en Michaela Schuster zorgden voor een heel spannende

dialoog. De Belgische bas-bariton Werner van Mechelen maakte met zijn dictie net als in Siegfried opnieuw indruk als Alberich. Zijn rol lijkt uitgespeeld na de dialoog met zijn zoon Hagen waarin hij probeert Hagen te motiveren de Ring te bemachtigen die hij zelf door toedoen van Wotan verloor. De koorscènes in de tweede en derde acte met een gestileerde choreografie, die ik elders nog niet tegenkwam, deden denken aan de Grand Opéra. Dat gold ook voor het optreden van de drie Nornen en de drie Rijndochters.

De complimenten aan het adres van het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Hartmut Haenchen kunnen niet groot genoeg zijn. Wagners orkestmuziek is de basis waarop tijdens de Ring wordt gezongen en geacteerd. De zeggingskracht van het orkest is in deze unieke Ring in de loop van de jaren alleen maar toegenomen. Haenchen heeft alle uitvoeringen met groot enthousiasme geleid.

Deze productie van de Ring des Nibelungen was de eerste Ring ooit in ons land. Om deze eclatante uitvoering tot stand te brengen moest veel gebeuren: zangers moesten worden getraind om op de dirigent te reageren vanaf allerlei posities op de Bühne, het orkest moest wennen aan haar wisselende posities op het podium, het speelvlak moest worden uitgebreid met een catwalk waardoor de zangers meer dan eens op enkele meters afstand van het publiek zongen. Het samenstellen van een cast was ook niet eenvoudig. Wie herinnert zich nog de eerste cast met John Bröcheler als Wotan, de enorme artiest Graham Clarke die de rol van Mime een eigen invulling gaf? U kunt ze nog bewonderen op de uitgegeven dvd’s. De castwisselingen bij de reprises waren succesvol. Zo werd om een voorbeeld te geven de rol van Siegfried  in de loop van de jaren gezongen door Heinz Kruse, Stig Andersenen en nu dus door de Duitser Stephen Gould. Veel mensen hebben deze Ring omarmd. Meerderen hebben Wagner en zijn meesterwerk in het Muziektheater ontdekt. Het is afgelopen met deze Ring. De decors zijn helaas versleten. In overweging wordt genomen om Die Walküre nog een vervolg te geven.

Het woord trots neem ik niet graag in de mond maar met recht kunnen alle mensen die jarenlang aan deze Ring meewerkten trots terugkijken op wat tot stand is gebracht. U hebt nog twee kansen om de integrale Ring te zien. Grijp ze als het in uw vermogen ligt. De eerste cyclus begint op 29 januari 2014, de tweede op 7 februari 2014.

Advertenties

Read Full Post »

Vurige, jaloerse Tosca delft het onderspit

Patricia Racette als Tosca

Patricia Racette als Tosca

Zondagmorgen 11.00 uur. In de bioscoop van Pathé zien circa 90 mensen de eerste satellietbeelden vanuit de Met van de opera Tosca van Puccini (1858-1924). Ze horen de eerste schrille tonen die verwijzen naar de akelige politiechef Scarpia die slechts twee doelen nastreeft. Het eerste is de ontsnapte politieke gevangene Angelotti en de kunstschilder Cavaradossi zo spoedig mogelijk aan de galg laten hangen. Het tweede door afpersing de minnares van laatstgenoemde  Floria Tosca in zijn armen sluiten. Na de schrille tonen weet Puccini zijn toehoorders te boeien met prachtige aria’s en duetten die de romantiek weer doet herleven. Dat de operadiva Tosca tijdens de laatste noten van de beruchte Engelenburcht in Rome springt  de dood tegemoet heeft direct te maken met haar naïviteit en goedgelovigheid. Zij laat zich bedriegen door de perverse Scarpia, die niet schroomt  te bekennen dat een gewelddadige verovering van een vrouw hem beter smaakt dan een honingzoete toestemming. Scarpia wendt voor haar gevangen genomen minnaar Cavaradossi te redden op voorwaarde dat zij zich aan hem geeft. Cavaradossi zal een schijnexecutie ondergaan en met zijn minnares Tosca een vrijgeleide krijgen. Als Tosca dit document eenmaal in handen heeft vermoordt zij haar overweldiger met een gerichte dolkstreek in het hart. Er vloeit veel bloed. Tosca licht Cavaradossi in over hun herwonnen vrijheid na de schijnexecutie. Even later blijkt het een werkelijke executie blijkt te zijn. Tosca is in de val gelopen van de man die zij om het leven bracht. Haar rest niets anders dan zelfmoord nu de handlangers van Scarpia haar op de hielen zitten.

Thriller. Zie daar in een notendop het verhaal van een bloedstollende thriller. Je moet er maar de juiste cast voor hebben die de zaal in vuur en vlam kan zetten. De Metropolitan opera is daar zeker in geslaagd. Om te beginnen met de titelrol. Die nam Patricia Racette voor haar rekening. Op 22-1-2010 maakte Racette haar debuut als Tosca. Deze dramatische sopraan vertelde blij te zijn met haar rol. Dat was te merken. Ze ging er helemaal in op en zette een zeer sensibele (misschien wel iets te), vurige Tosca op het podium. De vonken spatten er van af. Haar jaloezie kende geen grenzen bij de herkenning van een andere vrouw die door haar minnaar was geschilderd. Dat ging zo ver dat zij van haar vriend meerdere keren eiste dat hij de blauwe ogen van haar imaginaire rivaal zou veranderen in haar zwarte. Vooral in het tweede bedrijf was Racette geweldig op dreef tijdens haar dialoog met Scarpia en ze vertolkte haar aria ‘Vissi d’ arte’ subliem. Die kunt u trouwens op YouTube nog eens horen. De bariton George Gagnidze kwam fysiek over als een stevige politiechef maar zijn stem klonk soms wat te dunnetjes. Hij zette zijn charmes onvoldoende in om de valse avances ten opzichte van Tosca waar te maken. Dat Puccini weigerde om de schurk een mooie aria te gunnen is algemeen bekend. De tenor Roberto Alagna was een Cavaradossi met twee gezichten. Net als tijdens zijn interview in de pauze kwam hij ook in het eerste bedrijf over als een wat oppervlakkige machoachtige figuur. Zoals iedere tenor in deze rol kreeg hij zijn applaus na de aria ‘Recondita armonina.’ Pas in het tweede bedrijf komt Alagna echt op dreef en in het derde matcht hij prima met Patricia Racette. Zijn aria’ E lucevan le stelle’ werd helder en doordringend gezongen en het daarop volgende duet met Racette liet je op de punt van je stoel zitten. Een goed gezongen rol was die van Richard Bernstein. Deze  zanger is al 19 jaar verbonden aan de Met. Hij was een uitstekende Angelotti wiens rol beperkt bleef tot het eerste bedrijf. Dirigent Riccardo Frizza en het orkest van de Met kregen hun verdiende applaus.

Regie. De regie van deze Met productie was van de 64 jarige Zwitser Luc Bondy. Hij heeft talloze opera- en filmproducties op zijn naam staan maar in New York zijn er nog tallozen die terugverlangen naar de productie van de beroemde 90- jarige Italiaan Franco Zeffirelli. Maria Callas zong in deze wel zeer realistische uitvoering in 1964 voor het laatst haar Toscarol in Covent Garden. Zover ik weet heeft men pas twee jaar geleden definitief afscheid genomen van de toen gebruikte decors. Die van de huidige uitvoering waren niet verrassend behalve de indeling van het podium in het tweede bedrijf. Dat kwam rommelig over waardoor de martelscène van Cavaradossi minder goed tot zijn recht kwam.

Samenvattend: Deze uitvoering van Tosca was uitstekend. Voor zover ik heb kunnen waarnemen zag ik na afloop louter tevreden mensen.

Read Full Post »

 

De-NeusStel u voor dat u naar de kapper bent geweest en de volgende dag vindt de barbier een neus in een vers gebakken stuk brood en u wordt wakker en u mist uw neus. Ik neem aan dat u dan behoorlijk van slag bent, niet meer weet wie u precies bent en het moeilijk vindt om anderen onder ogen te komen. Ten einde raad probeert u de politie en de plaatselijke krant in te schakelen om uw neus op te sporen. Dan blijkt dat hulpverleners smoesjes bij de hand hebben en weigeren om u te helpen. Er zijn grotere belangen! De neus wenst kennelijk een zelfstandig bestaan te leiden en weigert op uw gezicht terug te keren. Maar op een zeker moment wordt het reukorgaan gevonden. Om een lang verhaal kort te maken: Uiteindelijk loopt het goed met u af. De Neus wordt thuisbezorgd, de bezorger eist zijn fooi op en u voelt zich weer gelukkig. Iets dergelijks overkwam majoor Kovaljov. U kon het mee beleven in de bioscoop van Pathé want de productie van ‘De Neus’ van William Kentridge, gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Nikolaj Gogol (1809-1852) werd door de Metropolitan Opera van New York de wereld in gestuurd. Veel toeschouwers kwamen er in Tilburg niet op af. Zelfs diehards waren niet te vermurwen om de creativiteit van de beelden op een groot scherm te ervaren en de penetrante muziek van de componist Shostakovitsj (1906-1975) te verwerken. Zeker, de toeschouwers kregen behalve het leed van de majoor heel wat te verwerken. Geen muziek die je thuis via je cd speler in een verloren uurtje even beluistert. Shostakovitsj, componist van symfonieën en strijkkwartetten schreef slechts drie opera’s. De eerste ‘De Neus’ ging in première in 1930 in St. Petersburg. Het werk heeft een avant-gardistisch karakter. Het libretto is surrealistisch, humoristisch en sarcastisch. De dieper liggende betekenis van dit libretto van Zamjatin, Jonin, Prejs en de componist zelf betreft de kritiek op het communistische regiem in de tijd van Stalin. Die werd door de Russische machtshebbers niet erg gewaardeerd. Wellicht waren zij van mening dat alles in het leven een vaste plaats diende te hebben waarvan niet mag worden afgeweken. En dus ook door een neus niet. Corruptie en bureaucratie worden in enkele scènes, zoals het afwijzen van een advertentie bij de krant, aan de kaak gesteld.

Muziek: Dirigent Pavel Smelkov, die in 2010 in de Met debuteerde met dezelfde productie van ‘De Neus’ zorgde voor een zeer levendige uitvoering. De veelal atonale muziek van Shostakovitsj is voor veel mensen niet zo toegankelijk. Ook voor de protagonisten is het een zware klus. Zij moeten steeds de grenzen van hun mogelijkheden opzoeken. Het orkest zorgt soms voor een overweldigend geluidsniveau, vooral ook door het vele gebruik van het slagwerk en de percussie. De geconcentreerde luisteraar zal het toch niet ontgaan zijn dat Shostakovitsj zo nu en dan zachte kamerachtige muziek inlaste. De rol van Kovaljov werd gezongen door de Braziliaanse bariton Paulo Szot. Hij krijgt als enige enkele lyrische passages in het stuk te zingen. Szot weet opvallend goed de wanhoop van zijn personage neer te zetten en muzikaal te overtuigen. De bijzondere rol van de Neus wordt met verve gespeeld door de Engelse tenor Alexander Lewis. Andrey Popv voldoet beslist als politie-inspecteur. In het laatste deel van de opera trof mij vooral de passage waarin het koor de emoties van het volk vertolkte die door De Neus werden opgeroepen. Shostakovitsj verklankte dat krachtig en prachtig.

De regie was in handen van het duo Kentridge-De Wit. Zij bedienden zich van knap gemaakte videofilmpjes waarin een plattegrond van een grote stad werd getoond en waarop de Neus en allerlei stripfiguren op komische wijze werden uitgebeeld. Aanschouwelijk werd gemaakt hoe bijvoorbeeld die zelfstandige ‘Neus’ in allerlei bizarre situaties terecht kwam. De protagonisten Kovaljov en zijn bediende speelde hun rol in een etage woning. De snelle afwisseling van de verschillende typen beelden en de zeer expressieve muziek deden, ondanks dat de uitvoering nog geen twee uur duurde, een stevig beroep op het concentratievermogen van het publiek.

Read Full Post »

Scène uit Macbeth

Scène uit Macbeth 

Wie naar Macbeth gaat, Verdi’s negende opera, ziet misschien wel zijn zwartste opera. Die gaat over moord, macht, angst, vergelding en wroeging. Er vloeit onmetelijk veel bloed, bloed en nog eens bloed. Macbeth laat zich door zijn vrouw verleiden om koning Duncan te vermoorden waardoor hij voortijdig aan de macht komt. Daarmee is het hek is van de dam. Het vermoorden van een koning is een grote moord, een ware moord waarmee de geschiedenis begint. De andere moorden volgen vanzelf, noodgedwongen en gaan voort totdat degene die doodde zelf wordt gedood. In de wereld van Macbeth, de meest waanzinnige van alle werelden die Shakespeare schiep, is alles doordrongen van moord, van gedachten aan moord en angst voor moord. Zo zet de angst om het koningsschap te verliezen aan tot moord op Banquo en op de Schotse edelman en koningsgezinde Macduff en zijn vrouw en kinderen. Macduff overleeft en doodt in de finale van de opera Macbeth en zet zich in om de zoon van koning Duncan, Malcolm op de troon te krijgen. De tragedie is groot. Ook voor het echtpaar Macbeth. Het is kinderloos gebleven. Dat drukt zwaar op hen. Ze weten dat ze geen directe opvolgers zullen krijgen terwijl de heksen voorspelden dat de nakomelingen van generaal Banquo de wettige troonopvolgers zullen worden. Een ondraaglijke gedachte die de labiele Macbeth niet kan verwerken. Hij is bovendien een angstige man wiens geweten wel opspeelt maar toch is hij niet in staat om zijn moordpartijen te stoppen. Bariton Tommi Hakala wist dat karakter muzikaal goed uit te beelden. Vooral de verschillende visioenscènes zong hij met verve. Zijn klankkleur deed me naarmate de opera vorderde steeds meer aan Renate Bruson denken. Lady Macbeth heeft niet zoveel moeite met het uit de weg ruimen van tegenstanders. Zij is een boosaardige vrouw die uit is op macht en haar man aanzet tot moord op koning Duncan die in hun huis logeert. Lady Macbeth heeft weinig respect voor hem. Zij vindt hem laf vanwege zijn angsten en gewetenswroeging die tot slapeloosheid leidt. Zij wijst hem erop dat het bloed dat aan zijn handen kleeft met water kan worden afgewassen. Verdi vond dat iedere noot en ieder woord van deze verschrikkelijke Lady moest doordringen tot het publiek. Haar zang mocht van hem niet mooi klinken. Een wat metalig geluid paste volgens Verdi beter bij het karakter van deze venijnige vrouw. De sopraan Gun-Brit Barkmin zong te mooi om de wens van Verdi waar te maken. Maar ook de componist is daar zelf schuldig aan want de melodieën die hij voor Lady Macbeth schreef zijn zo mooi dat je haast vergeet dat je luistert naar een criminele vrouw. Dat werd nog eens benadrukt in de waanzinscène waarin alle herinneringen aan bod kwamen rond de moord op koning Duncan en waarna de Lady sterft. Het klinkt tegenstrijdig maar het was een van de weinige minpuntjes van een prachtige uitvoering. Het orkest had ook een groot aandeel in de geweldige performance want het zorgde voor een echte Verdisfeer. Daardoor konden de bas- bariton Liang Li als Banquo en de  heldentenor Alexey Sayapin als Macduff volkomen tot hun recht komen. De toeschouwers kregen de heksen, die door hun voorspellingen toch grote invloed hadden op de loop van de gebeurtenissen niet te zien. Ze waren er wel, hun driestemmige zang sprak zeker tot de verbeelding.

De toeschouwers kregen een volwaardige Verdi opera te horen niet in het minst door de indrukwekkende koren zoals bijvoorbeeld aan het einde van de eerste acte toen de moord op koning Ducan net was ontdekt. Maar ook tijdens een banket waarbij Macbeth plotseling de gestalte van de gedode Banquo ontwaart en tenslotte in de finale waarin een koor van soldaten en vrouwen de overwinning op het kwaad (Macbeth) viert. De decors van David Hermann waren functioneel en donker belicht en droegen bij aan de sombere sfeer die bij een dergelijk werk past.

Samengevat: Het Aalto theater liet zich weer van haar beste kant zien al begon de uitvoering 15 minuten te laat door een demonstratie van de musici die protesteerden wegens achterstallige indexering van hun salaris. Moet kunnen.

Read Full Post »

Schauspielhaus

Woensdag 30 oktober jl. zag ik in gezelschap van dertig leden van de Operaclub Nederland de semi-opera King Arthur van de Engelse hofcomponist Henri Purcell (1658-1695). Het was een bijzondere belevenis omdat deze opera werd uitgevoerd in het kader van het 100 jarig jubileum van het Schauspielhaus van Dresden. De uitvoering kwam tot stand dankzij de samenwerking met de beroemde Semperoper van dezelfde stad. Ook was het bijzonder, dat ik voor de eerste keer deze semi-opera, waarin toneelspelers en operazangers eendrachtig moesten samenwerken om de lange teksten en de oude muziek uit 1691 tot een eenheid te smeden, live mee te maken. Ik beleefde het geheel als een groot spektakel waarin Koning Arthur en de Saksische koning Oswald in een oorlog waren verwikkeld maar bovendien streden om de hand van de blinde Emmeline. Daar komt nog bij dat ook nog een derde man het blinde meisje begeerde namelijk Osmond de boze tovenaar van de Saksen. Tijdens de strijd tussen de christelijke Britten en de barbaarse Saksen krijgt de opera een sprookjesachtig karakter omdat zich ook nog geesten, nimfen en allegorische figuren met de gang van zaken bemoeien. De voortgang van de opera was soms moeilijk te volgen omdat de teksten voor mij soms onverstaanbaar waren door de schreeuwerige toon van de acteurs. Die wisten overigens wel waar ze voor stonden. Hun uithoudingsvermogen kende geen grenzen. Ze renden over het driehoekige podium, vielen waar nodig wanneer ze ‘sneuvelden’ en simuleerden strijd en paardengetrappel dat het een lieve lust was. Bovendien manipuleerden ze met grote multifunctionele lappen stof die aan een beweegbare stellage hingen. Soms namen die de vorm van bomen aan om even later weer gebruikt te worden om mensen in de boeien te slaan. Dat de Britten de strijd van de Saksen zouden winnen lag in het libretto van John Dryden vast maar regisseur Tilmann Köhler had anders besloten. Hij wijzigde hier en daar de tekst en ziet: de Saksen trokken aan het langste eind. Een politieke beslissing van de leiding van het theater vanwege een jubileum?

Muziek. Wat was de rol van de muziek? Vrijwel iedereen weet dat Henry Purcell maar één echte opera schreef: Dido en Aeneas. Hij componeerde in totaal nog vijf semi-opera’s. King Arthur is er een van. Het werk bestaat uit zes scènes. Zijn barokke muziek doet in het stuk dienst als intermezzi met solo en koorzang en is rijk geïnstrumenteerd. Het prachtig spelende orkest maakte in Dresden gebruik van oude instrumenten. De vierde scène is een van de hoogtepunten. Die werd beroemd door het orkestrale bibbereffect. Purcell bereikte dat effect door de strijkers akkoorden te laten herhalen, waarbij elk akkoord een sterk vibrato krijgt. Vrijwel niemand kan deze scène ontgaan zijn. Evenmin het overweldigend effect van de finale met de zogenaamde juichliederen. Het publiek zag prachtig gegroepeerde protagonisten in kleurrijke kleding. Ook de technische mogelijkheden van het Schauspielhaus speelden een imponerende rol. Het publiek zag een groot deel van het podium met een tiental spelers in de diepte verdwijnen en weer zingend omhoog komen. Dat gebeurde in een sfeer waarin tekst en muziek tot een apotheose kwamen. De toeschouwers in de uitverkochte zaal trakteerden de uitvoerenden terecht op een ovatie.

Read Full Post »

Zauberflöte in Semperoper voor jong en oud?

Toneelbeeld Die Zauberflöte

Toneelbeeld Die Zauberflöte

Dat zou je haast wel zeggen. Ongetwijfeld hebben enkele kinderen tijdens de uitvoering op 29 oktober 2013 genoten van de sprookjesachtige figuren en kleurrijke beesten die op het podium verschenen om het verhaal van die Zauberflöte wat luchtiger te maken. En de volwassenen? Die zagen tot hun verbazing, al voordat de eerste tonen van de goed gespeelde ouverture klonken, hoe drie jonge knapen die later Tamino en Papageno de weg naar de gevangen genomen Pamina wezen, onnozele spelletjes speelden. Het laatste spel was met een grote dobbelsteen die ze naar een bepaalde kant van het podium wilden manipuleren. Die dobbelsteen was echter eigenzinnig en zocht steeds zelfstandig een eigen weg. Had men in de zaal toen al door, dat het speeltuig aangaf dat het leven anders kan verlopen dan wat een mens wil? De toeschouwers kregen nog meer te verwerken. Er waren drie deuren op het podium waarvan zo veelvuldig gebruik werd gemaakt dat er toch teveel ‘theater van de Lach gehalte’ ontstond. Regisseur Schim Freyer stond daardoor wel garant voor een levendige uitvoering doch deed daarmee onvoldoende recht aan de mystieke kant van de opera. Die Zauberflöte is een magisch stuk dat de balans tussen de begrippen wijsheid, verstand en natuur (intuïtie) aan de orde stelt in een wat onlogisch verhaal. Deze opera gaat vooral over de liefde, de beproevingen die geliefden moeten ondergaan, hun standvastigheid en de beoefening van de deugd. Maar ook over de macht waarmee de koningin van de nacht het zonnerijk van de hogepriester Sarastro wil overwinnen en waarin twee zelfmoordpogingen en twee moordaanslagen worden gepleegd. Toch een werk met een groot crimineel gehalte? Mocht het volwassen publiek enigszins twijfelen aan de geschiktheid van deze ‘regie voor kinderen’ vanwege de gecompliceerdheid van deze opera, over de orkestratie van dit Deutsche Singspiel kan men met zekerheid stellen dat de sprankelende wijze waarop het orkest onder leiding van Stefan Klingele de muziek van Mozart speelde voor jong en oud een positieve belevenis was. De toegankelijke melodieën werden bovendien doorgaans goed gezongen.

Solisten  Opvallend goed zong het verliefde stel Tamino en Pamina vertolkt door de Australische tenor Steve Davislim en de Chileense sopraan Carolina Ulrich. Davislim kreeg applaus voor zijn aria ‘Dies Bildnis ist bezaubernd schön’ en Ulrich kreeg een open doekje voor haar prachtig gezongen aria ‘Ach, ich fühl’s, es ist verschwunden’ Papageno, gezongen door de Poolse bariton Piotr Prochera was de wat al te spontane tegenspeler van Tamino. De aanwezige kinderen zullen ongetwijfeld van hem genoten hebben met zijn kolderieke ren- en valpartijen. Zijn aria’s leverden hem menig applausje op. Vooral ook zijn stotterduet met Papagena, die van een oud wijf als bij toverslag veranderde in een jonge meid waar de vogelvanger zo naar verlangde. Een minpuntje was er voor de bas Michael Eder. Hij zong de partij van Sarastro niet stabiel genoeg om een onuitwisbare indruk achter te laten met zijn aria:’In diesen heil’gen Hallen’. Dat hij in zijn aria verkondigt dat men in de heilige tempel de wraak niet kent maar dat hij in het eerste bedrijf Monostatos toch wil straffen met 77 slagen op zijn zolen vanwege ongewenst gedrag is een inconsequentie die men hem vergeven moet. Niet hij maar Emanuel Schikaneder was immers de ontwerper van de tekst. Het einde van de opera was voor rekening van het goed zingende koor dat haar laatste tonen van Mozarts werk liet horen achter de coulissen. Eind goed, al goed want de twee verliefde stellen doorstonden hun beproevingen en de liefde was daardoor hun loon. Dat de koningin van de nacht, vertolkt door de bescheiden ogende Griekse sopraan Christina Poulitsi, haar twee lastige coloratuur aria’s met enkele uitzonderlijk hoge noten, tot een goed einde bracht, maar er niet in slaagde om Sarastro’ s val te realiseren, stemden de toeschouwers tot tevredenheid. Ik meen dat dat aan het slotapplaus was te merken.

Read Full Post »

Anna Netrebko zeer terughoudende Tatjana

fragment Eugen Onegin

fragment Eugen Onegin

De Metropolitan Opera van New York zendt vanaf oktober voor het zevende jaar haar live voorstellingen uit naar de bioscopen in de gehele wereld. In de bioscoop van Pathé kon het Tilburgse publiek op 27 oktober 2013, wat later dan elders in Nederland, Tsjaikovski’s meesterwerk Eugen Onegin zien. Ik zag deze opera talloze malen. Toch is er voor mij altijd wel een reden om nog eens naar deze opera te gaan. Ook nu. Ik was vooral benieuwd hoe de vermaarde Russische sopraan Anna Netrebko haar Italiaanse belcantorollen zou inwisselen voor een dramatische rol zonder zangtechnische versieringen en coloraturen. En ik vroeg me ook af hoe zij in een paar uur tijd de eenvoudige, maar wel literair ingestelde plattelands puber Tatjana zou omtoveren in een sophisticated vrouw die vele jaren later in een luxe paleis leeft met haar echtgenoot, een heuse prins. Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Netrebko zette een introverte terughoudende Tatjana neer die op geen enkel moment de spil wilde zijn waar alles om draait. En toch was ze dat wel. Al vanaf de beroemde briefscène ontvouwt zich een drama voor deze nog geen heel jonge vrouw. Ze voelt een hevige passie voor de aardig uitziende tamelijk arrogante yup Eugen Onegin. Met haar gevoelens weet ze geen raad en ze besluit hem ’s nachts een brief te schrijven waarvoor ze zich al geneert voordat de brief zijn bestemming bereikt. Onegin komt weldra verhaal bij haar halen en maakt haar in niet mis te verstane woorden duidelijk, dat hij zich niet geschikt acht voor een huwelijk en zeker niet met haar voor wie hij uitsluitend wat zusterlijke gevoelens heeft. Onegin krijgt in de slotfase van de opera spijt van zijn houding. Hij wordt, wanneer hij het boerenmeisje van vroeger terugziet, overmand door een hevige verliefdheid en probeert nu Tatjana te verleiden met hem verder door het leven te gaan. Ondanks een enkel zwak moment waarin ook bij haar oude gevoelens boven komen, weigert ze op zijn smeekbeden in te gaan. Zij blijft haar echtgenoot trouw. Einde opera.

Anna zingt haar rol perfect. Haar stem is de laatste jaren wat gezakt en dat komt haar in deze rol goed van pas. Vooral in het laatste bedrijf. In de confrontaties met haar tegenspelers treedt ze verlegen en erg terughoudend op. Ze komt ondanks de storm die in haar woedt tijdens het schrijven van haar brief niet tot een echte grote uitbarsting. En in de finale evenmin. Ze is in die eerste scène vertwijfeld en afwachtend hoe Onegin zal reageren op haar brief. Pas aan het einde van de opera is ze beslist in haar afwijzing van Onegin maar de sporen van verlegenheid en introvertie blijven. Netrebko’s verschijning tijdens die briefscène deed niet denken aan een tiener maar aan een jonge vrouw van veertig. Ze was volslank en had een haarknot die wel paste bij haar rol van echtgenote van de prins. Haar muzikale vertolking is me goed bevallen haar uitstraling was op de fysieke component na goed. Haar tegenspeler de bariton Mariusz Kwiecien liet een dominante Onegin horen. Zijn acteerprestatie was van behoorlijk niveau. Dat gold ook voor de tenor Piotr Beckzala die als Lenski in het tweede bedrijf vooral ontroerde met de aria waarin hij denkt aan zijn poëzie, aan zijn liefde voor Olga, het zusje van Tatjana, en aan de dood net voordat hij werd getroffen door een kogel uit het wapen van Onegin. Sommigen hielden het toen niet droog. De rol van de vrolijke ongecompliceerde Wolga werd ruim voldoende ingevuld door Oksana Volkova. Alexei Tanovitski was een goed zingende prins Gremin. Het koor acteerde enthousiast en met veel beweging zodat het toneel er voor de bioscoopbezoeker overvol uitzag. De zang was heerlijk om naar te luisteren. De decors zagen er traditioneel uit en de regie riep geen vragen op.
Tenslotte: Dirigent Valeri Gergiev leidde met vaste hand het orkest van de Met. De melodieuze, melancholische muziek van Tsjaikovski kwam volkomen tot zijn recht.

Read Full Post »