Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2014

Financiële crisis bedreigt ook Lohengrin

Elsa en Lohengrin

Elsa en Lohengrin

Wagner begon was met het componeren van Lohengrin in 1845. Hij raadpleegde nauwgezet de bronnen van Lohengrins heldendicht die  Joseph Gorres in 1813 samen met een lange inleiding gepubliceerd had. Hij zag na enige aarzeling aanknopingspunten voor het componeren van Lohengrin en Parsifal. Lohengrin moest in zijn opera de graalridder zijn die, zonder zijn naam of afkomst kenbaar te maken, bereid was iemand met grote persoonlijke moeilijkheden de helpende hand te bieden. Dat was de opdracht die hij meekreeg vanuit de burcht  Monsalvat waar de heilige Graal werd bewaard

Op 28 augustus 1850 zat Richard Wagner met zijn eerste echtgenote Minna Planner in herberg Zum Schwan in Luzern en wist dat op dat moment in Weimar zijn opera Lohengrin in première ging. Hij kon daar niet bij zijn omdat er een arrestatiebevel tegen hem was uitgevaardigd vanwege zijn deelname aan de revolutie in 1848 in Dresden. Richard was gevlucht naar Zwitserland. Zijn vriend en toekomstige schoonvader Frans Liszt nam in Weimar de honneurs voor hem waar. Dat kon omdat Wagner Liszt nauwkeurige instructies meegaf. Pas in 1861 zag de componist zijn werk voor het eerst. De opera werd, ondanks de beperkte middelen van het theater in Weimar de basis van een langdurig succes, want Lohengrin is een van de meest populaire werken van de Duitser.

In een bus van de Stichting Operaclub Nederland reisde ik met een relatief klein gezelschap naar Dūsseldorf om Lohengrin te zien. Daar heb ik geen spijt van. De voorstelling haalde een ruime voldoende en bood veel gelegenheid tot discussie.

Muziek  Wagner componeerde voor deze in aanleg romantische opera prachtige melodieën. In de ouverture, die verwijst naar de later gecomponeerde Parsifal, weerklinkt door de lichte klank en glans van de violen de graalsfeer. Jammer dat in Düsseldorf dit orkeststuk te weinig subtiel werd gespeeld. Zeker in vergelijking met de Soltesz uitvoering in Essen waarin de ouverture bijna nijgt naar kamermuziek. De opera bevat veel koorwerk. Door het inzetten van twee koren was daarvoor een sterke personele bezetting gecreëerd. Dat leidde tot te weinig dynamiek en te harde koorzang met als mogelijke reactie dat het orkest er onnodig een tandje bijzette. Het was de enige smet op de uitvoering al zullen de tegenstanders van regietheater daar anders over denken. Die zullen gemopperd hebben over het gebrek aan romantiek en samenhang.

De cast van de Rheinoper zag er goed uit. De hoofdrol nam de bekende Duits-Italiaanse tenor Roberto Sacco voor zijn rekening. Met zijn heldere stem maakte hij grote indruk met zijn ‘aria ‘In fernem Land. Bovendien wist hij op soevereine wijze zijn tegenspeelster Elsa voor zich in te nemen. Die rol werd gezongen door de lyrische  Duitse sopraan Manuela Uhl, die zich specialiseert op partijen van de Duitse laatromantiek, Met een wat onschuldiger klinkende stem had Uhl wellicht nog wat meer indruk gemaakt dan ze nu deed; vooral ook omdat ze zich soms als geestelijk verward leek te presenteren in het bijzijn van enkele verpleegsters. Ook de rollen van het tweede paar Telramund en Ortrud, vertolkt door respectievelijk de bariton Simon Newal en invalster mezzosopraan Jennifer Maines werden voortreffelijk gespeeld en gezongen. Deze protagonisten waren in deze opera de aanstichters van het kwaad en stelden alles in het werk om de relatie tussen Lohengrin en Elsa te dwarsbomen.

U merkt dat ik genoten heb van deze Lohengrin. Toch viel me het eerste bedrijf wat tegen omdat de spanning tussen Elsa en Telramund ontbrak bij de toonzetting van deze opera en het koor toen nog te schreeuwerig klonk. De tweede acte begon heel sterk door een perfect uitgevoerde dialoog tussen Ortrud en Telramund die het samen aan de stok kregen omdat zij elkaar verweten de strijd om de macht in het eerste bedrijf te hebben verspeeld. De Wagnerkenners constateren ongetwijfeld dat er in deze acte een omslagpunt ligt. De koren in het eerst bedrijf doen denken aan de meer klassieke Wagner, maar in de tweede acte, wanneer het paar Ortrud en Telramund vijandig tegenover elkaar staat, breekt de nieuwe Wagner door met dramatisch Sprechgesang dat je op de punt van je stoel laat zitten. Het is een scène waarmee het grote publiek soms moeite heeft omdat de schoonheid van de zang niet meer voorop staat maar daarentegen wel de uitdrukkingskracht van het drama.

Maines overtuigde met een gewetenloze, listige Ortrud en Neal als Telramund zette met zijn krachtige stem alle zeilen bij om een poging te wagen zijn verloren eer te herstellen. De cast slaagde er in om in het tweede en derde bedrijf het niveau te handhaven al was in de laatste fase weer sprake van onbalans door een te hard zingend koor en de op de balkons opgestelde Koningstrompetten die te weinig rekening hielden met de andere musici. Kleding en decors waren goed verzorgd. De basisstukken bestonden uit een hoge trap die functioneel was voor de plechtige momenten zoals de bruiloft van Lohengrin en Elsa en de slaapkamer bestemd voor de derde acte die slim was gecreëerd met een rond gordijn vanuit een verhullende koepel.

Regie  Op 18 januari 2014 was de première van deze uitvoering van Lohengrin in Düsseldorf. Regisseur Sabine Hartmannshenn werd toen na afloop ‘uitgeboeht ‘en een storm van kritiek stak op bij tv en de dagbladpers. Wat was het geval? Hartmannshenn koos er voor de opera te laten afspelen bij een bank tijdens de financiële crisis waarin bonussen, ontslagen en mismanagement de aandacht hebben van de wereldpers. Het hooggeëerd publiek kreeg dus te maken met regietheater. Ik ben er geen principiële tegenstander van, maar zonder enige voorbereiding snap je nauwelijks wat er op het podium gebeurt. De dramaturg van de Rheinoper maakte tijdens haar inleiding wel duidelijk wat die transitie inhield zodat ik snel begreep dat van de originele romantische opera niet veel zou overblijven. Dat komt bij een aantal toeschouwers pas aan het licht wanneer  tekst en handeling weinig met elkaar associëren. Maar dan nog is het lastig om te begrijpen wat de rollen van de personages precies zijn in deze opera. Daarvoor is detailinformatie nodig en die was niet voorhanden. Zeker, bij de eerste scène werd je al geconfronteerd met de Occupy beweging die met enkele spandoeken het bankgebouw binnendrong. Vanaf dat moment ben je op je hoede. Wat bergt deze opera nog meer in zich? Als spoedig merk je dat de bevolking op de Bühne bankbedienden zijn en dat zich een nieuwe directeur aandient in de persoon van Lohengrin en dat zijn belangrijkste slachtoffer Telramund, de huidige directeur is. Hij krijgt een ontslagbrief net als meerdere collegae bankbedienden, en ook een koffertje waarin de afkoopsom zit. Het fysieke Godsoordeel dat normaal met het zwaard tussen Lohengrin en Telramund wordt uitgevochten is geschrapt. God (het lot) heeft bepaald welke directeur door een andere wordt vervangen. Het gevolg is dat Lohengrin zijn slordige outfit vervangt door een kostuum dat bij zijn directeursfunctie past. Telramunds echtgenote legt zich vervolgens niet bij zijn ontslag neer en smeedt een plan om de nieuw aangestelde directeur ten val te brengen. In deze sfeer en regie werd de uitvoering vervolgd. Trek zelf uw conclusies.

Advertenties

Read Full Post »

Opera in Symfonie: publiekstrekker in Tilburg Noord

Leo Nucci als de doge in I due Foscari

Leo Nucci als de doge in I due Foscari

Donderdag 16 januari 2014. 135 tevreden operaliefhebbers verlaten de zaal van het wijkcentrum De Symfonie in Tilburg Noord. Ze hebben op een groot doek gekeken naar ‘I due Foscari’ van Giuseppe Verdi. Ze zijn enthousiast. De sfeer is goed. Niet alleen vanavond maar dat is ook meestal het geval op elke laatste donderdag van de maand. Drie pioniers die zich zelf het ‘Opera Trio’ noemen: Sjef van Roessel, Frans Bartels en Peter Franken begonnen vijf jaar geleden aan een operaproject, het vertonen van aansprekende opera’s. Het initiatief wierp zijn vruchten af en blijkt zeer succesvol te zijn. Goed voor Tilburg, waar opera ook voor een wat groter publiek door een vriendelijke prijs door het trio toegankelijk wordt gemaakt. Maar er is meer. De bioscopen van Pathé en Euroscoop hebben ook een aandeel in de groeiende belangstelling voor dit muziekgenre. Wist u trouwens dat Tilburg ook een heuse operaclub heeft, namelijk ‘ de Stichting Operaclub Nederland,’ die voor haar honderdtwintig leden jaarlijks ca. negen eendaagse  operareizen organiseert naar toonaangevende operahuizen? Ook in het Willem II stadion worden er door deze club  jaarlijks vijf interessante bijeenkomsten gehouden. Een puntje van zorg: Het aantal koorleden van de amateur operaverenigingen daalt de laatste jaren schrikbarend. Daar is een sterke stimulans op zijn plaats.

Terug naar ‘ i due Foscari.’ Verdi’s zesde opera wordt maar weinig uitgevoerd (première in 1844). Toch is het werk zeer de moeite waard. Het drama speelt zich af in 1457 in Venetië. Venetië wordt geleid door een alleenheerser, de doge die voor het leven is benoemd. Zijn zoon Jacopo is ten onrechte beschuldigd van moord. Hij wordt door de ‘ Raad van Tien’ veroordeeld tot verbanning maar zal uiteindelijk voor het einde van de opera zijn omgebracht. Een bekentenis van de echte dader kwam te laat. Voor het zover is, heeft de echtgenote van Jacopo alles in het werk gesteld om het vonnis te annuleren. Haar smeekbede bij haar schoonvader, de doge, die ook in tranen is om het aanstaande verlies van zijn zoon, om de uitvoering van het vonnis van haar man te voorkomen, baat niet. De doge is er van overtuigd dat het recht zijn loop moet hebben en is niet van plan om de ‘ Raad  van Tien’ te vermurwen de straf ongedaan te maken ook al is hij er van overtuigd dat zijn zoon onschuldig is. Lucrezia negeert de adviezen om haar man te bewegen gratie te vragen, want zij wil dat zijn onschuld, waar ook zij van overtuigd is, het enige argument is voor een in vrijheidsstelling. De gebeurtenissen zijn tragisch en het culminatiepunt wordt bereikt wanneer de doge in de finale zo maar zijn ambt wordt ontnomen.

De rol van doge werd vertolkt door de zeventigjarige Italiaanse veteraan Leo Nucci. Deze prachtig zingende bariton bezit een krachtige brede stem die hij met volle overgave inzet. Dat Verdi de hoofdrol aan een bariton toewees was iets nieuws. Zijn voorgangers Donizetti en Rossini gunden die eer meestal aan de tenor. Roberto di Biasio speelde en zong met verve de rol van Jacopo. Met deze lyrische tenor, die overal ter wereld zingt, waanden we ons toch weer in een uitloop van het belcanto tijdperk. Samen met de al even beroemde Russische  sopraan Tatjana Serjan, die de rol van Lucrezia zong, zorgden zij voor de weergave van prachtige duetten die in de tweede acte uitgroeiden tot een spannend terzet met Nucci. Het was het vocale hoogtepunt van gezamenlijk verdriet. Verdi had voor de toehoorders nog meer in petto. Hij introduceerde persoonsgebonden thema’s. De muziek voor de klarinet was gekoppeld aan de zang van Jacobo en die van de heftige strijkers aan die van Lucrezia.

Verdi heeft zoals vooral in zijn beginperiode ruim plaats gemaakt voor het koorwerk in zijn opera’s. Er stond ook nu een groot koor op de planken. Het vertegenwoordigde de leden van de ‘ Raad van Tien’  en de senatoren. Zij creëerden een macabre sfeer waardoor je het gevoel kreeg dat de dood steeds op de loer lag.

Het orkest en het koor van de Scala Regio di Parma stond onder leiding van Donato Renzetti. ‘I due Foscari,’ gecomponeerd naar aanleiding van een toneelstuk van Lord Byron en voorzien van een tekst door librettist Francesco Maria Piave verdient meer kansen om gehoord te worden. Goede greep van de initiatiefnemers van Opera in Symfonie.

Read Full Post »

Zondag vol grappen

download

Zondag 12 januari 2014 vergeet ik niet snel. ’s Morgens om 11.00 uur naar de Pathé bioscoop in Tilburg om daar Verdi’s (1813-1901) laatste kunststukje Falstaff (1893) te bekijken. Een paar uur later naar het Willem II stadion waar de Operaclub Nederland tijdens haar nieuwjaarsbijeenkomst de dvd van de opera Il Barbiere di Siviglia (1816) van Rossini (1792-1868) toont. Twee opera’s buffa. Geen wonder dat ik ’s avonds in een opgewekte stemming thuis kom hoewel ik toch een voorkeur heb voor de serieuze werken van beide componisten.

Barbier

Tussen beide composities zit een tijdspanne van 77 jaar. Dat is wel te merken. De aanpak van Verdi is moderner dan van Rossini, die nog midden in het belcanto-tijdperk staat. De Barbier begint met een vrolijke, lichtvoetige ouverture, gaat over in een reeks belcanto-aria’s en ensembles met talloze versieringen, crescendo ‘s en decrescendo’s. De afwisseling van recitatieven secco met welluidende aria’s staat garant voor zeer toegankelijke muziek en de dvd biedt meer dan voldoende kijkgenot. Een goed acterende cast uit 2002, geregisseerd door Coline Serreau in de Opera Bastille van Parijs, brengt door haar bewegelijkheid en de dikwijls heel snelle flitsende muziek de toeschouwer meer dan eens aan het lachen. Wie serieus kijkt ziet dat de rol van Rosina, gezongen door Joyce Didonato, wellicht ook symbool staat voor ‘de helft van de mensheid.’ Rosina is duidelijk opgesloten door een tiran. En daar zijn er meer van in deze wereld. Didonato zette een geloofwaardige Rosina neer maar is toch niet mijn ideale Rosina. Ik hoor haar met haar wat donkere timbre liever in een serieuze rol. Tijdens de ensembles miste ik nu de Rosina met een heldere lichte stem die de ensembles extra reliëf geeft. De Duits-Italiaanse tenor Roberto Sacca is een uitstekende Graaf Almaviava. Een ideale belcanto zanger die de spannende ideeën van de alleskunner Figaro, goed gezongen door bariton Dalibor Jenis, gehoorzaam opvolgde. De bas-buffo Carlos Chausso speelde de stokoude arts Dr.Bartolo, die o zo graag wilde trouwen met de jonge Rosina. Figaro zette een valstrik op waarvan behalve Bartolo ook muziekleraar Don Basilio, vertolkt door de bas Kristinn Sigmundsson, het slachtoffer werd. Bartolo en Basilio met hun fysieke grappen waren de gangmakers van de slapstick. De muzikale leiding was in handen van Bruno Campanella.

Falstaff  

Bij de Metropolitan uitvoering van Falstaff zagen de toeschouwers, na twee jaar afwezigheid wegens ernstige gezondheidsklachten, James Levine weer op de bok. Verdi pakt zijn laatste opera totaal anders aan dan Rossini. Geen ouverture, de componist valt meteen in huis met compacte snelle, kwikzilverige, transparante muziek. Er zijn geen recitatieven en aria’s naar Italiaans model, geen belcanto muziek. Dit is een doorgecomponeerde opera naar Shakespeares ‘Merry Wives of Windsor.’ De Barbier en Falstaff verschillen dus nogal van elkaar. Wat zij wel gemeen hebben is de snelheid van de muziek en de razendknappe ensembles waarbij je je constant verwondert dat de protagonisten er in slagen om bij heel snelle passages op iedere lettergreep een noot te zingen. Net als bij de Barbier is Falstaff een hilarisch stuk. Sir John wil het aanleggen met twee getrouwde vrouwen. Beiden stuurt hij een liefdesbrief om zijn charmes aan te prijzen. Omdat de brieven identiek zijn en de twee dames daar snel achter komen, wordt de dikbuik in een val gelokt en ondergaat hij een fikse afstraffing die hij gelaten accepteert. Zijn laatste woorden zijn; ‘Tutto nel mondo è burla’ ‘De wereld is een grote schertsvertoning.’ Het koor besluit met: ‘Ride ben chi ride la risita final’ ‘Wie het laatst lacht, lacht het best.’ Voor het zover is, is er heel veel gebeurd en hebt u het met een glimlach allemaal aangezien.

De Met trok voor de titelrol, de opschepper Sir John, de robuust ogende Italiaanse bariton Ambrogio Maestri (1970) aan, die deze rol talloze malen speelde. Hij oogt als een goedlachse teddybeer die denkt dat hij de hele wereld naar zijn hand kan zetten. Maar hij zal zijn lesje krijgen van de bijna even omvangrijke dames Alice en Meg. Zij worden goed acterend en zingend vertolkt door de Amerikaanse sopraan Angela Meadee (1977) en de mezzo-sopraan Jennifer Johnson Cano. De rol die mij echt aansprak was die van mevrouw Quickly die liet zien hoe je een man om je vingers kunt draaien. Stephanie Blythe (1970) deed dat voortreffelijk. Zij leidde de val van Sir John in door op een geraffineerde manier te veinzen dat de twee getrouwde dames waarop de dikbuik zijn zinnen had gezet van hem gecharmeerd waren. Hij trapte in de val.

De regie van deze succesvolle Falstaff was in handen van de Canadese regisseur Carsen (1954). Het was een aansprekende productie.

Na Verdi’s eerst mislukte opera buffa ‘Een dag koning’ heeft Verdi 53 jaar gewacht alvorens zich voor de tweede maal aan een blijspel te wagen. Met succes dit keer!

Read Full Post »