Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2014

Faust van Charles Gounod spektakel opera

Scène uit Faust

Scène uit Faust

Voor zover ik me herinner zag ik in de jaren zeventig voor het laatst de opera Faust van Charles Gounod (1818-1893) live. Ik vond er niet veel aan. Ik was in die tijd betoverd door de Italiaanse opera en had weinig waardering voor Franse componisten. U weet wel, het was niet genoeg belcanto. In 1991 kreeg ik toch interesse in het werk door een cd recensie in het blad Luister. De redactie waardeerde deze opname met een tien. Ik kocht de cd set onmiddellijk. De opname betrof een meesterlijke uitvoering met de solisten Richard Leech, Cheryl Studer, José van Dam en Thomas Hampson. De ouverture was zo melodieus, dat ik me niet langer kon voorstellen dat ik het werk had veronachtzaamd. Later zag ik een uitstekende dvd opname met Angela Gheorghiu, BrynTerfel en Roberto Alagna in de hoofdrol. Zondag deed zich een nieuwe mogelijkheid voor om het werk beter te leren kennen. In 1969 was Gounod’ s Grand Opéra voor het laatst door de Nederlandse Opera geprogrammeerd. Nu was er een nieuwe productie van Alex Ollé.

Visioen

Faust werd drie jaar na de première in1859 in Parijs razend populair. Er waren in Parijs zes ensceneringen en er werden maar liefst 3000 voorstellingen gegeven. Het werk ging de hele wereld over. De tekst was van Jules Barbier en Michel Carré naar het gelijknamige drama van Wolfgang von Goethe. Tijdens de vijf bedrijven, in Amsterdam verdeeld in twee, ziet de toeschouwer allereerst een gefrustreerde wetenschapper die twijfelt aan de zin van zijn bestaan. Hij vindt dat hij te weinig heeft genoten van het leven en verlangt naar afwisseling en het ervaren van de liefde met jonge vrouwen. Hij wil ook verder kijken dan wat de kerk hem leert. Méphistophélès, komt hem te hulp. Faust sluit een pact met de duivel waarbij hij zijn ziel inruilt voor een eeuwige jeugd en de liefde van Marguerite. Zeg maar seks, want Faust heeft Margerithe nog maar nauwelijks in een visioen dat de duivel hem voorschotelt gezien, of hij wil haar in zijn armen houden. Een andere drijfveer om haar lief te hebben is er niet. Hij laat haar na de liefdesbeleving ook vallen als een baksteen. De duivel houdt zijn belofte. Valentin, de broer van Margerithe, vindt na zijn terugkeer uit de oorlog zijn zus onteerd terug. Hij houdt Faust daarvoor verantwoordelijk en gaat met hem een duel aan. Het kost hem zijn leven want Mephisto helpt Faust een handje. Margerithe wordt ter dood veroordeeld wegens moord op haar inmiddels geboren baby. Zij gaat de gevangenis in. Faust wil haar toch nog bevrijden maar Margerithe sterft nadat zij God om vergeving heeft gevraagd. Ze wordt in de hemel opgenomen terwijl Faust wordt meegesleept naar de hel. Dat laatste was tijdens de uitvoering van De Nationale Opera niet zo duidelijk. Open einde?

Regie

Regisseur Alex Ollé en decorontwerper Alfons Flores maakten veel werk van deze uitvoering. Zij moesten het uiteindelijk doen met een uitgekleed verhaal van Johan Wolfgang von Goethe. De tekst van de libretto schrijvers Jules Barber en Michel Carré bood geen aanknopingspunten voor enige diepgang van de drie belangrijkste protagonisten: Faust, Margerithe en Méphistofélès. Of het moest zijn de scène waarin duidelijk wordt gemaakt dat Faust een wetenschapper is door het tonen van beelden die passen bij een laboratorium waar een kweekmensje wordt gecreëerd. Een beeld dat mensen wellicht aanzet te denken over de ethische grenzen van de wetenschap. Goede vondst van Ollé!

Volks karakter

Dat het verlangen naar het beoefenen van wetenschap en naar zinnelijke liefde niet altijd samen gaat, laat deze opera wel zien. Want zodra Faust de wetenschap vaarwel zegt, slaat zijn hormonenhuishouding toe en wil hij toegeven aan zijn zinnelijke begeerte. Een verbinding tussen de wereld van de ratio en die van de zinnelijkheid komt niet aan de orde. Over bleef dus een dokters romannetje met aantrekkelijke opera muziek en aansprekende massa scènes die bij een Franse Grand Opéra horen. De koren zongen met grote beleving. De vrouwen waren voornamelijk gehuld in omhulsels van kunststof als “baby” poppen en super prostituees om hun erotische uitstraling te beklemtonen in het rijk van de duivel (o.a. tijdens de Walpurgisnacht). Wiegend en dansend op de wals ‘Ainsi que la brise legère’, en stoer- maar ook met gevoel zingend het beroemde soldaten koor ‘Deposons les armes’, verschaften ze de opera een zeer levendige indruk en boden de toeschouwers voldoende afwisseling voor sommige langdradige passages. De opera kreeg in ieder geval een volks karakter. Van een te verwachten erotisch ballet in klassieke zin was in de Walpurgisnacht geen sprake. Van moderne dans trouwens ook niet. Ik zag uitsluitend chaotische beelden van personages die worstelden en copuleerden, kennelijk door Méphistophélès gearrangeerd om Faust te plezieren. Het was niet mijn smaak, wel die van de duivel. Mijn waardering voor deze Faust liep bovendien tegen het einde wat schade op door de merkbare affiniteit van Gounod voor kerkmuziek, die vooral te horen is in de laatste scène. De muziek waarbij een beroep wordt gedaan op de Heer ervaar ik als te sentimenteel.

Muziek

Allereerst is een compliment op zijn plaats voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Minkowski. Hij liet het orkest gloedvol spelen en bood zijn musici zo nu en dan de kans solistisch uit te blinken. Toch heb ik zondagmiddag geen kippenvel gekregen. De personages op het podium bleken niet in staat om de karakters goed over te brengen zodat je je ermee kon identificeren. Er werd beslist goed gezongen. De Faustrol was voor rekening van Michael Fabiano. De 30-jarige Amerikaanse tenor heeft een heldere volumineuze stem maar het overbrengen van emoties is een kunst apart. Daarin schoot hij m.i. nog te kort. Fabiano is de veroorzaker van het kwaad in deze opera omdat hij een pact sluit met de duivel. Dat liet hij wel heel weinig zien. Met zijn aria: ’Salut, demeure chaste et pure’ die culmineert in een hoge C oogstte de zanger applaus. Margerithe werd vertolkt door de Russin Irina Lungu (34). Haar stemvoering was niet direct die van een onschuldig jong meisje dat zich gemakkelijk laat verleiden maar van een vrouw met wat meer levenservaring. Een sopraan met een wat lichtere klankkleur die ook een thriller kan zingen was beter op zijn plaats geweest. Daardoor kreeg vooral de expressie van de juwelenaria van Margerithe niet precies de lichtheid die ik graag had willen horen. Een mens kan natuurlijk ook te veel eisen! De bas Mikhail Petrenko was een sterke Méphistophélès. De Rus acteerde prima, zijn bereik was groot, zijn klankkleuren zette hij goed in tijdens zijn aria’s. Mijn sympathie in deze opera gaat uit naar de bescheiden broekenrol van Siebel die oprecht van Margerithe houdt en haar in moeilijke omstandigheden niet in de steek wil laten. Mezzo-sopraan Marianne Crebasse vertolkte daarmee de rol van een protagonist die in deze opera de tegenpool is van Méphistophélès en in zekere zin ook van Faust die door het ondertekenen van het pact met Méphisto de oorzaak is van het kwaad.

Kort samengevat: van mijn bezoek aan het Muziektheater heb ik beslist geen spijt. Faust bleek voor mij een opera met veel mooie melodieuze muziek met een zwak libretto waardoor de spanning gedurende de lange duur onvoldoende kan worden vast gehouden. De verrassing van de voorstelling was de regie: Grote decorstukken, veel rood en veel kunstmatig vergrote borsten en billen, kortom een echt spektakelstuk.

Advertenties

Read Full Post »

La Cenerentola geslaagde finish MET 2013-2014

Scène uit La Cenerentola

Scène uit La Cenerentola

De Metropolitan Opera beëindigde afgelopen zaterdag haar succesvolle satellietuitzendingen naar zes continenten van het seizoen 2014-2015 met de opera La Cenerentola. Giacomo Rossini (1792-1868) componeerde deze opera in 24 dagen. Op 25 januari 1817 was de première in Rome. Hij was toen 25. Het werk is gebaseerd op het verhaal Cendrillon van Charles Perrault. Iedereen kent het onder de naam Assepoester. Die naam is in het libretto van Jacopo Ferretti gewijzigd in Angelina. Zij heeft dit keer geen akelige stiefmoeder maar wel een agressieve stiefvader die er op uit is om met behulp van zijn twee dochters Clorinda en Tsibe, Angelina permanent te vernederen en haar te gebruiken als een huisslaaf. Mijn vraag is: hebben we hier te maken met een realistisch sprookje getoonzet door een componist die een opera buffa wilde schrijven? Ja en nee. Ja omdat dergelijke familiedrama’s in de realiteit zeker voorkomen. Ik twijfel echter als het gaat om de vergevingsgezindheid, die als een moreel en muzikaal hoogtepunt in de finale door Angelica aan haar kwelgeesten wordt getoond. Vergeven en verzoenen zijn lastige werkwoorden waarvoor zelden wordt gekozen bij familiedrama’s, vermoed ik.

Vrijheid

Angelina, vertolkt door de hemels zingende Joice DiDonato, bood mij wel het meest ontroerende moment. Ook muzikaal, want juist in de finale liet de Amerikaanse mezzo-sopraan horen wat ze in huis had. Coloraturen, thrillers, stemvastheid in de hoge en lage registers; het was er allemaal. Ook daarvoor al toonde DiDonato geen kopie te zijn van andere Cinderella’s. Ze pikte lang niet alle vernederingen zoals bijvoorbeeld het verbod van de twee zusters om de strofe ‘Una volta era un re’ (er was eens een koning, het alleen zijn moe) te  zingen. Ze deed het toch en de toon waarop zei genoeg. Je hoorde in haar zang de hoop op betere tijden. Haar herhaalde vraag om met haar zusters mee te mogen naar het bal was beslist niet ingegeven door de gedachte lekker te gaan dansen. Het was in feite de vraag om meer vrijheid en om onder het autoritair gedrag van haar stiefvader uit te komen. Allesandro Corbelli, die als geen ander de rol van Don Magnifico kent, was goed op dreef. De supersnelle parlando’s die hij van Rossini voor zijn kiezen krijgt zijn lastig niet alleen vanwege die snelheid maar vooral omdat de articulatie en het ritme van de lettergrepen heel bepalend zijn voor de kwaliteit van het muzikale en komische geheel. Don Magnifico is een verarmde chagrijnige agressieve baas die door zijn koddig gedrag de lachers op zijn hand heeft en de tegenpool is van de zachte vaderlijk overkomende Alidoro die begaan is met het lot van Angelina. Luca Pisaroni zong de rol elegant en voorkomend. Prins Don Ramiro, gezongen door de beroemde tenor Juan Diego Florez, was een zoektocht begonnen naar de ware geliefde. Toen hij Angelina voor het eerst ontmoette was hij nog vermomd als een bediende. De liefde was snel wederzijds. De prachtige Peruaanse lichte tenor, geknipt voor deze rol, werd tijdens de voorstelling en na afloop luid bejubeld. Hij spreekt bij het publiek tot de verbeelding door zijn stralende, afwisselend krachtige en teder ingehouden stem. Rossini moet dit stemtype beslist voor ogen hebben gehad tijdens zijn componeren.

Overacting

Over de uitvoering van de rollen van de zussen Tibse en Clorinda ben ik wat minder enthousiast. Vocaal heb ik geen kritiek op Rachael Durkin en Patricia Risley, maar hun permanente overacting deed afbreuk aan het komische karakter dat de opera ongetwijfeld heeft door de virtuoze loopjes en spitsvondigheden die in de muziek van Rossini liggen opgesloten. In iedere scène werd door de twee dames tuttigheid geüpgraded tot volstrekt belachelijk gedrag. Hun symmetrisch optreden was geen teken van eensgezindheid, want de dames vlogen elkaar in de haren wanneer hun rivaliteit een rol speelde om in het gevlij te komen bij de nepprins de dienaar Dandini, uitstekend vertolkt door Pietro Spagnoli. Dandini’s advies aan prins Ramiro om Angelina tot zijn uitverkorene te maken bleek een goed advies. Het trouwfeest vond plaats op een gigantisch grote bruidstaart waar het jonge paar boven op stond. Was de opera echt komisch? De toeschouwer werd er regelmatig toe verleid om te lachen telkens wanneer iemand van een versleten zitbank afviel. Ook tijdens een scène waarin alle protagonisten aan een lange tafel zaten en zij steeds om beurten een moment de razendsnelle muziek benutten om met een hap spaghetti om die tafel te rennen en van plaats te verwisselen. Ik zag het met een glimlach aan. De betekenis ontging me. Er waren ook aardige vondsten. Dan denk ik aan de droom van Don Magnifico die zijn dochters de pan uitveegt omdat zij hem net stoorden tijdens een mysterieuze droom. De regisseur maakte die droom aanschouwelijk door aan het toneelbeeld een kerktoren toe te voegen waar een ezel naar toe vliegt. Don Magnifico legt dan aan zijn dochters uit dat hij zelf de ezel is en zij de vleugels die het zullen brengen tot kroostrijke koninginnen. Je moet er maar opkomen!

Ritme

Tot slot: Volgens Rossini is in de komische opera het ritme ook het element waarop de komische weergave van de muziek berust. Rossini paste het muzikale ritme nooit aan het woord aan, maar behandelde de lettergrepen van het woord volgens de logica van het muzikale ritme. Het woord wordt als het ware in stukjes gehakt en dikwijls omgevormd met de bedoeling dezelfde klankherhalingen te produceren die tot de meest voorkomende en karakteristieke kunstgrepen van Rossini’s komische kracht behoren. Hopelijk hebt u dit herkend toen u naar La Cenerentola luisterde.

De opera heeft als tweede titel: Angelina of de triomf van de deugd. Ook die triomf herkent u maar de censuur was er niet gelukkig mee omdat men er een verwijzing in zag naar een of andere bekende Romeinse juffrouw met dezelfde naam die een nogal liederlijk leven scheen te leiden.

Read Full Post »

Briljante Cosi fan tutte in de Met

scène uit Cosi fan tutte

scène uit Cosi fan tutte

Afgelopen zondag zag ik een briljante uitvoering van Cosi fan tutte vanuit de Metropolitan Opera in de Pathé bioscoop in Tilburg. Veel publiek was er niet. Vermoedelijk speelde Moederdag een belangrijke rol. Sommige moeders zaten kennelijk aangetrokken door deze Mozartopera, zo vertelden ze mij, toch met een schuldgevoel in de zaal. Na afloop spoedden zij zich naar huis maar deze uitvoering zullen ze zeker blijven koesteren. De cast was voorbeeldig samengesteld en musiceerde tot het einde zeer boeiend. Dat was mede te danken aan het voortreffelijke orkest dat onder leiding stond van de bijna 72 jarige James Levine, die  na een ziekte van twee jaar terug in de orkestbak stond. Zijn trouw aan de Metropolitan Opera is ongeëvenaard. Sinds 1972 is hij daar chef-dirigent. Hij nadert met rasse schreden zijn 2500e voorstelling. Wie kan hem dat navertellen?

Partnerruil

Cosi fan tutte gaat over twee jonge, verloofde stellen Dorobella met Ferrando en Fiordiligi met Guglielmo. De twee mannen worden aangesproken door de oude vrijgezel en filosoof Don Alfonso. Die beweert dat alle vrouwen ontrouw zijn. ‘De trouw van een vrouw is als een Arabische feniks: dat hij bestaat zegt iedereen, maar niemand weet waar hij is.’ De drie mannen spreken af dat de dames zullen worden getest. Ferrando en Guglielmo beginnen een flirt met de verloofde van de ander. De meisjes weerstaan de verleidingen van de als vreemdelingen verklede verloofdes eerst prima, maar zwichten na veel aandringen en zielig doen van de mannen toch. In de tweede acte komt het verschil van de beleving van de gevoelens van de twee vrouwen aan het licht. Uiteindelijk komt alles op zijn pootjes terecht en eindigt de opera met een dubbele bruiloft. Maar toch, helemaal lekker zit het aan het einde niet. Er is iets veranderd. Het vertrouwen tussen de personages lijkt aangetast

Zangers

Dirigent Levine beschikte over uitstekende zangers. Uitblinker was voor mij Susanna Philips die een voortreffelijke Fiordiligi neerzette. De aria ‘Come scoglio immoto resto’ (als een rots, immer standvastig) is een echte sopranen test met nauwelijks haalbare melodische overgangen die Susanna Philps zonder merkbare moeite nam. Bekend is de anekdote dat Mozart, de oorspronkelijke zangeres Adriana Ferrarese niet zo mocht. Zij zong deze aria als een gans, die haar hoofd naar beneden duwde bij de lage noten en in haar nek gooide bij de hoge. Vooral bij het continu heen en weer schakelen zag er dat vermoedelijk heel raar uit. Mezzo-sopraan Isabel Leonard zong de rol van Dorabella en deed nauwelijks onder voor haar collega. Ze zong met bijna evenveel expressie en met haar techniek zat het wel goed. Aangezien de opera gaat over partnerruil kwamen er ook twee heren aan te pas. De tenor Matthew Polenzani zong de rol van Ferrando en bariton Rodion Pogossov van Gugliemo. Beiden zongen en acteerden met overtuiging en zonder haperen waarbij Pogosov iets sterker overkwam dan Polenzani. Beide personages geloven in de onvoorwaardelijke trouw van hun aanstaande bruiden. Dat ze bedrogen uitkomen wordt veroorzaakt door het naïeve karakter van de jonge dames en door toedoen van hun nepkamermeisje Despina. De kittige Danielle de Niese zette met veel humor deze laatste rol op de planken. Mede schuldig aan de problemen en het erotisch experiment was de filosoof Don Alfonso die wat afstandelijk werd gezongen door de bariton Maurizio Muraro. Alfonso slaagde er in enkele  situaties te creëren om de twee zussen te verleiden steeds toegeeflijker  te worden aan de alsmaar sterke wordende verlangens naar een avontuurtje.

De ondertitel van Cosi fan tutte is: De school der minnaars. Misschien werd de titel in de preutse19e eeuw opgevat als een pleidooi voor zedeloosheid want vanaf 1820 werd de opera zelden opgevoerd. Honderd jaar lang bleef het zelfs een onbekend werk. In deze derde en laatste van Mozarts Da Ponte opera zagen veel mensen een uitholling van waarden en normen.

Ensemble zang

De protagonisten hadden het niet gemakkelijk. Mozarts meesterwerk kent een maximum aan duetten, trio’s en kwartetten. Bovendien kregen zij te maken met twee muzikale werelden die tegenover elkaar staan. Het eerste bedrijf is vrolijk. De personages zijn overmoedig en wachten trillend van ongeduld op het volle leven. De grote aria’s van Deborella en Fiordiligi geven blijk van de omvang van hun potentiele gevoelens, maar ook van hun nerveuze onrust. De tweede acte is weemoedig en melancholisch. De personages komen in een maalstroom van gevoelens terecht die hen tegelijkertijd fascineren en irriteren en dat leidt tot mooie en moeilijk te verwerken ervaringen. Die mengeling van gevoelens is ook steeds merkbaar in de orkestpartij en in de ouverture.

Mozart gaf het stuk in 1790 de charme van het zonnige, aan zee gelegen Napels mee. De decors van Michael Yeargan waren daarmee in overeenstemming. Zon, zeewind en dameszuchtjes werden verbeeld door de vele blaasinstrumenten die Mozart in de muziek gebruikte. Ook het feit dat de twee dames toch in de val van de verleiders trappen wordt geloofwaardig door de muziek.

De productie van Lesley Koenig uit 1996 bezorgde de bezoekers geen hoofdpijn. Alles was helder en transparant. De vraag die aan deze opera wellicht vooraf ging was: Hoe reageren twee mannen en twee vrouwen op elkaar in een kunstmatig gecreëerde situatie? Conclusie: Ik denk er nog steeds over na. Cosi fan tutte bezorgde mij in ieder geval een mooie zondag.

 

Read Full Post »