Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2014

Geur Zoeteman 100 jaar

Geur Zoeteman 100 jaar

Zondag 7 september 2014. In het Koning Willem II stadion vergadert de Stichting Operaclub Nederland. Voorzitter Frans van Dommelen verrast de aanwezigen met het opzienbarende bericht dat Geur Zoeteman op 22 augustus jl.100 jaar is geworden. Spontaan applaudisseren de aanwezigen en het ‘ Lang zal ze leven’ klinkt als dat van een echt operakoor.

Ruim drie weken later zoek ik Geur op in haar sfeervolle woning in Drunen. Ze vertelt dat ze zich drie jaar geleden aanmeldde bij de Operaclub. Ze was er bij toen in het stadion het 30-jarig jubileum van de club werd gevierd. Ik herinner me nog dat ik toen een dansje maakte met deze krasse dame.

Hoe kwam een toen 97-jarige erbij om zich aan te sluiten bij een operaclub die als belangrijkste doel heeft haar leden operareizen aan te bieden? De clubleden Martine Dekkers en Bep Kanters leerden Geur al vele jaren geleden kennen via de yogalessen. Zij zoeken Geur regelmatig op om haar gezelschap te houden, ze is namelijk alleen sinds het overlijden van haar echtgenoot Joop, nu zes jaar geleden. De gesprekken gingen vaak over de kunsten, vooral beeldende kunst waar Geur sowieso heel vertrouwd mee is, maar toch dikwijls ook over muziek. Niet dat Geur van muziek zoveel af wist, want een verblijf van bijna 30 jaar in het buitenland stelde haar niet in staat om bijvoorbeeld opera’s te zien. Operacomponisten als Richard Strauss, Pietro Mascagni en Sergei Prokofiev oefenden hun vak nog uit toen zij al jarenlang in het volle leven stond, maar zij kende hen nauwelijks. Beroemde zangeressen als Maria Callas en Renate Tebaldi gingen ook aan haar voorbij.

Introducé

Martine nam haar eens mee naar een voorstelling van Introdans in theater De Leest in Waalwijk. Dat was aanleiding om La Bayadere (de tempeldanseres) van Minkus, een ballet met een bijzonder verhaal, op dvd te gaan zien. Martine: ‘Ze vond het prachtig. Het gevolg was dat ik haar als introducé meevroeg naar een bijeenkomst van de operaclub.’ Geur: ‘Daar heb ik geen spijt van. Ik heb me nu ingeschreven voor drie operareizen voor het komend seizoen. Als cadeau vanwege mijn verjaardag kreeg ik van het bestuur een reis aangeboden. Ik mocht kiezen en koos voor de Parelvissers van Bizet omdat dat ook de eerste opera was die ik met mijn ouders zag. Dat was in Rotterdam en ik was toen nog maar 16.’

Geur is een enthousiaste vertelster. Terwijl ze haar verhaal doet, loopt ze met hulp van haar stok (‘ een rollator wil ik niet. ‘) naar de keuken om voor een kopje thee te zorgen en vertelt ondertussen dat ze onderwijzeres had willen worden maar dat de economische crisis in de jaren dertig daar een stokje voor stak. Geur werd naaister, huwde en was na 10 jaar weer vrijgezel. Toen kwam Joop in haar leven. Geur: ‘Joop was een Shell employé en was als technicus belast met het uitvoeren van plannen van de oliemaatschappij. Hij werkte op lokaal niveau met mensen uit alle lagen van de bevolking van Curaçao, Nigeria, Puerto Rico en Venezuela. ‘ Joop heeft me in die tijd van mijn minderwaardigheidsgevoel bevrijd en me meegenomen over de gehele wereld waardoor ik me kon ontwikkelen. Ik leerde Engels, Duits Maleis en Spaans spreken. Aan het wonen in al die verschillende locaties moest ik wel wennen.’

Nu, 42 jaar geleden gingen Joop en Geur in Drunen wonen. Ze bouwden hun woning en nog steeds woont Geur daar. Iedere dag loopt er wel iemand binnen van de thuiszorg, mantelzorg of de tuinman. Haar zoon Rob komt iedere vrijdag, doet dan de boodschappen, kookt en helpt met klusjes. Voordat zij tegen het middernachtelijk uur haar bed in stapt, heeft ze die dag wel de krant en Elsevier en/of een goed boek gelezen. Gelukkig zijn haar ogen prima in orde. Dat maakt het ook mogelijk dat ze zelf met haar “45 km auto” nog een boodschapje kan doen.

Vervelen doet ze zich geen moment. Geurs creatieve hobby’s zijn talrijk: schilderen, keramiek, batikken en beeldhouwen. Een val vorig jaar beperkt haar nu wel in haar activiteiten maar ze komt mentaal zeer weerbaar over. In haar woonkamer zie je haar prachtige beelden staan. Er is gehakt en gevijld bij het leven. Fantastisch! Ze mag er trots op zijn. En dat is ze ook. Ook op het werk van haar man dat aan de muur hangt. Geur: ‘Hij was een alleskunner. Hij schilderde, vervaardigde een groot metalen kunstwerk voor de tuin en talloze sieraden voor mij.’

Feest

Was haar ‘100-jarig’ feest bijzonder? Zeker! Geur:’ Pas toen besefte ik dat 100 jaar worden iets bijzonders is. Daarvoor stond ik er nauwelijks bij stil. Martine: ‘ Op haar geboortedag 22 augustus kwam de locoburgemeester op bezoek. Hij vertelde dat haar naam en geboortedatum op een bankje zijn geplaatst aan de Laan van Tasmanië /Laan van Samoa.

Het grote feest was in de Korenmolen van de Hertogin van Brabant. Een haag van mensen, waaronder haar familie waar ze zeer op gesteld is, stond haar op te wachten. Ze zongen haar luidkeels toe. Haar zoon Rob was ceremoniemeester. Hij hield een hartverwarmende toespraak. Het was een geweldige dag.’ Namens het bestuur van de operaclub feliciteerden Herman van Lith en zijn vrouw Marie-Christine de jubilaris en boden haar bloemen aan en het reeds vermelde cadeau.

Er was ook nog een toetje voor Geur want het bestuur had in al zijn wijsheid beslist, zo meldde voorzitter Frans van Dommelen tijdens de ledenvergadering, dat zij voor de rest van leven blijft vrijgesteld van het betalen van contributie.

Advertenties

Read Full Post »

Elektra, grijpt je bij de strot

Beeld uit Elektra's vertrek

Beeld uit Elektra’s vertrek 

Elektra is beslist geen opera voor overgevoelige types. Je krijgt heel wat te verwerken. Na afloop ben je stil vanwege het geweld dat op je netvlies komt. Bovendien laten het orkest en de zangers van de Vlaamse opera door een maximum aan geluid het extreme gevoel dat het werk oproept tot in je botten doordringen. In de orkestpartij voltrekt zich het drama zelf door de bijzondere klankwereld die Richard Strauss schiep. Ik kan me nog goed herinneren dat ik Elektra in 1993 in Parijs voor het eerst zag met wereldsterren als Gwyneth Jones en Nadine Secunde. Het was mijn eerste Elektra en ik was toen al overweldigd door de voor mij revolutionaire muziek van Richard Strauss (1874-1929) die de grenzen van de tonale muziekwereld opzocht. Ik wist dus wat mij in Antwerpen te wachten stond. Ik kende geen aarzeling om het werk van Strauss en zijn trouwe tekstschrijver Hugo von Hofmannstahl opnieuw te gaan zien.

Op het podium dit keer geen paleis van het gezin van de vermoorde Agamemnon, zijn vrouw Klytemnestra en hun dochters Elektra, Chrystothemis en hun zoon Orestes. Zichtbaar werd uitsluitend een desolaat vertrek waarin Elektra huisde. Het gezin lag toen al in gruzelementen. Agamemnon was bij het opgaan van het doek al lang en breed vermoord door Klytemnestra en haar minnaar Aegisthos. Orestes was het huis uit en Elektra en Christothemis wachtten aanvankelijk tevergeefs op de thuiskomst van hun broer. Op de muur van Elektra’s vertrek stond in grote letters geschreven: mama, waar is papa? Het is duidelijk. Elektra mist haar vader. Agamemnon is niet meer. Toch is hij steeds aanwezig al was het maar door het steeds terugkerende muzikale motief. Elektra is gek op hem en wil wraak nemen op het moordenaarspaar en hen ombrengen met de bijl waarmee haar vader werd gedood. Wie moet die daad volbrengen? Elektra vindt dat haar zus, de fysiek sterkere, Chrystothemis het moet doen. Maar die voelt er niets voor en verlangt naar het normale leven van een getrouwde vrouw en kinderen. Orestes is er niet en is zelfs door Koningin Klytemnestra dood verklaard. Deze bloeddorstige vrouw kent slapeloze nachten met spookbeelden, treitert voortdurend haar dochters en offert onophoudelijk dieren aan de goden om van haar boze dromen af te komen. Wanneer ze een dialoog aangaat met Elektra confronteert regisseur David Bösch de toeschouwers met gedode, grote dieren die aan het plafond hangen en met infuuslijnen zijn verbonden met het lijf van Klytemnestra. Het vertrek van Elektra lijkt nu een slachthuis temeer omdat de wanden van het vertrek van Elektra ook al besmeurd zijn met bloed.

Dubbele moord

Wanneer Orestes plotseling thuis komt wil hij zijn moeder en haar minnaar ombrengen. Zonder aarzelen doodt hij beiden. De zussen dansen. In afwijking van het originele script pleegt Orestes zelfmoord nadat hij Aegisthos heeft vermoord. Elektra leeft voort.

Voor de protagonisten is deze opera een grote uitdaging. Maar zeker ook voor dirigent Dmitri Jurowski en het Symfonisch orkest van Vlaanderen want de muziek kent nauwelijks een moment van ontspanning. De deze avond optredende Amerikaanse sopraan Caroline Whisnant staat bijna twee uur op volumineuze wijze haar Elektra partij te zingen. Hoog en hard. Acteren kan ze. Ze haat, ze huilt, ze is eenzaam, vervuild en diep ongelukkig. Whisnant komt geloofwaardig over. Dat geldt ook voor de sopraan Liene Kinka als Chrisothemis. Ook zij pakt volumineus uit. Klytemnestra’ s rol zong de Duitse mezzo-sopraan Renée Morloc met verve. Met haar donker getimbreerde stem bracht zij de gehate vrouw tot leven. De Hongaarse bas-bariton Karoly Szemerédy was een sonore Orestes. Even een verademing een mannenstem te horen na het indringende geluid van de vrouwen. Bovendien inspireerde Elektra ’s herkenning van haar broer tot het componeren van enkele minuten oorstrelende, tedere muziek. Daarna volgde de moordpartij met de daarbij behorende ‘forte’ verklanking.

Wat de regie betreft: regisseur David Bösch (1978) houdt van realistische beelden die weinig overlaten aan de verbeeldingskracht van de operaliefhebbers. Het is allemaal recht voor zijn raap. Mijn voorkeur gaat toch uit naar wat meer abstractie die minder afleidt van de muziek.

Wraak

Elektra was het startschot voor de geniale samenwerking tussen Hugo von Hofmannstahl en Richard Strauss. In het oeuvre van de Duitse dichter neemt Elektra een bijzondere plaats in. In geen enkel werk van zijn vroegere drama’s daalde hij zo diep af in de troosteloze, door het noodlot en de geesten beheerste wereld. Er is een moord gepleegd en die moet gewroken worden. Die wraak wordt een onontkoombaar lot en een vrouw, Elektra, wordt er de drager van. Ze is verstard, broedend op een moordplan en ze offert zich op voor dit ene doel. Von Hofmannstahl wist zich geïnspireerd door het Griekse drama van Sophokles.

Operaliefhebbers kunnen nog in Gent terecht om deze tragedie te zien tot en met 3 oktober aanstaande.

Read Full Post »

Voor eens en altijd fan van Maria Callas

Maria Callas geschilderd door Gemma van der Zee

Maria Callas geschilderd door Gemma van der Zee

De meeste lezers van mijn weblog weten dat ik een enorm zwak heb voor de op 16 september 1977 overleden zangeres Maria Callas. Het is vandaag 47 jaar geleden. Zij was toen  54 jaar. Ik herinner me nog dat ik ’s morgens in de krant las dat zij in haar appartement in Parijs aan een hartaanval was overleden. Ik was geschokt. Haar relatief korte  zangcarrière was toen al voorbij. Toen ik haar voor het eerste in 1953 hoorde zingen veranderde mijn operabeleving er ingrijpend door. Ik ging op een andere manier naar operamuziek luisteren. Niet alleen de klankschoonheid van haar aria’s deed er toe, maar vooral de wijze waarop zij de karakters van de protagonisten met veel passie en intensiteit neerzette. Ik werd een echte fan en ben dat nog steeds.

Vanmorgen zette ik een cd van haar op waarin zij een scène uit Tosca zingt. Ik dacht vrijwel direct terug aan 11 juli 1959 toen ik haar in het concertgebouw in Amsterdam zag optreden. Sinds die tijd staat er een foto van dat optreden in mijn werkkamer. Dat zegt genoeg, dunkt me.

Er is nu een nieuw uniek aanbod van haar repertoire. De complete studio-opnames die Callas maakte voor de labels EMI/Columbia en Cetra tussen 1949 en 1969 zijn zorgvuldig geremasterd in de bekende Abbey studio’s. Zij zijn verpakt in een luxe  box en te koop bij Bolcom voor € 249,75.

Canadese winnaar van Internationaal Vocalistenconcours

Op deze weblog trof U de afgelopen week een verslag aan over mijn driedaagse bezoek aan het IVC in Den Bosch. Bij de finale was ik helaas niet aanwezig, maar hoorde wel het laatste deel daarvan op Radio 4. Van de 450 deelnemers aan de voorronden van het concours haalden tien zangers de finale. Winnaar van de sectie Opera en Oratorium werd de Canadese tenor Andrew Haji. Hij zong de bekende aria ‘Una furtiva lagrima’ van Donizetti en een deel uit het oratorium ‘Elias’ van Mendelsson. Mijn favoriet, de Nederlandse zangeres Deirdre Angenent imponeerde met ‘Es gibt ein Reich’ uit Ariadne auf Naxos van Richard Strauss. Zij ontving de Publieksprijs en de IVC Brava Kijkers Prijs.

De finale van de categorie Lied Duo werd vrijdag jl gewonnen door de Zwitserse bas-bariton Milan Siljanov en Georgische pianist Nino Chokonelidze. De 50e uitgave van dit concours was een groot succes. Hulde aan de organisatoren.

Read Full Post »

Master Siegfried Jerusalem in gesprek met zangeres

Master Siegfried Jerusalem in gesprek met zangeres

Drie dagen ging ik naar het Internationaal Vocalisten concours in het Theater aan de Parade in ‘ s Hertogenbosch. Het is me uitstekend bevallen.

Dinsdag 9 september: Halve Finale

Er heerste een opperbeste stemming onder de toeschouwers die vanuit hun theaterstoelen een sfeer opsnoven die past bij een halve finale. Maar er waren ook grote  spanningen voelbaar bij de zangers die beseffen dat het leveren van een indrukwekkende prestatie grote invloed kan hebben op hun carrière. Een aantal winnaars zoals Thomas Hampson, Jard van Nes en Elly Ameling ondervonden dat destijds aan den lijve. Wie goed luistert en samen met de jury probeert de verschillen tussen de zangstijlen, het concentratievermogen, de techniek, de uitspraak en tekstbeleving van de zangers te analyseren, beseft dat de carrière opbouw van zangers niet over rozen gaat.

Maar liefst 20 talenten hadden de voorronden overleefd. Zij moesten tijdens de halve finale de strijd met elkaar aangaan voor een van de tien finaleplaatsen. Toen ik ’s avonds na acht uur intensief luisteren naar huis ging had ik mijn lijstje met potentiële finalekandidaten klaar. Ik was vooral onder de indruk van de 30 jarige Nederlandse sopraan Deirdre Angenent. Ze begon met een aria uit Hérodiade van Jules Massenet. Haar eerste inzet mislukte. Ze moest zich corrigeren maar liet zich niet uit het veld slaan. Ze bleek mentaal sterk en zong vol overtuiging met haar brede, volle, volumineuze dramatische stem een aria uit ‘Un Ballo in Maschera’ van Verdi. Ook de uitvoering van het door alle zangers verplichte nummer Quale Coniugium van componist Willem Jefths sprak me aan. De kers op de taart moest worden ‘ Der Männer Sippe’ uit die Walküre van Wagner. Het ging prima tot de laatste maten, toen waarschijnlijk de vermoeidheid toesloeg. Angenent kwam kracht tekort om de laatste topnoten zonder verkramping te zingen. Ondanks die uitglijders vond ik  haar een fantastisch zangeres. Ik bewonderde haar vooral door haar tekstinterpretatie en de moedige keuze van haar programma. De vraag was hoe ernstig de jury haar het ongelukkige begin en einde van haar optreden zou aanrekenen. Opgelucht haalde ik adem toen ik de volgende dag las, dat zij zich geplaatst had voor de finale. Haar capaciteiten en uitstraling bleken voor de jury voldoende om haar over te laten gaan naar de eindronde.Toen ik het lijstje van de andere finalisten zag, kon ik een instemmend gevoel niet onderdrukken. Een vraag bleef bij mij overeind. Zouden alle  finalisten, net als Deirdre Angenent, ook peentjes gezweet hebben? Vermoedelijk wel, want zingen is topsport. Ook voor een talent gaat dat niet zonder inspanning, discipline en concentratie.

Donderdag 11 september: Masterclasses Gjevang en Jerusalem

Ik was keurig op tijd voor het bijwonen van de masterclass van Anne Gjevang. Er was nog tijd voor een lichte versnapering. Aan de wanden van de ontvangstruimte hingen portretten van beroemde zangers. Van Maria Callas zelfs twee en van Rollando Villazon wel vijf, ook enkele portretten van Anna Netrebko en Cecilia Bartoli alle geschilderd door Gemma van der Zee. Wie er een kleine 2000 euro voor over had kon zich de nieuwe eigenaar noemen.

Terwijl ik rond keek dacht ik aan het bericht dat de legendarische sopraan Magda Olivero op enkele dagen geleden is overleden. Deze fantastische zangeres was met haar uitstraling op de zaterdagmatinee  van de VARA in Amsterdam jarenlang een gevierd zangeres. Ze werd 104 jaar. Ik herinner me nog goed dat zij bij het IVC in 1993 jurylid was en op een indrukwekkende wijze een masterclass gaf. Zij was toen 83 en bleek toen nog in staat om niet alleen een enorm geluid te produceren maar ook met haar zachtste tonen de laatste rij van de schouwburg te bereiken. Magda Olivero won de harten van iedereen door de wijze waarop zij haar pupillen instrueerde.

Masterclasses zijn meestal ook voor een leek interessant. Een zanger laat in eerste instantie zijn lied of aria aan de master horen waarna deze gedurende een twintigtal minuten zijn pupil aanwijzingen geeft. De oplettende toeschouwer merkt ongetwijfeld het verschil tussen de eerste presentatie en het resultaat na coaching van de master. Iedere master heeft zijn of haar eigen aanpak. De mezzo-sopraan Anne Gjevang, bekend vanwege de rol van  Erda die zij vertolkte tijdens de uitvoeringen van Der Ring des Nibelungen van Wagner in het Muziektheater van Amsterdam, beet het spits af. Een van de vier te coachen zangers was Iris van Wijnen. Zij  zong in de halve finale de aria ‘ Come scoglio’ uit de opera ‘Cosi fan tutte’ van Mozart. Ik vond dat het haar toen niet zo goed afging. Het is een lastige aria die de stem tijdens verschillende passages noopt tot het maken van een grote sprong van hoog naar laag en omgekeerd en bovendien moet de zangeres de coloratuurtechniek beheersen. Het resultaat na de aanwijzingen van Gjevang was verbluffend. Het verging de drie andere zangers evenzeer zo. Haar les was: tracht tijdens het zingen een goede balans te vinden tussen de emotie die je weergeeft en de door de componist gehanteerde structuur van de compositie. Die raad kwam de zangeres Reut Ventorero goed van pas bij het zingen van de eveneens lastige aria van Cherubino ‘non so piu cosa son….’.  Haar te snelle ademhaling speelde haar parten toen ze de haast van het personage probeerde uit te drukken. Ook dat euvel bleek na correcties van de master verholpen.

De avonduren werden gevuld met een masterclass van de beroemde Wagner tenor Siegfried Jerusalem. Zijn aanpak moet voor de zangers heel enerverend zijn geweest. Een moment van rust was er nauwelijks. Hij besteedde zeer veel aandacht aan de karakters die moesten worden uitgebeeld en aan de klankvorming van klinkers of medeklinkers. Jerusalem spande zich enorm in en leefde zichtbaar mee met de zangers wanneer zij op zijn verzoek voor de zoveelste keer een frase opnieuw moesten zingen. Met zijn gevoel voor humor gaf hij ze ook lucht. De progressie die de vier zangers maakten door zijn enthousiasme en empathie was opnieuw goed hoorbaar.

Vrijdag 12 september: Masterclass Dame Kiri Te Kanawa

Ik was verrast. Was de kleine zaal tijdens de masterclasses van Gjevang en Jerusalem slechts bezet door circa zestig mensen, dit keer was de grote zaal in een paar minuten gevuld met mensen die Kiri Te Kanawa wilden zien en horen. Of het allemaal operaliefhebbers waren betwijfel ik, maar een ster als Kiri bleek een publiekstrekker, die de lachers op haar hand had en een ovationeel applaus ontlokte toen ze na de beantwoording van een paar vragen uit het publiek op verzoek ook nog een lied, helaas via de microfoon, zong en tenslotte bij het afscheid op het podium verscheen in gezelschap van haar twee hondjes.

Daarvoor, tijdens haar masterclass, gaf zij op weer andere wijze dan haar voorgangers instructie aan de talenten. Zij legde de nadruk op de technische vaardigheid van enkele zangers. Bijvoorbeeld  door de tongspanning van een tenor te verbeteren met een fysiek experiment. Dit tot hilariteit van het publiek.  Bij een andere zanger doceerde zij een uitgebreide ademhalingsoefening om zijn volume stabieler te maken. Ook nu was het resultaat voortreffelijk. De materclasses waren door de inzet van de masters en hun betrokkenheid bij de zangers een succes.

Een laatste uitspraak van Kiri Te Kanawa zal ik zeker vasthouden: ‘ Wij  operazangers hebben als professionals geleerd om karakters uit te beelden. Ik concludeerde: Voor mij als luisteraar de taak om me te verdiepen in die karakters om de muziek en het acteren van hen beter te begrijpen.’ Daar gaat het immers bij opera om!

Voor mij was de IVC week weer voorbij. De finale van het concours moet ik helaas missen. Maar het moois dat deze week werd gepresenteerd bleek de moeite waard. Het was een bijzonder evenement.

Read Full Post »