Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2015

Beslissende blik in Orphée et Eurydice?

Scène uit Orphée et Eurydice

Scène uit Orphée et Eurydice

Orphée en Eurydice van Christoph Willibald Gluck (1714-1787) is een repertoire stuk waarmee de meeste operaliefhebbers vertrouwd zijn. Een goed idee van de Nederlandse Reisopera om er het hele land mee door te gaan. Zo is het gezelschap ook in Breda op 2 juni. Veel componisten waagden zich aan het verhaal van de twee geliefden, nog maar net getrouwd toen het noodlot al toesloeg. De bruid stierf door een slangenbeet. Wat daarna volgt is een muziekdrama waarin de kwelling overheerst. Tot tweemaal toe verliest Orphée, meesterlijk gespeeld en gezongen door de Britse tenor Samuel Boden, zijn bruid. De tweede keer omdat hij zich niet langer kan beheersen en de opdracht van de goden negeert door zijn vrouw, nadat hij toestemming van hen kreeg om haar uit de Hades terug te halen, toch aan te kijken. Die verboden blik was dodelijk. Voor Orphée ontstond een gewetensconflict omdat hij zich schuldig achtte aan haar tweede dood. Eurydice’s twijfel aan zijn liefde voor haar kon hij niet langer verwerken. Haar kwelling was én voor hem én voor haar te groot. Zo staat deze opera van de meest bekende mythische liefdesgeschiedenis uit de wereldliteratuur, verteld door zowel Ovidius en Vergilius, in het teken van een bijna twee uur durende menselijke kwelling die de toeschouwer confronteert met hoop, verdriet, de onontkoombaarheid van de dood, het menselijk lot en een uitgelezen kans op reflectie hoe daar mee om te gaan.

Eenvoud
De Nederlandse Reisopera wist met eenvoudige middelen het werk, waarvan we de Franse versie uit 1774 in beeld kregen, uitstekend voor het voetlicht te brengen. Het theaterbeeld is een kaal landschap met in het midden een toegang tot het dodenrijk. Orphée maakt daar uiteraard gebruik van maar ook zes dansers die volgens de Franse traditie met een fantastisch ballet de wereld van de levenden en doden bij elkaar brengen. Gluck hield van eenvoud. Hij bracht opzettelijk geen overbodige trillers en vocaal acrobatische versieringen aan in de partituur. Daarmee reageerde hij op de overdreven uitbundigheid van het genre van de ‘opera seria’ dat tussen 1700 en 1750 hoogtij vierde. Gluck vond dat castraten en andere zangers niet langer het middelpunt moesten zijn maar de inhoud van het drama.  Weg dus met oppervlakkig vermaak! Het verhaal is door librettist de Calzabigi eenvoudig gehouden. Behalve de dansers en het koor Consensus Vocalis, dat bestond uit speciaal geselecteerde goed acterende en zingende koorleden, die de herders en de bewoners van de geestenwereld vertegenwoordigden, stonden  slechts drie personages op het podium: Het liefdespaar Orphée, Eurydice en L’Amour. Orphée in de persoon van de Brit Samuel Boden stond bijna de gehele voorstelling op het toneel. Hij speelde een integere, in en in verdrietige man die wanhopig was door het verlies van zijn vrouw en dat deed hem bijna besluiten een einde aan zijn eigen leven te maken. Zijn fraaie tenorstem, helder en slank, klonk aanvankelijk wat aan de zachte kant maar verbeterde snel. De Sloveense sopraan Kristina Bitenc was een uitstekende Eurydice. Zij leed na haar bevrijding uit het dodenrijk voortdurend aan de kwelling van het ontbreken van aandacht van Orphée. Bitenc wist de heftige emoties uitstekend over te brengen. ‘Het Symfonieorkest’ onder leiding van dirigent Roger Hamilton speelde voortreffelijk en met grote zeggingskracht.
Neuriën
De Nederlandse Reisopera en het publiek kunnen terugzien op een zeer geslaagde uitvoering. Deze versie van de opera kende een goede afloop want de goden streken alsnog over hun hart en gunden Eurydice opnieuw toegang tot het rijk der levenden. Zo konden de geliefden elkaar op bijna dezelfde wijze omhelzen als voordat de giftige beet Eurydice velde. De blik van Orphée bleek niet beslissend.
Na afloop hoorde ik veel mensen in de wandelgangen de aria ‘ J’ai perdu mon Eurydice’ neuriën. Thuis gekomen luisterde ik nog vijf keer naar deze aria respectievelijk gezongen door de alten Janet Baker en Kathleen Ferrier, de mezzosopraan Shirley Verrett, de sopraan Maria Callas en de tenor Tito Schipa (1932). Goed om te horen dat de tenor Samuel Boden het er vanavond, in vergelijking met deze vijf topzangers, heel goed vanaf bracht. Nog voor de diehards: Gluck componeerde verschillende versies van deze opera waarbij de Orphée rol voor verschillende stemsoorten werd gecomponeerd.

 

Advertenties

Read Full Post »