Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2015

Placido Domingo en Olga Borodina

Placido Domingo en Olga Borodina

Tachtig mensen kwamen op dinsdag 20 oktober naar het CC Jan van Besouw in Goirle om op een groot filmdoek de opera Samson et Dalila van de Franse componist Camille Saint Saëns (1835-1921) te zien. Een paar uur later gingen ze enthousiast naar huis. Geen wonder, want ze zagen een topvoorstelling uit 1998 van de Metropolitan Opera in New York, onder leiding van de legendarische dirigent James Levine en geregisseerd door Elijah Moshinsky.

De première van deze opera had heel wat voeten in de aarde. Saint Saëns werkte tenminste acht jaar aan deze opera. Het was zijn tweede. In 1877 was het werk klaar Succes leek aanvankelijk niet voor hem weggelegd, want met hulp van Frans Liszt kon de première pas in 1877 in Weimar worden opgevoerd en dan nog wel in de Duitse taal. Pas in 1890 en 1892 konden de Fransen respectievelijk in Rouen en in Parijs het werk bewonderen. Vanzelfsprekend toen in de Franse taal.

Samson et Dalila was aanvankelijk bedoeld als oratorium, maar werd  op advies van librettoschrijver Ferdinand toch uitgevoerd als opera. Daar ben ik niet ongelukkig mee! Ik vind het een fantastisch werk.

Interactie

De componist schreef gedurende zijn 86-jarige leven maar liefst 300 composities. Zijn eerste roem ontleende hij vooral aan het feit dat hij een begenadigd piano en orgelvirtuoos was, die op 11 jarige leeftijd in staat was de 32 sonates van Beethoven te spelen. Zijn faam dankte hij ook aan zijn symfonieën, talloze concerten voor piano, orgel en blaasinstrumenten. Met opera had hij niet zoveel op. Behalve Samson et Dalia zijn de 12 andere opera’s in vergetelheid geraakt. Camille’s rijke ervaring met instrumentale muziek droeg een steentje bij om zijn Samson et Dalila rijk te orkestreren. De muziek past het drama als een handschoen. Het werk is doorgecomponeerd met goed in het gehoor liggende melodieën waarbij de componist zijn symfonische capaciteiten stevig aansprak. De prachtige koorpartijen herinneren de luisteraar aan de muziek van Bach en Händel en de dramatische handeling komt fantastisch tot uiting in de sensuele aria’s van Dalila en de met flair te zingen partij van de weifelende Samson, die niet weet of hij aan zijn seksuele verlangens zal toegeven of trouw zal blijven aan de god van Israel.

Het libretto van deze opera is ontleend aan het bijbelse verhaal dat u kunt terugvinden in het oude testament (boek Richtern 14-16). Anders dan wellicht vermoed is de opera in eerste instantie toch geen religieus werk. De opera gaat vooral over de sterke interactie tussen het liefdespaar Samson en Dalila, vertolkt door de toen in grote vorm verkerende tenor Placido Domingo en de subtiel zingende Russische mezzosopraan Olga Borodina. De opera heeft een spannend  verloop mede door de interventies van de Filistijnse hogepriester van de god Dragon, bekwaam neergezet door de Russische bas bariton Serge Leiferkus. De spanning in de relatie van Samson en Dalila wordt vooral veroorzaakt door de dubbele agenda die beiden hebben. Samson wil met zijn ‘bovennatuurlijke kracht’ zijn volk bevrijden van de onderdrukking van de Filistijnen maar hij wil ook de god van Israël trouw blijven. Er liggen echter gevaren op de loer. Door zijn verliefdheid op de Filistijnse Dalila is hij een kwetsbaar personage geworden. Dalila’s erotisch gedrag kan immers de oorzaak worden van het ontfutselen van het geheim van zijn mysterieuze kracht. Tot driemaal toe weerstaat hij de avances van Dalila maar daarna gaat hij voor de bijl en komt dan door verraad in handen van zijn triomferende vijanden. Dalila is een patriottistische vrouw. Ze wil Samsons ondergang en ze wil haar volk wreken, zonder daarvoor geld aan te nemen van de hogepriester. Samson moet voor Dalila een begerenswaardig personage zijn geweest, want hoe had zij anders de aria ‘Mon coeur s’ouvre à toi’ zo sensueel, begeleid door mysterieuze orkestmuziek, kunnen zingen terwijl zij zegt hem te haten?

bacchanaal samsonimages Exotisme

Placido Domingo en Olga Borodina zingen en acteren beiden op hoog niveau. Maar zij niet alleen. Orkest, koor en de leden van het ballet maken ook grote indruk in het laatste bedrijf tijdens een bacchanaal waarin de Filistijnen, met Dalila en de hogepriester voorop, de spot drijven met de vastgebonden, inmiddels blinde Samsom. De Filistijnen uiten uitzinnig hun vreugde met een geweldig kleurrijk ballet waarin ook de fascinatie voor het exotisme van de componist, door zijn veelvuldig bezoek aan Algerije, aan het licht komt. En Samsom? Hij verstoort hun feest door de enorme tempelzuilen van hun plaats te duwen en iedereen de dood in te jagen. Maar dat wist u natuurlijk al.

Advertenties

Read Full Post »

Venus wil Tannhäuser nog niet laten gaan

Venus wil Tannhäuser nog niet laten gaan

‘ Dich teure Halle, grüsss ich wieder.’ Het zijn de eerste woorden van Elisabeth aan het begin van het tweede bedrijf. Zij slaan op haar tijdenlange afwezigheid in de zaal waar minnezangers hun hoofse liederen zongen. Ze is weggebleven omdat Heinrich (Tannhäuser) naar het rijk van Venus is vertrokken. Daarover is zij erg teleurgesteld omdat juist hij bij haar, haar eerste erotische gevoelens losmaakte. Dat was nieuw voor haar.

Onwillekeurig moest ik denken aan een van mijn eerste opera’s die ik de Vlaamse opera bezocht. Dat was de Tannhäuser in het seizoen 1996-1997 in de regie van Hans Hoffmann met in de hoofdrollen de fantastische Zweedse sopraan Nina Stemme als Elisabeth en de Amerikaanse tenor Gary Lake als Tannhäuser. Dirigent was toen nog Stefan Soltesz. Vocaal was het een dijk van een voorstelling. Nu, bijna 20 jaar later, ben ik in dezelfde zaal voor dezelfde opera maar in een nieuwe productie van de Catelaanse theaterman Calixto Bieito. Ik ‘begroette’ vol verwachtingen de zaal. De uitvoering werd een groot succes.

Wartburg

Nieuwe perspectieven openden zich van dit drama dat zich afspeelt op de Wartburg, die ik twee jaar geleden nog bezocht als historisch aandenken aan deze opera, en de Venusberg waar Heinrich zich tijdenlang had overgegeven aan de zinnelijke lusten die de katholieke kerk zo verfoeit.  Allerlei gebeurtenissen zijn in een andere context geplaatst. Allereerst het afscheid van Heinrich van de erotiek uitstralende Venus, de godin van ‘zaligheid en lust’. Tannhäuser wil bij haar weg. Hij voelt zich ten prooi aan een wisselend gemoed, verlangt naar een geurig woud, naar het mooi gezang van de vogels en het gelui van de klokken en hij mist zelfs pijn. Venus kan het niet vatten. Ze is zelf verliefd geworden op Heinrich en wil hem aanvankelijk niet laten gaan. De Litouwse mezzo-sopraan Ausrine Stundyte, eerder al te bewonderen bij de Vlaamse opera als Katerina in Sjostakovitsj ’Lady Macbeth’, klemt zich op niet mis te verstane wijze vast aan haar tegenspeler en trekt daarbij al haar vocale registers open om haar geliefde niet te laten ontsnappen. Toch gebeurt dat!

Volgens de regieaanwijzingen van Wagner speelt zich voor aanvang van de dialogen in de Venusberg een bacchanaal af tussen minnende nimfen en saters. Dit is echter door regisseur Bieito vervangen door een langdurige scene waarin Venus zich in een bosrijke omgeving gedraagt als een boomknuffelaarster, één met de natuur en zich bewust van haar lichamelijkheid. Het geknuffel duurt ook voor de oplettende toeschouwer net wat te lang om de aandacht vast te houden.

Tannhäuser is geen complexe figuur. Hij volgt snel zijn ingevingen. Hij keert terug naar de minnezangers. Je mag verwachten dat zijn ‘oude vrienden’, hem  hartelijk welkom heten bij hun eerste ontmoeting. Zo ervoer ik dat tenminste in andere voorstellingen. Regisseur Bieito ziet dat anders. Ze zijn niet alleen onvriendelijk maar gaan ook fysiek slecht met hem om en nemen hem kwalijk dat hij Elisabeth in de steek liet en die daarom niet meer naar hun minnezang wilde luisteren. Nu hij terug is, en daardoor ook Elisabeth zich weer vertoont, willen ze Heinrich ook niet naar elders laten vertrekken want ook zij voelen zich aangetrokken door de als een zuivere engel door het leven gaande vrouw, die in hun ogen pal staat voor de platonische liefde.

Legendes

Er is een wedstrijd tussen de minnezangers in aanwezigheid van ridders en edelvrouwen uitgeschreven. Wie het best het wezen van de liefde kan doorgronden en die het waardigst zal bezingen krijgt de prijs die Elisabeth uit zal reiken, zo is beslist. Iedereen is er klaar voor. De strijd kan beginnen.  tannhauser 3

Wagner baseerde zijn opera op verschillende oude legendes maar centraal staat het conflict tussen lichamelijke liefde en geestelijke liefde, hier gepersonifieerd door de godin Venus en de nobele Elisabeth. Die tegenstelling lijkt in de meeste voorstellingen groot en onoverkomelijk. Bieito werkt dat thema echter anders uit. Elisabeth heeft na de terugkomst Tannhäuser verteld dat zij zich machteloos voelt voor de macht van wonderen. Haar overkwam ‘het wonder’ dat zij een lied van hem hoorde en gevoelens ervoer die zij daarvoor nooit gekend had. Haar ‘lust en vrede’ gingen verloren en zij kende geen vreugde meer toen hij haar verliet en naar de Venusberg ging. De regisseur trekt zijn conclusies. De minnezangers zien dat Elisabeth veranderde in een vrouw van vlees en bloed en op Venus is gaan lijken. Ze begeren haar collectief terwijl ze met de mond belijden dat lichamelijke liefde zondig is en Tannhäuser gestraft moet worden vanwege de inhoud van zijn lied dat lichamelijke lust koppelt aan liefde. Hun hypocrisie lijdt tot een lichamelijke afranseling waarbij Elisabeth ook niet ongeschonden uit de strijd komt. Werd aan Elisabeth in conventionele uitvoeringen nog een enig gezag toegekend omdat zij in staat bleek door stevig het woord te nemen handtastelijkheden te voorkomen, nu gaan bij alle aanwezigen de remmen los. Een afwijkende mening, zoals die van Tannhäuser met zijn pleidooi voor de zinnelijke liefde wordt eenvoudig niet geduld. Daarmee krijgt de opera ook een maatschappelijk interessante kant. Hoe kan een eenling zich weren tegen de collectieve mening van een massa zonder te worden bedreigd? Tannhäuser rest nog maar één uitweg: de pelgrims volgen naar Rome en door boete en berouw verlost worden van zijn zondigheid.

Regisseur Bieito heeft weer een verrassing in petto. Het derde bedrijf opent met een verloederde, biddende Elisabeth die aarde in haar mond stopt. Zij wacht de terugkeer af van de pelgrims. Helaas bevindt Heinrich zich niet bij het gezelschap. Ze uit haar verlangen spoedig te sterven. Wolfram, heimelijk ook verliefd op Elisabeth, is ter plekke. Hij probeert, en dat is weer nieuw voor mij, haar tot tweemaal toe op haar eigen verzoek te wurgen. Het leven heeft voor haar alle zin verloren. Wolfram zingt dan zijn beroemde ode aan de avondster die voor hem symbool staat voor Elisabeth. ‘Wie Todesahnung  Dämmrung deckt die Lande.’ Dan duikt Heinrich weer op. Hij vertelt op indrukwekkende wijze wat hem ,Tannhäuser, overkwam tijdens zijn pelgrimstocht naar Rome waar hij bij de paus tevergeefs smeekte om vergeving maar, nog erger, door het hoofd van de Rooms Katholieke Kerk voor eeuwig werd verdoemd. Tannhäuser ziet nog maar een mogelijkheid: Terug naar Venus. De liefdesgodin verschijnt en lokt hem. Tevergeefs. Wanneer Wolfram de naam van Elisabeth uitroept verdwijnt Venus. Het is duidelijk: Elisabeth heeft Heinrich’s zielenheil gered. De opera is bijna afgelopen. Omdat Elisabeth’s hemelvaart en die van Tannhäuser niet duidelijk werden gepresenteerd, is er in deze uitvoering sprake van een open einde. Orkest, solisten en koor namen de gelegenheid te baat om in de finale muzikaal overweldigend uit te pakken met een volumineus koorwerk dat niet anders dan kon leiden tot een ovationeel slotapplaus. Toch blijft de vraag naar de wezenlijke tragiek van Tannhäusers zondebesef mijn aandacht vragen. Onderstaand gezongen vers van Tannhäuser licht de sluier op.
Om mij zondaar tot heil te brengen, verscheen Gods afgezante (Elisabeth) voor mijn oog:
Maar ach! Om haar wellustig op te nemen, keek ik godslasterlijk naar haar omhoog!
O! Gij, hoog boven deze aardse dreven,
Die d’engel van mijn heil mij zond:
Vergeef degeen wiens blik zo aanstootgevend
De middelares des hemels schond!
Nu komt de tragiek van Tannhäuser aan het licht. Niet het feit dat hij op de Venusberg vertoefde is de oorzaak van zijn tragiek, want daarmee verspeelde hij slechts de achting van de paus en Kerk. Aan dat soort vergrijp voelt hij zich niet echt schuldig, maar wel aan het feit dat hij de kuise Elisabeth tot het object van zijn zinnelijke begeerte maakte. Elisabeth de middelares van de hemel die hij destijds kwetste door haar in de steek te laten. Zij vergaf hem zijn vertrek en bad voor zijn zielenheil nadat aan het licht was gekomen dat hij op de Venusberg had vertoefd.

Nieuwe kijk

Wat maakte deze Tannhäuser zo succesvol? Allereerst was het concept van regisseur Calixto Bieito zeer uitdagend omdat hij probeerde een nieuwe kijk te geven op het werk door ongewijzigde teksten zo te interpreteren dat gebeurtenissen een nieuwe blik boden op menselijk gedrag in uitzonderlijke situaties. Vooral de wijze waarop men met elkaar omging tijdens het conflict tussen de minnezangers, ridders, edelvrouwen en Tannhäuser verwijst naar een roemloze ondergang van het individu.

Bijzonder was ook dat dirigent Dmitri Jurowski de Parijse versie uit 1861 voor het eerste bedrijf koos en de oorspronkelijke versie van Dresden (1845) in het tweede en derde bedrijf. Het orkestspel was prima verzorgd. Er was spanning door de zachte en forte passages zorgvuldig te spelen. Ook het koor liet zich van haar beste kant zien. Het kan terugkijken op een Tannhäuser waarin het wezenlijk bijdroeg aan een spannend verloop.

Ongetwijfeld waren de toeschouwers sterk onder de indruk van de prachtig zingende solisten. De sterk acterende Duitse sopraan Anette Dasch als Elisabeth, de Duitse heldentenor Burkhard Fritz als Tannhäuser en de bariton Daniel Schmutzhardt als Wolfram versaagden geen moment. Ook niet in de situaties waarin fysiek veel van hen werd gevraagd door Bieito’s regie. En wat te denken van Aurine Stundyte als Venus? Deze Litouwse sopraan is een theatertalent. Ze zegt er achter te zijn gekomen dat Wagners Venus vooral een trotse liefhebbende vrouw is. Het is een uitdagende uitspraak waar menigeen een vraagteken achter zet, vermoed ik.

Slotscene

Slotscene

 Decor

Nog een enkel woord over de opbouw van het podium. In het eerste bedrijf zijn op de Venusberg bewegende bomen zichtbaar waar Venus zich als vrij natuurmens met erotisch gevoel aan overgeeft. In het tweede bedrijf bestaat het decor uit een hal met witte zuilen, soms te fel belicht, die een bepaalde maatschappelijke orde suggereert. Daar vindt het zangfestijn van de minnezangers plaats en worden ruzies uitgevochten over de toelaatbaarheid van een lied dat de lof van de zintuigen en de vleselijke lusten bezingt.

In het laatste bedrijf zien de toeschouwers hoe de Wartburg uit evenwicht is geraakt. De bomen van het gebouw groeien door het dak en zwarte bodembedekkers kruipen omhoog langs de zuilen. Vermenging van cultuur en natuur die leidt tot chaos? Wie het weet mag het zeggen!

Read Full Post »