Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2015

Marlis Petersen als Lulu en Johan Reuter als Dr.Schön

Marlis Petersen als Lulu en Johan Reuter als Dr.Schön

Rond 10.30 uur liep ik zondag 29 november de ontvangsthal van de Pathé bioscoop in Tilburg binnen. Geen mens te zien! Toch vreemd want een half uur later al begint de opera Lulu, de weergave van een uitvoering vanuit de Metropolitan Opera in New York. Twee minuten voor het geplande aanvangstijdstip zijn er slechts zeven toeschouwers in de bioscoopzaal. Wat is er aan de hand? Dat atonale muziek bij de meeste operaliefhebbers niet geliefd is, is me bekend. Maar dat in een stad van 200.000 inwoners slechts een enkeling zich aan een experiment waagt om kennis te maken met operamuziek, die minder toegankelijk is dan het standaardrepertoire uit de 19e eeuw, ervaar ik als extreem. Zelf had ik me voorbereid door tweemaal, kort na elkaar, een dvd te bekijken van de atonale opera Mozes en Aron van Arnold Schönberg (1874-1951). Het is me goed bevallen. Zonder aarzeling besloot ik het werk Lulu van zijn leerling Alban Berg (1885-1935), die eveneens een exponent was van de tweede Weense school, te gaan zien.

Klankstructuur

Net als de zes andere toeschouwers had ik er geen moment spijt van. De opera-uitvoering van Lulu was van een zeer hoog niveau. Grandioos muziektheater. Zeker, de muziek met gebruikmaking van de twaalftoonstechniek klinkt aanvankelijk onwennig omdat de lyrische melodielijn lijkt te ontbreken, maar al spoedig kom je in een luisterflow waardoor je gewend raakt aan klankstructuren die hun oorsprong vinden in de eerste drie decennia van de 20e eeuw bij de tweede Weense school. De muzikale motieven zijn gebaseerd op één enkele twaalftoonreeks. De instrumentatie is veelkleurig en er wordt gebruik gemaakt van een grote variatie aan muzikale vormen. Doordat het ritme van de zanglijnen dicht bij de spreektaal ligt, klinkt de tekst heel natuurlijk. De componist volgde daarmee de voetsporen van Richard Strauss met Sprechgesang en leidmotieven die gekoppeld zijn aan de verschillende protagonisten. Bergs compositie blijkt een meesterwerk te zijn.

Berg begon in 1927 te werken aan zijn tweede en laatste opera, Lulu, op basis van Frank Wedekinds tragedies Erdgeist (1895) en Die Büchse der Pandora (1902). Het libretto schreef Berg zelf. Bij zijn overlijden was het werk nog niet voltooid en het werd afgemaakt door Friedrich Cerha. Daardoor ging pas in 1979 de opera in drie bedrijven in première.

 

Libretto

De opera Lulu vertelt het verhaal van een vrouw die door haar sexy uitstraling zich ontpopt tot een harde, berekenende mannenverslindster. Zij stijgt aanvankelijk, door haar contacten met zakelijk ingestelde mannen, op de maatschappelijke ladder maar eindigt haar leven als een prostituee die ten onder gaat als gevolg van politie-achtervolging, corruptie, chantage, een besmettelijke ziekte, vereenzaming en tenslotte wordt vermoord. Een weinig opgewekte geschiedenis van bijna drie uur. Ze is niet alleen slachtoffer van haar ongebreidelde seksuele lust maar sleurt ‘haar mannen’ en een lesbische gravin ook mee in haar val. Wie haar ziet kan niet om haar heen. Iedereen begeert haar. Wie een relatie met haar aangaat en zelfs trouwt heeft de kans het met de dood te moeten bekopen. Ze is een bedwelmende femme fatale die toch lief heeft. Ze is verknocht aan één man, Dr. Schön, die haar op jonge leeftijd van de straat haalde. Na enkele losse contacten slaagt Lulu erin om met hem te trouwen. Maar ook die liefde gaat kapot als zij hem met enkele revolverschoten vermoordt.

De Metropolitan Opera slaagde erin om een prachtige cast samen te stellen voor de productie van de Zuid Afrikaanse regisseur William Kentridge. Onlangs werd deze Lulu ook uitgevoerd door onze Nationale Opera in Amsterdam. Sommige solisten waren èn in Amsterdam èn in New York van de partij. Johan Reuter vertolkte uitstekend zowel de rol van Dr. Schön als die van de enge moordenaar Jack de Ripper. Daniel Brenna als Alwa, de zoon van Dr. Schön, en de 77-jarige Franz Grundheber als Schigolch bleken uitstekende zangers en acteurs. Zoals  Mojca Erdman furore maakte in Amsterdam, deed dat de beroemde Duitse sopraan Marlis Petersen in New York. Zij speelde de rol van Lulu al gedurende 18 jaar in 10 verschillende producties en heeft nu besloten dat zij de huidige uitvoering in de Met als haar laatste Lulu beschouwd. Met stijgende verbazing zag ik hoe zij deze uitermate lastige rol met moeilijke coloraturen, grote intervallen en met een sublieme zangtechniek tot een goed einde bracht. Haar acteertalent lijkt me ongeëvenaard. De wijze waarop zij Lulu als ongeleid projectiel op de planken zet is buitenaards. Een uitvoering met deze zangeres lijkt bij voorbaat een succesformule.

Inkttekeningen

Marlis Petersen as Lulu, photographed by Kristian Schuller/ Metropolitan Opera.

Marlis Petersen as Lulu

Maar er is meer: Regisseur Kentridge (1955), die ook al eens Shostakovitch ‘De Neus’ regisseerde, weet door zijn enscenering deze opera tot echt Muziektheater te promoveren. Hij liet zich inspireren door de zwijgende films uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw in de tijd dat Lulu ontstond. Bovendien bestaat zijn decor uit bewegende zwart-wittekeningen, over de volle hoogte en breedte van het toneel. Zij veroorzaken perspectieven waarachter zangers verdwijnen en weer tevoorschijn komen. De toeschouwer ziet prachtige, met een paar inktstrepen getekende mannenportretten. Vermoedelijk zijn het de veroveringen van Lulu. Zelf is ze ook afgebeeld met getekende borsten en schaamhaar.

Deze zondagmiddag zal ik niet snel vergeten. Een grandioze productie met groots theater in een nagenoeg lege zaal. Dat is me nog nooit overkomen.

Advertenties

Read Full Post »

Dialogue 1 Zondagmiddag 22 november rond 16.30 uur. De laatste noten van Poulencs opera Les Dialogues des Carmélites zijn nauwelijks verstomd of er klinkt zoals gewoonlijk na afloop van een opera in het Muziektheater in Amsterdam luid applaus en enkele juichkreten uit de bijna uitverkochte zaal. Ik kan er niet aan mee doen. Zeker, ik was beslist enthousiast over de reprise van deze opera mede dankzij de prachtige minimalistische regie van de Canadees Robert Carsen. De sombere klanken van de Franse componist en in de finale de executie van de 16 karmelietessen, tijdens de Franse revolutie in 1789, hadden voor mij een te grote connectie met de aanslagen in Parijs. Bij mij was voor uitbundigheid geen ruimte. Zou Carsen ooit gedacht hebben dat het werk van de beul van de guillotine in Parijs met ongeveer 40.000 doden ooit gekoppeld zou worden aan de onthoofdingen van de IS?

Doodsangst

Les Dialogues des Carmélites gaat niet uitsluitend over het schrikbewind tijdens de Franse revolutie en haar desastreuze gevolgen voor priesters en kloosterlingen. Ook de beleving van religie en de angst voor de dood komen uitgebreid aan bod bij de novice Blanche en bij de ontluisterende doodsstrijd van de priores van het nonnenklooster in Compiègne, een voorstadje van Parijs. Poulenc  was er lang van overtuigd dat hij, ondanks de ontkenningen van zijn artsen, maagkanker had. Zijn angst om daaraan te sterven was groot. Dat herkennen wij in dit werk. Hij zet de toeschouwers aan tot reflectie over de existentiële problemen van het dagelijks leven in een door geweld beheerste samenleving.

De sterfscène van de priores kreeg extra zwaar gewicht omdat zij, ondanks haar 30 jarig kloosterleven, haar vertrouwen in God opzegde door te verklaren dat God voor haar nog maar een schim was. ‘ Waarom zou ik me nog om hem bekommeren? Laat hij zich in mijn ellende om mij bekommeren,’  zegt ze in haar laatste uur. Die dramatische rol van de priores werd voortreffelijk vertolkt door de mezzosopraan Doris Stoffel. Hoofdrolspeelster Sally Matthews, die de rol van de angstige Blanche zong, deed niet voor haar onder. Zij werd met haar zang de incarnatie van een kwetsbare jonge vrouw die haar veiligheid zocht in het klooster om afstand te nemen van haar adellijke leefomgeving, de revolutie te ontvluchten en haar leven te wijden aan God. Voor wat luchtigheid was geen plaats. Bij de andere novice Constance, gezongen door Sabine Devieilhe,  daarentegen wel. Ze zegt tegen Blanche: ‘Het is toch geen kwalijke zaak, dat ik er plezier in heb om de goede God te dienen.’  Het plezier was haar aan te zien!

Karakters

Het taalgebruik van het libretto van Ernest Lavery naar het toneelstuk Georges Bernanos en de muziek van Poulenc (1899-1963) weerspiegelen de verschillende karakters van de kloosterlingen. Zij onderscheiden zich van elkaar maar getuigen ook van grote saamhorigheid wanneer zij gezamenlijk de gelofte van martelaarschap afleggen. Zelfs Blanche overwon in de slotscène haar angst voor de dood. Toen kon ze nog ontsnappen aan de guillotine maar maakte ze van de gelegenheid geen gebruik en voegde zich bij haar medezusters om haar zelfgekozen lot te ondergaan. Een andere sterke, wat strenge zuster was Moeder Marie vertolkt door de veelzijdige mezzosopraan Michelle Breedt. Zij  weet van aanpakken in moeilijke situaties, gaat zelfs op zoek naar onderduikadressen en is daardoor niet bij de executie van haar medezusters aanwezig maar ook omdat een aalmoezenier haar weet te overtuigen dat God andere bedoelingen met haar heeft. Een te overdenken uitspraak van haar tegen Blanche is: ‘Ongelukkig is niet die veracht wordt door anderen, mijn dochter, maar wie zichzelf veracht.’

Broer en zus nemen afscheid

Broer en zus nemen afscheid

Ik wil graag twee scenes die me getroffen hebben onder de aandacht brengen. Allereerst het moment dat Blanche’s broer, Chevalier de Force, tegen de regels van het klooster in afscheid van haar komt nemen omdat hij vlucht voor de revolutie. Op last van de priores is Moeder Marie daarbij aanwezig. Broer en zus zijn vreemden voor elkaar geworden en Blanche verwijt zich dat zij haar angsten voor hem verborgen heeft gehouden. Er is een mengeling van angst en reflectie tijdens deze zeer emotionele scene waarbij ik het optreden van de fraai zingende Franse tenor Stanislas de Barbeyrac als een welkome afwisseling ervoer na al die vrouwenstemmen. De slotscene is zeer beklemmend en aangrijpend. Na elke klap van de guillotine valt er een zingende en licht dansende zuster weg. Het is het dramatische einde van een historische geschiedenis opgetekend door Moeder Marie die ook in werkelijkheid aan de dood ontsnapte.

Visueel schouwspel

Op het podium stonden soms meer dan 150 zangers en figuranten. Zij vertegenwoordigden de Parijse opstandelingen die zo nu en dan dreigend het klooster van de zusters benaderden. Hun aanwezigheid en wijze van bewegen beïnvloedde de dreigende sfeer tijdens dit drama. Het Residentie Orkest onder leiding van Stéphane Denève speelde voortreffelijk de anti romantische muziek waarbij nooit afstand werd gedaan van de tonaliteit. De heldere orkestmuziek is nooit overheersend en ondersteunt voortreffelijk de dialogen, er zijn muzikale elementen te horen vanuit de barokstijl en kamermuziek. De zang is voornamelijk een vorm van sprekend zingen. Aria’s en ensembles zijn er niet. Evenmin coloraturen en thrillers. Ik heb ze ook niet gemist want ze horen in dit drama eenvoudig niet thuis. Het podium was een grote rechthoekige ruimte, spaarzaam en sober ingericht en verbeeldde achtereenvolgens het ouderlijke huis van Blanche, de kloosterkapel, de ziekenkamer van de priores, de gevangenis en de executieruimte. De rekwisieten en de opstelling van de zangers waren voldoende om de toeschouwers duidelijk te maken welke scene aan de orde was.  Robert Carsons productie werd in 13 verschillende landen succesvol opgevoerd. De Canadees is erin geslaagd een sterk visueel schouwspel vol dramatische kracht te presenteren.

Read Full Post »

Turandot, sprookjes-opera met happy end

Ping, Pang en Pong

Ping, Pang en Pong

Het Cultureel Centrum Jan van Besouw in Goirle verwelkomde op dinsdag 18 november negentig mensen uit de regio die op een groot scherm kwamen kijken en luisteren naar Puccini ’s (1858-1924) laatste opera Turandot. Een goede opkomst. Het ging immers dit keer niet om de populaire opera’s als La Bohème en Madame Butterfly die beide leiden tot de dood van Puccini’s heldinnen, maar om een prins die onvoorwaardelijk de Chinese prinses Turandot aan de haak wil slaan. Daarvoor moet hij drie raadsels oplossen. Haast een onmogelijke opgave. Maar hij slaagt en ontsnapt daardoor aan de beul die hem bij falen zou hebben onthoofd. Talloze prinsen waren hem al voorgegaan op het schavot. Het werd in Goirle dus een happy end.

Opgekropte ontroering

Voor de mensen die deze opera in 1926 voor het eerst zagen, moet de première een bijzondere, emotionele avond zijn geweest. We gaan even terug in de tijd. In 1924 stierf Puccini aan keelkanker. Zijn opera Turandot was onvoltooid. De slotscène ontbrak. Hij liet 36 bladzijden met schetsen na waar Franco Alfano mee aan de slag ging om de opera te voltooien. Op 25 april 1926 was het zover dat Turandot in première ging in de Scala van Milaan onder leiding van maestro Arturo Toscanini. Die legde zijn dirigeerstok direct neer na de laatste noot die Puccini schreef en zei: ‘Hier eindigt het werk door het overlijden van de meester.’ Daarna verliet hij snel de orkestbak. Het publiek zat als vastgenageld aan de stoelen en wist niet of het op dat moment wel of niet moest applaudisseren totdat iemand in de zaal riep: ‘Viva Puccini!’ De opgekropte ontroering ontlaadde zich in een machtig applaus. De volgende dag werd Turandot wèl met het door Alfano gecomponeerde slot gespeeld.

Drie jaar geleden zag ik in het Theater aan de Parade in Den Bosch een uitvoering van Turandot door de Staatsopera van Tatarstan. Het publiek ging toen met een onvoldaan gevoel naar huis omdat het Oost Europese gezelschap besloot om de onvoltooide opera van de componist uit te voeren en niet zoals gebruikelijk, af te ronden met de goede afloop waarmee Alfani het werk had voltooid. Sprookjes moeten immers altijd goed aflopen nietwaar! Dat was, gelukkig voor de toeschouwers in Goirle bij deze uitvoering in 2008 van de opera in Valencia wel het geval.

Alexia Voulgaridou uitblinker 

Alexia Voulgaridou als Liu

Alexia Voulgaridou als Liu

Turandot is een doorgecomponeerd werk dat harmonisch rijk, gedurfd en eigentijds is gecomponeerd. Het is meer dan de moeite waard. De toeschouwers die van een traditionele uitvoering houden kwamen beslist aan hun trekken. Voor actualisering had regisseur Chen Kaige niet gekozen. Het publiek zag gewaden, decors en symbolen die herinnerden aan het oude China. Ook muzikaal viel er volop te genieten. Het operagezelschap beschikte over een gedisciplineerd en goed geleid koor dat met prachtige melodieën ontroering teweeg bracht en gelijktijdig liet zien dat er niets zo onbetrouwbaar is als de mening van een volk dat met alle winden meewaait. Ik kom steeds weer onder de indruk van de wijze waarop de koorzang de gevoelens van gemeenschappelijke afschuw voor een bloeddorstige heerseres kan laten overgaan in dromerige nostalgie en verlangens. Het meeste applaus ging in Valencia uit naar de sterk acterende Griekse mezzosopraan Alexia Voulgaridou die de rol van Liu vertolkte. Ze zong met een mooie warme soepele stem haar twee emotionele aria’s en wist daarmee de gevoelige snaar bij de toeschouwers te raken. Een andere uitblinker was de Oekraïnse bas Alexander Tsynbalyuk die de vader van Calaf, de blinde Timur, op indrukwekkende wijze vertolkte. De rol van de ijzige, kille prinses Turandot, die pas ontdooit wanneer Calaf  haar kust, nam de Russische dramatische sopraan Maria Guleghina voor haar rekening. Zij kan de warmte waarmee Liu zingt niet evenaren om de eenvoudige reden dat zij een ijzige frigide prinses moet uitbeelden. Dat laatste deed ze met haar krachtige volumineuze stem heel goed en ze bleef de lastige grote intervallen van haar partij de baas. Waarom is de  prinses zo ijzig en wil ze niet huwen? Ze geeft in het tweede bedrijf zelf het antwoord: Zij wil wraak nemen voor een stammoeder die ooit duizenden jaren geleden door een vijandelijk leger werd ontvoerd, verkracht en tenslotte vermoord. Als gevolg daarvan is zij seksueel gefrustreerd en heeft angst voor het huwelijk. Vandaar dat zij dood en verderf zaait onder haar huwelijkskandidaten. Calaf, die het spel met de liefde uiteindelijk wint en er in slaagt om Turandot met een kus te ontdooien, werd vertolkt door de Italiaanse tenor Marco Berti. Zijn hoogte is indrukwekkend en zijn volume niet minder, maar zijn acteren is uiterst zwak. Hij acteert als  een ‘dooie pier’ die wel de schoonheid van de prinses bezingt maar haar nauwelijks aankijkt. Hij is bijna niet in beweging te krijgen, ‘een straatlantaarn zonder licht’. Natuurlijk werd de populaire Berti enorm toegejuicht na zijn vertolking van de beroemde aria ‘Nessun dorma.’

Privé-genoegens

De drie ministers Ping, Pang en Pong spelen in deze opera een speciale rol, ontleend aan de commedia dell’arte. Ze maken van hun lange scene aan het begin van het tweede bedrijf een boeiend schouwspel, geholpen door een paar slimme ingevingen van de regisseur. De drie zijn het zat te regeren in een land waar de beul regelmatig op bevel van prinses Turandot toeslaat.  Ze verlangen naar hun privé-genoegens en adviseren prins Calaf zich niet te onderwerpen aan de oplossing van de drie raadselen. Met veel humor, speelse zang en vooral cadeaus willen ze hem ontraden zijn heil te zoeken bij die rare prinses.

Het orkest onder leiding van maestro Zubin Metha speelde groots en meeslepend.

De productie in Valencia was visueel een prima schouwspel. Kleurrijke kleding en waardig gedrag van de protagonisten waarvan wij denken dat het bij het oude China past
Samenvattend: een geslaagde avond in het CC Jan van Besouw dankzij een prachtige uitvoering in het even prachtige Palau de les Arts Reina Sofia in Valencia.

 

Read Full Post »

Oerdegelijke Tannhāuser vanuit De Met

Johan Botha en Eva-Maria Westbroek

Johan Botha en Eva-Maria Westbroek

Zondag 8 november werd weer een dagje opera. Al om 11 uur zat ik in de Pathé bioscoop in Tilburg om een uitvoering van de Metropolitan Opera te bekijken die op groot scherm en met HD kwaliteit werd getoond. Pas rond de klok van vier stond ik weer op straat. Een hele zit. Ik heb er geen spijt van. Hoewel ik half oktober Tannhāuser al zag in de Vlaamse opera, vond ik dat het geen kwaad kon om al snel weer voor de tweede keer dit werk van Richard Wagner te beluisteren. Je leert de opera immers steeds beter kennen en je ervaart nadrukkelijk dat de ene Tannhäuser de andere niet is. Dat werd me zeer duidelijk. In Antwerpen zag ik de productie van regisseur Calixto Bieito die me veel meer aansprak dan die van Otto Schenk uit 1977 van zondag jl. Het verschil? Allereerst, ik ben zelf veranderd. Wellicht zou ik in de jaren zeventig mijn voorkeur hebben uitgesproken voor de authentieke, oerdegelijke naturalistische voorstelling van Schenk.  De leiding van de Metropolitan Opera had er alles aan gedaan om de productie van Schenk zo authentiek mogelijk te laten verlopen zoals in de jaren zeventig. De met zorg opnieuw vervaardigde of herstelde kleding, het ouderwetse wapentuig van de zangers en de edelen, de gotische landschappen met de Venusberg en het klassieke interieur van het kasteel op de Wartburg deden denken aan lang vervlogen tijden. Dat gold ook voor het ballet dat bij de Vlaamse opera achterwege was gelaten. De Met toonde een woud waarin zich tijdens de ouverture van de Parijse versie uit 1861, langdurig tamelijk saaie zich steeds herhalende erotische tonelen afspeelden in balletvorm. De verveling sloeg bij mij toe ondanks de fraaie muziek.

Waarderen

Hoe content was ik eigenlijk met de uitvoering van de Met? Laat ik u vooraf vertellen, dat ik de laatste 15 jaar steeds meer gewend ben geraakt aan modern geregisseerde opera’ s en ze ook steeds meer ben gaan waarderen. De oer traditionele voorstelling van de Met verraste me niet maar ouderwetser als deze productie kon het eigenlijk niet.

De ‘Calixto Bieito productie ‘ in Antwerpen liet ook andere invalshoeken zien van de Tannhäuser. In die voorstelling werd bijvoorbeeld duidelijk dat de kuise Elisabeth steeds meer een mens van vlees en bloed is en meer op Venus ging lijken. In het laatste bedrijf bleef Elisabeth bij de Met een op de grond liggende onschuldige parel, biddend voor het zielenheil van Tannhäuser. Bieito toonde haar in deze scene daarentegen als een verloederde, verbitterde vrouw, wachtend op de terugkeer van de pelgrims terwijl zij op de grond liggend, modder in haar mond stopt. Ik merk dat nieuwe ideeën van regisseurs mij aanspreken maar wel onder de voorwaarde dat ze allereerst begrijpelijk moeten zijn voor de toeschouwers. Tannhauser Met 3

Heftige emoties

Voor alle duidelijkheid: Er werd in New York uitstekend gemusiceerd. Koor en orkest onder de legendarische dirigent James Levine, die deze opera van binnen en van buiten kent, zorgden voor een uitvoering die muzikaal de toets der kritiek ruimschoots kon doorstaan. Dat gold in zekere mate ook voor de solisten. Onze prachtig geklede Eva Maria Westbroek stak toch nog met kop en schouders boven iedereen uit. De rol van de kuise en gevoelige, liefdevolle Elisabeth was haar, met haar dramatische, brede stem, op het lijf geschreven. Bovendien acteerde zij het best van alle solisten. Dat werd vooral aanschouwelijk in het tweede bedrijf toen haar geliefde Heinrich, alias Tannhäuser, door iedereen in de zaal van de Wartburg werd afgeserveerd vanwege zijn zondig gedrag bij Venus, de godin van de lijfelijke lust.  De verschillende heftige emoties klonken bij Westbroek niet alleen door in haar perfecte zang maar waren ook steeds af te lezen aan haar gezichtsuitdrukkingen en gebaren.  De solisten, met uitzondering van de vertolkers van de twee vrouwelijke hoofdrollen, acteerden maar matig. De opera oogde daarom soms als een opgepoetste concertopera. De eenvoudige gebaren en interacties waren net voldoende om hun karakters over het voetlicht te brengen. Echt storend was dat wel bij Westbroeks ‘s tegenspeler de Zuid Afrikaanse tenor Johan Botha, want zijn spel was zo statisch dat het leek alsof zijn conflict met Venus, en later met de andere minnezangers, er nauwelijks toe deed. Hij is wel een ervaren Wagnerzanger die de rol van Tannhāuser dikwijls zong. Vocaal kan hij zijn Tannhäuserrol goed aan dankzij zijn krachtige stem en groot uithoudingsvermogen. De Amerikaanse mezzosopraan Michelle Deyoung, als Venus, beleefde haar rol intens en zong overtuigend tijdens haar dialoog in de Venusberg met Tannhäuser. Ze was verliefd op de minnezanger en kon zijn afscheid allerminst waarderen. Opvallend mooi was de zang van de Chinese sopraan Ying Fang in haar rolletje als herderinnetje. Ze zong haar partij briljant. De Oostenrijkse bas Günther Groissböck vertolkte een uitstekende Landgraaf die leiding gaf aan de zangwedstrijd op de Wartburg. De Zweedse bariton Peter Mattei is een geliefd zanger bij de Met, waar hij steeds meer optreedt. Hij beschikt over een prachtig timbre en zijn performance is indrukwekkend al vond ik zijn ode aan de Avondster ‘Wie Todesahnung Dämmerung deckt die Lande’ te langzaam gezongen. Tannhauser Met 4

Pas in het tweede bedrijf kwam het drama in het kasteel van de Wartburg echt op gang. De sjiek uitgedoste bezoekers aan de zangwedstrijd betraden de klassiek ingerichte ruimte, ‘Die Halle’. Het koor liet  meteen zien wat het in haar mars had. Voorbeeldige zang! Daarna volgde de zangwedstrijd. De deelnemende minnezangers moesten hun opvatting over het wezen van de liefde in hun zang verwoorden. Een schouwspel dat in deze productie begrijpelijker wijze mijlen veraf staat van moderne zangwedstrijden. Om maar niet te spreken van het populaire ‘ The Voice of Holland’! Het was allemaal oerdegelijk. Op zich geen probleem want het verhaal van Tannhäuser en de minnezangers stamt uit de middeleeuwen. Wie deze opera voor het eerst ziet kan er ongetwijfeld goed mee leven.

Contrast

In de uitstekende inleiding van Huub van het Hek werd de kern van de opera aan de toeschouwers duidelijk gemaakt. Wagner wilde via het personage van Elisabeth in zijn opera laten zien dat de kuise liefde, gepredikt door kerk en staat, een ideaal is en de hoofse liefde is een uiting daarvan. Als contrast daarmee introduceerde de componist, die tevens het libretto schreef, Venus als een protagonist die zinnelijkheid en lust een dominantere rol biedt in de relatie tussen geliefden.

Er waren niet veel toeschouwers op deze voorstelling af gekomen. Hoe dat komt? De opera’s van Wagner zijn in Tilburg niet populair en zullen het ook nooit worden. Er is weinig of geen aandacht voor deze componist omdat in de schouwburg en de concertzaal niet de faciliteiten aanwezig zijn om die omvangrijke producties mogelijk te maken. Maar in concertvorm  een van zijn 13 opera’s opvoeren zou al een goed begin zijn. Zijn dromen bedrog?

Read Full Post »

 

Dialoog tussen Desdemona en Otello

Dialoog tussen Desdemona en Otello

Zondag 1 november stond in de bioscoop van Pathé in Tilburg het meesterwerk Otello van Giuseppe Verdi op het affiche. Deze opera, afgeleid van het toneeldrama van Shakespeare, waar componist en tekstschrijver Arrigo Boito een uitstekend libretto voor schreef, is een werk dat ik niet aan me voorbij kan laten gaan. Otello zag ik in 2012 voor het laatst, tweemaal. Eerst in Frankfurt met in de titelrol de Nederlandse tenor Frank van Aken. De meeste indruk maakte toen echter op mij de uitstekende Servische bariton Zeljko Lucic als Jago. Ik was daarom verheugd hem nu weer te kunnen horen in de huidige uitvoering van de Met. Direct na de uitvoering in Frankfurt zag ik de productie van de Met uit 1994 met John Botha in de hoofdrol. ‘ Op die laatste uitvoering zat in 2012 nog geen sleet’, schreef ik in de kop van mijn nabeschouwing. Nu ik afgelopen zondag echter de nieuwe succesvolle productie van regisseur Bartlett Sher in de Metropolitan Opera zag, trok ik de conclusie dat deze Otello zeker aantrekkelijker is dan de vorige versie. Vooral nu blijkt dat de huidige personenregie de laatste tien jaar aardig is verbeterd. Dat betrof vooral de acteerprestaties van allen die voor deze cast waren aangetrokken. Het optreden van Zeljko Lucic was zeer sterk. Hij liet niet alleen fysiek maar ook vocaal blijken dat hij als Jago in feite de regie voert om Otello via diens ongebreidelde jaloezie in het ongeluk te storten. Het was zijn wraak jegens Otello die ten koste van hem de voorkeur gaf aan Cassio bij een promotie.

Onheilspellend

Lucic zette een geslepen en berekenende bedrieger neer die de poppetjes wilde laten dansen zoals hij dat wenste. Daardoor zorgde hij voor een onheilspellende atmosfeer die de stemming in de gehele opera bepaalt. Dat wordt versterkt door de orkestpartij die perfect is toegesneden op wat op het podium gebeurt. De opera had ook Jago kunnen heten. Bij de aanvang van het tweede bedrijf spreekt Jago zijn geloofsbelijdenis uit die hem zo karakteriseert. In zijn ‘credo’ zegt hij: ‘Ik geloof in een God die mij heeft geschapen naar zijn evenbeeld en die ik in wrok aanroep. Uit de laagheid van een kiem of atoom ben ik geboren. Ik ben een schurk omdat ik een mens ben en voel het oerslijk in mij. Ja dat is mijn geloof. Ik geloof dat ik het kwaad in mijn gedachten en daden volgens mijn bestemming vervul. Ik geloof dat de mens een speelbal is van een onrechtvaardig lot van in de wieg tot aan de worm van het graf. Na alle spot komt de dood. En dan? De dood is het niets!’ Negatiever kan het niet. Jago is werkelijk het symbool van het kwaad.

De 40 jarige tenor Aleksanders Antonenko, afkomstig uit Riga, is al een jaar of zeven vertrouwd met de rol van Othello. Ondanks zijn ervaring was ik niet gelukkig met zijn m.i. wat te lichte stem voor deze zware rol. Met wisselend succes doorstond hij de woedeaanvallen van de Moor en slaagde erin Otello uit te beelden als een zeer labiele figuur. Ik hoorde te veel heel goede Otello’s om echt enthousiast te zijn over zijn vocale capaciteiten. Mijn herinneringen gaan dan terug naar Mario del Monaco, Ramon Vinay en de laatste 25 jaar vanzelfsprekend naar Placido Domingo, die theatraal, fysiek en vocaal sterk voor de dag kwam. Ik besef heel goed dat Otello een van de zwaarste tenorrollen is in het operarepertoire. Veel tenoren stellen het om die reden zo lang mogelijk uit om de Otellorol te zingen. Caruso deed dat ook. Luciano Pavarotti maakte in de laatste fase van zijn carrière nog een opname van Otello maar echt enthousiast waren de commentatoren niet.
Topzangeres

Sonya Yoncheva als Desdemona

Sonya Yoncheva als Desdemona

De grote verrassing van deze uitvoering was voor mij het optreden van de 33 jarige Bulgaarse sopraan Sonya Yoncheva als Desdemona. Veel fantastisch zingende diva’s gingen haar in de Met in deze rol voor. Denk aan Renée Flemming, Mirella Freni, Renate Tebaldi, Margret Price en Kiri te Kanawa. Yoncheva zal ongetwijfeld aan deze lijst van topzangeressen worden toegevoegd. Al in het liefdesduet in het eerste bedrijf schitterde zij naast de tenor Antonenko. Vooral in de derde en vierde acte liet deze zangeres met haar loepzuivere stem en haar prachtige techniek zien tot de topklasse te behoren. Ontroerend was haar ‘Wilgenlied’ en het aansluitende ‘Ave Maria.’ Haar Desdemona was een ten onrechte van overspel beschuldigde vrouw die tot het laatst toe bleef vechten voor de liefde van haar echtgenoot. Deze volmaakte vertolking was mede te danken aan de sublieme begeleiding van het orkest onder leiding van Yanniick Nézet-Sequin. Jammer dat het publiek met het enige tussentijdse applaus van de voorstelling de betovering verbrak.

Hoe goed het koor zong ontging mij omdat in de meestal spectaculaire openingsfase de geluidsregistratie nog niet het juiste niveau had. Ik had het idee dat in deze stormachtige scene de koorzang minder monumentaal overkwam dan gewoonlijk.

Dialoog tussen Jago en Otello

Dialoog tussen Jago en Otello

De voorstelling van de Metropolitan Opera was zeker meer dan de moeite waard. Op het terrein van de personenregie werd zoals reeds vermeld winst behaald en vooral de dialogen tussen Otello en Jago waren spannend door de gesuggereerde angst en haat van de protagonisten die uitgerust waren in kostuums van de 20e eeuw. Othello de Moor was voor het eerst sinds 1891  niet zwart geschminkt. Directeur Gelb vond het tijd om met die traditie te breken. Daar moet ik nog eens over nadenken.

Decors

Bewondering had ik voor de geraffineerd geproduceerde half doorzichtige gemakkelijk verschuifbare panelen waarmee men moeiteloos en snel een andere ruimte creëert zonder de voorstelling te onderbreken. Voor Otello was dat bijvoorbeeld een gemakkelijke manier om zich achter de hoekjes van  een ruimte te verschuilen terwijl hij een gesprek afluistert tussen Cassio en Jago.

Tenslotte sluit ik af met een compliment aan Huub van het Hek die een gepassioneerde uitstekende inleiding verzorgde over het ontstaan en de inhoud van Otello.

 

Read Full Post »