Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2018

 

De Holländer en Daland

Eindelijk was het dan weer zo ver. Een opera van Richard Wagner (1813-1881), een van de grootste Duitse componisten, stond 22 april 2018 op het theaterprogramma vaan het Chassé theater in Breda. Voor de Brabanders een goede gelegenheid om naar zijn bekende opera Der Fliegende Holländer te gaan. Ze konden dan ervaren dat Wagner minder zwaar is dan in de volksmond wordt beweerd. Deze opera is bovendien een goed opstapje om kennis te maken met zijn latere werk. Alleen moet je daar niet voor in Brabant zijn want de accommodatie van de theaters is door de noodzakelijke omvang van een groot orkest ontoereikend. Bovendien vraag ik me af, het aantal onbezette plaatsen in Breda in acht nemend, of operaliefhebbers die een duidelijke voorkeur hebben voor gedegen Italiaans werk, bereid zijn om kennis te nemen van voor hen onbekende opera’s.
Een compliment verdient de Reisopera omdat zij haar reputatie waar maakt om met beperkte middelen Wagner opera’s te programmeren. Tristan und Isolde en een complete Ring des Nibelungen gingen in ons land de afgelopen jaren absoluut niet ongemerkt voorbij.
Sage
Beroemd is de sage van Heinrich Heine die melding maakt van Der Fliegende Holländer, die al eeuwen gedoemd is de wereld rond te varen totdat hij een vrouw vindt die hem trouw blijft tot de dood. Eens heeft hij tijdens een vreselijke storm gevloekt en getierd dat hij in eeuwigheid met zijn schip niet zou omkeren. Satan hoorde dat en strafte hem: hij zou voor eeuwig over de zee moeten zwerven zonder rust. Gods engel vond het echter wel heel erg en veranderde de vervloeking van de Satan als volgt: Indien hij een vrouw kan vinden die hem trouw blijft tot de dood, dan zal hij verlossing vinden. Hij mag echter maar één maal in de zeven jaar aan land om een vrouw te zoeken. Al eeuwen lukte het hem dat echter niet.
De grote vraag is voor velen: Wat bedoelt Wagner die zelf zijn libretti voor zijn opera’s schreef, met het begrip verlossing? Hij plaatst dat woord in een bredere context en komt er in zijn ander werk ook op terug. Het leven van ieder levend wezen voltrekt zich nooit zonder pijn. Er zijn altijd wel problemen van fysieke of psychologische aard. De Holländer heeft ook zijn kwellingen namelijk eeuwig op de wereldzeeën te moeten rond zwerven.
Senta, vertolkt door de Estse sopraan Aile Asszonyi, is verloofd met een zekere Erik en is obsessief verliefd op het portret waarop de Hollander staat afgebeeld. Zij ziet zich als zijn redder. Zij voelt dat zelfs als een plicht. Asszonyi zingt fel en overtuigend maar jammer genoeg soms ook te schel en ietwat    schreeuwerig.
Zakenman
  Daland, Senta’s vader, is kapitein van zijn schip en lijkt een succesvol zakenman. Hij ontmoet tijdens een terugreis het ‘spookschip’ van de Holländer . Deze piekert over zijn ongeluk. Hij kan maar geen trouwe vrouw vinden. Hij is het wachten beu en na al die eeuwen wil hij dood en rust. De vloek van satan verhindert dat. Hij hoopt maar dat de dag des oordeels niet te lang op zich laat wachten. Zeven jaren zijn inmiddels weer verstreken. Hij wil aan land om weer te trachten een trouwe vrouw te zoeken. Daland, zakenman alert op ieder moment dat hij een voordelige deal kan maken, blijkt bereid in ruil voor juwelen en andere schatten zijn huwbare dochter Senta zonder slag of stoot af te staan aan de Holländer. Daland en de Holländer besluiten dat zodra de wind gaat liggen ze dan naar huis zullen varen om Senta te ontmoeten. Deze twee protagonisten zijn belangrijk in het slagen van deze productie van regisseur Paul Carr. Dirigent Benjamin Levy en het Noord Nederlands Orkest geven hen de gelegenheid om uit te blinken. De Holländer die met zijn aria ‘ Der Frist ist um ‘ in de eerste scène laat horen uit het goede hout te zijn gesneden, wordt vertolkt door de Britse bas-bariton Darren Jeffrey. De Duitse bas Yorck Felix Speer doet nauwelijks voor hem onder met zijn breedsprakerige aria: ‘Mögst du mein Kind den fremden Mann….’
De ballade
Senta vertelt in het atelier, waar dit keer niet wordt gesponnen maar bruidsjurken worden gemaakt door de dorpsmeisjes, via een ballade het verhaal van de Fliegende Holländer.  Zij is er van overtuigd dat zij deze man ooit zal verlossen. Eric, haar vriend, vertolkt door Samuel Sakker, die niet in grote vorm verkeerde, hoort hier van en is verbijsterd. Hij wilde net aan haar vader haar hand vragen. Hij verwijt Senta dat zij iedere dag voor het portret van de Holländer staat te zwijmelen: ‘ Wat moet ik van al dat gedoe denken? Die Holländer lijkt wel belangrijker dan mijn verdriet.’
Senta ontmoet de Holländer voor het eerst en staat als aan de grond genageld. ‘ Wie is de vreemdeling,’? stamelt ze. Haar vader vertelt dat hun gast om haar hand heeft gevraagd. Senta en haar held kunnen hun blikken niet van elkaar afhouden. Daland laat ze alleen.  De Hollander  vraagt aan Senta of zij zeker weet dat ze hem eeuwig trouw kan zijn.‘  Ja,’ zegt Senta, ‘Ik wil u troosten en trouw zweren tot de dood.‘ Daland komt binnen om te vragen of een verloving gevierd kan worden. Senta en de Holländer bevestigen dit.
Voltooiing
Dezelfde avond vraagt Eric aan Senta of het waar is dat zij inderdaad met de Holländer gaat trouwen. Hij vraagt zich af of zij haar belofte van trouw aan hem is vergeten. Senta staat met open mond naar Eric te luisteren. De Holländer komt om Senta vaarwel zeggen. Hij hoorde toevallig hun conversatie en trekt de conclusie dat Senta’s woord niets waard is als zij aan Eric eerder trouw heeft gezworen. Hij is verloren! Voor eeuwig verloren! De Holländer wil meteen vertrekken. Senta werpt zich voor zijn voeten en probeert hem te overtuigen dat zij echt zijn reddende engel is. De Holländer luistert niet en klimt aan boord en kiest zee. Senta wil hem achterna maar wordt tegengehouden. Zij kan zich echter losrukken en klimt op een uitstekende rots en stort zich in zee. In deze uitvoering werpt ze zich niet in zee maar pleegt met een mes zelfmoord.
Wat Senta zag als haar opdracht en plicht is voltooid. Senta bleef de Holländer trouw tot in de dood en hij is verlost van zijn vloek. Samen zweven ze naar de hemel zo staat in een synopsis!!
Muziek
De muziek van deze opera die in Dresden op 2 januari 1843 in première ging is prachtig.
Het werk begint met een symfonische ouverture die de gehele opera weergeeft. De opera is een nummer opera met romantische muziek. Er is een ballade, een duet en terzet en de koren met het matrozenlied en Spinnerlied, die gepaard gaan met een mengeling van spontane onstuimigheid.
Regie
  Hulde aan regisseur Paul Carr, die prachtige, wisselende beelden liet zien van een onstuimige en een rustige zee. Dat was belangrijk voor de sfeer van de voorstelling. Carr liet bovendien een houten constructie bouwen wat enerzijds een deel van het schip van Daland toont maar ook dient als de ruimte waar het liefdespaar elkaar voor het eerst ontmoet en de dorpsmeisjes werken aan de bruidsjurken. Knap werk. Het spookschip van de Holländer verscheen in beeld als een grote rode vlek en zag er dreigend uit. Een uitstekende vondst!

Complimenten gaan ook naar het kleurrijke koor Consensus Vocalis dat voor een verrassend hoogtepunt zorgde. Het Noord Nederlands Orkest onder leiding van dirigent Benjamin Levy stond garant voor de juiste spanning hetgeen geen moment tot ontsporing leidde.

De zes dansers die tijdens de voorstelling geacht werden een extra dimensie aan Wagners werk toe te voegen konden mij niet bekoren, al moet ik met enig respect toegeven dat ik ook in mijne jonge jaren en fitste momenten niet in staat zou zijn geweest de acrobatische dansen uit te voeren.

Alles bij elkaar kan ik niet anders concluderen dan dat ik genoten heb van een zeer verdienstelijke uitvoering van Wagners Fliegende Holländer.

Hulde voor de Reisopera!!

 

Advertenties

Read Full Post »

Vocaal vuurwerk Luisa Miller bij Pathé

 

Sopraan Yoncheva en tenor Beckzala

Zondag 22 april 2018. In 2013 was het de enige keer dat ik Luisa Miller (1849) hoorde. Dit overgangswerk Van Giuseppe Verdi (1813-1901) zag ik in Düsseldorf. Helaas niet tot mijn volle tevredenheid. Vocaal was er niet zo veel op aan te merken maar de regie was nauwelijks te pruimen. Ik was vanzelfsprekend benieuwd wat de Metropolitan Opera te bieden had. In de  Pathébioscoop in Tilburg zaten 40 stadsgenoten die gesmuld zullen hebben want zij zagen een zinderende  voorstelling waarbij je op het puntje van je stoel ging zitten. Verdi op z’n best met een uitstekende cast zangers. Wat wil je nog meer?

Haast tegen zijn gewoonte in componeerde Verdi ditmaal geen opera met een politiek conflict of impliciet over zijn verborgen nationalistische gevoelens maar over het thema ‘de liefde’. Salvatore Cammarano schreef op verzoek van Verdi het libretto gebaseerd op het toneelstuk ‘Kabale und Liebe’ van Friedrich Schiller. Luisa Miller stamt uit 1849 en behoort nog tot de periode van de jonge Verdi. Deze nummeropera is duidelijk een overgangswerk met verwantschap tot zijn latere werken Rigoletto, La Traviata en Il Trovatore waarin de relatie ouder-kind eveneens problematisch is.

Standsverschillen
De kern van deze liefdestragedie is de bemoeizucht van de twee vaders met de liefdesbetrekkingen van de twee hoofdrolspelers Luisa Miller en Rodolfo, de zoon van graaf Walter. Zij houden van elkaar maar de vaders hebben problemen met de standsverschillen van de geliefden. Walter wil zijn zoon Rodolfo uithuwelijken aan zijn nicht Frederica, de weduwe van de hertog van Ostheim, vertolkt door Olesya Petrova die het moest doen met twee korte scenes. Rodolfo voelt echter niets voor dit huwelijk.  Wurm, de rentmeester van graaf Walter is ook verliefd op Luisa vervult vervolgens een obscure rol in het libretto. Hij dwingt Luisa een brief aan hem te schrijven, die hij zelf dicteert en waarin zij voorgeeft hem te beminnen. De brief komt in handen van Rodolfo met alle gevolgen van dien en leidt uiteindelijk in de slotfase van de opera  tot de gifdood van Louisa en Rodolfo. Wurm legt op het laatste moment ook nog het loodje.  De woorden dood en sterven zijn in het libretto van Luisa Miller dominant aanwezig. In iedere scène speelt de dood of het verlangen er naar een rol. De slotscene doet denken aan die van Othello. Met dit verschil dat de intrigant Jago niet het leven laat maar Wurm wel toen Rodolfo hem in de laatste seconde van opera nog doodstak. Geen toeschouwer die er een traan om liet, vermoed ik.

Uitstekende cast
Allereerst gaan mijn dikke complimenten uit naar de protagonisten van het liefdespaar Louisa en Rudolfo. Piotr Beczala zong de rol van de zoon van graaf Walter, die door zijn vader wordt bedrogen. Iedereen weet onderhand wel dat de Pool Beckzala inmiddels behoort  tot de toptenoren van deze aardbol. Hij zong ook nu de sterren van de hemel met zijn rijke en diepe tonen en nam het grootste applaus van de voorstelling in ontvangst na zijn aria ‘ Quando le sere al placido.’ Rodolfo is op dat moment buiten zichzelf van woede omdat hij een onder dwang geschreven brief van Luisa las en waaruit haar ontrouw zou blijken. De aria werd één grote triomf voor Beckzola.  De Bulgaarse sopraan Sonya  Yoncheva deed tijdens haar roldebuut niet voor hem onder. Zij is al lang een niet meer uit de grote operahuizen weg te denken sopraan en heeft al meerdere dramatische  hoofdrollen in de Met op haar naam staan. Haar duetten “Piangi, piangi il tuo dolore ‘ en ‘donna per noi terrible ‘ met Beczala waren gepassioneerde hoogtepunten.

Nieuwsgierig was ik ook naar het optreden van de 77-jarige Placido Domingo die opnieuw een baritonrol invulde, namelijk die van vader Miller.  Ik vond het aanvankelijk moeilijk om aan zijn stemtransformatie te wennen. Ik kan echter niet ontkennen dat hij zeer verdienstelijk zijn rol invulde.  Mijn respect voor deze kunstenaar, die zijn 149e operarol zong en nog steeds met een geweldig inlevend vermogen zingt en acteert, is groot. Hoe zou hij geluisterd en gekeken hebben naar Piotr Beckzala? Placido zong in het verleden die rol van Rudolfo immers ook? Met nostalgie? Kijk maar op YouTube. De rollen van intrigant Wurm en graaf Walter werden uitstekend vertolkt door Alexander Vinogradow en Dmitry Belosselskiy. Het bleken twee boeven, twee bassen, die samen een duet zongen. Waar zagen we dat nog meer? Juist in Don Carlos. De groot inquisiteur en koning Philips II.

Placido Domingo als vader Miller

 Zware rollen
De opera was meer dan de moeite waard.
Het was aanvankelijk niet gemakkelijk  om je te verplaatsen in de personages waarmee de dichter Schiller destijds (1783) geen enkele moeite had. Het liefdespaar Luisa-Rodolfo, dat vanaf het eerste bedrijf al uit elkaar werd gedreven door de intriges van Wurm en graaf Walter moesten zware rollen zingen die kracht en uithoudingsvermogen vergen. De over de hele wereld muzikale en dramatische kracht van Verdi werd hoorbaar in de toegankelijke en dramatische melodieën waarvoor je als operaliefhebber door de knieën gaat. Aria’s en duetten waarin ook de andere protagonisten tot hun recht kwamen, wisselden elkaar af. Opvallend klein was het rolletje van Frederica voor de mezzo sopraan Olesya Petrova. Zij was de door graaf Walter beoogde huwelijkspartner voor zijn zoon Rodolfo. Verdi had voor haar een primadonna rol voor ogen. Het kwam er niet van omdat het juist in die tijd tegen de regels van de zangershiërarchie was om een bijrol zoveel gewicht te geven.

De productie van deze Louisa Miller stamt uit 2001 en was afkomstig van Elijah Moshinsky. Er was veel werk gemaakt van de ouderwetse decors die ook van de hulptroepen veel energie en tijd vergden tijdens de scènewisselingen. Koor, orkest en solisten stonden onder leiding van de met vaste hand dirigerende Bertrand de Billy.

Het applaus was enorm. Terecht want er was geweldig gemusiceerd en voor iedereen moet duidelijk geweest zijn dat er een nieuwe Otello aankomt. Zijn naam? Piotr Beczala!!

Read Full Post »

 

Salomé en Jochanaan

De Nederlandse Gertja Zele (1876) of wel Mati Hari was van mening dat zij de enige was die de gevoelens van Salomé, in de gelijknamige opera, in de sluierdans met haar ragfijne sluiers tot uiting zou kunnen brengen. Dat Awilde ze graag doen tijdens een uitvoering in Parijs. Het kwam er niet van dat de Russische regisseur Sergej Diaghilev er niets voor voelde. De sluierdans is vanaf de première in Dresden op 9 december 1905 onder leiding van Ernest von Schuch en met Marie Wittich als Salomé, onderwerp van discussie geweest. ‘ Ich bin een anständige Frau ‘ liet de sopraan weten tijdens de première. Bovendien bleek ze veel te zwaar om die dans tot een goed einde te brengen. Dus moest er een stand-in komen die de sluierdans wilde doen. Sindsdien hebben naakte, half naakte zangeressen of stand ins de dans uitgevoerd. De Amerikaanse sopraan Malfitano danste in de Duitse Opera volledig naakt onder een doorzichtige sluier.  Zeven jaar later deed ze dat in Londen in Covent Garden volledig gekleed. Het kan verkeren!

Andere plannen
Veertig liefhebbers van Operaclub Nederland reisden op zondag 15 april 2018 naar Essen om de opera Salomé te zien met niemand minder in de titelrol dan de Nederlandse  Annemarie Kremer. De actieve reisbegeleidster bracht tijdens de busreis de sluierdans ter sprake omdat die door veel mensen kennelijk wordt ervaren als een hoogtepunt van Richard Strauss’ eenakter. Velen ondergaan een hormonale boost bij het zien van deze erotische dans. Daar kwam in Essen echter niets van in. Regisseur Mariame Clément had andere plannen. Salomé was voor haar een nog heel jong meisje dat andere type bewegingen en gebaren nodig heeft om haar gevoelens vorm te geven. De tiener bewoog zich nu, in een tutu en met een wit masker op haar gezicht, met stacatoachtige bewegingen over het podium in plaats van dansen met de traditionele sensuele gebaren. Nog voor de daarbij horende muziek voorbij was, ging ze even op bed liggen en vrijde nauwelijks een minuut later onder de tafel met haar stiefvader waarvoor de aanwezigen op het podium zich zichtbaar geneerden. Was het ontbreken van de traditionele sluierdans een gemis? Laat ik voorop stellen dat ik de voorstelling in Essen als geheel minder sensueel ervoer dan bij vorige edities. Dat lag m.i. ook aan de snoeiharde, maar wel spannende orkestratie van de Essence Filharmonie onder leiding van Tomas Netopil. Vermoedelijk was het ontbreken van de traditionele sluierdans ook van invloed op de beleving van de muziek van deze dans. Sommige solisten hadden het ook wat moeilijk met dat geluidsvolume. De tetrarch Herodes, vertolkt door Jürgen Müller, en zijn echtgenote Herodias, gezongen door Marie Helen Joël,  waren lang niet altijd verstaanbaar. Waarom weet ik niet maar de klank van de stem van de  mezzosopraan stem stond me niet aan.
Sensatie
De sensatie van de voorstelling was het optreden van Annamarie Kremer. Ik had haar in 2015 gehoord en gezien als Madame Butterfly bij de Reisopera en was toen al enorm onder de indruk van haar prestatie. Had ik aanvankelijk gedurende een korte periode in het Aalto- Musiktheater ook problemen met haar verstaanbaarheid, nadien bevestigde zij me wat ik al eerder in haar zag: dit is een grote zangeres met de capaciteiten om Isolde te zingen. Wat zij liet horen in de finale van Salomé was overweldigend. Wat een brede stem, wat een volume en voordracht. Ze stond nu ook in de goede positie aan de voorkant van het podium en zette al haar registers open om de lastige slotmonoloog tot een goed einde te brengen. Jammer dat Clément het hoofd van Jochanaan in een veel te laat stadium bij Salomé liet brengen. Haar hele gepassioneerde betoog, over Jochanaan, die niet gediend was van haar seksuele avances, droeg ze nu als het ware voor aan het publiek in plaats van zich rechtstreeks te richten tot het onthoofde hoofd van de profeet. Een dramatische misser m.i.

Die waren er wel meer. Het overbodig gedreig van Salomé met een pistool bijvoorbeeld. De muziek was al dreigend genoeg. Het feest bij de tetrarch aan huis werd gevierd met koddige feestmutsjes op de hoofden van volwassen mensen die zich nauwelijks een houding konden geven. Sommigen vonden dat

Salome en enkele feestgangers

een leuke vondst van de regisseur. Ik vond het westerse onzin en afbreuk doen aan het karakter van een feestje in Machareus, een van de residenties van Herodes Antipas in Perea ten oosten van de Dode Zee.
Eigen stijl
Deze opera van Richard Strauss (1864-1949), waarvoor de componist de letterlijke tekst van Oscar Wildes toneelstuk gebruikte, werd een muzikale karakterstudie die de definitieve doorbraak van Strauss als operacomponist betekende. Voordat Salomé het levenslicht zag componeerde Strauss Guntram (1894) en Feuersnot (1901) in een romantische Wagnerstijl. Deze twee werken waarin de invloed van zijn beroemde voorganger zeer merkbaar was, hebben geen repertoire gehouden.
Daarna ontwikkelde Strauss een eigen stijl van componeren. Zijn Salomé in 1905 betekende een shock voor het traditioneel ingestelde publiek omdat de componist de grenzen van de tonaliteit opzocht en dat nog eens accentueerde in zijn volgende werk Elektra in 1909.  Wie gedacht had dat de componist op dezelfde voet zou doorgaan kwam bedrogen uit. Met o.a. zijn Rosenkavalier en Arabella keerde hij terug naar het romantische genre.
Karakters
Wie is Salomé? Is zij een onschuldig of een sexy doortrapt meisje? Wat zijn de omstandigheden? Haar stiefvader begeert haar, haar moeder heeft veel affaires. De jonge officier Naraboth, meer dan verdienstelijk gezongen door de Portugese tenor Carlos Cardoso, is gek op het 15 jarige meisje en pleegt zelfmoord wanneer hij ziet dat Salomé Jochanaan wil kussen. Salomé is van uitzonderlijke schoonheid en weet hoe zij anderen kan manipuleren. Narabooth belooft zij een volgende ochtend van onder de mousselinen sluier een blik en een klein groen bloempje als hij haar wens inwilligt. Ze weet dat Narabooth zal doen wat zij van hem verlangt namelijk Jochanaan uit de kelder halen. De kelder was in deze voorstelling, voor mijn gevoel onterecht minder luguber, vervangen door een achterkamer. Naraboth voldoet aan haar verzoek omdat hij verblind is door zijn liefde voor Salomé.
Salomé op haar beurt is op slag verliefd op de stem, de mond en het lichaam van Jochanaan. Zij prijst zijn lichaam, zijn haar en zijn mond. Ze wil een kus maar wordt door Jochanaan afgewezen. Ze neemt wraak en eist het hoofd van Jochanaan na een door Herodes afgelegde eed. Die houdt in dat hij zich verplicht een door Salomé geuite wens te vervullen op voorwaarde dat zij voor hem danst. Dat doet ze niet in deze voorstelling omdat regisseur Clément hem laat vrijen met haar.

 

Salomé met masker en met een tutu

Annemarie Kremer stelde zich  minder uitdagend op ten opzichte van Jochanaan dan protagonisten die ik elders zag. Ze speelde meer het verwende kind dat boos wordt wanneer het zijn zin niet krijgt. Ze is er meer op uit om haar stiefvader te treiteren dan de profeet te tergen vanwege zijn weigering om haar te kussen. Haar gedrag is zeker voor meerdere interpretaties vatbaar. Merkwaardig vond ik dat zij alleen op het podium stond met haar gezicht strak gericht op het publiek tijdens de allerlaatste noten terwijl nog uit de mond van Herodes het bevel aan de soldaten klonk ‘om deze vrouw te doden.’ Er was geen soldaat te zien en gedood werd ze helemaal niet. Althans niet fysiek. Slechts de dirigent legde haar met de laatste noot het zwijgen op. Weer zo’n onnodige en zinloze afwijking van het scenario.
De rol van Herodes werd ingevuld door de tenor Jürgen Müller. De tetrach is een afschuwelijk mens. Hij is pervers en onverschillig ten opzichte van het lijk van Narabooth. Herodes wil zijn lijk niet zien en niet eens laten uitzoeken waarom het er ligt. Hij doet aan Salomé een belofte dat zij een wens mag doen en zweert dat hij zich aan die belofte zal houden. Zij wil het hoofd van de profeet maar Herodes  heeft een zeker ontzag voor de profeet Jochanaan en is bang voor de komst van Jezus die de doden zal laten verrijzen. Hij biedt Salomé een aantal alternatieven: een zeldzame smaragd, witte pauwen en juwelen. Tevergeefs!
Herodias minacht haar echtgenoot: ‘ Mijn dochter en ik zijn van koninklijken bloede maar jouw vader was een kameeldrijver, een dief en bovendien een rover.’ Ze keurt de begerige blikken die haar man op haar dochter werpt af. Ze verbiedt Salomé voor hem te dansen. Zij stemt van harte in met de wens van Salomé die van Herodes het hoofd van Jochanaan eist. Herodias voelt zich bespot en berispt door Jochanaan. Hij profeteert haar dat ze eens gestenigd zal worden. De profeet vervloekt Herodias omdat zij zich regelmatig overgeeft aan haar vleselijke lusten met de aanvoerders van de Assyriërs en Egyptenaren.
Manipulatie met hoofd
Salomé wil hij niet zien en aanhoren. Door de vrouw is immers het kwaad in de wereld gekomen. Het verzoek van Salomé om hem te kussen wijst hij af. Hij zegt dat ze zich moet bekeren. De rol van Jochanaan werd gezongen door de Litause  bariton Almas Svilpa. Hij was aangekleed als een militair  en verscheen geblinddoekt op het podium . Waarom hij na zijn onthoofding toch nog met een ongeschonden hoofd op het podium verscheen is me een raadsel. Hij wordt vervolgens tijdens de beroemde monoloog van Salomé weggevoerd. Pas op het laatst, zoals reeds vermeld, kwam het  afgehouwen hoofd in handen van Salomé die van de gelegenheid gebruik maakte om eindelijk haar kus te geven. Svilpa zong goed en zijn acteren was beslist voldoende maar hij kon me toch niet de bariton Bryn Terfel doen vergeten die in 1997 met Catherine Malfitano voor een uniek document zorgde van deze opera.
Een opvallend rol was weggelegd voor de vijf Joden (vier tenoren en één bas) die steggelden met elkaar of het waar is dat Jochanaan God gezien heeft, zoals de tetrach beweert.
De twee Nazareners (tenor en bas) spreken over de Messias die wonderen verricht en zelfs de dochter van Jairus uit de doden opwekt tot schrik van Herodes. Herodes: ‘Ik verbied hem dat te doen. De man moet gevonden worden. Het zou verschrikkelijk wezen als de doden terugkwamen.’ Hoe gek kun je zijn?

Salomé is een fantastisch werk. Ik heb het dikwijls gezien. Deze interpretatie van Mariame  Clément is niet de mijne maar dat doet er niet zo toe. Wel gaan mijn complimenten naar het orkest en zijn Tsjechische dirigent Tomas Netopil en vooral ook naar Annemarie Kremer die haar loodzware partij overtuigend tot een goed einde bracht. Ze kan zich onderhand meten met andere grote Salomé’s als Birgit Nilsson en Malfitano. Een groot applaus was de dank van de zaal.

Read Full Post »

 

v.l.n.r. Ben Bliss, Keli O’Hara en Adam Plachetka

Zondag 8 april 2018 zag ik in de Pathébioscoop van Tilburg weer eens een Da Ponte opera van W.A. Mozart (1756-1791). De opera giacosa: Cosi fan tutte (1790). Volgens de operaboeken is dergelijk werk niet louter komisch zoals een opera buffa, maar heeft het ook een serieuze ondertoon. Ik verheugde me er op omdat je te maken kunt krijgen met een uitvoering waarin een stevig portie humor is verwerkt maar ook een waarbij de wenkbrauwen worden gefronst omdat het herinnert aan de jaren zestig van de vorige eeuw toen partnerruil een thema was voor menig discussie aan de keukentafel.
Ik was dus benieuwd waar regisseur Phelim McDermott voor had gekozen. Al in 2014 zag ik een briljante uitvoering van Cosi fan tutte vanuit de Metropolitan Opera in de Pathé bioscoop in Tilburg. De productie van Lesley Koenig uit 1996 bezorgde de bezoekers geen hoofdpijn. Veel publiek was er niet in Tilburg. Vermoedelijk speelde Moederdag toen een belangrijke rol maar die uitvoering zullen zeker veel mensen, die hem zagen, hebben blijven koesteren. De cast was voorbeeldig samengesteld en musiceerde tot het einde zeer boeiend. Dat was mede te danken aan het voortreffelijke orkest dat onder leiding stond van de toen bijna 72 jarige James Levine.
Dit keer moest de bioscoop het weer doen met circa 40 getrouwen. Ook zij zullen naar huis zijn gegaan met de herinnering aan een voorbeeldige cast met dit keer de Amerikaan Davis Robertson op de bok die de vele ensembles perfect tot een goed einde bracht.

Serena Malfi als Dorabella met slang van een slangenbezweerder

Partnerruil
Ik was danig verrast door de aankondiging in de folder van Pathé dat de opera zich afspeelt einde 18e eeuw in Napels. De regisseur had anders beslist. Hij liet het liefdesdrama Cosi fan tutte (Ze doen het allemaal) afspelen op het schiereiland Coney Island dat rond 1920 bekend stond vanwege de grote recreatieruimten met tal van attractieparken. Wat de regisseur bezielde om juist daar een drama te laten ontwikkelen tussen de verloofde stellen Dorobella-Ferrando en Fiordiligi-Gugliemo is me een raadsel. In een mum van tijd stonden zwaardslikkers, lilliputters, een vuurspuwer en een slangenbezweerder met nog acht andere artiesten in hun kielzog op het podium. Zo nu en dan bemoeiden zij zich zijdelings met wat de twee verloofde stellen overkwam. Het was een kleurrijk gezelschap maar ik had er weinig affiniteit mee en verlangde naar de boeiende dialogen die deze opera beslist kent. De opera gaat over liefdestrouw en in het bijzonder die van vrouwen want de oude vrijgezel en filosoof Don Alfonso beweert dat alle vrouwen ontrouw zijn. ‘De trouw van een vrouw is als een Arabische feniks: dat hij bestaat zegt iedereen, maar niemand weet waar hij is.’ De drie mannen, Don Alfonso, Ferrando en Gugliemo spreken af dat de dames op hun trouw zullen worden getest. Ferrando en Guglielmo beginnen elk een flirt met de verloofde van de ander. De meisjes weerstaan de verleidingen van de als vreemdelingen verklede verloofdes eerst prima, maar zwichten na veel aandringen en zielig doen van de mannen toch. In de tweede acte komt het verschil van de beleving van de gevoelens van de twee vrouwen aan het licht. Uiteindelijk komt alles op zijn pootjes terecht en eindigt de opera met een dubbele bruiloft. Maar toch, helemaal lekker zit het aan het einde niet. Er is iets veranderd. Het vertrouwen tussen de personages lijkt aangetast

Zangers
Dirigent Robertson beschikte over uitstekende zangers. Uitblinker was voor mij de Amerikaanse sopraan Amandi Majeski. Ze beeldt een jonge stijve vrouw uit, die niet gemakkelijk te verleiden is tot ontrouw. Ze neemt zich voor om standvastig te zijn als een rots in de branding. De aria ‘Come scoglio immoto resto’ (als een rots, immer standvastig) is een echte sopranen test met nauwelijks haalbare melodische overgangen die Majeski zonder merkbare moeite nam. Bekend is de anekdote dat Mozart, de oorspronkelijke zangeres Adriana Ferrarese niet zo mocht. Zij zong deze aria als een gans, die haar hoofd naar beneden duwde bij de lage noten en in haar nek gooide bij de hoge. Vooral bij het continu heen en weer schakelen zag er dat vermoedelijk heel raar uit.
De Italiaanse mezzo-sopraan Serena Malfi zong de rol van Dorabella. Ze zong wat minder fel dan Majeski en bleek een charmante maar ook een echte naïeve vrouw die zich toch al wat sneller liet inpalmen dan haar zus. Aangezien de opera gaat over partnerruil kwamen er ook twee heren aan te pas. De Amerikaanse tenor Ben Bliss zong de rol van Ferrando en de Tsjechische bariton Adam Plachetka van Gugliemo. Beiden zongen en acteerden met overtuiging en zonder haperen waarbij Bliss iets sterker overkwam dan Plachetka. Bliss aria ’Un aura amarosa’ leverde hem veel applaus op. Beide personages geloven in de onvoorwaardelijke trouw van hun aanstaande bruiden. Dat dragen ze aanvankelijk overtuigend uit, niet alleen tijdens de ensembles maar ook tijdens de recitatieven. Dat ze bedrogen uitkomen wordt veroorzaakt door het naïeve karakter van de jonge dames en door toedoen van hun nepkamermeisje Despina vertolkt door de Amerikaanse Kelli O’ Hara. Zij zette haar rol met veel humor op de planken en moedigde de twee verloofde vrouwen aan om het met de trouw niet zo net te nemen: ‘Een vrouw kan wel zonder de liefde maar niet zonder minnaars,‘ was haar parool. Mede schuldig aan de problemen en het erotisch experiment was de filosoof Don Alfonso, die de spil was van de transformatie van de twee mannen in mariniers. De Engelse bariton Christopher Maltman slaagde er in enkele situaties te creëren om de twee zussen te verleiden steeds toegeeflijker te worden aan de alsmaar sterke wordende verlangens naar een avontuurtje.

De ondertitel van Cosi fan tutte is: De school der minnaars. Misschien werd de titel in de preutse 19e eeuw opgevat als een pleidooi voor zedeloosheid want vanaf 1820 werd de opera zelden opgevoerd. Honderd jaar lang bleef het zelfs een onbekend werk. In deze derde en laatste van Mozarts Da Ponte opera zagen veel mensen een uitholling van waarden en normen.
Ensemble zang

Twee verloofde paren

De protagonisten hadden het niet gemakkelijk. Mozarts meesterwerk kent een maximum aan duetten, trio’s en kwartetten. Bovendien kregen zij te maken met twee muzikale werelden die tegenover elkaar staan. Het eerste bedrijf is vrolijk. De personages zijn overmoedig en wachten trillend van ongeduld op het volle leven. De grote aria’s van Deborella en Fiordiligi geven blijk van de omvang van hun potentiele gevoelens, maar ook van hun nerveuze onrust. De tweede acte is weemoedig en melancholisch. De personages komen in een maalstroom van gevoelens terecht die hen tegelijkertijd fascineren en irriteren en dat leidt tot mooie en moeilijk te verwerken ervaringen. Die mengeling van gevoelens is ook steeds merkbaar in de orkestpartij en in de ouverture.
Zon en zeewind, die vandaag ontbraken, werden verbeeld door de vele blaasinstrumenten die Mozart in de muziek gebruikte. Ook het feit dat de twee dames toch in de val van de verleiders trappen wordt geloofwaardig door de muziek.
Mozart gaf het stuk in 1790 wel de charme van het zonnige, aan zee gelegen Napels mee. Dat zat er deze keer niet in.
De decors waren zeer functioneel en stelde het legertje toegevoegde artiesten in de gelegenheid om zo nu en dan hun kunsten te laten zien.
De vraag die aan deze opera wellicht vooraf ging was: Hoe reageren twee mannen en twee vrouwen op elkaar in een kunstmatig gecreëerde situatie? Conclusie: Ik denk er al jaren over na. Cosi fan tutte bezorgde mij in ieder geval opnieuw een mooie zondag.

 

Read Full Post »

Parsifal in Antwerpen roept nog vragen op

 Op 4 april jl. zag ik de live streaming van de Vlaamse opera van de opnieuw in 2018 ingestudeerde versie uit 2013 van Parsifal van Richard Wagner door regisseur Tatjana Gürbaca. Het operatijdschrift Opernwelt had deze uitvoering destijds uitgeroepen tot de beste productie van het seizoen 2012-2013.
De opera Parsifal componeerde Wagner speciaal voor het Festspielhaus in Bayreuth. Hij slaagde erin om andere theaters een verbod op te leggen om het werk te programmeren tot 32 jaar na zijn dood. Enkele operahuizen trokken zich niets aan van dit verbod.
Wagner schreef in zijn biografie dat het idee voor deze opera hem inviel op Goede Vrijdag in 1857.
Parsifal is een complex werk en voor veel interpretaties vatbaar. Centraal staat het begrip verlossing. Het zit vol verwijzingen naar de erediensten van de christelijke traditie. Zo speelt de kelk van het Laatste Avondmaal, waarin nadien het bloed van Christus is opgevangen een rol in het verhaal en ook de speer waarmee Christus aan het kruis werd verwond. De derde en laatste akte speelt zich af op Goede Vrijdag.
Verleidingen
Het verhaal van de vier uur durende opera is niet eenduidig en staat dan ook open voor veel interpretaties. Het gaat onder meer over de innerlijke zoektocht naar een zinvol en zuiver leven, de moed om verleidingen en het kwade te weerstaan, en het belang van compassie of mededogen, een begrip ontleend aan de boeddhistische traditie.
Wagner schreef naast de muziek ook de tekst van de opera. Hij roept twee tegengestelde werelden op: een spirituele gemeenschap verzameld rond de mysterieuze Graal, en daartegenover de wereld van de verstoten Klingsor, waar alles om lichamelijkheid draait. Tatjana Gürbaca ziet Wagners laatste muziekdrama als een eindspel tussen twee werelden in crisis. Ook al zijn de Graalgemeenschap en Klingsors wereld gescheiden, ze blijven ook op noodlottige wijze met elkaar verbonden via Kundry, een wilde vrouw die beide werelden dient. Alle heil zal moeten komen van de jonge Parsifal, een “reine dwaas” in wie men de redder van de Graalgemeenschap en de nieuwe Graalkoning ziet.
Verlossing
Centraal staat in het werk het begrip verlossing waarbij Wagner de begrippen geloof, hoop en liefde hanteert. Hij gebruikt ze niet in hun christelijke betekenis maar veeleer bespiegelen zij  de begrippen uit de verlossingsethiek van de Duitse filosoof  Schopenhauer. Alleen de liefde die voortkomt uit medelijden met de medemens en haar werking uitoefent tot aan de volledige opgave van de eigen wil kan de mensen velossen van een leven in een staat van zonde, aldus Wagner.
In het eerste bedrijf zien we de lijdende Graalkoning Amfortas. Amfortas is de leider van de graalridders die in Monsalvat belast zijn met de bescherming van de heilige Graal, waarin zich het bloed bevindt van Christus als gevolg van zijn kruisdood. Tijdens een gevecht tussen Amfortas en de vijandige tovenaar Klingsor verloor de Graalkoning zijn speer waarna Klingsor hem daarmee verwondde in zijn zijde. Het was diezelfde speer waarmee Christus ook tijdens zijn kruisdood in zijn zijde werd gestoken. Amfortas verbrak tijdens zijn verblijf in het rijk van Klingsor zijn kuisheidsgelofte toen hij in de armen viel van de mysterieuze Kundry. Hij werd daardoor een zondaar met als consequentie dat hij moest lijden aan een wond die als maar niet wilde helen. Teruggekeerd bij de Graalridders heeft hij constant vreselijke pijn en geen ander verlangen dan te sterven. Telkens wil hij de heilige Graal zien in de hoop dat die zijn  wond sluit want niets anders schijnt hem te kunnen verlossen van zijn ondragelijke last. Ook de Graal niet. Amfortas staat daarmee symbool voor de lijdende mensheid. Hoe kan die verlost worden van zijn kwellingen?
Een tweede personage dat snakt naar verlossing is Kundry. Rond haar hangt een waas van geheimzinnigheid. Zij dient enerzijds slaafs de Graalridders maar zij veracht hen ook. Zij staat Klingsor bij door Graalridders te verleiden en hen daardoor toegang te verlenen tot de door Klingsor gevestigde gemeenschap. Klingsor wilde aanvankelijk toetreden tot de gemeenschap van de Graalridders, maar werd door hen niet toegelaten. Klingsor stichtte daarom zelf een gemeenschap die vijandig stond ten opzichte van de Graalgemeenschap.
 Een droom
Amfortas kreeg eens in zijn droom een boodschap door dat ‘Een door medelijden wetende dwaas’ zijn verlosser zou zijn. De uitverkorene blijkt Parsifal te zijn die werkelijk niets weet en een onbezonnen leven leidt. Hij kent alleen de naam van zijn moeder. Wanneer de oude graalridder Gurnemanz Parsifal voor het eerst ziet, denkt hij dat de reine dwaas voor hem staat. Een onschuldige. Schopenhauer definieert onschuld (nog niet volledig mens zijn, reine dwaas zijn) in essentie als dom, waar bij gebrek aan verleidingen het kwade uitblijft en de mens slechts een apparaat is om te leven en door handeling, vergissing, het opdoen van kennis een karakter vormt van nuchterheid en domheid. Zich niet van kwaad bewust. Parsifal heeft nog niet ingezien wat het wezen van de wereld is, namelijk pijn en lijden. Hij begrijpt niets en wordt door Gurnemaz in de finale van het eerste bedrijf weg gejaagd uit de Graalgemeenschap.
De muziek
De opera begint met een prachtige ouverture, dirigent Cornelius Meister trad in de voetsporen van James Levine door een laag tempo zodat het werk meer dan vier uur duurt. Geen moment wordt de opera van zijn plechtstatigheid en verhevenheid ontdaan. Prachtig is de specifieke stijl van Parsifal met zijn veelal melodieloos zwevende akkoorden. De muziek lijkt niet ingewikkeld, er zijn weinig hevige uitbarstingen, er is nauwelijks opzwepende dynamiek, behalve in de Kundry scène in het tweede bedrijf. Je raakt er haast van in trance! Het aantal motieven is kleiner dan in andere werken van Wagners rijpe periode. De protagonisten pasten zich fysiek goed aan en bewogen zich permanent traag over het podium. Voor mij verbeeldde dat de invloed van het Boeddhisme op Wagner.
Parsifal vergt van de toeschouwer een stevige inspanning. Luisteraars die vertrouwd zijn met de Christelijke leer hebben een voorsprong maar ook zij ontkomen niet aan de noodzaak om de synopsis nauwkeurig door te lezen en nog liever kennis te nemen van het gehele libretto. Dan wordt ook duidelijk hoe Parsifal zich ontpopt van een reine dwaas tot een bewuste mens en verlosser van schuld, boete en berouw.
De Amerikaanse tenor Erin Caves zong en speelde de rol van Parsifal voortreffelijk. Hij bewoog zich in het eerste bedrijf onverschillig tussen de Graalridders en keek vol onbegrip naar hun rituelen en naar de van pijn krimpende Amfortas. In het derde bedrijf keerde hij terug als een gelouterd mens dankzij zijn ontmoeting en ervaring met de mystieke Kundry in het tweede bedrijf. Kundry en Parsifal zijn heel belangrijk voor elkaar. Beiden worstelen met hun verleden en hebben elkaar nodig voor de bevrijdende verlossing.
Dubbel leven
De Duitse dramatische sopraan Tanja Ariane Baumgartner als Kundry, voegde zich goed bij de orkestklank. Zij liet mede daardoor een verleidelijke Kundry zien. Een rol die psychologisch inzicht vereist vanwege haar gecompliceerde karakter. Deze vrouw leidt een rusteloos bestaan en een dubbel leven. Zij vertoeft zowel in de wereld van de Graalridders als in die van de vijandige Klingsor. Aan beide werelden biedt zij haar diensten aan. Voor de gewonde Amfortas, koning van de Graalridders, zoekt zij kruiden voor de genezing van een open wond aangebracht door Klingsor. Maar ze staat gelijktijdig onder de sterke invloed van deze afvallige graalridder die de wereld van de Graalridders wil vernietigen. Op zijn aandringen, verleidt zij ridders die een kuis leven behoren te leiden. Hun koning Amfortas valt voor haar en later doet zij een poging om Parsifal te verleiden waardoor zijn eerste seksuele gevoelens ontwaken. Terwijl beiden elkaar kussen, ervaart en begrijpt Parsifal plotseling de pijn die Amfortas in zijn greep heeft. Hij onderbreekt plotseling de kus en stoot haar van zich af. Het maakt Parsifal bewust van het lijden in de wereld en wat het betekent medelevend, medelijdend te zijn. Hier beleeft hij het angstaanjagende van de oerwil in de geslachtsdrift. Hij voelt nu ook spijt en berouw om wat hij zijn moeder Herzeleide aandeed door haar te verlaten en haar niet bij te staan toen zij stierf. Kundry wordt gekweld door schuldgevoelens over haar daden maar vooral omdat zij eens Christus aan het kruis uitlachte. Ze snakt naar verlossing.
In het derde bedrijf is het Kundry duidelijk dat Parsifal een missie heeft en de plaats moet innemen van Amfortas. Zij stelt zich dan op als een dienares, wast de voeten van Parsifal en droogt ze met haar lange haren daarmee de bijzondere rol erkennend die Parsifal zal innemen bij de Graalridders. De totale verlossing valt Kundry ten deel wanneer zij na voltrekking van dat ritueel plotseling dood neervalt.
Voltooide verlossing
De revelatie van deze uitvoering was de Duitse bariton Christoph Pohl’s Amfortas. Hij had een moeilijke rol omdat hij zowel het verlangen naar de dood en het verwerken van helse pijn vocaal en fysiek moest overbrengen. Hij deed dat voortreffelijk zoals tijdens het eerste bedrijf waarin hij in een lange monoloog om erbarming vraagt, om sluiting van zijn wonde en zijn dood. Hier vertegenwoordigt hij het beeld van de lijdende mensheid die vraagt om verlossing. Het antwoord daarop vindt de christen in het paasfeest. In de opera geneest Parsifal, met de punt van de heroverde speer, Amfortas. Parsifal neemt de heerschappij over de Graal op zich. Als nieuwe Graalkoning  onthult hij de heilige graal. De verlossing is voltooid.
 De Slowaakse bas Stefan Kocan als de oude Gurnemanz was bijzonder. Hij speelde een onvergelijkbare broeder portier, een voorlichter, een ceremoniemeester maar bleek vooral een fantastisch zingende verteller. Waarom hij in een rolstoel opkwam in het eerste bedrijf is me een raadsel. Die stoel had ik de pijn lijdende Amfortas eerder gegund. De Duitse bariton Kay Stiefermann zong een meer dan verdienstelijke Klingsor.
De bloemenmeisjes maakten deel uit van de Klingsor gemeenschap. Ze deden hun uiterste best om Parsifal te behagen. Ze speelden hun rol goed als hitsige dames, die in de ban waren van de oerwil van de filosoof Schopenhauer. Hun seksuele begeerte voor Parsifal loog er niet om.
Het koor van de Vlaamse Opera was als van ouds uitstekend op dreef. De processie naar de onthulling van de Graal waarin Wagner ritmisch sterk uithaalt, maakte grote indruk op me. Het koor paste zich ook goed aan aan de sfeer waarin deze Parsifal was geregisseerd.
Regie
Er was veel wit en nogmaals wit! De muren van het vertrek waarin zich het hele Bühnefestspiel afspeelde waren geheel wit, met soms strakke, streepvormige, dunne bloedsporen er op. De solisten waren ook in het wit gestoken. Had dat iets te maken met het begrip ‘reine dwaas’ of met het zoeken naar zuiverheid, eerlijkheid en de uitdrukking van een mogelijke verzoening tussen de wereld van de Graalridders en die van Klingsor? Het is me niet duidelijk. Evenmin het ten tonele voeren van een paar jongetjes wiens blote armen en benen langdurig met een spons werden gewassen door enkele protagonisten? Verwees dat naar kindermisbruik door religieuzen? Het was me niet duidelijk. Jammer.

Ik had geen moment spijt van het langdurig turen naar het beeldscherm omdat de uitvoering ondanks haar traagheid toch spannend bleef en ik me ook bezig hield met enkele raadsels van de regisseur die me intrigeerden. Vermoedelijk stond ik daar niet alleen in.

Read Full Post »