Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2018

Elsa als bruid van de ridder Lohengrin

Dinsdag 23 oktober 2018 was de laatste kans om in Antwerpen nog de Lohengrin productie van de Amerikaanse topregisseur David Alden van Wagners (1813-1881) te zien. Wat is daar voor bijzonders aan?

Wel, Alden heeft de reputatie om als geen ander grote massa’s op het toneel overtuigend neer te zetten. En dat is maar goed ook want het volk en de soldaten spelen in Lohengrin een belangrijke rol. De koorleden getuigden van hun klasse door prachtige zang en gedisciplineerd en stabiel optreden. David Alden vraagt nogal wat van het koor door de vele verplaatsingen, maar goed acterend bleef het gezelschap mogelijke problemen de baas en droeg daardoor aanzienlijk bij aan een grotendeels geslaagde uitvoering. Daar was trouwens voor een belangrijk deel ook het orkest voor verantwoordelijk, dat onder van de bezielende leiding van dirigent Alejo Pérez de pannen van het dak speelde. Veel applaus was na afloop hun deel.

Ontstaan
Lohengrin zag op 28 augustus 1850 het levenslicht tijdens een voorstelling in Weimar onder leiding van Fransz Liszt, die er voor zorgde dat Lohengrin kon worden opgevoerd terwijl Richard Wagner, vanwege zijn aandeel in de revolutie in Dresden in 1848-1849, in ballingschap in Zwitserland verbleef.
De basis van het verhaal van Lohengrin ontleende Wagner aan het Parsival-epos van Wolfram von Eschenbach en de middeleeuwse legenden van de Heilige Graal.

Lohengrin met koor (soldaten)

 Vervanging
Toch waren de vooruitzichten voor aanvang van Wagners romantische opera  niet zo heel rooskleurig. Twee hoofdrolspelers konden wegens ziekte hun rollen in de laatste voorstelling niet vertolken. Liene Kinca die de rol van Elsa voor haar rekening moest nemen was vervangen door de Britse sopraan Jennifer Davis. Een geluk bij een ongeluk was dat Davis recent nog in Covent Garden de rol van Elsa in dezelfde productie van Alden had gezongen. Het ging haar mede daardoor goed af. Ze bleek over meer dan voldoende  inlevingsvermogen te beschikken. Bovendien liet haar lyrische sopraan haar geen moment in de steek en haar vermogen om goed te acteren zorgde voor een uitstekend debuut bij de Vlaamse opera.

Minder gelukkig was het operahuis met de vervanger van de tenor Zoran Todorovich die zich liet vervangen door de Duitse tenor Christian Voigt. Op het inlegvel van het programmaboekje werd hij afgeschilderd als een talentvolle Wagnertenor die gestudeerd heeft onder leiding van zangers met een grote reputatie. Vermoedelijk had Voigt zijn dag niet. Hij moest invallen en nog in de middag enig repetitiewerk verrichten. Ik denk dat het gebrek aan kracht en volume die van een heldentenor mag worden verwacht om Lohengrin goed te vertolken, bij hem ontbraken door nervositeit, spanning en vermoeidheid. Behalve een gebrekkige intonatie was hij niet in staat om acterend zijn mannetje te staan ten opzichte van een felle, soms agressieve, Telramund vertolkt door  de Amerikaan Craig Colclough. Deze bas-bariton en de Zweedse mezzosopraan Iréne Theorin, als de echtgenote Ortrud van Telramund brachten vanaf de eerste scènes in het tweede bedrijf een geweldige drive in de opera. Volumineus verweten zij elkaar verantwoordelijk te zijn voor de vernedering die Telramund onderging in het eerste bedrijf tijdens een godsoordeel waarvan de uitkomst was dat Elsa geen schuld had aan de dood van haar broertje Gottfried. Telramund ontplofte. Hij was woest, niet alleen omdat hij zijn eer verloor, maar ook omdat hij zijn vrouw Ortrud van leugens verdacht: zij zou namelijk de broedermoord van Elsa met haar eigen ogen gezien hebben. Het echtpaar was vastbesloten het hier niet bij te laten. Ortrud trachtte bij Elsa in de gunst te komen om haar over te halen de verboden vraag aan Lohengrin te stellen over zijn naam en afkomst. Telramund, op zijn beurt, wil de ridder aanklagen wegens hekserij en hem in een gevecht verwonden, om hem van zijn vermeende magie te ontdoen. Daar zou uiteindelijk niets van terecht komen. Nog sterker: Telramund wordt in het laatste bedrijf door Lohengrin gedood, na een laffe aanval van Telramund.
Terugkomend op het godsoordeel, dat meestal wordt uitgevochten door Lohengrin en Telramund waarbij beiden voorzien zijn van een wapen, had Alden het gevecht nu zo gearrangeerd dat Lohengrin zijn tegenstander versloeg uitsluitend door hem doordringend aan te kijken terwijl de mannen elkaar benaderden. Het leek een godswonder. Een mooie vondst van Alden!

Scharnierpunt
De opera Lohengrin blijkt een scharnierpunt in het werk van Wagner en is een voorloper van zijn grote dramatische werken na 1850. Het tweede bedrijf is in mijn ogen cruciaal.
Hier hoorden we de Wagner van der Ring des Nibelungen, Tristan und Isolde en Parsifal, de grote dramatische operawerken met een symfonisch karakter en met een orkestratie die nauwgezet het drama uitbeeldt. We hoorden de toepassing van de Leitmotieven, die structuur geven aan een Wagneriaans werk dat ook de oneindige melodie kent. Denk aan het meest  bekende en herkenbare motief in Lohengrin waarvan de gezongen tekst luidt: ‘Nie sollst du mich befragen, noch Wissens

Hier stelt Elsa de fatale vraag aan Lohengrin

Sorge tragen woher ich kam der Fahrt, noch wie mein Nam und Art.‘ De lezer weet ongetwijfeld dat Elsa zich niet kon beheersen en toch de door haar echtgenoot verboden vraag stelde en daarmee een voortijdig einde van haar huwelijk veroorzaakte. Een vraag die me op de lippen ligt is: mag je van een echtgenote verwachten en verlangen dat zij nooit naar de identiteit van haar man vraagt? Door de roddelpraat van Ortrud kwam het zover. Maar zonder haar interventie zou de vraag m.i. veel jaren later toch nog zijn gesteld. Elsa zag aanvankelijk in Lohengrin een bovennatuurlijke redder die de valse aanklacht van Telramund tegen haar zou ontkrachten. Dat was ook de missie van Lohengrin na zijn vertrek uit Monsalvat waar de Heilige Graal verblijft. Hij deed Elsa echter ook nog een huwelijksaanzoek dat zij dankbaar accepteerde.

Lohengrin zou de nieuwe leider van het leger van Brabant worden en voorop gaan in de strijd tegen de Hongaren die Brabant bedreigden vanuit het oosten. Dat zou niet gebeuren want in zijn monoloog ‘In fernem Land’ onthult Lohengrin aan de koning en het volk zijn naam en afkomst en geeft hij aan geen leiding te willen geven aan het leger en het volk van Brabant.

De toeschouwers zagen, na de sprankelende ouverture als het symbool voor de graal, in het eerste bedrijf een burchtachtige ruimte met scheve wanden. Regisseur Alden wilde een sfeer van oorlog en verwoesting suggereren, wat leidde tot massabewegingen van het koor, gekleed als opgejaagd volk en soldaten, en dat door koperblazers en felle strijkers werd ondersteund.
Vermeldingswaard is beslist nog het krachtige zingen van de Duits- Italiaanse bariton Vincenzo Neri als Heerrufer. Hij kondigde het optreden van koning Heinrich aan, vertolkt door de Duitse bas Thorsten Grümbel, die in een soort priestergewaad met gouden kroon een statige entree maakte met zijn gloedvolle stem.

Waar was de zwaan?
Wie misten de toeschouwers tijdens deze Lohengrin? Antwoord: De Zwaan. Slechts een grote schaduw over het toneelbeeld deed de toeschouwer geloven dat de Zwaan een rol speelde in het verhaal. In het derde bedrijf zagen zij wel een afbeelding van de iconische schildering van Lohengrins aankomst die August von Henckel maakte voor Schloss Neuschwanstein. Ook zagen we de zwaan een keer als beeldhouwwerk en afgebeeld op de banieren, die op het einde van de voorstelling naar beneden vielen. Zo kwam de zwaan toch in beeld. Zo ook de aanvankelijk dood gewaande broer Gottfried van Elsa die tijdens de laatste tonen te voorschijn kwam van onder de gevallen banieren en zich presenteerde als de nieuwe Hertog van Brabant.

Gottfried, de nieuwe hertog van Brabant presenteert zich

De voorstelling van deze Lohengrin was geen onvergetelijke omdat het gebrekkige optreden van de vertolker van de titelrol afbreuk deed aan het goede werk van koor, orkest en de overige solisten. Dat er veel te genieten viel zal echter door geen enkele toeschouwer worden ontkend. Niet in het minst van de inleiding door een dramaturg van het operahuis. Zijn inleiding op de opera was uitstekend. Daar kunnen sommige operahuizen in Duitsland een voorbeeld aan nemen.

Read Full Post »

Links Netrebko en Rechts Rachvelishvilli

Het operaseizoen is ook begonnen in de Pathé bioscopen. Opnieuw zijn onder leiding van  directeur Peter Gelb door het management team van de Metropolitan Opera in New York 10 opera’s geselecteerd die gedurende het seizoen 2018-2019 in 70 landen voor naar schatting 350.000 theaterbezoekers per voorstelling moet zorgen. Het seizoen is dit keer geopend met een van Giuseppe Verdi’s (1813-1901) meest populaire werken, Aïda. Er kwamen afgelopen zondag 14 oktober in Tilburg 72 bezoekers op af. Eigenlijk te weinig voor zo’n bekend werk dat vooral door de triomfmars een grote bekendheid over de gehele wereld verwierf. De productie van Sonja Frisell was niet nieuw. In 2012 was die al de wereld overgegaan. Met de heropname in het programma was niets mis mee. Natuurlijk was er wel een andere cast.

Aïda manifesteert zich dikwijls als een waar spektakelstuk. Zo ook in de Met. Het stuk speelt zich af tijdens een oorlog tussen Egypte en Ethiopië ten tijde van de farao’s. De victorie van de Egyptenaren, na hun overwinning op de Ethiopiërs, is zo uitbundig geregisseerd dat de triomfmars bij de bezoekers vermoedelijk een visuele en auditieve indruk achterlaat die blijvend zal samenvallen met de opera Aida. Zelden zag ik deze scène in een zo groots opgezet decor, met honderden prachtig gekostumeerde zangers en figuranten op het podium en met een aansprekend ballet. Voor de traditioneel ingestelde operaliefhebber was het smullen. Maar niet alleen voor hen, want de uitvoering stond ook vocaal op een hoog niveau en de liefhebber die vooral komt om een emotioneel en interessant liefdesverhaal op dramatische wijze zich te zien voltrekken, kwam ruimschoots aan zijn trekken. Mensen die de uitvoering gemist hebben en toch nog deze voorstelling willen zien, kunnen op maandag 29 oktober om 13.30 uur in de Pathé bioscoop van Tilburg terecht waar het werk nogmaals te zien zal zijn op het grote filmdoek.

 Vocaal niveau
De uitvoering van de Met was vooral een groot succes omdat de bezetting van de vrouwelijke hoofdrollen uitzonderlijk goed was. Voor de titelrol was de stersopraan Anna Netrebko  aangetrokken. Zij zong deze rol voor het eerst in de Met. En hoe! Ze was in grootse vorm. Haar interpretatie van de rol was zowel op vocaal als op acteer niveau top, dankzij haar formidabele inlevingsvermogen. Zoek maar eens op Youtube haar grote aria ‘Ritorna vincitor’ op na eerst de tekst goed doorgelezen te hebben. Iedere frase kreeg de kleur mee die bij de tekst past. Datzelfde geldt voor de aria ‘O patria mia‘ in het derde bedrijf. Haar evenknie vond ze in de 34 jarige Georgische mezzo-sopraan Anita Rachvelishvilli in de rol van Amneris. Je zou denken, wanneer je het karakter bestudeert van Amneris, dat je te maken hebt met een ‘mad woman’. Rachvelishvilli denkt daar anders over. Haar oordeel in de pauze tijdens een interview: ‘Ze is nog jong, straalverliefd en hevig jaloers op Aïda. Geen mad woman’ De dialogen tussen de twee vrouwen zijn haarscherp en fel en de zangeres uit Tbilisi is in de derde en vierde acte op haar best wanneer ze probeert om Radames te redden. De hogepriesters, die zij zelfs uitscheldt, zien in Radames alleen maar een verrader die de doodstraf verdient. Die priesters zingen overigens heel fraai evenals de andere koren die in dit werk functioneel zijn.
De tenor Aleksandrs Antonenko zag ik eerder als Otello. Nu als Radames vond ik hem wat minder. In zijn eerste aria en laatste duet met Aïda klonk een licht tremolo.
Het werk van Giuseppe Verdi (1813-1901) ging in 1871 in Cairo in première. De vader van Aïda en koning van Ethiopië  Amonasro, werd uitstekend gezongen door de Amerikaanse bariton Quinn Kelsey. Hij speelt een belangrijke rol in de Nijlscène en verleidt zijn dochter om Radames aan te zetten tot verraad ten opzichte van zijn vaderland.

Verliefde koningsdochters
Twee koningsdochters uit twee verschillende landen, Egypte en Ethiopië, zijn beiden verliefd op Radames de militaire leider van Egypte. De vrouwen zijn extreem verschillend. Amneris is de machtigste door haar maatschappelijke positie als de dochter van de Farao. Aan Radames, de legeraanvoerder van het Egypte, belooft de Egyptische koning dat zijn dochter zijn bruid zal worden vanwege de overwinning die hij behaalde op de Ethiopiers. Maar de liefde waarvan Amneris droomt zal ze uiteindelijk niet krijgen. Aïda is slavin en werkt aan het hof van de farao en is tot haar verdriet verstoken van banden met haar vaderland. Ze is vanaf het moment dat Ameneris haar geheim ontdekt dat zij ook verliefd is op Radames en ze weet dat haar rivale de vrouw zal worden van Radames een gebroken vrouw.
Aïda heeft geleerd zich te schikken maar krijgt op het einde van de opera wel haar geliefde maar niet voor een leven in deze wereld. Met hem sterft zij in hetzelfde graf. Hoe het zover komt? Dat blijkt vooral uit de Nijlscène tijdens het derde bedrijf wat volgens mij tevens het hoogtepunt van de opera is.

Anna Netrebko als AÍda

 De Nijlscène
Aan de oever van de Nijl wacht Aïda op de Egyptische legeraanvoerder Radames op wie zij straalverliefd is. Zij is niet hoopvol gestemd op de goede afloop van die ontmoeting, want zij weet dat de dochter van de koning, Amneris, de volgende dag met Radames als beloning voor zijn overwinning zal trouwen. De  Ethiopische slavin toont haar verdriet in de prachtig gezongen aria ‘O, patria mia‘  waarin zij haar verlangen naar haar vaderland tot uiting brengt.  Met de verschijning van Amonasro wordt het verraad van Radames geïntroduceerd wanneer hij zijn dochter aanzet haar geliefde over te halen te vertellen langs welke pas de Ethiopiërs Egypte kunnen binnenvallen. Aanvankelijk wil Aïda niet op de wens van haar vader ingaan maar wanneer Amonasro haar zegt dat zij dan niet langer meer haar dochter zal zijn, besluit ze een poging te wagen. De reinste chantage! Aïda is dan ten opzichte van haar vaderland en haar liefde voor Radames in een loyaliteitscrises geraakt. Radames wordt heen en weer geslingerd tussen zijn eer te mogen strijden voor zijn vaderland en zijn liefde voor Aïda. Hij besluit met haar te vluchten en de vluchtweg te onthullen, maar dan verschijnt Amneris en haar soldaten. Radames wordt gevangen genomen en moet zich in het volgende bedrijf voor zijn verraad verantwoorden tegenover de priesters. De doodstraf ontgaat hem niet, maar de wellicht meest melodische liefdesaria die Verdi ooit schreef is er het gevolg van, want in de onderaardse tombe waarin Radames is opgesloten verschijnt onverwacht Aïda. Ondertussen vervloekt Amneris, die haar huwelijk in rook zag opgaan, de priesters. Mezzosopraan Rachvelishvilli  was hier op haar best: een woedende Amneris. Aleksandrs Antonenko toonde zich als Radames een harde bevelhebber. In een dialoog met Aïda poneert hij haar lief te zullen hebben maar hij zegt haar ook: ‘Ik moet nog eerst een oorlog winnen tegen jouw volk en dan kunnen we trouwen’. Dat wil zeggen: ik moet nog duizenden van jouw landgenoten over de kling jagen. Wie doet nu zoiets? Hij is militair zo gebrainwasht dat de mens Radames niet zichtbaar wordt al doet de slotscène het tegendeel vermoeden.

Arabische invloeden hoor je zo nu en dan in de muziek van de opera. Vooral de Nijlscène kent betoverende klanken die afgewisseld worden door ontroerende aria’s en krachtige, spannende duetten. De bijna doorgecomponeerde opera is prachtig geïnstrumenteerd. De fanfare en triomfscène komen bombastisch over. Het meezinggehalte daarvan is groot. Daar is trouwens niets op tegen. Verdi liet er zes speciale trompetten voor bouwen. Dirigent Nicola Luisotti hield ondanks de massascènes de touwtjes stevig in handen. De bezoekers zullen na afloop van de voorstelling meer dan ooit begrijpen waarom Verdi de koning van de koren wordt genoemd. Samenvattend: Aïda werd met grote toewijding en met passie uitgevoerd. Het publiek was dik tevreden.

Herhaling: maandag 29 oktober om 13.30 uur Pathé bioscoop Tilburg.

Read Full Post »

Zondag 13 oktober 2018. De laatste dag van een kort vakantieverblijf in Frankfurt met leden van Operaclub Nederland. Het is prachtig weer. We maken een boottocht over de Mainz. Op de oever zien we hardlopers die zich sterk maken voor deelname aan een stadsloop. De binnenstad is vol met toeristen. Er heerst een prettige sfeer. In de loop van de middag ben ik al met mijn gedachten bij wat die avond komen gaat: het bijwonen van een concert in die Alte Oper door het Gewandhausorkest onder leiding van dirigent Andris Nelsons met solistische medewerking van de bekende Letse sopraan Kristine Opolais.

De binnenkomst in het statige gebouw van de Alte Oper is erg bijzonder. Het operagebouw, in neorenaissance stijl, is van binnen omgebouwd tot een schitterend, immens groot, klassiek concertgebouw met een grote zaal die 2500 toeschouwers kan bergen. Het trappenhuis en de overige ruimten geven je het gevoel als bezoeker tot een bevoorrechte klasse te behoren.
De concertzaal biedt de orkestleden een zeer ruim podium en de akoestiek is zo goed dat het geen probleem is om grote symfonische werken ten gehore te brengen.

Dzentis
Het concert begon met een muziekstuk van de in 1978 geboren Andris Dzentis. Een brok verrassende, moderne muziek waar het vuurwerk van afspatte en waarbij veel verschillende instrumenten werden ingezet. Het stuk was zeer ritmisch en deed me zo nu en dan denken aan Prokofiev. Dirigent Nelsons kreeg er in ieder geval de handen voor op elkaar. Terecht!

Daarna was het de beurt aan de bekende sopraan Kristine Opolais. Zij zong twee aria’s uit even zoveel opera’s van Tsjaikowski. Ik had grote verwachtingen op grond van haar optredens in de Metropolitan Opera waar ik haar verschillende keren zag en hoorde schitteren. Helaas werd ik deze keer in haar teleur gesteld. Ze zong een aria uit de opera Pique Dame en de briefscène van Tatjana uit Eugen Onegin. Haar stem klonk anders dan ik gewend was, gevoileerd, niet helder. Ik had niet het idee dat ze in Eugen Onegin zich als een jong meisje presenteerde dat verliefd was op een wat oudere buurjongen en hem een brief schreef over de heftige gevoelens die haar bezig hielden. Ook leek haar stem me wat te klein voor enkele grote lange lijnen, die de aria extra gewicht geven. Kortom: een teleurstellend optreden. Ze kreeg na haar korte optreden bloemen. De credits gingen voor mij echter naar het voortreffelijke spelende orkest dat de melancholische klanken van de Russische componist voortreffelijk ten gehore bracht.

 Mahler
Groots  was het orkestspel van het Gewandhausorkest na de pauze. Nu moet ik eerlijk bekennen dat het zeker 20 jaar geleden is dat ik een grote symfonie in een orkestzaal heb gehoord. Ook Gustav Mahler (1860-1911)  was aan mijn belangstelling voorbij gegaan. Ik had dus wat in te halen.
Nu kreeg ik de kans om de eerste symfonie van Mahler te beluisteren, gespeeld door een toporkest. Ze musiceerden ook werkelijk als een toporkest en beschikken sinds februari 2018 over een topdirigent als Andris Nelsons. Nog in 2016 werden alle Symfonieën van Mahler door dit orkest op dvd opgenomen.
De symfonie maakte bij mij het nodige los. Er was zoveel te horen dat op het menselijk gemoed werkt. Ik denk aan de dierengeluiden, een volksdans en de dodenmars. Indrukwekkend hoe het orkest soms met volle kracht speelde en de wijze waarop de slaginstrumenten werden ingezet.
Het langdurig applaus voor orkest en dirigent was zeer terecht.

Al had ik de eerste van Mahler zeker in geen 20 jaar meer gehoord, toch kwamen flarden van melodieën bij mij terug. Ik nam me ter plekke voor thuis alle symfonieën van Mahler te gaan beluisteren. Een mooiere finale van de operareis kon ik me na afloop van het concert niet voorstellen.

Het bestuur en de reisleiding van  Operaclub Nederland verdienen een compliment voor de wijze waarop ze deze reis hebben georganiseerd.

Read Full Post »

Flamand, Olivier en gravin Madeleine

Op zaterdag 6 oktober 2018 zat ik andermaal met leden van Operaclub Nederland in de opera van Frankfurt. Dit keer bij een voorstelling van een opera die ik slechts eenmaal op een dvd had bekeken: Capriccio, een werk van de Duitse componist Richard Strauss. Ik wist al vrij snel dat het luisteren naar dit meer dan twee uur durende werk zonder pauze, een hele klus zou zijn. Het tempo van beeld en geluid was tamelijk hoog. Er werden veel verschillende thema’s aangesneden die pas begrijpelijk zijn wanneer je het nodige weet van de geschiedenis en de ontwikkeling van de opera. Ook moet je weet hebben van de tegenstellingen die er bestaan en de verschillen van inzicht die  componisten, regisseurs, theaterdirecteuren en zangers over hun vak hebben.

Sprechgesang
Richard Strauss heeft met zijn opera Capriccio, die in 1942 in première ging, een beeld gegeven van datgene wat in de operawereld steeds onderwerp van discussie was. Hij gaf alle protagonisten de kans om het hoog geëerd publiek duidelijk te maken tot welke professie zij behoorden en hoe onmisbaar hun functioneren was voor het theater.
Strauss liet er geen twijfel over bestaan dat hij vertrouwd was met allerlei genres in de klassieke muziekwereld. Hij opende Capriccio niet met een traditionele ouverture waaraan de meeste operaliefhebbers gewend zijn. Neen, in plaats van hoogtepunten van melodieën van belangrijke aria’s kreeg de aandachtige luisteraar  kamermuziek voorgeschoteld van een prachtig sextet.

Vervolgens speelden de eerste schermutselingen zich af op het podium. Aria’s en echt lyrische muziek liet Strauss in Capriccio bewust achterwege. De protagonisten bedienden zich dus voornamelijk van Sprechgesang. De dichter Olivier, vertolkt door de Canadese bariton Iain Macneil en de musicus Flamand, vertolkt door de Amerikaanse tenor AJ Glueckert betwistten elkaar het primaatschap van het ‘woord of de muziek’ in de opera. Beide heren, hadden zinnige argumenten voor hun uitspraken ‘prima le parole, dopo la musica’ ofwel ‘prima la musica, dopo Le parole.’ Aanvankelijk is het begrip voor elkaar niet groot. Pas veel later zal Flamand beweren: ‘Ton und Wort sind Bruder und Schwester.‘ De spil in deze woordenstrijd is de gravin Madeleine die door deze twee heren heftig wordt begeerd. Zij veronderstellen dat haar voorkeur zal uitgaan naar het personage dat hun eigen favoriete kunstvorm beoefent. Haast vanzelfsprekend bemoeit ook de aanwezige theaterdirecteur La Roche, vertolkt door de bas Alfred Reiter, zich met de discussie en maakt hij de twee kunstenaars duidelijk dat zij nog maar broekies zijn en hoe belangrijk zijn functie is. ‘Zonder mij zijn jullie werken dood papier. Het publiek kijkt naar mijn inspirerende decors. Ik weet wat regie is. Alles blijft bij het oude zoals bij de opera’s van Lully en Rameau. Aan de Italiaanse opera valt echt niet te tippen. Het volk wil echte mensen op het toneel, mensen van vlees en bloed. Geen fantomen. Wij brengen in ons theater louter kwaliteit zoals een puntige vrolijke vaudeville of een opera buffa vol bruisende grollen. In de vrouwelijke rollen veel gratie….’

Gravin Madeleine

 Verjaardagsfeest
De directeur weet van geen ophouden. Hij kondigt een theater programma aan ter gelegenheid van het verjaardagsfeest van Madeleine. ‘ Ik bied een product aan uit mijn atelier met sublieme decors en het fraaiste ballet. En stemmen, gravin, met parelende loopjes en hoge trillers! Een feest voor het oor. U zult er perplex van staan. En wat het libretto betreft, wie let er nou op de woorden als de muziek triomfeert?

Olivier reageert door zijn gedicht voor te dragen. Plotseling grist  Flamand hem het sonnet uit zijn handen, loopt naar het klavecimbel en zet het gedicht op muziek waarop Olivier verontrust roept: ‘ Hij verminkt mijn verzen. Ik vraag me af of het sonnet nu van hem is of nog van mij.’ De gravin weet het wel: ‘ Met uw welnemen, het behoort mij nu toe als een fraai aandenken aan deze mooie dag.’ Eerst lijkt Olivier ontstemd. Later ontroerd.
Nadat een danseres dankzij de muziek haar benen met veel gratie van de vloer tilt, hervatten Flamand en Olivier hun twistgesprek over het primaatschap van het woord of de muziek. De directeur merkt geërgerd op: ’Zij twisten om de rangorde van hun kunsten. Verspilde moeite. Binnen mijn theater dienen zij allen.’

Conversatieopera
Capriccio wordt niet voor niets een conversatieopera genoemd. Een volgende discussie over opera in het bijzijn van de actrice Clairon levert kritiek op de recitatieven en het orkestkabaal.
De broer van de gravin weet te melden dat het niets uitmaakt of een tekst goed of slecht is omdat niemand die kan verstaan. Er is nog meer treurnis wegens de verloren gegane traditie van het oude Italiaanse gezang. Het belcanto ligt op sterven. Vervolgens zingen enkel Italiaanse zangers een duet uit een Italiaanse opera op een tekst van Metastasio. Er wordt op het podium van alles beweerd!!

Dan kondigt de directeur het grandioze ‘azione theatrale‘ van zijn voltallig ensemble aan. Het eerste deel gaat over de geboorte van Pallas Athene die uit het hoofd van Zeus wordt geboren. De directeur wordt uitgelachen maar hij wil toch ook het tweede deel voor het voetlicht brengen ‘ De ondergang van Cartago.‘ De stad stort in na donderslagen, blikseminslagen op open toneel, er is brand, een vlammenzee, een paleis stort in en massa’s mensen zijn in rep en roer. Flamand en Olivier laten zich niet onbetuigd. Ze overladen de directeur met kritiek maar deze laat zich niet zo maar uit het veld slaan. Hij vraagt ze wat ze weten van zijn zorgen, zegt hen dat hij de kunsten van de vaderen hoog houdt. Hij vraagt hen wat hen het recht geeft zo aanmatigend te spreken en ‘mij de ware deskundige te honen. Jullie die nog niets voor het theater presteerden scherpen jullie je geest, geef het theater nieuwe wetten en nieuwe inhoud. Zo niet, val mij dan niet lastig met jullie kritiek!’
De gravin grijpt in en wijst erop dat tevergeefs is geprobeerd elkaars argumenten te weerleggen. De stemming verandert daarna. Er ontstaat harmonie tussen de aanwezigen. Voorbij is de strijd, het vruchteloze praten! Ze verzoenen zich. Men besluit een nieuwe opera te componeren over alles wat hen vandaag is overkomen.

Acht bedienden komen het podium op. Zij hebben een aantal discussies aangehoord. Hun ideeën over de inhoud daarvan verschillen. De een denkt dat de directeur toneelhervormingen wil, een ander gelooft dat men nu ook huisbedienden in opera’s wil laten optreden. De bedienden zijn die avond vrij en zijn daar zeer verheugd over. Ze verwonderen zich uitsluitend nog over de gravin die verliefd is maar niet weet op wie…..
In de voorlaatste scène komt nog de souffleur, monsieur Taupe op de proppen. Die zegt zich zelden bovengronds te bevinden. Hij is meestal onzichtbaar en zegt over zichzelf: ‘Ik ben de onzichtbare heerser over een magische wereld. Ik ben een man van enig gewicht. Pas wanneer ik in mijn hok zit, gaat het Wereldrad van het toneel draaien.’

 Onthulling
Dan ten lange leste komt de onthulling van gravin Madeleine. In een lange monoloog vertelt ze dat het tevergeefse moeite is woord en muziek te scheiden.
’Zij zijn geheel versmolten en verbonden tot een nieuw geheel.
Het geheim van het moment is dat de ene kunst door de andere wordt verlost.
Hun liefde omsluit mij, teder geweven uit verzen en klanken.
Moet ik dit weefsel uiteenrijten? Ben ik er al zelf niet mee verstrengeld?
Kiezen voor een van beiden?
Voor Flamand die gevoelige ziel met zijn mooie ogen, voor Olivier, die sterke geest, die hartstochtelijke man?
Nu sta ik in vuur en vlam en weet me geen raad. Kies je de een, dan verlies je de ander! Verliest men niet altijd als men wint?
Madeleine, Madeleine! Wil je dan tussen twee vuren verbranden?’

De rol van de gravin Madeleine werd ontroerend mooi gezongen door Kristin MacKinnon. Als actrice nam ze tijdig afstand van haar twee minnaars als minnares van de muziek en de liefde was ze heel dichtbij. Mooie prestatie. Ook van dirigent Lothar Koenigs en regisseuse Brigitte Fassbaender. Het fraaie podiumbeeld, ruim van opzet, was van Mareike Wink.

Een opera die nog lang in mijn hoofd rondzingt. De tekst alleen al is het herlezen waard!

Read Full Post »

Tosca in Frankfurt oogst veel applaus.

Cavaradossi en Tosca

De opera Tosca van Puccini is erg populair en menig operagezelschap heeft het werk van Giacomo Puccini op haar repertoire staan. Onze Nationale Reisopera trekt er mee door het hele land en dat is ook het geval met de Staatsopera van Tatarstan. Door deelname aan een operareis zat ik op vrijdag 12 oktober in het operagebouw van Frankfurt en wat zag ik?…..Tosca.  Waarom is Tosca, die in 1900 in première ging zo aantrekkelijk? De opera speelt zich af rond 1800 in Rome. Moord, spionage en crimineel gedrag spelen een belangrijke rol. Evenals politiek, seks en jaloezie. Kortom de opera heeft alle aspecten van een onvervalste bloedstollende thriller die het publiek tot de laatste minuut boeit. Daarin speelt de politiechef  Scarpia een centrale rol. De eerste schrille tonen van de opera, het Scarpia motief, verwijzen al naar de akelige Scarpia die slechts twee doelen nastreeft. Het eerste is de ontsnapte politieke gevangene Angelotti en de kunstschilder Cavaradossi zo spoedig mogelijk aan de galg te laten hangen en het tweede door afpersing de minnares van laatstgenoemde, Floria Tosca, tegen haar wil in zijn armen te sluiten. Na dat Scarpia motief weet Puccini zijn toehoorders met prachtige aria’s en duetten te boeien.

Graaf Palmieri

Het einde van het werk is heel dramatisch. Niet alleen Cavaradossie  maar ook Tosca gaat haar dood tegemoet. De operadiva Tosca springt tijdens de laatste noten van de beruchte Engelenburcht in Rome haar dood tegemoet. Haar zelfmoord werd gesymboliseerd door een grote rode, wapperende doek die over haar heen valt en waarachter zij verdwijnt. Haar dood wordt mede veroorzaakt door haar naïviteit en goedgelovigheid ten opzichte van Scarpia. Zij heeft zich laten bedriegen door de perverse Scarpia, die niet schroomde haar te bekennen dat een gewelddadige verovering van een vrouw hem beter smaakt dan een honingzoete toestemming. Scarpia wendt voor haar gevangen genomen minnaar Cavaradossi te redden van de doodstraf die hij kreeg wegens het verbergen van de gevluchte gevangene Angelotti, op voorwaarde dat zij zich aan hem geeft. Cavaradossi zal in plaats van de doodstraf een schijnexecutie moeten ondergaan zoals dat voordien al eens eerder gebeurde met een zekere graaf Palmieri. Daarna zullen Cavaradossi en zijn minnares Tosca een vrijgeleide krijgen. Als Scarpia dit document eenmaal ondertekend heeft, vermoordt Tosca haar overweldiger met een gerichte dolkstreek in het hart.

Verrassing
Op de plaats van de executie ruimte bevindt zich een peloton soldaten. Ze hebben de lopen van hun geweren gericht op Cavaradossie. Tosca heeft als ervaren opera actrice haar vriend geïnstrueerd op het juiste tijdstip te vallen als de nepkogels hem zullen treffen. Ze heeft haar vriend al over zijn toekomstige vrijheid ingelicht. Plotseling treedt Scarpia’s handlanger Spoletta naar voren. Hij drukt de lopen van de geweren van de soldaten één voor één naar beneden, trekt zijn revolver en schiet Cavaradossie dood.  Spoletta neemt kennelijk wraak op Tosca wegens haar moord op zijn baas Scarpia. Die hielp hij bij de opsporing van rebellen en de martelingen op de gevangenen. Hij twijfelde geen moment. Hij werkte niet mee aan een schijnexecutie maar doodde uit wraak.  Althans zo interpreteer ik de feiten. Zover ik weet staat Spoletta’s ingreep niet in het libretto. Daarin staat in dat een stel soldaten Cavaradossi dood schieten. Zo zag ik dat ook bij alle voorstellingen van Tosca. Een vraag die bij me opkomt is: wisten die soldaten dat zij hun gevangene zouden doodschieten of geloofden zij dat hun geweren geladen waren met nepkogels? Duidelijk is dat Tosca in de val gelopen is van de man die zij om het leven bracht. Haar rest niets anders dan zelfmoord nu de handlangers van Scarpia haar op de hielen zitten en haar vriend is geëxecuteerd. Zie daar in een notendop het verhaal van een bloedstollende thriller.

De executie van Cavaradossi

De cast

Je moet er maar de juiste cast voor hebben die de zaal in vuur en vlam kan zetten. In Frankfurt was de titelrol gegeven aan de Zweedse sopraan  Malin Brystom die in ons land en onvergetelijke Salomé zong in Amsterdam. Zij was volledig opgewassen tegen het soms wat hard spelende orkest en straalde in haar aria ‘ vissi d’arte, vissi d’amore ‘grote dramatische klasse uit. Van de genoemde aria vind ik dat deze muzikaal niet past op de plaats waarin hij in het tweede bedrijf is gesitueerd. De dan spannende dialoog tussen Scarpia en Tosca wordt er door onderbroken. Ik geef toe, de esthetische schoonheid van de aria is buiten kijf. Brystrom zette een zeer sensibele, vurige Tosca op het podium. Ook een jaloerse want bij de herkenning van een andere vrouw die door haar minnaar was geschilderd ging zij zo ver dat zij van haar vriend meerdere keren eiste dat hij de blauwe ogen van haar imaginaire rivale zou veranderen in haar zwarte. De jong ogende bariton Dario Solari had de rol van geperverteerde  politiechef die zijn  ‘ charmes ‘ inzette om de valse avances ten opzichte van Tosca waar te maken. Wat mij betreft had er wat meer gif in zijn zang mogen zitten. Dat Puccini weigerde om de schurk een mooie aria te gunnen is algemeen bekend. Voor de tenor Stefano La Colla Vittorio Grigolo was de rol van Cavaradossi gereserveerd. Het publiek was hem goed gezind. Hij kreeg veel applaus na zijn wat te traag gezongen aria ‘Recondita armonia’ en zijn aria ‘E le lucevan le stelle’ mocht er zijn.

De overige bijrollen werden goed ingevuld. De regie was van Andreas Kriegenburg en het toneelbeeld van Harald Thor. Dat beeld zag er opmerkelijk en aantrekkelijk uit. Het podium was bezet met een minimum aan toneelmeubilair en rekwisieten. Er werd gebruik gemaakt van moderne techniek waarbij twee speeloppervlakken boven elkaar ontstonden die ten opzichte van elkaar konden bewegen. Dat zag er soms spectaculair maar vooral functioneel uit. Bovendien slaagde Kriegenburg er in om twee beelden waarvan er zich altijd een achter de coulissen afspeelt aan elkaar te koppelen. Denk aan de ondervraging van Tosca door Scarpia en de martelscene die Spoletta uitvoert op Cavaradossi.

De meeste toeschouwers waren zeer enthousiast over de slotscène van het eerste bedrijf.  Een Te deum moest luister bij zetten tijdens een feest in de kathedraal waar een overtal aan prelaten, bisschoppen, misdienaars en koorzangers hun best deden om de overwinning op het leger van Napoleon in  Marengo te vieren. Weg was de eenvoud waarmee de regisseur de opera op gang bracht.

Dirigent Lorenzo Viotti had de muzikale leiding stevig in handen. Hij deelde ruimschoots in het applaus.

Read Full Post »