Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2019

Modest Moessorgski

Modest Moessorgski

Op 27 oktober 2019 reisde ik met Operaclub Nederland naar Krefeld om  de opera Boris Godoenov van Modest Moessorgsky (1839-1881) te zien.

Behalve Boris Godoenov componeerde de Rus nog meerdere opera’s zoals  Mlada en de onvoltooide opera’s Chovansjtsjina, De Jaarmarkt van Sorotsjinski, Salammbo en Het Huwelijk. Bovendien schreef hij schitterende liederen o.a. de cyclus ‘Liederen en dansen van de dood.’

Modest bezocht als zoon van een welvarende familie de officiersschool en aanvaardde in 1856 het officierschap bij de garde van Sint Petersburg. Toen zijn familie haar vermogen kwijt raakte werkte hij een tijd als ambtenaar bij de ministeries van verkeer en bosbouw.

Modest was autodidact. Pianolessen waren zijn enige muzikale opleiding. Dat kon ook niet anders want de eerste conservatoria ontstonden pas in 1862 in Sint Petersburg en in 1866 in Moskou. Toch gaf Moessorgski al op zijn 9e verjaardag zijn eerste openbare pianoconcert.
Moessorgsky gebruikte in zijn composities muziek van het oude Rusland. Net als enkele andere Russische componisten wilde hij daarmee het grote Russische verleden laten herleven.
Van Boris Godoenov bestaan meerdere versies. Tijdens de busreis werd ons verteld dat we de oerversie zouden zien. Bovendien was de voorstelling voor het theater in Krefeld een première.
Mijn 32 mede reizigers toonden zich na afloop zeer tevreden. Het theater werd als aangenaam en intiem ervaren.Men had genoten van de muziek en ook de enscenering werd gewaardeerd al liet de zichtbaarheid soms door de donkere coulissen en de schaarse verlichting te wensen over.

Koorzang

 

Dit keer zagen we geen Boris Godoenov als een grande opéra. Alle mogelijke glitter van het hof van de Tsaar en de traditionele Russische kostuums waren weggelaten. Het podium werd voornamelijk bevolkt door het Russische volk. De mensen waren sober gekleed en bijna iedereen was voorzien van een lamp tijdens volksbijeenkomsten. Soms als middel om de protesten of klaagzang meer kracht bij te zetten maar ook door er mee aan te geven dat sommige passages extra moesten worden belicht als heel bijzonder.
Regisseuse Agnesa Nefjodov had het werk teruggebracht tot ruim 2 uur waarin ze duidelijk wilde maken dat de opera in essentie gaat over macht en angst maar vooral over het lijden van het Russische volk dat het goed voedsel en enige welvaart ontbeert.
Een tweede item is het geweten dat de Russische vorst kwelt vanwege zijn aandeel in de moord op Dmitri waardoor hij op de troon kwam.

Liefhebbers van Russische opera verlangen naar koorzang en willen graag diepe bassen horen. In de eerste scène van het eerste deel komen ze al aan hun trekken. De rol van de tsaar wordt vertolkt door de uit Moskou afkomstige bas Mischa Schelomianski. Een echte diepe bas vind ik hem niet maar hij zingt zijn rol met overtuiging en kwam naarmate de opera vorderde steeds beter voor de dag, vooral in het laatste bedrijf.
In de eerste acte wordt duidelijk dat het volk een nieuwe tsaar wil, maar een ambtenaar deelt mee dat de gekozen tsaar Boris Godoenov de kroon niet wil aanvaarden. De klagende zang tijdens de grote onrust van het volk loopt uit op een demonstratie waarbij zo nu en dan de politie de menigte in bedwang moet houden. Er is dus geen sprake van een statisch toneelbeeld met een koor dat in alle rust staat opgesteld. Men moet zingen en handelen tegelijk en dat is lastig. De klaagzang is naar mijn gevoel net niet nadrukkelijk genoeg om in huilen uit te barsten. Jammer. De begeleidende orkestpartij was werkelijk prachtig. Ik ervoer aan den lijve de melancholie en de machteloosheid van het volk dat op zoek is naar een nieuwe tsaar.
De koorliefhebbers kunnen in de 2e scène van hetzelfde deel wederom genieten van het koor wanneer bekend gemaakt wordt dat de nieuwe Tsaar Boris Godoenov inmiddels is gekroond. Ook nu moet het koor alle zeilen bijzetten. Het gezongen eerbetoon aan de vorst zou ook hier iets nadrukkelijker mogen klinken. Boris Godoenov dankt God vervolgens en vraagt zijn hulp om een goed vorst te zijn voor het Russische volk.

 Kunst
Kunst was voor Moessorgski geen doel op zich maar een communicatiemiddel. Hij was er van overtuigd dat de menselijke spraak strikt door muzikale wetten wordt gecontroleerd. Daarom was kunst volgens hem niet slechts het weergeven van gevoelens, maar bovenal van de menselijke spraak in muzikale klanken. De componist zocht niet naar mooi om het mooi, maar muziek die kon behagen. Hij zocht oprecht naar waarheid in de muziek en dat leverde niet altijd mooie melodietjes op, wel schitterende muziek! Dat is zeer merkbaar wanneer de zang en orkest het geluidsniveau tempert. Dat is logisch want we zien hier want in de eerste scène van het tweede de oude monnik Pimen rustig werken aan zijn kroniek over Rusland. Hij legt de verantwoordelijkheid over het begane onrecht in het land bij de machtshebbers. De jonge monnik Grigori is zijn leerling. Hij vraagt aan Pimen naar de omstandigheden tijdens de moord op de tsarevitsj Dimitri. Volgens Pimen is deze op last van Boris vermoord, die daarna de troon besteeg. Grigori bedenkt een list. Hij besluit zich uit te geven voor Dmitri en zich op Boris Godoenov te wreken.
Tijdens deze dialogen wordt gebruik gemaakt van veel Sprechgesang. Dat zet zich voort tijdens de discussie die zich afspeelt tijdens de 2e scène van het tweede deel. In een herberg op de grens van Rusland en Litouwen zijn de twee liederlijke bedelmonniken Varlaam en Missail, Grigori en de waardin aanwezig. Varlaam, vertolkt door de buffo-bas Matthias Wippich, zingt zeer luid maar mijn inziens wat slordig een melodieus drinklied waarna Grygori, die door de politie wordt gezocht er in slaagt aan een binnenkomende politieman te ontsnappen.

In scène drie converseert Boris met zijn kinderen. Hij troost zijn dochter Xenja die haar verloofde verloor en laat vervolgens horen dat zijn zelfbeeld niet ijzersterk is. Hij verwijt zichzelf dat hij zijn volk niet meer welvaart heeft kunnen brengen en zijn vertrouwen in de Bojaren is ook behoorlijk aangetast. Veranderde de muziek na het eerste deel van het tweede bedrijf door kamermuziekachtige klanken, in de derde acte en bij het optreden van vorst Sjoeski die door Boris wordt beschuldigd van schijnheiligheid en verraad, wordt de opera levendiger maar vooral ook dramatischer. De tenor Kairschan Scholdybajew, afkomstig uit Kasachstan, speelt de rol van de bojaar Sjoeski. Boris hoort van hem het nieuws aan dat er een pretendent voor de troon van Rusland is opgestaan die zich uitgeeft voor Dimitri. Boris raakt zijn zelfvertrouwen kwijt wanneer hij de gruwelijke details over de dood van Dmitri hoort. Hij zakt in elkaar en vraagt God om vergiffenis.

In de eerste scène van het vierde deel wordt de aandacht opnieuw gevestigd op het volk dat bij elkaar komt op een plein. Het geloof in de wederopstanding van de tsarevitsj Dmitri  heeft bij de mensen post gevat. De tsaar verschijnt en een aantal mensen bedelt bij hem om een aalmoes. Boris loopt een bedelmonnik, vertolkt door David Esteban, tegen het lijf en vraagt hem om voor hem te bidden. De ‘heilige dwaas ‘ weigert dat categorisch. Dat zal hij nooit doen voor een kindermoordenaar. Het is een scène die door de houding van de monnik en de prachtige voordracht en zang van David Esteban een bijzonder moment in de opera is. De machtige tsaar delft het onderspit tegen een simpele monnik. De tsaar voorkomt zelfs dat een politieman de monnik arresteert.

Eenvoudige muzikale middelen
Moessorgski gebruikte, nadat hij door een bepaalde gebeurtenis geëmotioneerd was geraakt, eenvoudige muzikale middelen om zijn muziek op papier te zetten. Hij slaagde erin om dat te doen met een enorme zeggingskracht. Bij gebrek aan kennis van de juiste harmonische regels liet hij zich leiden door zijn feilloze gevoel voor dramatiek en expressie. Dat zien en horen we in de 2e scène van het vierde deel.
Tijdens een vergadering van de doema in het Kremlin wordt het doodvonnis geveld over een troonpretendent en zijn helpers die Boris van de troon wilden stoten. Dan stapt de aangeslagen Boris de vergaderzaal in. Hij wankelt en raakt totaal uit zijn evenwicht wanneer hij de door vorst Sjoeski binnen gelaten oude monnik Pimen hoort vertellen over de wonderlijke genezing van een blinde herder die droomde dat hij de raad kreeg te bidden op het graf van tsarevitsj Dmitri. Hij deed dat en kon plotseling zien. Dat is voor Boris de genadeslag. Hij laat zijn zoon Fjodor bij zich roepen. Boris spreekt in een indrukwekkende monoloog, ondanks zijn benarde toestand, helder en klaar zijn zoon toe. Hij draagt hem op om als zijn opvolger goed voor zijn zus te zorgen en voor het Russische volk. Zijn woorden zijn duidelijk en de daarbij door Moessorgsky gecomponeerde muziek is direct en pakkend. Mischa Schelomianski is hier op zijn best. Boris loopt wankelend rond maar valt en verliest het bewustzijn. Hij sterft. Einde van deze versie van de opera. De voorstelling kenmerkte zich door eenvoud. Kleding, de coulissen en rituelen zonder veel opsmuk. Prima!

Boris Godunow
 

Serieus
Moessorgsky’s collegae en het publiek hebben hem lang niet altijd serieus genomen en hem afgeschilderd als een woeste dronkenlap, die tijdens de schaarse perioden dat hij bij zinnen was af en toe en bijna per ongeluk, meesterwerken produceerde. Het is waar, hij stierf letterlijk aan de drank. Maar ook is waar dat hij een natuurtalent was. Hij ploeterde met de materie, schaafde en veranderde voortdurend. Zo ontstonden werken in een doorzichtige, directe, maar voor die tijd zeer ‘moderne’ klanktaal. Alle muziek van deze componist is dramatisch, beeldend en vertellend.

Boris Godoenov is zijn meesterwerk gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Poesjkin, die zich op zijn beurt weer liet inspireren door de historische tragedies van Shakespeare. Het onderwerp, de machtsstrijd rond de troonopvolging van Ivan de Verschrikkelijke speelde perfect in op de in de jaren zestig en zeventig van de 19e eeuw heersende belangstelling voor de roemrijke Russische historie.

Read Full Post »

Niet iedereen van de 75 bezoekers in CC. Jan van Besouw in Goirle ging heel tevreden naar huis na het zien van Otello van Verdi op 22 oktober 2019. Natuurlijk waren de meeste mensen naar het cultureel centrum gekomen omdat ze van Verdi houden. De uitvoering van producer Keith Warner leek hen toch iets te donker en de muziek had volgens hen toch niet de kwaliteit van die van de bestsellers Nabucco, La Traviata en La Forza del destino. Waar waren de mooie belcanto aria’s gebleven waarvan je tranen in je ogen kreeg, vroegen zij zich af. Inderdaad die waren er niet want Verdi componeerde op zijn oude dag dit meesterwerk op een andere wijze, waarbij hij meer dan ooit de orkestpartij en de tekst met elkaar zo liet versmelten dat de opgesloten tragiek van Shakespeares werk zeer expressief voor het voetlicht kwam. Daarbij maakte hij geen gebruik van het oude Italiaanse operaconcept. Dat was ook te danken aan de literaire capaciteiten van de Italiaanse componist Antonio Boito, die de opera voorzag van scherpe teksten gebaseerd op het werk van Shakespeare. De voorgangers van Otello waren Don Carlos (1867) en Aida (1871) en 16 jaar later op 5 februari 1887 werd de première van Otello opgevoerd in de Scala van Milaan. De Italiaanse maestro was toen 74 jaar. Een geweldige prestatie vooral als men bedenkt dat Verdi’s opvatting over opera zich nog steeds ontwikkelde en hij de orkestrale complexiteit van zijn werk vergrootte in vergelijking met zijn voorgaande opera’s. Het betekende afwijken  van het concept aria, duet-en koorscene, naar een vloeiende overgang van de ene naar de andere scène.
Waardig opvolger
Van het belcanto concept bleef nagenoeg niets meer over. Zie daar het probleem van de operabezoeker die Otello voor het eerst ziet. Dat is bij mij zeker niet het geval. Op zeer jeugdige leeftijd was ik al gegrepen door Verdi’s meesterwerk en ook de uitvoering die ik presenteerde van het Royal Opera House Covent Garden in Londen, onder leiding van de 58 jarige Antonio Pappano, beschouw ik als een uitstekende uitvoering van Verdis meest geslaagde drama die bij operakenners en liefhebbers niet in hun discotheek mag ontbreken. Zeker, Placido Domingo zal na zijn afgedwongen vertrek van het operapodium de geschiedenis ingaan als wellicht de meest succesvolle Otello, maar ik geloof dat men in de Duitse tenor Jonas Kaufmann een waardig opvolger heeft gevonden. Hij evenaart zeker vele zangers die reeds eerder furore maakten in deze rol.

Emoties

Jonas Kaufmann als Otello en Marco Vratogna als Jago

De rillingen liepen me soms over het lijf tijdens deze uitvoering van regisseur Keith Warner. Otello is het meest duistere werk van Verdi. Dat kwam ook tot uiting in de erg donkere opname. Mijn slechte ogen moesten zich bovenmatig inspannen om vooral in de eerste acte te zien wie wie was. Otello’s opkomst met zijn ‘triomfantelijke ‘Exsultate, l’orgo muselmano’ was magistraal ‘. Geen probleem op dat moment. En ook Jago, met een kaalgeschoren hoofd en de uitstraling van een duivel in mensengedaante was helder en duidelijk. De Italiaan Marco Vratogna is nog net niet de evenknie van de legendarische  Tito Gobbi maar toch werkelijk een symbool van het kwaad, Vooral in de toonzetting naar de andere protagonisten trad hij sluw, verleidend en demoniserend op. Hij was immers Otello’s vijand. Hij had er belang bij om de man die een onderscheiding toekende aan Cassio, vertolkt door de tenor Frederic Antoun, waarvoor juist hij, Jago, dacht  in aanmerking  te komen, ten val te brengen. Om dat te bereiken bedacht de crimineel een script dat zou leiden tot de dood van Rodrigo die verliefd was op Desdemona. Uiteindelijk werd hij zelf ook slachtoffer.
Ingevolge Verdi’s wens was het personage Otello een tenor met een volumineuze stentorstem en Jago zijn baritonale evenknie die wist hoe jaloezie, dronkenschap en ruzie aan te wakkeren. Wie de teksten van deze opera heeft gelezen en de muziek herkende die daarbij paste, moet onder de indruk zijn van Verdi’s meesterwerk. Wie de teksten nog niet las adviseer ik omdat alsnog te doen. En let dan eens op hoe Jago’s demoniserende monoloog ‘Credo’ waarin hij zich zelf karakteriseert  bij de aanvang van het tweede bedrijf is georkestreerd. De rillingen lopen over je lijf.

Naïeve vrouw

Maria Agresta als Desdemona

Veel mensen lieten me weten dat ze de derde en vierde acte aantrekkelijker vonden dan de eerste twee. Dat was volgens hen te danken aan het veelvuldiger optreden van Desdemona. Een rol die succesvol vertolkt werd door de Italiaanse Maria Agresta. Ik had haar bij mijn weten niet eerder horen zingen.  Na het ‘mannengeweld’  met hun  krachtige dialogen was het optreden van de lyrische sopraan voor velen een weldaad voor het oor. Haar wilgenlied met het dikwijls als een mantra herhaalde ‘salce’ en het onmiddellijk daaropvolgende ‘Ave Maria’ werd schitterend door haar vertolkt. Niet alleen zangtechnisch maar ook acterend. Haar Desdemona is de verbeelding van een zachte, erg naïeve vrouw die zich telkens de woede van haar man op de hals haalt door te pas en te onpas aandacht te vragen voor Cassio, die Otello door toedoen van Jago wantrouwt wegens een vermeende geheime relatie met Desdemona.

Read Full Post »

Opera Turandot: kus zorgt voor een wonder

 De trouwe lezers van mijn weblog weten onderhand wel dat ik de opera Turandot van de Italiaanse componist Giacomo Puccini (1858-1924) al dikwijls zag. Gisteren, 10 oktober 2019, was dat opnieuw het geval in de Pathébioscoop in Tilburg. Ik was enigszins aarzelend naar het filmtheater gegaan en herinnerde me, dat ik de productie die de Met naar alle hoeken van de wereld streamt toch al heel dikwijls had gezien met vanzelfsprekend wel steeds wisselde casts. In mijn muziekkast staat een dvd met een uitvoering van de Met uit einde jaren tachtig met in de hoofdrollen Placido Domingo als prins Calaf en Eva Marton als de haast onbenaderbare prinses Turandot. Een pracht uitvoering die vooral ook te danken was aan de onlangs overleden regisseur Franco Zeffirelli. Het is haast voor een gewone sterveling niet voor te stellen dat deze productie al 32 jaren in leven is gebleven.

Sprookje
Toen ik gisteren de eerste beelden weer terug zag, gaf ik me onmiddellijk over aan het uit de 13e eeuw daterend sprookje opgetekend door Carlo Gozzi in 1762.  In dat sprookje ging het ook over een prinses die uitsluitend wil trouwen met een man die drie raadsels kan oplossen die zij hem voorlegt. Op een zekere dag arriveert bij haar een arme varkenshoeder die zijn geluk wil beproeven door de raadsels op te lossen in aanwezigheid van twaalf geleerden. De eerste vraag luidt: Welke boom draagt aan de ene kant lichte en aan de andere kant zwarte bladeren? De jonge man antwoordt: ‘De boom   die aan de aarde de lichte dagen en de zwarte nachten geeft.’ De 2e vraag luidt: Wie kan heel de wereld overzien en ontdekt nergens haar gelijke? De varkenshoeder geeft voor de tweede keer een correct antwoord: ‘De zon.’ De laatste vraag lijkt me minder moeilijk, maar toch… Welke moeder is er op de wereld, die al haar kinderen opslokt? Het antwoord is: ‘Wie anders dan de zee! Zij slokt al de stromen en rivieren en waters op, die in haar uitkomen.’ Alle vragen zijn goed beantwoord. Niets staat een huwelijk tussen de varkenshoeder en de prinses nog in de weg en uiteindelijk zal de held als koning regeren.

In de tekst van Gozzi èn in het libretto van Giuseppe Adami en Renato Simoni bij Puccini’s laatste opera staan de drie raadsels, al zijn ze heel verschillend, zo centraal dat je je afvraagt wat bezielt de varkenshoeder in het ene geval en de zoon van Koning Timur in het andere er toe om te strijden om de gunsten van een frigide, onwillige vrouw . Turandot zal zelfs na oplossing van de raadsels, ondanks haar belofte, weigeren zich te geven aan de man die haar zal verlossen van haar trauma. Het libretto van Puccini’s Turandot vertelt ons, in de aria ‘in questa reggia’ van Turandot, dat de afschuw van mannen haar oorsprong vindt in de gewelddaden en de verkrachting die een buitenlandse overweldiger een van haar stammoeders heeft doen ondergaan. Calaf wil haar in ieder geval bezitten en veronderstelt kennelijk dat zijn kus haar zal doen smelten. De aantrekkelijkheid van Turandot is onbetwist haar schoonheid.

Schoonheid
Ik liet me dus onderdompelen in de schoonheid van de monumentale uitvoering van deze prachtige kooropera.  Muziekregisseur Yannick Nézet -Séguin wist met volle inzet van zijn orkest  een aantal climaxen te creëren die van de opera een meeslepend geheel maakten. Hij zorgde daarbij voor een briljante effecten.

Het eerste applaus ging naar de Italiaanse  mezzosopraan Eleonora Buratto’s aria: ‘Signora Ascolta’. Wat een warme en expressieve stem wanneer ze vertelt over haar liefde voor Calaf. In de derde acte liet ze opnieuw horen dat ze heel veel in haar mars heeft. De Algerijnse tenor Yusif Eyvazov als Calaf was een uitstekende Calaf. Zijn lichte tenorstem klonk prachtig maar was soms tijdens de explosieve passages van het orkest niet altijd even hoorbaar. In vergelijking met de bekende tenor Marco Berti, die nauwelijks enige emotie toonde tijdens een vorige uitvoering, was Eyvazov een verademing. Natuurlijk werd zijn aria ‘Nessun dorma’, met groot applaus beloond, maar de opera biedt natuurlijk veel meer moois dan deze overbekende aria die haar populariteit o.a. te danken heeft aan het optreden van de drie grote tenoren voor de aanvang van een wereldkampioenschap voetbal.

 Het optreden van de Amerikaanse titelrolspeelster Christine Goerke was uitstekend. Zangtechnisch is deze rol niet gemakkelijk en doet denken aan de zwaardere rollen in het operarepertoire zoals die van Richard Wagner. Haar eerste aria ‘in questa reggia ‘ was ruw en krachtig maar daarna ontvouwde zich een Turandot die liet zien wat ze echt voelde.

Haar optreden leek wat statisch maar haar ingetogenheid tijdens de eerste acte veranderde in de tweede acte toen haar angst merkbaar steeg na de correcte beantwoording van de eerste twee raadsels. In het derde bedrijf liet ze zich werkelijk betoveren door de kus van de man die haar begeerde.

De ministers Ping-Pang-Pong trachtten zo nu en dan met soms doorslaggevende argumenten en een dosis humor een huwelijk van Calaf te voorkomen. Zelfs de zelfdoding van Liu voorkwam dat niet. De kus van Calaf zorgde in de slotfase van de opera voor een wonder! Man en vrouw vonden elkaar!

Koning Timur vertolkt, door de 72 jarige Amerikaanse bas-bariton James Morris, bleek een waardevolle bijdrage te geven aan deze uitvoering, die door de 65 toeschouwers als uitstekend werd gewaardeerd.  En niet alleen om de uiterst fraaie en kleurrijke beelden!

 

Read Full Post »

Noem de naam van Verdi en ik spits mijn oren. Als kind was ik al verliefd op zijn muziek. Niet dat ik alles begreep wat in de libretti werd verteld en verwees naar zijn aria’s en duetten, maar de invloed op mijn ontwikkeling als operaluisteraar naar zijn muziek was onontkoombaar. Van zijn 28 opera’s zijn er tenminste drie, Otello, Macbeth en Don Carlo die ik niet onbeluisterd laat passeren wanneer ze op het programma staan binnen een straal van 100 kilometer van mijn woonplaats. Ik heb ze alle drie al dikwijls gezien. Zo vertoefde ik afgelopen woensdag 2 oktober 2019 in de Vlaamse opera voor een uitvoering van Don Carlo onder leiding van de nieuwe maestro de Argentijn Alejo Pérez. Er was een uitgesproken goede cast, een geweldig koor en een consequent doorgevoerde regie van regisseur Johan Simons.
Wat viel meteen op? Simons stalde Carlo, vertolkt door de goed zingende Italiaans-Amerikaanse tenor Leonardo Capalbo, tijdens de gehele voorstelling meestal op het podium. Met zijn topnoten heeft hij geen enkele moeite. Acterend lijkt hij op een slaapwandelaar die droomt over van alles wat hem in zijn leven overkwam of over gebeurtenissen die daarop van invloed waren geweest. Zo nu en dan maakt hij gebruik van een aantal bedden, waar hij beurtelings op sliep en droomde. Zo fungeerde deze uitvoering als een verteltrant en flashback van het hoofdpersonage.
Tijdens een hergroepering van de stalen bedden leek het of hij zich in een gevangenis bevond en zich geïsoleerd voelde van de buitenwereld. Zo ervoer deze ongelukkige jonge man ook zijn leven! Waardoor zo veel leed? Carlo wordt door zijn vader miskend. Als opvolger voor de troon van Spanje acht Filips hem totaal ongeschikt. Zijn aanvankelijke uitzicht op een gelukkig huwelijk met Elisabeth de Valois gaat de mist in nadat zijn vader hem om politieke redenen zijn bruid ontnam en zelf huwt met de Franse prinses Elisabeth.
Zijn humane vriend Rodrigo, tevens vriend van de koning, deed hem het idee aan de hand om zijn heil te zoeken in Vlaanderen om de onderdrukte protestanten bij te staan in hun strijd tegen de Spaanse overheersing van zijn vader. Hij kreeg geen kans. Zijn smeekbede vindt bij zijn vader geen gehoor! Zeker niet na zijn moordaanslag tijdens de Auto da fe toen hij het zwaard trok tegen zijn vader, de door hem meest gehate man!

Grande Opéra
Spectaculair in een Grande Opéra, wat Don Carlo is, is meestal een massascene waarin het koor een belangrijke plaats inneemt. Het auto da fé (terechtstelling) vraagt grote inzet van het koor en solisten en is ondanks zijn misdadige inhoud geliefd bij de operaliefhebber. In Don Carlo is het auto da fé een bijeenkomst waar de inquisitievonnissen over ketters worden uitgesproken en voltrokken. Tijdens de massale bijeenkomst ontwikkelde zich nog een nieuw drama omdat Don Carlo niet alleen in opstand komt tegen zijn vader maar ook omdat hij met zes Vlamingen bij de koning aandacht vraagt voor hun problemen. Het stuk is een machtige muzikale constructie die het dramatisch conflict als in een brandpunt samenbrengt.
De moordaanslag van Don Carlo  werd voorkomen door Rodrigo, de markies van Posa (geen historisch personage) die warme gevoelens koestert voor Carlo. Dat laatste blijkt wanneer zij een vriendschapsduet zingen wanneer Carlo hem onthult dat hij van zijn stiefmoeder houdt. Een thema dat zo nu en dan terugkeert in de opera.
Even lijkt er een breuk de tussen de twee mannen na de ingreep van Rodrigo als hij Carlo zijn wapen afneemt, maar later blijkt dat hij Carlo van de verdenking van verraad afhelpt door belastende documenten van zijn vriend over te nemen die later door de Spaanse inquisitie worden ontdekt en tot Rodrigo’s dood leiden.

 Couperen en toevoegen
Vanaf 1867 sleutelde Verdi voortdurend aan zijn opera Don Carlo die hij componeerde voor Parijs zoals hij dat al eerder deed met zijn opera’s Jérusalum (1847) en I verspri siciliani (1855). De eerste versie was in de Franse taal daarna volgde een Italiaanse uitgave van het werk. Het publiek  vond de opera te lang en daardoor werden er steeds delen gecoupeerd of toegevoegd De Vlaamse opera koos deze keer voor de versie die hij in 1886 voor Modena autoriseerde. De vijf bedrijven zijn vervangen door acht scenes die vloeiend in elkaar overlopen. De Fontaineblau scene is in tegenstelling tot enkele andere versies in tact gebleven. Het is juist het enige tafereel in het werk waarin aanvankelijk iets van vreugde uitstraalt wanneer Carlo en de Franse prinses Elisabeth de Valois elkaar voor het eerst zien en hopen op een gelukkig huwelijk. Al spoedig worden zij in hun verwachtingen teleurgesteld. Van een huwelijk zal geen sprake zal zijn. De vader van Carlo zal met de prinses huwen!

Intrigerende werk
Zowel vanuit muzikaal oogpunt als vanwege het semi-historische karakter vind ik deze opera zeer intrigerend. Het werk is gebaseerd op een toneelstuk van de Duitse dichter Friedrich von Schiller en door Joseph Méry en Camille du Locke bewerkt tot een bruikbaar libretto. De scenes zijn spannend omdat de personages allen een eigen belang nastreven en in situaties verwikkeld zijn waarin politieke en privébelangen elkaar verstrengelen.

Muziek
Don Carlos behoort tot de latere opera’s van Verdi. Verdi neemt afstand van het pure belcanto. De partituur bevat minder aria’s dan zijn vroegere opera’s ondanks de lengte van dit werk. Er zijn relatief veel duetten. De orkestratie kreeg een belangrijke plaats en is een voorbode voor zijn latere werk. In de muziek laat de componist zijn liefde voor individuele vrijheid, bevrijding van vreemde mogendheden en zijn afkeer van de aristocratie en de kerkelijke onderdrukking tot uiting komen. Zijn muziek is vitaal, krachtig en manlijk.
Van alle operacomponisten is Verdi de meest politieke. Macht en gezag neemt in Don Carlos een belangrijke plaats in.

Collectieve frustratie
De opera speelt zich af in Spanje rond 1560. Koning Philips II regeert in de 16e eeuw met strakke hand over west Europa en komt vooral op voor de belangen van de katholieken. De protestanten beschouwt hij als ketters.
Zijn probleem als vader, echtgenoot en machthebber loopt als een rode draad door het drama. Met groot inlevingsvermogen heeft Verdi de figuur van koning Philips II neergezet: de machthebber die net als zijn laagste onderdaan overgeleverd is aan het lot. En toch achter zijn ongenaakbare stijfheid is een menselijke autoriteit waarneembaar. Philips II is een eenzaam man die teleurgesteld is in zijn zoon Carlo (de infant genoemd) die tegen hem in opstand komt en een aanslag op zijn leven pleegt. Hij is niet de zoon waarvan hij droomt. Net als zijn zoon is hij bevriend met Rodrigo, de hertog van Posa die hij als een van zijn vertrouwelingen beschouwt.
Carlo haat zijn vader nadat hij zijn verloving met de Franse prinses Elisabeth de Valois afgebroken zag, omdat zijn slechts 18 jaar oudere vader om staatsredenen met haar huwde. De verliefdheid tussen Elisabeth en Carlo is blijven bestaan en is voor de betrokkenen een ware kwelling. Behalve Rodrigo zijn allen hierdoor ernstig gefrustreerd.
Het huwelijk van Philips is ook niet wat het zijn moet.  Hij heeft het gevoel dat zijn vrouw Elisabeth nooit van hem heeft gehouden.

Monoloog van Filips
De derde scene vangt aan met de monoloog van Philips. De Duitse bas Andreas Bauer Kanabas zingt de indrukwekkende en alles zeggende aria : ‘ Ella giammai m’amò’. ’ Ze (Elisabeth) heeft nooit van me gehouden. Eenzaam zal ik slapen in de koningsmantel. Terwijl de vorst slaapt, waakt de verrader.’ Deze zinsneden zeggen voldoende over hoe de vorst zich voelt. Ongelukkig! Tegen Rodrigo bekent hij: ‘ Verneem nu de kwellingen en de smart van het hoofd waarop de kroon weegt! Bekijk Konings tegenspoed omringd: een zwaar beproefde vader, een nog ongelukkiger echtgenoot! De koningin…. Een verdenking kwelt me….Mijn zoon!’ Philips verdenkt zijn vrouw van overspel met zijn zoon. Hij is doodongelukkig. Wie de tekst doorleest van de dialoog tussen Philips en Rodrigo  kan tot geen andere conclusie komen. Met gevaar voor eigen leven leest Rodrigo, vertolkt door de uitstekende krachtige Turkse bariton Kartal Karagedik, de koning de les: ‘Heer, ik kom net terug uit Vlaanderen (staat onder heerschappij van Spanje), Gruwelijke vrede! Het is de vrede van de grafzerken! O koning! Moge de geschiedenis nooit over u zeggen: Hij was een Nero! Elke priester is een slachter, elke soldaat een rover. Het volk zucht en kwijnt in stilte weg en uw rijk is een onmetelijke, afschuwelijke woestijn.’ Philips antwoordt dan: ‘ Oh vreemde dromer. Gij zult uw mening wel herzien als gij het hart van de mens kent, zoals Philips het kent! Genoeg nu….De koning heeft niets gehoord. Vrees niet maar hoedt u voor de Grootinquisiteur!’
Een uitermate spannende dialoog waarbij Rodrigo kennelijk sterk vertrouwt op de goede band die hij met de vorst heeft.

Links de Groot Inquisiteur en rechts Koning Philips II

 Weer spanning: Nu tussen Filips II en de Grootinquisieur
Met de Groot- Inquisiteur heeft hij die goede band niet. De 93 jaar oude kerkvorst is een dogmatisch katholiek, die van het standpunt uitgaat dat zuiverheid in de geloofsleer boven alles gaat.
Hij gebruikt zijn kerkelijke macht om de koning te laten weten dat de politieke macht ondergeschikt is aan de zijne. De imposante dialoog tussen deze twee machtsgeile mannen, beide bassen, is een van de vele hoogtepunten van deze opera. Met zijn volumineuze bas weet de Italiaanse bas Roberto Scandiuzzi de koning te imponeren.
Daarbij speelt de positie van Rodrigo een bedreigende rol voor de bestaande politieke verhoudingen. Rodrigo’s inmenging in de privé aangelegenheden van de leden van het hof vergen veel tact van hem maar bieden hem ook de kans invloed uit te oefenen. Net als Carlos probeert hij de positie van de Vlamingen te verbeteren door de misstanden door de Spaanse onderdrukking aan de kaak te stellen. De Grootinquisiteur wil van deze vrijdenker af en beschuldigt hem van ketterij. De niet-historische Rodrigo moet zijn activiteiten uiteindelijk bekopen met de dood door een moordaanslag geregisseerd door de Inquisitie.
In de scene waarin de dood van Rodrigo een feit wordt horen we Kartal Karagedik op zijn best. Deze lastige passage neemt hij zonder ook maar een moment te versagen. Wat me wel opvalt is dat hij een pistoolschot niet overleeft maar sterft en niet valt. Zag u ooit een staande dode?  Knap!

Seksuele macht
De intrigante in deze opera is de sluwe prinses  Eboli, uitmuntend vertolkt door de Amerikaanse mezzosopraan Raehann Bryce-Davis. Deze prinses brengt door haar blinde liefde voor Don Carlo drie mensen in grote problemen. Zij speelt dubbelspel en werpt haar seksuele macht in de strijd. Tijdens een door haar uitgelokt avontuurtje met Carlo heeft zij ontdekt dat hij van zijn stiefmoeder houdt. Zij dreigt Carlo, tot woede van Rodrigo, met haar kennis te chanteren en beschuldigt Elisabeth van een affaire met Carlo hetgeen de woede van de koning wekt. De mezzo acteert en zingt krachtig en overtuigend haar aria ‘O don fatale…..’, na haar spijtbetuiging aan de koningin en haar bekentenis dat zij zelf ook het bed deelde met de koning. Ze oogst een verdiend applaus. Eboli wordt gestraft met opsluiting in een klooster. Weer een ongelukkige wordt aan het verhaal toegevoegd!

Elisabeth de Valois

 Deugdzaam
Elisabeth is een deugdzame vrouw die tegen haar wil huwt met de koning. Zij is het slachtoffer van staatszaken en gedoemd haar hele leven lijdzaam te ondergaan. Haar opoffering om met Philips II te huwen is het begin van het drama. Ze houdt van Don Carlo maar vervult de plichten die haar zijn opgelegd. Nooit kan ze zichzelf zijn. Slechts in een zwak moment suggereert zij Carlo haar man om te brengen. Zij is net als Philips man een eenzame figuur aan het hof.
De belangrijke rol van Elisabeth di Valois werd gezongen door de uitstekende Amerikaanse sopraan Maria Elizabeth Williams. Een zangeres met een zeer uitgebreid repertoire dat reikt van belcanto en Verdirollen tot verisme en Wagnerrollen. In het hoge register komt ze heel helder en expressief voor de dag. Met haar aria ‘Tu ‘che vanita’ in de slotfase van de opera kreeg zij het applaus waar zij recht op had mede dankzij haar goede spel. Tijdens de ontmoeting van Elisabeth met Carlo smolten de stemmen mooi samen met een uitstekende begeleiding van het Symfonischorkest.
De opera wordt afgesloten met het voorkomen van de arrestatie van Don Carlo door zijn vader en de Grootinquisiteur, doordat een monnik die zich voordoet als keizer Karel V op het moment supreme Carlo het klooster van San Yuste in trekt.

Historisch okay?
Geeft de opera de historische feiten juist weer? Het is goed te weten dat Don Carlo in werkelijkheid een zwakzinnig, cholerisch en onsympathieke man was en dat Elisabeth nooit verliefd is geweest op de infant. Rodrigo, ook wel kortaf Posa genoemd, heeft nooit bestaan. Hij is een imaginair wezen dat onder de heerschappij van Philips II nooit had kunnen functioneren zoals in het libretto is aangegeven.

Regisseur Simons heeft met zijn productie prima onderschreven dat Verdi’s Don Carlo duidelijk maakt dat het privéleven van mensen niet gelukkig kan zijn als de maatschappelijke politieke omstandigheden bizar zijn. In deze Don Carlo-productie genoot het publiek van een theatrale aankleding met moderne pakken, ver weg van historische producties.
De mannelijke hoofdpersonen droegen opvallende jassen, lange gewaden doorgaans zwart, hier en daar een fragment van een Spaanse kraag. Het mooist gekleed was de historische koningin Elisabeth met een groen broekpak en met een schotelhoed.

Kleurrijke rekwisieten

 Oordeel
Op het podium zag het publiek fantastische kleurrijke attributen ontworpen door beeldend kunstenaar Hans op de Beeck, die ook video’s maakte als prachtige achtergronden. Eerlijk gezegd begreep ik van al die beelden niet zo heel veel. Storen deden ze me niet en de scene werd daardoor wel wat minder zwaar in dit toch sombere werk.
De uitvoering in Antwerpen kwalificeer ik voorzichtig als voortreffelijk. Het is aanmatigend om steeds een oordeel te geven maar ter vergelijking doe ik het toch: Mijn favoriete voorstelling is nog steeds de productie van Willy Dekker van de Nederlandse opera in 2004 waarin het Koninklijk Concertgebouw Orkest onder leiding van Riccardo Chailly schitterde naast de excellent debuterende Mexicaanse tenor Rolando Villazon als Don Carlos.

Read Full Post »