Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2020

 Live uitvoeringen zijn in het Coronavirus tijdperk uit den boze. Vandaar dat ik op 26 april weer eens gebruik maakte van televisiezender Stingray om voor de zoveelste keer een voorstelling van Madame Butterfly te zien. Altijd hoop ik dan weer iets bijzonders mee te maken. Iets te horen of te zien dat me eerder ontging. Nou, ik trof het.
Laat ik meteen met de deur in huis vallen: in Teatro Real in Madrid musiceerde een uitstekend orkest onder leiding van de bekende dirigent Marco Armiliato. De cast zag er ook goed uit hoewel ik dat niet afleidde uit het digitale affiche.
Omdat ik mijn televisie pas aanzette tijdens het eerste bedrijf begon de opera voor mij pas tijdens  het midden van dat lange liefdesduet tussen Pinkerton en CIo CIo San (Butterly). Ik was nog niet aan de dynamiek van de zangers gewend en meende toen te horen dat het liefdespaar wat te hard zong.
In trance
Die kritiek vervloog onmiddellijk na de aanvang van het tweede bedrijf. De visionaire aria ‘Un bel di vedremo’ emotioneerde me langdurig, wat me niet zo dikwijls overkomt. Oorzaak daarvan was het optreden van de inmiddels wereldberoemde Albanese sopraan Ermonela Jaho. Vanaf dat moment werd ik door het optreden van de Albanese diep geraakt. Nooit eerder hoorde ik haar. Ik besefte dat zij een enorm talent was op wiens zang en voordracht niets valt aan te merken. Ik was volledig in trance door de wijze waarop zij haar aria ‘ Un bel di vedremo’ zong. Daarin beschrijft zij de beelden die ze voor zich ziet van de terugkeer van de Amerikaanse marineofficier Pinkerton en hoe ze hem wil verwelkomen. Dat was fantastisch. Iedere frase was raak. Evenzeer haar naïviteit in het geloof dat de liefde die zij voelt voor Pinkerton wederkerig is. Die naïviteit toont zij ook bij het verschijnen van de Amerikaanse consul Sharpless, vertolkt door de uitstekende bariton Angel Odena, die haar een brief van Pinkerton wil voorlezen. Odena’s bescheiden ingehouden expressie paste precies in de lastige situatie die zich voordeed. Butterfly is nieuwsgierig, rekent op het bericht dat Pinkerton terugkomt en kan van opwinding zich niet beheersen en onderbreekt de Amerikaan na iedere regel. Ze stort vervolgens totaal in nadat hij haar duidelijk maakt dat Pinkerton nooit meer bij haar zal terugkeren.
Toch is de illusie van een terugkomst niet voorbij. Ze versiert haar huis met bloemen om Pinkerton te verwelkomen, trekt haar bruidsjurk aan en maakt zich op met behulp van haar

Ermonela Jaho

bediende Suzuki. Hij keert inderdaad terug (3e acte) maar in gezelschap van zijn nieuwe vrouw Kate. Die zingt nog geen vijftig woorden en heeft daarmee vermoedelijk de kleinste rol uit het gehele operarepertoire. Ze slaagt erin Suzuki te bewegen aan Butterfly te vertellen dat ze met Pinkerton gekomen is om Butterfly’s en Pinkerton’s  kind op te voeden in Amerika.
De finale is super dramatisch. Butterfly zingt een aria terwijl ze afscheid neemt van haar kind, dat is geboren na het vertrek van Pinkerton, en pleegt vervolgens harakiri. Het is moeilijk om het droog te houden bij het beleven van deze laatste scene. Voor Ermonela Jaho trouwens ook. Na haar laatste noot gaat er voor haar een enorm gejuich op in de overvolle zaal dat niet snel verstomt. Zij is zelf nog heel emotioneel en heeft het er toch wel enkele momenten moeilijk mee.
Een eervolle vermelding verdient de eveneens Albanese mezzo-sopraan Enkelejda Shkosa. Ze zong de rol van Suzuki uitstekend en overtuigend. Zij deelde in de smart en ellende van Butterfly en hielp haar waar ze maar kon. Tegen beter weten in versierde ze met Butterfly de woning vanwege de vermeende thuiskomst van Pinkerton. Jorge de Leon was een welluidende F.B.Pinkerton. Omdat ik te laat inschakelde op mijn tv zag ik hem maar weinig. Jammer!
Regie
Madame Butterfly gaat over geloof, hoop en verdriet. Het geloof in een onverbrekelijke huwelijksband, de hoop dat een vertrokken echtgenoot terugkeert en het verdriet wanneer dat niet het geval blijkt te zijn. Het werk is voor mij de meest emotionele en meest expressieve opera die Giacomo Puccini (1858-1924) componeerde en waarvan de première was in de Scala van Milaan in 1904.

Giacomo Puccini

Deze Madame Butterfly was een productie van regisseur Mario Gas uit 2002. Gas verplaatste de handeling naar een filmstudio uit de jaren dertig. Camera’s leggen de scènes nauwkeurig vast. De opnamen beginnen met de voorbereidingen op de uitvoering en vervolgen met de projectie van beelden op een scherm boven het podium. De kijker kan de beelden goed volgen.
Een nadeel is dat door het geschuif van de camera op de toneelvloer het werk aan intimiteit verliest. De kijker ziet dat de woning van Butterfly afwijkt van het gebruikelijke Japanse huisje met schuifdeuren. Dank zij de filmbeelden ziet men ruimten omzoomd met pilaren en waant zich ten onrechte in een paleis.
Gelijktijdig
Een voordeel is dat men de toeschouwer gelijktijdig kan confronteren met twee werkelijkheden. De ene van de opera zich afspeelt op het podium en de andere op het filmscherm waarin de regisseur opgenomen beelden laat zien van de gebeurtenissen die zich afspelen in het brein van Butterfly. In deze voorstelling ziet men de derde acte zoals die zich afspeelt op het podium en tevens filmbeelden van de imaginaire thuiskomst van Pinkerton die Butterfly en zijn zoontje hartstochtelijk omarmt. Een schrijnende tegenstelling!

Een bijzondere voorstelling. Eerstens omdat ik een prachtig zingende zangeres in de persoon van Ermonela Jaho zag en ook omdat ik een regisseur trof die zich van filmbeelden bediende om een extra werkelijkheid zichtbaar te maken. Een prima avondje opera in het Coronatijdperk!!!

Read Full Post »

 Zolang ik beschik over mijn weblog heb ik bij mijn weten nooit een cd gecensureerd. Waarom nu wel? Ik leg het uit. Het Coronavirus joeg de operaliefhebber uit de theaters. Mij dus ook. Ik zocht naar alternatieven en probeerde mijn aandacht te verplaatsen van louter opera naar instrumentale muziek. Dat ging goed want jarenlang verzamelde ik ook veel instrumentale muziek op cd. Maar sinds de dvd een vlucht nam, bleef mijn cd bibliotheek toch soms een te lange tijd onaangeroerd. Ik deed nu een greep in mijn cd kast en jawel veel opnamen van de symfonieën van Beethoven, Haydn, Berlioz, e.a. gleden door mijn vingers. Die klonken me spoedig weer vertrouwd in de oren. Oude tijden herleefden. Ik genoot.
Toch kon ik het na een paar weken niet laten weer een operacassette uit mijn kast te halen. Blindelings haalde ik Ariodante van Georg Friedrich Händel (1685-1759) tevoorschijn. Ik kon me al niet meer herinneren dat ik die ooit beluisterd had. Dus zette ik de cd speler aan het werk. Wat een verrassing! Deze drie cds kocht ik in 1997 of 1998. Er staan nog zeven andere, complete opera’s van Händel in mijn kast maar ik geloof dat deze Ariodante de meest sublieme is zo enthousiast ben ik over de kwaliteit van deze opname en uitvoering.
Ik heb me laten betoveren door het bijna drie uur durende schitterende orkestspel van ’Les Musiciens du Louvre’, onder leiding van de Franse dirigent Marc Minkowski. Maar ook door de zangers die ieder met hun eigen timbre zelfs tijdens de recitatieven steeds goed herkenbaar waren. De Zweedse mezzosopraan Anne Sofie von Otter spande de kroon door op onnavolgbare wijze het karakter van Ariodante neer te zetten. Dat deed ze in haar broekenrol in de diverse aria’s met als hoogtepunt het dieptreurige ‘Scherza infida’ uit het tweede bedrijf waarin zij het dacapo-deel geheel pianissimo zingt en daarbij wordt begeleid door drie fagotten. En wat een voordracht! En dat zonder de zichtbare lichaamstaal die op een dvd mede bepalend is. Nu zijn het de stembuigingen en de dynamiek die er toe bijdroegen haar droefheid om de vermeende ontrouw van haar geliefde Ginevra, de dochter van de koning van Schotland, uit te dragen.

Uitbundig
Tijdens het derde bedrijf waarin de herstelde liefdesbetrekking tussen Ariodante en Ginevra, de dochter van de koning, gevierd kan worden zingt zij de fameuze, uitbundige aria ‘Dopo notte’. Ze brengt haar zelfbedachte versieringen aan en zoekt daarmee de grenzen op van haar mogelijkheden. De rol van prinses Ginevra wordt schitterend vertolkt door de Britse sopraan Lynne Dawson. Luister maar eens naar haar negen minuten durende, ontroerende aria “Il mio crudel martoro”, waarin zij zich beklaagt over haar noodlot beschuldigd te zijn van overspeligheid ten opzichte van haar geliefde Ariodante.
De rivale van Ariodante is Polinesso, vertolkt door de Poolse contra alt Ewa Podles. Schitterend is het contrast tussen Von Otter en Podles (twee broekenrollen). Podles geeft haar stem alle kansen in haar boze rol met haar extraverte en extravagante stem.

Marc Minkowski

Dat de uitvoering in alle opzichten geslaagd is, is ook te danken aan de voortreffelijke zang van de Amerikaanse tenor Richard Croft als Luciano, de broer van Ariodante, en de jonge Russische bas als Denis  Sedov.
De opname op het label Archiv is gemaakt in Poissy, daags na de succesvolle uitvoering van Ariodante door dit gezelschap in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens de Matinee op Zaterdag.

Première
Ariodante was de eerste opera die Händel schreef voor Covent Garden in Londen. De eerste uitvoering was op 5 mei 1736. Al snel werden er twaalf aan toegevoegd. De titelrol werd vertolkt door de beroemde castraat Giovanni Carestini. Bij de onderhavige uitvoering zijn geen counteralto’s ingezet.
Ariodante is afwijkend van Händels andere opera’s. Het werk speelt zich af in Edinburgh. Het is dit keer een rechttoe rechtaan liefdesverhaal met een goede afloop zonder subplots. Er komen ook geen onverwachte  bovennatuurlijke wendingen in voor tijdens het verloop van het verhaal.
Het verhaal is ontleend aan de vijfde canto uit Lodovico Ariosto’s Orlando Furioso (De razende Roeland) uit 1516. Händels bron was het toneelstuk Ginevra, prinses van Schotland van Antonio Salvi uit 1708. De opera bestaat uit drie bedrijven en bevat 23 aria’s, vier duetten en vier sinfonia’s. Händel heeft in dit omvangrijke werk ook enkele balletten ingevoerd.

Wanneer u besluit deze cdbox aan te schaffen zult u daar zeker geen spijt van krijgen.

 

Read Full Post »