Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for augustus, 2020

 Weer was ik op zoek naar een opera die ik nog nooit eerder zag. Ik vond het werk Death in Venice van de Engelse componist Benjamin Britten (1913-1976) op operavision.eu. Het betrof een uitvoering van een in het Muziektheater in Amsterdam gepresenteerde voorstelling van de English National Opera  in een coproductie met de Brusselse Muntschouwburg in juli 1913.
Er viel veel te genieten. Allereerst, er waren er eenvoudige maar fraaie decors van Tom Peye met wapperende doorzichtige doeken, mooie kostuums van Chloe Obelensky en haast vanzelfsprekend de prachtige muziek van Britten. Regisseur Deborah Warner liet de scènes uitsluitend spelen in een lounge met lange gordijnen met aansluitend terras dat uitzicht bood op zee. Op een soepele manier gingen de scènes in elkaar over waarbij tafeltjes, stoelen en strandhuisjes werden verplaatst of weggehaald  door obers, zeelieden en diensters.
Muziek, dans en spel sloten prachtig op elkaar aan. Vooral de dansen waren naadloos verwerkt in de opera. Daarbij speelde de jonge danser Sam Zalvidar als Tadzio een belangrijke rol. De toeschouwers zagen in het luxehotel met overbeleefde obers tevens grote  families van aanzien met hun spelende kinderen daar hun vakantie doorbrengen.
Moderne componist
Benjamin Britten is een Engelse componist die was geïnspireerd door moderne componisten van het Europese vaste land. Zijn doorbraak als operacomponist voltrok zich in 1945 met de opera Peter Grimes, een door mij zeer gewaardeerde opera. Een van de vele andere werken van de dienstweigeraar en pacifist was zijn War Requiem in 1962.
In 1973 ging zijn laatste opera Death in Venice in première. Het werk is gebaseerd op de novelle Der Tod in Venedig van Thomans Mann (1911).
Het libretto
Het verhaal gaat over een succesvol auteur, Gustav von Aschenbach. Hij is de vijftig gepasseerd en om zijn verdiensten in de adelstand verheven. Twijfels over zijn kunst kwellen hem. Hij blijkt een praktiserend moralist te zijn die zijn roem vooral heeft te danken aan zijn enorme wilskracht en discipline.  Omdat het de schrijver na het overlijden van zijn vrouw aan inspiratie ontbreekt, besluit hij een reis te maken naar Venetië, de stad van de vergane schoonheid. Hij neemt zijn intrek in het sjieke Grand Hotel des Bain op het Lido-eiland tegenover de stad. Daar ziet hij tijdens het diner een Poolse familie. Er is een jongen bij van 14 jaar in een marine pakje. Aschenbach wordt door de schoonheid van de jongen als door een bliksemslag getroffen. Hij hoort dat de jongen Tadzio heet en doet tevergeefs pogingen om zijn aandacht te trekken. De hitte in de stad is groot. Hij besluit om zijn koffers te pakken omdat hij voelt dat het warme weer hem geen goed doet. Omdat Tadzio steeds in zijn buurt is, gebruikt hij een kofferverwisseling als voorwendsel aan om toch in het hotel te blijven. Vanaf dat moment ontwikkelt zijn interesse in de schoonheid voor de jongen zich tot een ware obsessie. Hij rookt de ene sigaret na de andere en zoekt steeds de nabijheid van Tadzio, tracht oogcontact met hem te maken maar dat mislukt. Hij ervaart daarbij de achteruitgang van zijn lichaam als een handicap en vraagt zich af of hij daarom minder waard is. Dan komt hij in aanraking met de geruchtenmachine. Hij hoort van een kapper dat een infectieziekte de stad in haar greep heeft. Hem wordt geadviseerd bepaalde dingen niet te eten en hij ruikt overal desinfectans. De autoriteiten ontkennen dat er iets aan de hand is. Ze willen geen massaal vertrek van de toeristen. Aschenbach negeert ook de signalen die wijzen op besmettingsgevaar door de cholera. De straten zijn leeg. Wel komen er bedelaars en gelden er politieverordeningen. Moet hij de familie van Tadzio waarschuwen voor de pandemie, vraagt hij zich af maar doet dat uiteindelijk niet. Hij weet dat wanneer hij dat doet Tadzio het hotel zal verlaten. Tot zijn ontzetting dringt het op dat moment ook tot hem door dat hij niet zou weten hoe hij dan verder moest leven. Aschenbach ziet dat Tadzio op een stoel zit te slapen. Hij wil hem aanraken, contact maken, maar verwijt zich even later dat hij zijn kans voorbij liet gaan. Wel bedenkt hij hoe zijn leven er uit zou zien wanneer iedereen sterft aan de cholera en hij alleen met Tadzio overleeft. Britten laat de meest sombere muziek horen!
 Ontbrekende kracht
Aschenbach laat opnieuw de kapper komen, die zijn gezicht soigneert om er jonger uit te zien. Hij laat zich door de aanwezigheid van de jongen, die hem nauwelijks een blik waardig keurt, helemaal gek maken. Dan hoort hij dat Tadzio en de familie toch gaan vertrekken. Aschenbach is ondertussen geïnfecteerd door het Aziatische choleravirus door het eten van bedorven aardbeien. Hij zakt neer in een ligstoel, hoort en ziet nog dat Tadzio ruzie maakt met een andere jongen en vervolgens naar de rand van de zee loopt. Hij probeert zich op te richten maar het ontbreekt hem aan kracht. Hij zakt terug in zijn stoel en overlijdt.
Dualiteit
Het boek van Thomas Mann is weliswaar in het Duits geschreven, maar de Britse componist Benjamin Britten en zijn librettiste Myfanwy Piper wisten wel raad met het thema van Der Tod in Venedig. Althans, met één van de thema’s. Het dilemma tussen hoofd en hart, verstand en gevoel, tussen aangepaste burgerlijkheid en gepassioneerd doen waar je zin in hebt, of – voor de Griekse mythologie kenners – tussen Apollo en Dyonisos.
De beide Britten maakten samen een prachtige kunstwerk over die eeuwige strijd tussen het hoofd en het lichaam. Misschien wel omdat ze zo goed weten wat ingehouden gedrag veroorzaakt en evenzo goed beseffen – of vrezen – wat er gebeurt als dat wordt losgelaten. Voortdurend stelt Aschenbach aan de orde hoe kunstenaarschap vorm en discipline zowel bevrucht als ondermijnd worden door roes en hartstocht.
Over de vraag of de hoofdfiguur in Death in Venice, de inmiddels uitgeputte schrijver Gustav von Aschenbach, de liefde ontdekt, zijn jeugd hervindt of een lang verscholen deel van zichzelf herontdekt, heeft elke Brit wellicht een andere mening.
Benjamin Brittens laatste opera Death in Venice, die hij schreef in een periode dat een hartkwaal zijn leven en welzijn bedreigde, is nog maar zevenenveertig jaar oud en toont wat de Brit in zijn mars heeft. Zijn partituur sluit aan bij de moderne componisten van Europa. Hij componeert verhalend en brengt drama dat een voorstelling van één avond in een theater nauwelijks kan bevatten.
Muziek
Dirigent Edward Gardner heeft ruime ervaring met de muziek van Britten en hij laat het Rotterdams Philharmonisch Orkest uitstekend spelen. De compositie van Britten, die soms een scherp randje ontbeert, maar rijk is aan allerlei klankkleuren is bij hem in uitstekende handen. Soms heb ik het gevoel naar filmmuziek te luisteren. Naast de strijkers heeft de percussie een groot aandeel hetgeen ook geldt voor een piano.
In de opera van Britten ontwikkelt de figuur van Aschenbach zich samen met de muziek die steeds van kleur en toon verandert. De begeerde Tadzio, de jongen op het strand, heeft slechts één thema, op vibrafoon, dat in de loop van het verhaal niet verandert. Von Aschenbach leren we kennen, de jongen minder. Hij blijft op afstand van de schrijver, van de luisteraar en kijker naar de opera.
De auteur Von Aschenbach wordt indringend gezongen (meestal sprekend-zingen) en gespeeld door de tenor John Graham-Hall. Met grote acteervaardigheid en met een loepzuivere stem is hij de ster van de avond.
Koorknaap
Bij de componist Britten zou je een zingende koorknaap verwachten in de rol van Tadzio, maar hij heeft gekozen voor een balletdanser. Goed gevonden, want diens zwijgende rol geeft de afstand tussen Von Aschenbach en de Poolse tiener vanzelfsprekend aan. In deze productie neemt het Amerikaanse balletwonderkind Sam Zaldivar die zware rol op zich. De Britse kranten raakten niet uitgejubeld over de   leerling van de Royal Ballet School en prezen zijn natuurlijke uitstraling. Toen een journalist Zaldivar tijdens een vraaggesprek vroeg of het moeilijk is om in een opera te dansen antwoordde hij: ‘De combinatie van ballet en opera had ik al eerder gedaan. Het lastige hier is vooral de muziek van Britten. Er zijn veel rare maatwisselingen, die moet je echt in je hoofd stampen.’
Journalist: ‘Jouw relatie als Tadzio met de zingende von Aschenbach staat centraal in de opera Hoe beeld je die interactie uit?’
Zaldivar: ‘Die is er niet echt. Het gaat om de interne kwellingen en obsessies van Von Aschenbasch. Die dans ik niet, ik dans meer hoe hij mij ziet. Ik loop voorbij, gluur vluchtig naar hem, wek spanning op.’
Journalist : Hoe is het om het lustobject van zo’n oudere man te spelen?
Zaldivar: ‘Niet supervreemd. We hebben geen intense confrontaties, het is allemaal op afstand. Het wordt niet ongemakkelijk of zo, we houden het droog. Je voelt sympathie voor Von Aschenbasch, want hij houdt zichzelf in.’
Journalist: Voor hem ben jij een symbool van schoonheid. Hoe speel je dat?’ Zalzibar: ‘Dat is best wel moeilijk. Ik ben al zeventien en moet de eeuwige jeugd uitstralen. Tegelijkertijd moet ik professioneel dansen, zonder dat ik als een volwassene rondspring. Als mijn sprongen technisch volmaakt zijn, verliest mijn rol zijn uitstraling. Gelukkig zitten er in de choreografie veel momenten van spel tussen de jongens op het strand. Dan gaat het kind-zijn vanzelf. Ook al ben ik al zeventien.’

Death in Venice is een onderwerp dat je aan het denken zet en je voert naar Griekse filosofen die nadachten over kunst, zinnelijkheid, hartstocht en wijsheid en de relatie tot elkaar. Overtuig u van de grote kwaliteit van deze opera en probeer te vatten waarom Thomas Mann en Aschenbach worstelden met deze problematiek.

Read Full Post »

Simon Gronoswki

De opera ‘Push’ is het verhaal van de Joodse Brusselaar Simon Gronowski, die in 1943 door de Duitsers vanaf Mechelen in België met zijn moeder op transport werd gezet naar het concentratiekamp Auschwitz. Zijn moeder hielp haar zoon te ontsnappen aan de dood door hem na een korte stop van de trein, veroorzaakt door enkele verzetsstrijders, bij de voortzetting van de reis uit de trein te duwen. Het is een miraculeuze gebeurtenis die steeds meer emotioneert omdat het in dit werk over meer gaat dan een spectaculaire ontsnapping aan de reis naar de dood van een kind van 11 jaar.

Ik raad u aan deze opera van componist Howard Moody te beluisteren. Hij schreef voor dit aangrijpende werk ook de tekst. Hij hoorde het verhaal zelf uit de mond van Gronowski.

‘Push’ kunt u op uw pc binnenhalen door http://www.operavision.eu aan te klikken en vervolgens op  ‘Push’ te klikken. U kunt ervan verzekerd zijn dat u kijkt naar een opera die zeer enerverend is en emotioneert omdat de voorstelling de op transport gestelde Joden steeds opnieuw positioneert waarbij continue de menselijke waardigheid in het geding is. Er is ook aandacht voor de gevangenen, die twijfelen of ze een onderdanige houding aan moeten nemen ten opzichte van hun bewakers ‘omdat het dan misschien allemaal wel meevalt’, of dat ze in verzet moeten gaan om hun noodlot af te wenden. De deelname van een groot gemengd koor van   jongeren en volwassenen, zowel professionals als amateurs, alsmede de kinder-en jeugdkoren van de Munt is door de leiding en regisseur Benoit De Leersnyder consciëntieus voorbereid. De inzet van deze figuranten als Joodse mensen is fantastisch en dat geldt ook voor het Kamermuziekensemble van de Munt.

Gekooide dieren
Centraal staat het historische verhaal van Simon Gronowski, vertolkt door de Britse bariton James Newby.  Simon is met zijn moeder, na verraad, in april 1943 op de deportatietrein gezet en uiteindelijk ontsnapt. Zijn vader is ondergedoken, overleeft de oorlog wel, maar sterft aan een gebroken hart nadat hij zijn vrouw en dochter verloor. Zijn zus Ita, knap vertolkt door Sheva Tehoval, gaat haar moeder op een later vertrekkend konvooi achterna naar Auschwitz Beiden worden vergast.

De toeschouwers in de zaal worden geconfronteerd met het verzamelpunt van de opgepakte Joden. Die zijn angstig, beklagen zich en stellen elkaar en de bewakers vragen. Zoals: ‘Waarom kregen we maar drie minuten voor ons vertrek? Waarom verbergen jullie ons? We zijn niet veilig met deze muren om ons heen.’ Collectief roepen ze: ‘We worden behandeld als gekooide dieren. We hebben macht noch controle. Ons leven zit in een reistas.’ Een vrouw roept: ‘ Alles wat ik heb zit in deze reistas. We zijn verjaagd vanwaar we thuis horen.’ De bewaker weet niet meer te zeggen dan: ‘Vandaag schijnt de zon maar niet voor jullie ‘ en ‘ik doe hier gewoon mijn plicht.’

Mirakel
Nadat Simon ontsnapte uit de trein belt hij in een dorp aan bij een man die hem helpt aan een spoorkaartje. Zonder gecontroleerd te worden reist hij naar een grote stad om te overleven. Het lukt, na zijn ontsnapping opnieuw een mirakel.

Dan volgt een scène waarin Simon jaren later een ontmoeting heeft met de bewaker bij het verzamelpunt. Ze herkennen elkaar. Ook de bewaker blijkt een slachtoffer van de geschiedenis van de oorlog.  Hij zegt: ’Ik leef met veel onzekerheden. Ik voel nu niet alleen mijn pijn maar ook die van anderen. Ik vraag je om vergeving.’ Simon vergeeft. De twee omarmen elkaar. Ook Simon beleeft nog de pijn van het afscheid van zijn moeder en zijn zus.
Hij vindt dat hij zijn verhaal nog dikwijls moet vertellen en vooral ook dat zijn moeder hem naar de vrijheid duwde. ‘Dat was een mirakel.  Hij blijft geloven in de goedheid van de mens. Hij zegt: ‘Mijn leven bestaat uit louter mirakels.’

De opera heeft nu een andere wending gekregen. Er klinkt weer hoop door en vreugde om de helende wonden. Het koor zingt: ‘We kunnen weer zijn die we willen zijn.’

Muziek
De muziek van Howard Moody is prachtig en volstrekt aangepast aan de emotionele ladingen van het werk. Dwarsfluit en de lage violen domineren de orkestratie. De toon van de muziek verandert wanneer neerslachtigheid in de slotfase over gaat in hoop op een nieuw leven. Die hoop wordt hoorbaar in de aanzwellende koperblazers die de percussie en het gepunte ritme vervangen die uiting gaven aan de angstige en onzekere gevoelens van de Joden.

Sheva Tehoval

Benoit de Leersnyder is een bekwaam regisseur. Hij weet goed om te gaan met de Joden die in de beginfase heel dicht tegen elkaar aan staan en daarmee geeft hij aan hoe benauwd het in de deportatietrein moet zijn geweest waar de mensen ook op elkaar gepakt stonden. Mensonterend! Hij gaf de hoofdrolspelers broer en zus de ruimte om hun emoties goed over te brengen waarbij eenmaal een langdurige uithaal van ShevaTehoval werkelijk door merg en been gaat toen ze het van onmacht uitgilde.

De voorstelling werd ondersteund met terzake doende videobeelden die voor het publiek zeer herkenbaar waren. Wie herinnert zich niet dat meisje met een blauwe shawl die haar hoofd uit een wagon steekt?

De opera ’Push’ zal voor mij een blijvende herinnering zijn aan het lijden van de Joden die ook laat zien dat door  verzoening de hoop op een beter leven blijft bestaan.

Read Full Post »

 

Johan Reuter als der Fliegende Holländer

Operavoorstellingen van de drama’s van Richard Wagner  (1813-1883) zijn dikwijls verrassend door de structuur van zowel de muzikale als theatrale vormgeving.
Dat ervoer ik de afgelopen week opnieuw toen zich via ‘Operavision’ de mogelijkheid voordeed om de opera Der fliegende Holländer van Richard Wagner, uitgevoerd in 2016 door de ‘ Finse Opera en Ballet’,  te zien. Het was niet mijn eerste keer natuurlijk. Nooit zag ik dit werk op bijna  dezelfde wijze uitgevoerd. Ook nu niet. Muziek en tekst bleven wel steeds onaangetast maar de regie was hier en daar zo absurdistisch dat je de filosofie van de componist bijna uit het oog verloor. En die is bij een componist als Wagner wel belangrijk.

Wie dit werk gaat zien wordt geconfronteerd met een kapitein van een spookschip die al eeuwen lang de zeeën bevaart. Hij verlangt naar het einde daarvan en is op zoek naar een vrouw die hem verlost van zijn kwelling door hem tot het einde van zijn leven trouw te blijven. Iedere zeven jaar heeft hij de kans om aan land te gaan en die vrouw te vinden. Dat lukte echter nooit. Ze ontglippen hem allemaal en zijn verlangen om zijn hoofd te ruste te leggen en afscheid te nemen van dat eeuwige varen blijkt een niets ontziende kwelling. De man wil daarvan verlost worden. Een kwelling die hij zelf veroorzaakte door te vloeken tijdens een zeereis. Satan strafte hem. Hij moest eeuwig over de zeeën zwerven.

Verlossing
Wat bedoelt Wagner, die zelf zijn libretti voor al zijn opera’s schreef, met het begrip verlossing? Hij plaatst dat woord in een bredere context en komt er in zijn andere werken op terug. Het leven van ieder levend wezen voltrekt zich nooit zonder pijn. Er zijn altijd wel problemen van fysieke of psychologische aard. Voor De Holländer is dat het eeuwig op de wereldzeeën te moeten rondzwerven.
Toch lijkt De Holländer ten lange leste  een vrouw te vinden. Volgens het libretto is dat Senta, de dochter van zakenman Daland en eigenaar van een schip. Ze werktals spinster in een atelier.  In deze uitvoering is ze aan het pottenbakken en in een andere uitvoering ontwierp zij bruidsjurken. Op zich niet zo belangrijk wat ze doet, maar het blijft een raadsel wat de bedoeling van de regisseur is om zich niet aan het libretto te houden.

Camilla Nyland als Senta

Senta kijkt dagelijks naar het schilderij van de Holländer dat in het atelier hangt. Ze is duidelijk verliefd op de geportretteerde. Zij weet kennelijk van zijn barre levenswijze en is er van overtuigd dat zij de aangewezen persoon is om hem te redden. Haar vader is enthousiast over een mogelijk huwelijk in ruil voor de schatten die de Holländer hem biedt. Hij is zonder slag of stoot bereid zijn dochter aan deze vreemdeling af te staan. Dat Erik, de verloofde van Senta, buitenspel wordt gezet lijkt behalve voor Erik zelf van geen belang.

Voltooiing
Het einde van deze uitvoering roept vraagtekens op. Erik vraagt aan Senta of het waar is dat zij inderdaad met de Holländer gaat trouwen en  hij vraagt zich hardop af of Senta haar belofte om met hem te trouwen is vergeten. Senta staat met open mond te luisteren. De Holländer hoort bij toeval de conversatie en trekt de conclusie dat Senta’s woord niets waard is als zij eerder aan Erik trouw heeft gezworen. Hij is verloren!  Voor eeuwig! De Holländer wil meteen vertrekken. Senta werpt zich aan zijn voeten en probeert hem te overtuigen dat zij zijn reddende de engel is. De Holländer klimt aan boord van zijn schip en kiest zee. Senta wil hem achterna maar wordt tegen gehouden. Zij kan zich echter losrukken en klimt op een uitstekende rots en stort zich in zee. Wat Senta zag als haar opdracht en plicht is daarmee voltooid. Senta bleef de Holländer trouw tot in de dood en hij is verlost van zijn vloek. Onmiddellijk zinkt ook het schip naar de zeebodem. Samen zweven ze naar de hemel zo staat dat in het libretto. Regisseur Kaspar Holten greep echter in. In plaats van het vertrek van de Holländer naar zijn schip pakt de titelheld een revolver en schiet zich door het hoofd.

Een alternatief einde van deze opera dus. Wagner had trouwens ook verschillende versies in zijn portefeuille zoals hij die ook had van zijn opera Tannhäuser. Ik zag enige tijd geleden ook een uitvoering waarbij de Holländer met een mes een einde aan zijn leven maakte.
In de Finse uitvoering wordt de opera één jaar na de dood van de Holländer beëindigd met een bijeenkomst waarbij veel mensen aanwezig zijn. Daland en Senta zijn daar prominent aanwezig. Het werd Senta te veel. Er vloeiden traantjes die ook zichtbaar waren bij de Holländer tijdens de ouverture toen werd uitgebeeld dat vrouwen zijn probleem niet zouden oplossen.

Muziek
De muziek van deze opera, die in Dresden op 2 januari 1843 in première, ging is prachtig. Het werk begint met een symfonische ouverture die de gehele opera weergeeft. Het werk is romantisch en een nummeropera. Er is een ballade, een duet, een terzet en de koren met het Matrozenlied en Spinnelied gaan gepaard met een mengeling van spontane onstuimigheid. Complimenten gaan zeker naar het koor. Het orkest speelde ook uitstekend onder leiding van John Fiore.
De grootste lof gaat uit naar enkele solisten. Allereerst de titelrol die de Deense heldenbariton Johan Reuter voor zijn rekening nam. En hoe! Hij zong krachtig en verstaanbaar, speelde uitstekend zijn rol en liet ook duidelijk de kwetsbare kanten van het karakter van zijn held zien. De Finse sopraan Camilla Nyland was de evenknie van Reuter. Een ideale Senta, dweepziek en bereid om tot het uiterste te gaan om De Holländer te redden. Haar ballade was uitstekend. De rol van Daland werd vertolkt door de bas Georgy Frank. Hij had geen al te sympathieke rol. Zijn zakelijke inslag kwam wel goed over evenals zijn materialistische visie. De Brits-Libanese tenor Mika Pohjonen als Eric, de verloofde van Senta was aanvankelijk niet  zo goed bij stem maar de tenor herstelde zich aan het slot van het werk.

Kasper Holten

 Regie
De Deen Kaspar Holten was de regisseur van deze uitvoering. Die verklaarde met een afwijkende regie een parallelle wereld te schetsen tussen het libretto en wat hij ervoer in de gewone wereld. Ik was er dit keer niet blij mee, omdat zijn ingrepen niets verduidelijkten en Wagners ideeën op een zijspoor zette. Waarom hij De Holländer afbeeldde als een kunstschilder is me een raadsel.
Wie een snel beeld wil hebben van de inhoud van de opera kan terecht bij de eerste aria van De Holländer: ‘Der Frist ist um…….’ ‘De termijn is om. Weer zijn zeven jaar verstreken. De zee is me zat  en werpt me aan land…….’. De Holländer vertelt zijn verhaal wat hem is overkomen en waarom hij naar de dood zocht maar hem niet vond.  Zeer boeiend verteld in deze uitvoering door Johan Reuter.

 De ouverture
Ik raad u ook aan extra aandacht te schenken aan de uitvoering van de Ouverture. U hoort de muziek en ziet gelijktijdig  donkere luchten en opspattend zeeschuim, een huis met daarin een groot bed. Er zijn vrouwen die zich aanbieden aan de Holländer, maar na een paar seconden zijn ze weer vervangen door anderen. Sommigen hebben zich opzichtig van hem verwijderd. Op een zeker moment zijn alle vrouwen weg. Hij staat alleen. Eenzaam tussen de door hem in grote haast gemaakte schilderijen. Langzaam maar zeker wellen de tranen op. Is er geen vrouw die hem kan en wil redden?

Deze uitvoering kunt u nog zien t/m 29 januari 2021 op de website van Eurovision.eu

Read Full Post »