Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2020

De drie hoofdrolspelers

We zitten met 37 mensen bij elkaar op de voorgeschreven 1.50 meter afstand. Het is immers coronatijd. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Tosca van de Italiaanse componist Giacomo van Puccini (1858-1924) staat op het programma. Een populair werk naar het toneelstuk la Tosca van Victorien Sardou uit 1887. De première ging op 14 januari 1900 in Teatro  Constanzi in Rome. Puccini stelde voor zijn Tosca twee librettisten aan: Illica en Giacosa.
Tosca is een  doorgecomponeerd werk en klinkt zeer afwisselend, afhankelijk van de situatie. De aria’s, voorzien van prachtige legato bogen, worden afgewisseld met heel spannend gezongen dialogen die bij een dergelijk stuk passen.  De opera, opgenomen in 2011 in Londen, bevat echter ook  enkele gruwelijke scènes waaronder een marteling om een bekentenis af te dwingen van Cavaradossi die de gevluchte libertijn Angelotti  hielp te ontsnappen aan Scarpia. Deze politieman was aangesteld om iedere libertijn die hij tegenkwam op te sluiten in de Engelenburcht, te verhoren, te martelen en ter dood te brengen. Opvallend was dat de toeschouwers na afloop terecht vol lof waren over de stemmen en muziek maar nauwelijks gruwden van de martelscène die Cavaradossi onderging.
Napoleon
Wat is er aan de hand?  Rond 1800 is Napoleon Bonaparte met zijn leger vanuit Frankrijk de Alpen overgestoken om het door de Oostenrijkers bezette gebied in Italië te veroveren met het doel Oost Europa in zijn macht te krijgen. Napoleon sticht de Romeinse republiek die later weer ter ziele gaat.
De opera speelt in Rome en boeit  tot de laatste minuut. Moord, spionage en crimineel gedrag spelen een belangrijke rol. Daarin speelt de politiechef Scarpia een centrale rol. De eerste schrille tonen van de opera, het Scarpia motief, verwijzen al naar de akelige politiechef  Scarpia die slechts twee doelen nastreeft. Het eerste is de ontsnapte politieke gevangenen Angelotti en de kunstschilder Cavaradossi zo spoedig mogelijk aan de galg laten hangen. Het tweede door afpersing de minnares van laatstgenoemde, Floria Tosca, in zijn armen sluiten. Tosca, een operazangeres, zeer katholiek en erg jaloers van aard, is een vrouw die Scarpia al lang begeert.
 Na dat Scarpia-motief weet Puccini zijn toehoorders te boeien met prachtige aria’s en duetten die de romantiek weer doen herleven. Het einde van het werk is heel dramatisch. De operadiva Tosca springt tijdens de laatste noten van de beruchte Engelenburcht in Rome af, de dood tegemoet. Haar zelfmoord heeft direct te maken met haar naïviteit en goedgelovigheid. Zij laat zich bedriegen door de perverse Scarpia, die niet schroomt  te bekennen dat een gewelddadige verovering van een vrouw hem beter smaakt dan een honingzoete toestemming. Scarpia wendt voor haar gevangen genomen minnaar Cavaradossi te redden op voorwaarde dat zij zich aan hem geeft. Cavaradossi zal een schijnexecutie  ondergaan en samen met zijn minnares Tosca een vrijgeleide krijgen. Als Scarpia dit document eenmaal getekend heeft vermoordt Tosca haar overweldiger met een gerichte dolkstreek in het hart. In deze uitvoering zelfs met twee steken. Er vloeit veel bloed. Tosca licht Cavaradossi in over hun herwonnen vrijheid nadat een schijnexecutie zal zijn uitgevoerd. Even later blijkt het een werkelijke executie te zijn. Tosca is in de val gelopen van de man die zij om het leven bracht. Haar rest niets anders dan zelfmoord nu de handlangers van Scarpia haar op de hielen zitten. Zie daar in een notendop het verhaal van een bloedstollende thriller.

De cast
In Covent Garden beschikte men over een uitstekende cast met in de hoofdrollen de Roemeense sopraan Angela Georghiu als Tosca, De Duitser Jonas Kaufmann als de kunstschilder Cavaradossi en de bariton uit Wales Bryn Terfel als de baron Scarpia. Puccini kon zich geen betere zangers gewenst hebben die de opera als een echte thriller laten verlopen en waarbij men steeds het idee heeft getuige te zijn van een historische gebeurtenis. En misschien is dat ook gedeeltelijk waar. Scarpia en Tosca komen voor in de literatuur van die tijd en de slag om Marengo waar de legers van Bonnaparte en de royalisten elkaar bestrijden maken in twee scenes deel uit van het libretto. Er wordt niet alleen uitstekend gezongen maar ook prima geacteerd.

Tijdens de voorstelling word ik meegesleept als zelden tevoren en daardoor komt de intensiteit van deze uitvoering dankzij Terfel, Kaufmann en dirigent Pappano voor mij dicht in de buurt van de legendarische opname onder De Sabata met Callas en Gobbi. In dat gezelschap draait Gheorghiu dankzij haar zang uitstekend mee, al haalt zij als persoonlijkheid niet het niveau van Callas of Tebaldi. Zij  overtuigt  iets minder door haar extraverte, soms tamelijk clichématige acteren zoals het gedeclameerde ‘E avanti a lui tremava tutta Roma!’ ( En voor hem beefde eens heel Rome.) Gheorghiu zag er mooi uit, rijk aangekleed en behangen met juwelen. Haar aria ‘Vissi d’arte, vissi d’amore’ bracht haar het applaus dat zij ook dik verdiende.
 Dan maar het beeld uit zetten? Maar wie dat doet, berooft zich van het genot om de Welse bariton Bryn Terfel met roofdierachtige motoriek bezig te zien als een wellustige, verfijnd sadistische Scarpia. Vanzelfsprekend vergat ook ‘ deze Tosca ‘niet twee brandende kaarsen naast het lijk van Scarpia te plaatsen.

De bewondering van het publiek ging vooral uit naar Jonas Kaufman. De tenor met zijn baritonale  geluid lijkt een alleskunner. Ik zag hem nog nooit falen. Een man die overtuigend zijn rollen zingt.

Read Full Post »

 Op dinsdag 8 september was de coronacrisis nog onder ons. Toch had CC Jan van Besouw haar zaakjes zodanig goed voor elkaar, dat zij een beperkt aantal toeschouwers in de grote zaal kon toelaten zonder de veiligheid van de bezoekers in gevaar te brengen en vanzelfsprekend rekening houdend met de 1.50 meter regel. De grote zaal was voor de helft vrijgemaakt  en waren kleine tafeltjes met elk twee stoelen geplaats en kaarsjes zorgden voor een intiem sfeertje. Het circa 25 koppige publiek was heel tevreden zowel over de accommodatie en de sfeer als over de opera Don Pasquale van Gaetano Donizetti (1797-1848) die zij kregen voorgeschoteld. De dvd uitvoering uit 2010 van de Metropolitan Opera onder leiding van James Levine beschikte over een ideale cast.

Donizetti componeerde iets meer dan 70 opera’s. Meestal serieuze werken waaronder heel wat koningsdrama’s maar ook buffa’s.  Don Pasquale is zo’n buffa. Waar gaat deze komische opera eigenlijk over?
Verbeelding
Stel je voor dat je een dikbuikige, niet onbemiddelde zeventiger bent, met een pruik en een versleten colbertje om je lijf. Je wilt trouwen al was het alleen maar om een neef die bij je inwoont je huis uit te krijgen. Je wensen worden in ijltempo vervuld en dan lijk je in een waar paradijs terecht te komen.
Dat overkwam de lichtgelovige, gierige, koppige en oude Don Pasquale. En wat zag zijn bruid er prachtig uit. Jong, fraai gekleed èn ook nog een sexy uiterlijk waar mannen alleen maar van kunnen dromen. Don Pasquale waande zich weer jong en vitaal en vader van een dozijn kinderen. De hemel op aarde? Nee, want de handtekeningen bij de notaris waren nog niet gezet of die mooie meid, een jonge weduwe, ontpopte zich als een helleveeg die Don Pasquale de helft van zijn vermogen ontfutselde, geen enkel fysiek contact toestond en geen tegenspraak duldde. Je kunt het je misschien wel voorstellen maar beter niet aan den lijve ondervinden. Helder is ook dat een ‘dramma per musica’ dat komisch is toch een drama blijft.
Uitstekende cast
Ongetwijfeld hebben de kijkers van deze opera buffa gesmuld. Componist Donizetti zou zich geen betere cast hebben kunnen wensen toen zijn opera in 1843 in première ging in Parijs. De rol van de weduwe Norina werd gespeeld door de in 2010 al wat molliger geworden Anna Netrebko. De diva had gelukkig niets verloren van haar spontaniteit en uithoudingsvermogen. Terwijl zij haar melodieën schitterend zong belemmerde dat haar niet in haar fysieke capriolen en dat zonder het ritme van de muziek in de weg te staan. Hoe dwaas het stuk ook is, zij bracht haar rol geloofwaardig. Dat gold ook voor John del Carlo. Deze bas zette een Don Pasquale neer die bijna ten onder ging aan kommer en kwel. Maar zijn gang over het podium en zijn mimiek maakten dat de toeschouwers soms toch hardop moesten lachen. Zijn aria’s mochten er ook zijn. De ‘rap’ aria’s, de snelle parlando stukken, zong hij met verve en dat laatste gold ook voor Dr.Maletesta (Marius Kwiecien). De rol van de neef van Don Pasquale, Ernesto, werd vertolkt door Matthew Polenzani. Het was een genot om naar deze lyrische tenor te luisteren. Zijn duet in de finale gezongen met Anna Netrebko was een muzikaal hoogtepunt.
Over de productie van Otto Schenk niets dan lof. De decors oogden prachtig en de ruimte op het podium was zodanig dat de acteurs zich goed konden bewegen, James Levine dirigeerde, ondanks zijn lichamelijke handicap, Don Pasquale voor het eerst in zijn carrière. Het orkest speelde zoals meestal prachtig. O ja, hoe liep het af met Don Pasquale? Goed! Hij aanvaardde de situatie toen het hem duidelijk werd dat Norina geen bitch was maar via een intrige er alleen op uit was geweest om Ernesto tot de hare te maken. Eind goed, al goed.

Read Full Post »