Feeds:
Berichten
Reacties

 Zolang ik beschik over mijn weblog heb ik bij mijn weten nooit een cd gecensureerd. Waarom nu wel? Ik leg het uit. Het Coronavirus joeg de operaliefhebber uit de theaters. Mij dus ook. Ik zocht naar alternatieven en probeerde mijn aandacht te verplaatsen van louter opera naar instrumentale muziek. Dat ging goed want jarenlang verzamelde ik ook veel instrumentale muziek op cd. Maar sinds de dvd een vlucht nam, bleef mijn cd bibliotheek toch soms een te lange tijd onaangeroerd. Ik deed nu een greep in mijn cd kast en jawel veel opnamen van de symfonieën van Beethoven, Haydn, Berlioz, e.a. gleden door mijn vingers. Die klonken me spoedig weer vertrouwd in de oren. Oude tijden herleefden. Ik genoot.
Toch kon ik het na een paar weken niet laten weer een operacassette uit mijn kast te halen. Blindelings haalde ik Ariodante van Georg Friedrich Händel (1685-1759) tevoorschijn. Ik kon me al niet meer herinneren dat ik die ooit beluisterd had. Dus zette ik de cd speler aan het werk. Wat een verrassing! Deze drie cds kocht ik in 1997 of 1998. Er staan nog zeven andere, complete opera’s van Händel in mijn kast maar ik geloof dat deze Ariodante de meest sublieme is zo enthousiast ben ik over de kwaliteit van deze opname en uitvoering.
Ik heb me laten betoveren door het bijna drie uur durende schitterende orkestspel van ’Les Musiciens du Louvre’, onder leiding van de Franse dirigent Marc Minkowski. Maar ook door de zangers die ieder met hun eigen timbre zelfs tijdens de recitatieven steeds goed herkenbaar waren. De Zweedse mezzosopraan Anne Sofie von Otter spande de kroon door op onnavolgbare wijze het karakter van Ariodante neer te zetten. Dat deed ze in haar broekenrol in de diverse aria’s met als hoogtepunt het dieptreurige ‘Scherza infida’ uit het tweede bedrijf waarin zij het dacapo-deel geheel pianissimo zingt en daarbij wordt begeleid door drie fagotten. En wat een voordracht! En dat zonder de zichtbare lichaamstaal die op een dvd mede bepalend is. Nu zijn het de stembuigingen en de dynamiek die er toe bijdroegen haar droefheid om de vermeende ontrouw van haar geliefde Ginevra, de dochter van de koning van Schotland, uit te dragen.

Uitbundig
Tijdens het derde bedrijf waarin de herstelde liefdesbetrekking tussen Ariodante en Ginevra, de dochter van de koning, gevierd kan worden zingt zij de fameuze, uitbundige aria ‘Dopo notte’. Ze brengt haar zelfbedachte versieringen aan en zoekt daarmee de grenzen op van haar mogelijkheden. De rol van prinses Ginevra wordt schitterend vertolkt door de Britse sopraan Lynne Dawson. Luister maar eens naar haar negen minuten durende, ontroerende aria “Il mio crudel martoro”, waarin zij zich beklaagt over haar noodlot beschuldigd te zijn van overspeligheid ten opzichte van haar geliefde Ariodante.
De rivale van Ariodante is Polinesso, vertolkt door de Poolse contra alt Ewa Podles. Schitterend is het contrast tussen Von Otter en Podles (twee broekenrollen). Podles geeft haar stem alle kansen in haar boze rol met haar extraverte en extravagante stem.

Marc Minkowski

Dat de uitvoering in alle opzichten geslaagd is, is ook te danken aan de voortreffelijke zang van de Amerikaanse tenor Richard Croft als Luciano, de broer van Ariodante, en de jonge Russische bas als Denis  Sedov.
De opname op het label Archiv is gemaakt in Poissy, daags na de succesvolle uitvoering van Ariodante door dit gezelschap in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens de Matinee op Zaterdag.

Première
Ariodante was de eerste opera die Händel schreef voor Covent Garden in Londen. De eerste uitvoering was op 5 mei 1736. Al snel werden er twaalf aan toegevoegd. De titelrol werd vertolkt door de beroemde castraat Giovanni Carestini. Bij de onderhavige uitvoering zijn geen counteralto’s ingezet.
Ariodante is afwijkend van Händels andere opera’s. Het werk speelt zich af in Edinburgh. Het is dit keer een rechttoe rechtaan liefdesverhaal met een goede afloop zonder subplots. Er komen ook geen onverwachte  bovennatuurlijke wendingen in voor tijdens het verloop van het verhaal.
Het verhaal is ontleend aan de vijfde canto uit Lodovico Ariosto’s Orlando Furioso (De razende Roeland) uit 1516. Händels bron was het toneelstuk Ginevra, prinses van Schotland van Antonio Salvi uit 1708. De opera bestaat uit drie bedrijven en bevat 23 aria’s, vier duetten en vier sinfonia’s. Händel heeft in dit omvangrijke werk ook enkele balletten ingevoerd.

Wanneer u besluit deze cdbox aan te schaffen zult u daar zeker geen spijt van krijgen.

 

Een echte operaliefhebber wees me er op dat op zondag 22 maart om 14.00 uur de videostream beschikbaar was van de Nationale opera van de generale repetitie voor de wereldpremière van de opera Ritratto van de 60-jarige Nederlander Willem Jeths. Hij was van 2014 tot 2016 de eerste ‘Componist des Vaderlands.’ Een man die een opera schreef van anderhalf uur die toegankelijk is, volledig tonaal en kleurrijk gecomponeerd met een filosofische benadering van het begrip kunst als belangrijkste onderwerp. Het libretto is van Frank Siera. De melodieën van Jeths vind ik mooi en ze werden ook schitterend gezongen. De sopraan Verity Wingate steelt in de titeltol de show. Dat deed ze met overtuigingskracht. Ook zangtechnisch was ze goed op dreef. Het Amsterdamse orkest Sinfonietta begeleidde onder leiding van dirigent Geoffrey Paterson de zangers waarvan de meesten   behoren tot het gezelschap van de Nederlandse Opera.
Mooie kleding
Laat ik u meteen vertellen dat ik prachtige beelden op mijn pc kreeg die voor een groot deel te danken waren aan de bijzondere kleding ontworpen door de bekende modeontwerper Jan Taminiau die over het grootste atelier in Nederland beschikt. Hij was gevraagd kleding te ontwerpen voor maar liefst 40 personages en liet zich daarbij inspireren door kwallen en paddenstoelen. Er werd een beroep gedaan op het archief van de Nederlandse Opera om daar nog een aantal kostuums aan toe te voegen voor soldaten en advocaten. De opvallende decors, met rijk aandoende rekwisieten, waren van Marcel Warning.
Levend kunstwerk
De opera gaat over het leven van de puissant rijke, Italiaanse markiezin Luisa Casati Stampa di Soncino. Zij hield er een uitzinnige levensstijl op na in de society van Parijs, Venetië en Rome. Bekend is dat zij kort voor de eerste wereldoorlog in haar Venetiaanse paleis decadente feesten gaf waarvoor veel kunstenaars werden uitgenodigd. Haar gedrag, kledij en levenswandel leidden er o.m. toe dat ze zich veelvuldig liet portretteren door kunstenaars zoals Kees van Dongen, Filippo  Marinetti, Man Ray, Romaine Brooksen en Giovanni Boldini.  Casati omringde zich met talrijke kunstenaars wellicht om haar motto was  ‘Ik wil een levend kunstwerk zijn.’ te realiseren.
Het waarheidsgehalte in de kunst
De opera van Willem Jenths roept de kijker tevens op om na te denken over het waarheidsgehalte van kunst. De vraag komt aan de orde of er een spanningsveld is tussen de getoonde, dikwijls symbolische, expressie van schilders en de werkelijkheid.
Of geeft een beeld een gedroomde werkelijkheid weer? De vraag doet zich ook voor wat voor kunst wordt aangezien. De ‘schoonheid’ van oorlog komt zelfs ter sprake en kan die  oorlog gezien worden als kunst? Is een mens ook een kunstwerk? Veel gelovigen zullen dit beamen de mens als een kunstwerk van God.

bloemetje voor Willem Jeths, wel in een schilderij.

De finale is een uitdaging voor Casati. Ze wordt met een kwast en verf weergegeven op een groot doek dat op de grond ligt. Ze krijgt ondertussen  te horen dat al haar bezittingen in beslag zijn genomen en de deurwaarders haar paleis leeg halen. Op het doek boet ze aan schoonheid in. Een lamento sfeer is onontkoombaar. Zo blaast deze opera haar laatste adem uit.
twee opvallende uitspraken zijn me bijgebleven:
I De glans aangebracht op een schilderij is niet de weergave van de werkelijkheid.
II Mijn ogen hebben nog nooit zo helder gezien als gesloten.

De generale repetitie van Ritratto (Italiaans woord voor portret) is sinds afgelopen zondag tot 6 april te zien op YouTube op een kanaal van de Nederlandse Opera.

Nerone op de troon

Zondag 8 maart 2020 was ik in de Pathé bioscoop in Tilburg met nog dertig Händel (1685-1759) liefhebbers. De in Venetië in 1709 in première gegane opera Agrippina, nu vertoond via een straalverbinding vanuit New York, bracht weer voor de zoveelste keer een bijzondere  voorstelling op die me lang zal heugen.

De productie van David McVicar Is ontleend aan de historie van het Romeinse rijk omstreeks 54 na Christus toen het keizerspaar Claudio-Agrippina op de troon zat. McVicar verhaalt over het machtsmisbruik en het perverse obscene gedrag van Romeinen op machtige posities en vertaalt dit proces naar de moderne tijd. Ironie en humor waren twee belangrijke elementen in deze barok opera met haar ontelbare dacapo aria’s afgewisseld met recitatieven secco.
De opera gaat in eerste instantie over de opvolging van keizer Claudio, vertolkt door de Britse bas Matthew Rose. Hij oogt vermoeid maar speelt en zingt zijn rol indrukwekkend! Hij is een man die macht uitstraalt maar net als zijn vrouw Agrippina van list, bedrog, intimidatie en overspel aan elkaar hangt. Vooral Agrippina is een demonisch personage dat de touwtjes in handen heeft en iedereen voor haar karretje wil spannen. Ze is een door en door slecht mens. Niemand is veilig voor haar en ze zet alle middelen in om haar doel te bereiken. Ze weet zich in hachelijke situaties te redden als haar plannen dreigen mis te gaan. Zij wil haar zoon, de dan nog jonge Nerone (Nero), als opvolger van de dood gewaande Claudio, op de troon. Claudio is echter gered tijdens een scheepsramp door zijn generaal Ottone. Aan hem wordt als beloning de troon beloofd, tot woede van Agrippina. Met Nerone, vertolkt door de mezzosopraan Kate Lindsey, maken we de geboorte mee van een monster. Hij is in de opera de enige die evolueert maar niet in positieve zin. Als adolescent is hij afhankelijk van zijn moeder die hem psychologisch mishandelt. Pas aan het einde van de opera staat hij op eigen benen maar dan is al te zien aan zijn seksuele benadering van de hofdame Poppea, de geliefde van Ottone, hoe destructief hij zich ontwikkelt.

Muziek
Het muzikale materiaal werd vertolkt door het orkest van de Met onder leiding van de Britse dirigent Harry Bicket die tevens beschikte over een topcast. De vertolking van het werk was zowel musicerend als acterend van hoge kwaliteit zodat verveling, al duurde de opera bijna vier uur, was uitgesloten.
De momenten van triomfalisme werden geaccentueerd door het gebruik van trompetten. De muziek van deze opera, die volledig in dienst stond van de tekst zoals dat in het baroktijdperk gebruikelijk is, was fantastisch.
Händel componeerde prachtige muziek met een vleugje satire en met contrasterende muziek voor de twee vrouwen: de intimiderend acterende Agrippina, vertolkt door mezzo sopraan Joyce DiDonato en Poppea gezongen door de heldere, verleidelijke sopraan Brenda Rae. Deze twee Amerikaanse vrouwenstemmen beheersten die zondagmiddag het podium door hun zware rollen perfect voor het voetlicht te brengen.

Met haar mooie volle stem bleek Joyce DiDonato geknipt voor deze rol. Zij beheerste de terrassendynamiek van de barok en kan haar stem kleuren naar believen. Ook zij kon rekenen op een grote ovatie na haar swingende aria “Ogni venti ” aan het einde van het tweede bedrijf. De indrukwekkende  bas Matthew Rose vertolkte de rol van de vermoeid ogende keizer Claudius. De rol van Poppea werd gezongen door de verrukkelijk zingende  Breda Rae. Zij had drie aanbidders: Ottone, Nerone en Claudio en speelde hen tegen elkaar uit om de listen en plannen van Agrippina te ontmaskeren. Ze speelde haar rol vol overtuiging en had met haar versieringen en topnoten geen enkele moeite. Na haar grote aria “Se giunge dispetto” aan het einde van het eerste bedrijf kreeg ze een enorme ovatie.  Alle personages, behalve Ottone hebben een donkere kant. Ze zijn gemeen, hebzuchtig, gretig en gulzig naar macht en verzot op luxe, rijkdom en status.
Mijn bewondering ging uit naar de Engelse countertenor Iestyn Davies als de ambitieuze generaal Ottone. Zijn optreden vond ik een sensatie. Zuiverheid van stem paarde hij soms aan een fantastisch pianissimo daarbij begeleid door enkele blazers. Hij was de enige die sympathie opriep omdat hij omwille van de liefde af wilde zien van de troon. Ook hij kreeg een enorm applaus na zijn vertolkte aria’s.

Regie

Links:Poppea,rechts Agrippina

Centraal stond op het podium een enorm hoge trap met bovenop een gele troon.  Agrippina had de bedoeling  om haar zoon Nerone erop te brengen. Alle intriges en listen om de bestijging van de  troon  waren geconcentreerd rondom dit object.
In het tweede bedrijf verplaatste de handeling zich naar een eigentijdse bar waar een klavecinist  als een barpianist het te veel drinkende gezelschap vermaakte.
Alle protagonisten waren gekleed volgens de hedendaagse mode. Zij speelden vol overgave hun uitgekiende rol dankzij een uitstekende personenregie.
De opera Agrippina is werkelijk een van de hoogtepunten van dit seizoen waarin de Metropolitan Opera weer een belangrijke rol speelt. Niet in het minst vanwege haar potentie om via een straalverbinding miljoenen mensen de gelegenheid te bieden om van belangrijke opera-evenementen te genieten waar zij normaler wijze geen gelegenheid voor hebben.

 

 Op zaterdag 29 februari zag ik in de Schouwburg van Tilburg een voorstelling van Opera Melancholica.
Vrijwel onvoorbereid, oei wat slecht, kwam ik al snel tot de conclusie dat ik naar een bijzondere voorstelling keek van het gezelschap OPERA2DAY. Het werd een avond die je de mogelijkheid bood tot zelfconfrontatie om je eigen strijd, om jezelf te kunnen of mogen zijn en je mogelijke onevenwichtigheid tussen gevoel en denken, zo nodig in evenwicht te brengen. Dat is nogal wat. De centrale vraag die daarbij aan de orde is hoe intensief is de impact van je herinneringen uit vervlogen tijd op het hier en nu. Het gaat dan vooral om de verhoudingen binnen de driehoek: denken, voelen en bewustzijn.

Abstracties
Artistiek leider van OPERA2DAY, Serge van Veggel, haalde de ideeën van Freud en de Oosterse filosofie van stal, zodat de personages voor méér komen te staan dan uitsluitend hun fysieke werkelijkheid, namelijk voor abstracte begrippen. Roderick is nu symbool voor het denken; Madeline, zijn tweelingzuster, voor het gevoel; William, zijn vriend die op bezoek komt omdat Roderick depressief is, staat voor het bewustzijn. Het idee van de theatermakers is dat door het maniakale denken het gevoel kan worden verdrongen en dat het bewustzijn dan de zaken weer in balans zou kunnen brengen.
Voordat de opera echt begint zien de toeschouwers acteur Broeders als een laconieke geneesheer-directeur op het podium staan om iedereen welkom te heten in het Anatomisch Theater van de Psyche. Hij nodigt enkele mensen uit het publiek uit om, op basis van door hen ingevulde enquête formulieren, wat te vertellen over hun mooie herinneringen, troostrijke gebeurtenissen uit het verleden of depressies. Een dokter in de zaal verhaalt over mensen die met depressies op haar spreekuur komen. Heel leerzaam.

Roderick en Madeline

Maar dan komt de problematiek heel dichtbij want Opera Melancholica is gebaseerd op een ‘gotisch’ verhaal van de 19e-eeuwse Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe, De val van het Huis Usher. Daarin bezoekt een man, William, een griezelig, door donker water omgeven, oud kasteel, omdat Roderick Usher, een oude studievriend van hem die daar woont, hem te hulp roept. Er gebeuren vervolgens akelige dingen die te maken hebben met de dood van Roderick’s al dan niet imaginaire zuster Madeline.

Philip Glass
In 1988 heeft de Amerikaanse minimal music componist Philip Glass over De Val van het Huis Usher  een korte opera van gemaakt, voor een uit twaalf personen bestaand muziekensemble met muziek die dirigent Carlo Boccadoro hier dramatisch, maar ook heel passend en spannende laat klinken.
Je ondergaat daardoor de opera niet meer alleen als een somber, maar buitengewoon mooi spel in en om een grote, zwarte waterplas, met in het midden een gigantische, doorzichtige schedel (scenografie Herbert Janse). Daarin zetelt het brein van Roderick, die door tenor Santiago Burgi bezeten gestalte krijgt.
William wordt vertolkt door bariton Drew Santini die na enige tijd steeds meer meegaat in de wanen van zijn vriend. Danseres Ellen Landa is een mooie, kwijnende, bijna etherische Madeline (choreografie Ed Wubbe van Scapino). De partij van Madeline wordt achter de schermen woordloos maar wel fraai gezongen, door  sopraan Lucie Chartin.

 Lucide dromen
Melancholie is ons mensen eigen. Het kan ons overkomen. Zwaarmoedigheid en depressies komen relatief veel voor. We kijken dan op een bepaalde manier naar ons bestaan en beseffen onze sterfelijkheid. We koesteren lucide dromen over een betere wereld en over een leven voorbij de dood. Overweldigende vergezichten. Maar voor die idealen betalen we een prijs: de angst en de weemoed als we weer zijn teruggeworpen in de harde realiteit. Als we die terugweg nog kunnen vinden. Wie herkent dit?

Aan het einde van de opera klapt de glazen schedel open en zien we dat daar een klein, onschuldig jongetje in zit, die verbaasd naar zijn zeepbellen kijkt. Alsof hij nog écht zichzelf kan zijn. Hoe echt is dit?

 Zondagmorgen 9 februari 2020, tegen 11.00 uur. Zal ik naar de Pathé bioscoop in Tilburg gaan? Het waait stevig. De storm Ciara kondigt zich al aan. Ik besluit te gaan en stap even later uit de auto om bioscoop Pathé in Tilburg binnen te stappen. Enkele reclameborden liggen zojuist omgewaaid aan mijn voeten. Kom ik straks veilig thuis en komen er nog wel bezoekers naar de opera Porgy and Bess van Gershwin?

Jawel hoor, er waren 95 liefhebbers. Meer dan ik verwachtte. Om 15.00 uur zou de opera eindigen en de storm zou Tilburg nog niet in alle hevigheid bereiken, zo vertelde men mij. Klopte. Om 15.00 uur stond ik weer buiten, samen met veel tevreden bezoekers. Toch herinnerde  ik me één bezoekster die naast me zat en bij de laatste noot voor de pauze aankondigde te willen vertrekken. ‘Ik ben om louter nostalgische gevoelens naar het theater gegaan en heb de belangrijkste songs gehoord die ik me van vroeger herinner. Het is genoeg. ‘ De drukte, gedurende de eerste anderhalf uur, op het podium was deze dame op leeftijd net iets te veel. Ik kon dat met haar meevoelen.  Wie van beleving houdt, van kleurrijk geklede zangers en dansers en enkele sterke choreografieën van Camille  Brown, kwam al snel aan zijn trekken en vooral als de bekende songs werden gezongen zoals  ‘Oh i got plenty o nuttin and nuttin’s plenty fo’me…’ en ‘Summertime’ en It Ain’t Nesessesarily So.

 De laatste 30 jaar was Porgy and Bess niet opgevoerd in de Metropolitan Opera. Het werd dus hoog tijd om dit Amerikaanse populaire werk  van Gershwhin onder de aandacht te brengen. De verwachtingen waren hoog gespannen en de aangetrokken cast zag er aantrekkelijk uit. Allereerst was daar de voortreffelijk zingende Eric Owens die de rol van Porgy al jaren speelt en ook vastgelegd heeft op een dvd. Owens stem was op zijn best. Hij was het voorbeeld van een zanger die tijdens zijn optreden groeide om het allerbeste uit zichzelf te halen. Hij moest een gevecht leveren met Crown om de liefde van Bess te continueren. De sopraan Angel Blue, met haar prachtige legatolijnen, deed niet voor Owens onder. Haar ‘Summertime ’ klonk fantastisch. Opvallend was ook de dramatische zang van Latonia Moore als Serena met haar ‘My man’s gone now.’ Ze bouwde haar aria met toenemende spanning op. De intensiteit waarmee ze zong sloeg aan bij het auditorium dat haar beloonde met een groot applaus. Een zeer meeslepend moment. Niet minder indrukwekkend waren de optredens  van de afschuwelijke, seksueel misbruik makende Crown vertolkt door  de bas-bariton Alfred Walker en de slimme, aalgladde drugsdealer Sportin Life, vertolkt door de tenor Frederick Ballentine, die met zijn ’charmes’ er alles aan deed om Bess tot de zijne te maken. Hij slaagde er in haar te verleiden met hem naar New York te gaan ver weg van haar leefgemeenschap huizend in de Catfish Row woningen en Porgy daar achterlatend. Die besluit om haar te gaan zoeken in die grote stad. De liefde van Porgy voor Bess blijkt onvoorwaardelijk! Ontroerend!

Het orkest speelde uitstekend en gaf de zangers de mogelijkheid uit te blinken en hun interpretatie van hun rollen mooi te kleuren.

 Het verhaal speelt zich af in een arme Afro-Amerikaanse wijk in Charleston. South Carolina aan het begin van de twintigste eeuw. Het drama is gebaseerd op de roman Porgy van DuBose Heywards. George Gershwin schreef de muziek en zijn broer Ira het libretto. Tegen de achtergrond van armoede en drugshandel werd  de relatie tussen de verlamde bedelaar Porgy en de verslaafde Bess met indringende beelden voor het voetlicht gebracht. Dat speelde zich voornamelijk af voor de twee verdiepingen hoge poppenhuisachtige gebouwen.
Regisseur James Robinson zorgde voor een traditionele productie. De enscenering ging in 2018 in première in Londen en was in januari 2019 te zien in Amsterdam.

Na afloop was het applaus in de Met overweldigend. Begrijpelijk: het verhaal werd duidelijk verteld door een uitstekende cast en de toegankelijkheid van het werk was onmiskenbaar groot. Of de liefhebbers van klassieke muziek aan hun trekken kwamen weet ik niet echt. Om 15.00 uur was er geen echte storm. Dus toch een aantrekkelijke zondag gehad met een veilige thuistocht!

Vierenzestig mensen waren op 28 januari  naar het Cultureel Centrum Jan van Besouw in Goirle gekomen om een dvd opname van de opera Boris Godounov  te zien.  Ik was na afloop nieuwsgierig  of de compositie van Moussorgsky (1839-1881) in goede aarde was gevallen. Het was niet gemakkelijk om daar achter te komen. De meeste mensen in Goirle zijn gewend aan een Italiaanse  of Franse opera met een maximum duur van  twee uur en vijftien minuten met liefst enkele virtuoze aria’s en aansprekende koren. En wat kregen de vierenzestig dapperen voorgeschoteld? Russische muziek en onverstaanbaar Russisch Sprechgesang, veel dramatische momenten en muziek die werd bestempeld als zeer somber en bovendien een uitvoering die door mij van meer dan drie uur was teruggebracht tot twee en een half uur.
Toch peilde ik hier en daar of men tevreden huiswaarts zou gaan. Tot mijn verbazing op mijn vraag ‘wat vindt u ervan’ reageerde een dame vlot: ‘Ik heb nog nooit een opera gezien of beluisterd. Het was de eerste keer. Ik vond het geweldig. Wanneer komt de volgende opera op het scherm?’ Anderen vonden de opera wel mooi maar moesten wennen aan de muziek die orkestraal zeer somber was. Er waren wel complimenten voor het uitstekende melancholisch zingende koor dat een klagend volk representeerde tussen 1682 en 1689. . ook lof voor de acteer- en zang prestaties van Robert Lloyd als Boris, Yevgeni  Boitsov als de corrupte bojaar Shuisky en Alexei Steblianko als de monnik Grigory (de valse Dmitri).
De muziek heeft een grote directheid, de monologen zijn vertellend en de dialogen uitermate spannend vooral die tussen Boris en zijn zoontje Feodor en Shuisky. Vanwaar die somberheid?
Die is wel verklaarbaar. De opera gaat over wie de rechtmatige heerser is op de troon. De patriarch had destijds Boris tot tsaar gekroond. Maar had de tsaar die kroon wel op een rechtmatige wijze verkregen? Was die kroon eigenlijk niet bestemd voor de nog jonge Dmitri, de derde zoon van Ivan de Verschrikkelijke, die dood was gevonden in de buurt van een klooster. Naar aanleiding van de uitgelekte tekst van de kroniekschrijver van de Russische geschiedenis, de monnik Pimen, ging het gerucht in Rusland dat Boris de hand had in de moord op Dmitri. Het verdeelde het arme Russische volk tot op het bot maar ook de bojaren in de Duma tijdens hun besluitvorming. Wat moesten zij aanvangen met de valse Dmitri die zich uitgaf voor de ware Dmitri en op weg was naar Moskou om het leger van Boris te verslaan en de troon over te nemen?

Shuisky en de Bojaren

 Onderspit
In de eerste scène van het vierde deel wordt de aandacht opnieuw gevestigd op het volk dat op een plein bij de kathedraal van Moskou bijeen komt. Het mort, lijdt honger en bedelt om een paar aalmoezen als Boris verschijnt. Het geloof in de wederopstanding van de tsarevitsj Dmitri heeft bij de mensen post gevat. Boris loopt een bedelmonnik, vertolkt door Vladimir Solodovnikov, tegen het lijf en vraagt hem om voor hem te bidden. De ‘heilige dwaas ‘ weigert dat categorisch. Dat zal hij nooit doen voor een kindermoordenaar. Het is een scène die door de houding van de monnik en de prachtige voordracht en zang van Solodovnikov een bijzonder moment in de opera is. De machtige tsaar delft het onderspit tegen een simpele monnik. De tsaar voorkomt zelfs dat een politieman de monnik arresteert.

Waanzinnig
Daarna zien de toeschouwers hoe het er naar toe gaat in de Duma. De in prachtige kostuums gestoken Bojaren besluiten dat de valse Dmitri, als hij tenminste gevangen wordt genomen, de meest verschrikkelijke martelingen moet ondergaan en moet worden gedood. Shuisky heeft inmiddels geconstateerd dat in een van de vertrekken van het Kremlin Boris waanzinnig wordt. Hij strompelt de vergaderlocatie van de Duma in, laat zijn zoon Feodor bij zich komen omdat hij voelt dat hij gaat sterven. Hij zakt in elkaar en vraagt God om vergiffenis.
Hij geeft Feodor goede raad hoe als nieuwe heerser om te gaan met het volk en de Bojaren. Hij drukt hem op het hart goed voor zijn zus Xenia te zorgen. De monoloog van Boris is erg indrukwekkend en Robert Lloyd als het ware op het lijf geschreven. Gebruikmakend van zijn enorme volumineuze kracht en de hele breedte van zijn stem maakt hij van de sterfscène een emotioneel hoogtepunt van het werk waarmee in veel theaters de opera eindigt. Maar niet in deze uitvoering. De valse Dmitri arriveert met zijn juichend leger in de buurt van het Kremlin terwijl de bedelaar  zingt over het droevig lot dat Rusland overkomt.
De laatste beelden laten het grote aantal doden zien dat slachtoffer werd van een revolutionaire aanpak van de valse Dmitri. Lang is hij niet aan de macht geweest.

Moessorgsky

 Roemrijke historie
Boris Godoenov is Moessorgsky’s meesterwerk gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Poesjkin, die zich op zijn beurt weer liet inspireren door de historische tragedies van Shakespeare, ging in 1874 in première. Het onderwerp, de machtsstrijd rond de troonopvolging van Ivan de Verschrikkelijke speelde perfect in op de in de jaren zestig en zeventig van de 19e eeuw heersende belangstelling voor de roemrijke Russische historie.
Moessorgsky’s collegae en het publiek hebben hem lang niet altijd serieus genomen en hem afgeschilderd als een woeste dronkenlap, die tijdens de schaarse perioden dat hij bij zinnen was af en toe en bijna per ongeluk, meesterwerken produceerde. Het is waar, hij stierf letterlijk aan de drank. Maar ook is waar dat hij een natuurtalent was. Hij ploeterde met de materie, schaafde en veranderde voortdurend. Zo ontstonden werken in een doorzichtige, directe, maar voor die tijd zeer ‘moderne’ klanktaal. Alle muziek van deze componist is dramatisch, beeldend en vertellend.

 De opera Wozzeck van de Oostenrijkse componist Alban Berg (1885-1935) past niet zozeer in het gangbare operarepertoire en in de traditie van de grote operahuizen. Het werk, dat in première ging op 4 december 1925 in Berlijn, heeft een bijzondere stijl en is erg somber. Het staat bovendien op afstand van de persoonlijke sympathieke ervaringen zoals je die je hebt bij het luisteren naar Mozart, Verdi en andere bekende componisten.
De regie van dergelijke producties is daar ook voor een deel verantwoordelijk voor.

Dat is zeker het geval bij de opera Wozzeck van Alban Berg die ik zondag 19 januari in de Pathé-bioscoop in Tilburg zag. Slechts vijftien mensen hadden zich  gewaagd aan deze opera. Enkelen die ik aansprak oordeelden dat zij geen herhaling van deze voorstelling wilden zien. ‘ Te somber, geen fijne muziek’, luidde het oordeel.
De extreme gekte van het hoofdpersonage, een eenvoudig soldaat die door krankzinnigheid gedreven, tot moord en zelfmoord komt, past niet zozeer bij de smaak van het hedendaags publiek. Dergelijke ensceneringen worden soms tussen opvallende, kunstzinnige coulissen bekeken maar het werkelijke drama wordt niet echt gevoeld omdat het te ver van de mensen af staat.

Verschrikkingen
De nieuwe productie van Wozzeck van de Zuid Afrikaanse regisseur William Kentridge, uitgevoerd in de Metropolitan Opera van New York, biedt de toeschouwer de gelegenheid om in de krochten van de menselijke ziel te kijken. Deze enscenering, met in de hoofdrol de beroemde Zweedse bariton Peter Mattei, presenteert de verschrikkingen die Berg zag tijdens ervaringen in de eerste wereldoorlog. Wozzeck is een gezonde man die in feite gek werd gemaakt door gekken, notabene zijn sociale superieuren, waarvan hij ook nog eens financieel afhankelijk is, zoals de sadistische kapitein (Gerhard Siegel) en een gestoorde arts (Christiaan van Horn) die medische experimenten op hem uitvoert!
Wozzeck bood de toeschouwers daarom niet het genoegen te kunnen genieten van oorstrelende muziek. Daar was ook geen enkele reden toe. De opera gaat over een drama in een wereld die onstabiel en vooral chaotisch is en waarin een eenvoudige, arme soldaat het slachtoffer wordt van pesterijen en bespotting door een kapitein en een tamboer-maitre die ook nog zijn vrouw verleidt, hetgeen hem tot moord en zelfmoord drijft.

 Projector
Wozzeck stelt bij de aanvang van de opera een projector op en toont films uit de oorlog die nare herinneringen oproepen. Wozzeck raakt geschokt, wordt gek van zijn ervaringen. Hij voelt zich hulpeloos omdat hij geen zelfbewustzijn heeft. Hij ziet afbeeldingen van verminkte soldaten, kinderen met gasmaskers op en in de derde acte wordt er een gevechtskaart van het Belgische Ieper geprojecteerd.  Het publiek ziet deze drukke beelden ook. Ze worden als houtskooltekeningen geprojecteerd en daarover springerige filmbeelden.
Mattei is op dreef. Hij spreekt, zingt en acteert uitstekend. Kortom hij beheerst het podium. Sopraan Elsa Heever speelt en zingt voortreffelijk de rol van zijn vrouw Marie. Ze is net zo’n leeg personage als Wozzeck. Zij voelt zich vooral aangetrokken door de opzichtige uniformen van leeghoofdige officieren en muziekleiders.
Het kind van Wozzeck en Marie werd verbeeld door een manipuleerbare pop voorzien van een wit masker, een marionet. In mijn ogen een goede greep.

Muziek
Dirigent Yannick-Nézet-Séguin en de orkestleden verdienen lof voor hun orkestrale spel dat zowel tonale als atonale passages omvat. Echte aria’s komen bij Berg niet voor. Dat is bekend. Zijn muziek doet denken aan uitstekende filmmuziek. Althans mij. Naarmate de voorstelling vorderde, werd de muziek donkerder en dieper en bereikte een hoog spanningsgehalte.

Na afloop van de opera heb ik het gevoel dat ik hier en daar wat heb gemist en de voorstelling eigenlijk nog een keer moet zien. Er is veel symboliek en er valt veel uit te leggen. Deze opera biedt zeker de mogelijkheid tot reflectie maar liet me emotioneel toch koud. Ik vraag me achteraf toch af hoe dat komt?

Al weer een hele tijd geleden zag ik in de opera van Vlaanderen de opera Akhnaten van de Amerikaanse componist Philip Glass (1937)die vijftien opera’s op zijn naam heeft staan. Eerder zag ik ook zijn Satiagraha (1980). Behalve deze twee heb ik niet eerder een van zijn vijftien opera’s gezien. Ik was tijdens de twee uitvoeringen zo geïmponeerd door de muziek dat ik mezelf beloofde de eerste beste kans te grijpen om naar een theater te gaan waar een werk van de Amerikaan zou worden uitgevoerd.

Op maandag 9 december 2019 jl was het zover. In de Pathé-bioscoop in Tilburg zag ik een uitvoering van de Metropolitan Opera van Akhnaten, die in 1984 in première ging in Stuttgart. Ik heb er geen moment spijt van. Ik voel me zelfs nu nog enigszins betoverd door de repetitieve patronen van de muziek waardoor je in trance kunt raken. Hoe is het toch mogelijk dat het ontelbare malen herhalen van een muzikale zin met een superstrak ritme, met het toevoegen en weer weglaten van enkele noten, je zo kan meevoeren in een andere muzikale wereld dan die waar je aan gewend bent? Toch vreemd dat verveling uitbleef. Soms lijkt de muziek op een gebouw van stenen die zo nu en dan over elkaar heen schuiven. Denk niet dat ik ook maar één zangstuk hoorde dat doet denken aan een klassieke aria. De melodieën die orkest en zangers laten horen kennen geen aanloop, geen oplopende spanning in het middenstuk en ook geen explosieve finale die je voelt aankomen.
Het orkest van de Met, onder leiding van de vrouwelijke dirigent Karen Kamensek, maakte veel gebruik van slagwerk en percussie maar speelde  zonder violen (wel altviolen) waardoor de sobere klankkleur van de muziek voor een belangrijk deel werd bepaald door de blazers.

Geschiedenis
Op het podium was ook van alles te beleven. Er waren dansers, zangers en jongleurs die fragmentarisch de opkomst en ondergang van de dominante Egyptische farao Akhnaten uitbeeldden (1351 tot 1334 v.C. ) Glass’ opera gaat over macht. Als opvolger van zijn vader Amenhotep III werd farao Akhnaten gekroond. De vorst introduceerde een ingrijpende wijziging in de heersende cultuur. De oude traditionele goden mochten niet langer worden vereerd, maar de zonnegod Aton moest worden geëerbiedigd als een unieke god die in de gedaante van een zonneschijf steeds zichtbaar was. Akhnaten beschouwde zichzelf als de enige zoon en profeet van Aton en profileerde zich als godkoning.
De vorst stichtte een compleet nieuwe stad: “Horizon van Aton” en werd aanvankelijk zeer gewaardeerd door zijn onderdanen tot hij zijn band met het volk verwaarloosde en zijn leger niet opgewassen bleek te zijn tegen vijanden die delen van zijn land annexeerden. Een volksopstand na 17 jaar regeren werd Akhnaten, zijn vrouw Nefertiti en hun zes dochters fataal. De stad werd vernietigd en het einde van het regiem was een feit.
De productie van deze opera was van de Engelse regisseur  Phelim McDermott. De dramatiek in deze opera is niet zo groot maar McDermott slaagde erin om een enorme hoeveelheid spanning te creëren door krachtige motieven te gebruiken die een essentieel onderdeel van de structuur uitmaken. De samenzang van vrouwen klonk me niet zo consonant in de oren maar het koor, dat het volk of priesters vertegenwoordigde, maakte een grote indruk. De zich herhalende motieven werden krachtig in een sterk ritme gezongen. Schitterend!

De rol van Akhnaten werd gezongen door de countertenor Anthony Roth Constanzo. Of hij nou echt goed was weet ik niet, want zijn presentatie als zanger en acteur lijkt niet op die van een westerse artiest. Het ontbreekt me trouwens aan vergelijkingsmogelijkheden. Constanzo’s voordracht stond me zeker aan! Hij heeft een heldere en krachtige stem.

Scène uit Akhnaten

Opvallend was de rol van Akhnatens vader, Amenhotep III. Die verschijnt als een geest die in het Engels commentaar geeft op de ontwikkelingen, datgene wat in het oud Egyptisch wordt gezongen. Acteur Zachary James vertolkte met een meer dan krachtige stem uitstekend deze spreekrol.

Toneelbeeld
Het toneelbeeld zag er nooit statisch uit. Zo werd vermeden dat het werk met zijn sterk meditatief en repetitief karakter een saai toneelbeeld opriep. De regie gebruikte daarbij ook slow motion-acties waarbij de acteurs heel bewust van moment tot moment bewogen, zodat het publiek het grotere tableau kon overzien zonder een beat te missen. Het gebruik van deze techniek was met name effectief tijdens ‘Attack and Fall’, waarbij de dochters van Akhnaten worden gevangen genomen door de felle menigte. Akhnaten rent achter hen aan, zijn mond verlamd van angst, maar zijn toch te langzame beweging onderbreekt het cruciale moment en maakt hem des te machtelozer.
Het podium werd ook dikwijls bezet door symbolische figuren die werden voorgesteld door jongleurs of de goden.
De kostuums waren zo prachtig dat we gerust kunnen spreken van een kostuumopera. De protagonisten die bij de koninklijke familie behoorden waren grotendeels in gouden kleding gestoken. Ook anderen droegen met goud geaccentueerde kostuums. Het zag er prachtig uit.

Het paar Akhnaten en Nefertiti

De meest ontroerende scène die McDermott het publiek bood, was een hypnotische liefdesscène tussen Akhnaten en zijn vrouw Nefertiti waarin de twee langzaam over het podium naar elkaar schrijden. Ze slepen beiden een lange rode sluier achter zich aan en verenigen zich in het midden van het podium waarbij het paar en de sluiers zich verbinden en dat lijkt op een onbeperkte rode draad, een symbool van een eeuwig durende liefde.

Trilogie
Akhnaten is de derde opera van een trilogie. Einstein on the Beach gaat over wetenschapper Einstein, Satiagraha brengt de weerstand tegen tirannie door Gandhi in beeld en Akhnaten toont hoe macht corrumpeert en leidt tot verwoesting van een cultuur.

Akhnaten is verdeeld in drie bedrijven. De muziek is in elke acte doorlopend en de scènes volgen elkaar op zonder pauze.  De woorden in de zangteksten zijn afkomstig uit verloren oude talen. De problemen met het vocaliseren daarvan werden opgelost door de ritmen en de intonatie uit een lang vergeten tijdperk te creëren. Een uitzondering is de hymne aan Aton in het tweede bedrijf. Akhnaten drukt daarin zijn diepe persoonlijke emotie en gedachten uit. Daarom wordt de hymne steeds gezongen in de taal van het land waar de opera wordt opgevoerd. Dit keer dus in het Engels

Akhnaten eindigt op de tonen die een sombere melancholie uitdrukken. De arpeggio-muziek van Glass wijkt niet af van de eeuwige ritmische nadruk, maar de emoties, zoals verbeeld door de enscenering, zorgen voor een diepe reflectie op hoe de samenleving het verleden vaak laat sterven en zelfs vermoordt als zij dat nodig acht.

Inhoud en uitvoering maakten een grote indruk op me. Jammer dat er weer weinig operaliefhebbers kwamen opdagen.

 

 

De uitvoering van Madame Butterfly in de Pathé bioscoop op 17 november 2019 in Tilburg werd door circa 60 enthousiaste liefhebbers bijgewoond.  De voorstelling betrof een satellietuitzending van de Metropolitan opera in New York. Al in 2009 zag ik deze productie van regisseur Anthony Minghella. Ik vond hem toen al heel bijzonder. En dat vind ik nog steeds. Dat is vooral te danken aan de samenwerking van de winnaar van de Academy Award, filmproducer Anthony Minghella, de danser en choreograaf Carolyn Choa en de leiders van het poppentheater Blind Summit, Nick Barnes en Mark Down. In het theater van dit laatste tweetal zijn de mensen die de poppen in Bunraku stijl aansturen enigszins zichtbaar voor het publiek. Het leverde tot mijn verbazing geen irritatie op.

Veel publiciteit
Deze Butterfly was zeker niet modern te noemen, maar door het op een uitdagende wijze samenbrengen van andere autonome kunstvormen werd deze uitvoering een ongekend succes. Dansers zorgden voor de uitbeelding van de Cio-Cio-San (Butterfly) tragiek door fraai te bewegen wanneer de gedachten van de Japanse afdwaalden naar de tijd dat ze als geisha door het leven ging.      Ook indrukwekkend was het optreden van een danser die manipuleerde met een pop die identiek wasaan de vrouwelijke hoofdrolspeelster tijdens een instrumentaal intermezzo bij de aanvang van het 2e deel van het 2e bedrijf. Hij ging tijdens zijn dans zo met deze pop om dat iedereen begreep dat het koppel Pinkerton de tand des tijds niet zou doorstaan.Aanleiding tot veel publiciteit in New York was destijds de inzet van een pop in een matrozenpakje in plaats van een tweejarig jongetje als protagonist voor het zoontje van Pinkerton en Butterfly. Drie miniem zichtbare manipulators wisten het poppetje zo natuurlijk te laten bewegen dat een aantal toeschouwers beweerde dat de inzet van deze pop meer realistisch was dan die van een jongetje dat nauwelijks een dergelijke rol kan spelen.   Anderen vonden het intrigerend maar ook vreemd. Sommigen waren  ontroerd door de suggestieve en natuurlijke wijze waarop de pop speelde. Opvallend was ook hoe goed acterend Hui He als Butterfly, Elisabeth Deshong als Suzuki en Paulo Szot als Sharpless met grote nuance reageerden op het gedrag van de pop. Het was aandoenlijk om te zien.

Uitstekende cast
Hui He was een fantastische Butterfly. De 47-jarige Chinese zangeres acteerde ondanks haar forse gestalte zo veel als mogelijk als een jong meisje. Haar zang en spel deden iedereen vergeten dat haar lichaamsomvang niet overeen kwam met dat van een 15 jarige die haar eerste huwelijksnacht tegemoet gaat. De rol is op zich zelf al lastig genoeg, want zij moet in het eerste bedrijf haar stem licht houden maar in het tweede bedrijf schakelen naar volle tragiek. Die gedachte komt bij me op als ik terug denk aan de wijze waarop Hui He tijdens haar aria ‘Un bel di vidremo’  haar dienster Suzuki haar visualisatie van de terugkomst van Pinkerton laat ervaren. Dat is in een woord fenomenaal. Iedere zin, iedere frase is raak. Dat gold ook voor haar hartverscheurende slotaria. De Amerikaanse mezzo-sopraan Elisabeth DeShong zong de rol van Suzuki ook al uitstekend. Zij deelde in de smart en ellende van Butterfly en hielp haar waar ze maar kon. Tegen beter weten in versierde ze met Butterfly de woning vanwege de vermeende thuiskomst van Pinkerton. Bruce Sledge was een welluidende F.B.Pinkerton. Voor hem was zijn optreden tevens een roldebuut in de Met waarin hij de zieke tenor Andrea Carè verving. Aanvankelijk vond ik hem te weinig de uitstraling hebben van een minnaar. Zijn mimiek kwam onverschillig over. Hij had de onsympathieke rol van een gedetacheerd marineofficier In Nagasaki, die van mening was dat hij, zoals de Japanse wet voorschrijft, een 999 jarig huwelijk kon afsluiten met een opzegtermijn van één maand. Bovendien was hij de protagonist die model stond voor de tegenstelling tussen de westerse en Japanse cultuur. Hij beledigde de moeder van de bruid en haar familie in woord en gebaar en schatte slecht in wat het betekende voor Butterfly dat zij door haar familie werd verstoten omdat zij vond dat ze de Japanse goden vaarwel moest zeggen en voor de God van Pinkerton wilde knielen. Na drie maanden huwelijk verliet hij haar en keerde na drie jaar met een Amerikaanse vrouw terug naar Nagasaki zonder ondertussen iets van zich had laten horen. Toch had hij aan Butterfly beloofd terug te keren wanneer de roodborstjes zich hadden genesteld. In Japan was dat inmiddels al drie keer gebeurd. Butterfly vroeg daarom aan de consul Sharpless of roodborstjes dat in Amerika veel minder doen. De Amerikaan antwoordde dat hij geen ornithologie had gestudeerd en het niet wist.

Ondankbare rol

Sharpless leest brief voor aan Butterfly

Sharpless had een ondankbare rol die de Braziliaanse bariton Paulo goed invulde. Hij moest Butterfly meedelen dat FB Pinkerton niet bij haar zou terugkeren maar kon dat nauwelijks over zijn lippen krijgen waardoor Butterfly tot het laatst toe valse hoop koesterde op Pinkertons terugkomst. Ook zijn pogingen om Pinkerton te behoeden voor te lichtzinnig gedrag ten opzichte van Butterfly strandden. Szot’s bescheiden ingehouden expressie paste precies in de lastige situaties die zich voordeden.

Het orkest onder leiding van dirigent Karen Kamensek zorgde voor de juiste sfeer en ondersteuning van de solisten. Het goed zingende koor dat de familieleden van Butterfly vertegenwoordigde was schitterend gekostumeerd door kostuumontwerper Han Feng waardoor deze opera Butterfly er prachtig uitzag.

Ze is mooi, sensueel, pas 16 en moet van haar familie naar een klooster omdat ze op te veel pleziertjes uit is. Men wil haar temmen. Het zal niemand lukken. Manon komt op haar reis, naar dat klooster, in contact met een aantrekkelijke jongeman Chevalier Des Grieux. Ze hebben éénmaal oogcontact en zijn straalverliefd. Maar al spoedig is er, na een kortstondig verblijf met hem in een kleine Parijse woning, een andere kaper op de kust. De puissant rijke oude De Brétegny kan Manon bieden wat de arme Chevalier des Grieux niet kan. Een wuft leven met veel koketterie maar de echte liefde die ze wel ervoer bij haar vorige minnaar des Grieux ontbreekt. Ze kiest voor De Brétegny en verlaat des Grieux. Wel zingt ze voor haar vertrek nog de schitterende, eenvoudige aria ‘Adieu notre petite table.’  Des Grieux, inmiddels in priestertoog, preekt tot zichtbaar genoegen van vrouwelijke kerkgangers, maar ondanks dat hij anders wil doen geloven is hij Manon absoluut niet vergeten. Dit alles begrijpt, ziet en hoort de bioscoopbezoeker dankzij de straalverbinding met de Metropolitan opera.

Triomf
Manon is des Grieux ook niet vergeten. Hun ontmoeting in de kerk is stormachtig en levert tijdens het derde bedrijf het zoveelste prachtige duet op (Toi! Vous!) en wie de sopraan Lisette Oropesa ziet verleiden heeft begrip voor de protagonist pastoor, dat hij de verleidingen van Manon niet kan weerstaan. Zelden zag ik in een kerk zo’n hartstochtelijke minnaars als Manon en Chevalier des Grieux. Het publiek van de Met lijkt de omhelzing van het paar als een triomf van de liefde te beschouwen want nog voor de laatste toon heeft geklonken juicht het uitbundig.

De rol van Des Grieux wordt vertolkt door de 35 jarige Amerikaanse tenor Michael Fabiano. Hij beschikt over een groot volume en beheerst ook het pianissimo en maakt daarbij uitstekend gebruik van zijn kopstem als hij zijn gevoelens vol tederheid voor zijn geliefde wil uitdrukken. Hij komt in de meeste, dramatische situaties zoals in de kerkscène het best uit de verf. Terugkomend op de Amerikaanse sopraan Oropesa, winnares van de Berverly Sills Award 2019, is in grote vorm. Ze heeft een heldere, flexibele sopraanstem en is uitermate geschikt om de mix van lyriek en hevige uitbarstingen over het voetlicht te brengen. Het elan waarmee zij zingt en acteert, doet je vergeten dat ze als 36 jarige een 16 jarige verbeeldt. Ook in de slotscène, waarin Manon uiteindelijk sterft, wordt dat op aangrijpende wijze vertolkt. Tijdens haar laatste uur haalt ze herinneringen op van haar samenzijn met Des Grieux. Het lijkt erop dat ze daarmee definitief afscheid neemt van haar uitgaansleven van pikanterie en goklust. Bij haar weet je het echt nooit zeker! De opera gaat dus ook over het kiezen van de juiste levensstijl!

 Melodieuze muziek
Het liefdesdrama van de componist Jules Massenet (1842-1912) zag ik op  4 november 2019 in de Pathé bioscoop van Tilburg. Dit werk eindigt heel tragisch  en bestaat uit schitterende orkestmuziek en vele aria’s en duetten voorzien van mooie legatobogen. De melodieuze muziek staat steeds in het teken van de stemmingwisselingen ontstaan door de breuken tussen de geliefden en de zinnelijk mondaine schoonheid hetgeen vooral ook in de doorgaans goed uitgevoerde balletten tot uiting komt.
De opera heeft vijf bedrijven, massascènes en één ballet en doet daarom denken aan een Grand Opéra. Volgens de destijds heersende gewoonte werd, vanwege enkele gesproken dialogen, de opera tijdens de première in 1884 in de Opera Comique van Parijs opgevoerd. Het libretto is van Henri Meilhac en Philip Grille. Het was een idee van de componist Massenet om de in 1731 gepubliceerde roman ‘L’Histoire des Grieux et de Manon Lescaut’ van Abbé Prévost op muziek te zetten. Het stuk was destijds een schandaal omdat het handelde over de vrouwelijke seksualiteit en haar macht die erkende burgerlijke normen zouden ondergraven. De roman speelt zich af tijdens het regentschap van Philippe d’ Orléans die bekend stond om zijn seksuele losbandigheid en zijn corrupte levenswandel. De librettisten waren wel zo wijs om, na de Duits-Franse oorlog, in hun libretto niet te verwijzen naar Philippe d’Orléans.

 Stijlvol
De in de Met uitgevoerde massascènes in deze productie van de Franse regisseur Pelly zagen er goed uit. Er waren geraffineerde massale bewegingen van de in avondkleding gestoken mannen en vrouwen waarbij, evenals door de dansers, goed gebruik werd gemaakt van de schuin aangebrachte oplopende, brede verhogingen op het podium. Het podium was bij ieder bedrijf stijlvol opgebouwd met strakke decors die er soms surrealistisch uitzagen dan weer heel realistisch.

De regelmatige bioscoopbezoeker is inmiddels wel vertrouwd geraakt met de beelden achter de schermen tijdens de pauzes. Toch blijf ik me nog steeds verwonderen over de snelheid en de inzet van het Metpersoneel dat er steeds in slaagt om in recordtempo een nieuw toneellandschap op te bouwen.
Wat minder bewondering had ik voor de directie van dirigent Maurizio Benini. Ik miste tijdens de orkestrale begeleiding van de protagonisten een wat genuanceerder mix van Franse charme en realisme. De orkestpartij leek eendimensionaal. Deze Manon was niettemin een succes al waren er weinig Tilburgers in de Pathébioscoop. Ten onrechte!