Feeds:
Berichten
Reacties

Flamand, Olivier en gravin Madeleine

Op zaterdag 6 oktober 2018 zat ik andermaal met leden van Operaclub Nederland in de opera van Frankfurt. Dit keer bij een voorstelling van een opera die ik slechts eenmaal op een dvd had bekeken: Capriccio, een werk van de Duitse componist Richard Strauss. Ik wist al vrij snel dat het luisteren naar dit meer dan twee uur durende werk zonder pauze, een hele klus zou zijn. Het tempo van beeld en geluid was tamelijk hoog. Er werden veel verschillende thema’s aangesneden die pas begrijpelijk zijn wanneer je het nodige weet van de geschiedenis en de ontwikkeling van de opera. Ook moet je weet hebben van de tegenstellingen die er bestaan en de verschillen van inzicht die  componisten, regisseurs, theaterdirecteuren en zangers over hun vak hebben.

Sprechgesang
Richard Strauss heeft met zijn opera Capriccio, die in 1942 in première ging, een beeld gegeven van datgene wat in de operawereld steeds onderwerp van discussie was. Hij gaf alle protagonisten de kans om het hoog geëerd publiek duidelijk te maken tot welke professie zij behoorden en hoe onmisbaar hun functioneren was voor het theater.
Strauss liet er geen twijfel over bestaan dat hij vertrouwd was met allerlei genres in de klassieke muziekwereld. Hij opende Capriccio niet met een traditionele ouverture waaraan de meeste operaliefhebbers gewend zijn. Neen, in plaats van hoogtepunten van melodieën van belangrijke aria’s kreeg de aandachtige luisteraar  kamermuziek voorgeschoteld van een prachtig sextet.

Vervolgens speelden de eerste schermutselingen zich af op het podium. Aria’s en echt lyrische muziek liet Strauss in Capriccio bewust achterwege. De protagonisten bedienden zich dus voornamelijk van Sprechgesang. De dichter Olivier, vertolkt door de Canadese bariton Iain Macneil en de musicus Flamand, vertolkt door de Amerikaanse tenor AJ Glueckert betwistten elkaar het primaatschap van het ‘woord of de muziek’ in de opera. Beide heren, hadden zinnige argumenten voor hun uitspraken ‘prima le parole, dopo la musica’ ofwel ‘prima la musica, dopo Le parole.’ Aanvankelijk is het begrip voor elkaar niet groot. Pas veel later zal Flamand beweren: ‘Ton und Wort sind Bruder und Schwester.‘ De spil in deze woordenstrijd is de gravin Madeleine die door deze twee heren heftig wordt begeerd. Zij veronderstellen dat haar voorkeur zal uitgaan naar het personage dat hun eigen favoriete kunstvorm beoefent. Haast vanzelfsprekend bemoeit ook de aanwezige theaterdirecteur La Roche, vertolkt door de bas Alfred Reiter, zich met de discussie en maakt hij de twee kunstenaars duidelijk dat zij nog maar broekies zijn en hoe belangrijk zijn functie is. ‘Zonder mij zijn jullie werken dood papier. Het publiek kijkt naar mijn inspirerende decors. Ik weet wat regie is. Alles blijft bij het oude zoals bij de opera’s van Lully en Rameau. Aan de Italiaanse opera valt echt niet te tippen. Het volk wil echte mensen op het toneel, mensen van vlees en bloed. Geen fantomen. Wij brengen in ons theater louter kwaliteit zoals een puntige vrolijke vaudeville of een opera buffa vol bruisende grollen. In de vrouwelijke rollen veel gratie….’

Gravin Madeleine

 Verjaardagsfeest
De directeur weet van geen ophouden. Hij kondigt een theater programma aan ter gelegenheid van het verjaardagsfeest van Madeleine. ‘ Ik bied een product aan uit mijn atelier met sublieme decors en het fraaiste ballet. En stemmen, gravin, met parelende loopjes en hoge trillers! Een feest voor het oor. U zult er perplex van staan. En wat het libretto betreft, wie let er nou op de woorden als de muziek triomfeert?

Olivier reageert door zijn gedicht voor te dragen. Plotseling grist  Flamand hem het sonnet uit zijn handen, loopt naar het klavecimbel en zet het gedicht op muziek waarop Olivier verontrust roept: ‘ Hij verminkt mijn verzen. Ik vraag me af of het sonnet nu van hem is of nog van mij.’ De gravin weet het wel: ‘ Met uw welnemen, het behoort mij nu toe als een fraai aandenken aan deze mooie dag.’ Eerst lijkt Olivier ontstemd. Later ontroerd.
Nadat een danseres dankzij de muziek haar benen met veel gratie van de vloer tilt, hervatten Flamand en Olivier hun twistgesprek over het primaatschap van het woord of de muziek. De directeur merkt geërgerd op: ’Zij twisten om de rangorde van hun kunsten. Verspilde moeite. Binnen mijn theater dienen zij allen.’

Conversatieopera
Capriccio wordt niet voor niets een conversatieopera genoemd. Een volgende discussie over opera in het bijzijn van de actrice Clairon levert kritiek op de recitatieven en het orkestkabaal.
De broer van de gravin weet te melden dat het niets uitmaakt of een tekst goed of slecht is omdat niemand die kan verstaan. Er is nog meer treurnis wegens de verloren gegane traditie van het oude Italiaanse gezang. Het belcanto ligt op sterven. Vervolgens zingen enkel Italiaanse zangers een duet uit een Italiaanse opera op een tekst van Metastasio. Er wordt op het podium van alles beweerd!!

Dan kondigt de directeur het grandioze ‘azione theatrale‘ van zijn voltallig ensemble aan. Het eerste deel gaat over de geboorte van Pallas Athene die uit het hoofd van Zeus wordt geboren. De directeur wordt uitgelachen maar hij wil toch ook het tweede deel voor het voetlicht brengen ‘ De ondergang van Cartago.‘ De stad stort in na donderslagen, blikseminslagen op open toneel, er is brand, een vlammenzee, een paleis stort in en massa’s mensen zijn in rep en roer. Flamand en Olivier laten zich niet onbetuigd. Ze overladen de directeur met kritiek maar deze laat zich niet zo maar uit het veld slaan. Hij vraagt ze wat ze weten van zijn zorgen, zegt hen dat hij de kunsten van de vaderen hoog houdt. Hij vraagt hen wat hen het recht geeft zo aanmatigend te spreken en ‘mij de ware deskundige te honen. Jullie die nog niets voor het theater presteerden scherpen jullie je geest, geef het theater nieuwe wetten en nieuwe inhoud. Zo niet, val mij dan niet lastig met jullie kritiek!’
De gravin grijpt in en wijst erop dat tevergeefs is geprobeerd elkaars argumenten te weerleggen. De stemming verandert daarna. Er ontstaat harmonie tussen de aanwezigen. Voorbij is de strijd, het vruchteloze praten! Ze verzoenen zich. Men besluit een nieuwe opera te componeren over alles wat hen vandaag is overkomen.

Acht bedienden komen het podium op. Zij hebben een aantal discussies aangehoord. Hun ideeën over de inhoud daarvan verschillen. De een denkt dat de directeur toneelhervormingen wil, een ander gelooft dat men nu ook huisbedienden in opera’s wil laten optreden. De bedienden zijn die avond vrij en zijn daar zeer verheugd over. Ze verwonderen zich uitsluitend nog over de gravin die verliefd is maar niet weet op wie…..
In de voorlaatste scène komt nog de souffleur, monsieur Taupe op de proppen. Die zegt zich zelden bovengronds te bevinden. Hij is meestal onzichtbaar en zegt over zichzelf: ‘Ik ben de onzichtbare heerser over een magische wereld. Ik ben een man van enig gewicht. Pas wanneer ik in mijn hok zit, gaat het Wereldrad van het toneel draaien.’

 Onthulling
Dan ten lange leste komt de onthulling van gravin Madeleine. In een lange monoloog vertelt ze dat het tevergeefse moeite is woord en muziek te scheiden.
’Zij zijn geheel versmolten en verbonden tot een nieuw geheel.
Het geheim van het moment is dat de ene kunst door de andere wordt verlost.
Hun liefde omsluit mij, teder geweven uit verzen en klanken.
Moet ik dit weefsel uiteenrijten? Ben ik er al zelf niet mee verstrengeld?
Kiezen voor een van beiden?
Voor Flamand die gevoelige ziel met zijn mooie ogen, voor Olivier, die sterke geest, die hartstochtelijke man?
Nu sta ik in vuur en vlam en weet me geen raad. Kies je de een, dan verlies je de ander! Verliest men niet altijd als men wint?
Madeleine, Madeleine! Wil je dan tussen twee vuren verbranden?’

De rol van de gravin Madeleine werd ontroerend mooi gezongen door Kristin MacKinnon. Als actrice nam ze tijdig afstand van haar twee minnaars als minnares van de muziek en de liefde was ze heel dichtbij. Mooie prestatie. Ook van dirigent Lothar Koenigs en regisseuse Brigitte Fassbaender. Het fraaie podiumbeeld, ruim van opzet, was van Mareike Wink.

Een opera die nog lang in mijn hoofd rondzingt. De tekst alleen al is het herlezen waard!

Advertenties

Cavaradossi en Tosca

De opera Tosca van Puccini is erg populair en menig operagezelschap heeft het werk van Giacomo Puccini op haar repertoire staan. Onze Nationale Reisopera trekt er mee door het hele land en dat is ook het geval met de Staatsopera van Tatarstan. Door deelname aan een operareis zat ik op vrijdag 12 oktober in het operagebouw van Frankfurt en wat zag ik?…..Tosca.  Waarom is Tosca, die in 1900 in première ging zo aantrekkelijk? De opera speelt zich af rond 1800 in Rome. Moord, spionage en crimineel gedrag spelen een belangrijke rol. Evenals politiek, seks en jaloezie. Kortom de opera heeft alle aspecten van een onvervalste bloedstollende thriller die het publiek tot de laatste minuut boeit. Daarin speelt de politiechef  Scarpia een centrale rol. De eerste schrille tonen van de opera, het Scarpia motief, verwijzen al naar de akelige Scarpia die slechts twee doelen nastreeft. Het eerste is de ontsnapte politieke gevangene Angelotti en de kunstschilder Cavaradossi zo spoedig mogelijk aan de galg te laten hangen en het tweede door afpersing de minnares van laatstgenoemde, Floria Tosca, tegen haar wil in zijn armen te sluiten. Na dat Scarpia motief weet Puccini zijn toehoorders met prachtige aria’s en duetten te boeien.

Graaf Palmieri

Het einde van het werk is heel dramatisch. Niet alleen Cavaradossie  maar ook Tosca gaat haar dood tegemoet. De operadiva Tosca springt tijdens de laatste noten van de beruchte Engelenburcht in Rome haar dood tegemoet. Haar zelfmoord werd gesymboliseerd door een grote rode, wapperende doek die over haar heen valt en waarachter zij verdwijnt. Haar dood wordt mede veroorzaakt door haar naïviteit en goedgelovigheid ten opzichte van Scarpia. Zij heeft zich laten bedriegen door de perverse Scarpia, die niet schroomde haar te bekennen dat een gewelddadige verovering van een vrouw hem beter smaakt dan een honingzoete toestemming. Scarpia wendt voor haar gevangen genomen minnaar Cavaradossi te redden van de doodstraf die hij kreeg wegens het verbergen van de gevluchte gevangene Angelotti, op voorwaarde dat zij zich aan hem geeft. Cavaradossi zal in plaats van de doodstraf een schijnexecutie moeten ondergaan zoals dat voordien al eens eerder gebeurde met een zekere graaf Palmieri. Daarna zullen Cavaradossi en zijn minnares Tosca een vrijgeleide krijgen. Als Scarpia dit document eenmaal ondertekend heeft, vermoordt Tosca haar overweldiger met een gerichte dolkstreek in het hart.

Verrassing
Op de plaats van de executie ruimte bevindt zich een peloton soldaten. Ze hebben de lopen van hun geweren gericht op Cavaradossie. Tosca heeft als ervaren opera actrice haar vriend geïnstrueerd op het juiste tijdstip te vallen als de nepkogels hem zullen treffen. Ze heeft haar vriend al over zijn toekomstige vrijheid ingelicht. Plotseling treedt Scarpia’s handlanger Spoletta naar voren. Hij drukt de lopen van de geweren van de soldaten één voor één naar beneden, trekt zijn revolver en schiet Cavaradossie dood.  Spoletta neemt kennelijk wraak op Tosca wegens haar moord op zijn baas Scarpia. Die hielp hij bij de opsporing van rebellen en de martelingen op de gevangenen. Hij twijfelde geen moment. Hij werkte niet mee aan een schijnexecutie maar doodde uit wraak.  Althans zo interpreteer ik de feiten. Zover ik weet staat Spoletta’s ingreep niet in het libretto. Daarin staat in dat een stel soldaten Cavaradossi dood schieten. Zo zag ik dat ook bij alle voorstellingen van Tosca. Een vraag die bij me opkomt is: wisten die soldaten dat zij hun gevangene zouden doodschieten of geloofden zij dat hun geweren geladen waren met nepkogels? Duidelijk is dat Tosca in de val gelopen is van de man die zij om het leven bracht. Haar rest niets anders dan zelfmoord nu de handlangers van Scarpia haar op de hielen zitten en haar vriend is geëxecuteerd. Zie daar in een notendop het verhaal van een bloedstollende thriller.

De executie van Cavaradossi

De cast

Je moet er maar de juiste cast voor hebben die de zaal in vuur en vlam kan zetten. In Frankfurt was de titelrol gegeven aan de Zweedse sopraan  Malin Brystom die in ons land en onvergetelijke Salomé zong in Amsterdam. Zij was volledig opgewassen tegen het soms wat hard spelende orkest en straalde in haar aria ‘ vissi d’arte, vissi d’amore ‘grote dramatische klasse uit. Van de genoemde aria vind ik dat deze muzikaal niet past op de plaats waarin hij in het tweede bedrijf is gesitueerd. De dan spannende dialoog tussen Scarpia en Tosca wordt er door onderbroken. Ik geef toe, de esthetische schoonheid van de aria is buiten kijf. Brystrom zette een zeer sensibele, vurige Tosca op het podium. Ook een jaloerse want bij de herkenning van een andere vrouw die door haar minnaar was geschilderd ging zij zo ver dat zij van haar vriend meerdere keren eiste dat hij de blauwe ogen van haar imaginaire rivale zou veranderen in haar zwarte. De jong ogende bariton Dario Solari had de rol van geperverteerde  politiechef die zijn  ‘ charmes ‘ inzette om de valse avances ten opzichte van Tosca waar te maken. Wat mij betreft had er wat meer gif in zijn zang mogen zitten. Dat Puccini weigerde om de schurk een mooie aria te gunnen is algemeen bekend. Voor de tenor Stefano La Colla Vittorio Grigolo was de rol van Cavaradossi gereserveerd. Het publiek was hem goed gezind. Hij kreeg veel applaus na zijn wat te traag gezongen aria ‘Recondita armonia’ en zijn aria ‘E le lucevan le stelle’ mocht er zijn.

De overige bijrollen werden goed ingevuld. De regie was van Andreas Kriegenburg en het toneelbeeld van Harald Thor. Dat beeld zag er opmerkelijk en aantrekkelijk uit. Het podium was bezet met een minimum aan toneelmeubilair en rekwisieten. Er werd gebruik gemaakt van moderne techniek waarbij twee speeloppervlakken boven elkaar ontstonden die ten opzichte van elkaar konden bewegen. Dat zag er soms spectaculair maar vooral functioneel uit. Bovendien slaagde Kriegenburg er in om twee beelden waarvan er zich altijd een achter de coulissen afspeelt aan elkaar te koppelen. Denk aan de ondervraging van Tosca door Scarpia en de martelscene die Spoletta uitvoert op Cavaradossi.

De meeste toeschouwers waren zeer enthousiast over de slotscène van het eerste bedrijf.  Een Te deum moest luister bij zetten tijdens een feest in de kathedraal waar een overtal aan prelaten, bisschoppen, misdienaars en koorzangers hun best deden om de overwinning op het leger van Napoleon in  Marengo te vieren. Weg was de eenvoud waarmee de regisseur de opera op gang bracht.

Dirigent Lorenzo Viotti had de muzikale leiding stevig in handen. Hij deelde ruimschoots in het applaus.

Dinsdag 18 september, twee dagen na de 41e sterfdag van Maria Callas (1923-1977) zat ik ‘s morgens om 11.00 uur in de bioscoop om de in alle kranten aangekondigde documentaire van Tom Wolf over het leven van Maria Callas te bekijken. Druk was het er niet. Slechts zes mensen zagen die ochtend het leven van de voormalige operadiva aan hun ogen voorbij trekken. Voor mij was het een emotioneel weerzien want ik herinnerde me nog precies mijn heftige emoties toen ik op 19 juli 1959 in het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam live getuige was van een legendarisch optreden van de stersopraan. Ik was toen 25 jaar en had al heel wat plaatopnamen van haar voor die tijd gehoord en ik was idolaat van de Griekse zangeres.

Vuur en intensiteit
Mijn eerste kennismaking met haar was in 1953. Ik was 20 en hoorde haar voor het eerst op een zondagmorgen op een Belgische radiozender. Ik bleef roerloos op mijn stoel zitten. Ze zong de fameuze waanzinaria uit Lucia di Lammermoor zoals ik die eerder nog nooit hoorde. Tot op dat moment was ik altijd in de ban geweest van de vertolking van deze moeilijke coloratuuraria door de Amerikaanse topzangeres Lina Pagliughi (1907-1980). Wat ik nu hoorde overtrof alles. De stem van Callas raakte me in hart en ziel. Niet alleen door de kracht van haar stem maar vooral door de dramatiek en interpretatie van de aria. Tot op dat moment had ik nog nooit van haar gehoord. Wel van haar tijdgenoten de sopranen Renate Tebaldi en Victoria de Los Angeles.
Sindsdien kocht ik veel opnamen van haar en ik moest bij het beluisteren erkennen dat ik bepaalde opnamen van haar collegae mooier vond maar bij Callas trof ik een vuur en intensiteit aan die je bij haar collegae maar zelden aantrof. Zij zong niet alleen de rol van Tosca maar ze was het ook. Ze zong niet alleen Norma maar ze was het ook. Het leek er op dat zij haar rollen zelf creëerde. Iedere zin kreeg zijn betekenis en de klankkleur die daarbij paste. Door haar muzikale dramatische kracht hield Callas haar luisteraars een spiegel voor over hun diepste en geheime passies.

Optreden in Parijs in 1958

Zonder twijfel was zij ook in die tijd de meest controversiële en opzienbarendste zangeres van de 20e eeuw. Ze was temperamentvol, kreeg soms woede-uitbarstingen en weigerde zelfs op 2 januari 1958 na stemproblemen in de eerste acte van de Norma de rest van de opera uit te zingen tot grote woede van het bezoekers van de opera van Rome. Het leverde haar veel vijanden op. De documentaire laat dat ook zien. De pers van zo wat de gehele wereld viel over haar heen. Vooral haar relatie met de Griekse reder Onassis en haar ruzies met theaterdirecteuren werden breed uitgemeten.
De documentairemaker is er in geslaagd een goed portret te maken van het leven van Callas met alle ups en downs. Er werden beelden getoond die mij niet vreemd waren omdat ik in 2002 twee cursussen gaf over mijn favoriete zangeres. Ik beschikte destijds over minder beeldmateriaal en wat ik kon laten zien waren zwart-wit beelden. Nu zag het er allemaal mooier uit met kleurrijker beelden. De zang van de originele documentaires was te horen maar werd dikwijls gelardeerd met heftige beelden uit het leven van Callas die geen direct verband hielden met die zang. Positief was deze documentaire maker in ieder geval een handvol aria’s volledig liet horen.
Maria Callas was behalve een geweldige zangeres ook een grote actrice. Daar zagen we helaas te weinig van. Het is bekend dat zij er geen voorstander van was om haar rollen op video vast te leggen. Daardoor moesten we het doen met een geacteerde aria uit Tosca (Vissi d’arte, vissi d’amore) gezongen tijdens een uitvoering in Londen in 1954 en de aria Casta diva uit Norma tijdens een concert in de opera van Parijs op 19 december 1958.

Maria Callas en Tito Gobbi in Tosca. Londen 1954

Mislukte comeback
Callas vertelde veel: over haar vriendschappen, over haar ontmoetingen met VIPs, over de zwaarte van haar vak, over het lot dat haar tot een zangcarrière bracht, over haar mislukte huwelijk met de zakenman Meneghini, haar knipperlicht relatie met Onassis en het gemis van een gezin met kinderen.
Maria Callas’ topjaren waren beperkt. Gedurende 10 jaar (1949-1959) was ze nauwelijks te evenaren. Na 1960 zong ze nog wel, maar veel minder dan ze daarvoor gewend was. In het laatste deel van de documentaire ontbrak haar zang bij de beelden van de mislukte poging tot een comeback. Zij maakte toen met de tenor Giuseppe Di Stefano een wereldtournee. Overal werd ze liefdevol en met veel applaus ontvangen maar haar operasprookje was definitief uit. Tom Wolf heeft de geluidsopnamen van die tournee achterwege gelaten vermoedelijk omdat Maria Callas geen schim meer was van de zangeres die grote triomfen vierde in de grootste operahuizen in de wereld. Op 16 september 1977 maakte een hartaanval in Parijs een einde aan haar veel bewogen leven.

 Het IVC is een aansprekend concours voor zangers die een positie proberen te verwerven in de professionele wereld van opera en oratorium. De Brabantse hoofdstad ’s Hertogenbosch is sinds jaar en dag het middelpunt van waaruit de activiteiten van de organisatie worden gestuurd. Dat gebeurde de laatste 12 jaar onder de bezielende leiding van Annett Andriesen. Het gevolg is dat er steeds meer zangers van steeds meer verschillende nationaliteiten inschrijven op het concours. Voor het huidige concours schreven wereldwijd duizenden zangers in die in voorronden in diverse landen trachtten een plaatsje te verwerven in de eindronden die afgelopen week werden gehouden.
62 Kandidaten uit 24 verschillende landen vertoeven deze week in Den Bosch en proberen grote indruk te maken op een jury met indrukwekkende namen, waarvan de voorzitter niemand minder is dan de stersopraan Dame Kiri Te Kanawa. De organisatie is indrukwekkend want er wordt steeds met succes een beroep gedaan op veel onmisbare vrijwilligers, gastgezinnen, donateurs en sponsors.

Twee Nederlanders in finale
Deze week was ik aanwezig bij de eerste ronde op zondag en bij de halve finale op dinsdag. Het was weer een feest om daar bij te zijn. Ik kom misschien wel voor de 25e keer en tref er altijd een fantastische sfeer vanwege de betrokkenheid van het publiek dat aandachtig de prestaties van de kandidaten volgt en daarbij de nodige aantekeningen maakt. Het is natuurlijk ook leuk om te zien of de finalisten op het slotconcert op zaterdagavond dezelfde zangers zijn die je zelf noteerde als een finalist. Ik koos in ieder geval drie mensen die volgens mij hoge ogen zouden scoren en kennelijk dacht de jury er ook zo over.
Grote indruk maakte op mij de 24 jarige Nederlandse mezzosopraan Nina van Essen en de 28 jarige mezzosopraan Rosina Fabius. Ik koos deze twee Nederlandse dames beslist niet uit een oogpunt van patriottisme maar omdat ze me beiden raakten. Rosina vooral door haar vertolking van de aria van Cherubino uit le Nozze di Figaro. Zij zong met eenvoud, zonder enige vorm van forcing en beeldde de karakters uit met de emoties die daarbij pasten. De door haar gekozen fragmenten waren van Hindemith, Britten, Händel, Haydn en Mahler. Aan haar repertoire voegde ze vanzelfsprekend het verplichte, voor dit concours gecomponeerde stuk van Sylvia Maessen toe. Nina van Essen was een krachtig mezzo. Ze kwam bij mij over als een rots in de branding met een vaste strakke stem en met een uitstekende articulatie. Ik merk dat mijn voorliefde voor mezzo’s ten opzichte van sopranen groeiende is. Soms voelde ik ook enige vermoeidheid nadat ik al 15 zangers had aangehoord. Vooral wanneer er een groot aantal coloraturen in een korte tijd na elkaar door sopranen werden geproduceerd. Mijn verlangen naar stukken die opgebouwd zijn uit ariosa kwam dan naar boven. Toch had ik met de Italiaanse Maria   Novella Malfatti geen enkele moeite. Ik had het gevoel dat zij haar perfect uitgevoerde coloraturen in dienst stelde van de dramatische waarheid, wat dat ook moge betekenen. Dat laatste hoeft niet ten koste te gaan van de dynamiek van de voordracht. Sommige mannelijke zangers meenden dat heel hard zingen de jury zou imponeren. Het kostte hen zoveel energie dat voor enige nuance geen ruimte overbleef. Gecharmeerd was ik wel van de zang van Duitse bariton Stefan Astakhov. Zijn stem met haar vele kleuren was zeer aangenaam om naar te luisteren en zijn uitstraling toonde een sterke persoonlijkheid. De jury oordeelde m.i. terecht dat hij recht heeft op een finale plaats. Dat gold ook voor de expressieve 25 jarige Belgische countertenor Jan Wouters.
Het geheel in ogenschouw nemend waren er niet veel grote uitschieters naar boven. Mijn conclusie na afloop van de halve finale was dat de kwaliteit van de zangers elkaar niet zoveel ontliepen, een enkele uitzondering daar gelaten.

Begeleiders
Tijdens het concours ging een deel van mijn bewondering ook uit naar de begeleiders. De drie aangetrokken pianisten moesten 251 stukken instuderen om de 62 kandidaten deskundig te begeleiden. Geen sinecure! Mijn voorkeur ging uit naar het voortreffelijke pianospel van de Zuid Koreaanse Somi Kim.
Wie zaterdag aanstaande als winnaar uit de bus komt blijft nu nog gissen. Belangrijk is dat een groot aantal jonge mensen tussen de 25 en 32 jaar konden deelnemen aan een concours dat leerzaam voor hen was en wellicht hun kansen vergroot om in de toekomst op een groot podium te staan. Het publiek kan ook terugzien op een muzikale week die voor mij nog een extraatje opleverde in de vorm van een masterclass van de zangeres Roberta Alexander in de Fontys Hogeschool voor de kunsten in Tilburg. Hoewel publiek daarvoor was uitgenodigd maakte, behalve mijn echtgenote en ondergetekende in aanwezigheid van een dertigtal studenten, niemand gebruik van de gratis gelegenheid om kennis te nemen van de uitzonderlijke kwaliteiten van de zangeres Roberta Alexander als master. Zij wist op een enthousiasmerende wijze vier studenten, ieder gedurende 45 minuten, waardevolle aanwijzingen te geven, die na driekwartier oefenen al hoorbaar waren. Een gemiste kans voor de zangliefhebbers.

Met veel genoegen kijk ik terug op een weekje prachtige muziek uitgevoerd door vele talenten.

Krista Lewis als Aïda

Ruim 150 operaliefhebbers verlieten dinsdag 28 augustus opgetogen het Cultureel Centrum Jan van Besouw in Goirle. Ze hadden ademloos gekeken en geluisterd naar de opera Aïda van Giuseppe Verdi (1813-1901) op een groot scherm. De registratie was van de Scala van Milaan uit 2015. Die was prachtig. De productie was van regisseur Peter Stein en de muzikale leiding was in handen van maestro Zubin Metha.

Vanzelfsprekend was een aantal mensen komen opdagen die zich hun unieke Aida bij hun bezoek aan de Arena van Verona herinnerden. Spectaculaire beelden waren hen daar in het vooruitzicht gesteld. De Triomfmars waarbij de overwinning van de Egyptenaren op de Ethiopiërs uitbundig wordt gevierd was hen voorspeld als een hoogtepunt dat vele jaren op hun netvlies zou beklijven. De regiewetten in een Arena in de openlucht zijn echter van andere aard dan die in een groot operahuis. De kijkers zagen meteen dat de regie van Peter Steins productie in Milaan soberder was dan die van de regisseur van de Arena in Verona. Stein liet de olifanten en de paarden terecht achter in de dierentuin en liet de soldaten en het volk voorzien van allerlei rekwisieten defileren voorlangs de op een podium gezeten machtige hogepriester Ramphis, de koning en zijn dochter Amneris en andere hoogwaardigheid bekleders. Amneris’ rivale Aïda moest het met een meer bescheiden plaatsje doen en zag vlak voor zich hoe haar verslagen landgenoten en ook haar vader naar het podium van de VIP’s werden gesleept.

Intieme opera
Verdi wilde geen opera componeren waarin de verheerlijking van het militairisme zou kunnen worden gesymboliseerd door de, in feite dramatische, Triomfmars. Hij wilde juist een intiem stuk componeren waarin duidelijk wordt dat oorlog meer is dan een strijd tussen verschillende naties maar ook leidt tot verstorende verhoudingen tussen burgers en koninklijke hoogheden. Vandaar dat hij een klassieke driehoeksverhouding een belangrijke rol geeft in het script.
Die intimiteit wordt vooral duidelijk in het derde en vierde bedrijf waarin zich de grote dramatische momenten afspelen zoals tijdens de Nijlscène waarin het landverraad van Radames grote gevolgen heeft voor Aïda, Amneris en Radames zelf. Het leidt tot de doodstraf na eenzame opsluiting van Radames, de zelfverkozen dood van Aïda die zich laat insluiten in de grafkelder bij Radames en de zelfmoord van Amneris die tevergeefs de priesters aanriep om haar geliefde Radames te redden.

Onderkoning Ismael Pascha van Egypte schonk het volk een nieuw theater in Caïro  ter gelegenheid van de opening van het Suezkanaal. Hij wilde een grootse opera uit het tijdperk van de Farao’s laten opvoeren. Die kreeg hij want Verdi componeerde voor maar liefst 150.000 gouden Franse francs de opera Aïda die op 24 December 1871 in Caïro in première ging en op 8 februari 1872 in De Scala van Milaan het levenslicht zag. De componist zorgde voor een oosters coloriet en laste balletten in die worden uitgevoerd in de tempel van de godin Ptah.

De teksten zijn afkomstig van de librettisten Camille du Locle en Antonio Ghislanzani. De archeoloog die tevens de leiding had van de afdeling Egyptische kunst in het Louvre van Parijs, Auguste Mariette, heeft voor Verdi de verhaallijn geproduceerd. Hij was tevens verantwoordelijk voor de decors en de kleding van de protagonisten. Dat laatste ging bijna mis omdat de Pruisen in 1870 een oorlog begonnen tegen de Fransen en daarbij Parijs omsingelden zodat Mariette het vervoer van zijn decors en kleding niet kon realiseren en de uitvoering van de opera moest worden uitgesteld. Uitstel werd geen afstel want de oorlog  was een jaar later afgelopen. Het succes was zowel in Caïro als in Milaan een groot succes.

Links Radames rechts Amneris

 Verpletterende performance
In Goirle waren de mensen opgetogen over de vocale kunst van de sopraan Kristin Lewis als Aïda. Inderdaad het optreden van de Amerikaanse liet niets te wensen over. Als slavin van de Egyptische prinses Amneris en aanvankelijk heimelijk verliefd op de Egyptische kapitein van het leger, wist ze in alle situaties in woord en gebaar haar netelige positie aan het Egyptische hof over te brengen. Ze speelde de wanhopige, verliefde en vernederde vrouw die prachtige melodische aria’s ten gehore bracht: Haar ‘Ritorna vincitor ‘ uit de eerste acte en haar ‘o patria mia’ tijdens de Nijlscène werden op zeer aangrijpende wijze gezongen. Wie haar naar de kroon stak was voor mij de Georgische mezzosopraan Anita Rachvelishvili als Amneris. Tijdens de twee laatste bedrijven zette ze een verpletterende performance neer in een poging het leven van Radames te redden. In dramatisch opzicht liet ze zien tot de top van de wereld te behoren. Meer dan verdienstelijk was ook het optreden van de tenor Fabio Sartori als Radames. Hij vergat echter dat de laatste noot van zijn romance ‘Celeste Aida’ pianissimo moet worden gezongen. Hij is trouwens wat dat betreft niet de enige! Bariton George Gagnidze als de Ethiopische  koning Amonasro, die een cruciale rol speelde bij het landverraad van Radames tijdens de Nijlscène was tevens een chanterende vader door Aïda onder druk te zetten tegen haar wil te handelen. Dat ging hem met zijn indrukwekkende stem en uitstraling uitstekend af. De zwakste protagonist in deze uitvoering was mijns inziens Matti Salminen. Zijn donkere stem is niet meer fris en helder. En hij kon zijn rol als de hogepriester Ramfis nauwelijks waar maken. Carlo Colombara als de Egyptische koning had het gemakkelijk. Hij hoefde niet veel te zingen.

De koren en het orkest van de Scala waren voortreffelijk. Grote discipline gekoppeld aan grote muzikaliteit deden de naam van Verdi als koning van de Koren eer aan.
De decors waren sober en strak gehouden. In het midden van het zeer donkere podium zagen de toeschouwers een open ruimte die diende om personages een toegangsdeur te verschaffen op het voorste deel van het podium. Een goede vondst. De voorname en soms kleurrijke kleding was duidelijk gebaseerd op de oude tijd van de Farao’s. De belichting was heel fraai waardoor de kijkers meegezogen werden in een spannende voorstelling die ze niet gauw zullen vergeten. Vooral niet het afsluitend liefdesduet tussen Aïda en Radames.

De Speler en de generaal met elkaar in gesprek

Op donderdag 28 juni ging ik naar de Vlaamse Opera om de eerste avondvullende, volwaardige voorstelling van de Russische componist Serge Prokofjev (1891-1953) te zien. De ge­plande première rond 1915 van zijn eerste opera ‘ De speler’ werd destijds afgeblazen vanwege de opkomende revolutie en omdat de leden van het orkest de partituur te moeilijk vonden. Pas in 1929 ging ‘ De Speler ‘ in première in de Munt in Brussel. De uitvoering werd een springplank voor producties in andere steden. Prima dat ik die opera nu in Antwerpen kon zien want ik had dit werk nooit eerder gezien. Voordien wel twee andere opera’s van deze componist: ‘ De liefde van de drie sinaasappeltjes ‘ en ‘Oorlog en Vrede.’ Ik ben over beide opera’s nog steeds erg enthousiast. Vooral over de laatste, die zich kan meten met andere grote opera’s uit de twintigste eeuw.
Sovjetunie
De leiders van de Sovjetunie waren destijds niet zo blij met Prokofjev ‘s werk. Hij verliet dan ook, net als andere bekende Russische kunstenaars, zijn vaderland en vestigde zich enige tijd in de Verenigde Staten. Daar kreeg de Rus als concertpianist het etiket ‘de bolsjewistische pianist’ opgeplakt. Hij was daar niet echt geliefd. ‘Zijn vingers zijn van staal, zijn polsen zijn van staal, zijn biceps en triceps zijn van staal, en zijn schouderbladen zijn van staal hij is een tonaal stuk staal’, schreef de New York Times. Met zijn pianospel maakte hij wel indruk op de Ame­rikanen maar met zijn eigen composities niet.
Prokofjev vond Parijs, waar hij zowel het beschermheerschap van Diaghilev als ook het gezelschap van talloze andere Russische emigranten genoot, een vriendelijker omgeving dan Amerika. Maar de lokroep van het moderne Rusland bleef klinken en daarom keerde hij in 1932 voorgoed terug naar de Sovjet-Unie. Hoe verging het hem daar?
Sinds de komst van het communistische regiem was er voor de kunstenaars in de Sovjet-Unie het een en ander veranderd. De nieuwe Sovjet-leiders gebruikten, net als Catherina de Grote vòòr hen, opera en ook alle andere kunsten, als propagandamiddel voor de communistische staat.
De Rus Prokofjev was weliswaar een echte patriot, maar ook hij werd op onaangename wijze geconfronteerd met de politieke druk op het artistieke leven. Zijn opera’s vonden vanaf 1940 slechts matige waardering bij de autoriteiten en de situatie werd er in de jaren daarna niet beter op toen hij min of meer afstand nam van het officiële socialistisch realisme.
In 1948 bracht het Centraal Comité van de Communistische Par­tij de Sovjetcomponisten een stevige slag toe. Componisten en musici werden uitvoerig bekritiseerd. Hun muziek zou antidemocratische tendensen bevatten en botsen met de artistieke smaak van de toeschouwers in de Sovjet-Unie. De componisten werden gedwongen openlijk toe te geven dat ze ‘foute’ composities hadden geschreven. Het was een van de meest schandelijke momenten in het Stalintijdperk.
Toen Prokof­jev op 5 maart 1953 overleed, viel dat bijna nie­mand in de Sovjet-Unie en de rest van de wereld op omdat op dezelfde dag, nog geen uur na Prokofjev, ook Stalin overleed.
Het libretto
De Opera van Vlaanderen gaf met de huidige nieuwe productie van ‘ De Speler ‘ een geslaagd vervolg van haar programmering van de Russische opera. ‘De Speler’ (1915­-’16) was het eerste avondvullende werk van Prokofjev voor het muziektheater. Inspiratiebron was de deels autobiografische novelle van Fjodor Dostojevski, die de auteur, ironisch genoeg, schreef om gokschulden te vereffenen. Prokofjev wilde met zijn opera het operagenre nieuw leven inblazen en afstand nemen van de Russische operatraditie uit de 19de eeuw.
Waar gaat deze opera over? Het verhaal speelt zich af in een kuuroord, met de veelbetekenende naam Roulettenburg. Het dagelijks leven wordt beheerst door geldzucht, chantage en verborgen agenda’s. De opera, die precies twee uur en vijf minuten duurt, is nog maar nauwelijks begonnen of de toeschouwers zien een groep mensen met waardevolle spullen onderweg naar een pandjeshuis. Ze zetten hun spullen om in geld in de hoop in een gokpaleis hun pecunia te zien vermeerderen. Wat later zie je hen letterlijk bijna uitgekleed weer terug komen.

 Een generaal wordt geniaal vertolkt door de bas Eric Halfvarson. De Russische sopraan Anna Nechaeva die sinds 2012 soliste is aan het Bolsjoi Theater in Moskou, kruipt in de huid van Polina.
Beiden staan zwaar in de schuld bij een markies vertolkt door Michael J. Scott. Hoe komen ze van die last af? Door te winnen? Dat gebeurt zelden in een casino maar niet bij Aleksej de huisleraar van de generaalsfamilie. Die ziet zelfs kans de bank te laten springen. Hij heeft het geld ook hard nodig om de stiefdochter van de generaal, Polina, te kunnen veroveren. Tot verbazing van iedereen wint hij veel geld en wordt door andere gokkers ingehuurd. Ook in negatieve zin, want hij wordt gevraagd om een puissant rijke tante van de generaal, Babulenka, tot het inzicht te brengen te stoppen met het inzetten en verspillen van haar hele kapitaal. De generaal rekent immers op de erfenis van deze vrouw die haar hele vermogen op het spel zet en nog nooit een casino van binnen zag. Dat kapitaal zou door haar plotselinge extreme goklust wel eens voortijdig tot nul kunnen zijn gereduceerd. Dan erft de man niets. Voor het zover is hem zijn illusies al ontnomen, want deze extroverte dame laat op niet mis te verstane wijze horen dat de generaal geen rooie cent van haar krijgt. Hoe vergaat het Alex Ivanovitsj?

Croupiers, spelers en toeschouwers op het podium

Hij heeft een groot kapitaal vergaard, wil het schenken aan Polina om haar de gelegenheid te geven haar schuld af te lossen bij de markies. Ze weigert het geld aan te nemen en wijst hem brutaal af. Alex beseft dat liefde niet te koop is maar ook dat hij een pathologische gokker is geworden. Net als alle andere gokkers. Zij staan op het podium op het moment dat het geld in de voorlaatste scène als het ware uit lucht komt vallen in handen van Alexej. Ze zijn in paniek, rennen rond, willen Alexej ’s gedrag op de speeltafels imiteren: ‘Altijd op ‘rood ‘ inzetten in de hoop dat hen dat grote sommen geld oplevert. In neonletters  verschijnen op het podium spreuken waarin steeds het laatste woord ‘dood’  is. Dat zegt genoeg!
Conversatieopera
De pittige en zware titelrol van ‘De Speler  is in handen van de Tsjechische tenor Ladislav Elgr die onophoudelijk functioneert als gesprekspartner van de belangrijkste protagonisten die met elkaar in de debat gaan. Deze opera is daardoor een onvervalste conversatieopera waarin het sprekend zingen hoogtij viert, meestal in een snel tempo. ‘De Speler ‘ is dus geen werk voor belcantoliefhebbers. Zij wachten, zo ze al aanwezig zijn, tevergeefs op aria’s. Sergej Prokofjev streefde er naar de instrumentatie transparant te houden om de verstaanbaarheid van de tekst te garanderen. De spanning in het verloop van de handeling wordt naar het einde toe steeds groter. De reeds genoemde voorlaatste scène in het casino is ongetwijfeld een hoogtepunt.
Er staat op het podium geen onbeweeglijk koor in het casino maar wel heel wat verschillende figuren: spelers, croupiers, toeschouwers waarbij ieder van hen een vast karakter heeft. Het snelle en gecompliceerde gebeuren stelt zeer hoge eisen aan de regie. De Duitse sterregisseur Karin Henkel maakte met deze productie haar langverwachte operadebuut in de Vlaamse opera. Belangrijk was dat zij een danser in haar regie introduceerde die de psychologische gevolgen van Aleksej Ivanovitsch uitbeeldde tijdens de handeling en daardoor als het ware als alterego een aparte verslaggeving gaf van wat de huisleraar overkwam. Henkel riep daardoor de herinnering op van een reeks gebeurtenissen die zich al hadden afgespeeld met alle verschrikkelijke gevolgen van dien voor de pathologische gokker. Een knappe prestatie die door het publiek zeer werd gewaardeerd.

De muzikale leiding was in handen van Dimitri Jurowski, de vaste dirigent van het Russische repertoire bij de Vlaamse Opera. De Speler is zeer de moeite waard. De roman van Dostojevski trouwens ook! Gokverslaving is nog steeds van deze tijd? Jazeker.

Walküren op de achtergrond een helikopter

Zondag 24 juni 2018. 07.00 uur. Ik word wakker. Het is nog vroeg. Ik verheug me nu al op het vertrek over enige uren naar Duisburg. Met Operaclub Nederland zal ik rond 12 uur met de bus in gezelschap van nog 22 leden naar het operatheater reizen om de tweede opera van Der Ring des Nibelungen die Walküre van Richard Wagner (1813-1883) te gaan zien. Een productie van Dietrich Hilsdorf. Das Rheingold zag ik al in december 2017.

Onmiddellijk schieten enkele scènes me te binnen. Ik denk nu in alle vroegte aan de eenogige oppergod Wotan, die tijdens de laatste acte van Das Rheinold een plan smeedde om te voorkomen dat de ring die almacht geeft over de wereld, in handen zou vallen van zijn aartsvijand Alberich. Het kleinood heeft hij eerder moeten afstaan aan de reuzen om hen hun rechtmatig toekomende loon vanwege hun bouw van het Walhalla te kunnen betalen. Wotan overtrad zijn eigen wet door de ring via roof met list en geweld van de eerste eigenaar Alberich afhandig te maken. Dat lukte maar nu is hij dat sieraad weer kwijt. De reus Fafner, nu als draak, bewaakt de almacht gevende ring in zijn hol. Hoe zou hij de begeerde ring uit handen kunnen houden van Alberich? Hij concludeert dat dat alleen kan door een vrije held die zonder hulp van Wotan kan handelen.

De oppergod besluit om bij een mensenvrouw de tweeling Siegmund en Sieglinde te verwekken, die voor hem de kastanjes uit het vuur moeten halen bij het heroveren van de ring. Siegmund moet de vrije held worden.

Echtbreuk
08.00 uur. In mijn verbeelding zie ik dat Wotan na de feestelijke intrek met zijn familie in het Walhalla zijn echtgenote Fricka verlaat. Echtbreuk dus. En dat nog wel met de godin van het huwelijk die waakt over de huwelijkstrouw en met lede ogen moet aanzien hoe de oppergod keer op keer overspelig is. Bij Erda verwekt hij negen dochters, de Walküren, en bij een aardse vrouw een tweeling. Fricka’s reactie kan niet uitblijven. Zij roept op niet mis te verstane wijze Wotan ter verantwoording. Wellicht de meest spannende dialoog ontstaat tijdens het tweede deel van de Ring, die Walküre. Fricka wint. Zij krijgt haar zin. Wotan moet de ondergang garanderen tijdens een gevecht tussen zijn geliefde zoon Siegmund en de brute Hundung met wie Sieglinde onder dwang was gehuwd.

Monoloog van Wotan
09.00 uur Inmiddels is het negen uur. Het ontbijt lonkt. Mijn gedachten gaan uit naar Wotan die in het bijzijn van zijn lievelingsdochter Brünnhilde in een lange monoloog verhaalt hoe hij de liefde inruilde voor almacht, hoe hij zijn eigen wetten overtrad, en hoe hij de eed van een liefdeloos huwelijk van Sieglinde met Hundung ter zijde wilde schuiven ten gunste van de incestueuze liefde van het tweelingenpaar Siegmund en Sieglinde. Hij beschrijft zijn dochter hoe hij, vermomd aanwezig tijdens de bruiloft van Sieglinde en Hundung een onoverwinnelijk zwaard (Nothung) tot aan het heft in de grote essenstam, die midden in Hundungs huis stond stootte.

De onwillige Siegmund
10.00 uur.  Ik ga douchen en kleed me aan, denk aan Brünnhilde die Siegmund zijn nederlaag tijdens het gevecht aankondigt en hem wil voorbereiden op zijn tocht naar het Walhalla waar Wotan en de wensmeisjes hem zullen opwachten. Sieglinde zal hem niet volgen, zegt Brünnhilde. ‘Zij moet nog aardse lucht inademen.’ Siegmund is vastberaden. Hij zal de Walküre niet volgen en blijven daar waar Sieglinde is. Ontroerend is de omslag bij Brünnhilde. Overmand door de liefde die zij ervaart bij het tweelingenpaar besluit zij Siegmund, tegen de wil van haar vader, bij te staan in het gevecht tegen Hundung. Toch loopt dat niet goed af. Wotan grijpt in, Siegmund sterft. Hundung wint wel maar wordt onmiddellijk gedood door Wotan. Er zijn alleen maar verliezers. Wotan is diep bedroefd over het verlies van zijn zoon die hij in liefde heeft verwekt en is woedend op zijn ongehoorzame dochter die hij moet bestraffen terwijl hij zoveel van haar houdt. Sieglinde moet op de vlucht en vertrekt in de richting van een woud waar de reus Fafner in een hol huist en zijn ring bewaakt. Alleen Fricka zal tevreden zijn nu haar eer is gered!

Emoties
10.30 uur. Ontroering maakt zich van mij meester wanneer een scène uit het laatste bedrijf aan mijn fantasie voorbij gaat. Opera toont zich op dit ochtenduur een kunstvorm die meer dan ooit naar de brute werkelijkheid verwijst. Ik besef dat mensen bereid zijn tijdens de meest emotionele situaties de mensen die ze liefhebben ook mateloos pijn te kunnen doen.
Conflicten tussen vrienden of familieleden ontstaan soms door een verkeerd woord of als een te grote plaagstoot wordt uitgedeeld. Er moet een afstraffing komen (wraak). Soms komt het toch nog goed. Er is verzoening maar het wordt nooit meer zoals het was. Zo ging het ook tussen de God Wotan en zijn dochter Brünnhilde met wie hij in het Walhalla uit hetzelfde glas dronk en die voor hem met haar acht zusters gevallen helden van de aarde naar het Walhalla sleepte om Wotan bij te staan in een mogelijk gevecht tegen Alberich. Met hem begon alle ellende. Hij roofde het goud uit de Rijn en smeedde daaruit een ring die hem almacht verleende.

Het conflict
11.00 uur. Gelukkig is er tijd voor een kop cappuccino. Het conflict tussen Wotan en Brünnhilde laat me niet los. Brünnhilde moest Hundung in het gevecht met Siegmund laten winnen. Dat was de opdracht van Wotan maar zijn dochter wist dat die opdracht afgedwongen was door Fricka en dat de wens van de godin inging tegen het diepste verlangen van Wotan namelijk het leven van Siegmund te sparen. Het pleidooi van Brünnhilde om aan haar verbanning uit het Walhalla te ontkomen was tevergeefs. Ze ontkwam niet aan haar straf en werd op een berg omringd door een groot vuur te slapen gelegd door haar vader die haar nog eenmaal diep in haar ogen keek en met een liefdevolle kus afscheid van haar nam en haar daarmee haar godheid ontnam.

Onderweg naar Duisburg
11.45 uur. De bus staat gereed voor vertrek. Ik ben klaar voor die Walküre. De mensen in de bus zijn goed voorbereid op de opera die zij gaan zien, dankzij de onvolprezen Wim School die afgelopen woensdag in het Koning Willem II stadion een voordracht hield met beeld en geluid over die Walküre. Zijn lezing verhevigde mijn verlangen om deze opera opnieuw te zien.

Er is weer plaats voor ontnuchtering. Hoe zal de voorstelling verlopen? We eten samen in Venlo en reizen daarna door naar Duisburg. Na een korte wandeling ga ik naar de inleiding die me dit keer niet zo veel nieuws brengt. Ik ben benieuwd hoe mijn fantasieën in de werkelijkheid er uit zullen zien.

Die Walküre
17.00 uur. Het doek trekt op. Het orkest start met een sterk ritmische melodie. We zien een ruim vertrek dat met enige verplaatsingen gedurende de gehele opera zal worden gebruikt. In het midden staat een boomstam met een zwaard er in. Eens geplaatst door de incognito zijnde Wotan bij de bruiloft van zijn dochter Sieglinde. Al spoedig zien we een dodelijk vermoeide Siegmund struikelend binnen komen en om een verfrissing vragen aan Sieglinde. Kort daarna komt de huiseigenaar Hundung binnen. Hij kan het niet zo goed vinden met zijn vrouw en met zijn gast evenmin. Er ontspint zich met behulp van goed Sprechgesang een gesprek tussen het drietal. De spanning loopt op wanneer Hundung zijn gast voorhoudt de volgende dag een gevecht met hem aan te gaan en Siegmund en Sieglinde geleidelijk ontdekken dat zij broer en zus zijn maar zich ook fysiek tot elkaar voelen aangetrokken. Het lange liefdesduet haalt de muziek uit haar aanvankelijke somberheid. Je wordt er blij van wanneer je deze goed gezongen klanken hoort van de voormalige rocksinger Daniel Frank en de breeduit zingende Duits-Ethiopische mezzosopraan Sarah Ferede. Ook hun acteren is prima. Dat geldt eveneens voor de 33-jarige Poolse bas Lukasz Konieczny als Hundung. Opvallend is dat hij bij zijn entree zijn jas ophangt aan het heft van het zwaard dat in de essenstam steekt.

Een familiefeestje?

Het tweede bedrijf lijkt op een familiefeestje. Een feestje zal het niet lang blijven want de een na de ander druipt stilletjes af. De reden? Wotan en Fricka hebben een hoogoplopend conflict. Daar zijn Hundung en het tweelingpaar sterk bij betrokken. Ze zijn er in deze uitvoering, evenals twee Walküren bij aanwezig wanneer de ruzie oplaait. Wotan zegt tegen Fricka in het bijzijn van Siegmund, dat hij zijn zoon in het gevecht met Hundung niet zal beschermen. Verre van leuk om te horen voor Siegmund. Dat is ook niet gebruikelijk bij andere voorstellingen.

De rol van Fricka werd vertolkt door de Poolse mezzosopraan Katarzyna Kuncio. Deze Fricka verwijt haar man ontrouw, oneerlijke bescherming te bieden aan Siegmund en houdt een pleidooi voor Hundung. In vergelijking met andere Fricka’s vond ik Kuncio maar een tamme opponent van Wotan. Wat meer passie bij het uiten van haar verwijten aan het adres van haar man zou niet hebben misstaan. De Britse bas-bariton James Rutherford was een forse Wotan die zo nu en dan stevig uitpakte maar een kansloze strijd voerde tegen zijn vrouw en na hun dialoog volledig uitgeteld op de grond lag. Meteen daarna deed hij zijn beklag bij zijn lievelingsdochter Brünnhilde die geduldig de monoloog van haar vader aanhoorde. Haast fluisterend begon hij zijn historie en frustraties aan haar te vertellen en beëindigde zijn betoog op luide toon als iemand die weer enig gezag wil uitstralen. Ik was zeer ingenomen met de vertolking van Rutherford. Zijn stem imponeert en zijn podiumervaring komt ruim voldoende over.

Het laatste bedrijf startte heel verrassend. Een helikopter leek een meter boven het operagebouw te vliegen. Toen het gordijn open ging stond er een toestel op het podium. Daaruit stapten de gevallen helden die door de wensmeisjes vriendelijk werden ontvangen. Dat gebeurde allemaal onder de tonen van de Walkürenrit. De Walküren zagen er in hun rode kostuums mooi en aantrekkelijk uit. Hun zang beviel me wat minder. Vermoedelijk had het te maken met het orkest dat, ook in andere scènes, soms te luid speelde. Vooral de blazers stonden daarbij hun mannetje. Overigens kon ik me niet indenken dat deze helden fit en sterk genoeg waren om een leger te verslaan. Keurig aan het handje van een wensmeisje bewogen ze zich op het podium. Wie wel goed voor de dag kwam was de sopraan Heike Wessels die sinds 2012-2013 verbonden is aan de Oper am Rhein. Niet dat ze onmiddellijk een kandidaat voor Bayreuth is, maar het is prettig om haar te horen, ze heeft een behoorlijk volume en wist in het vierde bedrijf uitstekend tegenspel te geven aan Wotan toen zij beiden probeerden hun argumenten kracht bij te zetten over de rechtvaardigheid van de straf die Wotan aan Brünnhilde oplegde. Mooi zong zij de scène die begint met de woorden: ‘War es so schmählich, was ich verbrach das mein Verbrechen so schmälich du strafst.‘ Opvallend was Brünnhilde’s opmerking toen zij aandacht vroeg voor het Wälsungengeslacht. Sieglinde vluchtte immers terwijl ze zwanger was en nam de stukken van het zwaard mee. Wotan wilde dat ze zweeg over de “Walsungenstam” kennelijk niet beseffend dat uit Sieglinde Siegfried geboren zou worden, de vrije held. Hij verlangde immers naar een held vreemd voor de god, vrij van zijn gunst, onbewust, zonder bevel, die uit eigen nood en met eigen verweer de daad zou “schaffen” die Wotan moet schuwen. Wat is die daad?: De ring terug veroveren!

Wotan en Brünnhilde in de slotscène

Wotan had er geen oren naar! Brünnhilde onderging haar lot van een langdurige slaap omgeven door vuur. In de opera Siegfried zal ze gewekt worden door een man die de spits van de speer van Wotan trotseert toen hij door het vuur ging dat Brünhilde omringde.

22.15 uur. Er is een langdurig applaus voor de tamelijk jonge cast die het publiek trakteerde op een geweldige muzikale avond. Ook dirigent Axel Kober wordt terecht bij het applaus betrokken.

We zitten een kwartier later in de bus. Iedereen is enthousiast en heeft genoten van een uitstekende uitvoering. De operaclub verdient tenslotte alle lof voor het organiseren van deze extra operareis die niet in het jaaroverzicht was gepland.

24.00 uur. Ik lig weer in mijn bed. Die Walküre heeft me vandaag zeventien uur in haar greep gehad. En dat voor slechts vier uur muziek? Het was alleszins de moeite waard. Voldoende reden om kaarten te reserveren voor de voorstellingen van Siegfried en Götterdämmerung.