Feeds:
Berichten
Reacties

 Op 4 april jl. zag ik de live streaming van de Vlaamse opera van de opnieuw in 2018 ingestudeerde versie uit 2013 van Parsifal van Richard Wagner door regisseur Tatjana Gürbaca. Het operatijdschrift Opernwelt had deze uitvoering destijds uitgeroepen tot de beste productie van het seizoen 2012-2013.
De opera Parsifal componeerde Wagner speciaal voor het Festspielhaus in Bayreuth. Hij slaagde erin om andere theaters een verbod op te leggen om het werk te programmeren tot 32 jaar na zijn dood. Enkele operahuizen trokken zich niets aan van dit verbod.
Wagner schreef in zijn biografie dat het idee voor deze opera hem inviel op Goede Vrijdag in 1857.
Parsifal is een complex werk en voor veel interpretaties vatbaar. Centraal staat het begrip verlossing. Het zit vol verwijzingen naar de erediensten van de christelijke traditie. Zo speelt de kelk van het Laatste Avondmaal, waarin nadien het bloed van Christus is opgevangen een rol in het verhaal en ook de speer waarmee Christus aan het kruis werd verwond. De derde en laatste akte speelt zich af op Goede Vrijdag.
Verleidingen
Het verhaal van de vier uur durende opera is niet eenduidig en staat dan ook open voor veel interpretaties. Het gaat onder meer over de innerlijke zoektocht naar een zinvol en zuiver leven, de moed om verleidingen en het kwade te weerstaan, en het belang van compassie of mededogen, een begrip ontleend aan de boeddhistische traditie.
Wagner schreef naast de muziek ook de tekst van de opera. Hij roept twee tegengestelde werelden op: een spirituele gemeenschap verzameld rond de mysterieuze Graal, en daartegenover de wereld van de verstoten Klingsor, waar alles om lichamelijkheid draait. Tatjana Gürbaca ziet Wagners laatste muziekdrama als een eindspel tussen twee werelden in crisis. Ook al zijn de Graalgemeenschap en Klingsors wereld gescheiden, ze blijven ook op noodlottige wijze met elkaar verbonden via Kundry, een wilde vrouw die beide werelden dient. Alle heil zal moeten komen van de jonge Parsifal, een “reine dwaas” in wie men de redder van de Graalgemeenschap en de nieuwe Graalkoning ziet.
Verlossing
Centraal staat in het werk het begrip verlossing waarbij Wagner de begrippen geloof, hoop en liefde hanteert. Hij gebruikt ze niet in hun christelijke betekenis maar veeleer bespiegelen zij  de begrippen uit de verlossingsethiek van de Duitse filosoof  Schopenhauer. Alleen de liefde die voortkomt uit medelijden met de medemens en haar werking uitoefent tot aan de volledige opgave van de eigen wil kan de mensen velossen van een leven in een staat van zonde, aldus Wagner.
In het eerste bedrijf zien we de lijdende Graalkoning Amfortas. Amfortas is de leider van de graalridders die in Monsalvat belast zijn met de bescherming van de heilige Graal, waarin zich het bloed bevindt van Christus als gevolg van zijn kruisdood. Tijdens een gevecht tussen Amfortas en de vijandige tovenaar Klingsor verloor de Graalkoning zijn speer waarna Klingsor hem daarmee verwondde in zijn zijde. Het was diezelfde speer waarmee Christus ook tijdens zijn kruisdood in zijn zijde werd gestoken. Amfortas verbrak tijdens zijn verblijf in het rijk van Klingsor zijn kuisheidsgelofte toen hij in de armen viel van de mysterieuze Kundry. Hij werd daardoor een zondaar met als consequentie dat hij moest lijden aan een wond die als maar niet wilde helen. Teruggekeerd bij de Graalridders heeft hij constant vreselijke pijn en geen ander verlangen dan te sterven. Telkens wil hij de heilige Graal zien in de hoop dat die zijn  wond sluit want niets anders schijnt hem te kunnen verlossen van zijn ondragelijke last. Ook de Graal niet. Amfortas staat daarmee symbool voor de lijdende mensheid. Hoe kan die verlost worden van zijn kwellingen?
Een tweede personage dat snakt naar verlossing is Kundry. Rond haar hangt een waas van geheimzinnigheid. Zij dient enerzijds slaafs de Graalridders maar zij veracht hen ook. Zij staat Klingsor bij door Graalridders te verleiden en hen daardoor toegang te verlenen tot de door Klingsor gevestigde gemeenschap. Klingsor wilde aanvankelijk toetreden tot de gemeenschap van de Graalridders, maar werd door hen niet toegelaten. Klingsor stichtte daarom zelf een gemeenschap die vijandig stond ten opzichte van de Graalgemeenschap.
 Een droom
Amfortas kreeg eens in zijn droom een boodschap door dat ‘Een door medelijden wetende dwaas’ zijn verlosser zou zijn. De uitverkorene blijkt Parsifal te zijn die werkelijk niets weet en een onbezonnen leven leidt. Hij kent alleen de naam van zijn moeder. Wanneer de oude graalridder Gurnemanz Parsifal voor het eerst ziet, denkt hij dat de reine dwaas voor hem staat. Een onschuldige. Schopenhauer definieert onschuld (nog niet volledig mens zijn, reine dwaas zijn) in essentie als dom, waar bij gebrek aan verleidingen het kwade uitblijft en de mens slechts een apparaat is om te leven en door handeling, vergissing, het opdoen van kennis een karakter vormt van nuchterheid en domheid. Zich niet van kwaad bewust. Parsifal heeft nog niet ingezien wat het wezen van de wereld is, namelijk pijn en lijden. Hij begrijpt niets en wordt door Gurnemaz in de finale van het eerste bedrijf weg gejaagd uit de Graalgemeenschap.
De muziek
De opera begint met een prachtige ouverture, dirigent Cornelius Meister trad in de voetsporen van James Levine door een laag tempo zodat het werk meer dan vier uur duurt. Geen moment wordt de opera van zijn plechtstatigheid en verhevenheid ontdaan. Prachtig is de specifieke stijl van Parsifal met zijn veelal melodieloos zwevende akkoorden. De muziek lijkt niet ingewikkeld, er zijn weinig hevige uitbarstingen, er is nauwelijks opzwepende dynamiek, behalve in de Kundry scène in het tweede bedrijf. Je raakt er haast van in trance! Het aantal motieven is kleiner dan in andere werken van Wagners rijpe periode. De protagonisten pasten zich fysiek goed aan en bewogen zich permanent traag over het podium. Voor mij verbeeldde dat de invloed van het Boeddhisme op Wagner.
Parsifal vergt van de toeschouwer een stevige inspanning. Luisteraars die vertrouwd zijn met de Christelijke leer hebben een voorsprong maar ook zij ontkomen niet aan de noodzaak om de synopsis nauwkeurig door te lezen en nog liever kennis te nemen van het gehele libretto. Dan wordt ook duidelijk hoe Parsifal zich ontpopt van een reine dwaas tot een bewuste mens en verlosser van schuld, boete en berouw.
De Amerikaanse tenor Erin Caves zong en speelde de rol van Parsifal voortreffelijk. Hij bewoog zich in het eerste bedrijf onverschillig tussen de Graalridders en keek vol onbegrip naar hun rituelen en naar de van pijn krimpende Amfortas. In het derde bedrijf keerde hij terug als een gelouterd mens dankzij zijn ontmoeting en ervaring met de mystieke Kundry in het tweede bedrijf. Kundry en Parsifal zijn heel belangrijk voor elkaar. Beiden worstelen met hun verleden en hebben elkaar nodig voor de bevrijdende verlossing.
Dubbel leven
De Duitse dramatische sopraan Tanja Ariane Baumgartner als Kundry, voegde zich goed bij de orkestklank. Zij liet mede daardoor een verleidelijke Kundry zien. Een rol die psychologisch inzicht vereist vanwege haar gecompliceerde karakter. Deze vrouw leidt een rusteloos bestaan en een dubbel leven. Zij vertoeft zowel in de wereld van de Graalridders als in die van de vijandige Klingsor. Aan beide werelden biedt zij haar diensten aan. Voor de gewonde Amfortas, koning van de Graalridders, zoekt zij kruiden voor de genezing van een open wond aangebracht door Klingsor. Maar ze staat gelijktijdig onder de sterke invloed van deze afvallige graalridder die de wereld van de Graalridders wil vernietigen. Op zijn aandringen, verleidt zij ridders die een kuis leven behoren te leiden. Hun koning Amfortas valt voor haar en later doet zij een poging om Parsifal te verleiden waardoor zijn eerste seksuele gevoelens ontwaken. Terwijl beiden elkaar kussen, ervaart en begrijpt Parsifal plotseling de pijn die Amfortas in zijn greep heeft. Hij onderbreekt plotseling de kus en stoot haar van zich af. Het maakt Parsifal bewust van het lijden in de wereld en wat het betekent medelevend, medelijdend te zijn. Hier beleeft hij het angstaanjagende van de oerwil in de geslachtsdrift. Hij voelt nu ook spijt en berouw om wat hij zijn moeder Herzeleide aandeed door haar te verlaten en haar niet bij te staan toen zij stierf. Kundry wordt gekweld door schuldgevoelens over haar daden maar vooral omdat zij eens Christus aan het kruis uitlachte. Ze snakt naar verlossing.
In het derde bedrijf is het Kundry duidelijk dat Parsifal een missie heeft en de plaats moet innemen van Amfortas. Zij stelt zich dan op als een dienares, wast de voeten van Parsifal en droogt ze met haar lange haren daarmee de bijzondere rol erkennend die Parsifal zal innemen bij de Graalridders. De totale verlossing valt Kundry ten deel wanneer zij na voltrekking van dat ritueel plotseling dood neervalt.
Voltooide verlossing
De revelatie van deze uitvoering was de Duitse bariton Christoph Pohl’s Amfortas. Hij had een moeilijke rol omdat hij zowel het verlangen naar de dood en het verwerken van helse pijn vocaal en fysiek moest overbrengen. Hij deed dat voortreffelijk zoals tijdens het eerste bedrijf waarin hij in een lange monoloog om erbarming vraagt, om sluiting van zijn wonde en zijn dood. Hier vertegenwoordigt hij het beeld van de lijdende mensheid die vraagt om verlossing. Het antwoord daarop vindt de christen in het paasfeest. In de opera geneest Parsifal, met de punt van de heroverde speer, Amfortas. Parsifal neemt de heerschappij over de Graal op zich. Als nieuwe Graalkoning  onthult hij de heilige graal. De verlossing is voltooid.
 De Slowaakse bas Stefan Kocan als de oude Gurnemanz was bijzonder. Hij speelde een onvergelijkbare broeder portier, een voorlichter, een ceremoniemeester maar bleek vooral een fantastisch zingende verteller. Waarom hij in een rolstoel opkwam in het eerste bedrijf is me een raadsel. Die stoel had ik de pijn lijdende Amfortas eerder gegund. De Duitse bariton Kay Stiefermann zong een meer dan verdienstelijke Klingsor.
De bloemenmeisjes maakten deel uit van de Klingsor gemeenschap. Ze deden hun uiterste best om Parsifal te behagen. Ze speelden hun rol goed als hitsige dames, die in de ban waren van de oerwil van de filosoof Schopenhauer. Hun seksuele begeerte voor Parsifal loog er niet om.
Het koor van de Vlaamse Opera was als van ouds uitstekend op dreef. De processie naar de onthulling van de Graal waarin Wagner ritmisch sterk uithaalt, maakte grote indruk op me. Het koor paste zich ook goed aan aan de sfeer waarin deze Parsifal was geregisseerd.
Regie
Er was veel wit en nogmaals wit! De muren van het vertrek waarin zich het hele Bühnefestspiel afspeelde waren geheel wit, met soms strakke, streepvormige, dunne bloedsporen er op. De solisten waren ook in het wit gestoken. Had dat iets te maken met het begrip ‘reine dwaas’ of met het zoeken naar zuiverheid, eerlijkheid en de uitdrukking van een mogelijke verzoening tussen de wereld van de Graalridders en die van Klingsor? Het is me niet duidelijk. Evenmin het ten tonele voeren van een paar jongetjes wiens blote armen en benen langdurig met een spons werden gewassen door enkele protagonisten? Verwees dat naar kindermisbruik door religieuzen? Het was me niet duidelijk. Jammer.

Ik had geen moment spijt van het langdurig turen naar het beeldscherm omdat de uitvoering ondanks haar traagheid toch spannend bleef en ik me ook bezig hield met enkele raadsels van de regisseur die me intrigeerden. Vermoedelijk stond ik daar niet alleen in.

Advertenties

 Circa 140 mensen zagen in het Cultureel Centrum Jan van Besouw op 27 maart 2018 de opera Rigoletto van Giuseppe Verdi (1813-1901) op een groot filmdoek. Rigoletto (1851) is een van Verdi’s meesterwerken die net als La Traviata (1853) en Il Trovatore (1853) als trekpleister fungeert voor zijn gehele oeuvre. Als jongeman trok deze opera me al aan. Het werk is toegankelijk, kent mooie aria’s, duetten en koren en heeft een spannend verloop. Dat vonden kennelijk de toeschouwers ook die door hun aanwezigheid zorgden voor een record aantal bezette plaatsen van de operaserie in Jan van Besouw sinds de start in maart 2014.
Getoond werd de dvd uitvoering van een voorstelling uit midden jaren negentig uitgevoerd door het gezelschap van The Royal Opera House Covent Garden. De productie was van de bekende regisseur David MacVicar. Dirigent was Edward Downes, die het koor, orkest en zangers tot een eenheid smeedde waardoor het werk boeide van de eerste tot de laatste noot.

Première
De opera Rigoletto ging op 1 maart 1851 in Venetië in première. Het libretto was van Francesco Maria Piave gebaseerd op het toneelstuk ‘Le roi s’amuse’ van Victor Hugo.
Al in de ouverture worden de toeschouwers geconfronteerd met onheilspellende klanken die een drama voorspellen. Ze worden weliswaar zo nu en dan afgewisseld met vrolijke melodieën en aria’s zoals in het eerste bedrijf de aria van de hertog ‘ Questa o quella’ en in de laatste acte ‘La donna e mobile’, maar ze leiden steeds weer naar sombere scenes die je terugbrengen bij wat een opera is: Dramma per musica.

 Centraal stond ongetwijfeld het gespleten karakter van de hoofdfiguur Rigoletto. Hij is een zeer ongelukkige man die in dienst is als hofnar bij de hertog van Mantua. Behalve voor het maken van grappen is hij aangesteld om zijn baas bij te staan bij het versieren van vrouwen op door zijn baas georganiseerde orgies. Rigoletto heeft een leeg bestaan, zijn vrouw is overleden. Hij is behept met een bochel en door de hovelingen aan het hof wordt hij bespot om zijn lichamelijke handicap en omdat hij er een minnares op na zou houden zoals die mannen geloven. Die minnares blijkt echter zijn enige dochter Gilda te zijn die alles voor hem betekent en hij beschouwt haar als een kleinood. Hij verbiedt haar, het huis uit te gaan behalve op zondag voor een kerkbezoek. Hij onthoudt haar daardoor de weg die naar volwassenheid leidt. Wat is daarvan de reden? Rigoletto vreest dat de hertog zijn dochter als trofee op zijn palmares wil bijschrijven en dat hij zijn eigen dochter onvoldoende te kan beschermen tegen de avances van de rokkenjager.

Vervloeking
De Italiaanse bariton Paollo Gavanelli (1959) bleek een uitstekende titelvertolker. Hij bewoog zich op handige wijze met twee stokken voort, beantwoordde volkomen aan het beeld van een gefrustreerde vader en een gehoorzame hoveling die het zijn baas naar de zin moet maken. Hij beschikt over een scherpe tong en beledigt protesterende vaders en echtgenoten die hun dochters en echtgenoten niet het slachtoffer willen laten zijn van de passie van de hertog. Een vader, de graaf de Monterone, spreekt een vervloeking uit over de hertog en zijn vazal Rigoletto. De nar zal er regelmatig aan worden herinnerd wanneer hem iets tegen zit. De rol zit Gavanelli als gegoten. Zijn donkere timbre en zijn potentie om de klankkleur van zijn stem aan te passen tijdens wisselde psychologische omstandigheden is fantastisch. Zijn acteren komt volkomen geloofwaardig over. Hij is de man die lijdt aan het leven en hij roept ongetwijfeld de meeste emoties op die het sterkst naar voren komen tijdens de ontroerende duetten met zijn naïeve dochter Gilda, vertolkt door de Duitse coloratuur sopraan Christine Schäfer (1965).
 Daaraan gaat vooraf een prachtige samenzang van Gilda met de brutale hertog, vertolkt door welluidende en gemakkelijk zingende Argentijnse tenor Marcelo Alvarez (1962). Een mooi liefdes duet wordt gevolgd door de ontroerende aria ‘Cara nome ….van Gilda. Uiteindelijk belandt Gilda inderdaad na ontvoering door de hovelingen in een vertrek van het paleis van de hertog in diens armen. Rigoletto ziet haar pas weer terug nadat hij bespot is door de hovelingen. De emoties lopen hoog op.

Emoties
Je wordt ontroerd omdat de schitterende zang en de emoties het directe gevolg zijn van het verdriet en de gelijktijdige vergevingsgezindheid van Rigoletto voor zijn dochter, die zich liet verleiden door de perverse hertog. Maar ook vanwege de wraak die de nar koestert voor de hertog. De band tussen vader en dochter wordt weer hersteld. Maar dan verschijnt de gevangen genomen Graaf Monterone. Hij heft zijn vuist op tegen het portret van de hertog omdat deze zijn dochter onteerde. Hij roept om vergelding voor het aangedane leed. Rigoletto neemt het voor hem op en zegt in een soort wilde, korte cabaletta dat hij op de hertog wraak zal nemen. Zeer indrukwekkend.

Het laatste bedrijf levert evenzo vele hoogtepunten op als het voorgaande. Rigoletto heeft huurmoordenaar Sparafucile, vertolkt door de uitstekende bas Eric Halfvarson, de opdracht gegeven de hertog te vermoorden. Gilda die nog steeds verliefd is op de hertog ziet in het bijzijn van haar vader door een venster dat de hertog vrijt met Maddalena de zus van Sparafucile. Desondanks zegt Gilda nog van de

Marcelo Alvarez als de Hertog van Mantua

hertog te houden. Gilda, Maddalena, de hertog en Rigoletto zingen een wereldberoemd kwartet waarbij ieder zijn gevoel bij de gebeurtenissen laat spreken. Dan volgt een scene waarin onweer en de sterke wind het orkest noopt tot een spectaculaire weergave daarvan. Dan volgt een spannend trio tussen Sparafucile, Maddalena en Gilda. Weer een staaltje zang van oog niveau. Rigoletto stuurt zijn dochter weg en zegt tegen Sparafucile dat hij om middernacht het lijk van de hertog komt ophalen. Dat gaat niet lukken omdat Gilda begrepen heeft wat er aan de hand is. Zij wil de hertog redden en neemt de plaats in van de hertog op het moment dat de huurmoordenaar toeslaat. Gilda’s lijkzak wordt overhandigd door Sparafucile aan de wraakzuchtige Rigoletto. Wanneer hij tot zijn ontzetting ontdekt dat niet de hertog is vermoord maar zijn dochter stort zijn wereld in. Zijn laatste uitroep luidt: ‘Ah, la meledizione.’ (Ah de vervloeking!)

Dat de opera grote indruk maakte op de toeschouwers was na afloop duidelijk. Hopelijk ook op de opera Arabella van Richard Strauss op 22 mei aanstaande.

Aucena bedreigd met vuurfakkel

Zondag 25 maart. Met 83 andere leden van Operaclub Nederland vertrok ik in een volle bus naar Essen om een van de meest populaire opera ‘ s van Giuseppe Verdi te gaan zien: Il Trovatore. Met la Traviata (1853) en Rigoletto (1851) maakt Il Trovatore (1853) deel uit van de middenperiode van een van de belangrijkste Italiaanse componisten. Verdi (1813-1901) had Oberto, Nabucco en I Lombardi, die verhaalden over  opstandoorlogen, achter zich gelaten. De componist voorzag zijn nieuwe werken van een rijkere orkestratie en de librettisten benaderden de personages steeds meer vanuit een psychologisch standpunt. Aangezien het  libretto van Salvatore Cammarano in Il Trovatore tamelijk complex is vroeg ik me af hoe de  regisseur daar mee zou omgaan.

Regie
Om met de deur in huis te vallen, de voorstelling in het Aalto-Theater is er een met veel soldaten, veel geëxecuteerde doden, treurende vluchtelingen, gemartelde en verkrachte mensen en al wat je je kunt voorstellen bij veel oorlogsgeweld. Dat werd lang niet door iedereen geapprecieerd. Essen had in 2001 met de Il Trovatore van regisseur Hilsdorf al te maken met protesterende bezoekers. Zij konden die regie niet accepteren. Het huidige Frans-Belgische regieteam Patrice Caurier-Moshe Leiser interpreteerde Il Trovatore als een burgeroorlog waarbij het podium soms verandert in een slagveld vol rommel en prikkeldraad. Manrico, de troubadour en Graaf Luna zijn niet alleen liefdesrivalen maar ook krijgsheren die tegen elkaar vechten tot het bittere einde maar geen idee hebben van het feit dat ze broers zijn. Je moet als toeschouwer sterk geharnast zijn om het originele verhaal van Salvatore Cammorano te herkennen.

De muziek
Gelukkig is er de muziek nog. Die is niet te versmaden. De Essener Philharmoniker onder leiding van dirigent Matteo Beltrami wist wel raad met het notenbeeld van de grote meester. Maar ook de cast kwam over het algemeen goed voor de dag. Het minst enthousiast was ik eigenlijk nog over de vertolking van graaf Luna door de Zuid Koreaan Tito You, als invaller voor de zieke Nikoloz Lagvilava.

Graaf Luna, Manrico en Leonora

De bariton moest een personage neerzetten dat volkomen uit zijn sociale context was gerukt en kennelijk beroofd  van elke waarde en idealen waarin hij geloofde. Hij wordt op het podium een raadselachtige figuur zonder enige diepgang waarvan we alleen weten dat hij hevig verliefd is op Leonora en met wie we kennis met hem maakten toen hij in een romantische bui stond te zingen onder het balkon van zijn geliefde. Weinig oorstrelende zang maar wel met een sterk fortissimo dat hij gedurende de gehele opera handhaaft en dat op den duur eendimensionaal klinkt. Voor mij was de meest interessante rol die van de zigeunerin Azucena, tot leven gebracht door de mezzosopraan Nora Sourouzian. Zij speelde een grote rol in de meeste scenes van de opera. Ze ging voor haar twee passies. Eén: de liefde voor Manrico de troubadour die zij als haar zoon beschouwt en die ze ook verzorgde nadat hij gewond was geraakt tijdens een duel met liefdesrivaal graaf Luna. Twee: het hevig verlangen om haar vermoorde moeder te wreken. Beide passies veroorzaken bij haar zwaarmoedigheid die in haar vertolking steeds terugkeert. Lang voor de handeling van Il Trovatore begint is zij eigenlijk al volledig verpletterd. Degenen van wie zij het meeste hield, haar moeder en haar kind, werden al weggevaagd door het geweld van de menselijke hartstocht. Maar wat zong Soufrouzian stabiel en zuiver en met een passie en geloofwaardigheid die je als toeschouwer onmiddellijk boeit.

De rol van Leonora, de gravin van Sargosto werd gespeeld door de Roemeense sopraan Aurelia Florian. Zij werd bemind door twee mannen maar beminde er een: de troubadour Manrico die de tegenpool was van graaf Luna. Florian had een leeuwenaandeel in het zingen van bekende toegankelijke aria’s waarvoor zij veel applaus kreeg. Haar heldere stem, volume en topnoten waren ruim voldoende om haar minimale wijze van acteren te compenseren. De titelrol was voor de tenor Gaston Rivero. Een enthousiast zingende tenor met een krachtige stem die geen problemen kende tijdens de bravourearia “ di quella pira.” Zijn liefde voor Leonora was onmiskenbaar.

Drie doden in finale

Azucena met graaf Luna

Voor Fernando, de hoofdman van het leger van graaf Luna, was invaller de bas Nicolai Karnolsky ingehuurd. Hij introduceerde tijdens zijn openingsaria bij zijn soldaten de geschiedenis van de familie van graaf Luna. Zijn mannen, gekleed in grijze kostuums, zaten in een wijde kring. Op het middenterrein bevonden zich vermoedelijk een groep zigeuners of vluchtelingen. Ze werden door de soldaten gekneveld en enkelen voor het einde van de scène gefusilleerd. Ik weet nog steeds niet wat de geschiedenis van de graaf te maken heeft met het klakkeloos neerschieten van een groep mensen. De bloedspatten besmeurden de muren van een kamer waar alle scenes zich afspeelden. Ja ook de scène waarin een ijzeren ledikant met een getraumatiseerde Azucena in vliegende vaart werd binnen gereden. Even later hamerde het goed zingende zigeunerkoor ritmisch op het ledikant. Weg is de folklore die bij dat koor hoort. Even later werd een scène afgesloten met een luide knal. De oorlog was in volle gang. Soldaten hebben lol aan een bak bier en de verkrachting van een rubberen pop. Gekker kan het dan niet meer.

Gelukkig gingen we met een goed gevoel naar huis want in de laatste twee scenes werd op hoog niveau gemusiceerd ondanks het feit dat Leonora de dood vond door zelfmoord en Manrico en Azucena met twee kogels uit de revolver van graaf Luna om het leven kwamen.

Zelden zag ik een opera waarin geweld zo fysiek aanwezig was. De schoonheid van de muziek van Verdi stond haaks op wat op het podium werd getoond.

 

 

 

Sopraan Angela Maede als Semiramide

Zondagochtend 18 maart, 11.00 uur ben ik in de Pathébioscoop met nog 40 mensen die de kou trotseerden. We zitten klaar voor een drie uur durende opera van Rossini. Er doet zich geen moment van verveling voor want Semiramide van  Gioacchino Rossini (1792-1868), waarvan de première was op 3 februari 1823 in Venetië, krijgt meteen de aandacht die het verdient door de sprankelende ouverture onder leiding van dirigent Maurizio Benini. Wat daarna volgde was een hele rits van scenes die door een geweldige cast op hoog niveau werd vertolkt.

Rossini staat bekend als een componist die nog componeerde in de tradities van het belcanto en de barok uit de 17e eeuw. Decoratieve zang noemt men dat ook wel. Veel mensen vinden dat tegenwoordig niet meer zo interessant, maar als je op je gemak in een theaterfauteuil zit en verwend wordt door welluidende klanken, versieringen met coloraturen en hoge topnoten, die alle even zuiver en zonder enige forcing worden gezongen kun je er echt van genieten.

Via via
 Het complexe libretto van Semiramide is geschreven door Gaetano Rossi naar een tragedie van Voltaire.De opera gaat over de Babylonische koningin Semiramide, die samen met haar minnaar Assur haar echtgenoot Nino heeft vermoord. Haar zoon, van wie men vermoedt dat die ook niet meer tot het land van de levenden behoort, blijkt niet gedood te zijn maar leeft nog onder de naam Arsace. Deze Arsace komt er via via achter dat Semiramide zijn moeder is en dat die tevens de moordenaar is van zijn vader Nino. Je gelooft het niet, maar voor dat dit duidelijk is, lijkt er een huwelijk tot stand te komen tussen Semiramide en haar zoon wiens eigenlijke naam Ninia is. Jawel, de goden grijpen in. Het huwelijk gaat niet door. Semiramide wordt per ongeluk door haar zoon met een mes in haar rug gestoken en sterft. Assur wordt gevangen genomen. Het slot van dit alles is dat Ninia op de troon komt.

Sterren van de hemel
Ondertussen hebben de toeschouwers kunnen genieten van veel arioso, aria’s, trio’s en ensembles. Er zijn te veel hoogtepunten om op te noemen maar als je toch op YouTube gaat zoeken naar enkele fragmenten uit Semiramide, kijk dan uit naar de prachtige duetten tussen Semiramide en Arsace. De Amerikaanse sopraan Angela Maede en de weergaloze Amerikaanse mezzosopraan Elizabeth Deshong zongen in de Metropolitan Opera de sterren van de hemel en deden me denken aan het fascinerende duo Sutherland- Horne vele jaren geleden. Wat een warmte, wat een overgave en wat een emotie in de

Scene uit Semiramide

Pathébioscoop. Maede kwam wat langzaam op gang, maar verwierf al snel de sympathie van het New Yorkse publiek door haar geslaagde topnoten. Dat gold ook voor de lyrische, 41 jarige Mexicaanse tenor Javier Camarena die de rol van Idreno vertolkte. Hij heeft een prachtige stem, zingt krachtig en pakt moeiteloos al zijn topnoten. De Russische bas-bariton Lidar Abdrazakov zette een stoere, van zichzelf overtuigde Assur op het podium, die regelmatig conflicten uit moest vechten met Arsace. Hun duetten waren spannend en zeer welluidend.
De productie van Semiramide is inmiddels 25 jaar oud en afkomstig van John Copley. De decors zagen er warm en traditioneel uit. Dat gold ook voor de prachtige kleding waarmee de protagonisten waren uitgedost. Er was duidelijk sprake van een kostuumopera. Het acteerwerk bleef tot een minimum beperkt. De goed zingende koren bewogen nauwelijks en stonden tijdens de verschillende scenes echt ‘ opgesteld’. Het publiek maalde er niet om. Het kreeg waar het voor gekomen was: briljante zang! Ik heb er van genoten.

Rudolfo en Mimi vinden elkaar

 Het aantal keren dat ik La Bohème van Giacomo Puccini (1858-1924) vanaf mijn schooljaren heb gehoord via verschillende geluidsdragers is niet te tellen. Ik zou er een minutieus bijgehouden agenda en een telmachine bij moeten halen om daar achter te komen. Zondag zag ik in Tilburg in de Pathébioscoop opnieuw het werk dat in 1896 in première ging in Turijn. De opera is voor velen een topper. Het superromantische onderwerp, de liefdesbeleving van bohémiens in Quartier Latin in Parijs, speelde in mijn jeugdjaren al tot de verbeelding. De prachtige muziek gekenmerkt door lange melodieuze legato bogen geeft het werk de sensibiliteit die je soms naar de zakdoek doet grijpen. Merkwaardig genoeg ontbrak bij mij zondag in de eerste twee bedrijven de ontroering die zich meestal snel van me meester maakt. De tenor Michael Fabiano als Rudolfo en de inmiddels tot een wereldster gepromoveerde Bulgaarse sopraan Sonya Yoncheva als Mimi vonden elkaar, bij het zoeken van een op de vloer gevallen huissleutel toen ze elkanders handen raakten.  Rudolfo’s ‘Che gelida manima’ en Mimi’s ‘Mi Chiamano Mimi‘ deed mijn muzikale hart dit keer niet sneller kloppen. Ik vond hun flirt en zang wat te routineus.

Musettawals
Nadien kwam er een omslag. Maar allereerst iets over het tweede bedrijf.
Meer dan 100 zangers en figuranten krioelden op het podium door elkaar voor het terras van café Momes. Er was een bont gezelschap van marktkramers, een militaire optocht en jongelui die uit waren op een pleziertje. Ook de vier bohémiens waren er bij. Het geheel suggereerde een warme gezellige middag met vrolijke zang. In deze groep bevond zich ook de veroorzaker van Marcello’s hartzeer, de   wispelturige Musetta. Daar oogstte mezzosopraan Susanna Philips met haar Musettawals ‘Quando m’en vo‘ het gewenste succes. Ze kreeg toen door haar uitdagende vertolking weer vat op haar ex-minnaar de schilder Marcello. vertolkt door de prachtige zingende Lucas  Meachem. Deze krachtige bariton met zijn elegant geluid speelde met evenveel vuur als Fabiano tijdens de laatste twee akten. Beiden hadden geen moeite met hun verbale discussies en de emoties die daarbij hoog opliepen. Marcello voegde een dimensie toe aan zijn vriendschap met de dichter door Rodolfo op zijn fouten te wijzen en hem te ondersteunen tijdens het stervensproces van Mimi. In zijn omgang met Musetta leek hij nog een heethoofd maar naar Mimi begripvol met een luisterend oor.
Terugkomend op Fabiano in de twee laatste bedrijven: Hij liet zijn gevoel spreken. Zijn klank kreeg steeds meer rijkdom en zijn gepassioneerde overgave om zijn rol waar te maken spatte ervan af. Dat bleek ook tijdens de pseudodansjes en een schijngevecht met de drie andere bohemiens.

Fantastisch kwartet
Fabians directe tegenspeler was Sonja Ongeval. Haar eerste grote artistieke prestaties beleefde ze vooral in de Met. De afgelopen week bracht ze haar eerst solo cd uit met werk van Verdi. Ze toonde zich in La Bohème een fijne, kwetsbare Mimi die tijdens de tragische momenten haar hoogtepunt bereikte. Vocaal was ze krachtig en veerde haar stem op in passages als ‘Ma quant Vien lo schel’ of tijdens de derde acte in een duet met Rudolfo dat overging in een fantastisch kwartet met het ruziënde stel Marcello – Musette.   Yoncheva slaagde er ook in de zachtere kwaliteiten van Mimì te laten horen, met name in de aria ‘Donde lieta’, die om een zachte benadering vraagt. Haar stem bleef tot het einde, ook tijdens de sterfscene rijk en levendig waardoor ze de indruk wekte een sterke vrouw te zijn.
De rest van de cast was van hoge kwaliteit met Alexey Lavrov als Schaunard en Matthew Rose als Colline. Ze speelden en zongen met vuur maar ook lieten zij in hun samenzang nostalgische trekjes zien. De aria ‘Vecchia zimarra‘ van de filosoof Colline, gezongen door de bas Matthew Rose ontroerde, toen hij bereid bleek afscheid te nemen van zijn oude jas om Mimi aan medicijnen te helpen.

Toonsoort
In de orkestbak dirigeerde Marco Armiliato. Opvallend was dat hij de aria ‘Che gelida manina’, in een lagere toonsoort liet vertolken dan de partituur voorschrijft.  Wat de reden daarvan was weet ik niet.
Wat de regie betreft nog het volgende: In 2014 zag ik ook La Bohème vanuit de Met. De regie was toen van de beroemde regisseur Zefirelli. Nu werd dezelfde productie van stal gehaald. Schrik niet die stamt uit de jaren tachtig. Wanneer komt er een nieuwe met een moderner snit? Dat kan deze opera wel gebruiken die door de librettisten Giacosa en Illica werd geschreven naar de roman ’La vie de Bohème.’
Zeker, het behoudende deel van het operapubliek zal zich niet ongelukkig hebben gevoeld bij het zien van deze verouderde productie. Er was veel sneeuw, veel liefdesverdriet bij vier straatarme jonge kunstenaars in een verloederde bovenwoning waar zij het moesten doen met een slecht functionerende potkachel waarin ze hun kunstproducten opstookten om de zolderkamer warm te krijgen. Er was voldoende voeding voor sentiment.

De tegenwoordige inleider van de opera’s de heer Ernst Daniël Smid kan bij mij nog weinig goeds doen. Zijn inleiding gaat gepaard met veel bombarie, onnodige, mislukte pogingen om een bepaald themaatje te zingen waarvan hij verwacht dat het hoog geëerd publiek dat herkent. Daarom graag terug naar de inleider van het vorige operaseizoen Bo van der Meulen.

O ja, ik vergat bijna nog te vermelden dat het publiek enthousiast was over de voorstelling. Daar gaat het toch voornamelijk om.

 Het was een avond (27-2-2018) vol verrassingen in de schouwburg van Tilburg. Na een interessante inleiding op de opera Hamlet van de componist Ambroise Thomas (1811-1896) volgde onmiddellijk daarna een proloog in de foyer. Terwijl veel mensen, die de kou trotseerden, zich nog ontdeden van hun winterjassen, trok een korte stoet met blazers en zangers al musicerend met in hun midden de lijkkist van Hamlets vader naar de grote zaal om de baar midden op het podium te plaatsen. Dat was erg indrukwekkend. Daarmee maakte de regisseur het publiek vooraf al gevoelig voor het trieste drama dat was aangekondigd als een psychologische thriller.

Een tweede verrassing was de in grote getale aanwezigheid van jeugdige bezoekers. Zoveel jongeren heb ik in geen jaren gezien bij een opera. Die aandacht en enthousiasme voor een muziekgenre, waarvan een deel van de oudere generatie wil voorkomen dat er allerlei vernieuwingen worden doorgevoerd waar zij niet mee kunnen leven, stemde me hoopvol.

Boeiende voorstelling
Hamlet van Thomas wordt gerekend tot de zogenaamde “Grande Opéra”. Je kunt dan rekenen op grote decors, een kostbare aankleding, tenminste één massascène, een aansprekend ballet en liefst ook een historisch onderwerp. Het spektakel omvat 4 bedrijven en neemt dan meer dan vier uur in beslag en het is bovendien zeer kostbaar.
Opera2day is een Haags gezelschap dat al 10 jaar bestaat en wil laten zien dat je met beperkte financiële middelen toch een boeiende operavoorstelling kunt maken. Hoezo? Er waren geen kostbare decors. In plaats daarvan werd er op een intelligente manier gebruik gemaakt van video-en filmopnamen, die toonden hoe situaties op het podium werden beleefd in het hoofd van een of meerdere acteurs. Hier was echt sprake van toegevoegde waarde. Een aansprekend ballet was er niet maar de voorstelling leed er niet onder omdat de producers het werk tot tweeëneenhalf uur terug brachten en de essentie van het werk boeiend uitbeeldden. Wie onbevangen naar de voorstelling keek, genoot van het gebodene. Zelf had ik er moeite mee dat een groot orkest ontbrak, dat was namelijk teruggebracht tot 14 musici die het weliswaar knap deden met een gearrangeerde partituur maar het klankgemiddelde van de originele partituur onvoldoende kon compenseren. Dat massascenes ontbraken was niet te merken. De passages voor een koor werden uitgevoerd door alle beschikbare protagonisten. Op het podium stonden zangers die hun mannetje stonden ondanks het feit dat er akoestisch soms iets niet goed bij mij binnenkwam en het eerste beste duet niet echt slaagde. Was er geluidsversterking in het geding?

Drijfveren
William Shakespeare schreef zijn toneelstuk Hamlet, dat gaat over de menselijke drijfveren zoals liefde, idealisme, jaloezie en wraak, tussen 1600 en 1602. Michel Carré en Jules Barbier schreven op basis van dit stuk een libretto. De première was op 9 maart 1868 in de opera van Parijs.

De cast

Waanzinaria van Ophélie

Hoofdpersoon is de geest van de vader van Hamlet die de gehele voorstelling fysiek of op videobeeld aanwezig is. Acteur Joop Keesmaat speelt deze rol zonder zelf te zingen. Dat doet de onzichtbare bas Yauz Arman Isleker voor hem. De graftombe van Hamlets vader staat midden op het toneel. Het bruiloftsmaal van koningin Gertrude en koning Claudius, die zijn broer, Hamlets vader, vermoordde, vindt plaats boven het graf. De rol van Claudius werd goed vertolkt door Martijn Sanders. Martina Prins als koningin Gertrude beschikt over een volumineuze sopraan en paste zich goed aan en zong de dialoog toen zij door Hamlet werd bedreigd uitstekend. De Hamlet door Quirijn de Lang werd zeer geloofwaardig ingevuld. Hamlet is erg gedeprimeerd over de gifmoord op zijn vader en het overhaaste huwelijk van zijn moeder met zijn oom Claudius, die nu koning is. De jonge man is vervuld van haat en wil wraak! Hij vond dat het zijn taak was de dood van zijn vader te wreken maar aarzelde wanneer de gelegenheid zich voordeed. De acteerprestatie en de vocale voordracht van De Lang stonden in het teken van een personage met een existentiële twijfel. Zijn bariton won naar mate de voorstelling vorderde aan kracht.Het optreden van de sopraan Lucie Chartin als Ophélie, de geliefde van Hamlet, kwam tot een hoogtepunt tijdens haar waanzinaria waarin ze meester bleef over de lastige, met hysterie gezongen coloraturen. Haar waanzin veroorzaakt door de verslechterde verhouding met Hamlet, leidt tot haar zelfdoding. Na haar begrafenis en na de oproep van zijn vader om nu echt wraak te nemen op Claudius voltrekt Hamlet het vonnis. Zijn laatste daad in deze voorstelling is die van suïcide. Andere versies van deze opera leiden tot een andere finale. Meestal wordt dan Hamlet door het volk tot koning uitgeroepen.
Deze opera kent veel prachtige scènes. Heel bijzonder vond ik de vondst van regisseur Van Veggel van de scène waarin Hamlet de moord op zijn vader laat naspelen door een groep artiesten voor koning Claudius, koningin Gertrude en de rest van de hofhouding omdat zij geïnteresseerd zijn in drank en entertainment. Als koning Claudius door heeft wat er nagespeeld wordt zijn de rapen gaar. Van Veggel laat Hamlet een opgestelde camera inzoomen op de ogen van Claudius en zegt heel koeltjes: ‘ Sire U   verbleekt.’

Tenslotte: Opera2Day is er in geslaagd in een nieuwe compacte versie van Hamlet opera, film en videobeelden te laten samensmelten om diep te kunnen doordringen in de gedachtewereld van de personages. Het publiek toonde zich na afloop van de voorstelling uitermate enthousiast. Ik ben benieuwd naar een volgend project!

 

Dulcamara brengt zijn drankjes aan de man

Op zondag 18 februari zagen circa 60 mensen in de Pathébioscoop van Tilburg de opera buffa L‘Elisir d’Amore van de componist Gaetano Donizetti (1797-1848). Het enthousiasme van de toeschouwers was groot. Terecht, want de uitvoering van de Metropolitan Opera in New York was sprankelend. De Met beschikte over een uitstekende cast waarin acteren en zang op een zeer hoog peil stonden.

De première van de opera was op 12 mei 1832 in Teatro della Conobbia in Milaan. Het verhaal gaat dat Donizetti binnen 14 dagen deze opera buffa componeerde en librettist Felice Romano zou het libretto in één week vertaald hebben vanuit de originele tekst ‘Le Philtre’ van Scribe.
Populair
Deze opera, de zesendertigste van Donizetti bleek een uiterst succesvol meesterwerk. De  componist zette voor deze plattelandsopera herkenbare personen uit het Italiaanse platteland neer zonder te vervallen tot de wat zoete Rossinistijl. Ook zijn de zanglijnen ontdaan van niet functionele versieringen.
L ‘Elisir d’Amore was lang Donizetti’s populairste opera door de bijna onafgebroken mooie melodieën. In deze romantische opera figureren slechts vier hoofdpersonages.

De cast
De rol van Nemorino werd uitstekend vertolkt door de tenor Matthew Polenzani. De Amerikaan was uitstekend op dreef en mag als een van de topzangers van de Met worden beschouwd. Hij heeft een zeer aangenaam geluid. Hij zingt moeiteloos en beheerst een pianissimo dat hij bij het aanhouden van een toon kan veranderen in een andere klankkleur. Polenzani speelde de rol van de smoorverliefde jongeling die maar geen vat kan krijgen op de voor hem begeerlijke Adina. Hij roept daarom de hulp in van de uiterst slimme welbespraakte kwakzalver Dulcamara, die voor iedere kwaal wel een wondermiddel weet. Deze wonderdokter oogstte met zijn rap-aria ‘ Udite, Udite o rustico,’ waarin een groot aantal woorden ritmisch worden geperst grote bewondering van de dorpsbewoners. Hij verkoopt hen en Nemorino prompt talloze flesjes gevuld met zijn wondermiddel. De Italiaanse buffa-bas-bariton Ildebrando d’ Arcangelo wist wel raad met zijn buffa rol.
Nemorino’s liefde is oprecht en diep. Door het elixir komt hij tot de conclusie dat hij zijn gevoelens moet uiten. Dat doet hij in de beroemde aria ‘Una fortiva lagrima‘ (een verstolen traan).

Nemorino moet het dus hebben van een liefdesdrank die vrouwen voor hem doet smelten, zo beloofde Dulcamara. Daar leek het ook wel op vooral toen bekend werd dat Nemorino een grote erfenis stond te wachten. De vrouwen hengelden collectief naar zijn aandacht. Alleen Adina wist nog van niks. Zij was verbaasd over het gedrag van Nemorino, want zij verwachtte dat hij haar afwijzing nog niet te boven was gekomen. Door jaloezie overmand besloot ze af te zien van de hulp van Dulcamara en op eigen initiatief een poging te doen om Nemorino te vemurwen haar tot zijn geliefde te maken. Dat lukte en daarmee raakte zij behalve Nemorino ook de gevoelige snaar van het publiek.
Gevoelige snaar

Sopraan Pretty Yende als Adina.

Voor dat laatste was de mooie 32 jarige Zuid-Afrikaanse coloratuur sopraan Pretty Yende vooral verantwoordelijk. Zij was voor mij een aangename verrassing. Ik had haar nog nooit gehoord. Ze zong met veel pit en warmte, zong haar topnoten met het grootste gemak en speelde koket en charmant de rol van een verliefde vrouw die dat in eerste instantie niet wilde laten merken. Spelbreker in dit liefdesverhaal is sergeant Belcore die tijdens een kortstondig verblijf in het dorp er bijna in slaagt om met Adina te trouwen. Bariton David Luciano zong en speelde de rol met veel humor. Het koor en het orkest van de Met deden het weer voortreffelijk. Dit keer onder leiding van de in Caracas geboren debuterende dirigent Domingo Hindoyan.

De productie van deze uitvoering van de Met was van Barlett Sher. De regie was uitstekend en aan de decors was rijkelijk veel aandacht besteed. Ik heb dan ook genoten van deze prima uitgevoerde komische opera.