Feeds:
Berichten
Reacties

Niet iedereen van de 75 bezoekers in CC. Jan van Besouw in Goirle ging heel tevreden naar huis na het zien van Otello van Verdi op 22 oktober 2019. Natuurlijk waren de meeste mensen naar het cultureel centrum gekomen omdat ze van Verdi houden. De uitvoering van producer Keith Warner leek hen toch iets te donker en de muziek had volgens hen toch niet de kwaliteit van die van de bestsellers Nabucco, La Traviata en La Forza del destino. Waar waren de mooie belcanto aria’s gebleven waarvan je tranen in je ogen kreeg, vroegen zij zich af. Inderdaad die waren er niet want Verdi componeerde op zijn oude dag dit meesterwerk op een andere wijze, waarbij hij meer dan ooit de orkestpartij en de tekst met elkaar zo liet versmelten dat de opgesloten tragiek van Shakespeares werk zeer expressief voor het voetlicht kwam. Daarbij maakte hij geen gebruik van het oude Italiaanse operaconcept. Dat was ook te danken aan de literaire capaciteiten van de Italiaanse componist Antonio Boito, die de opera voorzag van scherpe teksten gebaseerd op het werk van Shakespeare. De voorgangers van Otello waren Don Carlos (1867) en Aida (1871) en 16 jaar later op 5 februari 1887 werd de première van Otello opgevoerd in de Scala van Milaan. De Italiaanse maestro was toen 74 jaar. Een geweldige prestatie vooral als men bedenkt dat Verdi’s opvatting over opera zich nog steeds ontwikkelde en hij de orkestrale complexiteit van zijn werk vergrootte in vergelijking met zijn voorgaande opera’s. Het betekende afwijken  van het concept aria, duet-en koorscene, naar een vloeiende overgang van de ene naar de andere scène.
Waardig opvolger
Van het belcanto concept bleef nagenoeg niets meer over. Zie daar het probleem van de operabezoeker die Otello voor het eerst ziet. Dat is bij mij zeker niet het geval. Op zeer jeugdige leeftijd was ik al gegrepen door Verdi’s meesterwerk en ook de uitvoering die ik presenteerde van het Royal Opera House Covent Garden in Londen, onder leiding van de 58 jarige Antonio Pappano, beschouw ik als een uitstekende uitvoering van Verdis meest geslaagde drama die bij operakenners en liefhebbers niet in hun discotheek mag ontbreken. Zeker, Placido Domingo zal na zijn afgedwongen vertrek van het operapodium de geschiedenis ingaan als wellicht de meest succesvolle Otello, maar ik geloof dat men in de Duitse tenor Jonas Kaufmann een waardig opvolger heeft gevonden. Hij evenaart zeker vele zangers die reeds eerder furore maakten in deze rol.

Emoties

Jonas Kaufmann als Otello en Marco Vratogna als Jago

De rillingen liepen me soms over het lijf tijdens deze uitvoering van regisseur Keith Warner. Otello is het meest duistere werk van Verdi. Dat kwam ook tot uiting in de erg donkere opname. Mijn slechte ogen moesten zich bovenmatig inspannen om vooral in de eerste acte te zien wie wie was. Otello’s opkomst met zijn ‘triomfantelijke ‘Exsultate, l’orgo muselmano’ was magistraal ‘. Geen probleem op dat moment. En ook Jago, met een kaalgeschoren hoofd en de uitstraling van een duivel in mensengedaante was helder en duidelijk. De Italiaan Marco Vratogna is nog net niet de evenknie van de legendarische  Tito Gobbi maar toch werkelijk een symbool van het kwaad, Vooral in de toonzetting naar de andere protagonisten trad hij sluw, verleidend en demoniserend op. Hij was immers Otello’s vijand. Hij had er belang bij om de man die een onderscheiding toekende aan Cassio, vertolkt door de tenor Frederic Antoun, waarvoor juist hij, Jago, dacht  in aanmerking  te komen, ten val te brengen. Om dat te bereiken bedacht de crimineel een script dat zou leiden tot de dood van Rodrigo die verliefd was op Desdemona. Uiteindelijk werd hij zelf ook slachtoffer.
Ingevolge Verdi’s wens was het personage Otello een tenor met een volumineuze stentorstem en Jago zijn baritonale evenknie die wist hoe jaloezie, dronkenschap en ruzie aan te wakkeren. Wie de teksten van deze opera heeft gelezen en de muziek herkende die daarbij paste, moet onder de indruk zijn van Verdi’s meesterwerk. Wie de teksten nog niet las adviseer ik omdat alsnog te doen. En let dan eens op hoe Jago’s demoniserende monoloog ‘Credo’ waarin hij zich zelf karakteriseert  bij de aanvang van het tweede bedrijf is georkestreerd. De rillingen lopen over je lijf.

Naïeve vrouw

Maria Agresta als Desdemona

Veel mensen lieten me weten dat ze de derde en vierde acte aantrekkelijker vonden dan de eerste twee. Dat was volgens hen te danken aan het veelvuldiger optreden van Desdemona. Een rol die succesvol vertolkt werd door de Italiaanse Maria Agresta. Ik had haar bij mijn weten niet eerder horen zingen.  Na het ‘mannengeweld’  met hun  krachtige dialogen was het optreden van de lyrische sopraan voor velen een weldaad voor het oor. Haar wilgenlied met het dikwijls als een mantra herhaalde ‘salce’ en het onmiddellijk daaropvolgende ‘Ave Maria’ werd schitterend door haar vertolkt. Niet alleen zangtechnisch maar ook acterend. Haar Desdemona is de verbeelding van een zachte, erg naïeve vrouw die zich telkens de woede van haar man op de hals haalt door te pas en te onpas aandacht te vragen voor Cassio, die Otello door toedoen van Jago wantrouwt wegens een vermeende geheime relatie met Desdemona.

 De trouwe lezers van mijn weblog weten onderhand wel dat ik de opera Turandot van de Italiaanse componist Giacomo Puccini (1858-1924) al dikwijls zag. Gisteren, 10 oktober 2019, was dat opnieuw het geval in de Pathébioscoop in Tilburg. Ik was enigszins aarzelend naar het filmtheater gegaan en herinnerde me, dat ik de productie die de Met naar alle hoeken van de wereld streamt toch al heel dikwijls had gezien met vanzelfsprekend wel steeds wisselde casts. In mijn muziekkast staat een dvd met een uitvoering van de Met uit einde jaren tachtig met in de hoofdrollen Placido Domingo als prins Calaf en Eva Marton als de haast onbenaderbare prinses Turandot. Een pracht uitvoering die vooral ook te danken was aan de onlangs overleden regisseur Franco Zeffirelli. Het is haast voor een gewone sterveling niet voor te stellen dat deze productie al 32 jaren in leven is gebleven.

Sprookje
Toen ik gisteren de eerste beelden weer terug zag, gaf ik me onmiddellijk over aan het uit de 13e eeuw daterend sprookje opgetekend door Carlo Gozzi in 1762.  In dat sprookje ging het ook over een prinses die uitsluitend wil trouwen met een man die drie raadsels kan oplossen die zij hem voorlegt. Op een zekere dag arriveert bij haar een arme varkenshoeder die zijn geluk wil beproeven door de raadsels op te lossen in aanwezigheid van twaalf geleerden. De eerste vraag luidt: Welke boom draagt aan de ene kant lichte en aan de andere kant zwarte bladeren? De jonge man antwoordt: ‘De boom   die aan de aarde de lichte dagen en de zwarte nachten geeft.’ De 2e vraag luidt: Wie kan heel de wereld overzien en ontdekt nergens haar gelijke? De varkenshoeder geeft voor de tweede keer een correct antwoord: ‘De zon.’ De laatste vraag lijkt me minder moeilijk, maar toch… Welke moeder is er op de wereld, die al haar kinderen opslokt? Het antwoord is: ‘Wie anders dan de zee! Zij slokt al de stromen en rivieren en waters op, die in haar uitkomen.’ Alle vragen zijn goed beantwoord. Niets staat een huwelijk tussen de varkenshoeder en de prinses nog in de weg en uiteindelijk zal de held als koning regeren.

In de tekst van Gozzi èn in het libretto van Giuseppe Adami en Renato Simoni bij Puccini’s laatste opera staan de drie raadsels, al zijn ze heel verschillend, zo centraal dat je je afvraagt wat bezielt de varkenshoeder in het ene geval en de zoon van Koning Timur in het andere er toe om te strijden om de gunsten van een frigide, onwillige vrouw . Turandot zal zelfs na oplossing van de raadsels, ondanks haar belofte, weigeren zich te geven aan de man die haar zal verlossen van haar trauma. Het libretto van Puccini’s Turandot vertelt ons, in de aria ‘in questa reggia’ van Turandot, dat de afschuw van mannen haar oorsprong vindt in de gewelddaden en de verkrachting die een buitenlandse overweldiger een van haar stammoeders heeft doen ondergaan. Calaf wil haar in ieder geval bezitten en veronderstelt kennelijk dat zijn kus haar zal doen smelten. De aantrekkelijkheid van Turandot is onbetwist haar schoonheid.

Schoonheid
Ik liet me dus onderdompelen in de schoonheid van de monumentale uitvoering van deze prachtige kooropera.  Muziekregisseur Yannick Nézet -Séguin wist met volle inzet van zijn orkest  een aantal climaxen te creëren die van de opera een meeslepend geheel maakten. Hij zorgde daarbij voor een briljante effecten.

Het eerste applaus ging naar de Italiaanse  mezzosopraan Eleonora Buratto’s aria: ‘Signora Ascolta’. Wat een warme en expressieve stem wanneer ze vertelt over haar liefde voor Calaf. In de derde acte liet ze opnieuw horen dat ze heel veel in haar mars heeft. De Algerijnse tenor Yusif Eyvazov als Calaf was een uitstekende Calaf. Zijn lichte tenorstem klonk prachtig maar was soms tijdens de explosieve passages van het orkest niet altijd even hoorbaar. In vergelijking met de bekende tenor Marco Berti, die nauwelijks enige emotie toonde tijdens een vorige uitvoering, was Eyvazov een verademing. Natuurlijk werd zijn aria ‘Nessun dorma’, met groot applaus beloond, maar de opera biedt natuurlijk veel meer moois dan deze overbekende aria die haar populariteit o.a. te danken heeft aan het optreden van de drie grote tenoren voor de aanvang van een wereldkampioenschap voetbal.

 Het optreden van de Amerikaanse titelrolspeelster Christine Goerke was uitstekend. Zangtechnisch is deze rol niet gemakkelijk en doet denken aan de zwaardere rollen in het operarepertoire zoals die van Richard Wagner. Haar eerste aria ‘in questa reggia ‘ was ruw en krachtig maar daarna ontvouwde zich een Turandot die liet zien wat ze echt voelde.

Haar optreden leek wat statisch maar haar ingetogenheid tijdens de eerste acte veranderde in de tweede acte toen haar angst merkbaar steeg na de correcte beantwoording van de eerste twee raadsels. In het derde bedrijf liet ze zich werkelijk betoveren door de kus van de man die haar begeerde.

De ministers Ping-Pang-Pong trachtten zo nu en dan met soms doorslaggevende argumenten en een dosis humor een huwelijk van Calaf te voorkomen. Zelfs de zelfdoding van Liu voorkwam dat niet. De kus van Calaf zorgde in de slotfase van de opera voor een wonder! Man en vrouw vonden elkaar!

Koning Timur vertolkt, door de 72 jarige Amerikaanse bas-bariton James Morris, bleek een waardevolle bijdrage te geven aan deze uitvoering, die door de 65 toeschouwers als uitstekend werd gewaardeerd.  En niet alleen om de uiterst fraaie en kleurrijke beelden!

 

Noem de naam van Verdi en ik spits mijn oren. Als kind was ik al verliefd op zijn muziek. Niet dat ik alles begreep wat in de libretti werd verteld en verwees naar zijn aria’s en duetten, maar de invloed op mijn ontwikkeling als operaluisteraar naar zijn muziek was onontkoombaar. Van zijn 28 opera’s zijn er tenminste drie, Otello, Macbeth en Don Carlo die ik niet onbeluisterd laat passeren wanneer ze op het programma staan binnen een straal van 100 kilometer van mijn woonplaats. Ik heb ze alle drie al dikwijls gezien. Zo vertoefde ik afgelopen woensdag 2 oktober 2019 in de Vlaamse opera voor een uitvoering van Don Carlo onder leiding van de nieuwe maestro de Argentijn Alejo Pérez. Er was een uitgesproken goede cast, een geweldig koor en een consequent doorgevoerde regie van regisseur Johan Simons.
Wat viel meteen op? Simons stalde Carlo, vertolkt door de goed zingende Italiaans-Amerikaanse tenor Leonardo Capalbo, tijdens de gehele voorstelling meestal op het podium. Met zijn topnoten heeft hij geen enkele moeite. Acterend lijkt hij op een slaapwandelaar die droomt over van alles wat hem in zijn leven overkwam of over gebeurtenissen die daarop van invloed waren geweest. Zo nu en dan maakt hij gebruik van een aantal bedden, waar hij beurtelings op sliep en droomde. Zo fungeerde deze uitvoering als een verteltrant en flashback van het hoofdpersonage.
Tijdens een hergroepering van de stalen bedden leek het of hij zich in een gevangenis bevond en zich geïsoleerd voelde van de buitenwereld. Zo ervoer deze ongelukkige jonge man ook zijn leven! Waardoor zo veel leed? Carlo wordt door zijn vader miskend. Als opvolger voor de troon van Spanje acht Filips hem totaal ongeschikt. Zijn aanvankelijke uitzicht op een gelukkig huwelijk met Elisabeth de Valois gaat de mist in nadat zijn vader hem om politieke redenen zijn bruid ontnam en zelf huwt met de Franse prinses Elisabeth.
Zijn humane vriend Rodrigo, tevens vriend van de koning, deed hem het idee aan de hand om zijn heil te zoeken in Vlaanderen om de onderdrukte protestanten bij te staan in hun strijd tegen de Spaanse overheersing van zijn vader. Hij kreeg geen kans. Zijn smeekbede vindt bij zijn vader geen gehoor! Zeker niet na zijn moordaanslag tijdens de Auto da fe toen hij het zwaard trok tegen zijn vader, de door hem meest gehate man!

Grande Opéra
Spectaculair in een Grande Opéra, wat Don Carlo is, is meestal een massascene waarin het koor een belangrijke plaats inneemt. Het auto da fé (terechtstelling) vraagt grote inzet van het koor en solisten en is ondanks zijn misdadige inhoud geliefd bij de operaliefhebber. In Don Carlo is het auto da fé een bijeenkomst waar de inquisitievonnissen over ketters worden uitgesproken en voltrokken. Tijdens de massale bijeenkomst ontwikkelde zich nog een nieuw drama omdat Don Carlo niet alleen in opstand komt tegen zijn vader maar ook omdat hij met zes Vlamingen bij de koning aandacht vraagt voor hun problemen. Het stuk is een machtige muzikale constructie die het dramatisch conflict als in een brandpunt samenbrengt.
De moordaanslag van Don Carlo  werd voorkomen door Rodrigo, de markies van Posa (geen historisch personage) die warme gevoelens koestert voor Carlo. Dat laatste blijkt wanneer zij een vriendschapsduet zingen wanneer Carlo hem onthult dat hij van zijn stiefmoeder houdt. Een thema dat zo nu en dan terugkeert in de opera.
Even lijkt er een breuk de tussen de twee mannen na de ingreep van Rodrigo als hij Carlo zijn wapen afneemt, maar later blijkt dat hij Carlo van de verdenking van verraad afhelpt door belastende documenten van zijn vriend over te nemen die later door de Spaanse inquisitie worden ontdekt en tot Rodrigo’s dood leiden.

 Couperen en toevoegen
Vanaf 1867 sleutelde Verdi voortdurend aan zijn opera Don Carlo die hij componeerde voor Parijs zoals hij dat al eerder deed met zijn opera’s Jérusalum (1847) en I verspri siciliani (1855). De eerste versie was in de Franse taal daarna volgde een Italiaanse uitgave van het werk. Het publiek  vond de opera te lang en daardoor werden er steeds delen gecoupeerd of toegevoegd De Vlaamse opera koos deze keer voor de versie die hij in 1886 voor Modena autoriseerde. De vijf bedrijven zijn vervangen door acht scenes die vloeiend in elkaar overlopen. De Fontaineblau scene is in tegenstelling tot enkele andere versies in tact gebleven. Het is juist het enige tafereel in het werk waarin aanvankelijk iets van vreugde uitstraalt wanneer Carlo en de Franse prinses Elisabeth de Valois elkaar voor het eerst zien en hopen op een gelukkig huwelijk. Al spoedig worden zij in hun verwachtingen teleurgesteld. Van een huwelijk zal geen sprake zal zijn. De vader van Carlo zal met de prinses huwen!

Intrigerende werk
Zowel vanuit muzikaal oogpunt als vanwege het semi-historische karakter vind ik deze opera zeer intrigerend. Het werk is gebaseerd op een toneelstuk van de Duitse dichter Friedrich von Schiller en door Joseph Méry en Camille du Locke bewerkt tot een bruikbaar libretto. De scenes zijn spannend omdat de personages allen een eigen belang nastreven en in situaties verwikkeld zijn waarin politieke en privébelangen elkaar verstrengelen.

Muziek
Don Carlos behoort tot de latere opera’s van Verdi. Verdi neemt afstand van het pure belcanto. De partituur bevat minder aria’s dan zijn vroegere opera’s ondanks de lengte van dit werk. Er zijn relatief veel duetten. De orkestratie kreeg een belangrijke plaats en is een voorbode voor zijn latere werk. In de muziek laat de componist zijn liefde voor individuele vrijheid, bevrijding van vreemde mogendheden en zijn afkeer van de aristocratie en de kerkelijke onderdrukking tot uiting komen. Zijn muziek is vitaal, krachtig en manlijk.
Van alle operacomponisten is Verdi de meest politieke. Macht en gezag neemt in Don Carlos een belangrijke plaats in.

Collectieve frustratie
De opera speelt zich af in Spanje rond 1560. Koning Philips II regeert in de 16e eeuw met strakke hand over west Europa en komt vooral op voor de belangen van de katholieken. De protestanten beschouwt hij als ketters.
Zijn probleem als vader, echtgenoot en machthebber loopt als een rode draad door het drama. Met groot inlevingsvermogen heeft Verdi de figuur van koning Philips II neergezet: de machthebber die net als zijn laagste onderdaan overgeleverd is aan het lot. En toch achter zijn ongenaakbare stijfheid is een menselijke autoriteit waarneembaar. Philips II is een eenzaam man die teleurgesteld is in zijn zoon Carlo (de infant genoemd) die tegen hem in opstand komt en een aanslag op zijn leven pleegt. Hij is niet de zoon waarvan hij droomt. Net als zijn zoon is hij bevriend met Rodrigo, de hertog van Posa die hij als een van zijn vertrouwelingen beschouwt.
Carlo haat zijn vader nadat hij zijn verloving met de Franse prinses Elisabeth de Valois afgebroken zag, omdat zijn slechts 18 jaar oudere vader om staatsredenen met haar huwde. De verliefdheid tussen Elisabeth en Carlo is blijven bestaan en is voor de betrokkenen een ware kwelling. Behalve Rodrigo zijn allen hierdoor ernstig gefrustreerd.
Het huwelijk van Philips is ook niet wat het zijn moet.  Hij heeft het gevoel dat zijn vrouw Elisabeth nooit van hem heeft gehouden.

Monoloog van Filips
De derde scene vangt aan met de monoloog van Philips. De Duitse bas Andreas Bauer Kanabas zingt de indrukwekkende en alles zeggende aria : ‘ Ella giammai m’amò’. ’ Ze (Elisabeth) heeft nooit van me gehouden. Eenzaam zal ik slapen in de koningsmantel. Terwijl de vorst slaapt, waakt de verrader.’ Deze zinsneden zeggen voldoende over hoe de vorst zich voelt. Ongelukkig! Tegen Rodrigo bekent hij: ‘ Verneem nu de kwellingen en de smart van het hoofd waarop de kroon weegt! Bekijk Konings tegenspoed omringd: een zwaar beproefde vader, een nog ongelukkiger echtgenoot! De koningin…. Een verdenking kwelt me….Mijn zoon!’ Philips verdenkt zijn vrouw van overspel met zijn zoon. Hij is doodongelukkig. Wie de tekst doorleest van de dialoog tussen Philips en Rodrigo  kan tot geen andere conclusie komen. Met gevaar voor eigen leven leest Rodrigo, vertolkt door de uitstekende krachtige Turkse bariton Kartal Karagedik, de koning de les: ‘Heer, ik kom net terug uit Vlaanderen (staat onder heerschappij van Spanje), Gruwelijke vrede! Het is de vrede van de grafzerken! O koning! Moge de geschiedenis nooit over u zeggen: Hij was een Nero! Elke priester is een slachter, elke soldaat een rover. Het volk zucht en kwijnt in stilte weg en uw rijk is een onmetelijke, afschuwelijke woestijn.’ Philips antwoordt dan: ‘ Oh vreemde dromer. Gij zult uw mening wel herzien als gij het hart van de mens kent, zoals Philips het kent! Genoeg nu….De koning heeft niets gehoord. Vrees niet maar hoedt u voor de Grootinquisiteur!’
Een uitermate spannende dialoog waarbij Rodrigo kennelijk sterk vertrouwt op de goede band die hij met de vorst heeft.

Links de Groot Inquisiteur en rechts Koning Philips II

 Weer spanning: Nu tussen Filips II en de Grootinquisieur
Met de Groot- Inquisiteur heeft hij die goede band niet. De 93 jaar oude kerkvorst is een dogmatisch katholiek, die van het standpunt uitgaat dat zuiverheid in de geloofsleer boven alles gaat.
Hij gebruikt zijn kerkelijke macht om de koning te laten weten dat de politieke macht ondergeschikt is aan de zijne. De imposante dialoog tussen deze twee machtsgeile mannen, beide bassen, is een van de vele hoogtepunten van deze opera. Met zijn volumineuze bas weet de Italiaanse bas Roberto Scandiuzzi de koning te imponeren.
Daarbij speelt de positie van Rodrigo een bedreigende rol voor de bestaande politieke verhoudingen. Rodrigo’s inmenging in de privé aangelegenheden van de leden van het hof vergen veel tact van hem maar bieden hem ook de kans invloed uit te oefenen. Net als Carlos probeert hij de positie van de Vlamingen te verbeteren door de misstanden door de Spaanse onderdrukking aan de kaak te stellen. De Grootinquisiteur wil van deze vrijdenker af en beschuldigt hem van ketterij. De niet-historische Rodrigo moet zijn activiteiten uiteindelijk bekopen met de dood door een moordaanslag geregisseerd door de Inquisitie.
In de scene waarin de dood van Rodrigo een feit wordt horen we Kartal Karagedik op zijn best. Deze lastige passage neemt hij zonder ook maar een moment te versagen. Wat me wel opvalt is dat hij een pistoolschot niet overleeft maar sterft en niet valt. Zag u ooit een staande dode?  Knap!

Seksuele macht
De intrigante in deze opera is de sluwe prinses  Eboli, uitmuntend vertolkt door de Amerikaanse mezzosopraan Raehann Bryce-Davis. Deze prinses brengt door haar blinde liefde voor Don Carlo drie mensen in grote problemen. Zij speelt dubbelspel en werpt haar seksuele macht in de strijd. Tijdens een door haar uitgelokt avontuurtje met Carlo heeft zij ontdekt dat hij van zijn stiefmoeder houdt. Zij dreigt Carlo, tot woede van Rodrigo, met haar kennis te chanteren en beschuldigt Elisabeth van een affaire met Carlo hetgeen de woede van de koning wekt. De mezzo acteert en zingt krachtig en overtuigend haar aria ‘O don fatale…..’, na haar spijtbetuiging aan de koningin en haar bekentenis dat zij zelf ook het bed deelde met de koning. Ze oogst een verdiend applaus. Eboli wordt gestraft met opsluiting in een klooster. Weer een ongelukkige wordt aan het verhaal toegevoegd!

Elisabeth de Valois

 Deugdzaam
Elisabeth is een deugdzame vrouw die tegen haar wil huwt met de koning. Zij is het slachtoffer van staatszaken en gedoemd haar hele leven lijdzaam te ondergaan. Haar opoffering om met Philips II te huwen is het begin van het drama. Ze houdt van Don Carlo maar vervult de plichten die haar zijn opgelegd. Nooit kan ze zichzelf zijn. Slechts in een zwak moment suggereert zij Carlo haar man om te brengen. Zij is net als Philips man een eenzame figuur aan het hof.
De belangrijke rol van Elisabeth di Valois werd gezongen door de uitstekende Amerikaanse sopraan Maria Elizabeth Williams. Een zangeres met een zeer uitgebreid repertoire dat reikt van belcanto en Verdirollen tot verisme en Wagnerrollen. In het hoge register komt ze heel helder en expressief voor de dag. Met haar aria ‘Tu ‘che vanita’ in de slotfase van de opera kreeg zij het applaus waar zij recht op had mede dankzij haar goede spel. Tijdens de ontmoeting van Elisabeth met Carlo smolten de stemmen mooi samen met een uitstekende begeleiding van het Symfonischorkest.
De opera wordt afgesloten met het voorkomen van de arrestatie van Don Carlo door zijn vader en de Grootinquisiteur, doordat een monnik die zich voordoet als keizer Karel V op het moment supreme Carlo het klooster van San Yuste in trekt.

Historisch okay?
Geeft de opera de historische feiten juist weer? Het is goed te weten dat Don Carlo in werkelijkheid een zwakzinnig, cholerisch en onsympathieke man was en dat Elisabeth nooit verliefd is geweest op de infant. Rodrigo, ook wel kortaf Posa genoemd, heeft nooit bestaan. Hij is een imaginair wezen dat onder de heerschappij van Philips II nooit had kunnen functioneren zoals in het libretto is aangegeven.

Regisseur Simons heeft met zijn productie prima onderschreven dat Verdi’s Don Carlo duidelijk maakt dat het privéleven van mensen niet gelukkig kan zijn als de maatschappelijke politieke omstandigheden bizar zijn. In deze Don Carlo-productie genoot het publiek van een theatrale aankleding met moderne pakken, ver weg van historische producties.
De mannelijke hoofdpersonen droegen opvallende jassen, lange gewaden doorgaans zwart, hier en daar een fragment van een Spaanse kraag. Het mooist gekleed was de historische koningin Elisabeth met een groen broekpak en met een schotelhoed.

Kleurrijke rekwisieten

 Oordeel
Op het podium zag het publiek fantastische kleurrijke attributen ontworpen door beeldend kunstenaar Hans op de Beeck, die ook video’s maakte als prachtige achtergronden. Eerlijk gezegd begreep ik van al die beelden niet zo heel veel. Storen deden ze me niet en de scene werd daardoor wel wat minder zwaar in dit toch sombere werk.
De uitvoering in Antwerpen kwalificeer ik voorzichtig als voortreffelijk. Het is aanmatigend om steeds een oordeel te geven maar ter vergelijking doe ik het toch: Mijn favoriete voorstelling is nog steeds de productie van Willy Dekker van de Nederlandse opera in 2004 waarin het Koninklijk Concertgebouw Orkest onder leiding van Riccardo Chailly schitterde naast de excellent debuterende Mexicaanse tenor Rolando Villazon als Don Carlos.

scene 2e acte, Mimi en Rodolfo

Circa zeventig operaliefhebbers trotseerden de hitte op 28 augustus toen zij op weg gingen naar het CC Jan van Besouw in Goirle, waar het heerlijk koel was. Ze gingen kijken en luisteren naar een dvd presentatie van de opera La Bohème van Giacomo Puccini (1958-1924).De opname was gemaakt tijdens de Salzburger  Festspiele in 2012, een productie  van de Italiaanse regisseur Michieletto.

De regie zou in de pauze en na afloop inzet zijn van een stevig meningsverschil tussen de opera-liefhebbers die onverholen hun kritiek uitten op de moderne regie en de voorstanders die vonden dat een frisse wind in deze opera geen kwaad kon en die mogelijk jongere mensen kon enthousiasmeren om naar opera te gaan.

Al spoedig werd duidelijk dat de partijen onverzoenlijk tegenover elkaar stonden. Uit deze recensie zal blijken aan welke kant ik sta.

Verisme
Laat ik eerst nog even vermelden dat de periode van het verisme in 1889 doorbrak met de opera Cavaleria Rusticana van de componist Pietro’s Mascagni. De term heeft vooral betrekking op de onderwerpen van de opera. Deze gaan over het leven van gewone mensen in tegenstelling tot eerdere opera ‘s, die historische of mythologische onderwerpen voor het voetlicht brengen. Mascagni kende een aantal opvolgers die deze vorm van realisme ook hanteerden zoals Leoncavallo, Ponchielli en later ook Giacomo Puccini. Puccini was in navolging van Verdi een echte theatermaker. Hij schreef 12 opera’s die nog steeds succesvol zijn en hem rijk maakten. De première van La Bohème was in 1896 in Turijn.

Deze veristische opera’s zijn doorgecomponeerde werken waarin het onderscheid tussen recitatief en aria wegvalt. De opera’s la Bohème, Tosca en Madame Butterfly en Turandot zijn rijk geïnstrumenteerd. Meestal maakte de componist gebruik van twee librettisten. Dat waren bij La Bohème Illica en Giacosa. Zij schreven de teksten op basis van de roman van Henry Burger ‘ Scènes de la vie bohemièns’.

Wat is een  Bohème? Een Bohème is iemand die vertwijfeld en experimenterend in het leven staat en geen voeling heeft met de massamens. In de opera La Bohème zijn dat de dichter Rodolfo, de schilder Marcello, de filosoof Colline en de musicus Schaunard. Vier jonge vrienden die met elkaar en met hun liefjes in tamelijke armoede leven en er samen wat van proberen te maken. Ze bevinden zich in tal van uitvoeringen op een zolderkamertje waar Rodolfo zijn eerste liefde ontmoet in de persoon van Mimi die eigenlijk Lucia heet en niet weet waarom ze haar Mimi noemen. Er ontstaat nog een liefdespaar Marcello en de ontrouwe, vluchtige Musetta die er een rijke minnaar op na houdt. Waar gaat in essentie deze opera over? Juist, over de liefde, de steeds terugkerende jaloezie en de knipperlicht relaties. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat het paar Mimi – Rodolfo besluit bij de aanvang van de zomer uit elkaar te gaan en in de winter elkaars warmte weer op te zoeken. Ze kunnen niet met elkaar leven maar ook niet zonder elkaar. Mimi spreekt daarbij haar wens uit dat de winter eeuwig mag duren. Musetta en Marcello kibbelen alsmaar omdat Musetta een flirt blijkt te zijn hetgeen Marcello niet kan waarderen maar hij kan haar ook niet kan vergeten.

De cast
De kwaliteit van de vertolkers van de cast is hoog. Anna Netrebko spant de kroon als het jonge meisje Mimi. Ze zingt en acteert jeugdig waardoor de rol op haar lijf geschreven lijkt. We zijn dat van haar gewend. Maar het is goed om te beseffen dat een protagonist er veel voor moet doen om dat niveau te bereiken. Haar tegenspeler Rodolfo is de welluidende Poolse tenor Piotr Beckzala. Hij triomfeert met zijn aria’s. Hij heeft een prachtig timbre en zingt moeiteloos zijn topnoten. De rol van de brutale Musetta werd vertolkt door de Georgische sopraan Nino Machaidze. Zij slaagt erin om dit ijdel en aanstellerig wicht goed voor het voetlicht te brengen en oogstte veel applaus tijdens de zogenaamde Musettawals in de tweede acte. werd gezongen door De Italiaanse bariton Massimo Cavalletti zong de rol van Marcello die geplaagd werd door jaloezie en voortdurend afwisselend vrolijkheid en treurnis uitstraalde. In de derde acte kwam hij goed uit de verf tijdens een kwartet.

De muziek
Over één ding waren de aanwezigen het eens. La Bohème is een prachtige opera. Hij ligt met veel aria’s en duetten goed in het gehoor. Opvallend is dat het werk gedragen wordt door twee typen muziek. De eerste en vierde acte beginnen met symfonisch klinkende muziek met daarin verwerkt een snel parlando van de vier kunstenaars. Het tempo ligt hoog zodat luisteraars, die de synopsis niet lazen, niet begrijpen wat er op het podium gebeurt of de redenen daarvan niet kennen. Wanneer het werk over gaat in een aria of duet dan is er sprake van lange uitgesponnen melodieën die door het publiek zeer worden gewaardeerd en vooral de gevoelens van de protagonisten overbrengen op het publiek.

 De regie
In de pauze was de regie van Michieletto onderwerp van gesprek. Een groepje beweerde dat de uitvoering te modern was. Men miste in het eerste bedrijf een armoedig zolderkamertje waarin de ontmoeting was tussen het naaistertje Mimi en Rodolfo. Ook ontbrak het aan sneeuw. In het tweede bedrijf was het café Momus vervangen door een winkelcentrum met een publiek dat cadeaus, verpakt in modern inpakpapier, kocht en er werd gebruik gemaakt van winkelwagentjes die in de tijd van Puccini niet bestonden. Kan niet vonden sommigen. Bovendien riepen de op het podium opgestelde maquettes van Parijse woningen waar de zangers tussendoor liepen en op gingen zitten irritaties op. Kortom met de hele sfeer was veel mis. Anderen verklaarden tijdens de voorstelling hun ogen te sluiten om van de muziek te kunnen genieten en weer anderen vonden de beelden te kleurrijk. Het leek voor hen te veel op een musicalvoorstelling. ‘ Zo had de componist het nooit bedoeld,’ verklaarden zij. ‘Waarom werd niet een dvd getoond met een uitvoering zoals vele jaren geleden die niet was aangetast door een moderne regisseur die zonodig zijn stempel wilde drukken op een uitvoering?’

Discussie
Ja, wat moet je met die verwijten? Allereerst, wie kent de bedoelingen van de componist terwijl hij componeert? De première was in 1896 in Turijn en was een groot succes. Daarna werd La Bohème bekend in de wereld. Vele jaren later werden er net als van Carmen van Bizet ontzettend veel opnamen gemaakt van deze opera. Zagen die er allemaal zo uit als door Puccini bedoeld? Wie kende de bedoelingen van de componist?

Het verlangen naar nostalgie bleek groot. Natuurlijk is het wennen wanneer je een zolderkamertje vervangen ziet door een modern groot appartementengebouw zoals in de eerste en vierde acte. Misschien was het wel een kraakpand. Het deed niets af aan het thema van de opera: wat brengt liefde, aantrekkingskracht en jaloezie teweeg bij jonge mensen? Zou dat hetzelfde zijn door de eeuwen heen?

 Een vraag: Was deze uitvoering een uitdaging voor jonge mensen om opera ‘s te bezoeken en/of ook een voorbeeld om opera’s onder het stof vandaan te halen en in een herkenbaar nieuw jasje te steken?
Van mij krijgt deze uitvoering een dikke negen en de meerderheid bleek het hiermee eens te zijn. Dat was mede dankzij het goede orkestspel van de Wiener Philharmoniker onder leiding van Daniele Gatti en het voortreffelijke musiceren van de gehele cast in de derde en vierde acte waarbij in die laatste acte de sterfscène van Mimi centraal stond.

Een feest vierende Macbeth

Op donderdag 27 juni 2019 was ik bij de opera Macbeth van Verdi. Met deze tiende  opera van Verdi, waarvan de première in Venetië was in 1847, werd het operaseizoen 2018-2019 van de Vlaamse Opera afgesloten. Het werd een buitengewoon mooi afscheid voor het publiek en de vertrekkende directeur  Aviel Cahn.

Macbeth is al jarenlang mijn favoriete opera van Verdi. Waarom?  Het werk is spannend, de muziek is schitterend en het thema preekt me aan, het verlangen en streven naar macht desnoods met behulp van corruptie en moord. De vijf uitvoeringen die ik eerder zag waren net als deze van grote kwaliteit. Blijkbaar beseffen theaterdirecteuren dat dit werk door Giuseppe Verdi lang als zijn beste werk werd beschouwd en hij groot belang hechtte aan een perfecte uitvoering. Hij bekritiseerde zijn ‘vaste ’ librettist Piave meerdere keren omdat hij niet tevreden was over de tekst. Voor het derde en vierde bedrijf stelde hij zelfs een vervanger aan in de persoon van Andrea Maffei. Verdi was veeleisend voor de mensen die betrokken waren bij de première. Zelf was hij druk in de weer om van de voorstelling een groot succes te maken. Hij dirigeerde zelf, nam de regie van het werk in handen en liet de zangers, niet zonder een bescheiden protest, talloze malen repeteren tot op het laatste moment voor de aanvang van de première toe. Het succes was groot en hij was er erg gelukkig mee.
Op mijn beurt was ik in de rol van toeschouwer ook gelukkig met de schitterende uitvoering van het operahuis in Antwerpen. Iedereen was in topvorm. Om te beginnen speelde het Symfonisch orkest van Opera Vlaanderen de pannen van het dak. De Italiaanse  dirigent Paolo Carignani zag ik, naar schatting tien jaar geleden, in de Elisabethzaal triomfen vieren met een feilloze semi-scènische uitvoering van Nabucco. Dit keer herkende ik hem al bij de prelude met zijn muzikale aanpak. Het slotapplaus voor hem, een paar uur later, was zeker op zijn plaats. De cast op het podium was in prima vorm.

Verdi beschouwde Macbeth, Lady Macbeth en de heksen als de drie hoofdvertolkers. De Amerikaanse bariton Craig Colclough was een felle Macbeth, die laf gevonden werd door zijn vrouw maar als een dolle stier te keer ging in de beginfase van een feest dat werd gehouden ter ere van zijn koningschap. Zang en voordracht waren voortreffelijk. Dat gold ook voor de meedogenloze Lady Macbeth die haar man permanent onder druk zette om te moorden daar waar het koningschap gevaar liep. Zo werd het kinderloze paar massamoordenaar van de Schotse bevolking waarbij het vooral terreurdaden verrichtte ten opzichte van de opvolgers van ex koning Ducan en de nabestaanden van Banco.

Marina Prudensjaka als Lady Macbeth

De rol van de Lady was in handen van de Russische mezzosopraan Marina Prudensjaka. Zij gaf met haar enorme geluid moeiteloos gestalte aan het karakter van een criminele vrouw en beantwoordde daarmee aan de eis van Verdi dat deze rol niet door een prachtig zingende sopraan moest worden gezongen maar door een zangeres wiens stem metalig klinkt. De melodieën die Verdi voor deze rol componeerde zijn echter zo mooi dat je haast vergeet dat je luistert naar een criminele vrouw. Dat werd nog eens benadrukt in de waanzinscène waarin alle herinneringen aan bod kwamen rond de moord op koning Duncan en Banco.
De Lady heeft voor haar echtgenoot geen respect. Ze vindt hem een lafaard. Dat komt omdat Macbeth een angstige, door zijn geweten en slapeloosheid gekwelde, labiele persoonlijkheid is die niet in staat is om de moordpartijen te stoppen. De angst om het koningschap te verliezen aan de nakomelingen van Banco als wettelijke troonopvolgers, zoals de geesten voorspelden, leiden noodgedwongen steeds tot nieuwe moorden tot Macbeth zelf wordt gedood. Banco, voortreffelijk vertolkt door de imposante Duitse bariton Tareq Nazmi is een van de eerste slachtoffers van de moordpartijen van Macbeth.

Compliment voor koor
De derde hoofdrol, die van de heksen, was weggelegd voor de vrouwen van het werkelijk prachtig zingende koor. Zij deden geheimzinnige voorspellingen aan de generaals Macbeth en Banco over hun toekomst. In hun hoofd leidde dat tot het uit de weg ruimen van de mensen die hun macht aan banden zou, leggen met als gevolg een verschrikkelijk bloederig drama. Macbeth kon daardoor niet wachten op de natuurlijke dood van koning Ducan (zwijgende rol) en werd voortijdig koning door Ducan te vermoorden.

Banco en de heksen

Het koor als geheel had grote invloed op de gebeurtenissen in Verdi’s opera. Het  bracht haar boodschap met veel dynamiek geloofwaardig over. Herinner u de grandioze koorzang met alle protagonisten aan het einde van het eerste bedrijf wanneer de moord op koning Ducan net is ontdekt en vergeet niet het drinklied tijdens het banket en de afsluitende koorzang van de opera waarin soldaten en vrouwen de overwinning op het kwaad (Macbeth) vieren. Geweldig! Verdi werd niet voor niets de koning van de koren genoemd.

Zwarte Opera
Verdi’s opera ontleend aan Shakespeare’s gelijknamige toneelstuk is misschien wel zijn zwartste vanwege de onmetelijke hoeveelheid bloed die vloeit om de aspiraties van het kinderloze koningspaar in stand te houden. Moordlust, angst, vergelding en wroeging zijn het gevolg van de honger naar macht van vooral de boosaardige Lady Macbeth. Banco wordt vermoord wegens de voorspelde mogelijke opvolging van zijn zonen voor het koningschap. Zes mannen overvallen hem en steken hem dood. Hij blijft lang op het podium liggen badend in zijn bloed. Macbeth zal tijdens een feest dat ter ere van zijn koningschap wordt gevierd uitzinnig over zijn lijk dansen met bergen confetti in zijn armen. Dan krijgt Macbeth waanbeelden en ziet hij tijdens het feest de gestalte van Banco,
Nazmi gaat met verve en vocaal uitstekend om met de verschillende visioenscènes.

Kleine rol
Deze opera kent geen echt liefdespaar. Verdi koos daarom voor de titelrol geen tenor maar een bariton. Het klonk verfrissend om tijdens de slotfase van de opera de tenor Najmidden Mavelianof,  in de rol van de koningsgezinde Schotse edelman Macduff, te horen zingen. In deze uitvoering neemt hij deel aan de strijd tegen Macbeth nadat eerder zijn vrouw en kinderen al werden vermoord door de handlangers van Macbeth. Macduff overleeft en doodt in de finale Macbeth. Hij zet zich in om de zoon van koning Duncan, Malcolm, op de troon te krijgen. Weliswaar een kleine rol voor Mavelianof  maar hij zong hem strijdlustig, als een overwinnaar!

Regie
De Duitse regisseur Michael Thalheimer had een groot aandeel in het succes van deze productie. Het merendeel van de gebeurtenissen speelde zich af in een grote kuil. Wellicht symboliserend dat hooggeplaatsten in een diepe kuil vallen wanneer zij de menselijke moraliteit veronachtzamen. Mijn inziens een goede vondst. Zijn oplossing voor de regie van een feest in die kuil met behulp van bergen confetti en enthousiast spel van het koor kwam goed over net voor het drama met de dood van Banco naar een hoogtepunt gaat. Het bos van Birnham wordt bij de beslissende aanval op het leven van Macbeth compleet in de kuil gegooid waardoor weer een voorspelling van de heksen uitkomt. Opnieuw een goede vondst van de regisseur. Deze productie leidde tot succes omdat alle betrokkenen in topvorm waren. Ik heb genoten!

 Dinsdag 11 juni 2019 zat ik bij de voorstelling van ‘Fantasio’ van Jacques Offenbach. (1819-1880). Zijn werk ken ik slecht. Alleen de opera ‘Les contes d’Hoffmann’ zag ik ooit maar het duurde toen toch even voordat ik me realiseerde dat ik luisterde naar de muziek van een bijzondere componist.
Jacques Offenbach, geboren in Keulen als Jakob Offenbach, was een Franse componist en cellist van Duits-Joodse afkomst. Hij ging door het leven als de componist van de operette, maar componeerde ook enkele opera’s die nog steeds repertoire houden zoals: Les contes d’Hoffmann. Zijn ‘operettes’ lijken nauwelijks op de operette zoals men die in Duitsland kent van bijvoorbeeld Franz Lehar of Johann Strauss jr.. Bij Offenbach gaat het steeds om vlotte, goed in het gehoor liggende muziek met een handeling die veelal op satire berust, vol toespelingen op zeden, gewoonten en personen uit het Tweede Keizerrijk onder Napoleon III. Onnavolgbaar zijn daarin de karikaturen van militairen en Duitsers. Dat bleek ook tijdens zijn opera Fantasio die in 1972 in première ging.
Betoveren
Ik heb een zeer plezierige avond gehad. In eerste instantie ben ik niet zo’n liefhebber van een komische opera maar ik ging dit keer door de knieën. Ik gaf me over aan een opera waarin de dwaasheid hoogtij vierde. De muziek was toegankelijk, ik genoot van het fanatisme waarmee de acteurs zich inzetten om hun rollen kracht bij te zetten. Er waren narren en dwazen die met elkaar kletsten over de liefde en de idioterie van het dagelijks bestaan en maskerades die doelloos leken en soms zelfs fataal waren. Alleen de student Fantasio is succesvol. Ik vond het die avond allemaal prima. Wellicht ook omdat ik me liet betoveren door het sprookje waarin de nar van de koning, Jean-Jean, sterft en een jonge student (Fantasio) ervan droomt zijn leven een andere wending te geven door de plaats van de overleden nar in te nemen. Hij hoopt daarmee het hart te winnen van prinses Elisabeth. Op unieke wijze wordt het publiek heen en weer geslingerd tussen hilarische humor en tedere poëzie. Deze opera  laat een heel andere kant zien van Jacques Offenbach, die toch gold als de ‘godfather’ van de Franse operette en de cancan. We zien hier een geraffineerd musicus die een opera componeert die behalve zotheid ook ontroering biedt.

Prinses Elisabeth met Fantasio

De uitstekende mezzosopraan Romie Estèves vertolkte de rol van Henri, alias Fantasio, meer dan uitstekend. Niet alleen zangtechnisch maar ook dansend wist zij extra glans te geven aan haar rol. Haar duetten met Anna Emelianova in het tweede deel waren soms heel ontroerend en tevens een pleidooi voor vrede tussen landen die elkaar met geweld te lijf willen gaan. De Russin was een goed ogende, heldere coloratuur sopraan die haar topnoten niet schuwde en ontroerend mooi kan zingen. Zij was echt de mooie prinses Elisabeth die haar hart in de slotfase liet veroveren door Fantasio.

Nog nooit eerder hoorde ik van de komische opera ‘Fantasio’. Het werk is gebaseerd op het poëtische toneelstuk van de Franse dichter Alfred de Musset (1810-1857). Zijn oudere broer Paul schreef met Charles Nuitter het libretto voor de opera.
De partituur van Fantasio opera ging bij een brand in 1887 in de Parijse Opéra Comique verloren. Er restten nog wat zangpartijen en een piano-uittreksel. Maar in 2000 ging in Rennes een zorgvuldig gereconstrueerde versie in première, bijeen gesprokkeld uit verschillende edities. Een bewerking daarvan biedt nu de voorstelling van Opera Zuid, dat onder leiding van de nieuwe intendant Waut Koeken een tournee maakt in Nederland, België en Duitsland die tot 30 juni 2019 duurt.
Kostuums

Romy Estèves als de nieuwe nar.

Regisseur Benjamin Prins koos er met ontwerper Lola Kirchner voor kostuums uit allerlei tijden door elkaar te gebruiken. Het ziet er allemaal feestelijk uit. De prins van Mantua, Roger Smeets en Thomas Morris als zijn adjudant, die zich als de prins voordoet, speelden dominant en zijn mede daardoor wat te karikaturaal. Sopraan Francis van Broekhuizen vertolkte de rol van de gouvernante van de prinses op een zeer sympathieke wijze. De leden van het Theaterkoor Opera Zuid, samen met de Kooracademie Maastricht onder leiding van assistent-dirigent Klaas-Jan de Groot, waren bijzonder goed op dreef, niet alleen zingend, maar ook spelend, als wanhopige, onderdrukte onderdanen. Hij liet met de nieuwe, uit twee orkesten gevormde Philharmonie Zuidnederland een meeslepend geluid horen. Ergo: de cast was prima, het koor en orkest idem dito. Succes verzekerd!

Aan het einde van de voorstelling werd aan vier jonge mode ontwerpers -Dustin Thomas, Maarten van Mulken, Teun Seuren en Ferry Schiffelers- begeleid door FAHIONCLASH, de gelegenheid geboden om hun mooie creaties voor deze voorstelling aan het enthousiaste publiek te tonen. De koorleden konden daarmee tijdens het applaus nog eens als volleerde mannequins over het podium paraderen.
Na afloop was er een uitbundig applaus voor Opera Zuid. Dik verdiend!

Maandagmiddag 27 mei 2019 rond 16.45 uur. De laatste noten van Francis Poulenc’s (1899-1963) opera Les Dialogues des Carmélites zijn verstomd. In de Pathé bioscoop zitten nauwelijks 10 bezoekers. Ik ontmoet ze kort na afloop in de foyer van de bioscoop. Die mensen zijn zeer onder de indruk. Ik ook. Geen mens met enig medegevoel blijft verschoond van emoties bij het zien van zoveel leed, strijd en standvastigheid in het geloof.
De productie van John Dexter, uitgevoerd in de Metropolitan Opera en te zien in de Pathébioscoop, behoort tot de opera’s ‘onbekend maakt onbemind’. Ook in een stad met 200.000 inwoners zoals Tilburg.
De sombere klanken van de Franse componist, de minimalistische, eenvoudige toneeldecors en het subtiele toneelspel laten de kijkers de verschrikkingen en de spanningen van de Franse revolutie meemaken. Bovendien doet de in de finale getoonde historische executie van 16 karmelietessen, tijdens de Franse revolutie in 1789, mij denken aan het werk van de beul van de guillotine in Parijs waardoor ongeveer 40.000 doden vielen? Hoe zinloos!

Doodsangst
Les Dialogues des Carmélites, waarvan de première in 1957 was, gaat niet uitsluitend over het schrikbewind tijdens de Franse revolutie en haar desastreuze gevolgen voor priesters en kloosterlingen. Ook de beleving van religie en de angst voor de dood komen uitgebreid aan bod bij de novice Blanche, uitstekend vertolkt door de Amerikaanse mezzosopraan Isabel Leonard. Dit geldt ook voor de ontluisterende doodsstrijd van de priores van het nonnenklooster in Compiègne, een voorstadje van Parijs vertolkt door de Finse Karita Matilla. Poulenc was er lang van overtuigd dat hij, ondanks de ontkenningen van zijn artsen, maagkanker had. Zijn angst om daaraan te sterven was groot. Dat herkennen wij in dit werk. Hij zet de toeschouwers aan tot reflectie over de existentiële problemen van het dagelijks leven in een door geweld beheerste samenleving.

Blanche bij het sterfbed ven van de priores

De sterfscène van de priores kreeg extra zwaar gewicht omdat zij, ondanks haar 30 jarig kloosterleven, haar vertrouwen in God opzegde door te roepen dat God voor haar nog maar een schim was. ‘ Waarom zou ik me nog om hem bekommeren? Laat hij zich in mijn ellende om mij bekommeren,’  zegt ze in haar laatste uur. Die dramatische rol van de priores werd voortreffelijk vertolkt door de mezzosopraan Karita Matilla, voormalig winnares van het BBC concours Singer of the World in Cardiff in 1983. Hoofdrolspeelster Isabel Leonard, die de rol van de angstige Blanche zong, deed niet voor haar onder. Zij werd met haar zang de incarnatie van een kwetsbare jonge vrouw die haar veiligheid zocht in het klooster om afstand te nemen van haar adellijke leefomgeving, de revolutie te ontvluchten en haar leven te wijden aan God. Voor wat luchtigheid was geen plaats. Bij de andere novice Constance, gezongen door Erin Morley,  daarentegen wel. Ze zegt tegen Blanche: ‘Het is toch geen kwalijke zaak, dat ik er plezier in heb om de goede God te dienen.’  Het plezier was haar aan te zien!
Karakters
Het taalgebruik van het libretto van Ernest Lavery naar het toneelstuk Georges Bernanos en de muziek van Poulenc weerspiegelen de verschillende karakters van de kloosterlingen. Zij onderscheiden zich van elkaar maar getuigen ook van grote saamhorigheid wanneer zij gezamenlijk de gelofte van martelaarschap afleggen. Zelfs Blanche overwon in de slotscène haar angst voor de dood. Toen kon ze nog ontsnappen aan de guillotine maar maakte ze van die gelegenheid geen gebruik en voegde zich bij haar medezusters om haar zelfgekozen lot te ondergaan. Een andere sterke, wat strenge zuster was Moeder Marie, vertolkt door de veelzijdige mezzosopraan Carel Cargil. Zij  weet van aanpakken in moeilijke situaties, gaat zelfs op zoek naar onderduikadressen en is daardoor niet bij de executie van haar medezusters aanwezig maar ook omdat een aalmoezenier haar ervan weet te overtuigen dat God andere bedoelingen met haar heeft. Een te overdenken uitspraak van haar tegen Blanche is: ‘Ongelukkig is niet die veracht wordt door anderen, mijn dochter, maar wie zichzelf veracht.’

Ik wil graag nog twee scènes die me getroffen hebben onder de aandacht brengen. Allereerst het moment dat Blanche’s broer, Chevalier de Force, tegen de regels van het klooster in, afscheid van haar komt nemen omdat hij vlucht voor de revolutie. Op last van de priores is Moeder Marie daarbij aanwezig. Broer en zus zijn vreemden voor elkaar geworden en Blanche verwijt zich dat zij haar angsten voor hem verborgen heeft gehouden. Er is een mengeling van angst en reflectie tijdens deze zeer emotionele scène waarbij ik het optreden van de fraai zingende tenor (van wie?) als een welkome afwisseling ervaar na al die vrouwenstemmen. De slotscène is zeer beklemmend en aangrijpend. Na elke klap van de guillotine valt er een zingende en licht dansende zuster weg. Het is het dramatische einde van een historische geschiedenis opgetekend door Moeder Marie die ook in werkelijkheid aan de dood ontsnapte.
Visueel schouwspel
Op het podium stonden soms veel zangers en figuranten. Zij vertegenwoordigden de Parijse opstandelingen die zo nu en dan dreigend het klooster van de zusters benaderden. Hun aanwezigheid en wijze van bewegen beïnvloedde de dreigende sfeer tijdens dit drama. Het orkest van de Met onder leiding van Yanninck Nézet Séguin speelde voortreffelijk de anti romantische muziek waarbij nooit afstand werd gedaan van de tonaliteit. De heldere orkestmuziek is nooit overheersend en ondersteunt voortreffelijk de dialogen, er zijn muzikale elementen te horen vanuit de barokstijl en kamermuziek. De zang is voornamelijk een vorm van sprekend zingen. Aria’s en ensembles zijn er niet. Evenmin coloraturen en thrillers. Ik heb ze ook niet gemist want ze horen in dit drama eenvoudig niet thuis. Het podium was een grote rechthoekige ruimte, spaarzaam en sober ingericht en verbeeldde afwisselend de kloosterkapel, de ziekenkamer van de priores, de gevangenis en de executieruimte. De rekwisieten en de opstelling van de zangers waren voldoende om de toeschouwers duidelijk te maken welke scène aan de orde was. Regisseur Dexter is erin geslaagd een sterk visueel schouwspel vol dramatische kracht te presenteren.