Feeds:
Berichten
Reacties

Mariss Jansons dirigeert Mahler 

Het is nog steeds niet moeilijk om de coronaquarantaine muzikaal te vullen. Ik ga u niet meer wijzen op allerlei operahuizen die u een een keur aan prachtige opera uitvoeringen uit hun archieven aanbieden en evenemin u steeds maar herhalend blijven wijzen op wat YouTube en Mezzo te bieden hebben. U kunt dat zelf ook. Ik wil wel een uitzondering maken voor producties van onze Nationale opera. Daar kom ik zo op terug.

Eerst wil ik u vertellen waar mijn muzikale aandacht de afgelopen week op was gevestigd. Namelijk op de beroemde componist en dirigent in de persoon van Gustav Mahler (1860-1911). Hoewel hij vele jaren een ontelbaar aantal voorstellingen in verschillende operahuizen leidde, componeerde hij geen enkele opera! Maar wel 10 symfonieën en een reeks prachtige liederen.Vanmorgen konigde de NRC aan dat deVanmorgen konigde de NRC aan dat de Mahler symfonieen 1 t/m 6 in mei 2021 opnieuw zijn geprogrammeerd. Noteer het al vast in uw agenda en weet dat geen enkele symfonie korter duurt dan anderhalf uur.

Gutav Mahler

Nog een aanrader: er is veel geschreven over deze componst. Ik las een boek geschreven door Edward Seckerson waarvan de oorspronkelijke titel luidde: Mahler: His life and times. Een aanrader. Ook voor de operaliefhebber!

 


Richard Wagner en Der Ring des Nibelungen
.
Vier fantastische voorstellingen.

Luisteren naar de muziek van Richard Wagner deed ik pas heel laat. Ik was immers een echte Verdiaan wiens belangstalling voor opera’s voornamelijk uitging naar Italiaanse Operamuziek. Dat ik rond mijn zestigste verjaardag een bewonderaar werd van de muziek van Richard Wagner was een wonder. Zeker, de opera der Fliegende Holländer sprak me wel al een tijdje aan, maar een uitvoering van Tristan und Isolde en Parsifal waren voor mij een ver van mijn bed show. Te weinig aria’s, te sombere orkestpartijen enz. enz. Toch brak het licht door, mede door het enthousiasme voor deze componist van een van mijn cursisten die met mij een duo zou gaan vormen in de opzet van een operacursus. Ze enthousiasmeerde me zo, dat ik nu een echte liefhebber ben van de Duitse componist en dat kan ik niet beter illustreren dan met Wagners magnus opus die een zekere verslaafdheid bij mij teweeg bracht: Der Ring des Nibelungen een werk dat gaat over de strijd tussen liefde en macht. Al moet u als liefhebber van opera van dit omvangrijke werk hebben gehoord, dan wil dat niet zeggen dat u de moed hebt opgebracht om zijn cyclus van vier opera’s te beluisteren.

Mijn debuut maakte ik met vrouw en vrienden in Amsterdam. Een vierdaagse uitvoering in de Stopera onder de tijdloze regie van Pierre Audi en gedirigeerd door Hartmut Haenchen. Drie maal zou ik deze cyclus zien in onze hoofdstad. De eerste keer was in juni 1999 in Amsterdam. Later zag ik het legendarische werk  in 2000 in Stuttgart, in 2003 in Edinburgh, in 2011 in Berlijn, later nog twee keer in Keulen en een keer in Weimar en Wiesbaden. Ik kan er niet genoeg van krijgen. U begrijpt dat ik heel wat opnamen uit grote operahuizen heb aangeschaft en iedere cyclus die circa 15 uur duurt met meer dan gewone interesse intensief volg.

U kunt het nu ook meemaken deze “vierdaagse”. Vanavond om 19.00 uur streamt de Nationale opera het eerste deel: Das Rheingold, morgen 22 mei deel 2 Die Walküre, Zaterdag 23 mei Siegfried en zondag 24 mei Götterdämmerung. Alle voorstellingen beginnen om 19.00 uur. U kunt niet op die tijdstippen? De mogelijkheid bestaat om ook later contact te maken met de livestream van het operahuis.

Ik wens u veel kijk- en luistergenot.

Peter Année
21-5-2020

 

Zeljko Lucic als Rigoletto

Beste mensen, ik ga even terug naar de tijd dat ik een jaar of vijftien was. Het waren de beginjaren van mijn belangstelling voor het fenomeen opera. Ik luisterde in die tijd dus beslist niet naar een volledige opera. Mijn eerste operakennis deed ik op door te luisteren naar aria’s uit bekende opera’s van voornamelijk Verdi, Puccini, Donizetti en Mozart. Die aria’s maakten op mij een grote indruk wanneer die werden gezongen door tenoren met een groot volume. Later kwam ik ook in de ban van andere stemmen. Ik was in die tijd vooral verrukt van de twee imposante aria’s uit Rigoletto van Verdi. De eerste was ‘Questa o quella’ uit de eerste acte en La ‘Donna è mobile’ uit het laatste bedrijf. De eerste keer hoorde ik beide stukken gezongen door de Italiaanse tenor Mario del Monaco. Een heldentenor….. Hij beschikte over een volumineus baritonaal geluid. Ik vond het prachtig. Groot was mijn teleurstelling toen enige tijd daarna die twee aria’s werden gezongen door een lichtere tenor. Zo moest het ook volgens Etienne van Neste die jarenlang voor de Vlaamse Radio Omroep een operaprogramma samenstelde dat bestond uit bekende opera-aria’s. Het was een, ook door Nederlanders, op zondagmiddag veel beluisterd programma dat in 1999 werd verkozen tot een van de beste radioprogramma’s van de 20e eeuw. Aangezien Etienne van Neste een opera-expert was nam ik zijn uitspraak over de lichtere tenor op zijn gezag wel aan, maar waarom hij daar gelijk in had begreep ik pas vele jaren later.

 Duivels Corona
Ik hoorde nog meer veel moois uit Rigoletto: bijvoorbeeld de aria van Gilda ‘Cara nome’ die de coloratuursopraan inzet net voordat zij door de hovelingen van de graaf Mantua wordt ontvoerd. En helemaal ontroerd raakte ik van het prachtige kwartet uit het laatste bedrijf. Niet van het libretto want daar stond ik destijds niet zo bij stil, maar die zang…..geweldig. Nu ben ik al 25 jaar met pensioen en wat in een notendop begon tussen 1945 en 1950 heeft zich ontwikkeld tot een hoofd vol libretti, namen van zangers per stemsoort en een onstuitbare liefde voor Maria Callas. Wat een prachtige rol van Gilda heb ik van haar op cd!

De afgelopen week wilde ik om onverklaarbare reden Rigoletto horen. Dat overkomt me meer. Ik ken het werk onderhand van de eerste tot de laatste noot. Naar het theater gaan kon niet. De duivel Corona was de boosdoener. Dus toen maar een digitale reis gemaakt naar Dresden waar een voorstelling uit 2008 van Rigoletto werd vertoond. Het was een keuze uit misschien wel veertig opnamen op YouTube en niet de minste.
Wat denkt u van de Peruviaanse tenor Juan Diego Flores als de graaf van Mantua? Geen heldentenor maar een echte ‘tenore leggiero’ zoals van Neste het wenste. Hij zong de twee genoemde aria ‘s met veel bravoure. Gek hè, maar ik vond hem in deze voorstelling net iets te licht van stem. Hij straalde met zijn helder timbre zeker vitaliteit uit maar ik miste bij deze graaf ook een vleugje autoriteit. Een beetje meer Beniamino Gigli misschien of Pavarotti?

Artistiek peil
De titelrol was voor Zeljko Lucic een echte Verdi-bariton. Een stem waar ik jaloers op ben. Krachtig, brons, sensueel en met meer dan voldoende stemkracht. Hij benadert tevens het artistieke peil van Tito Gobbi en Giuseppe Taddei. De rol van Rigoletto is geen gemakkelijke. De protagonist moet hem een drievoudige identiteit geven. Ten eerste die van een hofnar, spottend en cynisch, die behalve met zijn grappen zijn baas vermaakt en hem in de gelegenheid stelt om jonge en getrouwde vrouwen te versieren tijdens zijn seksfeesten aan het hof. Ten tweede die van een ongelukkige vader die zijn vrouw verloor en zijn bijna volwassen dochter wil behoeden voor avonturen met jonge mannen en haar vooral verre wil houden van de graaf van Mantua. Ten derde die van een medeplichtige aan het vermoorden van mensen en in deze opera zijn eigen dochter veroorzaakt door een persoonsverwisseling.
Sparafucile (Georg Zeppenfeld) de huurmoordenaar krijgt van de wraakzuchtige Rigoletto de opdracht om de graaf te vermoorden, maar hij reikt midden in de nacht een zak over aan Rigoletto met daarin, wat later blijkt, het bijna ontzielde lichaam van zijn dochter. De graaf zong ondertussen nog eens zijn la Donna ė mobile, niet direct een eerbetoon aan vrouwen, na een stevige flirt met Maddalena vertolkt door de mezzosopraan Christa Meyer.

Damrau als Gilda en Florez als de Hertog

De ster van de voorstelling was de Duitse, lyrische coloratuur sopraan, Diana Damrau. Zij is een zangeres met een gave techniek, grote virtuositeit en een sterke vocale expressie die perfect in de huid kruipt van haar personage. Haar coloraturen zijn soms adembenemend. Haar hoge noten haalt ze ook in deze voostelling zonder moeite . Fysiek is ze zeker wat te fors voor de uitbeelding van de jonge Gilda maar met de kwaliteit van haar spel op het podium wordt die onevenwichtigheid gecompenseerd. Damrau was in topvorm en is uitermate goed inzetbaar voor dramatische coloratuurrollen.

De productie van Lehnhof was licht modern. Daar was niet veel op aan te merken. Bij de persoonsregie viel me op dat Gilda, ondanks haar zware verwonding met een mes, staande stierf in de armen van Rigoletto. Damrau bereikte ook in deze scène dezelfde grote muzikale hoogte zoals ze die liet horen in haar aria ’cara nome’ in het eerste bedrijf. Dat ze daarbij zingend in haar bed lag kwam wat onrealistisch over.

De koorleden waren uitgedost met maskers met twee hoorntjes er op. Dat zag er wel grappig uit maar dat waren die lui in feite helemaal niet. Ze stonden vijandig tegenover hun collega Rigoletto, bespotten hem toen hij hen onwetend hielp zijn eigen dochter te ontvoeren en ze lagen in een deuk toen zij hoorden dat Gilda niet zijn jonge geliefde was maar zijn dochter. Zingen konden de heren goed. Toen het moest ook staccato. Prima koor!
Rigoletto is een dramatische opera met een fatale afloop maar kent niettemin ook lichte, fraaie, balletachtige muziek in het eerste bedrijf en prachtige instrumentale inzetten bij een nieuwe scène. Dirigent Fabio Louisi houdt in Dresden de touwtjes stevig in handen zonder dat de glans van het orkestspel verloren gaat.

Samenvattend adviseer ik alle Verdi liefhebbers om deze uitvoering, die integraal op YouTube staat, te bekijken. Het is voor mij vermoedelijk niet de laatste keer. Daarom als kop boven dit artikel: Rigoletto van Verdi.…. een blijvertje! Deze fraaie voorstelling is ook op dvd verkrijgbaar.

 Live uitvoeringen zijn in het Coronavirus tijdperk uit den boze. Vandaar dat ik op 26 april weer eens gebruik maakte van televisiezender Stingray om voor de zoveelste keer een voorstelling van Madame Butterfly te zien. Altijd hoop ik dan weer iets bijzonders mee te maken. Iets te horen of te zien dat me eerder ontging. Nou, ik trof het.
Laat ik meteen met de deur in huis vallen: in Teatro Real in Madrid musiceerde een uitstekend orkest onder leiding van de bekende dirigent Marco Armiliato. De cast zag er ook goed uit hoewel ik dat niet afleidde uit het digitale affiche.
Omdat ik mijn televisie pas aanzette tijdens het eerste bedrijf begon de opera voor mij pas tijdens  het midden van dat lange liefdesduet tussen Pinkerton en CIo CIo San (Butterly). Ik was nog niet aan de dynamiek van de zangers gewend en meende toen te horen dat het liefdespaar wat te hard zong.
In trance
Die kritiek vervloog onmiddellijk na de aanvang van het tweede bedrijf. De visionaire aria ‘Un bel di vedremo’ emotioneerde me langdurig, wat me niet zo dikwijls overkomt. Oorzaak daarvan was het optreden van de inmiddels wereldberoemde Albanese sopraan Ermonela Jaho. Vanaf dat moment werd ik door het optreden van de Albanese diep geraakt. Nooit eerder hoorde ik haar. Ik besefte dat zij een enorm talent was op wiens zang en voordracht niets valt aan te merken. Ik was volledig in trance door de wijze waarop zij haar aria ‘ Un bel di vedremo’ zong. Daarin beschrijft zij de beelden die ze voor zich ziet van de terugkeer van de Amerikaanse marineofficier Pinkerton en hoe ze hem wil verwelkomen. Dat was fantastisch. Iedere frase was raak. Evenzeer haar naïviteit in het geloof dat de liefde die zij voelt voor Pinkerton wederkerig is. Die naïviteit toont zij ook bij het verschijnen van de Amerikaanse consul Sharpless, vertolkt door de uitstekende bariton Angel Odena, die haar een brief van Pinkerton wil voorlezen. Odena’s bescheiden ingehouden expressie paste precies in de lastige situatie die zich voordeed. Butterfly is nieuwsgierig, rekent op het bericht dat Pinkerton terugkomt en kan van opwinding zich niet beheersen en onderbreekt de Amerikaan na iedere regel. Ze stort vervolgens totaal in nadat hij haar duidelijk maakt dat Pinkerton nooit meer bij haar zal terugkeren.
Toch is de illusie van een terugkomst niet voorbij. Ze versiert haar huis met bloemen om Pinkerton te verwelkomen, trekt haar bruidsjurk aan en maakt zich op met behulp van haar

Ermonela Jaho

bediende Suzuki. Hij keert inderdaad terug (3e acte) maar in gezelschap van zijn nieuwe vrouw Kate. Die zingt nog geen vijftig woorden en heeft daarmee vermoedelijk de kleinste rol uit het gehele operarepertoire. Ze slaagt erin Suzuki te bewegen aan Butterfly te vertellen dat ze met Pinkerton gekomen is om Butterfly’s en Pinkerton’s  kind op te voeden in Amerika.
De finale is super dramatisch. Butterfly zingt een aria terwijl ze afscheid neemt van haar kind, dat is geboren na het vertrek van Pinkerton, en pleegt vervolgens harakiri. Het is moeilijk om het droog te houden bij het beleven van deze laatste scene. Voor Ermonela Jaho trouwens ook. Na haar laatste noot gaat er voor haar een enorm gejuich op in de overvolle zaal dat niet snel verstomt. Zij is zelf nog heel emotioneel en heeft het er toch wel enkele momenten moeilijk mee.
Een eervolle vermelding verdient de eveneens Albanese mezzo-sopraan Enkelejda Shkosa. Ze zong de rol van Suzuki uitstekend en overtuigend. Zij deelde in de smart en ellende van Butterfly en hielp haar waar ze maar kon. Tegen beter weten in versierde ze met Butterfly de woning vanwege de vermeende thuiskomst van Pinkerton. Jorge de Leon was een welluidende F.B.Pinkerton. Omdat ik te laat inschakelde op mijn tv zag ik hem maar weinig. Jammer!
Regie
Madame Butterfly gaat over geloof, hoop en verdriet. Het geloof in een onverbrekelijke huwelijksband, de hoop dat een vertrokken echtgenoot terugkeert en het verdriet wanneer dat niet het geval blijkt te zijn. Het werk is voor mij de meest emotionele en meest expressieve opera die Giacomo Puccini (1858-1924) componeerde en waarvan de première was in de Scala van Milaan in 1904.

Giacomo Puccini

Deze Madame Butterfly was een productie van regisseur Mario Gas uit 2002. Gas verplaatste de handeling naar een filmstudio uit de jaren dertig. Camera’s leggen de scènes nauwkeurig vast. De opnamen beginnen met de voorbereidingen op de uitvoering en vervolgen met de projectie van beelden op een scherm boven het podium. De kijker kan de beelden goed volgen.
Een nadeel is dat door het geschuif van de camera op de toneelvloer het werk aan intimiteit verliest. De kijker ziet dat de woning van Butterfly afwijkt van het gebruikelijke Japanse huisje met schuifdeuren. Dank zij de filmbeelden ziet men ruimten omzoomd met pilaren en waant zich ten onrechte in een paleis.
Gelijktijdig
Een voordeel is dat men de toeschouwer gelijktijdig kan confronteren met twee werkelijkheden. De ene van de opera zich afspeelt op het podium en de andere op het filmscherm waarin de regisseur opgenomen beelden laat zien van de gebeurtenissen die zich afspelen in het brein van Butterfly. In deze voorstelling ziet men de derde acte zoals die zich afspeelt op het podium en tevens filmbeelden van de imaginaire thuiskomst van Pinkerton die Butterfly en zijn zoontje hartstochtelijk omarmt. Een schrijnende tegenstelling!

Een bijzondere voorstelling. Eerstens omdat ik een prachtig zingende zangeres in de persoon van Ermonela Jaho zag en ook omdat ik een regisseur trof die zich van filmbeelden bediende om een extra werkelijkheid zichtbaar te maken. Een prima avondje opera in het Coronatijdperk!!!

 Zolang ik beschik over mijn weblog heb ik bij mijn weten nooit een cd gecensureerd. Waarom nu wel? Ik leg het uit. Het Coronavirus joeg de operaliefhebber uit de theaters. Mij dus ook. Ik zocht naar alternatieven en probeerde mijn aandacht te verplaatsen van louter opera naar instrumentale muziek. Dat ging goed want jarenlang verzamelde ik ook veel instrumentale muziek op cd. Maar sinds de dvd een vlucht nam, bleef mijn cd bibliotheek toch soms een te lange tijd onaangeroerd. Ik deed nu een greep in mijn cd kast en jawel veel opnamen van de symfonieën van Beethoven, Haydn, Berlioz, e.a. gleden door mijn vingers. Die klonken me spoedig weer vertrouwd in de oren. Oude tijden herleefden. Ik genoot.
Toch kon ik het na een paar weken niet laten weer een operacassette uit mijn kast te halen. Blindelings haalde ik Ariodante van Georg Friedrich Händel (1685-1759) tevoorschijn. Ik kon me al niet meer herinneren dat ik die ooit beluisterd had. Dus zette ik de cd speler aan het werk. Wat een verrassing! Deze drie cds kocht ik in 1997 of 1998. Er staan nog zeven andere, complete opera’s van Händel in mijn kast maar ik geloof dat deze Ariodante de meest sublieme is zo enthousiast ben ik over de kwaliteit van deze opname en uitvoering.
Ik heb me laten betoveren door het bijna drie uur durende schitterende orkestspel van ’Les Musiciens du Louvre’, onder leiding van de Franse dirigent Marc Minkowski. Maar ook door de zangers die ieder met hun eigen timbre zelfs tijdens de recitatieven steeds goed herkenbaar waren. De Zweedse mezzosopraan Anne Sofie von Otter spande de kroon door op onnavolgbare wijze het karakter van Ariodante neer te zetten. Dat deed ze in haar broekenrol in de diverse aria’s met als hoogtepunt het dieptreurige ‘Scherza infida’ uit het tweede bedrijf waarin zij het dacapo-deel geheel pianissimo zingt en daarbij wordt begeleid door drie fagotten. En wat een voordracht! En dat zonder de zichtbare lichaamstaal die op een dvd mede bepalend is. Nu zijn het de stembuigingen en de dynamiek die er toe bijdroegen haar droefheid om de vermeende ontrouw van haar geliefde Ginevra, de dochter van de koning van Schotland, uit te dragen.

Uitbundig
Tijdens het derde bedrijf waarin de herstelde liefdesbetrekking tussen Ariodante en Ginevra, de dochter van de koning, gevierd kan worden zingt zij de fameuze, uitbundige aria ‘Dopo notte’. Ze brengt haar zelfbedachte versieringen aan en zoekt daarmee de grenzen op van haar mogelijkheden. De rol van prinses Ginevra wordt schitterend vertolkt door de Britse sopraan Lynne Dawson. Luister maar eens naar haar negen minuten durende, ontroerende aria “Il mio crudel martoro”, waarin zij zich beklaagt over haar noodlot beschuldigd te zijn van overspeligheid ten opzichte van haar geliefde Ariodante.
De rivale van Ariodante is Polinesso, vertolkt door de Poolse contra alt Ewa Podles. Schitterend is het contrast tussen Von Otter en Podles (twee broekenrollen). Podles geeft haar stem alle kansen in haar boze rol met haar extraverte en extravagante stem.

Marc Minkowski

Dat de uitvoering in alle opzichten geslaagd is, is ook te danken aan de voortreffelijke zang van de Amerikaanse tenor Richard Croft als Luciano, de broer van Ariodante, en de jonge Russische bas als Denis  Sedov.
De opname op het label Archiv is gemaakt in Poissy, daags na de succesvolle uitvoering van Ariodante door dit gezelschap in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens de Matinee op Zaterdag.

Première
Ariodante was de eerste opera die Händel schreef voor Covent Garden in Londen. De eerste uitvoering was op 5 mei 1736. Al snel werden er twaalf aan toegevoegd. De titelrol werd vertolkt door de beroemde castraat Giovanni Carestini. Bij de onderhavige uitvoering zijn geen counteralto’s ingezet.
Ariodante is afwijkend van Händels andere opera’s. Het werk speelt zich af in Edinburgh. Het is dit keer een rechttoe rechtaan liefdesverhaal met een goede afloop zonder subplots. Er komen ook geen onverwachte  bovennatuurlijke wendingen in voor tijdens het verloop van het verhaal.
Het verhaal is ontleend aan de vijfde canto uit Lodovico Ariosto’s Orlando Furioso (De razende Roeland) uit 1516. Händels bron was het toneelstuk Ginevra, prinses van Schotland van Antonio Salvi uit 1708. De opera bestaat uit drie bedrijven en bevat 23 aria’s, vier duetten en vier sinfonia’s. Händel heeft in dit omvangrijke werk ook enkele balletten ingevoerd.

Wanneer u besluit deze cdbox aan te schaffen zult u daar zeker geen spijt van krijgen.

 

Een echte operaliefhebber wees me er op dat op zondag 22 maart om 14.00 uur de videostream beschikbaar was van de Nationale opera van de generale repetitie voor de wereldpremière van de opera Ritratto van de 60-jarige Nederlander Willem Jeths. Hij was van 2014 tot 2016 de eerste ‘Componist des Vaderlands.’ Een man die een opera schreef van anderhalf uur die toegankelijk is, volledig tonaal en kleurrijk gecomponeerd met een filosofische benadering van het begrip kunst als belangrijkste onderwerp. Het libretto is van Frank Siera. De melodieën van Jeths vind ik mooi en ze werden ook schitterend gezongen. De sopraan Verity Wingate steelt in de titeltol de show. Dat deed ze met overtuigingskracht. Ook zangtechnisch was ze goed op dreef. Het Amsterdamse orkest Sinfonietta begeleidde onder leiding van dirigent Geoffrey Paterson de zangers waarvan de meesten   behoren tot het gezelschap van de Nederlandse Opera.
Mooie kleding
Laat ik u meteen vertellen dat ik prachtige beelden op mijn pc kreeg die voor een groot deel te danken waren aan de bijzondere kleding ontworpen door de bekende modeontwerper Jan Taminiau die over het grootste atelier in Nederland beschikt. Hij was gevraagd kleding te ontwerpen voor maar liefst 40 personages en liet zich daarbij inspireren door kwallen en paddenstoelen. Er werd een beroep gedaan op het archief van de Nederlandse Opera om daar nog een aantal kostuums aan toe te voegen voor soldaten en advocaten. De opvallende decors, met rijk aandoende rekwisieten, waren van Marcel Warning.
Levend kunstwerk
De opera gaat over het leven van de puissant rijke, Italiaanse markiezin Luisa Casati Stampa di Soncino. Zij hield er een uitzinnige levensstijl op na in de society van Parijs, Venetië en Rome. Bekend is dat zij kort voor de eerste wereldoorlog in haar Venetiaanse paleis decadente feesten gaf waarvoor veel kunstenaars werden uitgenodigd. Haar gedrag, kledij en levenswandel leidden er o.m. toe dat ze zich veelvuldig liet portretteren door kunstenaars zoals Kees van Dongen, Filippo  Marinetti, Man Ray, Romaine Brooksen en Giovanni Boldini.  Casati omringde zich met talrijke kunstenaars wellicht om haar motto was  ‘Ik wil een levend kunstwerk zijn.’ te realiseren.
Het waarheidsgehalte in de kunst
De opera van Willem Jenths roept de kijker tevens op om na te denken over het waarheidsgehalte van kunst. De vraag komt aan de orde of er een spanningsveld is tussen de getoonde, dikwijls symbolische, expressie van schilders en de werkelijkheid.
Of geeft een beeld een gedroomde werkelijkheid weer? De vraag doet zich ook voor wat voor kunst wordt aangezien. De ‘schoonheid’ van oorlog komt zelfs ter sprake en kan die  oorlog gezien worden als kunst? Is een mens ook een kunstwerk? Veel gelovigen zullen dit beamen de mens als een kunstwerk van God.

bloemetje voor Willem Jeths, wel in een schilderij.

De finale is een uitdaging voor Casati. Ze wordt met een kwast en verf weergegeven op een groot doek dat op de grond ligt. Ze krijgt ondertussen  te horen dat al haar bezittingen in beslag zijn genomen en de deurwaarders haar paleis leeg halen. Op het doek boet ze aan schoonheid in. Een lamento sfeer is onontkoombaar. Zo blaast deze opera haar laatste adem uit.
twee opvallende uitspraken zijn me bijgebleven:
I De glans aangebracht op een schilderij is niet de weergave van de werkelijkheid.
II Mijn ogen hebben nog nooit zo helder gezien als gesloten.

De generale repetitie van Ritratto (Italiaans woord voor portret) is sinds afgelopen zondag tot 6 april te zien op YouTube op een kanaal van de Nederlandse Opera.

Nerone op de troon

Zondag 8 maart 2020 was ik in de Pathé bioscoop in Tilburg met nog dertig Händel (1685-1759) liefhebbers. De in Venetië in 1709 in première gegane opera Agrippina, nu vertoond via een straalverbinding vanuit New York, bracht weer voor de zoveelste keer een bijzondere  voorstelling op die me lang zal heugen.

De productie van David McVicar Is ontleend aan de historie van het Romeinse rijk omstreeks 54 na Christus toen het keizerspaar Claudio-Agrippina op de troon zat. McVicar verhaalt over het machtsmisbruik en het perverse obscene gedrag van Romeinen op machtige posities en vertaalt dit proces naar de moderne tijd. Ironie en humor waren twee belangrijke elementen in deze barok opera met haar ontelbare dacapo aria’s afgewisseld met recitatieven secco.
De opera gaat in eerste instantie over de opvolging van keizer Claudio, vertolkt door de Britse bas Matthew Rose. Hij oogt vermoeid maar speelt en zingt zijn rol indrukwekkend! Hij is een man die macht uitstraalt maar net als zijn vrouw Agrippina van list, bedrog, intimidatie en overspel aan elkaar hangt. Vooral Agrippina is een demonisch personage dat de touwtjes in handen heeft en iedereen voor haar karretje wil spannen. Ze is een door en door slecht mens. Niemand is veilig voor haar en ze zet alle middelen in om haar doel te bereiken. Ze weet zich in hachelijke situaties te redden als haar plannen dreigen mis te gaan. Zij wil haar zoon, de dan nog jonge Nerone (Nero), als opvolger van de dood gewaande Claudio, op de troon. Claudio is echter gered tijdens een scheepsramp door zijn generaal Ottone. Aan hem wordt als beloning de troon beloofd, tot woede van Agrippina. Met Nerone, vertolkt door de mezzosopraan Kate Lindsey, maken we de geboorte mee van een monster. Hij is in de opera de enige die evolueert maar niet in positieve zin. Als adolescent is hij afhankelijk van zijn moeder die hem psychologisch mishandelt. Pas aan het einde van de opera staat hij op eigen benen maar dan is al te zien aan zijn seksuele benadering van de hofdame Poppea, de geliefde van Ottone, hoe destructief hij zich ontwikkelt.

Muziek
Het muzikale materiaal werd vertolkt door het orkest van de Met onder leiding van de Britse dirigent Harry Bicket die tevens beschikte over een topcast. De vertolking van het werk was zowel musicerend als acterend van hoge kwaliteit zodat verveling, al duurde de opera bijna vier uur, was uitgesloten.
De momenten van triomfalisme werden geaccentueerd door het gebruik van trompetten. De muziek van deze opera, die volledig in dienst stond van de tekst zoals dat in het baroktijdperk gebruikelijk is, was fantastisch.
Händel componeerde prachtige muziek met een vleugje satire en met contrasterende muziek voor de twee vrouwen: de intimiderend acterende Agrippina, vertolkt door mezzo sopraan Joyce DiDonato en Poppea gezongen door de heldere, verleidelijke sopraan Brenda Rae. Deze twee Amerikaanse vrouwenstemmen beheersten die zondagmiddag het podium door hun zware rollen perfect voor het voetlicht te brengen.

Met haar mooie volle stem bleek Joyce DiDonato geknipt voor deze rol. Zij beheerste de terrassendynamiek van de barok en kan haar stem kleuren naar believen. Ook zij kon rekenen op een grote ovatie na haar swingende aria “Ogni venti ” aan het einde van het tweede bedrijf. De indrukwekkende  bas Matthew Rose vertolkte de rol van de vermoeid ogende keizer Claudius. De rol van Poppea werd gezongen door de verrukkelijk zingende  Breda Rae. Zij had drie aanbidders: Ottone, Nerone en Claudio en speelde hen tegen elkaar uit om de listen en plannen van Agrippina te ontmaskeren. Ze speelde haar rol vol overtuiging en had met haar versieringen en topnoten geen enkele moeite. Na haar grote aria “Se giunge dispetto” aan het einde van het eerste bedrijf kreeg ze een enorme ovatie.  Alle personages, behalve Ottone hebben een donkere kant. Ze zijn gemeen, hebzuchtig, gretig en gulzig naar macht en verzot op luxe, rijkdom en status.
Mijn bewondering ging uit naar de Engelse countertenor Iestyn Davies als de ambitieuze generaal Ottone. Zijn optreden vond ik een sensatie. Zuiverheid van stem paarde hij soms aan een fantastisch pianissimo daarbij begeleid door enkele blazers. Hij was de enige die sympathie opriep omdat hij omwille van de liefde af wilde zien van de troon. Ook hij kreeg een enorm applaus na zijn vertolkte aria’s.

Regie

Links:Poppea,rechts Agrippina

Centraal stond op het podium een enorm hoge trap met bovenop een gele troon.  Agrippina had de bedoeling  om haar zoon Nerone erop te brengen. Alle intriges en listen om de bestijging van de  troon  waren geconcentreerd rondom dit object.
In het tweede bedrijf verplaatste de handeling zich naar een eigentijdse bar waar een klavecinist  als een barpianist het te veel drinkende gezelschap vermaakte.
Alle protagonisten waren gekleed volgens de hedendaagse mode. Zij speelden vol overgave hun uitgekiende rol dankzij een uitstekende personenregie.
De opera Agrippina is werkelijk een van de hoogtepunten van dit seizoen waarin de Metropolitan Opera weer een belangrijke rol speelt. Niet in het minst vanwege haar potentie om via een straalverbinding miljoenen mensen de gelegenheid te bieden om van belangrijke opera-evenementen te genieten waar zij normaler wijze geen gelegenheid voor hebben.

 

 Op zaterdag 29 februari zag ik in de Schouwburg van Tilburg een voorstelling van Opera Melancholica.
Vrijwel onvoorbereid, oei wat slecht, kwam ik al snel tot de conclusie dat ik naar een bijzondere voorstelling keek van het gezelschap OPERA2DAY. Het werd een avond die je de mogelijkheid bood tot zelfconfrontatie om je eigen strijd, om jezelf te kunnen of mogen zijn en je mogelijke onevenwichtigheid tussen gevoel en denken, zo nodig in evenwicht te brengen. Dat is nogal wat. De centrale vraag die daarbij aan de orde is hoe intensief is de impact van je herinneringen uit vervlogen tijd op het hier en nu. Het gaat dan vooral om de verhoudingen binnen de driehoek: denken, voelen en bewustzijn.

Abstracties
Artistiek leider van OPERA2DAY, Serge van Veggel, haalde de ideeën van Freud en de Oosterse filosofie van stal, zodat de personages voor méér komen te staan dan uitsluitend hun fysieke werkelijkheid, namelijk voor abstracte begrippen. Roderick is nu symbool voor het denken; Madeline, zijn tweelingzuster, voor het gevoel; William, zijn vriend die op bezoek komt omdat Roderick depressief is, staat voor het bewustzijn. Het idee van de theatermakers is dat door het maniakale denken het gevoel kan worden verdrongen en dat het bewustzijn dan de zaken weer in balans zou kunnen brengen.
Voordat de opera echt begint zien de toeschouwers acteur Broeders als een laconieke geneesheer-directeur op het podium staan om iedereen welkom te heten in het Anatomisch Theater van de Psyche. Hij nodigt enkele mensen uit het publiek uit om, op basis van door hen ingevulde enquête formulieren, wat te vertellen over hun mooie herinneringen, troostrijke gebeurtenissen uit het verleden of depressies. Een dokter in de zaal verhaalt over mensen die met depressies op haar spreekuur komen. Heel leerzaam.

Roderick en Madeline

Maar dan komt de problematiek heel dichtbij want Opera Melancholica is gebaseerd op een ‘gotisch’ verhaal van de 19e-eeuwse Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe, De val van het Huis Usher. Daarin bezoekt een man, William, een griezelig, door donker water omgeven, oud kasteel, omdat Roderick Usher, een oude studievriend van hem die daar woont, hem te hulp roept. Er gebeuren vervolgens akelige dingen die te maken hebben met de dood van Roderick’s al dan niet imaginaire zuster Madeline.

Philip Glass
In 1988 heeft de Amerikaanse minimal music componist Philip Glass over De Val van het Huis Usher  een korte opera van gemaakt, voor een uit twaalf personen bestaand muziekensemble met muziek die dirigent Carlo Boccadoro hier dramatisch, maar ook heel passend en spannende laat klinken.
Je ondergaat daardoor de opera niet meer alleen als een somber, maar buitengewoon mooi spel in en om een grote, zwarte waterplas, met in het midden een gigantische, doorzichtige schedel (scenografie Herbert Janse). Daarin zetelt het brein van Roderick, die door tenor Santiago Burgi bezeten gestalte krijgt.
William wordt vertolkt door bariton Drew Santini die na enige tijd steeds meer meegaat in de wanen van zijn vriend. Danseres Ellen Landa is een mooie, kwijnende, bijna etherische Madeline (choreografie Ed Wubbe van Scapino). De partij van Madeline wordt achter de schermen woordloos maar wel fraai gezongen, door  sopraan Lucie Chartin.

 Lucide dromen
Melancholie is ons mensen eigen. Het kan ons overkomen. Zwaarmoedigheid en depressies komen relatief veel voor. We kijken dan op een bepaalde manier naar ons bestaan en beseffen onze sterfelijkheid. We koesteren lucide dromen over een betere wereld en over een leven voorbij de dood. Overweldigende vergezichten. Maar voor die idealen betalen we een prijs: de angst en de weemoed als we weer zijn teruggeworpen in de harde realiteit. Als we die terugweg nog kunnen vinden. Wie herkent dit?

Aan het einde van de opera klapt de glazen schedel open en zien we dat daar een klein, onschuldig jongetje in zit, die verbaasd naar zijn zeepbellen kijkt. Alsof hij nog écht zichzelf kan zijn. Hoe echt is dit?