Feeds:
Berichten
Reacties

Afgelopen donderdag zag ik in de schouwburg in Tilburg de opera Werther van Jules Massenet uitgevoerd door Opera Zuid. Met gemengde gevoelens verliet ik na afloop de zaal. Regisseur Sybrand van der Werf had een aantrekkelijke en interessante voorstelling op de planken gebracht met verplaatsbare, witte, strakke decors die bewondering oogstten. De vormgeving van de opera kreeg gestalte door wisselende opstellingen van de decorelementen waarbij de burgerlijke cultuur en leefomstandigheden van het gezin met Charlotte zichtbaar werden.

Verrassing
In de personenregie van Van der Werf  kon ik me niet echt vinden al had hij voor het publiek wel een interessante verrassing in petto. Voor enige uitleg moet ik naar het libretto. Charlotte heeft haar moeder op haar sterfbed moeten beloven na haar dood voor het gezin met zeven jonge kinderen en haar echtgenoot te zorgen en ze beloofde te zullen trouwen met een zekere Albert. Al spoedig wordt duidelijk dat haar hart niet uitgaat naar de oppervlakkige Albert maar naar de eenzame Werther die op haar pad komt en die haar meeneemt naar een bal. Van een vervolgafspraak komt het niet. Albert is tijdens Charlotte’s dansuitje van een reis thuisgekomen en integreert in het burgerlijk leventje van de familie en trouwt met haar. Werther ontmoet later Charlotte bij toeval en ervaart dat zijn gevoelens voor haar niet zullen worden beantwoord. Hij kan niet verkroppen dat het voorwerp van zijn onstuimige liefde aan de arm van Albert door het leven gaat. Een dialoog tussen Charlotte en Werther leidt er toe dat zij hem wegstuurt en hem tot kerstmis niet wil zien.  Ondertussen zien de toeschouwers een mysterieuze, gesluierde vrouwelijke gestalte op het podium in een zwijgende rol. Zij is steeds nadrukkelijk aanwezig in de buurt van Charlotte wanneer die denkt aan Werther of zijn brieven leest. Het is de gestalte van de overleden moeder van Charlotte. Een creatief idee van de regisseur! Charlotte voelt daardoor steeds haar ogen op zich gericht zodat ze zich steeds aan de door haar gedane beloften aan haar moeder herinnert. Haar plichtsbesef en haar strenge geweten verhinderen ons zelfs een inkijkje in de zielsverbondenheid tussen deze twee jonge mensen, behalve die ene keer wanneer ze tijdens een emotioneel moment even in de armen van Werther valt. Ze ziet dat ze zich  ‘vergist ’ en is zich andermaal bewust van de eed aan haar moeder, gesymboliseerd door de steeds weer aanwezige moedergestalte.
In de slotscène wordt haar dwangmatig gedrag nog versterkt wanneer er zelfs vijf dezelfde gestalten haar verhinderen om de gewonde Werther fysiek bij te staan. Ze bekijkt op afstand hoe hij worstelt met de dood na zijn suïcidepoging en geeft hem uiteindelijk de kus waarnaar zij beiden hartstochtelijk verlangden. Maar zij kan ook daarna niet mentaal en fysiek dichter bij Werther komen door de aanwezigheid van de vijf mystieke gestalten. Na afloop vraag je je af wie schuldig is aan de dood van Werther. Eveneens dringt zich de vraag op of een stervende moeder zo mag inspelen op de toekomst van haar kind, in dit geval Charlotte.

Treurnis
Vanwaar die treurnis die deze opera uitademt? In essentie gaat deze opera over eenzaamheid en het kijken in de menselijke ziel van iemand die lijdt aan een onbeantwoorde liefde. Jules Massenet (1842-1912) las ruim 100 jaar na het verschijnen van het tweede werk van Johann Wolfgang Goethe (1749-1832) diens briefroman ‘ Die Leiden des jungen Werthers.’ Een boek dat in 1774 veel emoties teweeg bracht en zelfs leidde tot een hype aan suïcide door jonge mensen, die zich herkenden in de problematiek. Goethe heeft zelf het leed ervaren. Zijn liefde voor Charlotte Buff was kennelijk onvoldoende om die om te zetten in een vaste relatie. Toen bovendien nog een kennis van de dichter zelfmoord pleegde, bood de koppeling van deze twee feiten voldoende stof voor het trieste verhaal van Werther. Jules Massenet die maar liefst 27 opera’ s op zijn palmares heeft staan zoals Manon, Le Cid, Thais en Cendrillon had met Werther bij de première  in het Hoftheater in Wenen in 1892 groot succes.
   Onmogelijke liefde
Vanuit het perspectief van de zang ging ik niet geheel tevreden naar huis. Wanneer ik denk aan Werther dan heb ik een jonge man voor ogen die gekweld wordt door zijn onbeantwoorde liefde. Wat kan erger zijn? De lyrische tenor Eric Fennel uit zich wel in woord en gebaar maar met zijn mooie slanke stem, is hij niet in staat om zijn gebrek aan volume te compenseren. Daardoor konden de meest heftige en dramatische gevoelens, begeleid door het goed spelende orkest onder leiding van dirigent Pieter-Jelle de Boer, niet tot hun recht komen.

Sopraan  Florieke Beelen had meer volumineus vermogen. Op haar zang was behoudens een uitglijertje in de finale niet zo veel aan te merken maar ze had een lastige rol omdat ze mentaal veel te verwerken kreeg. Ze bleef op het podium door het libretto waarin ze werd uitgedaagd afstandelijk ten opzichte van Werther te acteren een koele kikker. Maar zelfs in de dramatische zelfmoordscène vindt ze haar tegenspeler niet en blijven beiden onbereikbaar voor elkaar. De rollen van de  bariton Ivan Thirion als Albert en Anna Emilianova werden goed ingevuld. Albert heeft een zakelijke opvatting over de liefde en blijkt geen psycholoog wanneer hij zijn rivaal Werther voorstelt aan te pappen met Charlottes zusje Sophie nu Charlotte zijn vrouw is. Je moet het maar durven.

De muziek van Massenet is heerlijk om naar te luisteren. De componist flirt met Puccini en Wagner en de violen hebben een partij die me zeer aanspreekt. Gedurende de opera is er een leitmotief dat tijdens emotionele momenten steeds terugkeert en je het gevoel geeft dat het bij de liefde hoort. Jammer dat die vanavond onbeantwoord bleef.

 

Advertenties

 Zondag 3 december 2017. Ik ga weer op reis met Operaclub Nederland. Naar Duisburg om precies te zijn. Met ruim 50 leden gaan we genieten van de eenakter Das Rheingold. Een werk dat aan de basis staat van Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner.

Regie
Ik was benieuwd of ik dit werk, dat ik ongeveer al 20 keer zag opnieuw met hetzelfde enthousiasme zou omarmen zoals meestal het geval is. Ja hoor, ik genoot net als voorheen. Waarom? Ik vond de uitvoering onder leiding van dirigent Axel Kober en in de regie van Dietrich Hilsdorf spannend en aangrijpend. Nog steeds begrijp ik niet dat Hilsdorf na de première uitgeboeht werd. Mensen die de moeite namen om de synopsis door te lezen, hadden m.i. geen moete om deze opera te volgen. Van regietheater kon men ook al niet spreken. Of is het ontbreken van Rijnwater al voldoende om van een afkeurenswaardige regie te spreken? De opera speelde zich voornamelijk af in een ruimte die voorzien was van een paar multifunctionele tafels en een veelvuldig door de Rijndochters gebruikte trap. Tijdens de uitbeelding van de scene diep onder de aardbodem in Nibelheim, toen Wotan en Loge een bezoek brachten aan Mime en Alberich om de gouden Ring van   laatstgenoemde te stelen, reden door dezelfde, nu onguur belichte ruimte, trollies met door de zwoegende Nibelungen gedolven goud. Goud dat later aangewend werd als losgeld om Alberich te bevrijden van zijn plaaggeesten en later Freia uit haar gevangenschap bij de twee reuzen. De sfeer ademde criminaliteit en bedrog uit van een bedrijf dat geleid wordt met een kapitalistische machtspolitiek.

Muziek
Muzikaal viel er heel wat te beleven. Het orkest speelde, zoals iemand terecht opmerkte, alsof Wagner de gehele partituur had geschreven met het woord ‘ forte ‘ in de kantlijn. Er was daardoor te weinig nuance. Een voorbeeld ervoer ik toen de gouden appeltjes van Freia niet langer meer hun werk deden en de goden slaperig werden en hun vitaliteit verloren. Ook de opening van das Rheingold bood te weinig nuance. Ik meen dat de 135 openingsmaten voortvloeiend uit de noot ‘es’ al heel snel te luid klonken waardoor de ontwikkeling van de schepping verbeeld door een aanzwellend geluid niet tot gelding kwam. Soms moesten de zangers, die toch over een stevig volume beschikten, alle zeilen bijzetten om verstaanbaar te blijven. Gelukkig lukte het de meeste zangers wel. Over de protagonisten trouwens alle lof. Uitschieters naar beneden heb ik niet opgemerkt wel naar boven. Met name de baritons Alberich Stefan Heidemann als Alberich en James Rutherford als Wotan, bevielen me, evenals de drie Rijndochters, uitstekend. Die laatsten waren opvallend aanwezig tijdens de lancering van het plan van Loge om de ring te stelen. Loge wist dat de drie Rijndochters het verlies van het goud hevig betreurden. Zij hoorden het plan aan zonder een noot te zingen. De rol van Erda werd goed vertolkt door Suzan Mc Lean die Iryna Vakula verving. Anna Princeva was een uitstekende Freia die haar gijzeling bij de reuzen al flirtend met Fasolt onderging. Met moeite nam ze afscheid van hem toen hij werd omgebracht door zijn egoïstische broer. Thorsten Grümbel en Lukasz Konieczny vormden tot de broedermoord een aardig koppel.

Foute boel
Opvallend was de opkomst van Wotan in een rolstoel, hij zag er heel oud uit. Wie veronderstelde dat hij wegens een ernstige handicap moeilijk kon lopen kwam bedrogen uit. Hij transformeerde al snel tot een man van middelbare leeftijd die absoluut gevrijwaard was van een lichamelijke handicap. Dat was voor de toeschouwers het eerste bedrog op het podium dat niet in het libretto van Wagner is opgetekend. Wel zijn door librettist en componist een reeks misdrijven in het libretto opgenomen die in ons land tot stevige gevangenisstraffen zouden leiden.

1 Diefstal van het Rijngoud door Alberich. 2 Ontvoering van Freia door de reuzen. 3 De moord van Faffner op zijn broer Fasolt. 4.Vrijheidsberoving en afpersing van Alberich door Loge en Wotan. 5 Het niet nakomen van financiële vergoedingen aan de reuzen voor hun arbeid aan de bouw van het Walhalla. 6 Het onder dwang de Nibelungen slavenarbeid laten verrichten door Alberich.

Loge, Wotan en Fricka

Te veel ellende eigenlijk om op te noemen. Daarom wordt Das Rheingold ook wel de opera van de liefdeloosheid van de goden genoemd. De bekende Nederlandse auteur Simon Vestdijk steekt daar de draak mee door deze opera een  ‘ operette van de goden ‘ te noemen. Hoe kon Vestdijk dit beweren? Een operette wordt veelal gedefinieerd als een muziekstuk dat lijkt op een opera maar minder serieus is. Das Rheingold is wel degelijk een serieus stuk. Ik ben het niet eens met de schrijver. Let maar eens op Wotans’ woorden in de slotfase wanneer hij beseft dat het binnentreden van de door de reuzen gebouwde burcht slechts een etappezege is. Zijn entree is moeizaam verworven en hij vreest voor de vloek van Alberich. Hij wil de Ring terug hebben maar dat sluit een gevaar in want Fasolt werd door Faffner gedood toen die slechts een kort moment de ring in zijn bezit had. Alberich zal zeker de Ring trachten terug te veroveren. Hij is dus Wotans gevaarlijkste tegenstander. Daarom moet er een leger komen dat wil vechten tegen Alberich en een vrije held die niet aan contracten is gebonden. Dat moet Sigmund worden. Wordt vervolgd in Die Walküre.
Wanneer je Das Rheingold de moeite waard vond, ga dan ook naar Die Walküre. Ik ga als ik kan. De voorstelling was prima! Goede keus Operaclub Nederland!

 In de Pathé bioscoop van Tilburg kunnen operaliefhebbers op zondag 3 december de opera ‘The exterminating Angel’ van Thomas Adès zien. Omdat ik die dag verhinderd ben, ging ik op maandag 27 november al naar Kinepolis in Antwerpen om daar op een groot filmdoek het werk te zien.
Na de hartstochtelijke reacties op zijn laatste opera, ‘The Tempest’ presenteerde de Met nu de Amerikaanse première van Thomas Adès ‘The exterminating Angel’. De opera vertelt een surrealistisch fantasieverhaal, gebaseerd op Luis Bunuels’ beroemde film ‘El Angel exterminador’ uit 1962, over een etentje waaruit de gasten niet kunnen ontsnappen. Tom Cains, die het libretto schreef, regisseerde de nieuwe productie en Andès dirigeerde zelf zijn avontuurlijke nieuwe opera uit 2016.

Obstakels
 Avontuurlijk was de opera voor de protagonisten zeker, maar ook voor het publiek! Stel je eens voor dat je naar een opera gaat en dat je na afloop door een echtpaar, Lucia en Edmunda de Nobile in dit geval, wordt uitgenodigd voor een copieus diner. Je wordt verwelkomd in een schitterend huis, vol met prachtige meubelstukken, waar een chic gezelschap aanwezig is en de tafel reeds gedekt staat. Je kent er behalve het echtpaar, dat je uitnodigt, niemand. Er blijken meerdere paren te zijn waaronder een incestueus stel. Wanneer je op een zeker moment naar huis wilt, blijkt dat er iets goed mis is. Niemand kan het huis verlaten. Wat daarvan de oorzaak is kom je niet te weten. Wil niemand de eerste zijn die het huis verlaat? Zijn er interne of externe obstakels die verhinderen dat iemand de buitenlucht in stapt? De gastheer en zijn gasten zijn niet in staat om verandering te brengen in de situatie. De nacht wordt gezamenlijk doorgebracht. De tijd die daarop volgt duurt langer dan een etmaal. De  verhouding tussen de mensen wordt steeds meer gespannen. Men heeft honger en dorst. Enkelen worden onwel of sterven zelfs. Er ontstaat agressie, wanhoop en woede over de onverklaarbaarheid van het probleem. Een arts probeert de gemoederen, steeds zonder succes, te bedaren nu de gasten in snel tempo hun maskers verliezen en de humaniteit van het gezelschap steeds verder zoek raakt. Al tijdens de eerste acte ervaar je naar een opera te kijken waar de waanzin op de loer ligt. Je bent getuige van alledaagse conversaties die te heftig zijn voor mensen die elkaar pas net kennen. Iedereen praat met iedereen en de muziek kent geen rustpunt zo dat je je afvraagt hoe je na twee uur en veertig minuten luisteren en kijken uit de bioscoop zult komen. Dat blijkt toch mee te vallen.

Wanhoop en verwarring
 De personages slagen erin hun wanhoop en verwarring in het tweede bedrijf via ‘Sprechgesang ‘ te uiten met daarbij passende instrumentale klanken. Toch zijn de vele hoge tonen van Audrey Luna als Leticia, de operazangeres voor wie het diner is georganiseerd, menig luisteraar wat te machtig. Ook de tenoren laten zich niet onbetuigd en gebruiken veelal de hoogste tonen van hun stemvak. Een rustmoment is het duet tussen Beatriz en Edmundo in het tweede bedrijf.
Na verloop van tijd raak je gewend aan de muziek van Adès. Zijn muziek vertegenwoordigt vele stijlen. Hij laat het orkest stevig uitpakken en maakt o.a. gebruik van de ‘ ondes-Martenot ‘, een elektronenbuis om een geluidsgolf te genereren. Het electronisch instrument suggereert de mysterieuze kracht die de personages in de kamer vasthoudt.  Adès muziek is modern en hij geeft de vijftien hoofdrolspelers alle gelegenheid om tijdens de vele ensemblezang hun kunnen te demonstreren. Het paar Amanda Echalaz en Joseph Kaiser, de vertolkers van Lucia en Edmundo, is uitstekend op dreef en zelfs de veteraan  Sir John Thomlinson weet goed zijn mannetje te staan. Alice Coote blijkt opnieuw te beschikken over een goot acteertalent in de rol van Leonora Palma. Kortom  de zangers leggen vooral in de dramatische momenten veel beleving en emotie in hun optreden.

De Brit Thomas Adès, die zelf dirigeert, verrast menigeen met zijn compositie uit 2016. Het was mooi om mee te maken hoe een moderne componist weet door te dringen tot het repertoire van de Met dat bijna uitsluitend bestaat uit werk gecomponeerd tussen 1600 en 1610. De opera ontroerden me niet, maar ik was toch blij met deze opera kennis te maken.
Operaliefhebbers zijn geen avonturiers. De zaal met 700 plaatsen was slechts door 50 diehards bezet. Jonge moderne mensen? Nee, oudjes zoals ik!

Het operaprogramma in CC Jan van Besouw in Goirle werd op 28 november jl.  vervolgd met de opera Andrea Chénier van Umberto Giordano (1867-1948). Dit keer een werk zonder fraaie cantilenen, thrillers en coloraturen maar wel doorgecomponeerd en waarbij recitatieven en aria’s vloeiend in elkaar overgaan. Het orkest is nu meer als een grote gitaar waarbij de akkoorden onder de zangpartijen zijn aangebracht. Het publiek ziet en hoorde dit keer een opera van een vertegenwoordiger van het zogenaamde verisme. Een genre dat floreerde tussen 1875 en 1940 waarbij de librettisten niet schroomden de rauwe werkelijkheid van het leven op te tekenen. Geen plaats dus voor mythologische en verheven verhalen. Wel voor hoog oplaaiende emoties, zoals extreem verdriet en heftige liefde, waar het publiek een tijdlang de neus voor ophaalde. Andrea Chénier is zo’n opera gebaseerd op het libretto van Luigi Illica op is. Een opera over standsverschillen, armoede en rijkdom maar ook over wreedheid, loyaliteit en rechtvaardigheid tijdens de Franse revolutie. Wat is gruwelijker en dramatischer dan een revolutie waarin burgers pal tegenover elkaar staan en de guillotine overwerk moet verrichten?

We zijn in 1879 in de aristocratische bubbel van chateau Coigny waar de gravin en haar familie blind blijken te zijn voor de gevaren van de revolutie die door Frankrijk waart. De Gavotte wordt gedanst door de adellijke familie en haar gasten. De dans wordt onderbroken door opgewonden jongeren van de straat die het feestje van de adel willen verstoren. Carlo Gérard de bediende van de gravin werkt hen weer naar buiten. Hij is verliefd op de dochter van de gravin: Maddalena. Op een zeker moment smijt lakei Gérard, die genoeg heeft van zijn dienstbaarheid aan de aristocratische familie, zijn livrei weg en sluit zich aan bij de Jacobijnen. Op het feest is ook de dichter Andrea Chénier. Niet direct een aanhanger van de Jacobijnen. Hij draagt een vers voor en toont zich wel als een rebel die liever in andere kringen verkeert. Maar ook hij is, net als Gerard, verliefd op Maddalena. Als gevolg van de revolutie raakt zij alles kwijt raakt en zoekt later op straat bescherming bij Chénier. De twee liefdesrivalen Gerard, die zich inmiddels bij de revolutionairen heeft aangesloten, en Andrea Chénier komen tegenover elkaar te staan tijdens een proces. Gerard heeft Chénier aangeklaagd. Hij zou Robespierre hebben beledigd. Ook na intrekking van de aanklacht wordt de dichter toch met vele anderen veroordeeld tot de guillotine. Chénier belandt in de gevangenis van Saint Lazare en daar neemt Maddalena, door de hulp van de vergevingsgezinde Gerard, de plaats in van een andere vrouwelijke gevangene zodat zij en Chénier hun wens in vervulling zien gaan: samen sterven op het schavot.
In de opera komen tal van historische personages voor zoals Chénier in 1762 geboren en in 1794 terechtgesteld. Hij citeerde toen de bekende regels ‘O mijn pen! Gif, gal en verschrikking, mijn God, door u alleen houd ik mijn strijd vol’ uit het toneelstuk Andromaque van Racine.

Verzoenend gebaar tussen Gerard en Chenier

De geslaagde productie van regisseur David McVicar is opgenomen in 2015 in het Royal Operahuis Covent Garden. De casting is uitstekend. De Duitse tenor Jonas Kaufman maakt zijn roldebuut in de veeleisende titelpartij. Wie kan die rol beter zingen? Zijn vier grote aria’s zingt hij heel gemakkelijk. De hoge tonen lijken er moeiteloos uit te komen. Eva Maria Westbroek zingt haar rol als Maddalena voor het eerst scenisch op de planken. Zij brengt een zelfverzekerde, ontroerende, opofferende vouw voor het voetlicht. Natuurlijk vormt haar ‘La mamma morta’ een hoogtepunt, net als het slotduet met Kaufman  ‘Vicino a te’. Eva Maria is een graag geziene zangeres in Covent Garden met haar achtste glansrol. Ook de stentorstem van Željko Lučič doet het goed als de geëmotioneerde Gérard. Zijn aria ‘Nemico della patria’ uit de derde akte zingt hij voorbeeldig. De kleinere rollen zijn goed bezet, het koor zingt prachtig en dirigent Antonio Pappano staat voor een pittige, kleurige begeleiding.

Op de regie van David McVicar, de decors en de kostuums valt weinig aan te merken. Hij schetst zijn personages en hun relaties uitstekend en deze opvoering van Andrea Chénier kan worden bijgezet als een van de meest geslaagden.

 Sinds ik in 2016 verhuisd ben van Goirle naar een appartement in Tilburg is er veel gebeurd.
Er was veel belangstelling van vrienden en kennissen voor ons nieuw onderkomen. Wij hadden genoeg te doen om ons bezig te houden en het ons zo geriefelijk mogelijk te maken.
Dat ik een fervent Operaliefhebber ben weten de mensen die regelmatig inloggen op mijn weblog wel.
Ik had gedacht na de verhuizing meer tijd te kunnen besteden aan mijn liefde voor muziek. In werkelijkheid gebeurde dat niet. Wel ging ik trouw op zondagmiddag naar HD voorstellingen in de Pathé bioscoop met haar meer dan voortreffelijke uitvoeringen vanuit het Operahuis de Metropolitan Opera van New York. Ik nam ook deel aan enkele operareizen naar West Duitsland. Zelfs een complete Ring des Nibelungen in Wiesbaden liet ik me niet ontgaan. Maar in onze eigen huiskamer kwam het er maar zelden van een opera te beluisteren. Van de televisiezenders Mezzo en Bravo maakte ik maar matig gebruik en mijn geluidsinstallatie leek in de ww. Vooral Brava programmeerde naar mijn zin te veel dezelfde opera’s.  Aan het snuffelen naar minder bekende opera’s kwam ik niet toe.

U moet weten dat ik al sinds jaar en dag voetballiefhebber ben en inmiddels 75 jaar betrokken bij Willem II. Voldoende reden om een biografie uit te geven volgens schrijver Thomas Rensen, die sinds 2001 als vrijwilliger aan de club is verbonden. Die biografie is er na vier jaar interviewen, teksten corrigeren en wat daar nog meer bij komt kijken,  gekomen. Op 14 oktober 2017 was het zover. Al had ik aanvankelijk weinig zin in een biografie, nu het boek er is ben ik er blij mee. Daarbij komt dat ik weer meer tijd heb om me met de wereld van opera bezig te houden.

Afgelopen week was de omslag. Ik zag maar liefst drie opera’s in vier dagen.
Eerst op Mezzo “ de bruid van de Tsaar “van Rimsky Korsakov. Een dag later via de website van Arte de opera Lucio Silla van Mozart, en zondagochtend Aida van Verdi.
“ De bruid van de Tsaar ”vond ik heel bijzonder. Ik had het werk nog nooit gezien. Een synopsis kon ik op internet niet vinden en ook mijn operaboeken lieten me in de steek. Ik keek daardoor naar het werk met te weinig informatie. Kan iemand me nog aan de synopsis van deze opera helpen? Mail me die dan naar: peterannee@gmail.com. De dvd opname ga ik zeker aanschaffen. Meest opvallende protagonist? De formidabel zingende mezzosopraan Anita Rachvelishvili, die me een tijd geleden al opviel als een geweldige Amneris in Aida!

Over de opera Lucio Silla gaf ik vrijdag jl. al informatie via mijn weblog. Ik schreef over prachtige muziek gespeeld door het geweldig orkest van de Munt in Brussel met een excellerende Lenneke Ruiten en een overtrokken regie. Enkele van mijn lezers hebben dit werk afgelopen zondag gezien in Brussel. Ik zou het leuk vinden als men mij een korte indruk geeft van de voorstelling. Eveneens via mijn e-mail adres graag.

En tenslotte Aida. Nog geen drie maanden geleden had ik zeker vijf opnamen van Verdi’s meesterwerk bekeken en nu kreeg ik een dvd aangeboden met een opname van Aida vanuit de Salzburger Festspiele met een fantastische cast. De grootste verrassing was dat de Aidarol bezet werd door de beroemde sopraan Anna Netrebko, die de afgelopen jaren vooral furore maakte als colloratuursopraan bij talloze opera’s buffa. Als vertolkster van Rossini, Donizetti en Mozart kennen we haar allemaal. In La Traviata als Violetta had zij al een aantal jaren geleden succes. Nu is ze overgestapt van lichtere rollen naar de zwaardere o.a. in Il  Trovatore, Aida en onlangs in Lohengrin van Wagner. Opvallend is dat Netrebko’s stem is de afgelopen jaren wat donkerder is gekleurd hetgeen haar goed van pas kan komen in haar nieuwe rollen.
De rol van Amneris in Salzburg werd subliem gezongen door de Russische mezzosopraan Ekaterina  Semenchuk  (luister eens naar haar op YouTube!). Zij was de evenknie van Netrebko, die nu de concurrentie moet aangaan met andere grote sopranen in het zwaardere genre. Met grote belangstelling volg ik haar carrière.

Ik ben benieuwd wat de komende tijd weer op mijn weg komt. Hopelijk ook nieuw werk. Ik houd u op de hoogte.
Bedankt voor een eventuele reactie.

Hartelijke groet,

Peter Année

Lenneke Ruiten en Jeremy Ovenden

De secretaris van Operaclub Nederland bood de leden de mogelijkheid om zich extra voor te bereiden op het bezoek aan het operahuis De Munt in Brussel door hen er op te wijzen dat de opera Lucio Silla al op donderdag  9 november te zien was op een website van Arte. Dank daarvoor want ik was blij met de uitzending die op het scherm van mijn pc verscheen. Zeker omdat ik het bezoek op zondag 12 november aan de Munt niet kan meemaken.

Beeld en geluid kwamen volmaakt door. Lucio Silla had ik enkele decennia geleden eenmaal gezien. Ik kan me van het libretto niets meer herinneren maar wel nog dat ik de muziek prachtig vond. En dat laatste was  ook nu het geval.

De kijkers zagen een opera seria uit 1772 die Mozart als 16 jarige al componeerde tijdens een reis door Italië. Het was zijn 5e opera.

Allereerst gaan mijn complimenten naar het orkest van de Munt dat met lef excelleerde  met schitterend spelende strijkers, met  explosieve tremolo’s en vooral met veel pit. Meeslepend!

Onvergetelijke prestatie
De cast was ook voorbeeldig met als uitblinker de Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten. Lenneke, in 2002 nog winnaar van het IVC in Den Bosch, zong de rol van de beoogde geliefde van de machtige dictator Lucio Silla (130-78 voor Christus). In mijn ogen zette zij een onvergetelijke prestatie neer door de lange moeilijke coloratuuraria’s van protagonist Giunia met groot vertoon van vocale macht te zingen waarbij ze er in slaagde deze te voorzien van sterk dramatische accenten.

Giunia’s minnaar Cecilio werd vertolkt door de mezzo-sopraan Anna Bonitatibus. Ze was niet de evenknie van Ruiten maar vertolkte haar broekenrol naar behoren met een expressieve voordracht  en waarbij zij de nodige snijdende dissonanten liet horen. Zij leverde een goede prestatie. Aan de Britse tenor Jeremy Ovenden was de rol van Lucio Silla toevertrouwd. Hij had een wat slanke stem die hij moest inzetten om zijn sadistische rol waar te maken. Geen gemakkelijke opgave. Zijn dwangmatige, opdringerige en seksueel overschrijdende escapades ten opzichte van Giuna deden me onmiddellijk denken aan de hype rond # Me Too. De overige rollen werden goed ingevuld. Het koor van De Munt zong ingetogen maar daar is niets mis mee.

Regie
 De meeste opera’s hebben een kernboodschap. Die was hier overduidelijk: Weg met de dictators en rechtvaardigheid voor iedereen. De Duitse regisseur Tobias Kratzer wilde de relatie tussen politieke macht en persoonlijke verdorvenheid aan de kaak stellen. Daarvoor introduceerde hij tijdens de ouverture beelden van Poetin, Trump en playboy Hefner. Genoemde relatie kreeg in de toneelbeelden die daarna volgden nauwelijks of geen vervolg. Kratzer verruilde het oude Rome voor een roterende moderne luxe villa waarin zich allerlei gebeurtenissen afspeelden zoals de verleidingspoging van Silla ten opzichte van het object van zijn seksuele begeerte Giunia. Met oesters en bubbels  denkt hij haar gunsten te winnen maar zij straft hem af door een glas wijn in zijn gezicht te smijten. Later zal hij haar verkrachten wanneer hij ervaart dat zijn avances niet het beoogde resultaat oplevert. Die beelden worden op een in tweeën gedeeld podium zichtbaar. Links kijkt Silla met enige emotie naar de tv opnamen van zijn perverse gedrag en de vernedering die zijn slachtoffer daarbij ondergaat en rechts zien de toeschouwers de beelden die Silla zag van wat er in werkelijkheid zich afspeelde. Ze zijn verre van aangenaam en te recht voor zijn raap. Hierover kan men uiteraard van mening verschillen. Het had wellicht wat subtieler gekund. Ongetwijfeld komt de discussie hier nog over op gang.

Ontroerd
Het laatste bedrijf kent een onverwacht einde. Silla heeft de geliefden in zijn macht. Giunia en Cecilio zijn er van overtuigd dat zij zullen worden gedood maar dan voltrekt zich een wonder: Silla is zo ontroerd over de trouw en standvastigheid van het liefdespaar dat hij hen ‘vergeeft’ en ze toestaat te trouwen.

Vermoedelijk vraagt iedere toeschouwer zich na afloop af waar die ontroering op gebaseerd is en wat er aan het paar te vergeven viel. Misschien kom ik daar nog wel achter.

Conclusie: de muziek was prachtig, de personenregie te heftig en er was mijn inziens sprake van enige discrepantie tussen muziek/libretto en regie/toneelbeelden. De voorstelling is tot 15 november nog te zien in De Munt in Brussel. De moeite waard!

 

Koningin van de Nacht en Pamina

Het publiek in de Metropolitan Opera in New York wordt verwend. Dus ook dat van De Pathé bioscopen want die toonden de afgelopen twee weekenden even zoveel schitterende uitvoeringen van het operahuis van New York. Eerst Bellini’s meesterwerk Norma, een week later een prachtige Zauberflöte van Mozart (1756-1791).

Ik erken de schoonheid van de muziek van Mozart maar heb soms toch enige weerzin tegen zijn laatste opera. De gesproken tekst in het libretto van Schikaneder is voor mijn gevoel een hinderlijke inbreuk op de muzikale voortgang van het werk en de verhaallijn vind ik wat rommelig. Positief zijn de toegankelijkheid van de muziek, de prachtige orkestratie die volledig in dienst staat van het verhaal, de humor die vooral tot uiting komt in de rol van Papageno en het indrukwekkende koorwerk dat een rol speelt bij de inwijdingsrituelen. Ook de tegenpolen goed en kwaad worden aanschouwelijk tegenover elkaar gesteld.

Magisch
Die Zauberflöte is een sprookje, een magisch stuk. Het is een opera over de liefde en het wonder om als man en vrouw een paar te zijn. Maar ook over beproevingen, standvastigheid en deugd. Macht komt aan bod wanneer de Koningin van de Nacht het zonnerijk van Sarastro wil overnemen.
Die Zauberflöte is een opera met invloeden vanuit de vrijmetselarij (de loges in Wenen) een wereld van geheime genootschappen en inwijdingsrituelen.
Al is het werk doortrokken van religieuze en filosofische complexiteit je hoeft geen filosoof te zijn om van Die Zauberflöte te kunnen genieten. Zeker niet wanneer je de productie van de Met ziet van de Amerikaanse regisseur Julie Taymor die ook bekend is vanwege haar regie van The Lion King.

Voor jong en oud
De uitvoering is geschikt voor jong en oud en overweldigend in haar presentatie. Decors en kleding, mooier kan het niet. Je kijkt je ogen uit. Zelf ben ik iemand die het liefst een wat soberder uitgerust podium ziet waar de eenvoud vanaf straalt en waardoor de essentie van het werk wat sterker naar voren komt. Maar voor deze Zauberflöte maak ik een uitzondering. Daar komt nog bij dat de scènes van het Duitse Singspiel, waarvan het kenmerk is: gebruik van de Duitse taal en gesproken dialogen, vloeiend in elkaar overgingen waardoor de aandacht van de toeschouwer nooit verslapte. Een belangrijke rol speelde het soepel spelende orkest van de Met onder leiding van de nestor-dirigent James Levine, die ondanks een lichamelijke handicap blijft dirigeren en  haarfijn weet hoe hij de muziek van Mozart moet koppelen aan de karakters van de hoofdrolspelers. De cast mocht er ook zijn. Allereerst denk ik aan de fysiek zeer aantrekkelijke Zuid Afrikaanse sopraan Golda Schutz die haar debuut maakte in de Met met een voortreffelijk gezongen Pamina. De sopraan Kathryn Lewek vertolkte haar moeder, de Koningin van de Nacht. Een wraakzuchtige vrouw die het begrepen heeft op de wijze priester Sarastro. Haar rol bestaat in het onberispelijk uitvoeren van twee heel lastige aria’s met een ketting aan coloraturen die verbazing oproept als dat met succes gebeurt. En dat lukte haar goed. 

Tamino

Humor
De minnaar van Pamina is Tamino gezongen door Charles Castronovo. Ik beluisterde deze keer in de 42 jarige Amerikaanse tenor een wat andere karakterologische invulling dan ik gewend ben. Minder romantisch en lyrisch maar meer dramatisch en bovendien kreeg ik daarbij het gevoel dat er een heldentenor stond. Zo gedroeg hij zich ook. Hij sloeg zich in ieder geval heldhaftiger, geïnspireerd door zijn liefde voor Pamina en met de hulp van zijn toverfluit, door de aan hem opgelegde beproevingen dan de vogelvanger Papageno. Die laatste rol was weggelegd voor de Oostenrijkse bariton Markus Werba, die niet alleen vocaal tot een grote prestatie kwam maar ook op gepaste en natuurlijke wijze omging met de humor die de rol bevat. Zijn onbeantwoorde verlangen naar een vrouwtje dreef hem bijna tot het besluit  zich op te hangen maar gelukkig wezen de drie knapen hem op het bezit van een magisch klokkenspel. Daardoor kwam hij op zijn voornemen terug en was hij getuige van de transformatie van een lelijk oud vrouwtje in een zeer aantrekkelijke Papagena. Ze vielen in elkaars armen. Het paar besloot onmiddellijk de wereld te verblijden met nieuwe Papageno’s en Papagena’s.

Papageno en Papagena, nog als lelijk oud vrouwtje

Sarastro is de wijze priester van de tempel waar de goden Isis en Osiris te hulp worden geroepen. Deze rol was de Duitse bas René Pape op het lijf geschreven. Hij weet als geen ander gewicht te geven aan deze plechtige rol. De rollen van de drie dames werden goed ingevuld maar de stemmen van de drie knapen hoor ik liever van drie andere. Misschien ben ik nou niet mild genoeg?

Een ding weet ik zeker: het applaus in de zaal van de Met, gevuld met 3850 toeschouwers was even overweldigend als de voorstelling zelf. De 72 toeschouwers in de Pathé bioscoop in Tilburg waren dik tevreden met wat ze die middag zagen.