Feeds:
Berichten
Reacties

Een feest vierende Macbeth

Op donderdag 27 juni 2019 was ik bij de opera Macbeth van Verdi. Met deze tiende  opera van Verdi, waarvan de première in Venetië was in 1847, werd het operaseizoen 2018-2019 van de Vlaamse Opera afgesloten. Het werd een buitengewoon mooi afscheid voor het publiek en de vertrekkende directeur  Aviel Cahn.

Macbeth is al jarenlang mijn favoriete opera van Verdi. Waarom?  Het werk is spannend, de muziek is schitterend en het thema preekt me aan, het verlangen en streven naar macht desnoods met behulp van corruptie en moord. De vijf uitvoeringen die ik eerder zag waren net als deze van grote kwaliteit. Blijkbaar beseffen theaterdirecteuren dat dit werk door Giuseppe Verdi lang als zijn beste werk werd beschouwd en hij groot belang hechtte aan een perfecte uitvoering. Hij bekritiseerde zijn ‘vaste ’ librettist Piave meerdere keren omdat hij niet tevreden was over de tekst. Voor het derde en vierde bedrijf stelde hij zelfs een vervanger aan in de persoon van Andrea Maffei. Verdi was veeleisend voor de mensen die betrokken waren bij de première. Zelf was hij druk in de weer om van de voorstelling een groot succes te maken. Hij dirigeerde zelf, nam de regie van het werk in handen en liet de zangers, niet zonder een bescheiden protest, talloze malen repeteren tot op het laatste moment voor de aanvang van de première toe. Het succes was groot en hij was er erg gelukkig mee.
Op mijn beurt was ik in de rol van toeschouwer ook gelukkig met de schitterende uitvoering van het operahuis in Antwerpen. Iedereen was in topvorm. Om te beginnen speelde het Symfonisch orkest van Opera Vlaanderen de pannen van het dak. De Italiaanse  dirigent Paolo Carignani zag ik, naar schatting tien jaar geleden, in de Elisabethzaal triomfen vieren met een feilloze semi-scènische uitvoering van Nabucco. Dit keer herkende ik hem al bij de prelude met zijn muzikale aanpak. Het slotapplaus voor hem, een paar uur later, was zeker op zijn plaats. De cast op het podium was in prima vorm.

Verdi beschouwde Macbeth, Lady Macbeth en de heksen als de drie hoofdvertolkers. De Amerikaanse bariton Craig Colclough was een felle Macbeth, die laf gevonden werd door zijn vrouw maar als een dolle stier te keer ging in de beginfase van een feest dat werd gehouden ter ere van zijn koningschap. Zang en voordracht waren voortreffelijk. Dat gold ook voor de meedogenloze Lady Macbeth die haar man permanent onder druk zette om te moorden daar waar het koningschap gevaar liep. Zo werd het kinderloze paar massamoordenaar van de Schotse bevolking waarbij het vooral terreurdaden verrichtte ten opzichte van de opvolgers van ex koning Ducan en de nabestaanden van Banco.

Marina Prudensjaka als Lady Macbeth

De rol van de Lady was in handen van de Russische mezzosopraan Marina Prudensjaka. Zij gaf met haar enorme geluid moeiteloos gestalte aan het karakter van een criminele vrouw en beantwoordde daarmee aan de eis van Verdi dat deze rol niet door een prachtig zingende sopraan moest worden gezongen maar door een zangeres wiens stem metalig klinkt. De melodieën die Verdi voor deze rol componeerde zijn echter zo mooi dat je haast vergeet dat je luistert naar een criminele vrouw. Dat werd nog eens benadrukt in de waanzinscène waarin alle herinneringen aan bod kwamen rond de moord op koning Duncan en Banco.
De Lady heeft voor haar echtgenoot geen respect. Ze vindt hem een lafaard. Dat komt omdat Macbeth een angstige, door zijn geweten en slapeloosheid gekwelde, labiele persoonlijkheid is die niet in staat is om de moordpartijen te stoppen. De angst om het koningschap te verliezen aan de nakomelingen van Banco als wettelijke troonopvolgers, zoals de geesten voorspelden, leiden noodgedwongen steeds tot nieuwe moorden tot Macbeth zelf wordt gedood. Banco, voortreffelijk vertolkt door de imposante Duitse bariton Tareq Nazmi is een van de eerste slachtoffers van de moordpartijen van Macbeth.

Compliment voor koor
De derde hoofdrol, die van de heksen, was weggelegd voor de vrouwen van het werkelijk prachtig zingende koor. Zij deden geheimzinnige voorspellingen aan de generaals Macbeth en Banco over hun toekomst. In hun hoofd leidde dat tot het uit de weg ruimen van de mensen die hun macht aan banden zou, leggen met als gevolg een verschrikkelijk bloederig drama. Macbeth kon daardoor niet wachten op de natuurlijke dood van koning Ducan (zwijgende rol) en werd voortijdig koning door Ducan te vermoorden.

Banco en de heksen

Het koor als geheel had grote invloed op de gebeurtenissen in Verdi’s opera. Het  bracht haar boodschap met veel dynamiek geloofwaardig over. Herinner u de grandioze koorzang met alle protagonisten aan het einde van het eerste bedrijf wanneer de moord op koning Ducan net is ontdekt en vergeet niet het drinklied tijdens het banket en de afsluitende koorzang van de opera waarin soldaten en vrouwen de overwinning op het kwaad (Macbeth) vieren. Geweldig! Verdi werd niet voor niets de koning van de koren genoemd.

Zwarte Opera
Verdi’s opera ontleend aan Shakespeare’s gelijknamige toneelstuk is misschien wel zijn zwartste vanwege de onmetelijke hoeveelheid bloed die vloeit om de aspiraties van het kinderloze koningspaar in stand te houden. Moordlust, angst, vergelding en wroeging zijn het gevolg van de honger naar macht van vooral de boosaardige Lady Macbeth. Banco wordt vermoord wegens de voorspelde mogelijke opvolging van zijn zonen voor het koningschap. Zes mannen overvallen hem en steken hem dood. Hij blijft lang op het podium liggen badend in zijn bloed. Macbeth zal tijdens een feest dat ter ere van zijn koningschap wordt gevierd uitzinnig over zijn lijk dansen met bergen confetti in zijn armen. Dan krijgt Macbeth waanbeelden en ziet hij tijdens het feest de gestalte van Banco,
Nazmi gaat met verve en vocaal uitstekend om met de verschillende visioenscènes.

Kleine rol
Deze opera kent geen echt liefdespaar. Verdi koos daarom voor de titelrol geen tenor maar een bariton. Het klonk verfrissend om tijdens de slotfase van de opera de tenor Najmidden Mavelianof,  in de rol van de koningsgezinde Schotse edelman Macduff, te horen zingen. In deze uitvoering neemt hij deel aan de strijd tegen Macbeth nadat eerder zijn vrouw en kinderen al werden vermoord door de handlangers van Macbeth. Macduff overleeft en doodt in de finale Macbeth. Hij zet zich in om de zoon van koning Duncan, Malcolm, op de troon te krijgen. Weliswaar een kleine rol voor Mavelianof  maar hij zong hem strijdlustig, als een overwinnaar!

Regie
De Duitse regisseur Michael Thalheimer had een groot aandeel in het succes van deze productie. Het merendeel van de gebeurtenissen speelde zich af in een grote kuil. Wellicht symboliserend dat hooggeplaatsten in een diepe kuil vallen wanneer zij de menselijke moraliteit veronachtzamen. Mijn inziens een goede vondst. Zijn oplossing voor de regie van een feest in die kuil met behulp van bergen confetti en enthousiast spel van het koor kwam goed over net voor het drama met de dood van Banco naar een hoogtepunt gaat. Het bos van Birnham wordt bij de beslissende aanval op het leven van Macbeth compleet in de kuil gegooid waardoor weer een voorspelling van de heksen uitkomt. Opnieuw een goede vondst van de regisseur. Deze productie leidde tot succes omdat alle betrokkenen in topvorm waren. Ik heb genoten!

Advertenties

 Dinsdag 11 juni 2019 zat ik bij de voorstelling van ‘Fantasio’ van Jacques Offenbach. (1819-1880). Zijn werk ken ik slecht. Alleen de opera ‘Les contes d’Hoffmann’ zag ik ooit maar het duurde toen toch even voordat ik me realiseerde dat ik luisterde naar de muziek van een bijzondere componist.
Jacques Offenbach, geboren in Keulen als Jakob Offenbach, was een Franse componist en cellist van Duits-Joodse afkomst. Hij ging door het leven als de componist van de operette, maar componeerde ook enkele opera’s die nog steeds repertoire houden zoals: Les contes d’Hoffmann. Zijn ‘operettes’ lijken nauwelijks op de operette zoals men die in Duitsland kent van bijvoorbeeld Franz Lehar of Johann Strauss jr.. Bij Offenbach gaat het steeds om vlotte, goed in het gehoor liggende muziek met een handeling die veelal op satire berust, vol toespelingen op zeden, gewoonten en personen uit het Tweede Keizerrijk onder Napoleon III. Onnavolgbaar zijn daarin de karikaturen van militairen en Duitsers. Dat bleek ook tijdens zijn opera Fantasio die in 1972 in première ging.
Betoveren
Ik heb een zeer plezierige avond gehad. In eerste instantie ben ik niet zo’n liefhebber van een komische opera maar ik ging dit keer door de knieën. Ik gaf me over aan een opera waarin de dwaasheid hoogtij vierde. De muziek was toegankelijk, ik genoot van het fanatisme waarmee de acteurs zich inzetten om hun rollen kracht bij te zetten. Er waren narren en dwazen die met elkaar kletsten over de liefde en de idioterie van het dagelijks bestaan en maskerades die doelloos leken en soms zelfs fataal waren. Alleen de student Fantasio is succesvol. Ik vond het die avond allemaal prima. Wellicht ook omdat ik me liet betoveren door het sprookje waarin de nar van de koning, Jean-Jean, sterft en een jonge student (Fantasio) ervan droomt zijn leven een andere wending te geven door de plaats van de overleden nar in te nemen. Hij hoopt daarmee het hart te winnen van prinses Elisabeth. Op unieke wijze wordt het publiek heen en weer geslingerd tussen hilarische humor en tedere poëzie. Deze opera  laat een heel andere kant zien van Jacques Offenbach, die toch gold als de ‘godfather’ van de Franse operette en de cancan. We zien hier een geraffineerd musicus die een opera componeert die behalve zotheid ook ontroering biedt.

Prinses Elisabeth met Fantasio

De uitstekende mezzosopraan Romie Estèves vertolkte de rol van Henri, alias Fantasio, meer dan uitstekend. Niet alleen zangtechnisch maar ook dansend wist zij extra glans te geven aan haar rol. Haar duetten met Anna Emelianova in het tweede deel waren soms heel ontroerend en tevens een pleidooi voor vrede tussen landen die elkaar met geweld te lijf willen gaan. De Russin was een goed ogende, heldere coloratuur sopraan die haar topnoten niet schuwde en ontroerend mooi kan zingen. Zij was echt de mooie prinses Elisabeth die haar hart in de slotfase liet veroveren door Fantasio.

Nog nooit eerder hoorde ik van de komische opera ‘Fantasio’. Het werk is gebaseerd op het poëtische toneelstuk van de Franse dichter Alfred de Musset (1810-1857). Zijn oudere broer Paul schreef met Charles Nuitter het libretto voor de opera.
De partituur van Fantasio opera ging bij een brand in 1887 in de Parijse Opéra Comique verloren. Er restten nog wat zangpartijen en een piano-uittreksel. Maar in 2000 ging in Rennes een zorgvuldig gereconstrueerde versie in première, bijeen gesprokkeld uit verschillende edities. Een bewerking daarvan biedt nu de voorstelling van Opera Zuid, dat onder leiding van de nieuwe intendant Waut Koeken een tournee maakt in Nederland, België en Duitsland die tot 30 juni 2019 duurt.
Kostuums

Romy Estèves als de nieuwe nar.

Regisseur Benjamin Prins koos er met ontwerper Lola Kirchner voor kostuums uit allerlei tijden door elkaar te gebruiken. Het ziet er allemaal feestelijk uit. De prins van Mantua, Roger Smeets en Thomas Morris als zijn adjudant, die zich als de prins voordoet, speelden dominant en zijn mede daardoor wat te karikaturaal. Sopraan Francis van Broekhuizen vertolkte de rol van de gouvernante van de prinses op een zeer sympathieke wijze. De leden van het Theaterkoor Opera Zuid, samen met de Kooracademie Maastricht onder leiding van assistent-dirigent Klaas-Jan de Groot, waren bijzonder goed op dreef, niet alleen zingend, maar ook spelend, als wanhopige, onderdrukte onderdanen. Hij liet met de nieuwe, uit twee orkesten gevormde Philharmonie Zuidnederland een meeslepend geluid horen. Ergo: de cast was prima, het koor en orkest idem dito. Succes verzekerd!

Aan het einde van de voorstelling werd aan vier jonge mode ontwerpers -Dustin Thomas, Maarten van Mulken, Teun Seuren en Ferry Schiffelers- begeleid door FAHIONCLASH, de gelegenheid geboden om hun mooie creaties voor deze voorstelling aan het enthousiaste publiek te tonen. De koorleden konden daarmee tijdens het applaus nog eens als volleerde mannequins over het podium paraderen.
Na afloop was er een uitbundig applaus voor Opera Zuid. Dik verdiend!

Maandagmiddag 27 mei 2019 rond 16.45 uur. De laatste noten van Francis Poulenc’s (1899-1963) opera Les Dialogues des Carmélites zijn verstomd. In de Pathé bioscoop zitten nauwelijks 10 bezoekers. Ik ontmoet ze kort na afloop in de foyer van de bioscoop. Die mensen zijn zeer onder de indruk. Ik ook. Geen mens met enig medegevoel blijft verschoond van emoties bij het zien van zoveel leed, strijd en standvastigheid in het geloof.
De productie van John Dexter, uitgevoerd in de Metropolitan Opera en te zien in de Pathébioscoop, behoort tot de opera’s ‘onbekend maakt onbemind’. Ook in een stad met 200.000 inwoners zoals Tilburg.
De sombere klanken van de Franse componist, de minimalistische, eenvoudige toneeldecors en het subtiele toneelspel laten de kijkers de verschrikkingen en de spanningen van de Franse revolutie meemaken. Bovendien doet de in de finale getoonde historische executie van 16 karmelietessen, tijdens de Franse revolutie in 1789, mij denken aan het werk van de beul van de guillotine in Parijs waardoor ongeveer 40.000 doden vielen? Hoe zinloos!

Doodsangst
Les Dialogues des Carmélites, waarvan de première in 1957 was, gaat niet uitsluitend over het schrikbewind tijdens de Franse revolutie en haar desastreuze gevolgen voor priesters en kloosterlingen. Ook de beleving van religie en de angst voor de dood komen uitgebreid aan bod bij de novice Blanche, uitstekend vertolkt door de Amerikaanse mezzosopraan Isabel Leonard. Dit geldt ook voor de ontluisterende doodsstrijd van de priores van het nonnenklooster in Compiègne, een voorstadje van Parijs vertolkt door de Finse Karita Matilla. Poulenc was er lang van overtuigd dat hij, ondanks de ontkenningen van zijn artsen, maagkanker had. Zijn angst om daaraan te sterven was groot. Dat herkennen wij in dit werk. Hij zet de toeschouwers aan tot reflectie over de existentiële problemen van het dagelijks leven in een door geweld beheerste samenleving.

Blanche bij het sterfbed ven van de priores

De sterfscène van de priores kreeg extra zwaar gewicht omdat zij, ondanks haar 30 jarig kloosterleven, haar vertrouwen in God opzegde door te roepen dat God voor haar nog maar een schim was. ‘ Waarom zou ik me nog om hem bekommeren? Laat hij zich in mijn ellende om mij bekommeren,’  zegt ze in haar laatste uur. Die dramatische rol van de priores werd voortreffelijk vertolkt door de mezzosopraan Karita Matilla, voormalig winnares van het BBC concours Singer of the World in Cardiff in 1983. Hoofdrolspeelster Isabel Leonard, die de rol van de angstige Blanche zong, deed niet voor haar onder. Zij werd met haar zang de incarnatie van een kwetsbare jonge vrouw die haar veiligheid zocht in het klooster om afstand te nemen van haar adellijke leefomgeving, de revolutie te ontvluchten en haar leven te wijden aan God. Voor wat luchtigheid was geen plaats. Bij de andere novice Constance, gezongen door Erin Morley,  daarentegen wel. Ze zegt tegen Blanche: ‘Het is toch geen kwalijke zaak, dat ik er plezier in heb om de goede God te dienen.’  Het plezier was haar aan te zien!
Karakters
Het taalgebruik van het libretto van Ernest Lavery naar het toneelstuk Georges Bernanos en de muziek van Poulenc weerspiegelen de verschillende karakters van de kloosterlingen. Zij onderscheiden zich van elkaar maar getuigen ook van grote saamhorigheid wanneer zij gezamenlijk de gelofte van martelaarschap afleggen. Zelfs Blanche overwon in de slotscène haar angst voor de dood. Toen kon ze nog ontsnappen aan de guillotine maar maakte ze van die gelegenheid geen gebruik en voegde zich bij haar medezusters om haar zelfgekozen lot te ondergaan. Een andere sterke, wat strenge zuster was Moeder Marie, vertolkt door de veelzijdige mezzosopraan Carel Cargil. Zij  weet van aanpakken in moeilijke situaties, gaat zelfs op zoek naar onderduikadressen en is daardoor niet bij de executie van haar medezusters aanwezig maar ook omdat een aalmoezenier haar ervan weet te overtuigen dat God andere bedoelingen met haar heeft. Een te overdenken uitspraak van haar tegen Blanche is: ‘Ongelukkig is niet die veracht wordt door anderen, mijn dochter, maar wie zichzelf veracht.’

Ik wil graag nog twee scènes die me getroffen hebben onder de aandacht brengen. Allereerst het moment dat Blanche’s broer, Chevalier de Force, tegen de regels van het klooster in, afscheid van haar komt nemen omdat hij vlucht voor de revolutie. Op last van de priores is Moeder Marie daarbij aanwezig. Broer en zus zijn vreemden voor elkaar geworden en Blanche verwijt zich dat zij haar angsten voor hem verborgen heeft gehouden. Er is een mengeling van angst en reflectie tijdens deze zeer emotionele scène waarbij ik het optreden van de fraai zingende tenor (van wie?) als een welkome afwisseling ervaar na al die vrouwenstemmen. De slotscène is zeer beklemmend en aangrijpend. Na elke klap van de guillotine valt er een zingende en licht dansende zuster weg. Het is het dramatische einde van een historische geschiedenis opgetekend door Moeder Marie die ook in werkelijkheid aan de dood ontsnapte.
Visueel schouwspel
Op het podium stonden soms veel zangers en figuranten. Zij vertegenwoordigden de Parijse opstandelingen die zo nu en dan dreigend het klooster van de zusters benaderden. Hun aanwezigheid en wijze van bewegen beïnvloedde de dreigende sfeer tijdens dit drama. Het orkest van de Met onder leiding van Yanninck Nézet Séguin speelde voortreffelijk de anti romantische muziek waarbij nooit afstand werd gedaan van de tonaliteit. De heldere orkestmuziek is nooit overheersend en ondersteunt voortreffelijk de dialogen, er zijn muzikale elementen te horen vanuit de barokstijl en kamermuziek. De zang is voornamelijk een vorm van sprekend zingen. Aria’s en ensembles zijn er niet. Evenmin coloraturen en thrillers. Ik heb ze ook niet gemist want ze horen in dit drama eenvoudig niet thuis. Het podium was een grote rechthoekige ruimte, spaarzaam en sober ingericht en verbeeldde afwisselend de kloosterkapel, de ziekenkamer van de priores, de gevangenis en de executieruimte. De rekwisieten en de opstelling van de zangers waren voldoende om de toeschouwers duidelijk te maken welke scène aan de orde was. Regisseur Dexter is erin geslaagd een sterk visueel schouwspel vol dramatische kracht te presenteren.

 

 

Dinsdag 21 mei 2019 zagen circa honderd operaliefhebbers in Goirle de opera Carmen van Bizet (1838-1875) op een groot doek. Ze waren enthousiast omdat ze een spetterende opname zagen van de registratie van de voorstelling van het Royal Opera House onder leiding van de onvolprezen dirigent Antonio Pappano. Deze man beschikte over een uitstekend orkest dat de sterren van de hemel speelde en een cast die er wezen mocht.

De hoofdrol van Carmen werd vertolkt door de sopraan Anna Caterina Antonacci. Met haar erotische uitstraling was zij in staat de rol van een zeer bevlogen zigeunerin, die de mannen om haar vinger draaide, tot het einde spannend te houden. Ze had het aanvankelijk vooral gemunt op de korporaal Don José. Toen haar liefde voor hem bekoeld was had je de poppen aan het dansen, want deze Don Jose, ondertussen gedegradeerd tot soldaat vanwege desertie, kreeg van Carmen de bons, want zij had haar oog laten vallen op de stierenvechter Escamillo. Het zou haar dood worden want de jaloezie en begeerte van Don José voor Carmen kende geen grenzen. Zo zagen de kijkers in de slotscène een hevig worstelende, voor haar leven vechtende, Carmen toen Don José een rood waas voor zijn ogen kreeg en haar ombracht met een dolksteek. Carmen wist tevoren al dat ze haar dood tegemoet ging. In een prachtige scène waarin Carmen en haar twee vriendinnen de kaarten legden om hun toekomst te voorspellen werd haar dood al voorspeld.

 De Duitse ‘alleskunner‘ Jonas Kaufmann nam de rol van Don José  voor zijn rekening. Die is geschreven voor een lichte heldentenor. Je zou dus zeggen dat de donker getimbreerde stem van Jonas niet zo goed gecast was. Dat bleek niet zo te zijn want hij bracht het er uitstekend vanaf, oogstte na afloop veel applaus en kreeg vanzelfsprekend voor zijn intens gezongen aria ‘La fleur que tu m’avais jeté’ een daverende ovatie. Zijn rivaal in het libretto van de librettisten van Meilhac en Halévy naar de roman van Prosper Mérimée was Escamillo, goed geacteerd en gezongen door de lichte bas Ildebrando d’Arcangelo.
De lyrische sopraan Norah Amsellem was een ideale Micaëla. Ze speelde een bescheiden dorpsmeisje dat tot twee maal toe contact zocht met Don José van wie zij hield. Zij zag door de bevlogenheid van haar vriend voor Carmen dat haar rol was uitgespeeld en zij uitsluitend nog Don José kon bewegen om zijn stervende moeder op te zoeken.
Een stevige rol was weggelegd voor het koor van Covent Garden. In het eerste bedrijf vertolkte het de mannen en soldaten die vol verlangen de meisjes, na afloop van hun werk in een sigarettenfabriek, opwachtten.
Ook het kinderkoor kwam goed voor de dag. De kinderen imiteerden met speels gemak de aflossing van de wacht bij de kazerne. Later speelde het koor nog een belangrijke rol bij de arena waar de toreador met zijn hulptroepen zich presenteerde aan de bezoekers.

Feeststemming in herberg Lillas Pasta

 Flamenco
Carmen lijkt door haar toegankelijkheid een gemakkelijk te spelen opera. Vergis je niet. Er zijn tal van ensembles die subtiele begeleiding vereisen en waarin naar Franse gewoonte ook wordt gedanst. Zo heerste er in de herberg van Lillas Pasta een heel prettige sfeer toen daar smokkelaars, soldaten, de toreador en ander gespuis er samen een waar feest van maakten en de flamenco met wapperende rokken uitbundig werd gedanst.
De opera Carmen is een populair werk. Het aantal opnamen is talloos. De bekende habanera kent iedereen en geeft ook de essentie weer van wat de intuïtieve Carmen voelt en denkt. Ze zingt: ‘ L’amour est un oiseau rebelle’ (De liefde is een rebelse vogel die zich door niemand laat temmen.) De sensuele Carmen doet wat in haar opkomt, ze neemt een minnaar en dumpt hem snel wanneer het haar uit komt.
Don José valt voor de avances van de criminele Carmen en laat daarvoor zijn jeugdliefde Micaëla schieten. Dat de relatie van Carmen met Don José maar kort duurt is onvermijdelijk. De twee karakters passen totaal niet bij elkaar. Zij is een avontuurlijke zigeunerin die met de smokkelaars de bergen in wil en haar vriend maar een watje vindt en zich ergert aan zijn jaloezie.
Zoals reeds vermeld lijkt Bizets Carmen gemakkelijk te zingen maar de ensembles zijn lastig en de regisseur vraagt soms grote fysieke inspanningen van de protagonisten.

Zo blijft Carmen een spannend drama en is in tegenstelling tot de mening van velen geen vrolijke opera ook al ogen en klinken enkele massa scènes zeer opgewekt.
De Goirlenaren hebben in ieder geval genoten.

De Walkürenrit

De voorlaatste voorstelling van het seizoen 2018-2019, gestraald vanuit de Metropolitan Opera in New York ten behoeve van honderdduizenden bioscoopbezoekers, de tweede opera uit de cyclus Der Ring des Nibelungen, was een groot succes. Ook al hadden slechts een dertigtal Tilburgers de moed opgebracht om het mooie paasweer te laten voor wat het was en zich te laven aan een van de meesterwerken van Richard Wagner (1813-1883).
De Encore op de tweede Paasdag was door de Pathé directie geannuleerd. Jammer voor sommigen die hoopten op een tweede kans.

Maar zij die er op de eerste paasdag wel waren kregen waar voor hun geld. In 2012 was deze productie van Robert Lepage vanuit de Metropolitan opera in New York al te zien geweest. Het is een heel bijzondere. De Canadees brengt een ‘High Tech Traditioneel’ toneelbeeld op het podium met een multifunctionele machine die uit 24 planken bestaat en die in staat is om binnen enkele seconden, met behulp van computers en videoapparatuur, een ander toneelbeeld te tonen. De acteurs gingen er prima mee om al hadden de Walküren tijdens de beroemde Walküren-rit toch de hulp van een aan elk van hen speciaal toegewezen man nodig om ongeschonden vanaf de planken naar beneden te glijden en hun bestemming te bereiken. Even tussendoor: wat zongen en acteerden die dames uitstekend. Dat gold trouwens voor de gehele cast met onze Eva Maria Westbroek in de rol van Sieglinde als uitblinker.

Eva Maria Westbroek

 Sublieme zang van Eva Maria
Zij wisselde met haar sublieme zang de intieme momenten met die van de grotere gebaren perfect af en wist mij daardoor steeds te raken. Haar breed geschouderde tegenspeler, de Australische heldenbariton Stuart Skelton,  vertolkte als Siegmund de door Wotan beoogde held die de ring moet terugveroveren. Hij vormde met de Nederlandse topzangeres een uitstekend liefdespaar dat een stoorzender kende: Hundung, een man met het gedrag  van een barbaar met wie Sieglinde onder dwang was getrouwd. De bas en mimiek van de Oostenrijkse Günther Grossboiks spraken boekdelen.
Het paar Sieglinde en Siegmund heeft een  incestueuze verhouding die door Fricka, de godin van het huwelijk en echtgenote van Wotan, niet kon worden getolereerd en die de mezzosopraan Jamie Barton, voormalig prijswinnares (in 2013) van het prestigieuze Concours Singer of the world in Cardiff, de kans gaf om de strijd aan te gaan met de 62-jarige Amerikaanse bas-bariton Greer

Wotan en echtgenote Fricka

Grimsley die een hele sterke Wotan op het podium zette. Niet alleen vertolkte hij zijn grote monoloog in de tweede acte op indrukkende wijze, maar ook zorgde hij met Christine Goerke als Brünnhilde voor een van de meest ontroerende momenten van deze Walküre toen zij beiden tijdens de finale afscheid van elkaar namen terwijl ze dat eigenlijk niet wilden. Wotan vond dat hij zijn ongehoorzame dochter moest straffen ondanks zijn liefde voor haar en zij was de mening toegedaan dat zij niet ongehoorzaam was maar geluisterd had naar de innerlijke wil van haar vader. De 50-jarige dramatische Amerikaanse sopraan was in dit fragment misschien wel op haar best. En wat een ontroerende muziek waarin de Zwitserse dirigent Philippe Jorden en het orkest van de Met uiteraard een hoofdrol speelden. Dat deden zij trouwens meer dan vier uren achtereen! Een voortreffelijke prestatie!

 De operaliefhebbers in Goirle kwamen op 26 maart 2019 goed gemutst uit het cultureel centrum Jan van Besouw. De laatste maten van de opera L’ Elisir d‘amore klonken nog in hun oren en gaven hen een ‘eind goed al goed gevoel‘ mee. Niemand ging chagrijnig naar huis. Geen wonder, de bezoekers zagen een registratie met mooie aria’s en ensembles, goed in het gehoor liggende melodieën en een vrolijke finale in een herkenbare plattelandse omgeving. De twee gelieven, tenor en sopraan, kregen elkaar en overwonnen de korte intrige van de bariton die traditioneel roet in het eten gooit en aanvankelijk de sopraan tot bruid wilde nemen.

Gaetano Donizetti (1757-1848) componeerde meer dan 70 opera’s: serieuze en ook buffa’s. L’Elisir d‘amore is naast La fille du régiment (1840) en Don Pasquale (1843) een van de meest succesvolle buffa’s. De opera zag het levenslicht in 1832 in Milaan.
De toeschouwers troffen het dat de opname uit 2005 vanuit de Staatsopera van Wenen een voorstelling toonde met een uitstekende cast. De toen nog relatief jonge Anna Netrebko en de veelbelovende, Mexicaanse tenor Rolando Villazon zongen en acteerden dat het een lieve lust was. Ze vertolkten twee pubers op weg naar volwassenheid en speelden de rol van stapelverliefden. Pas in de finale konden zij elkaar langdurig in de armen sluiten. De onzekerheden die bij zo’n puberale verliefdheid horen, boden die twee de kans om de toeschouwers zo nu en dan in extase te brengen. Het publiek in Wenen slaagde er zelfs in om Villazon, door een langdurige ovatie, in de verleiding te brengen om tegen de operatraditie in de beroemde aria ‘Una fortiva lagrima’ te bisseren.

Veranderingen
Sinds dit optreden in Wenen van de twee sterzangers is er met hen veel gebeurd. Rolando Villazon verloor na een groot aantal succesvolle voorstellingen zijn stem. Langdurige behandeling en rust brachten helaas geen herstel. Uiteindelijk bleef voor hem de keus beperkt tot meewerken aan televisieprogramma’s waarin zijn zang niet langer meer kon worden vergeleken met die van Placido Domingo. Ik hoorde hem nog wel een keer zingen in een opera maar de glans was er af. Daarna is de populaire Mexicaan zich gaan toeleggen op het regisseren van opera’s. Ik zal me in ieder geval zijn voortreffelijke optreden als Carlos in Don Carlos bij de Nederlandse Opera op 3 juni 2004 blijven herinneren. En niet minder zijn rol als Alfredo in La Traviata tijdens een productie van Willy Decker waarin hij met Anna Netrebko in 2005 tijdens de Salzburger Festspiele schitterde.

De combinatie Villazon-Netrebko, beiden nu 47 jaar, ging de wereld over als een zeer bijzondere omdat hun toneelspel goed op elkaar was afgestemd. Netrebko zette haar ontwikkeling als operazangeres voort. Ze verloor in de loop der jaren haar zeer jeugdig uiterlijk en waagde zich, na haar niet geringe bijdrage aan belcantorollen, aan zwaardere zoals Aida van Verdi en Elisabeth in de opera Lohengrin van Richard Wagner. Haar wijze van acteren paste ze ook aan in deze nieuwe fase van haar carrière. Netrebko is nog steeds een top-artieste. Ze trouwde in 2015 met de Algerijnse tenor Yusif Evazov en heeft een kind (Tiago Arua) van haar voormalige relatie met de tenor Erwin Schrott.

 Rappende kwakzalver
Terugkomend op de voorstelling van L‘Elisir d’amore: de Italiaanse bariton Leo Nucci paste uitstekend in de rol van sergeant Belcore, die op oubollige wijze leiding geeft aan een peloton soldaten. Hij wist met zijn mimiek en expressie een glimlach op de gezichten van de toeschouwers te toveren.
Bariton Ildebrando D’ Arcangelo vertolkte de ‘rappende’ dokter Dulcamara. Deze kwakzalver had voor ieder pijntje een genezend wondermiddel tegen een aanvaardbare prijs. Het middel werkte zelfs als een liefdeselixir dat de liefdeslust opwekt bij een begeerde partner. Zijn koddig optreden viel heel goed in de smaak. De Italiaan reeg de nootjes lettergreep voor lettergreep snel aan elkaar. Dus dacht Nemorino zijn kans te benutten om met hulp van het elixir zijn begeerde Adina in zijn armen te sluiten.
De sfeer van de opera werd sterk beïnvloed door het optreden van het koor van de Staatsopera van Wenen dat enthousiast en gedisciplineerd zong. Zeker, op het podium ging het er soms nog wel erg statisch aan toe, maar de inzet was hartverwarmend. Vooral de vriendinnen van Adina voelden zich in deze plattelandsopera sterk betrokken bij de liefdesaffaire die zich onder hun ogen afspeelde. Vooral omdat de eenvoudige boerenzoon Nemorino een grote erfenis ontving uit de nalatenschap van zijn oom en het vooruitzicht om met hem gehuwd te zijn hen zeer aantrekkelijk leek.

Gaetano Donizetti

 Italiaanse opera
De componist Donizetti is belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de Italiaanse opera. Hij moest met Rossini en Bellini het gat opvullen dat Mozart naliet na zijn dood in 1791. De in 1813 geboren Verdi, die terecht doorgaat voor de belangrijkste Italiaanse componist van de 19e eeuw is door Donizetti ongetwijfeld geïnspireerd tijdens het componeren van zijn eerste, vroege werken. De laatste levensjaren van Donizetti waren niet echt opwekkend. Eerder had hij al zijn jonge vrouw en zijn drie kinderen verloren en zelf kwam hij, nadat zijn verstandelijke vermogens afnamen, in een inrichting terecht waarna hij terugkeerde naar zijn geboortestad Bergamo waar hij in 1848 op 51-jarige leeftijd aan syfilis overleed.

Een hevige aanval op mijn gezondheid belette me om het afgelopen weekend naar de Pathé-bioscoop in Tilburg te gaan. Ik miste daardoor Donizetti’s opera La fille du régiment uitgevoerd door het gezelschap van de Metropolitan Opera van New York. Als ik de recensies moet geloven heb ik een voortreffelijke voorstelling gemist.

Zoals eens eerder, had ik operavriendin Jeanne Smulders in de bios zitten als ‘spion’ om me later te vertellen wat ze er van vond. Ze is geen ervaren journalist, maar een vrouw van 87 jaar die levenslang opera’s bezoekt en zangers bij de vleet kent. Zelfs een fysieke handicap houdt haar niet achter de geraniums. Ik hecht waarde aan haar oordeel en het blijkt dikwijls overeen te komen met het mijne. Natuurlijk kende zij evenals ik de uitvoering van La file du régiment met Natalie Dessay en Juan Diego Florez in de hoofdrollen. Beiden waren we destijds enthousiast over hun optreden. Er was toen sprake van goed acteerwerk, mooie zang, veel humor en een uitstekende rolbezetting.

Mw. Jeanne Smulders

Logisch dat we beiden nieuwsgierig waren naar de productie van Laurent Pelly die nu in de Met in New York wordt gespeeld. Ik ging niet, was te ziek. Jeanne wel. Inmiddels sprak ik haar.
Haar visie luidt: ‘Ik heb enorm genoten van de deze voorstelling. Naar schatting ook de 60 andere mensen in de bioscoopzaal. Alles klopte. De cast was goed gekozen, het orkest onder leiding van dirigent Enrique Mazola speelde de snelle nootjes feilloos en de decors en aankleding bevielen me uitstekend.

Ik weet dat deze voorstelling van Pelly in veel operahuizen is te zien. Zij is populair vooral omdat het de acteurs de mogelijkheid biedt om goed te acteren en hun zangkunsten te etaleren.

De Zuid-Afrikaanse sopraan Pretty Yende beviel me uitstekend. Ze zong haar coloraturen met het grootste gemak en de Mexicaanse tenor Javier Camarena deed niet voor haar onder. Iedereen was benieuwd of hij de negen hoge c ‘s zou kunnen zingen. Het werden er 10 want in strijd met de traditie in de opera wordt een aria zelden gebisseerd. Nu dus wel omdat het publiek dat afdwong. De oogst was groot: een enorm applaus. De rollen van de gravin von Krakenthorp, vertolkt door Kathleen Turner, en de markiezin von Berkenfeld, vertolkt door de excellente Amerikaanse mezzosopraan Stephanie Blythe, kwamen uitstekend uit de verf. De komische Italiaanse bas Maurizio Muraro bleek een uitstekende Sulpice.
Ik besef dat ik een topvoorstelling heb gezien waar ik nog wel eens aan zal terug denken.
Leuk ook dat ik mijn ervaring weer eens onder woorden kon brengen.’

Bedankt voor je medewerking, Jeanne!