Feeds:
Berichten
Reacties

Van links naar rechts: Werther, Albert en Charlotte

Dinsdag 13 juni zagen 60 operaliefhebbers in het Cultureel Centrum Jan van Besouw in Goirle  de opera Werther van Jules Massenet op een groot filmdoek.  De toeschouwers verlieten niet met een opgewekt gezicht de zaal. Dat was te begrijpen. Je neemt de heftige emoties waarmee Massenet en vooral de acteurs Jonas Kaufman en Sophie Koch je opzadelden mee naar huis. Maar spijt hadden de mensen, op een enkele uitzondering na niet. De voorstelling was van grote kwaliteit. Er werd uitstekend gemusiceerd door het orkest van de Opera National de Paris onder leiding van dirigent Michel Plasson en werd er voorbeeldig gezongen en geacteerd door de prachtige cast. Vanwaar die treurnis die deze opera uitademt? In essentie gaat deze opera over eenzaamheid en het kijken in de menselijke ziel van iemand die lijdt aan een onbeantwoorde liefde. Kan het erger? Jules Massenet (1842-1912) las ruim 100 jaar na het verschijnen van het tweede werk van Johan Wolfgang Goethe (1749-1832) diens briefroman ‘ Die Leiden des jungen Werthers.’ Een boek dat in 1774 veel emoties teweeg bracht en zelfs leidde tot een hype aan suïcide van jonge mensen, die zich herkenden in de problematiek. Goethe heeft zelf het leed ervaren. Zijn liefde voor Charlotte Buff was kennelijk onvoldoende om die om te zetten in een vaste relatie. Toen bovendien nog een kennis van de dichter zelfmoord pleegde, bood de koppeling van deze twee feiten voldoende stof voor het trieste verhaal van Werther. Jules Massenet die maar liefst 27 opera’ s op zijn palmares heeft staan zoals  Manon, Le Cid, Thais en Cendrillon had met Werther bij de première  in het Hoftheater in Wenen in 1892 groot succes.

Onmogelijke liefde
Massenet was een componist met groot gevoel voor theater, hij wist zijn personages buitengewoon goed te karakteriseren. Massenet slaagde erin om zeer elegante melodieën te combineren met sterke harmonische vondsten en daardoor grote emoties op te roepen. De rol van het orkest is zeer groot en doet vermoeden dat Massenet sterk is beïnvloed door Wagner en Tsjaikovski. Opvallend is de rol van de viool en de cello die sterk bijdragen aan de expressie van de tedere momenten in Werther. Dat deze lyrische  opera ook veel emotionele uitbarstingen kent wordt voornamelijk veroorzaakt door het onvermogen van het liefdespaar om hun gevoelens voor elkaar gestalte te geven in een vaste verhouding. De belofte die Charlotte aan haar moeder deed om na haar dood te trouwen met Albert staat een relatie met Werther in de weg. Wanneer na enkele maanden al blijkt dat het huwelijk tussen Charlotte en Albert mislukt en de gevoelens van Charlotte en vooral die van Werther voor elkaar toenemen, lijkt een rampzalige afloop onvermijdelijk. Charlotte geeft zo nu en dan wel een signaal af dat ze van Werther houdt maar ziet het als een zware zonde om haar belofte te verbreken en beheerst zich iedere keer op het moment dat ze zich in de armen van Werther wil werpen. Kennelijk had ze steeds voor ogen dat dergelijk normdoorbrekend gedrag door een getrouwde vrouw in de 18e eeuw tot maatschappelijke verstoting leidde. Pas als Werther zich dodelijk verwondt met een pistoolschot en Charlotte te laat komt om deze zelfmoord te verhinderen, geeft ze zich gewonnen en verklaart ze de stervende Werther zonder enig voorbehoud haar liefde.

Charlotte en Werther

De Duitse tenor Jonas Kaufmann veroverde met zijn baritonale kleuring de harten van het publiek. Ongeëvenaard is zijn vermogen om volume en klankkleur van zijn stem aan te passen aan de uiteenlopende emoties van het titelpersonage Werther. Zijn acteerprestatie sluit daar goed bij aan. De sopraan Sohie Koch ging mee in de emoties van Kaufmann en deed nauwelijks onder voor  haar tegenspeler. Toen zij na afloop het publiek dankte voor het applaus waren haar emoties nog duidelijk zichtbaar. Ze moet zich sterk hebben ingeleefd bij de vertolking van de gevoelens van Charlotte. De invulling  van de rol van de rationele Albert, de echtgenoot van Charlotte, was in handen van de uitstekende Franse bariton Ludovic Tézier. Albert is een totaal ander mens dan de overgevoelige natuurmens Werther. Er is wel een moment dat hij begrip toont voor de gevoelens die zijn rivaal heeft voor zijn wettige echtgenote, maar hij bevordert toch de dood van Werther door aan diens verzoek te voldoen en Werther zijn pistool ter beschikking te stellen door Charlotte de opdracht te geven het dodelijk wapen naar Werther brengen.  Zijn blik is koud, hij lijkt uitsluitend rationeel te handelen. Tézier weet het karakter van Albert goed neer te zetten. Anne Catherine Gillet speelde sprankelend en met verve de rol van de levendige, optimistische Sophie, de wat jongere zus van Charlotte. Zij ziet de neerslachtigheid van haar zus en probeert haar te troosten. Albert ziet in Sophie een mogelijke vrouw voor Werther waardoor de belangstelling  van deze man die zich niet kan neerleggen bij de normen van zijn tijd en niet bij machte is ze veranderen, wordt afgeleid van zijn echtgenote. Albert meent ten onrechte dat de liefdesgevoelens voor een geliefde inwisselbaar zijn voor een ander personage. Hij ziet niet in dat de liefde van Werther voor Charlotte onvoorwaardelijk is en dat de afgewezen gevoelens leiden tot woede en razernij.

Tijdens de finale van de opera zien we Werther zwaar gewond liggen in de armen van Charlotte die, overmand door verdriet, haar gevoelens voor Werther uit en hem een liefdevolle kus geeft voor hij definitief zijn ogen sluit. Zijn zelfmedelijden toont hij door te filosoferen waar hij begraven wil worden, wanneer hem op het bestaande kerkhof een plaatsje bij twee linden door de christelijke kerk, omwille van zijn zelfdoding, wordt geweigerd. Hij rekent er op dat een vrouw zijn graf zal bezoeken en daar een traan zal laten. Dramatischer kan het niet.

Het verdienstelijk zingende kinderkoor liet bij het begin en in de finale van het werk een kerstliedje horen waarin het aanstaande kerstfeest werd aangekondigd.

Beslist geen aanbeveling  om juist met Kerstmis, zoals door sommigen wordt gesuggereerd, deze treurige maar toch mooie opera te gaan zien. Zeker niet als men al depressief is.

 

Evelyne Herlitzius, de absolute ster als Brünnhilde in de Ring

Maandag 30 mei 2017. Samen met twee vrienden en mijn echtgenote ben ik per auto op de terugweg naar Tilburg. De dagen daarvoor hebben wij 15 uur genoten van prachtige operamuziek van Richard Wagner. Wij beleefden zijn unieke Gesamtkunstwerk Der Ring des Nibelungen op 350 kilometer van huis in Wiesbaden. Voor mij en mijn vrouw was het sinds 1999 de twaalfde keer dat we het werk zagen. De ene uitvoering was spectaculairder dan de andere, maar nooit hebben we met spijt terug gekeken op een van de vierdaagse uitvoeringen. Elk operahuis was er vermoedelijk alles aan gelegen om het kwartet voorstellingen tot een succes te maken. Ze zetten daarmee hun stad op de culturele kaart van hun land of provincie. Deze Ring in Wiesbaden, geregisseerd door Uwe Eric Laufenberg, maakte deel uit van de jaarlijkse meifeesten. Veel buitenlanders signaleerde ik in het Hessische Spielhaus. De Engelse toeristen onder hen voelden zich niet zo heel gelukkig met de regie. Na de slotuitvoering van Götterdämmerung hoorde ik heel wat boegeroep. Opmerkingen als ” De muziek was mooi maar de regie zeker niet ” deden de rondte. Vermoedelijk verwachtte men fraaie, traditionele toneelbeelden. Iedereen, die zich inhoudelijk met de Ring bezig houdt, weet en begrijpt echter, dat de componist met zijn werk wilde tonen dat het najagen van roem, macht en eer in de meeste gevallen niet samengaat met de liefde. En bij de verbeelding van die gedachte passen maar zelden beelden die de entertainmentwaarde verhogen. Groot is het aantal momenten dat de protagonisten van de Ring kiezen voor macht en eer ten koste van de liefde.

Confrontatie macht-liefde
Denk bijvoorbeeld aan het moment dat de god Wotan zijn schoonzus Freia schaamteloos uitlevert aan de reuzen Faffner en Fasolt als loon voor de bouw van de burcht waartoe Wotan hen opdracht gaf.
Of aan de scène waarin Fricka, de godin van het huwelijk bij haar echtgenoot Wotan de dood afdwingt van zijn zoon Siegmund, vanwege diens incestueuze relatie met zijn zus Sieglinde. Wotan die het vreugdeloze, afgedwongen huwelijk tussen Sieglinde en haar wrede echtgenoot Hundung achterstelt ten opzichte van de liefdevolle incestueuze verhouding tussen broer en zus (Siegmund en Sieglinde) belandt als gevolg daarvan in een tumultueuze ruzie met zijn vrouw Fricka. Haar gaat het niet om de liefde, maar om de eer en de redding van het formele huwelijk. De verwijten over en weer spreken boekdelen over de liefdeloosheid van het huwelijk tussen Wotan en Fricka. Wotan legt het af tegen Fricka en moet zweren om tijdens een gevecht tussen Hundung en Siegmund, Hundung te steunen en daardoor Siegmund de dood in te jagen. Wotan is er kapot van maar kan de eis van Fricka niet weerstaan.

Walkürenrit

Zijn dochter Brünnhilde hoort haar gedeprimeerde vader aan, die van haar eist dat ook zij zich tegen zijn diepste wil keert, en niet Siegmund redt van wie Wotan houdt, maar de zijde kiest van Hundung. Het gevecht vindt plaats en Siegmund wordt gedood ondanks dat Brünnhilde uit medelijden en liefde voor het paar onverwacht toch kiest voor de zege van Siegmund. Maar deze liefde wordt bestraft omdat Wotans lievelingsdochter haar vader niet gehoorzaamt en kiest voor de liefde in plaats van het door Wotan gegeven bevel. De straf is niet mis. Al haar privileges die zij in het Walhalla geniet worden haar ontnomen en ontdaan van haar goddelijkheid wordt zij verbannen naar de top van een berg omgeven door een vuur waar een man, die dat vuur niet vreest en doorschrijdt, haar zal aantreffen. Voor het eerst zal zij de menselijke liefde ervaren wanneer zij door een man, Siegfried, wordt wakker gekust. Wotan straft Brünnhilde omdat hij vindt dat zijn dochter haar straf verdient en die moet ondergaan. Maar hij straft ook zichzelf want hij zal haar nooit meer zien. Bij het afscheid bloeit de liefde tussen vader en dochter weer op en op ontroerende wijze gaan ze na een innige kus uit elkaar.

Laatste poging

Waltraute op bezoek bij Brünnhilde

Waltraute, de zus van Brünnhilde, kan het niet aanzien dat Wotan in het Walhalla lusteloos verkommert door de afwezigheid van Brünnhilde. Hij heeft zorgen. Komt de Ring nog ooit terug bij de Rijndochters? Waltraute besluit tegen de wil van Wotan om Brünnhilde op aarde op te zoeken. Zij doet in een laatste poging een klemmend beroep op haar zus om de oppergod zijn rust terug te gunnen door de ring aan de waternimfen terug te geven. Brünnhilde denkt er echter niet over om het liefdespand (de Ring) dat zij van Siegfried kreeg af te staan. Haar eigen belang staat een dergelijke liefdesdaad, de wereld te redden, in de weg. Pas in de finale schenkt zij de ring aan de Rijndochters.

Het einde van de goden

Scène afscheid Brünnhilde

Richard Wagner heeft in vrijwel alle scènes van De Ring de protagonisten opgezadeld met de strijd om het bezit van het goud en de ring. Alberich, leider van het onderaardse volk van de Nibelungen, slaagt er als eerste in, nadat hij de liefde heeft afgezworen, om het goud dat bewaakt wordt door de Rijndochters te stelen. Hij laat er zijn broer Mime een ring uit smeden, die hem de macht geeft over het erfgoed van de wereld. Wotan weet het kleinood door brute roof, dankzij een list van de halfgod Loge, aan Albrich te ontfutselen. Hij roofde dus van een rover. Mag dat? Voordat de ring weer in handen komt van de Rijndochters en terugkeert op de bodem van de Rijn, zijn de tijdelijke bezitters Faffner en Siegfried, al gedood door de vloek die op de ring rust. Brünnhilde gaat zelf de brandstapel op waar Siegfried al op ligt en veroorzaakt het einde van de goden terwijl zij de ring teruggeeft aan de Rijndochters en het Walhalla door de door haar aangestoken brand mede wordt verwoest.

Ontwikkelingen
Naar de Ring des Nibelungen kan men op verschillende manieren kijken. Regisseurs hebben dat na de eerste uitvoering in1876 in Bayreuth ook gedaan. Dat is hen niet altijd in dank afgenomen. Men moet echter bedenken dat de verbeelding van de ideeën van Wagner steeds mede afhankelijk is van de stand van de techniek en het tijdsbeeld. Het is de vraag of zelfs Wagner zijn Ring anders had gepresenteerd als hij over betere of andere mogelijkheden had beschikt. Zijn kleinzoon Wieland heeft bijvoorbeeld vele jaren later geprofiteerd van de ontwikkeling op het gebied van de belichtingstechniek en van de ideeën die ontstonden over het omgaan met de beschikbare toneelruimten. In Wiesbaden deed regisseur Uwe Eric Laufenberg dat ook. Wanneer in het tweede bedrijf van Die Walküre Siegmund door Hundung wordt gedood heeft Fricka haar zin. Nog nooit zag ik een uitvoering waarin Fricka tijdens een strijd op leven en dood op het podium aan een grote tafel plaats neemt en toekijkt hoe haar doodswens voor Siegmund in vervulling gaat. Fricka kreeg haar zin en dankzij Laufenberg was ze er nog getuige van ook. Er waren nog enkele scènes waarin personages op het podium een aanvullende betekenis gaven aan een betreffende scène.

De jonge Siegfried (Schagen) met I-pad

Ook gebruikte Laufenberg tijdens de Verwandlungsmusik tussen de scènes verbindende videobeelden. Goed was zijn idee om tijdens de machtsuitoefening van een protagonist plotseling president Donald Trump en bondkanselier Angela Merkel in beeld te brengen.Een regisseur moet zoals in het onderhavige geval immers ook een opera kunnen actualiseren zoals Wieland Wagner en modern ingestelde opvolgers dat onophoudelijk doen. Zelfs bij uitvoeringen van eenzelfde  productie kan dit tot andere visualisaties leiden.

De cast
Van deze Ring heb ik weer met volle teugen genoten. Er werd uitstekend gemusiceerd door een prima cast waarin slechts een enkeling onder de maat zong. De personenregie was goed verzorgd en dat had vanzelfsprekend grote invloed op het acteerniveau. Natuurlijk had ik mijn voorkeuren.

Allereerst: ik was verrukt over de prestatie van de Duitse sopraan Evelyn Herlitzius. Een jaar of tien geleden zag ik haar in Essen voor het eerst als Isolde in Tristan und Isolde. Ze zong de sterren van de hemel en ik verlangde er naar haar nog eens te zien schitteren. Die wens kwam nu uit. De rol van Brünnhilde was haar op het lijf geschreven. Haar volume, timbre en articulatie waren perfect. Geen wonder dat zij in alle grote operahuizen ter wereld de belangrijke rollen zingt uit het repertoire van Wagner en Richard Strauss. Haar tegenspeler Siegfried werd vertolkt door de krachtig ogende en prachtig, zingende heldentenor Andreas Schager. Vooral in het lange liefdesduet met Brünnhilde aan het slot van het laatste bedrijf van Siegfried, kwam de Oostenrijkse heldentenor uitstekend voor de dag. Hij toonde zich de ware jonge naïeve held die onbekommerd en vol lef Wotan weerstond tijdens een heftige woordenwisseling en die daarna, aanvankelijk met vrees, zijn bruid Brünnhilde wakker kuste en haar toen vol overtuiging tot zijn liefdespartner maakte. Schager zong in die Walküre tevens de rol van Siegmund en oogstte ook toen, samen met invalster mezzosopraan Brit-Tone Müllertz als Sieglinde, veel applaus. Een eervolle vermelding verdient ook Thomas Blondelle als Loge. Deze Belgische tenor zong niet alleen uitstekend, maar speelde zijn manipulerende rol met grote humor. De Wotanrol werd door de bariton Thomas Hall gezongen. Zijn bariton moest het soms afleggen tegen het stevige orkestspel van het Hessisches Staatsorchester van Wiesbaden. Van zijn personage ging mede daardoor wat te weinig autoriteit uit. De Duitse mezzosopraan Margarete Joswig was een ideale Fricka. Afstandelijk, uit de hoogte, Wotan bestraffend toesprekend maar gelijktijdig ook profiterend van zijn macht als burchtenbouwer. Zij vertolkte een ervaren Fricka, die pal staat voor de handhaving van de formele huwelijksregels. De rollen van Alberich, dief en onderdrukker van het Nibelungenvolk en zijn broer de smid Mime, werden gezongen door respectievelijk bariton Tomas de Vries en tenor Matthäus Schmidlechner. Zij waren de mannen van het kwaad en dat lieten ze ook met verve horen en zien.

Finale

Brünnhilde (Herlitzius) en Siegfried (Schagen) danken publiek.

Zondag 29 mei kwam met Götterdämmerung een einde aan Der Ring des Nibelungen. Het slot was zoals altijd zeer indrukwekkend. Evelyne Herlitzius zorgde voor een voortreffelijk vocaal afscheid van de Ring. Het slotapplaus voor zangers en orkest en het boegeroep van een aantal toeschouwers gericht aan de regisseur namen we mee naar het hotel in de wetenschap dat we weer genoten hadden van Wagners Gesamtkunstwerk.

Een ding stelde ons definitief gerust. De ring ligt weer op de plaats waar ze hoort te zijn: in de Rijn.

Erin Morley als Sophie (links) en Elina Garanca als Octavian

Zondag 21 mei zag ik met dertig operaliefhebbers in de Pathé bioscoop van Tilburg de afsluiting van het operaseizoen op groot scherm in HD kwaliteit van de Metropolitan Opera van New York. Op het programma stond een nieuwe productie van Der Rosenkavalier van Richard Strauss. Regisseur was Robert Carsen, dirigent maestro Sebastian Weigle.

De opera Der Rosenkavalier werd in 1911 voor het eerst opgevoerd in de Hofoper in Dresden. Dat gebeurde nadat Richard Straus (1868-1949) de twee zeer opzienbarende, schokkende opera’s Salomé (1905) en Elektra (1909) had gecomponeerd en waarin hij de grenzen van de tonaliteit had opgezocht. Terwijl men verwachtte dat Strauss deze muzikale ontwikkeling zou voortzetten, brak hij deze juist af. Dit tot ongenoegen van een aantal componisten dat zich progressief noemde en zich tot avant-gardisten rekende. Zelfs de radicale componist Anton Schönberg behoorde, zij het kort, tot de aanhangers van Strauss. Na 1911 was zijn enthousiasme voorbij want Strauss keerde terug naar de veilige haven van de romantische muziek met zijn succesopera Der Rosenkavalier waarin de wals, die inmiddels Europa veroverde, een rol speelt. Het is overdreven Der Rosenkavalier een walsopera te noemen maar er klinkt toch drie keer karakteristieke walsmuziek die wordt verbonden met het personage van de baron Ochs. De orkestmuziek is prachtig waarbij de violen een bijzondere, gevoelige rol spelen. Velen ervaren deze opera als een ‘Mozart opera’ waarbij gewezen wordt op enige verwantschap met Le nozze di Figaro. De grote dramatische scènes verlopen over het algemeen op een lichte conversatietoon in de zangstemmen. Door het orkest echter, dat hele passages lang een vastomlijnde motievenstructuur vasthoudt, ontstaat de indruk van een afwisseling tussen recitatief en een gesloten vorm. De cantabile melodie is in deze opera overduidelijk weer terug na Salomé en Elektra met hun vele dissonanten. Er zijn oogstrelende melodieën. Niet alleen in de zangstem maar ook in het wat kleinere orkest dan bij de voorgaande opera’s. De zangpartijen worden niet overstemd. Daarbij is de schittering en de expressieve kracht van het orkest niet verloren gegaan. Het meest overtuigende bewijs daarvoor is de scène met de overhandiging van de roos. De beroemde klank van de ‘zilveren roos’ is een fijne menging van hoge tonen. De majoor akkoorden worden gespeeld door drie fluiten, drie violen, harp en een celesta. Strauss gebruikt deze klank, die voor deze opera zo karakteristiek is, als een zelfstandige kleur. 

De tijd verglijdt
Strauss en zijn librettist Hofmannstahl positioneerden hun opera in Wenen tijdens de eerste jaren van het bewind van Maria Theresia rond het jaar 1740. Robert Carsen verplaatst het werk naar de jaren rond de eerste wereldoorlog.

Renée Flemming als de Marchallin

De opera gaat over een verstandige adellijke vrouw van 32, de Marschallin, op het toppunt van haar schoonheid en vrouwelijke aantrekkingskracht. Ze beseft dat het verloop van de tijd onontkoombaar is en dat het verstandig is om vrijwillig afstand te doen van haar jonge minnaar Octavian, ook wel Quinquin genoemd. Hij kan dan uitkijken naar een jongere vrouw die bij hem past en waarmee hij gelukkig kan zijn. Sinds jaar en dag wordt de rol van de Marschallin gespeeld door de beroemde sopraan Renée Flemming. Daar komt met deze productie een einde aan. Met applaus werd zij op het podium verwelkomd en met een ware ovatie na het einde van de voorstelling nam zij afscheid van deze rol die haar op het lijf was geschreven. Melancholie zal haar niet vreemd zijn geweest zoals de Marschallin dat ervoer na het besef dat haar amoureuze verhouding met Octavian zou aflopen.
Zonder in topvorm te zijn bracht Flemming dat gevoel met haar fluwelen stem zeker goed over en haar presentatie sloot daar uitstekend op aan.

Schandalig gedrag
Wat de Marschallin vermoedde gebeurde sneller dan ze verwachtte. Octavian vindt een nieuwe minnares in de mooie Sophie, de dochter van haar rijke vader Faninal. Octavian gaat naar Sophie om namens het onbeschofte heerschap  baron Ochs, aan Sophie de traditionele zilveren roos te overhandigen als symbool van haar verloving met Ochs. De plechtige overhandiging van de roos gaat nog goed maar daarna is het mis als Ochs arriveert. Deze rol van Ochs wordt fantastisch ingevuld door de 40 jarige Oostenrijkse bas Günther Groissböck. Zijn stem is al indrukwekkend maar zijn acteerkunst haast ongeëvenaard en komt in een komedie als deze goed tot zijn recht. Sophie, gespeeld door de Amerikaanse, charmant spelende sopraan Erin Morley, heeft haar aanstaande bruidegom nog nooit ontmoet. Aan hem zijn echter haar mooie loepzuivere tonen niet besteed. Sophie, nog jong en onschuldig, en Octavian gruwen van het schandalige gedrag van de baron. Voor zijn aanstaande bruid heeft hij geen moment aandacht en als hij zich al een moment met haar bezig houdt dan is hij ruw en ronduit vrouwonvriendelijk. Sophie en Octavian kijken elkaar diep in de ogen en worden op slag verliefd op elkaar. Er ontstaat een duel tussen Octavian en de arrogante Ochs waarbij deze laatste een lichte verwonding oploopt. De baron gaat tekeer als een wilde en staat erop dat de hulp van een dokter wordt ingeroepen. Octavian beraamt ondertussen een list om Sophie van haar ongewenste aanbidder

Günther Groissböck en Elina Garanca

te verlossen. Hij stuurt een dienster met een briefje, zogenaamd afkomstig van Mariandl, waarin deze de baron nog dezelfde avond verzoekt om een rendez-vous, Die Mariandl is niemand anders dan de verklede Octavian die er dan uitziet als een kamermeisje. Ochs, niets vermoedend is opgetogen en ervan overtuigd dat hij een leuk avontuurtje tegemoet gaat. Hij weet echter niet dat zijn komst in een kamer op de zolder van een herberg bij Wenen samenvalt met de komst van Sophie, haar vader en de Marschallin en twee buitenstaanders. Regisseur Carsen heeft de locatie van een zolderkamer vervangen door een groot bordeel in Wenen waar veel luchtig geklede, op erotisch avontuur uit zijnde meisjes zich amuseren met hun gasten. In dat gezelschap arriveren Ochs en Mariandl (Octavian) in aanwezigheid van de uitgenodigde Faninal en Sophie. De verwarring en verontwaardiging is groot. Faninal is woedend over het gedrag van zijn aanstaande schoonzoon Ochs die in de val is getrapt. Gevolgen: Het avontuurtje van Ochs is snel voorbij en zijn huwelijk met Sophie wordt meteen afgeblazen. Iedereen vertrekt.

Slotduet

 Teder duet
De finale van dit werk is een hoogtepunt. Op het podium bevinden zich nog het jonge liefdespaar Sophie-Octavian en de Marschallin die zich nogmaals realiseert dat het door haar voorspelde moment waarop Octavian haar zou verlaten eerder is aangebroken dan ze had verwacht. Schitterend wordt een trio ingezet dat overgaat in een melodieus, teder duet tussen het jonge paar dat liefdevol in elkaars armen valt.

Alle lof gaat ook deze keer weer uit naar het orkest van de Met. Het subtiele spel waarom deze opera doorgaans vraagt kreeg het publiek ook te horen.

De meeste lof wil ik echter dit keer toezwaaien aan de Letse mezzosopraan Elina Garanca, die de rol van Octavian op een onvergetelijke wijze voor het voetlicht bracht. Als ik gevraagd zou worden een zanger of zangeres te nomineren als de absolute uitblinker van dit aflopende seizoen in de Met dan zou ik haar zeker daarvoor in aanmerking laten komen. Wat zij in der Rosenkavalier liet zien en horen was geweldig. Haar zangkunst staat op een zeer hoog peil. De meest lastige omstandigheden op het podium beïnvloeden haar zangprestatie niet. Ook niet in der Rosenkavalier toen ze haar broekenrol in meerdere opzichten waar moest maken. In het eerste bedrijf is zij de jonge minnaar van de Marschallin. Haar opkomst op het podium als een jongen van 17 jaar die de minnares is van een vrouw van 32 is trefzeker. Je ziet volstrekt natuurlijk gedrag zoals je van een dergelijke knul kunt verwachten. Vervolgens ontdoet Garanca zich van haar jongensuiterlijk en transformeert zich van een heer van 40 tot een truttig kamermeisje om in het derde bedrijf Ochs te verleiden zonder zich zelf echt prijs te geven. Dat doet ze om aan te tonen dat de baron een hufter is die zeker de kans niet moet krijgen om met Sophie te trouwen. Haar acteerprestatie is boven alle lof verheven. Vocaal, fysiek en acterend stal zij de show in der Rosenkavalier. Toch lijkt er ook bij haar een einde te komen aan de rol van Octavian. Op haar website liet ze weten afscheid te willen nemen van haar broekenrollen. Voor een operazangeres van dergelijke klasse blijven er gelukkig nog ruim voldoende mezzo rollen over om uit te blinken. En dat gaat ze zeker nog doen.

 Zondag 30 april zag ik in De Pathé bioscoop in Tilburg de opera Eugen Onegin van P.I.Tsjaikowski (1840-1893). Net als in 2013 opnieuw uitgevoerd door de Metropolitan Opera van New York. De productie van Deborah Warner was prachtig. Zelfs een van de mooiste die ik in de loop van de tijd zag. De regisseur laat de handeling spelen in de tweede helft van de 19e eeuw.

De briefscène
Dit keer was er een moment tijdens het eerste bedrijf dat me nog lang zal heugen: Het inzich zelf gekeerde plattelandsmeisje Tatjana raakt op slag verliefd op een vriend van haar  buurjongen: Eugene Onegin. Ze is zo van hem onder de indruk, dat ze na het eerste oogcontact de conclusie trekt dat ze de ware man van haar leven heeft ontmoet. Ze gelooft dat de hemel hem voor haar heeft voorbestemd en dat het Gods wil is dat Onegin haar minnaar en  beschermer voor het leven wordt. Ze besluit tegen alle conventies in hem een brief te sturen waarin ze zichzelf oplegt hem alles eerlijk te zeggen. Bijvoorbeeld dat ze niemand anders haar hart zou kunnen schenken en dat haar hele leven een voorbereiding is op die ontmoeting met hem die zeker zou komen. Tatjana is zo gepassioneerd dat zij niet weet hoe ze de brief moet beginnen. Telkens maakt ze een prop van het papier om het van zich af te gooien. Eindelijk is ze er klaar mee. Ze zingt: ’Ik eindig. Herlezen durf ik niet. Ik besterf het haast van angst en schaamte, maar zijn eergevoel is me de waarborg: onbevreesd verlaat  ik me daarop.’ Tatjana is vertwijfeld. Heeft zij wel de juiste woorden gekozen? Ze pakt de proppen papier in haar handen en maakt een gebaar ze open te willen maken en voegt daar ook nog een ‘terugkomgebaar’ naar de vertrekkende voedster Filippjevna (Larissa Diadkova)aan toe die op weg is naar haar kleizoon die de brief bij Onegin zal bezorgen. Wil ze haar woorden herroepen? Tatjana is de wanhoop nabij.
Ik was ontroerd door die scène. De Russische sopraan Anna Netrebko, die de rol van Tatjana vertolkte, was daar zeker verantwoordelijk voor. Ze legde in de 14 minuten durende briefscène en het daarop  volgende gesprek tussen Tatjana en Onegin vocaal en acterend op onbeschrijfelijke wijze de gevoelens bloot van een jonge vrouw, die in tegenstelling tot haar extroverte zus Olga, zich verre houdt van oppervlakkige flirts en feestjes en in Onegin een serieuze levenspartner ziet. De reactie van Onegin is kil en ontluisterend wanneer ze elkaar weer zien. ‘Ik ben niet voor het geluk van het huwelijk en vaderschap geboren. Uw volkomenheden zijn aan mij verspild. Het huwelijk zou voor ons een kwelling zijn. Al hield ik nog zoveel van u, eenmaal gewend , vervliegt dat gevoel. U moet u zelf leren beheersen. Uw onervarenheid zou u kunnen schaden.’ Met een vluchtige kus op haar voorhoofd vertrekt hij, snel nog een appel uit een fruitschaal pikkend.
Jaren later ontmoet hij, na het maken van verre reizen, Tatjana, het eenvoudige meisje uit het dorp, opnieuw op een bal.  Ze is nu de echtgenote van een man met aanzien, een prins uit de hoofdstad. Hij ontdekt, nu zij voor hem verloren is, zijn liefde voor Tatjana. Ook zij geeft toe, tijdens een turbulente slotscène, dat zij nog van Onegin houdt maar weigert op zijn avances in te gaan. Wil ze daarmee wraak op hem nemen of zich aan de conventies houden en geen echtscheiding teweeg brengen? Wil ze zichzelf beschermen tegen oneer, of juist met een offer haar echtgenoot beschermen?
Emotionele chaos
Was Anna Netrebko de sublieme vertolkster van Tatjana, haar tegenspeler de 51 jarige Zweedse bariton Peter Mattei, vervanger van de zieke Dmitri Hvorostovsky, was ook goed op dreef. Hij liet een Onegin zien die zich aanvankelijk ten opzichte van Tatjana  gereserveerd gedraagt. Hij wil ongebonden blijven en draagt zijn besluit uit zonder enig gevoel van empathie voor iemand die hevig verliefd op hem is.
Onegin manifesteert zich in feite als de schepper van emotionele chaos bij de andere protagonisten. Tijdens een feest ter gelegenheid van Tatjana’s verjaardag flirt hij met haar zus Olga, die verloofd is met zijn vriend, de dichter Lenski. Het vernietigt daardoor de relatie tussen Olga en Lenski maar ook zijn jarenlange vriendschap met de gepassioneerde Lenski, die hij doodt in een duel dat beiden niet echt willen maar doorzetten omdat nu eenmaal zo is besloten. De wijze waarop Onegin de dode Lenski in zijn armen nam zegt genoeg.
De rollen van Olga en Lenski werden uitstekend en geëmotioneerd ingevuld door de twee Russen, de mezzosopraan Elena Maximova en de tenor Alexey Dolgov.

Tatjana en Prins Grémin

De rol van Prins Grémin is klein maar hij krijgt van Tsjaikowski een prachtige aria waarin hij tegen Onegin vertelt over zijn waanzinnige liefde voor Tatjana. Na een vreugdeloos leven is zij als een zonnestraal na regenweer en geeft zijn leven weer zin en geluk. Mooie woorden maar dit keer niet zo mooi gezongen als ik van andere bassen gewend ben. Het ging de Slowaakse bas Stefan Kocan niet goed af hoewel hij wel degelijk de liefde voor zijn vrouw met warmte probeerde uit te dragen. Hij was gewoon niet goed ‘bij stem.’

Fraai orkestspel
Deze uitvoering vond ik de meest succesvolle van dit seizoen in de Met. Dat had m.i., vooral te maken met het mooie spel van het orkest van de Met dat onder leiding stond van de pas 34 jarige Britse dirigent Robin Ticciati. Het orkestspel was fraai en bood steeds de juiste ondersteuning aan de zangers om hun zang tot zijn recht te laten komen. Ook de dansscènes kregen van de jonge dirigent het volle pond. Netrebko kreeg de gelegenheid om haar kleurenpalet in volle glorie te tonen. Dat ze deze rol in haar moedertaal kon zingen kwam haar vanzelfsprekend goed van pas. Ook dat haar stem wat donkerder is getimbreerd dan voorheen. Anna heeft haar belcanto repertoire niet laten vallen, maar onlangs hoorde ik haar als Elsa in Lohengrin van Richard Wagner. Ik meende te merken dat ze hinder ondervond van de moeilijkheidsgraad van de Duitse taal. Ik ben benieuwd of ze het Wagnerrepertoire definitief zal omarmen en daarin succesvol zal zijn. Een ideale Tatjana zal ze in ieder geval wel blijven!

 Dinsdag 11 april zagen zeventig operaliefhebbers  in CC. Jan van Besouw in Goirle de opera Manon Lescaut van Puccini (1858-1924) een eigentijdse dvd opname uit 2014 onder de muzikale leiding van Antonio Pappano. Pappano beschikte in het Royal Opera House Covent Garden van Londen over een uitstekende cast met in de hoofdrollen de Letse sopraan Kristine Opolais en de Duitse tenor Jonas Kaufmann. De opera verhaalt van Manon, die aanvankelijk geen keuze kan maken tussen haar jonge minnaar Chevalier Des Grieux en zijn rijke oudere rivaal de belastingambtenaar Geronte (Maurizio Muraro). Het is een opera vol hartstocht en vooral prachtige muziek waarin Puccini zich een waardig opvolger van Verdi toont.

Het verhaal
Het verhaal van Manon Lescaut is niet eigentijds. Het is namelijk afkomstig uit de nouvelle: ‘Histoire de chevalier Des Grieux et de Manon Lescaut’ van de Franse schrijver Abbé Prouvost, gepubliceerd in 1931. Het verhaal speelt midden in de 18e eeuw. Het libretto van Manon Lescaut kwam in 1893 met grote moeite tot stand. Zeven mensen kwamen er aan te pas: Praga, Oliva, Illica, Giacosa, Leoncavallo, Ricordi en Puccini zelf. De première van het werk was een uitermate groot succes. Zo groot dat Puccini aan zijn derde opera veel geld overhield.
De Britse regisseur Jonathan Kent plaatste de story in het huidige tijdsbeeld. Dat leverde hem wel veel kritiek op van de Britse pers die enkele seksscènes te expliciet vond.

Passie

Het liefdespaar Manon en Des Grieux

De opera gaat behalve over passie en hartstocht ook over het verval van de hoofdpersonen Manon en Des Grieux. Maar ook over de dikke, oude, perverse, rijke patser Geronte die met zijn rijkdom Manon op het verkeerde pad brengt en denkt met veel geld liefde bij haar te kunnen kopen.We zien dat Manon afzakt af van een jonge frisse meid tot een maîtresse, een ontuchtige vrouw en tot dievegge. Voor het zover is overkomt de mooie Manon van alles. Ze was op weg om op last van haar familie door haar broer ondergebracht te worden in een klooster. Ze is echter nog geen minuut in Amiens gearriveerd of ze wordt werd hevig verliefd op de student Chevalier Des Grieux die zij toevallig tegen het lijf loopt. Aangezien ook bij deze jonge man de hormonen door het lijf gieren, besluit het tweetal er van door te gaan. Dit tot ongenoegen van de oudere heer Géronte de Ravoir die ook zijn oog had laten vallen op de bevallige Manon. Hij vat meten het plan op om haar als zijn maîtresse te installeren in zijn riante woning in Parijs. Manon heeft dus twee minnaars. Eén waar ze dol op is en één die schatrijk is en haar materiële wensen vervult. Manon houdt van een goede minnaar maar ook van rijkdom. Van twee walletjes profiteren lukt haar niet. Ze verlangt naar passie en hartstocht maar heeft ook een grote hang naar luxe. Ze laat haar minnaar Des Grieux daarom tijdelijk vallen voor de schatrijke, seniele belastingambtenaar Geronte, die haar behalve rijkdom weinig te bieden heeft. Ze verlangt al spoedig weer naar haar gepassioneerde minnaar Des Grieux die verslaafd is aan haar sensibele uitstraling.  Manon wil, wanneer ze door Geronte wordt betrapt met des Grieux, met hem vluchten maar gelijktijdig ook de juwelen die ze van Geronte kreeg behouden. Geronte geeft haar echter wegens diefstal aan bij de politie. Haar straf is deportatie. Uiteindelijk sterft zij in erbarmelijke omstandigheden ver over de oceaan in de armen van Des Grieux.

Een belangrijke rol in het verhaal speelt Lescaut de broer van Manon die, evenals zijn zus een bedrieger en profiteur is die Des Grieux leerde gokken en zorgde voor het contact tussen Manon en Geronte.

De muziek
Het is bekend dat Puccini (1858-1924) van zijn acteurs vraagt om expressief te acteren en te zingen. Ook bij Manon Lescaut is een maximum aan expressiviteit vereist. Tussen de muziek en de tekst bestaat steeds een psychologische spanning. Puccini’s muziek roept zielenleed en smart op.
Puccini schreef heerlijke melodieën voor zijn protagonisten. De aria’s en duetten bestaan uit prachtige melodieën met fraaie legatobogen en er is een natuurlijke overgang van recitatieven in aria’s. Het orkest ondersteunt rijkelijk de recitatieven en de ensemblezang. Opvallend zijn in de 2e akte de madrigalenmuziek en dansmuziek.
Dirigent Antonio Pappano liet zijn orkest afwisselend subtiel en hartstochtelijk spelen en de zang smolt als het ware in de orkestratie die soms aan Wagner deed denken.

 Aan emotie was in deze uitvoering geen gebrek. Dat was vooral te danken aan het voortreffelijke acteren van zowel de tenor Jonas Kaufmann als de fantastisch zingende Letse sopraan Kristine Opolais. Tijdens haar intense vrijpartijen met Des Grieux was ze in staat om haar enorme hartstocht niet alleen fysiek te presenteren maar gelijktijdig ook al haar vocale mogelijkheden in de strijd te werpen om haar zang onvergetelijk te maken. Haar aria ‘ In quelle trine morbide ’ uit de 2e acte, waarin ze zingt dat alle kille pracht en rijkdom niet opwegen bij het geluk dat ze ervoer in het zolderkamertje bij Des Grieux, is ronduit schitterend. En wanneer je het theater verlaat neem je als het ware haar slotaria mee naar huis waarin ze angstvisioenen ondergaat: ‘ Sola, perduta, abbandonata.’
De rol van Lescaut, gezongen door de bariton Christopher Maltman, werd goed ingevuld.

Wie vraagt naar hoogtepunten, ze zijn te talrijk om op te noemen.

Liefdespaar Ilia en Idamante

De Metropolitan Opera bood me op zondag 2 april, dankzij de Pathébioscoop in Tilburg, de mogelijkheid om de opera Idomeneo van Mozart (1756-1791) te zien. Ik was blij omdat het de meest door mij gewaardeerde opera van Mozart is. Ik ken de enscenering van deze opera van een opname uit 1982 opgenomen in de Metropolitan Opera met een fantastische bezetting. Ileana Contrubas, Hildegard Behrens , Frederica van Stade en de beroemde Italiaanse tenor Luciano Pavarotti behoorden tot de cast. Naar mijn mening was laatstgenoemde minder geschikt om de hem toegewezen rol van koning Idomeneo te zingen. Het was het enige minpuntje! De enscenering was van de inmiddels overleden Jean-Pierre Ponnelle.

U hebt inmiddels uit vorige recensies wel begrepen dat ik geen tegenstander ben van regietheater en een aantal oude producties die op mijn weg komen soms als oubollig beschouw. Dat oordeel zou u nu van mij dus ook kunnen verwachten, zeker nadat ik vrijdag jl. de opera Agrippina van Händel als een tv soap zag. Toch is dat dit keer niet zo. De enscenering van Idomeneo  was van een klassieke schoonheid. De prachtige decors en de mooie kostuums uit de 18e eeuw waren eveneens ontworpen door Ponnelle. De door hem gevoerde personenregie was ook dik in orde. Geen wonder dat men in New York deze 37 jaar oude productie wilde terugzien.  Sinds 2006 staat hij in de Met weer op het repertoire.

Verbijsterende ervaring
 De Griekse held Idomeneo is na de Trojaanse oorlog op de terugvaart naar het eiland Kreta en komt op zee in zwaar weer. Hij vreest voor zijn leven. Om zichzelf van een veilige thuiskomst te verzekeren zweert hij de god Neptunes een eed. Hij zal de eerste levende die hij aan land tegenkomt offeren. Idamante, zijn zoon blijkt de ongelukkige te zijn. Wat een blij weerzien moest worden tussen vader en zoon loopt uit op een verbijsterende ervaring voor Idamante wanneer hij merkt dat zijn vader ieder contact met hem vermijdt. Idomeneo heeft wel degelijk zijn zoon lief, maar wil hem niet offeren. Dat wil hij een onschuldige niet aan doen en zeker niet zijn zoon. Hij probeert hem aan de dood te laten ontsnappen door hem naar Argos te sturen in het bijzijn van Elettra die op hem verliefd is. De toorn van Neptunes over deze oplossing van Idomeneo is niet mals. Een door hem gezonden zeemonster terroriseert geheel Kreta waarna het volk rebelleert. De nare situatie duurt ook voort nadat Idamante het monster overwint. Eindelijk openbaart Idomeneo op verzoek van de hogepriester de eed die hij zwoer, in de hoop dat daarmee een einde zal komen aan alle ellende. Idamante is bereid te sterven nu hij weet wat de rol van Neptunes is in dit menselijk drama. Hij smeekt zijn vader hem te doden. Ilia, een gevangen genomen Trojaanse prinses, is inmiddels de geliefde van Idamante . Zij wil zich voor hem opofferen. Dan volgt de finale ingreep van Neptunes. Hij verkondigt dat de liefde in deze tragedie overwon en dat Idomeneo de troon moet afstaan ten gunste van zijn zoon, die Ilia dan tot vrouw zal nemen. Zo krijgt de opera haar happy end!

Muziek
Mozart componeerde prachtige muziek voor Idomeneo op de tekst van Giambattista Varesco naar aanleiding van een libretto van Atoine Danchet. Deze  opera seria ging in 1781 in het Hoftheater in München in première.
Mozart deed voor een deel afstand van de conventies van de opera seria met haar strakke regelgeving. Zo bleef de dominante generale bas uit het baroktijdperk achterwege en het onderscheid tussen recitatief en aria, dat de Italiaanse opera beheerst, is minder strikt en deels vervangen door een vloeiend ariosa. Dat bevalt goed want zo blijft in deze opera het herhaaldelijk beleefd applaudisseren na een aria achterwege waardoor de voortgang van het werk een natuurlijker verloop krijgt.
De handelingen in een opera seria zijn meestal gebaseerd op het beeld dat in de 17e en 18e eeuw  over de antieke mythologie bestond. Er worden vrijwel altijd een aantal externe gebeurtenissen geïntroduceerd zoals schipbreuk, aardbevingen of epidemieën. Er komen als gevolg daarvan meestal een vijftal personen tegenover elkaar te staan waardoor hun woede, jaloezie, wraak , tederheid en edelmoedigheid een doorslaggevende rol spelen in de plot. Zo wordt de opofferingsgezindheid van de Trojaanse prinses Ilia de sleutelfiguur van de verzoening tussen de hoofdpersonages die allen de dood in de ogen keken. Idomeneo werd gered tijdens een schipbreuk. Idamante moest sterven omwille van de belofte die zijn vader aan de god Neptunes deed en Ilia is bereid te sterven om haar minnaar te redden. Daarmee nam Ilia een initiatief dat de plannen van de god Neptunes doorkruiste. Het was een omslag in de late opera seria waarin het door de goden bepaalde lot van de mens werd vervangen door de mens die zelf zijn lot bepaalde.
Een andere interessante doorbraak van Mozart was dat hij de koren een nieuw perspectief bood. De decoratieve positie, die de koren in de opera seria innamen, werd vervangen door functionaliteit. Het koor in Idomeneo bestond uit Trojaanse gevangenen en vertegenwoordigde later het volk van Kreta dat haar angst uitte voor een zeemonster dat haar bedreigde en in de finale het liefdespaar Idamante -Ilia toejuichte.

Protagonisten

Mezzosopraan Elza van den Heever als Elettra

Dirigent James Levine, die deze operaproductie al sinds 1982 dirigeert  gaf de solisten alle ruimte om hun rol waar te maken. Ik was verrukt over de lichte Amerikaanse sopraan Nadine Sierra vanwege haar muzikale voordracht. Onberispelijk zuiver van toon, alle nuances aanbrengend die de tekst vraagt en ook een bijzonder mooie verschijning. Haar rol is niet licht. Zij toont de toeschouwer haar grote liefde voor de zoon van Idomeneo, maar tevens haar problemen met Idomeneo die haar Trojaanse landgenoten als gevangenen meenam naar Kreta. Een scala aan gevoelens vertolkt zij, gebruik makend van haar prachtige stembuigingen. Idamante werd vertolkt door de Engelse mezzosopraan Alice Coote. Een broekenrol die haar goed afging. Zij acteerde overtuigend als de teleurgestelde zoon van Idomeneo die leed omdat zijn vader hem in opdracht van Neptunes straal negeerde. Zijn troost was zijn verliefdheid op Ilia die tijdelijk onbereikbaar leek omdat hij met Elettra naar het  eiland Argos zou worden verbannen. De dochter van Agamemnon werd vertolkt door de Zuid Afrikaanse sopraan Elza van den Heever.  Zij gaf Elettra een menselijk gezicht. Haar jaloezie op haar rivaal Ilia leidde in het laatste bedrijf tot een indrukwekkende vocale aanval van woede met de aria ‘Ohsmania! Oh furie! Oh disperata ‘ waarmee ze terecht de handen van het publiek op elkaar kreeg. Haar hoop op een relatie met Idamante werd definitief de bodem ingeslagen en zij was de enige die geen happy end kon vieren.
Een glansrol was weggelegd voor de tenor Matthew Polenzani die de titelrol voor zijn rekening nam. Met zijn warme stem ontroerde hij en hij riep sympathie op, wellicht vanwege zijn worsteling om met zijn geweten in het reine te komen. Begrijpelijk dat hij zijn onschuldige zoon niet wilde offeren maar hij begreep dat dan de straffende hand van Neptunes zijn volk zou treffen. Met die kant van zijn rol ging hij uitstekend om, zowel muzikaal als acterend.

De gezongen ensembles waren prachtig en de functionele koren vormden een fraaie eenheid met het orkest. Violisten en blazers kwamen tot heerlijk samenspel en aan alles was te merken dat Mozart een groot symfonicus was en James Levine wel oud en gebrekkig is, maar beslist nog een groot dirigent!

Een reisje naar Antwerpen heeft voor mij meestal tot doel een bezoek aan Opera Vlaanderen. Niet dat dat altijd zo gemakkelijk gaat, want in de directe omgeving van het operagebouw  zijn er nogal wat verkeersproblemen. Advies: Rijd naar het gratis toegankelijke parkeerterrein P&R in Merksem en neem de metro naar het Centraal Station. Vijf minuten lopen en je bent bij de opera. Dat deed ik jl. vrijdag 31 maart. Ik had geen spijt van mijn bezoek aan Opera Vlaanderen, die meestal vooruitstrevende, interessante producties op haar programma heeft staan.

Eergisteren zag ik daar het meesterwerk ‘Agrippina‘ van Georg Friedrich Händel (1685-1759). Een van zijn eerste van de 42 opera’ s. In 1909 was de première in Venetië tijdens het carnaval. Het libretto met complexe intriges is van kardinaal Vincenzo Grimani. De regie van de Française Mariame Clément was heel bijzonder. Het werk duurt vier uur en voor velen is de haast ritmische opbouw van de opera, naar Italiaans gebruik in de barokperiode recitatief-aria een hele zit. Gaat dat vervelen? Dat vonden destijds veel mensen waardoor de barokopera’s in het midden van de 18e eeuw uit het repertoire verdwenen. Maar sinds de jaren tachtig beleven ze een revival.

Televisiesoap.

Agreppina poogt te verleiden

De uitvoering van Agrippina verveelde geen moment. Dat was niet alleen te danken aan mooie aria’ s en spannende recitatieven maar vooral ook aan de spectaculaire enscenering van het duo regisseur Mariame Clément en decor-kostuumontwerper Julia Hansen. Zij hebben er voor gekozen om de opera aan het publiek te presenteren als een televisiesoap uit de jaren 80, die doet herinneren aan Dallas of Dynasty, waaraan velen zich vergaapten. Dit ‘dramma per musica’ was opgedeeld in zestig scènes waarvoor bij scènewisseling steeds één van een aantal speciaal geconstrueerde ruimtes (sets) met interieur, op wieltjes, tijdens de uitvoering razendsnel op het podium werd gebracht. Men kreeg inderdaad de indruk dat men naar een modern drama op tv keek. Zeker omdat kleding en attributen uit de oudheid ontbraken.

Demonisch
Het stuk uit de oudheid Is ontleend aan de historie van het Romeinse rijk omstreeks 54 na Christus toen het keizerspaar Claudio-Agrippina op de troon zat. De opera gaat in eerste instantie over de opvolging van keizer Claudio, vertolkt door de Hongaarse bas Balint Szabo, die zich presenteert als president Trump. Een man die macht uitstraalt maar net als zijn vrouw Agrippina van list, bedrog, intimidatie en overspel aan elkaar hangt. Vooral Agrippina is een demonisch personage dat de touwtjes in handen heeft en iedereen voor haar karretje wil spannen. Zij wil haar zoon, de dan nog jonge Nerone (Nero), als opvolger van de dood gewaande Claudio, op de troon. Claudio is echter gered tijdens een scheepsramp door zijn generaal Ottone. Aan hem wordt als beloning de troon beloofd, tot woede van Agrippina. Met Nerone, vertolkt door de Kroatische sopraan Renaat Pokupic, maken we de geboorte mee van een monster. Hij is in de opera de enige die evolueert maar niet in positieve zin. Als adolescent is hij afhankelijk van zijn moeder die hem psychologisch mishandelt. Pas aan het einde van de opera staat hij op eigen benen maar dan is al te zien aan zijn seksuele benadering van de hofdame Poppea, de geliefde van Ottone, hoe destructief hij zich ontwikkelt.
De rol van Poppea werd gezongen door de verrukkelijk zingende Russische sopraan Dyliara Idrisova. Zij had drie aanbidders: Ottone, Nerone en Claudio en speelde hen tegen elkaar uit om de listen en plannen van Agrippina te ontmaskeren. Ze speelde haar rol vol overtuiging en had met haar versieringen en topnoten geen enkele moeite. Na haar grote aria “Se giunge dispetto” aan het einde van het eerste bedrijf kreeg ze een enorme ovatie. Agrippina werd vertolkt door de Zweedse mezzosopraan Ann Hallenberg. Niet voor het eerst, want zij speelde deze rol ook in deze productie in 2012 in Gent. Dat was ook merkbaar. Voor haar was het niet zo’ n moeilijke rol, verklaarde ze. “Ik heb in het dagelijks leven een geweldige hekel aan gemene mensen. Dan is het niet moeilijk om een dergelijke rol te spelen. Agrippina is een door en door een slecht mens. Niemand is veilig voor haar en ze zet alle middelen in om haar doel te bereiken. Ze weet zich in hachelijke situaties te redden als haar plannen dreigen mis te gaan. Alle personages, behalve Ottone hebben een donkere kant. Ze zijn gemeen, hebzuchtig, gretig en gulzig naar macht en verzot op luxe, rijkdom en status.”

Sensatie
Met haar mooie volle stem is Hallenberg geknipt voor deze rol. Zij beheerst de terrassendynamiek van de barok en kan haar stem kleuren naar believen. Ook zij kon rekenen op een grote ovatie na haar swingende aria “Ogni venti ” aan het einde van het tweede bedrijf. Mijn bewondering ging ook uit naar de Engelse countertenor Tim Mead. Zijn optreden vond ik een sensatie. Zuiverheid van stem paarde hij soms aan een fantastisch pianissimo daarbij begeleid door enkele blazers. Hij was de enige die sympathie opriep omdat hij omwille van de liefde af wilde zien van de troon. Ook hij kreeg een enorm applaus na zijn aria’s.

dirigent Stefano Montanari

De muziek van deze opera, die volledig in dienst stond van de tekst zoals dat in het baroktijdperk gebruikelijk is, was fantastisch. In het orkest van Opera Vlaanderen zaten enkele musici die speelden op oude instrumenten. Die menging van oude en nieuwe instrumenten was prima. De opera kent ook satire en dat kwam in de muziek duidelijk terug. De momenten van triomfalisme werden geaccentueerd door het gebruik van trompetten. Opvallend was de rol van dirigent Stefano Montanari. Hij is een van de meest veelzijdige musici van dit moment. Hij is een geweldig violist en pianist en tijdens het dirigeren speelt hij mee, op historische instrumenten. Bij de Opera Vlaanderen maakte hij met Agrippina zijn geslaagde debuut waarbij hij zijn veelzijdigheid toonde. Applaus was er na afloop ook voor de toneelknechten die talloze keren de podiumstukken op de juiste momenten monteerden en demonteerden.

Het was een lange zit maar dat heb ik niet als zodanig ervaren door de kwaliteit en spanning van de uitvoering.