Feeds:
Berichten
Reacties

 Sinds ik in 2016 verhuisd ben van Goirle naar een appartement in Tilburg is er veel gebeurd.
Er was veel belangstelling van vrienden en kennissen voor ons nieuw onderkomen. Wij hadden genoeg te doen om ons bezig te houden en het ons zo geriefelijk mogelijk te maken.
Dat ik een fervent Operaliefhebber ben weten de mensen die regelmatig inloggen op mijn weblog wel.
Ik had gedacht na de verhuizing meer tijd te kunnen besteden aan mijn liefde voor muziek. In werkelijkheid gebeurde dat niet. Wel ging ik trouw op zondagmiddag naar HD voorstellingen in de Pathé bioscoop met haar meer dan voortreffelijke uitvoeringen vanuit het Operahuis de Metropolitan Opera van New York. Ik nam ook deel aan enkele operareizen naar West Duitsland. Zelfs een complete Ring des Nibelungen in Wiesbaden liet ik me niet ontgaan. Maar in onze eigen huiskamer kwam het er maar zelden van een opera te beluisteren. Van de televisiezenders Mezzo en Bravo maakte ik maar matig gebruik en mijn geluidsinstallatie leek in de ww. Vooral Brava programmeerde naar mijn zin te veel dezelfde opera’s.  Aan het snuffelen naar minder bekende opera’s kwam ik niet toe.

U moet weten dat ik al sinds jaar en dag voetballiefhebber ben en inmiddels 75 jaar betrokken bij Willem II. Voldoende reden om een biografie uit te geven volgens schrijver Thomas Rensen, die sinds 2001 als vrijwilliger aan de club is verbonden. Die biografie is er na vier jaar interviewen, teksten corrigeren en wat daar nog meer bij komt kijken,  gekomen. Op 14 oktober 2017 was het zover. Al had ik aanvankelijk weinig zin in een biografie, nu het boek er is ben ik er blij mee. Daarbij komt dat ik weer meer tijd heb om me met de wereld van opera bezig te houden.

Afgelopen week was de omslag. Ik zag maar liefst drie opera’s in vier dagen.
Eerst op Mezzo “ de bruid van de Tsaar “van Rimsky Korsakov. Een dag later via de website van Arte de opera Lucio Silla van Mozart, en zondagochtend Aida van Verdi.
“ De bruid van de Tsaar ”vond ik heel bijzonder. Ik had het werk nog nooit gezien. Een synopsis kon ik op internet niet vinden en ook mijn operaboeken lieten me in de steek. Ik keek daardoor naar het werk met te weinig informatie. Kan iemand me nog aan de synopsis van deze opera helpen? Mail me die dan naar: peterannee@gmail.com. De dvd opname ga ik zeker aanschaffen. Meest opvallende protagonist? De formidabel zingende mezzosopraan Anita Rachvelishvili, die me een tijd geleden al opviel als een geweldige Amneris in Aida!

Over de opera Lucio Silla gaf ik vrijdag jl. al informatie via mijn weblog. Ik schreef over prachtige muziek gespeeld door het geweldig orkest van de Munt in Brussel met een excellerende Lenneke Ruiten en een overtrokken regie. Enkele van mijn lezers hebben dit werk afgelopen zondag gezien in Brussel. Ik zou het leuk vinden als men mij een korte indruk geeft van de voorstelling. Eveneens via mijn e-mail adres graag.

En tenslotte Aida. Nog geen drie maanden geleden had ik zeker vijf opnamen van Verdi’s meesterwerk bekeken en nu kreeg ik een dvd aangeboden met een opname van Aida vanuit de Salzburger Festspiele met een fantastische cast. De grootste verrassing was dat de Aidarol bezet werd door de beroemde sopraan Anna Netrebko, die de afgelopen jaren vooral furore maakte als colloratuursopraan bij talloze opera’s buffa. Als vertolkster van Rossini, Donizetti en Mozart kennen we haar allemaal. In La Traviata als Violetta had zij al een aantal jaren geleden succes. Nu is ze overgestapt van lichtere rollen naar de zwaardere o.a. in Il  Trovatore, Aida en onlangs in Lohengrin van Wagner. Opvallend is dat Netrebko’s stem is de afgelopen jaren wat donkerder is gekleurd hetgeen haar goed van pas kan komen in haar nieuwe rollen.
De rol van Amneris in Salzburg werd subliem gezongen door de Russische mezzosopraan Ekaterina  Semenchuk  (luister eens naar haar op YouTube!). Zij was de evenknie van Netrebko, die nu de concurrentie moet aangaan met andere grote sopranen in het zwaardere genre. Met grote belangstelling volg ik haar carrière.

Ik ben benieuwd wat de komende tijd weer op mijn weg komt. Hopelijk ook nieuw werk. Ik houd u op de hoogte.
Bedankt voor een eventuele reactie.

Hartelijke groet,

Peter Année

Advertenties

Lenneke Ruiten en Jeremy Ovenden

De secretaris van Operaclub Nederland bood de leden de mogelijkheid om zich extra voor te bereiden op het bezoek aan het operahuis De Munt in Brussel door hen er op te wijzen dat de opera Lucio Silla al op donderdag  9 november te zien was op een website van Arte. Dank daarvoor want ik was blij met de uitzending die op het scherm van mijn pc verscheen. Zeker omdat ik het bezoek op zondag 12 november aan de Munt niet kan meemaken.

Beeld en geluid kwamen volmaakt door. Lucio Silla had ik enkele decennia geleden eenmaal gezien. Ik kan me van het libretto niets meer herinneren maar wel nog dat ik de muziek prachtig vond. En dat laatste was  ook nu het geval.

De kijkers zagen een opera seria uit 1772 die Mozart als 16 jarige al componeerde tijdens een reis door Italië. Het was zijn 5e opera.

Allereerst gaan mijn complimenten naar het orkest van de Munt dat met lef excelleerde  met schitterend spelende strijkers, met  explosieve tremolo’s en vooral met veel pit. Meeslepend!

Onvergetelijke prestatie
De cast was ook voorbeeldig met als uitblinker de Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten. Lenneke, in 2002 nog winnaar van het IVC in Den Bosch, zong de rol van de beoogde geliefde van de machtige dictator Lucio Silla (130-78 voor Christus). In mijn ogen zette zij een onvergetelijke prestatie neer door de lange moeilijke coloratuuraria’s van protagonist Giunia met groot vertoon van vocale macht te zingen waarbij ze er in slaagde deze te voorzien van sterk dramatische accenten.

Giunia’s minnaar Cecilio werd vertolkt door de mezzo-sopraan Anna Bonitatibus. Ze was niet de evenknie van Ruiten maar vertolkte haar broekenrol naar behoren met een expressieve voordracht  en waarbij zij de nodige snijdende dissonanten liet horen. Zij leverde een goede prestatie. Aan de Britse tenor Jeremy Ovenden was de rol van Lucio Silla toevertrouwd. Hij had een wat slanke stem die hij moest inzetten om zijn sadistische rol waar te maken. Geen gemakkelijke opgave. Zijn dwangmatige, opdringerige en seksueel overschrijdende escapades ten opzichte van Giuna deden me onmiddellijk denken aan de hype rond # Me Too. De overige rollen werden goed ingevuld. Het koor van De Munt zong ingetogen maar daar is niets mis mee.

Regie
 De meeste opera’s hebben een kernboodschap. Die was hier overduidelijk: Weg met de dictators en rechtvaardigheid voor iedereen. De Duitse regisseur Tobias Kratzer wilde de relatie tussen politieke macht en persoonlijke verdorvenheid aan de kaak stellen. Daarvoor introduceerde hij tijdens de ouverture beelden van Poetin, Trump en playboy Hefner. Genoemde relatie kreeg in de toneelbeelden die daarna volgden nauwelijks of geen vervolg. Kratzer verruilde het oude Rome voor een roterende moderne luxe villa waarin zich allerlei gebeurtenissen afspeelden zoals de verleidingspoging van Silla ten opzichte van het object van zijn seksuele begeerte Giunia. Met oesters en bubbels  denkt hij haar gunsten te winnen maar zij straft hem af door een glas wijn in zijn gezicht te smijten. Later zal hij haar verkrachten wanneer hij ervaart dat zijn avances niet het beoogde resultaat oplevert. Die beelden worden op een in tweeën gedeeld podium zichtbaar. Links kijkt Silla met enige emotie naar de tv opnamen van zijn perverse gedrag en de vernedering die zijn slachtoffer daarbij ondergaat en rechts zien de toeschouwers de beelden die Silla zag van wat er in werkelijkheid zich afspeelde. Ze zijn verre van aangenaam en te recht voor zijn raap. Hierover kan men uiteraard van mening verschillen. Het had wellicht wat subtieler gekund. Ongetwijfeld komt de discussie hier nog over op gang.

Ontroerd
Het laatste bedrijf kent een onverwacht einde. Silla heeft de geliefden in zijn macht. Giunia en Cecilio zijn er van overtuigd dat zij zullen worden gedood maar dan voltrekt zich een wonder: Silla is zo ontroerd over de trouw en standvastigheid van het liefdespaar dat hij hen ‘vergeeft’ en ze toestaat te trouwen.

Vermoedelijk vraagt iedere toeschouwer zich na afloop af waar die ontroering op gebaseerd is en wat er aan het paar te vergeven viel. Misschien kom ik daar nog wel achter.

Conclusie: de muziek was prachtig, de personenregie te heftig en er was mijn inziens sprake van enige discrepantie tussen muziek/libretto en regie/toneelbeelden. De voorstelling is tot 15 november nog te zien in De Munt in Brussel. De moeite waard!

 

Koningin van de Nacht en Pamina

Het publiek in de Metropolitan Opera in New York wordt verwend. Dus ook dat van De Pathé bioscopen want die toonden de afgelopen twee weekenden even zoveel schitterende uitvoeringen van het operahuis van New York. Eerst Bellini’s meesterwerk Norma, een week later een prachtige Zauberflöte van Mozart (1756-1791).

Ik erken de schoonheid van de muziek van Mozart maar heb soms toch enige weerzin tegen zijn laatste opera. De gesproken tekst in het libretto van Schikaneder is voor mijn gevoel een hinderlijke inbreuk op de muzikale voortgang van het werk en de verhaallijn vind ik wat rommelig. Positief zijn de toegankelijkheid van de muziek, de prachtige orkestratie die volledig in dienst staat van het verhaal, de humor die vooral tot uiting komt in de rol van Papageno en het indrukwekkende koorwerk dat een rol speelt bij de inwijdingsrituelen. Ook de tegenpolen goed en kwaad worden aanschouwelijk tegenover elkaar gesteld.

Magisch
Die Zauberflöte is een sprookje, een magisch stuk. Het is een opera over de liefde en het wonder om als man en vrouw een paar te zijn. Maar ook over beproevingen, standvastigheid en deugd. Macht komt aan bod wanneer de Koningin van de Nacht het zonnerijk van Sarastro wil overnemen.
Die Zauberflöte is een opera met invloeden vanuit de vrijmetselarij (de loges in Wenen) een wereld van geheime genootschappen en inwijdingsrituelen.
Al is het werk doortrokken van religieuze en filosofische complexiteit je hoeft geen filosoof te zijn om van Die Zauberflöte te kunnen genieten. Zeker niet wanneer je de productie van de Met ziet van de Amerikaanse regisseur Julie Taymor die ook bekend is vanwege haar regie van The Lion King.

Voor jong en oud
De uitvoering is geschikt voor jong en oud en overweldigend in haar presentatie. Decors en kleding, mooier kan het niet. Je kijkt je ogen uit. Zelf ben ik iemand die het liefst een wat soberder uitgerust podium ziet waar de eenvoud vanaf straalt en waardoor de essentie van het werk wat sterker naar voren komt. Maar voor deze Zauberflöte maak ik een uitzondering. Daar komt nog bij dat de scènes van het Duitse Singspiel, waarvan het kenmerk is: gebruik van de Duitse taal en gesproken dialogen, vloeiend in elkaar overgingen waardoor de aandacht van de toeschouwer nooit verslapte. Een belangrijke rol speelde het soepel spelende orkest van de Met onder leiding van de nestor-dirigent James Levine, die ondanks een lichamelijke handicap blijft dirigeren en  haarfijn weet hoe hij de muziek van Mozart moet koppelen aan de karakters van de hoofdrolspelers. De cast mocht er ook zijn. Allereerst denk ik aan de fysiek zeer aantrekkelijke Zuid Afrikaanse sopraan Golda Schutz die haar debuut maakte in de Met met een voortreffelijk gezongen Pamina. De sopraan Kathryn Lewek vertolkte haar moeder, de Koningin van de Nacht. Een wraakzuchtige vrouw die het begrepen heeft op de wijze priester Sarastro. Haar rol bestaat in het onberispelijk uitvoeren van twee heel lastige aria’s met een ketting aan coloraturen die verbazing oproept als dat met succes gebeurt. En dat lukte haar goed. 

Tamino

Humor
De minnaar van Pamina is Tamino gezongen door Charles Castronovo. Ik beluisterde deze keer in de 42 jarige Amerikaanse tenor een wat andere karakterologische invulling dan ik gewend ben. Minder romantisch en lyrisch maar meer dramatisch en bovendien kreeg ik daarbij het gevoel dat er een heldentenor stond. Zo gedroeg hij zich ook. Hij sloeg zich in ieder geval heldhaftiger, geïnspireerd door zijn liefde voor Pamina en met de hulp van zijn toverfluit, door de aan hem opgelegde beproevingen dan de vogelvanger Papageno. Die laatste rol was weggelegd voor de Oostenrijkse bariton Markus Werba, die niet alleen vocaal tot een grote prestatie kwam maar ook op gepaste en natuurlijke wijze omging met de humor die de rol bevat. Zijn onbeantwoorde verlangen naar een vrouwtje dreef hem bijna tot het besluit  zich op te hangen maar gelukkig wezen de drie knapen hem op het bezit van een magisch klokkenspel. Daardoor kwam hij op zijn voornemen terug en was hij getuige van de transformatie van een lelijk oud vrouwtje in een zeer aantrekkelijke Papagena. Ze vielen in elkaars armen. Het paar besloot onmiddellijk de wereld te verblijden met nieuwe Papageno’s en Papagena’s.

Papageno en Papagena, nog als lelijk oud vrouwtje

Sarastro is de wijze priester van de tempel waar de goden Isis en Osiris te hulp worden geroepen. Deze rol was de Duitse bas René Pape op het lijf geschreven. Hij weet als geen ander gewicht te geven aan deze plechtige rol. De rollen van de drie dames werden goed ingevuld maar de stemmen van de drie knapen hoor ik liever van drie andere. Misschien ben ik nou niet mild genoeg?

Een ding weet ik zeker: het applaus in de zaal van de Met, gevuld met 3850 toeschouwers was even overweldigend als de voorstelling zelf. De 72 toeschouwers in de Pathé bioscoop in Tilburg waren dik tevreden met wat ze die middag zagen.

 Het afgelopen jaar zag ik de opera Norma, Bellini’s meesterwerk, maar liefst vier maal. Eenmaal live in Essen en drie maal op een groot filmdoek. Al voor 2016 was ik goed bekend met het werk omdat ik in het bezit ben van de cd’s uit 1954 en 1960 van uitvoeringen door het gezelschap van de Scala van Milaan met in de hoofdrol Maria Callas. Zij zong de titelrol maar liefst 89 keer tijdens haar relatief korte zangperiode en haalde daarmee deze opera uit de mottenballen. In de eerste helft van de 20e eeuw werd deze opera immers niet of maar zelden opgevoerd. De opera Norma is zeker niet alleen bekend vanwege de titelrol die uitzonderlijk zwaar mag worden genoemd, maar ook omdat de rol van Aldagisa een bijna even grote zangeres en persoonlijkheid vereist als die van Norma. Maria Callas werd dan ook geflankeerd door respectievelijk de mezzosopraan Ebe Stignani en de fenomenale Christa Ludwig. Vergelijkingen door recensenten leverden destijds veel stof op. Een ding is zeker: de door Callas gezongen aria ‘Casta diva’ gaat sinds de jaren vijftig de hele wereld over!

Discussies
In de Scala van Milaan was, op 25 december 1831, de première van Norma. Daarna waren er veel discussies over de rol van Norma’s rivale Aldagisa. Moest die  gezongen worden door een mezzosopraan of sopraan?  Uiteindelijk koos men in de meeste theaters voor een mezzo. In ieder geval een stem die wat lichter was dan de dramatische sopraan die voor Norma was gereserveerd.

Ook nu konden de liefhebbers uit Tilburg en Goirle discussiëren over twee uitvoeringen van Norma. De ene uitvoering was in CC Jan van Besouw in Goirle op 10 oktober 2017, een opname van 2015 in Gran Teatre del Liceu in Barcelona, en de andere in de Pathébioscoop op 22 oktober jl. vanuit de Metropolitan opera in New York. Het tevredenheidspercentage over beide uitvoeringen, die ieder door ruim 100 mensen zijn bezocht, is groot. Vrijwel iedereen die ik sprak bleek enthousiast over wat men had gezien en gehoord. Hoeveel mensen beide uitvoeringen bijwoonden is mij niet bekend.

Vergelijking
De grootste bewondering bij de toeschouwers ging uit naar de vertolking van de titelrol die in beide uitvoeringen werd gezongen door de Amerikaanse sopraan Sondra Radvanovsky. Wat zij in huis heeft is ongelofelijk. Het is nogal wat om meer dan twee uur op het podium te staan. Zingend en acterend maakte de Amerikaanse haar rol helemaal waar. Haar zang was zuiver, volumineus of ingehouden wanneer de tekst daarom vroeg en haar chromatische toonladders, vooral naar beneden, brachten haar belcanto naar een ongeëvenaard niveau. Pure schoonheid en stembeheersing! Een wat donkerder randje aan haar stem zou haar presentatie net wat dramatischer hebben gemaakt. Ik ben nu eenmaal een Callasliefhebber. Zij kleurde de rol van Norma in 1960 wat donkerder in. Opvallend goed vertolkte Radvanovsky de recitatieven. Die krijgen bij Bellini een vernieuwde vorm door ze meer zingend dan sprekend als voorheen te presenten. Het worden dan arioso-recitatieven. Dat werd door de zangeres goed opgepakt. Wat me wel opviel was dat de Norma in Theatre del Lieu zich meer autoritair gedroeg dan in de Met. De Galliërs luisterden met ontzag naar haar. In de Met leek ze kwetsbaarder en greep zij in die eerste scènes regelmatig ter ondersteuning naar de hand van Aldalgisa die achter haar zat of stond. Haar opgemaakte gezicht was in de Met dat van een lijdende vrouw in Theatre del Lieu eerder die van een sterke trotse persoonlijkheid. Ook in haar zang leek me dat hoorbaar. Of verbeeld ik me dat maar?

Aldalgisa werd in Barcelona gezongen door Ekaterina Gubanova. Zij acteerde eveneens uitstekend en haar geluid contrasteerde goed met dat van Radvanovsky. Bij de Met was de rivale van Norma Joyce DiDonato. Een duidelijk lichtere stem dan die van Gubanova.  Acterend stak zij Gubanova wel naar de kroon. Ook haar duetten met Norma waren een fractie scherper op de snede en iets geraffineerder. Beide Aldagisa’s zetten een uitstekend prestatie neer waarbij mijn voorkeur toch uitgaat naar DiDonato vanwege haar wat grotere stembeheersing. Zij was een ideale Aldagisa en slaagde er met succes in een vrouw uit te beelden die voortdurend  emotioneel heen en weer werd geslingerd.

Sondra Radvanovsky in Theatre del Liceu

De Pollione in de Met was Joseph Calleja. Eens zong hij als jonge man in Tilburg een Donizetti of Rossinirol. Sindsdien heeft hij zijn stem enorm ontwikkeld en zingt hij bijna uitsluitend op een wereldpodium. Hij was een uitstekende partner van zowel Norma als Aldagisa die hij beurtelings liefhad. Zijn gevoel voor drama en belcantozang combineerde hij uitstekend. Dat kan ook gezegd worden van Gregory Kunde in het Theatre del Liceu. De beide operacasts waren bijna gelijkwaardig. Dat gold ook voor de orkesten en koren, al zal iedere operaliefhebber zijn eigen genuanceerde voorkeur hebben.

Meesterwerk
De opera Norma is een meesterwerk van Bellini (1801-1835) met prachtige, langdurig uitgesponnen melodieën, die grote emoties oproepen. De uitvoering vraagt om een uitstekend orkest, een gedisciplineerd koor en hoofdrolspelers die op verschillende niveaus goed met elkaar matchen. De titelrol van de opera Norma wordt als de zwaarste van het Italiaanse repertoire beschouwd. Van de protagonist wordt een groot empathisch vermogen verwacht want zij moet een priesteres van een onderdrukt volk uitbeelden, die een verboden liefde onderhoudt en bovendien moeder is van twee kinderen. De zangeres moet een grote persoonlijkheid zijn om de ambivalente gevoelens, het statische libretto van Felice Romano en de zware zangpartij alle hun gewicht te geven. Dat geldt ook voor de rol van Aldagisa.

Conflicten

Sondra Radvanovsky in de Metropolitan Opera

Zowel in Barcelona als in New York droegen Norma en Aldagisa de voorstelling, al lieten ook de tenoren zich wel degelijk gelden. Het libretto van Romani roept veel conflictstof en gewetensproblemen op voor de protagonisten, wat de opera tot het einde spannend houdt. Het begint al wanneer Norma de Galliërs bij de hand neemt om hen er van te weerhouden een oorlog te beginnen tegen de Romeinen omdat ze er een geheime liefde op na houdt van de vijandelijke Romeinse Proconsul Pollione van wie ze twee kinderen heeft. Ze probeert grip te houden op haar rivale Aldagisa die haar haar minnaar ontneemt. Vervolgens vergeeft ze haar en neemt uiteindelijk het besluit om haar voornemen haar twee kinderen te doden, uit wraak ten opzichte van Pollione, niet uit te voeren. Nog in het eerste bedrijf wil Aldagisa ondanks aandringen van Pollione, niet met hem trouwen als ze ziet hoe haar nieuwe geliefde Norma bedroog. Gevolg: tijdelijk zijn Norma en Aldagisa vriendinnen en vallen zij elkaar, tijdens een schitterend duet, in de armen. Verrassend verzoenen Norma en Pollione zich in de slotfase van de opera terwijl nog even daarvoor Norma de dood wenste van haar vroegere minnaar. En tenslotte: Oroveso, Norma’s vader (bas), weigert aanvankelijk de kinderen van Norma en Pollione in bescherming te nemen, uit haat tegen de Romeinen, maar een ontroerende aria van Norma transformeert hem tot een medelijdende man die bereid is toch voor de veiligheid van de twee kinderen te zorgen. We zien dan Pollione en Norma samen, nu hun liefde voor elkaar toch nog terugkeert, de brandstapel op lopen. Een bevrijding?

Hoogtepunten
De opera Norma kent veel aria’s, trio’s en koorwerk. Hoogtepunten zijn voor mij vooral de twee haarscherpe duetten tussen Norma en Aldagisa. Vooral dat uit het tweede bedrijf waarin wordt getemporiseerd en vervolgens met een geniale muzikale inzet het duet weer wordt versneld. Hoeveel tijd de dames hebben gerepeteerd om zo flexibel en gelijktijdig tekst en zang onder de knie te krijgen? Ik moest later terugdenken aan de fantastische cd opnamen uit de jaren zestig van de duo’s Marilyn Horne – Joan Sutherland en Maria Callas-Christa Ludwig.

Vanzelfsprekend was er een ovatie na de aria ‘Casta diva.’ Een aria uit het eerste bedrijf met lange lijnen die iedere belcantoliefhebber koppelt aan de opera Norma en Maria Callas.

Geen regietheater
De enscenering van Kevin Newbury in Barcelona en van Sir David Mica in New York zweemde geen moment naar regietheater. Eenvoud in kostumering, keurige decors en een felle brand op de brandstapel sloten Norma als geslaagd kijkspel af.

Zowel in Barcelona als in New York was het slotapplaus dik verdiend! Een triomf!

Wie Norma live wil zien kan tot en met 4 november in de Opera van Wallonië (Luik) terecht met in de titelrol Patricia Ciofi. De regie is van Davide Garattinie Raimondi.

De Vreemdeling en zijn bewaker

Onverwachte gebeurtenissen kunnen je leven in de war schoppen maar ook verrijken. Dat laatste overkwam mij en mijn echtgenote op dinsdag 3 oktober toen we slechts een paar uur voor de aanvang besloten te gaan genieten van een voor ons totaal onbekende opera van de Oostenrijker Erich Wolfgang Korngold (1897-1957): Das Wunder der Heliane. En dat geheel onvoorbereid, eigenlijk tegen mijn principe in! De Vlaamse opera in Antwerpen creëerde een nieuwe productie die meer dan de moeite waard bleek te zijn.

Erich Wolfgang is de zoon van operacriticus Julius Korngold, die alles in het werk stelde om zijn zoon de bekendste operacomponist van de wereld te maken. De aanleiding was dat Erich al op jonge leeftijd werd gezien als een wonderkind zoals Mozart. Zo beroemd zou hij hier niet worden want de familie Korngold bivakkeerde veelal in Amerika en Erich schreef in plaats van opera’s veel filmmuziek.

Regime Hitler 
Korngold keerde na de oorlog wel terug naar zijn vaderland maar voelde er zich niet meer thuis. Voor de tweede wereldoorlog componeerde hij vijf opera’s waarvan ‘ Die tote Stadt ‘ als de meest succesvolle wordt beschouwd. In 1927 zag ‘ Das Wunder der Heliane ‘ het levenslicht in de Staatsopera van Wenen. De hoog gespannen verwachtingen werden niet ingelost. Het Weense publiek gaf de voorkeur aan de opera ‘ Johnny spielt auf ‘ van Ernst Krenek. Als reactie trok Korngold zich terug als operacomponist.
In 1934 vlucht Korngold voor het regime van Hitler, gaat in Hollywood wonen, componeert daar voornamelijk filmmuziek en wint daarmee twee Oscars. Zijn laatste opera ‘ Die Kathryn ‘ werd in 1938 door de nationaalsocialisten verboden vanwege de Joodse voorouders van Korngold (Entartete Kunst).
Korngold keert in 1954 terug naar Europa maar de veranderende smaak van het publiek geeft hem geen kans op succes. Op 29 november 1957 sterft hij in Los Angeles.

Nieuwe productie
Wat konden wij verwachten van de nieuwe productie van Das Wunder der Heliane in een helaas die avond slecht bezet operahuis? Wat schetst echter mijn verbazing te doen te hebben met een meesterwerk waarvan het libretto is geschreven door Hans Müller naar het mysteriespel van Hans Kaltneker. Wellicht mocht je van Korngold verwachten dat hij in de jaren twintig mee zou gaan in de atonale wijze van componeren zoals Webern en Schönberg. Hij stond immers niet afwijzend tegen de nieuwe harmonische wijze van componeren maar hij deed duidelijk geen afstand van de expressie mogelijkheden van de oudere muziek. Zeker, er zijn in ‘ Das Wunder der Heliane ‘ passages met atonale muziek, er wordt ook rijkelijk gestrooid met dissonanten en herhaaldelijk gewisseld van toonsoort, maar Korngold slaagt erin om nieuwe verrassende klanken te creëren. Als ik de inleider moet geloven is er sprake van een heel lastige partituur voor zowel zangers als orkest en wordt het werk daarom zo weinig uitgevoerd met als gevolg……onbekend maakt onbemind. Maar toch…. ik hoor Wagner, Strauss, Mahler en Puccini in Korngolds muziek, werkelijk fascinerend om te horen. Gespannen luister ik naar de zangers die het uiterste van zichzelf moeten geven. Deels in Sprechgesang maar ook in zeer melodische passages. Er wordt gedurende drie uur zingen heel wat energie en vocale kracht aangewend.

Hypnotiserend effect
Orkest en zangers musiceren met een klanktapijt van zinnelijke akkoorden met een hypnotiserend effect. Ook voor het fantastisch zingende koor, vertegenwoordigend een volk van een staat zonder naam, is een bijzondere rol weggelegd in een drama dat zich voornamelijk  afspeelt tussen een jaloerse, gewelddadige Heerser, zijn vrouw de Koningin en een Vreemdeling.

De Heerser en de Vreemdeling

Het drama strekt zich  ook in haar consequenties uit naar een machteloos volk dat geweld wordt aangedaan door het liefdeloos en negatief optreden van de Heerser. De Vreemdeling verschijnt. Hij is een charismatische man die predikt over liefde en geluk. en probeert een troost te zijn voor het volk maar vindt in de Heerser zijn grootste vijand. Als diens vrouw medelijdend (denk aan Parsifal), vol liefde in de ban raakt van de gevangen genomen Vreemdeling en er discussies ontstaan tussen de Heerser en een zevental rechters over een mogelijke echtbreuk door overspel van de koningin met de Vreemdeling is de verwarring groot. Ondervraging door de rechters van de koningin leidt slechts tot teleurstelling en woede van de Heerser door haar getuigenis dat zij zich slechts in gedachten aan de Vreemdeling gaf maar haar begeerte onder controle hield. Een geloofwaardig verweer? Om de waarheid boven water te krijgen eist de Heerser dat er een godsoordeel  komt. Via de zogenaamde baarproef zal Heliane, omdat ze toch rein is, in staat moeten zijn de Vreemdeling weer tot leven te wekken. Wanneer zij daarin slaagt geloven de rechters dat zij de waarheid sprak. Helaas lukt het haar niet en zal ze daarom moeten sterven. Onder druk van de menigte geeft ze alsnog toe dat ze de Vreemdeling toch heeft lief gehad. De heerser, die zegt wel van haar te houden, wil haar nu toch redden op voorwaarde dat ze zich voor het eerst in zijn leven aan hem zal geven. Ze weigert dat en het volk begeleidt haar naar de executieplaats. Dan wordt de menigte opgeschrikt door de donder. Wat blijkt? Het lichaam van de Vreemdeling is plotseling herrezen. Heliane stort zich in zijn armen waarop de Heerser haar met een zwaard doodt. De Vreemdeling zegent het volk en zet de Heerser af. Zijn macht is gebroken
Heliane en de Vreemdeling worden in de finale op bovenaardse wijze verenigd. De liefde is de overwinnaar! We vinden in dit werk van Korngold net als bij Wagner het thema van Verlossing door de Liefde terug!

Regie en protagonisten
 Regisseur David Bösch, die al eerder bij de Vlaamse opera Elektra en Idomeneo regisseerde, laat het drama spelen in een ‘ wasteland,’ een woestijnlandschap dat symbool staat voor de politieke tirannie van de Heerser die liefde en geluk aan zijn volk misgunt omdat hij de liefde  van zijn vrouw niet kan winnen. De Heerser: ‘Op liefde staat in mijn land de doodstraf.’
Over de protagonisten kan ik kort zijn. De hoofdrollen zijn fantastisch bezet. De Litouwse sopraan Ausrine Stundyte is zeer overtuigend als Heliane. Zij pareert met verve alle moeilijke en soms lange passages. De tenor Ian Storey vertolkte de rol van de Vreemdeling die als een ware idealist liefde en geluk onder het volk wilde brengen waarnaar het zo verlangt. Hij was een overtuigende boodschapper. De IJslander Tómas Tómasson beschikte over het volume en de kracht om als Heerser niet alleen de koningin maar zelfs het publiek angst aan te jagen.
Het orkest onder leiding van de al dikwijls bewierookte Alexander Joel speelde fantastisch. De noten leken over de rand van orkestbak te klotsen. Je zou denken dat de musici in de orkestbak soms verdrinken in de orkestrale vloedgolven die van tijd tot tijd opsteken. Het koor weet ondanks een decibellenveelvoud van het orkest toch te flonkeren.

Onbekend maakt onbemind…….Bekendheid en het ervaren van een muzikaal meesterwerk vragen om herhaling. Misschien een idee voor de Nationale Opera in Amsterdam! Ik wil deze opera nog wel een keer zien.

Stefania Bonfadelli

Donderdag 28 september was de zaal in het Wijkcentrum van Tilburg Noord, zoals bij de zeven voorafgaande seizoenen, weer goed gevuld. Tijdens een kort welkomstwoord van Peter Franken bracht hij de geweldige inbreng van de recent overleden  oprichter Sjef van Roessel in herinnering.

De operakeuze was dit keer gevallen op één van de grootste klassiekers uit het repertoire van Gaetano Donizetti (1796-1848) Lucia di Lammermoor. De première in 1835 was in Napels. De Franse versie in Parijs in1839. Het libretto is van Salvatore Cammarano naar de roman ‘The bride of Lammermoor ‘ van Sir Walter Scott.

Waanzinaria
De beroemde waanzinaria van deze opera hoorde ik voor het eerst toen ik een jaar of 17-18 was, op een 78 toerenplaat gezongen door de fameuze coloratuursopraan Lina Pagliughi (1907-1980). Ik vond het meteen schitterend. Een week later luisterde ik naar een operaprogramma van de Franstalige Belgische zender. Als door de bliksem getroffen bleef ik roerloos op mijn stoel zitten. Ik wist niet wat ik hoorde. Opnieuw hoorde ik de waanzinaria, voor mij toen het toppunt van belcanto, maar nu gezongen door Maria Callas. Het raakte me in hart en ziel. Niet alleen door de kracht van haar stem maar vooral ook door de dramatiek en interpretatie van deze zangeres. Lucia di Lammermoor werd vooral daardoor in mijn jeugdjaren mijn favoriete opera. Dit dramatische werk bevat behalve die waanzinaria, prachtige melodische vondsten die al snel je hart raken. Veel zangeressen namen sindsdien de rol van Lucia op maar hoe je er ook over denkt: één van de vele opnamen met Maria Callas zou je in je bezit moeten hebben. Liefst met Di Stefano en Gobbi onder de fantastische dirigent Tulio Serafin.

Marcelo Alvarez

 Standaard
U zult begrijpen dat Maria Callas voor mij de standaard werd en dat ik niet kan nalaten om iedere protagonist die de rol van Lucia zingt te vergelijken met Maria Callas. Dat deed ik dus ook toen ik in Tilburg Noord de Italiaanse sopraan Stefania  Bonfadelli (geb.1967) op een meer dan verdienstelijke wijze een geloofwaardige Lucia hoorde en zag neerzetten. Ze mistte wel de donkere kleuren in haar middenregister, waarover Callas ruimschoots beschikte, maar met haar waanzinaria oogstte ze terecht veel applaus. Ze mistte werkelijk geen hoge noot. Met de krachtige, lyrische tenor Marcelo Alvarez (1967) had ze het overigens getroffen. Hij was haar warmbloedige minnaar Edgardo di Ravenswood. Vooral in het laatste bedrijf ontroerde hij met zijn twee aria’s ‘Fra poco a me ricovero’ en ‘Tu che a Dio spiegasti l’ali.’ Ook het acteren van de Argentijn was prima. De lichte tenor Christiano Oliviero zong de rol van Lord Arturo Bucklaw. Hij had geen aangename rol als beoogd bruidegom van Lucia. Het geluid dat Oliviero liet horen was dat evenmin: te blikkerig. De Italiaanse bariton Roberto Frontali (1958) nam de rol van de duivelse Lord Enrico Ashton voor zijn rekening. Hij was er de oorzaak van dat de relatie tussen Lucia en Edgardo spaak liep.

 Het koor en orkest stond onder leiding van Patrick Fournillier. De opname in Genève van het Teatro Carlo Felice stamde uit 2003. Daar was niets mis mee. Van modern theater was geen sprake. Geen probleem voor het publiek. Iedereen was het er over eens dat men weer een mooie opera had gezien, weliswaar met een zeer dramatisch tweede helft met de moord op Arturo, de dood van Lucia en de zelfmoord van Edgardo. Dat vormde geen belemmering om van deze opera ten volle te genieten.

 

Jennifer Larmore

Wie zelden of nooit een masterclass voor zangers bezoekt, kan zich nauwelijks voorstellen hoe interessant het is om een dergelijke cessie mee te maken. Een masterclass is niet alleen leerzaam voor de zanger of zangeres die zich daar voor aanmeldt, maar ook voor het publiek. Zelden laat ik een gelegenheid voorbij gaan. In dit artikeltje probeer ik weer te geven hoe een door de Amerikaanse mezzosopraan Jennifer Larmore gehouden masterclass tijdens de voorlaatste dag van het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch, dat inmiddels al meer dan één week achter ons ligt, verloopt.

Theaterpersoonlijkheid.

Larmore is een veelzijdige mezzosopraan en een sterke theaterpersoonlijkheid.  Dat valt tijdens de masterclass onmiddellijk op. Zij is thuis in zowel barok en belcanto als in eigentijds repertoire. Jennifer Larmore zingt in alle grote operahuizen van de wereld waaronder de Metropolitan Opera in New York, La Scala in Milaan, Opéra Bastille Parijs, Deutsche Oper Berlin, Royal Opera Covent Garden in Londen. Larmore nam meer dan 100 cd’s op. Zij werkt verder aan boeken die opera toegankelijk maken voor een groot publiek.

Lichaamstaal

Op vrijdagmiddag 15 september jl. was de grote zaal van het Theater aan de Parade redelijk bezet. Onmiddellijk stelt Jennifer Larmore zangeres Vera Alkemade gerust. ’We gaan er een leuke les van maken en we zullen plezier hebben! Nou dat gebeurde ook. Van Alkemade moest eerst een aria uit Cosi fan tutte zingen. Ze stond er nog al houterig bij. Larmore testte meteen uit hoe de zangeres tegen de tekst aan keek. Ze begon die meteen wat uit te diepen en vroeg aandacht voor de lichaamstaal tijdens het zingen van de aria. De aria moet immers geloofwaardig overkomen. Het was duidelijk dat er wat ruimte moest komen om te ontspannen. Larmore daagde haar, maar ook de toeschouwers, uit om wat lichaamsoefeningen te doen. Spontaan deed iedereen mee. Het leek wel een tv uitzending van Nederland in beweging. Aan de orde kwam de wijze van bewegen op het podium, het zingen met een groot of klein volume bij een bepaalde frase maar vooral ook het behoud van energie gedurende de gehele aria. Larmore deed voor hoe je je handen kunt gebruiken als expressiemiddel, hoe je de ruimte op het podium als het ware in bezit neemt en hoe je het publiek tegemoet treedt als je een tekstuele boodschap wil overbrengen. De wijze waarop ze dat deed had enkele lachsalvo’s van het publiek tot gevolg. Je zag de zangeres plezier krijgen in wat ze deed. Nog sterker, ze onderging als het ware een complete transformatie.

Datzelfde overkwam de sopraan Mariam Fattakhova die de lastige aria Der Hölle Rache uit die Zauberflöte onder de loep wilde nemen. Aan het begin van haar sessie leek ze een zangeres die niet op een boze koningin van de Nacht leek, maar op een vastgeroeste vrouw die haar emoties geen vorm kon geven. Twintig minuten later stond er een echte Koningin van de nacht op de planken. Aanvankelijk zong ze de betreffende aria onder te grote spanning. De Fysieke ontspanning dwong Larmore af door tijdens de coloraturen haar handen vast te houden en samen te swingen. Zo kwam Fattakhova helemaal los. Mooier kon het niet zijn. Zelfs ontroerend om mee te maken.

De tenor David Fischer  had heel duidelijke enige scholing nodig om zijn aria uit de Rakes Progress van Strawinsky goed tot expressie te brengen. Larmore daagde hem uit om zijn tekst ten overstaan van het publiek al lopend te declameren. Dat leverde al een positiever beeld op dan toen hij de aria voorzong. De master slaagde er daarna zelfs is om Fischer ook een transformatie te laten ondergaan.

Jennifer ging onder luid applaus het podium af. Masterclasses? Ik raad u aan: ga er eens heen en hoop dat u de inspiratie ondervindt die Jennifer Larmore de deelnemers èn de mensen in de zaal  schonk.