Feeds:
Berichten
Reacties

Mijn vriend Paul wees mij er op dat De Volkskrant een voorbeschouwing wijdde aan een heel bijzondere concertante uitvoering van de opera Das Rheingold van Richard Wagner (1813-1883). Een voorstelling uitgevoerd door Concerto Köln waarvoor een viertal jaar geleden het initiatief was genomen

Het plan was om vier opera’s van Der Ring des Nibelungen te gaan spelen zoals ze ook in 1876 tijdens de première in Bayreuth hebben geklonken. Dus met oude instrumenten zoals barokmusici dat ook heden ten dage doen bij werken van Händel, Vivaldi en andere oude meesters. Critici waren er natuurlijk wel. Men vroeg zich af hoe zou je de doorgaans brullende Wagnerorkesten, die de Wagnerzangers qua volume overtreffen, kunnen motiveren om de partituur te reduceren tot transparante muziek, waarbij alle details prima te horen zijn. Nou dat gebeurde tijdens het Zaterdagmatinee op 20 november jl. in het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam. Er ontstond  een totaal klankbeeld dat voor mij zijn weerga niet  kende. Opvallend was de milde kracht van de blazers in de kopersectie en het geluid van de strijkinstrumenten die waren voorzien van darmsnaren en waarbij vibrato beperkt werd toegepast waardoor het soms ijzerachtige geluid van moderne instrumenten achterwege bleef.

Orkestrale muziek
Dat schitterende geluid en de prachtige orkestrale muziek ervoer ik toen ik er achter kwam dat nog diezelfde middag dat Paul me belde de uitvoering integraal en live werd uitgezonden door de radio.  Ik heb meer dan twee en  een half uur genoten van het eerste werk van de Ring. Na afloop stelde ik vast dat ik voordien nog nooit zo’n schitterende uitvoering van Das Rheingold hoorde. De toelichting die dirigent Kent Negano na afloop gaf, tijdens een afgenomen interview, maakte me duidelijk wat voor voeten had in de aarde gaf om dit project te starten. Hij benadrukte dat de fantastische akoestiek van de grote zaal van het Concertgebouw bijdroeg tot het succes van de uitvoering.

We weten dat dirigent Hartmut Haenchen voordat hij ‘onze Ring ‘ in Amsterdam leidde uitgebreid onderzoek deed naar ongerechtigheden die in de loop van de tijd in de partituur waren geslopen. Ook aan deze voorstelling is in dat opzicht wetenschappelijk onderzoek voorafgegaan. Ook nu heeft men een laag vernis van de partituur geschraapt.

Zangtechniek
Voor wat betreft de zangtechniek en de articulatie moet dat problemen hebben opgeleverd, want de wijze waarop zangers in 1876 zongen is vanzelfsprekend niet veel bekend. Er konden in die tijd immers nog geen opnamen worden gemaakt. Omdat ik dit keer enorm gefocust was op de orkestratie heb ik vermoedelijk minder scherp opgelet of ik afwijkende zang hoorde van wat ik gewend was van andere Rheingold uitvoeringen. Wel viel me op dat Negano beschikte over een uitstekende cast. Zangers die zich nooit overschreeuwden. Misschien wel solisten die beter zongen dan in de tijd van de componist. Wagner liet nogal eens merken dat hij over de prestaties van de voorhanden zijnde zangers niet tevreden was. De cast van Negano was in prima vorm. Uitblinker vond ik de tenor Thomas Mohr die de rol van de listige Loge uitstekend vertolkte qua zang en acteren. Wotan in de persoon van bas-bariton Derek Welton was nagenoeg zijn evenknie. De sopraan Stefanie Iranyi was een felle Fricka die zich zorgen maakte over haar angstige zus Freia.

Toejuichingen
Na afloop was het applaus oorverdovend en langdurig. Men had genoten van een uitvoering zoals men die nog nooit had gehoord. Paul heb ik nog geprobeerd over te halen ook naar deze uitvoering te luisteren. Zijn voorkeur ging echter uit naar een boek dat zijn volle interesse had. Hij heeft nog een kans en dat geldt ook voor mijn lezers. U kunt deze voorstelling beluisteren op: nporadio4.nl

U krijgt er geen spijt van.

Peter Année

De meesten van de ruim zestig bezoekers waren enthousiast over wat ze op 16 november 2021 is het Cultureel Centrum Jan van Besouw hoorden en zagen.
Het betrof dit keer een opname van Verdi’s opera Attila. De voorstelling van zijn negende opera werd in 2016 opgenomen in Teatro Comunale di Bologna met in de hoofdrollen: Ildebrando D’Arcangelo (bas) in de titelrol, Ezio als Romeinse generaal, Odabella als de minnares van Foresto, Maria José Siri (sopraan), Foresto, leider van bewoners van Aquileia, Fabio Sartori (tenor). Koor en orkest stonden onder leiding van dirigent Michele Mariotti. De regie was van Daniele Abbado.

Bevrijdingsopera’s
Attila stamt uit de tijd dat Verdi (1813-1901) overbelast was door het omvangrijke werk aan zijn eerste tien opera’s. Verdi voelde zich een lange tijd niet fit. Bovendien had hij zijn vrouw en twee kinderen verloren en beperkte zijn werk zich voornamelijk tot bevrijdingsopera’s. Daarin kwamen dictators voor, rebellen en veel soldaten en officieren. De protagonisten die deze rollen vertolken zijn doorgaans zangers die stevig voor de dag kunnen komen. Ze beschikken over een groot volume, ze stellen zich krijgshaftig op en het lijkt wel of ze weinig empathie hebben voor hun medemensen. Attila, de koning van het nomadenvolk de Hunnen, is daar een voorbeeld van. Hij leidde zijn volk van 434 tot en met 453. Attila was door de vernietigende kracht van zijn leger een bedreiging vooral voor de in Italië wonende bevolking. Hij had veel vijanden. In deze opera moest hij het o.a. opnemen tegen generaal Ezio, de afgezant van de keizer van Rome, die in onmin leefde met zijn superieuren. Ezio stelde dan ook aan Atilla voor om de wereld als het ware te verdelen. Attila mocht de heerschappij krijgen over het universum op voorwaarde dat hij, Ezio, Italië in zijn macht zou krijgen. Attila ging niet op dit voorstel in waardoor de verhouding tussen deze twee krijgers gespannen bleef en zijn hoogtepunt vond in het plan van de burger Foresto uit Aquilino om samen tegen Attila niet alleen in het strijdperk te treden maar hem ook nog te vergiftigen. Dat laatste werd voorkomen door Odabella die Attila op de hoogte bracht van de geplande moordaanslag. Dat Attila in de finale van de opera toch het loodje legde was opnieuw toe te schijven aan Odabella, die Attila met het zwaard, waarmee haar vader ooit door Attila was doodgestoken, uit wraak daarvoor Attila het eeuwige leven in joeg.

Odabella fantastisch
De cast zag er goed uit. De muziek was de protagonisten op het lijf geschreven. Uitblinker was in mijn beleving de sopraan Maria José Siri. De Uruguayaanse sopraan werpt zich in de rol van Odabella, op als een verleidster en doder. Ze toont daarbij durf, vaardigheid en kracht en handhaaft een hoge vorm van expressie. Ze bereikt met groot gemak haar hoge tonen en beseft dat ze haar coloraturen en spectaculaire aria’s in dienst moet stellen van het drama. Ze houdt vol overtuiging van haar minnaar Foresto, vertolkt door de wat zwaarlijvige Fabio Sartori. De tenor heeft een mooie heldere stem. Zijn stembuigingen zijn een lust voor het oor. Iets meer oog voor het acteren zou niet verkeerd zijn. Zijn collega, de bas-bariton Ildebrando d’Arcangelo als Attila, profileert zich als een ongetemde bruut die niet aarzelt om Odabella tot vrouw te nemen zonder haar toestemming te vragen. Met gevangen genomen krijgers en burgers gaat hij niet zachtzinnig om. De bariton Simone Piazolla als Ezio tracht de evenknie te zijn van Attila. Dat lukt hem niet maar zijn zangprestatie is prima. Hij vervult tijdens zijn aria’s en duetten de rol die hem aantrekkelijk maakt voor de toeschouwers. Die van een militair die zich kennelijk ook met politiek bemoeit maar op dat laatste vlak niet succesvol is.

Koren
Een opera van Verdi wordt door veel mensen beoordeeld op grond van de kwaliteit en de veelheid koren. Daar heeft men in Attila niet over te klagen.

Iedere strijdbare figuur op het podium heeft zijn eigen aanhang. Soms zijn dat soldaten, dan weer brave en/of klagende burgers. De koren bewegen zich wat statisch over het podium maar de vele mannen en vrouwen zingen gedisciplineerd en enthousiast. Daarbij zorgde Verdi er voor dat er diverse koorpartituren in deze opera zijn opgenomen die wat luchtig zijn en voorzien van een dansritme waardoor de somberheid van het werk toch de lichte toets krijgt die het verdient.

Verdi at full throttle: an exhilarating Attila returns to La Fenice |  Bachtrack

De opera Attila werd evenals Nabucco door de toenmalige Patriottische Italianen ervaren als een strijdkreet die pleitte voor een Italiaanse eenwordingsbeweging. Daar droegen de koren in niet geringe mate aan bij.

Herinnering
Tientallen jaren geleden werd dit werk opgevoerd in de Schouwburg van Tilburg. Het koor bestond uit amateurs onder leiding van de bekende dirigent Jan Janssen. Ik herinner me nog goed hoe die uitvoering in de smaak viel. Enthousiasme en veel oefenen lagen aan de basis van het succes. Bij mij viel het werk zodanig in de smaak dat ik me na zoveel jaren verschillende delen uit het werk van Verdi kan herinneren.  Zelfs dat Peter van Hoesel uit Riel de rol van Attila bekwaam invulde!

Samengevat: Attila’s huidige uitvoering van de producent Daniele Abbado’s met de  gevreesde krijgerkoning Ildebrando d’Arcangelo en Marie José Siri als een formidabele Odabella, is de evenknie van de meest bekende uitvoering onder leiding van dirigent Mutti met Samuel Ramey als Attila in 1991 in de Scala van Milaan.

Zondagmorgen 31 oktober 2021. Ik vertrek om 10.30 uur naar de Pathé bioscoop in Tilburg. Om 11.00 begint de vanuit de Metropolitan Opera door gestreamde opera. Mijn verwachtingen zijn hoog gespannen omdat ik enkele recensies las in de kranten van New York. De titel van het werk van een zekere Blanchard zegt me niets. U wel? ‘Fire Shut Up in My Bones’ heet de opera. Mijn operakennissen hebben er evenmin van gehoord. Voor hen een reden om thuis te blijven. Slechts tien mensen zijn naar de bioscoop gekomen. Ik schreef in de u toegestuurde voorbeschouwing dat de Amerikaanse kranten uitsluitend lovende kritieken schreven. Dat werd voor de zoveelste keer geen lokkertje om mensen over te halen naar Pathé te komen.

Verbazing
Omstreeks 14.00 uur constateer ook ik, en met mij enkele aanwezigen, dat we getuige zijn geweest van een formidabel werk waarvan de uitvoering zonder meer top was. Natuurlijk is het bijzonder dat een opera voor het eerst in het 138-jarig bestaan van de Met was gecomponeerd door een zwarte componist. Zijn naam: Terence Blanchard. Het perfecte, poëtische, en vooral aangrijpend libretto was afkomstig van de actrice, filmregisseuse, scenarioschrijfster Karin Kasi en gebaseerd op de autobiografie uit 2014 van Charles M. Blow.
De opera is een gelaagd psychologisch drama. Charles ervaringen tijdens zijn jeugdjaren worden weergeven vanuit een volwassen perspectief door een volwassen Charles. Maar ook door een heel jonge protagonist die vertolkt wat in de herinnering van de oudere Charles naar boven komt.           
De verkrachting van de 7-jarige Charles door zijn neef Chester die tot een trauma leidt speelt daarbij een centrale rol. Voor het zo ver was maakte de jongen nog meer schokkende dingen mee. Hij werd voortdurend gepest door leeftijdsgenoten, die hem beschouwden als een ‘watje’ en er hun eigen egoïstische leefregels op na hielden. Ze eisten van hem dat hij zou leven zoals zij ‘als een echte man’. Dat wil zeggen zijn eigen wil volgen en het ouderlijk gezag naast zich neer leggen. Met die levenshouding kon de jonge Charles niet instemmen. In zijn jonge jaren hunkerde Charles wanhopig naar meer genegenheid van zijn moeder Billie. Als  Charles opgroeit als puber is hij erg verward en dikwijls woedend. Hij wil er alles aan doen om het vertrouwen van zijn medemensen te krijgen en te worden geaccepteerd zoals hij is. Hij lijdt vooral door de gedachte dat hij wellicht zelf medeschuldig is aan de verkrachting door zijn neef. Hij heeft het gevoel in zonde te leven en bezoekt een predikant van de Baptistenkerk om in het bijzijn van gelovigen, door een onderdompeling, bevrijd te worden van zijn zonde. De gelovigen juichen na de doop alsof er een belangrijk doelpunt is gescoord in een voetbalwedstrijd. Het helpt hem niet. Hij zit met een trauma. Is dat zijn lot?

Op een zeker moment wordt Charles toegelaten tot Grambling State University. Daar ondergaat hij een aantal ontgroeningsrituelen waarbij hij wordt vernederd. De pijn die hij ervaart is voor hem niets nieuws. Hij ondergaat het stoïcijns maar kan zich nadien niet verbinden met zijn medestudenten.

Hoe gaat het met moeder Billie? Billie is een hartelijke vrouw met een hard leven die niet kon voldoen aan de wens van haar zoon om hem meer aandacht te schenken. Ze moest vijf kinderen opvoeden, dagelijks werken in een kippenfarm en leven met een man (Spinner) die haar steeds bedroog en misbruikte. Haar echtgenoot Spinner heeft zij na een confrontatie over diens gedrag bedreigd met een pistool en hem daarna het huis uit gegooid en met haar vijf kinderen een onderkomen gevonden bij oom Paul.

Liefdesroes
Charles ontmoet onverwachts in een nachtclub een jonge vrouw. Ze heet Greta. Het wonder geschiedt. Het klikt tussen die twee en ze raken in een liefdesroes. Eindelijk krijgt Charles kortstondig waar hij zo naar verlangde. De warmte van een vrouwenlijf en intimiteit. Toch weten beiden dat ze voor elkaar een geheim bewaren. De spanning loopt op. Charles vertelt dan over de verkrachting door zijn neef. Het is een trauma en een geheim. Greta, vertolkt door Angel Blue, openbaart dat zij van Charles houdt maar al koos voor een andere man en vindt dat ze die belofte moet houden. Ze gaan verdrietig uit elkaar. Charles voelt zich weer eenzaam. Eenzaamheid en Lotsbepaling (Destinity), in de voorstelling prachtig verpersoonlijkt door de stralende sopraan Angel Blue, slaan weer onbarmhartig toe. Wat nu? Hij belt naar zijn moeder die hem vertelt dat zijn neef Chester bij haar op bezoek is. Charles besluit om naar huis terug te keren en neemt een pistool mee. Zal hij wraak nemen? Zal hij de trekker overhalen? Lost een executie iets op voor Charles? Maar dan verschijnt de jongere versie van Charles die hem adviseert af te zien van wraak en een nieuw leven te beginnen. Zo geschiedde!!

De muziek
Muzikaal is de opera ook zeer geslaagd. De orkestratie onder leiding van dirigent Yannick Németh-Séguin klonk steeds aangenaam en dikwijls opwindend. De muziek bestond uit een mix van jazz, blues, gospel en klassieke muziek. Het zat harmonisch goed in elkaar met soms grillige ritmes en scherpe dissonanten. Ook de zang paste zich daar goed bij aan.

De cast
De zangerscast was uitstekend bezet. Ook de acteerprestaties waren uitmuntend. De personages kwamen zeer geloofwaardig over. De meest opvallende rollen waren die van Charles de volwassene, vertolkt door de bariton Will Liverman en Charles junior, vertolkt door de jonge Walter Russel, die over een zachtaardige jongens sopraan beschikte. Hij oogstte na afloop veel applaus begeleidt door een waterval van strooiglitter dat hem diep ontroerde. De rol van Chester werd op een uitdagende wijze gespeeld door Chris Kenney.
Een belangrijke rol was weggelegd voor de uitstekende sopraan Latonia Moore als Billie. Zij zong op ontroerende wijze haar moederrol en combineerde die met een sterke acteerprestatie. Voor de rol van de impopulaire echtgenoot Spinner, die het leven voor zijn vrouw Billie tot een hel maakte, tekende de tenor Chaunkey Parker.
Angel Blue zong maar liefst drie rollen. Zij belichaamde Eenzaamheid, Destinity en Gerta de onverwachte geliefde van Charles.

De choreografie was in handen van Camille A.Brown. De recensenten waren zeer tevreden over de balletten maar vooral ook de toeschouwers die soms zelfs uit hun stoelen sprongen.

Samenvatting
De opera is in New York met groot enthousiasme ontvangen. Een taboe werd doorbroken. Een pluim vooral voor Terence Blanchard, de eerste zwarte componist bij de Met. Na afloop waren de toejuichingen ovationeel en een kijkje achter het grote doek loog er niet om. De protagonisten vielen in elkaars armen. Zij wisten dat hun optreden succesvol was geweest en dat er wellicht juist daardoor meer plaats komt voor diversiteit in ‘s werelds grootste operahuis en dat er dan zonder minachting wordt gesproken over niet klassieke werken. Dat zou de grootste verdienste zijn van deze voorstelling.

Pymen en Dimitri

In meer dan 140 landen zond the Metropolitan Opera van New York elf jaar geleden live de spektakel opera Boris Godoenov uit naar talrijke bioscopen. Productieleider Stephen Wadsworth haalde toen alles uit de kast gehaald om een klassieke uitvoering van dit enorme werk van meer dan vier uur tot een succes te maken.
Nu zoveel jaren later verving hij de uitvoering die in 1872 het levenslicht zag door die van 1869, een andere versie dus, die slechts twee uur en een kwartier duurde en bestond uit zeven scènes. Van welke versie ik het meest genoten heb, kan ik niet precies vertellen maar ik denk dat ik toch na die van 1972 met een groter gevoel van tevredenheid naar huis ben gegaan. Wat blijft is dat Boris Godoenov voor mij een meesterwerk is. Het wat completere verhaal sprak mij meer aan en ik meen van de orkestratie van dat jaar meer te hebben vast gehouden als zeer bijzonder.
Libretto
Componist Modest Moessorgsky (1839-1881) schreef behalve de muziek ook de tekst. Dat deed hij tussen 1868 en 1869. De opera behandelt enerzijds het lijden van het Russische volk onder de Tsaar Boris Godoenov (1551-1605) en anderzijds diens permanente  gewetenswroeging over zijn belastende rol bij de moord op de troonopvolger Dimitri. Uiteindelijk leidt dit reeds door Poesjkin (1799-1837) geschreven drama tot de waanzin en dood van Boris.

Boris Godonov

Grote namen
Het was 47 jaar geleden dat een productie van dit werk, versie 1869, in de Met voor het eerst weer het levenslicht zag. Men keek dus halsreikend uit naar deze nieuwe uitgave. Er waren daarvoor enkele grote namen gecast. Op de bok stond 11 jaar geleden de ook in ons land beroemde dirigent Valery Gergiev. Dit keer stond dirigent Sebastian Weigle op de bok. Hij leidde solisten, koor en orkest uitstekend door de partituur en zorgde voor een vitale uitvoering van dit dramatische werk. De hoofdrol was wederom weggelegd voor de Duitse bas René Pape. Die levert vakwerk af. Hij presenteerde Boris vooral in de aanvangsfase als een weifelende leider van een ontevreden volk. Hij liet zich in de eerste scene al bijna uit het veld slaan door de Heilige dwaas die alsmaar rondjes over het podium draaide en die zich later door een pesterige jeugd een paar kopeken liet ontfutselen. De dwaas (Myles Mykkanen) toonde voortdurend zijn lijdend  karakter. Opvallend was dat hij niet wenste te bidden voor de tsaar. Ook Boris’ entree tijdens de kroningsscene verliep haperend. Hij is een weifelend optredende Tsaar. Was hij wel de man die er in zou slagen het Russische volk een goed leven te bezorgen? Diezelfde Boris trad later zeer hard op tegen zijn onderdanen maar toonde zich daarentegen een bezorgde, tedere vader voor zijn kinderen die hij met de nodige empathie tegemoet trad. Zijn zoon Feodor trachtte hij met zijn adviezen tot een goede opvolger te maken zodat hij de troon waardig zou zijn. Hij troostte zijn dochter Xenja vanwege het overlijden van haar toekomstige echtgenoot. Pape liet enerzijds een wat rauwe Boris horen maar met zijn krachtige sonore stem en zijn acteertalent vertolkte hij zijn rol op adembenemende wijze. Indrukwekkend!
Met debuut van Ain Anger
Even indrukwekkend werd de rol van de in het wit geklede, kroniekschrijver Pimen vertolkt door de  Estense bas Ain Anger. Zijn optreden was tevens zijn Met debuut. Op het podium lag een groot dik boek uitgestald waarin Pimen de geschiedenis van Rusland beschreef. Hij deed oprecht aan waarheidsvinding met betrekking tot de moord op de zevenjarige troonopvolger die op de plaats van Boris op de troon had moeten zitten. Boris had een leidende rol bij dat complot. Dat vergalde hem verder zijn hele leven door zijn niet aflatende schuldgevoelens.Een andere opvallende protagonist was Maxim Paster. Hij vertolkte de rol van de sluwe Shuisky. Hij deed wat van hem werd verwacht. Goed zingen en acteren! Zijn lichaamstaal sprak boekdelen. Zijn attitude ten opzichte van Boris in de Doema en vooral in het bijzijn van de bojaren getuigde van een groot acteertalent die weet hoe hij personen tegen elkaar moet uitspelen. Hij beschikte bovendien over een grote stem die indruk maakte. Opvallend was de mooie en krachtige mezzo van Tachina Vaughn. Zij acteerde uitstekend als waardin.
Koor
Een belangrijke taak was weggelegd voor het koor. Het succes van een werk als dit is voor een belangrijk deel afhankelijk van de prestaties van het koor. 140 koorleden zongen op inspirerende wijze hun uiteenlopende teksten. Dit koor beeldde prachtig het lijden uit van het Russische volk, maar ook een jubelende menigte tijdens de kroning van de tsaar. Het koor trad vervolgens op als pelgrims en de mannen formeerden zich tot de bojaren tijdens een bijeenkomst in de Doema. Acteerden de leden van het koor? Het is verre van gemakkelijk om veel koorleden min of meer gelijktijdig op een podium in beweging te brengen. Er waren nu gelukkig geen statische beelden.

Boris Godonov met zoontje Feodor

Deze uitvoering zag ik op zondag 17 oktober 2021 in het Pathé theater in Tilburg. Tot mijn stomme verbazing waren er slechts 25 mensen of afgekomen. Diegenen die thuis bleven hadden ongelijk. Het was die zondagochtend de moeite waard om je in een van de grootste operahuizen van de wereld te wanen. Elf jaar geleden waren slechts een tiental mensen op deze opera af gekomen. Er was dus vooruitgang. Hoe klein dan ook.

Alexander Zemlinsky werd in 1871 in Wenen geboren en overleed in Amerka in 1942 aan een hersenbloeding. Hij vluchtte destijds naar Amerika vanwege de bedreigingen van het naziregime. Beroemd is hij niet geweest, daarvoor werden zijn werken te zeldzaam gespeeld. Zijn componeertalent werd wel al vroeg opgemerkt door Brahms. Hij hield ook contact met Arnold Schönberg die hem bewonderde en in die tijd atonale muziek componeerde. Zemlinsky bleef altijd een tonaal denkende laatromanticus al zocht hij in zijn donkere, vaak onheilspellende, volle, kleurrijke orkestmuziek altijd de grenzen op van de harmonische taal.

Zijn lyrische symfonie uit 1923 is een prachtig muziekstuk en van zijn opera’s, hij componeerde er zeven, zijn  Die Seejungfrau (1903) en Der Zwerg (1921) zeer de moeite waard om te beluisteren.

Seizoen opening
De nationale opera in Amsterdam voerde laatstgenoemde opera uit tijdens de seizoen opening 2021-2022. Het bleek meer dan de moeite waard. Je zult als je gebruik maakt van de streaming van Operavision ongetwijfeld genieten van de uitstekende zingende solisten en van de dikwijls volle orkestmuziek, die verwant lijkt aan die van Richard Wagner. Het Nederlands Philharmonisch Orkest stond onder leiding van de nieuwe Italiaanse dirigent Lorenzo Viotti die een contract tekende voor drie jaar. Hij leidde het orkest met drukke en grote gebaren door de partituur. Het orkest volgde de door hem aangebrachte dynamische accenten gezagsgetrouw op. Mede daardoor werd der Zwerg een uitstekend begin van het nieuwe operaseizoen. Opvallend was dat de Nederlandse theater- en filmregisseuse Nanouk Leopold, die tijdens deze voorstelling haar operadebuut maakte, er voor koos het orkest niet in de orkestbak te laten spelen maar achter op het podium.

Bijzonder cadeau
Der Zwerg is de zesde opera van Zemlinsky. Librettist was de Oostenrijkse jongeman Georg Klaren die zijn tekst schreef naar een verhaal van Oscar Wilde waarin de Spaanse kroonprinses voor haar verjaardag een heel bijzonder cadeau krijgt: een klein mensje. Zij krijgt dat cadeau omdat hij een leuk speeltje is die aardig kan dansen. Tot ieders vermaak is dat mensje zich niet bewust van zijn kleine gestalte. Al snel ontwikkelen zich gevoelens tussen het prinsesje en de dwerg, maar welke kans hebben ze in een wereld waarin alles anders is?

Nanouk Leopold laat het sprookje spelen bij een hof waarin de hofdames uitgedost zijn in roze jurken en opgetuigd met varkenskoppen en poten. De vier zangeressen zingen uitstekend en de eerste hofdame (Ghita), de bekende Duitse Annette Dasch, beschikt over prachtig stemmateriaal. Zij droeg haar rol zingend en spelend uitstekend voor.

Uitsluiting
De rol van de dwerg werd vertolkt door de Amerikaanse heldentenor Clay Hilley. Het prinsesje of wel de Infanta Donna Clara had een volwaardig vertolkster in de Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten. Beiden zongen prachtig en bleven stabiel zowel in de hoge als lage registers. Ze gingen ook fantastisch om met de dynamiek die in de rollen zit opgesloten. Hun stemmen pasten zich perfect aan bij de teksten en zij speelden als volleerde toneelacteurs. Wat mij betreft niets dan lof. Het kan je niet ontgaan dat beiden veel gevraagde solisten zijn op de wereldpodia. Op het toneel kon men zich weinig verplaatsen omdat de protagonisten individueel opgesloten zaten in een kleine ruimte (een doorzichtige kist).Dat bracht tot uiting at van echte communicatie tussen hen geen sprake was en uitsluiting van de Dwerg onvermijdelijk bleek. Uitsluiting was ook het kernprobleem in dit werk van Zemlinsky. De dwerg weet echt niet dat hij lelijk is en dat de mensen hem daarom belachelijk maken. Wat hij ziet lijkt steeds anders te zijn dan wat anderen zien en ervaren. De onthulling van een spiegelbeeld is weggewerkt zodat je bij een onthulling denkt: O ja er is ook een spiegel. Dat de dwerg een buitenstaander is is  duidelijk. De hovelingen zijn gehuld in onflatteuze jurken maar de dwerg is vreemd genoeg vermomd als een vogel in een prachtig kleurrijk kostuum. Daar is hij zich vermoedelijk niet van bewust waardoor de afschuw van zichzelf haast ongeloofwaardig is.
Zelfreflectie
Een dergelijk verhaal brengt me op de gedachte en op de vraag: Ken ik mezelf? Ken ik me zoals de anderen mij kennen? Wat is daarbij geloofwaardig? Heb ik om mezelf te kennen een spiegel nodig? Het zijn existentiële vragen. Goed dat ze in een opera ook worden gesteld!

Deze voorstelling van de Nationale opera is opgenomen op 12 september 2021 en die kunt u zien via de website operavision.eu  op uw pc of I-Pad tot 18 december 2021  12.00 uur.  De voorstelling is gezongen in het Duits. Ondertiteling in 100 talen is mogelijk, waaronder Nederlands.

Beste operaliefhebbers,

Vandaag een eerste poging om mijn gestrande weblog nieuw leven in te blazen.

Ik berichtte u eerder dat De Metropolitain Opera in New York het komende operaseizoen opnieuw voorstellingen gaat streamen naar talloze bioscopen over de hele wereld. Ook in Tilburg bij de Pathé bioscoop centrum kunnen operaliefhebbers daarvan profiteren.

Het nieuwe seizoen gaat in Tilburg van start op zondag 17 oktober 2021 met de Russische opera Boris Godoenov van de componist Moessorgsky. U krijgt daarover nog nadere  informatie. Nu al vast een aansporing om de datum in uw agenda vast te leggen.
De voorstelling begint om 11.00 uur. Bij deze opera blijft het niet.

U kunt net als voor Boris Godoenov nu al digitaal toegangskaarten reserveren voor onderstaande voorstellingen via de website van de Pathébioscoop:

Zondag 31 oktober de nog onbekende opera ‘Fire shut up in my bones’ van Terence Blanchard.

Zondag 12 december 2021: De opera Eurydice van Matthew Aucoin.

Zondag 6 februari 2022: De opera Rigoletto van Giuseppe Verdi.

Zondag 20 maart 2022: De opera Ariadne auf Naxos van Richard Strauss.

Wanneer u verhinderd bent om een werk te bezoeken en u wilt er toch kennis van nemen, dan bestaat de mogelijkheid om de opera op een andere locatie te zien. De website van Pathé geeft aan waar u terecht kunt. Kijk op de site:  http://www.patheopera.nl

Ik hoop dat deze mededeling iedereen bereikt zodat we spoedig de weblog weer in gebruik kunnen nemen om u periodiek te voorzien van actuele berichten over het fenomeen opera.

Hartelijke groet,
Peter Année

Tristan und Isolde van Richard Wagner (1813-1883) is een lievelingswerk van mij. IK heb de opera diverse keren gezien en bezit verschillende cd en dvd opnamen van het werk. De opname die ik vandaag bespreek op mijn weblog is een van de mooiste die ik ooit hoorde. Dat is vooral te danken aan dirigent Christan Thielemann die het orkest in Bayreuth volledig naar zijn hand zette. Tristan und Isolde ging in première in juni 1865 in München.

Voor mij was het lang geleden dat ik het meesterwerk live zag in Amsterdam (2001) onder leiding van dirigent Sir Simon Rattle. Vijftien jaar later, op een groot bioscoopscherm van Pathé in Tilburg,  tijdens een gestreamde uitvoering vanuit de Metropolitan uit New York herinner ik me een geweldig zingende Nina Stemme in de hoofdrol. Beide uitvoeringen waren prachtig, ontroerend! Dat is me wel bijgebleven.

Nog een bijzondere voorstelling vond ik die in het Aalto theater in Essen. De Isolderol werd gezongen door de sopraan Evelyn Herlitzius. Ik wist niet wat ik hoorde bij de eerste tonen van de sopraan.  Een tamelijk kleine gestalte produceerde een helder en krachtig geluid dat er borg voor stond dat ze niet werd overruled door een sterk volumineus orkest van meer dan honderd musici en een Tristan die van hetzelfde kaliber was als de sopraan.

De cast

Ik nam me de afgelopen dagen voor om mijn herinnering aan Evelyn Herlitzius  opnieuw tot leven te wekken toen ik op YouTube zag dat zij de rol van Isolde, nu zoveel jaren later, weer zong in een voorstelling waarin ‘mijn stersopraan ‘ditmaal niet de eerste prijs won, maar die moest laten aan  dirigent Christiaan Thielemann die de voorstelling naar een ongekend hoogtepunt voerde.  Ik nodig u uit om op YouTube Tristan und Isolde te beluisteren met Stephen Young  als Tristan,  Evelyn Herlitzius als Isolde, Georg Zeppenfeld als Koning Marke, Lain Paterson als Kurnewal, Christa Mayer als Brangäne en Raimond Nolte als Merlot. De opname is uit 2015 van de Bayreuther Festspiele.

Regietheater

Een belangrijke rol was weggelegd voor Katarina Wagner als regisseur. Ze toonde grote affiniteit met regietheater. Dat was vanaf het eerste bedrijf klip en klaar. De toeschouwers werden geconfronteerd met een labyrint aan stellages en gangen waarvan geen mens weet waar die heen moesten leiden. Wellicht een metafoor voor de onrust en onzekerheid die in het Keltische verhaal een belangrijke rol speelt. Veelal bevonden zich op die stellages Kurnewal, Brangäne en Koning Marke die toekijken wat zich afspeelt tussen Tristan en Isolde. Soms lijken de protagonisten gevangen in de metalen hekken.

Pas na vier uur zang en toneel mocht de fantastische cast de ovatie van het enthousiaste publiek in ontvangst nemen. Dat gold vooral voor de heldentenor Stephen Young en de dramatische sopraan Evelyn Herlitzius. Young ging als Tristan geheel op in de liefde voor Isolde. Zijn zang was afwisselend fors en teder en zijn acteren zeer geloofwaardig. De beide hoofdrolspelers zongen fraai hun teksten en tijdens het grote liefdesduet in het tweede bedrijf, dat bijna een half uur duurde, vermengde hun zang zich zodanig dat zij daarmee de suggestie wekten mentaal en fysiek een eenheid te vormen. Tegen de achtergrond van het toneel zag men in perspectief  hoe de geliefden zich verliezen in een oplossend wit licht. Een fraaie uitbeelding van versmelting.

De vraag naar de werkelijkheid

Tristan und Isolde tonen zich in de eerste acte soms onzeker over hun wijze van zijn. De vraag naar de werkelijkheid wordt door de hoofdpersonen gesteld. Tristan vraagt: ‘ Waar ben ik?’ Isolde: ‘Waar zijn wij?’ Geen wonder dat woorden als mysterieus, geheimzinnig, verlangen, ongrijpbaar en ontzaglijk een bepaalde kijk op de werkelijkheid oproepen bij de protagonisten.

Hoe spannend is het moment uit het eerste bedrijf wanneer de op wraak beluste Isolde samen met Tristan in plaats van een dodelijk gif een door Brangäne ingeschonken liefdesdrank  over hun handen laten vloeien en zij voor het eerst hevig verliefd in elkaars armen vallen. Hoe hard en triest is daarna de scheiding van het verliefde paar wanneer Tristan aan het einde van hun boottocht Isolde als beloofde bruid op klaarlichte dag overdraagt aan Koning Marke.

Dag en nacht

Tijdens het tweede bedrijf wordt duidelijk dat Tristan en Isolde elkaar uitsluitend nog kunnen ontmoeten tijdens de afwezigheid van Koning Marke die met Melot op jacht is. Zij ontmoeten elkaar in een huisje op een afgelegen plek. Afgesproken is dat de dienster van Isolde, Brangäne, de wacht zal houden en waarschuwen voor aankomend gevaar. Verlangend naar Tristan dooft Isolde de kaarsen. Het is het afgesproken teken dat de weg voor Tristan vrij is om Isolde te ontmoeten. In steeds vuriger bewoordingen verwensen Tristan en Isolde vervolgens de bedrieglijke begoocheling van de dag, de dag die hen scheidde, en bezingen ze nadrukkelijk de nacht en de dood als hun ware vaderland. Zij achten zich in een paradijselijke toestand. Zij letten niet op de dringende waarschuwingen van Brangäne dat de nacht ten einde loopt en de komst van koning Marke en Melot steeds waarschijnlijker wordt. De steeds extatischer wordende dialoog wordt ruw onderbroken bij de komst van beiden. De diep gekwetste koning vraagt steeds dringender naar de voor hem onbegrijpelijke reden voor de ontrouw en de woordbreuk van zijn vriend Tristan. Tristan zegt zijn vraag niet te kunnen beantwoorden en verlangt hulpeloos naar het wonderlijke van de eeuwige nacht. Isolde is bereid hem te volgen. Dit is voor de ambitieuze Melot te veel. Woedend stort hij zich op Tristan die hij naar later blijkt dodelijk  verwont.

De rol van koning Marke was toebedeeld aan de bas Georg Zeppenfeld . Zijn stem is prachtig en hij brengt zijn rol geloofwaardig voor het voetlicht. Ook nu, want hij toonde zich een geschokte koning die zich in een onverwachte situatie bevond die hij niet kon bevatten. Zijn grote monoloog die begon met de woorden ‘ Tatest du wirklich ‘ was ‘dramma per musica’ in de ware zin van het woord. Groots gezongen en voorgedragen.

Vervulling

De derde acte stond in het teken van de dood. We worden op intense wijze deelgenoot gemaakt van Tristans balanceren halverwege pijn en extase. Zijn koortsdromen zijn verbeeld tegen de achtergrond van het decor opflitsende impressies van Isolde die staan voor de hallucinaties waaraan hij ten prooi is. Young staat voor een uitputtende derde acte zijn mannetje. Hij zingt dramatisch, dan weer lyrisch. Fantastisch!

De goed zingende en acterende protagonisten Melot, Kurwenal kwamen in een gevecht om het leven in het bijzijn van Brangäne, uitstekend vertolkt door  Christa Mayer. Van een romantische dood was bij hen geen sprake. Dat lag wat anders bij Tristan und Isolde die bijna direct na elkaar hun wens om in liefde te sterven in vervulling zagen gaan. De muziek sprak voor zich. Het dissonante Tristanakkoord vond in haar oplossende consonanten en het ‘Mild und leise’ van Isolde de vervulling van een door hen gewenste paradijselijke toestand.

Christian Thielemann, ster van de voorstelling

Wanneer men in een opera over een ster spreekt betreft het meestal een zanger die een voortreffelijke, uitzonderlijke  prestatie neerzet. In dit geval gaat mijn bewondering in hoge mate uit naar Christian Thielemann die het orkest van de Bayreuther Festspiele leidde. Hij stond er borg dat de muzikale magie van het werk geen moment verloren ging.  De partituur van de muziek in deze symfonisch aandoende opera biedt tal van momenten die de moeite waard zijn om je te herinneren. Denk aan het zogenaamde dissonante Tristanmotief waarmee de opera begint en dat een metafoor is voor de fundamentele stemming van dit muzikale drama. Kwelling, onzekerheid en miscommunicatie. Het orkest speelde een evenwaardige rol als de zangers. Zij maakten deel uit van een werk waarin het oneindige verlangen naar een eeuwige liefde en de dood centraal staat en waarin niet alleen Tristan und Isolde zich in een paradijselijk toestand wanen, maar waarin ik me kan voorstellen dat de toeschouwers dat ook ervoeren. Teksten die bij tederheid en bij verraad en ontrouw passen, wisselen zich af als eb en vloed zodat Thielemans dynamiek met zijn afwisselende tempi volstrekt natuurlijk overkomt.

Tenslotte: Luister enige tijd nadat u het werk geheel hebt gehoord nog eens naar de Liebestod van Isolde  en naar het orkestrale aandeel daarvan in deze aria. U zult het nooit meer vergeten!

De opname uit 2015 vindt u op YouTube en is afkomstig van de Bayreuther Festspiele.

De drie hoofdrolspelers

We zitten met 37 mensen bij elkaar op de voorgeschreven 1.50 meter afstand. Het is immers coronatijd. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Tosca van de Italiaanse componist Giacomo van Puccini (1858-1924) staat op het programma. Een populair werk naar het toneelstuk la Tosca van Victorien Sardou uit 1887. De première ging op 14 januari 1900 in Teatro  Constanzi in Rome. Puccini stelde voor zijn Tosca twee librettisten aan: Illica en Giacosa.
Tosca is een  doorgecomponeerd werk en klinkt zeer afwisselend, afhankelijk van de situatie. De aria’s, voorzien van prachtige legato bogen, worden afgewisseld met heel spannend gezongen dialogen die bij een dergelijk stuk passen.  De opera, opgenomen in 2011 in Londen, bevat echter ook  enkele gruwelijke scènes waaronder een marteling om een bekentenis af te dwingen van Cavaradossi die de gevluchte libertijn Angelotti  hielp te ontsnappen aan Scarpia. Deze politieman was aangesteld om iedere libertijn die hij tegenkwam op te sluiten in de Engelenburcht, te verhoren, te martelen en ter dood te brengen. Opvallend was dat de toeschouwers na afloop terecht vol lof waren over de stemmen en muziek maar nauwelijks gruwden van de martelscène die Cavaradossi onderging.
Napoleon
Wat is er aan de hand?  Rond 1800 is Napoleon Bonaparte met zijn leger vanuit Frankrijk de Alpen overgestoken om het door de Oostenrijkers bezette gebied in Italië te veroveren met het doel Oost Europa in zijn macht te krijgen. Napoleon sticht de Romeinse republiek die later weer ter ziele gaat.
De opera speelt in Rome en boeit  tot de laatste minuut. Moord, spionage en crimineel gedrag spelen een belangrijke rol. Daarin speelt de politiechef Scarpia een centrale rol. De eerste schrille tonen van de opera, het Scarpia motief, verwijzen al naar de akelige politiechef  Scarpia die slechts twee doelen nastreeft. Het eerste is de ontsnapte politieke gevangenen Angelotti en de kunstschilder Cavaradossi zo spoedig mogelijk aan de galg laten hangen. Het tweede door afpersing de minnares van laatstgenoemde, Floria Tosca, in zijn armen sluiten. Tosca, een operazangeres, zeer katholiek en erg jaloers van aard, is een vrouw die Scarpia al lang begeert.
 Na dat Scarpia-motief weet Puccini zijn toehoorders te boeien met prachtige aria’s en duetten die de romantiek weer doen herleven. Het einde van het werk is heel dramatisch. De operadiva Tosca springt tijdens de laatste noten van de beruchte Engelenburcht in Rome af, de dood tegemoet. Haar zelfmoord heeft direct te maken met haar naïviteit en goedgelovigheid. Zij laat zich bedriegen door de perverse Scarpia, die niet schroomt  te bekennen dat een gewelddadige verovering van een vrouw hem beter smaakt dan een honingzoete toestemming. Scarpia wendt voor haar gevangen genomen minnaar Cavaradossi te redden op voorwaarde dat zij zich aan hem geeft. Cavaradossi zal een schijnexecutie  ondergaan en samen met zijn minnares Tosca een vrijgeleide krijgen. Als Scarpia dit document eenmaal getekend heeft vermoordt Tosca haar overweldiger met een gerichte dolkstreek in het hart. In deze uitvoering zelfs met twee steken. Er vloeit veel bloed. Tosca licht Cavaradossi in over hun herwonnen vrijheid nadat een schijnexecutie zal zijn uitgevoerd. Even later blijkt het een werkelijke executie te zijn. Tosca is in de val gelopen van de man die zij om het leven bracht. Haar rest niets anders dan zelfmoord nu de handlangers van Scarpia haar op de hielen zitten. Zie daar in een notendop het verhaal van een bloedstollende thriller.

De cast
In Covent Garden beschikte men over een uitstekende cast met in de hoofdrollen de Roemeense sopraan Angela Georghiu als Tosca, De Duitser Jonas Kaufmann als de kunstschilder Cavaradossi en de bariton uit Wales Bryn Terfel als de baron Scarpia. Puccini kon zich geen betere zangers gewenst hebben die de opera als een echte thriller laten verlopen en waarbij men steeds het idee heeft getuige te zijn van een historische gebeurtenis. En misschien is dat ook gedeeltelijk waar. Scarpia en Tosca komen voor in de literatuur van die tijd en de slag om Marengo waar de legers van Bonnaparte en de royalisten elkaar bestrijden maken in twee scenes deel uit van het libretto. Er wordt niet alleen uitstekend gezongen maar ook prima geacteerd.

Tijdens de voorstelling word ik meegesleept als zelden tevoren en daardoor komt de intensiteit van deze uitvoering dankzij Terfel, Kaufmann en dirigent Pappano voor mij dicht in de buurt van de legendarische opname onder De Sabata met Callas en Gobbi. In dat gezelschap draait Gheorghiu dankzij haar zang uitstekend mee, al haalt zij als persoonlijkheid niet het niveau van Callas of Tebaldi. Zij  overtuigt  iets minder door haar extraverte, soms tamelijk clichématige acteren zoals het gedeclameerde ‘E avanti a lui tremava tutta Roma!’ ( En voor hem beefde eens heel Rome.) Gheorghiu zag er mooi uit, rijk aangekleed en behangen met juwelen. Haar aria ‘Vissi d’arte, vissi d’amore’ bracht haar het applaus dat zij ook dik verdiende.
 Dan maar het beeld uit zetten? Maar wie dat doet, berooft zich van het genot om de Welse bariton Bryn Terfel met roofdierachtige motoriek bezig te zien als een wellustige, verfijnd sadistische Scarpia. Vanzelfsprekend vergat ook ‘ deze Tosca ‘niet twee brandende kaarsen naast het lijk van Scarpia te plaatsen.

De bewondering van het publiek ging vooral uit naar Jonas Kaufman. De tenor met zijn baritonale  geluid lijkt een alleskunner. Ik zag hem nog nooit falen. Een man die overtuigend zijn rollen zingt.

 Op dinsdag 8 september was de coronacrisis nog onder ons. Toch had CC Jan van Besouw haar zaakjes zodanig goed voor elkaar, dat zij een beperkt aantal toeschouwers in de grote zaal kon toelaten zonder de veiligheid van de bezoekers in gevaar te brengen en vanzelfsprekend rekening houdend met de 1.50 meter regel. De grote zaal was voor de helft vrijgemaakt  en waren kleine tafeltjes met elk twee stoelen geplaats en kaarsjes zorgden voor een intiem sfeertje. Het circa 25 koppige publiek was heel tevreden zowel over de accommodatie en de sfeer als over de opera Don Pasquale van Gaetano Donizetti (1797-1848) die zij kregen voorgeschoteld. De dvd uitvoering uit 2010 van de Metropolitan Opera onder leiding van James Levine beschikte over een ideale cast.

Donizetti componeerde iets meer dan 70 opera’s. Meestal serieuze werken waaronder heel wat koningsdrama’s maar ook buffa’s.  Don Pasquale is zo’n buffa. Waar gaat deze komische opera eigenlijk over?
Verbeelding
Stel je voor dat je een dikbuikige, niet onbemiddelde zeventiger bent, met een pruik en een versleten colbertje om je lijf. Je wilt trouwen al was het alleen maar om een neef die bij je inwoont je huis uit te krijgen. Je wensen worden in ijltempo vervuld en dan lijk je in een waar paradijs terecht te komen.
Dat overkwam de lichtgelovige, gierige, koppige en oude Don Pasquale. En wat zag zijn bruid er prachtig uit. Jong, fraai gekleed èn ook nog een sexy uiterlijk waar mannen alleen maar van kunnen dromen. Don Pasquale waande zich weer jong en vitaal en vader van een dozijn kinderen. De hemel op aarde? Nee, want de handtekeningen bij de notaris waren nog niet gezet of die mooie meid, een jonge weduwe, ontpopte zich als een helleveeg die Don Pasquale de helft van zijn vermogen ontfutselde, geen enkel fysiek contact toestond en geen tegenspraak duldde. Je kunt het je misschien wel voorstellen maar beter niet aan den lijve ondervinden. Helder is ook dat een ‘dramma per musica’ dat komisch is toch een drama blijft.
Uitstekende cast
Ongetwijfeld hebben de kijkers van deze opera buffa gesmuld. Componist Donizetti zou zich geen betere cast hebben kunnen wensen toen zijn opera in 1843 in première ging in Parijs. De rol van de weduwe Norina werd gespeeld door de in 2010 al wat molliger geworden Anna Netrebko. De diva had gelukkig niets verloren van haar spontaniteit en uithoudingsvermogen. Terwijl zij haar melodieën schitterend zong belemmerde dat haar niet in haar fysieke capriolen en dat zonder het ritme van de muziek in de weg te staan. Hoe dwaas het stuk ook is, zij bracht haar rol geloofwaardig. Dat gold ook voor John del Carlo. Deze bas zette een Don Pasquale neer die bijna ten onder ging aan kommer en kwel. Maar zijn gang over het podium en zijn mimiek maakten dat de toeschouwers soms toch hardop moesten lachen. Zijn aria’s mochten er ook zijn. De ‘rap’ aria’s, de snelle parlando stukken, zong hij met verve en dat laatste gold ook voor Dr.Maletesta (Marius Kwiecien). De rol van de neef van Don Pasquale, Ernesto, werd vertolkt door Matthew Polenzani. Het was een genot om naar deze lyrische tenor te luisteren. Zijn duet in de finale gezongen met Anna Netrebko was een muzikaal hoogtepunt.
Over de productie van Otto Schenk niets dan lof. De decors oogden prachtig en de ruimte op het podium was zodanig dat de acteurs zich goed konden bewegen, James Levine dirigeerde, ondanks zijn lichamelijke handicap, Don Pasquale voor het eerst in zijn carrière. Het orkest speelde zoals meestal prachtig. O ja, hoe liep het af met Don Pasquale? Goed! Hij aanvaardde de situatie toen het hem duidelijk werd dat Norina geen bitch was maar via een intrige er alleen op uit was geweest om Ernesto tot de hare te maken. Eind goed, al goed.

 Weer was ik op zoek naar een opera die ik nog nooit eerder zag. Ik vond het werk Death in Venice van de Engelse componist Benjamin Britten (1913-1976) op operavision.eu. Het betrof een uitvoering van een in het Muziektheater in Amsterdam gepresenteerde voorstelling van de English National Opera  in een coproductie met de Brusselse Muntschouwburg in juli 1913.
Er viel veel te genieten. Allereerst, er waren er eenvoudige maar fraaie decors van Tom Peye met wapperende doorzichtige doeken, mooie kostuums van Chloe Obelensky en haast vanzelfsprekend de prachtige muziek van Britten. Regisseur Deborah Warner liet de scènes uitsluitend spelen in een lounge met lange gordijnen met aansluitend terras dat uitzicht bood op zee. Op een soepele manier gingen de scènes in elkaar over waarbij tafeltjes, stoelen en strandhuisjes werden verplaatst of weggehaald  door obers, zeelieden en diensters.
Muziek, dans en spel sloten prachtig op elkaar aan. Vooral de dansen waren naadloos verwerkt in de opera. Daarbij speelde de jonge danser Sam Zalvidar als Tadzio een belangrijke rol. De toeschouwers zagen in het luxehotel met overbeleefde obers tevens grote  families van aanzien met hun spelende kinderen daar hun vakantie doorbrengen.
Moderne componist
Benjamin Britten is een Engelse componist die was geïnspireerd door moderne componisten van het Europese vaste land. Zijn doorbraak als operacomponist voltrok zich in 1945 met de opera Peter Grimes, een door mij zeer gewaardeerde opera. Een van de vele andere werken van de dienstweigeraar en pacifist was zijn War Requiem in 1962.
In 1973 ging zijn laatste opera Death in Venice in première. Het werk is gebaseerd op de novelle Der Tod in Venedig van Thomans Mann (1911).
Het libretto
Het verhaal gaat over een succesvol auteur, Gustav von Aschenbach. Hij is de vijftig gepasseerd en om zijn verdiensten in de adelstand verheven. Twijfels over zijn kunst kwellen hem. Hij blijkt een praktiserend moralist te zijn die zijn roem vooral heeft te danken aan zijn enorme wilskracht en discipline.  Omdat het de schrijver na het overlijden van zijn vrouw aan inspiratie ontbreekt, besluit hij een reis te maken naar Venetië, de stad van de vergane schoonheid. Hij neemt zijn intrek in het sjieke Grand Hotel des Bain op het Lido-eiland tegenover de stad. Daar ziet hij tijdens het diner een Poolse familie. Er is een jongen bij van 14 jaar in een marine pakje. Aschenbach wordt door de schoonheid van de jongen als door een bliksemslag getroffen. Hij hoort dat de jongen Tadzio heet en doet tevergeefs pogingen om zijn aandacht te trekken. De hitte in de stad is groot. Hij besluit om zijn koffers te pakken omdat hij voelt dat het warme weer hem geen goed doet. Omdat Tadzio steeds in zijn buurt is, gebruikt hij een kofferverwisseling als voorwendsel aan om toch in het hotel te blijven. Vanaf dat moment ontwikkelt zijn interesse in de schoonheid voor de jongen zich tot een ware obsessie. Hij rookt de ene sigaret na de andere en zoekt steeds de nabijheid van Tadzio, tracht oogcontact met hem te maken maar dat mislukt. Hij ervaart daarbij de achteruitgang van zijn lichaam als een handicap en vraagt zich af of hij daarom minder waard is. Dan komt hij in aanraking met de geruchtenmachine. Hij hoort van een kapper dat een infectieziekte de stad in haar greep heeft. Hem wordt geadviseerd bepaalde dingen niet te eten en hij ruikt overal desinfectans. De autoriteiten ontkennen dat er iets aan de hand is. Ze willen geen massaal vertrek van de toeristen. Aschenbach negeert ook de signalen die wijzen op besmettingsgevaar door de cholera. De straten zijn leeg. Wel komen er bedelaars en gelden er politieverordeningen. Moet hij de familie van Tadzio waarschuwen voor de pandemie, vraagt hij zich af maar doet dat uiteindelijk niet. Hij weet dat wanneer hij dat doet Tadzio het hotel zal verlaten. Tot zijn ontzetting dringt het op dat moment ook tot hem door dat hij niet zou weten hoe hij dan verder moest leven. Aschenbach ziet dat Tadzio op een stoel zit te slapen. Hij wil hem aanraken, contact maken, maar verwijt zich even later dat hij zijn kans voorbij liet gaan. Wel bedenkt hij hoe zijn leven er uit zou zien wanneer iedereen sterft aan de cholera en hij alleen met Tadzio overleeft. Britten laat de meest sombere muziek horen!
 Ontbrekende kracht
Aschenbach laat opnieuw de kapper komen, die zijn gezicht soigneert om er jonger uit te zien. Hij laat zich door de aanwezigheid van de jongen, die hem nauwelijks een blik waardig keurt, helemaal gek maken. Dan hoort hij dat Tadzio en de familie toch gaan vertrekken. Aschenbach is ondertussen geïnfecteerd door het Aziatische choleravirus door het eten van bedorven aardbeien. Hij zakt neer in een ligstoel, hoort en ziet nog dat Tadzio ruzie maakt met een andere jongen en vervolgens naar de rand van de zee loopt. Hij probeert zich op te richten maar het ontbreekt hem aan kracht. Hij zakt terug in zijn stoel en overlijdt.
Dualiteit
Het boek van Thomas Mann is weliswaar in het Duits geschreven, maar de Britse componist Benjamin Britten en zijn librettiste Myfanwy Piper wisten wel raad met het thema van Der Tod in Venedig. Althans, met één van de thema’s. Het dilemma tussen hoofd en hart, verstand en gevoel, tussen aangepaste burgerlijkheid en gepassioneerd doen waar je zin in hebt, of – voor de Griekse mythologie kenners – tussen Apollo en Dyonisos.
De beide Britten maakten samen een prachtige kunstwerk over die eeuwige strijd tussen het hoofd en het lichaam. Misschien wel omdat ze zo goed weten wat ingehouden gedrag veroorzaakt en evenzo goed beseffen – of vrezen – wat er gebeurt als dat wordt losgelaten. Voortdurend stelt Aschenbach aan de orde hoe kunstenaarschap vorm en discipline zowel bevrucht als ondermijnd worden door roes en hartstocht.
Over de vraag of de hoofdfiguur in Death in Venice, de inmiddels uitgeputte schrijver Gustav von Aschenbach, de liefde ontdekt, zijn jeugd hervindt of een lang verscholen deel van zichzelf herontdekt, heeft elke Brit wellicht een andere mening.
Benjamin Brittens laatste opera Death in Venice, die hij schreef in een periode dat een hartkwaal zijn leven en welzijn bedreigde, is nog maar zevenenveertig jaar oud en toont wat de Brit in zijn mars heeft. Zijn partituur sluit aan bij de moderne componisten van Europa. Hij componeert verhalend en brengt drama dat een voorstelling van één avond in een theater nauwelijks kan bevatten.
Muziek
Dirigent Edward Gardner heeft ruime ervaring met de muziek van Britten en hij laat het Rotterdams Philharmonisch Orkest uitstekend spelen. De compositie van Britten, die soms een scherp randje ontbeert, maar rijk is aan allerlei klankkleuren is bij hem in uitstekende handen. Soms heb ik het gevoel naar filmmuziek te luisteren. Naast de strijkers heeft de percussie een groot aandeel hetgeen ook geldt voor een piano.
In de opera van Britten ontwikkelt de figuur van Aschenbach zich samen met de muziek die steeds van kleur en toon verandert. De begeerde Tadzio, de jongen op het strand, heeft slechts één thema, op vibrafoon, dat in de loop van het verhaal niet verandert. Von Aschenbach leren we kennen, de jongen minder. Hij blijft op afstand van de schrijver, van de luisteraar en kijker naar de opera.
De auteur Von Aschenbach wordt indringend gezongen (meestal sprekend-zingen) en gespeeld door de tenor John Graham-Hall. Met grote acteervaardigheid en met een loepzuivere stem is hij de ster van de avond.
Koorknaap
Bij de componist Britten zou je een zingende koorknaap verwachten in de rol van Tadzio, maar hij heeft gekozen voor een balletdanser. Goed gevonden, want diens zwijgende rol geeft de afstand tussen Von Aschenbach en de Poolse tiener vanzelfsprekend aan. In deze productie neemt het Amerikaanse balletwonderkind Sam Zaldivar die zware rol op zich. De Britse kranten raakten niet uitgejubeld over de   leerling van de Royal Ballet School en prezen zijn natuurlijke uitstraling. Toen een journalist Zaldivar tijdens een vraaggesprek vroeg of het moeilijk is om in een opera te dansen antwoordde hij: ‘De combinatie van ballet en opera had ik al eerder gedaan. Het lastige hier is vooral de muziek van Britten. Er zijn veel rare maatwisselingen, die moet je echt in je hoofd stampen.’
Journalist: ‘Jouw relatie als Tadzio met de zingende von Aschenbach staat centraal in de opera Hoe beeld je die interactie uit?’
Zaldivar: ‘Die is er niet echt. Het gaat om de interne kwellingen en obsessies van Von Aschenbasch. Die dans ik niet, ik dans meer hoe hij mij ziet. Ik loop voorbij, gluur vluchtig naar hem, wek spanning op.’
Journalist : Hoe is het om het lustobject van zo’n oudere man te spelen?
Zaldivar: ‘Niet supervreemd. We hebben geen intense confrontaties, het is allemaal op afstand. Het wordt niet ongemakkelijk of zo, we houden het droog. Je voelt sympathie voor Von Aschenbasch, want hij houdt zichzelf in.’
Journalist: Voor hem ben jij een symbool van schoonheid. Hoe speel je dat?’ Zalzibar: ‘Dat is best wel moeilijk. Ik ben al zeventien en moet de eeuwige jeugd uitstralen. Tegelijkertijd moet ik professioneel dansen, zonder dat ik als een volwassene rondspring. Als mijn sprongen technisch volmaakt zijn, verliest mijn rol zijn uitstraling. Gelukkig zitten er in de choreografie veel momenten van spel tussen de jongens op het strand. Dan gaat het kind-zijn vanzelf. Ook al ben ik al zeventien.’

Death in Venice is een onderwerp dat je aan het denken zet en je voert naar Griekse filosofen die nadachten over kunst, zinnelijkheid, hartstocht en wijsheid en de relatie tot elkaar. Overtuig u van de grote kwaliteit van deze opera en probeer te vatten waarom Thomas Mann en Aschenbach worstelden met deze problematiek.