Feeds:
Berichten
Reacties

De Speler en de generaal met elkaar in gesprek

Op donderdag 28 juni ging ik naar de Vlaamse Opera om de eerste avondvullende, volwaardige voorstelling van de Russische componist Serge Prokofjev (1891-1953) te zien. De ge­plande première rond 1915 van zijn eerste opera ‘ De speler’ werd destijds afgeblazen vanwege de opkomende revolutie en omdat de leden van het orkest de partituur te moeilijk vonden. Pas in 1929 ging ‘ De Speler ‘ in première in de Munt in Brussel. De uitvoering werd een springplank voor producties in andere steden. Prima dat ik die opera nu in Antwerpen kon zien want ik had dit werk nooit eerder gezien. Voordien wel twee andere opera’s van deze componist: ‘ De liefde van de drie sinaasappeltjes ‘ en ‘Oorlog en Vrede.’ Ik ben over beide opera’s nog steeds erg enthousiast. Vooral over de laatste, die zich kan meten met andere grote opera’s uit de twintigste eeuw.
Sovjetunie
De leiders van de Sovjetunie waren destijds niet zo blij met Prokofjev ‘s werk. Hij verliet dan ook, net als andere bekende Russische kunstenaars, zijn vaderland en vestigde zich enige tijd in de Verenigde Staten. Daar kreeg de Rus als concertpianist het etiket ‘de bolsjewistische pianist’ opgeplakt. Hij was daar niet echt geliefd. ‘Zijn vingers zijn van staal, zijn polsen zijn van staal, zijn biceps en triceps zijn van staal, en zijn schouderbladen zijn van staal hij is een tonaal stuk staal’, schreef de New York Times. Met zijn pianospel maakte hij wel indruk op de Ame­rikanen maar met zijn eigen composities niet.
Prokofjev vond Parijs, waar hij zowel het beschermheerschap van Diaghilev als ook het gezelschap van talloze andere Russische emigranten genoot, een vriendelijker omgeving dan Amerika. Maar de lokroep van het moderne Rusland bleef klinken en daarom keerde hij in 1932 voorgoed terug naar de Sovjet-Unie. Hoe verging het hem daar?
Sinds de komst van het communistische regiem was er voor de kunstenaars in de Sovjet-Unie het een en ander veranderd. De nieuwe Sovjet-leiders gebruikten, net als Catherina de Grote vòòr hen, opera en ook alle andere kunsten, als propagandamiddel voor de communistische staat.
De Rus Prokofjev was weliswaar een echte patriot, maar ook hij werd op onaangename wijze geconfronteerd met de politieke druk op het artistieke leven. Zijn opera’s vonden vanaf 1940 slechts matige waardering bij de autoriteiten en de situatie werd er in de jaren daarna niet beter op toen hij min of meer afstand nam van het officiële socialistisch realisme.
In 1948 bracht het Centraal Comité van de Communistische Par­tij de Sovjetcomponisten een stevige slag toe. Componisten en musici werden uitvoerig bekritiseerd. Hun muziek zou antidemocratische tendensen bevatten en botsen met de artistieke smaak van de toeschouwers in de Sovjet-Unie. De componisten werden gedwongen openlijk toe te geven dat ze ‘foute’ composities hadden geschreven. Het was een van de meest schandelijke momenten in het Stalintijdperk.
Toen Prokof­jev op 5 maart 1953 overleed, viel dat bijna nie­mand in de Sovjet-Unie en de rest van de wereld op omdat op dezelfde dag, nog geen uur na Prokofjev, ook Stalin overleed.
Het libretto
De Opera van Vlaanderen gaf met de huidige nieuwe productie van ‘ De Speler ‘ een geslaagd vervolg van haar programmering van de Russische opera. ‘De Speler’ (1915­-’16) was het eerste avondvullende werk van Prokofjev voor het muziektheater. Inspiratiebron was de deels autobiografische novelle van Fjodor Dostojevski, die de auteur, ironisch genoeg, schreef om gokschulden te vereffenen. Prokofjev wilde met zijn opera het operagenre nieuw leven inblazen en afstand nemen van de Russische operatraditie uit de 19de eeuw.
Waar gaat deze opera over? Het verhaal speelt zich af in een kuuroord, met de veelbetekenende naam Roulettenburg. Het dagelijks leven wordt beheerst door geldzucht, chantage en verborgen agenda’s. De opera, die precies twee uur en vijf minuten duurt, is nog maar nauwelijks begonnen of de toeschouwers zien een groep mensen met waardevolle spullen onderweg naar een pandjeshuis. Ze zetten hun spullen om in geld in de hoop in een gokpaleis hun pecunia te zien vermeerderen. Wat later zie je hen letterlijk bijna uitgekleed weer terug komen.

 Een generaal wordt geniaal vertolkt door de bas Eric Halfvarson. De Russische sopraan Anna Nechaeva die sinds 2012 soliste is aan het Bolsjoi Theater in Moskou, kruipt in de huid van Polina.
Beiden staan zwaar in de schuld bij een markies vertolkt door Michael J. Scott. Hoe komen ze van die last af? Door te winnen? Dat gebeurt zelden in een casino maar niet bij Aleksej de huisleraar van de generaalsfamilie. Die ziet zelfs kans de bank te laten springen. Hij heeft het geld ook hard nodig om de stiefdochter van de generaal, Polina, te kunnen veroveren. Tot verbazing van iedereen wint hij veel geld en wordt door andere gokkers ingehuurd. Ook in negatieve zin, want hij wordt gevraagd om een puissant rijke tante van de generaal, Babulenka, tot het inzicht te brengen te stoppen met het inzetten en verspillen van haar hele kapitaal. De generaal rekent immers op de erfenis van deze vrouw die haar hele vermogen op het spel zet en nog nooit een casino van binnen zag. Dat kapitaal zou door haar plotselinge extreme goklust wel eens voortijdig tot nul kunnen zijn gereduceerd. Dan erft de man niets. Voor het zover is hem zijn illusies al ontnomen, want deze extroverte dame laat op niet mis te verstane wijze horen dat de generaal geen rooie cent van haar krijgt. Hoe vergaat het Alex Ivanovitsj?

Croupiers, spelers en toeschouwers op het podium

Hij heeft een groot kapitaal vergaard, wil het schenken aan Polina om haar de gelegenheid te geven haar schuld af te lossen bij de markies. Ze weigert het geld aan te nemen en wijst hem brutaal af. Alex beseft dat liefde niet te koop is maar ook dat hij een pathologische gokker is geworden. Net als alle andere gokkers. Zij staan op het podium op het moment dat het geld in de voorlaatste scène als het ware uit lucht komt vallen in handen van Alexej. Ze zijn in paniek, rennen rond, willen Alexej ’s gedrag op de speeltafels imiteren: ‘Altijd op ‘rood ‘ inzetten in de hoop dat hen dat grote sommen geld oplevert. In neonletters  verschijnen op het podium spreuken waarin steeds het laatste woord ‘dood’  is. Dat zegt genoeg!
Conversatieopera
De pittige en zware titelrol van ‘De Speler  is in handen van de Tsjechische tenor Ladislav Elgr die onophoudelijk functioneert als gesprekspartner van de belangrijkste protagonisten die met elkaar in de debat gaan. Deze opera is daardoor een onvervalste conversatieopera waarin het sprekend zingen hoogtij viert, meestal in een snel tempo. ‘De Speler ‘ is dus geen werk voor belcantoliefhebbers. Zij wachten, zo ze al aanwezig zijn, tevergeefs op aria’s. Sergej Prokofjev streefde er naar de instrumentatie transparant te houden om de verstaanbaarheid van de tekst te garanderen. De spanning in het verloop van de handeling wordt naar het einde toe steeds groter. De reeds genoemde voorlaatste scène in het casino is ongetwijfeld een hoogtepunt.
Er staat op het podium geen onbeweeglijk koor in het casino maar wel heel wat verschillende figuren: spelers, croupiers, toeschouwers waarbij ieder van hen een vast karakter heeft. Het snelle en gecompliceerde gebeuren stelt zeer hoge eisen aan de regie. De Duitse sterregisseur Karin Henkel maakte met deze productie haar langverwachte operadebuut in de Vlaamse opera. Belangrijk was dat zij een danser in haar regie introduceerde die de psychologische gevolgen van Aleksej Ivanovitsch uitbeeldde tijdens de handeling en daardoor als het ware als alterego een aparte verslaggeving gaf van wat de huisleraar overkwam. Henkel riep daardoor de herinnering op van een reeks gebeurtenissen die zich al hadden afgespeeld met alle verschrikkelijke gevolgen van dien voor de pathologische gokker. Een knappe prestatie die door het publiek zeer werd gewaardeerd.

De muzikale leiding was in handen van Dimitri Jurowski, de vaste dirigent van het Russische repertoire bij de Vlaamse Opera. De Speler is zeer de moeite waard. De roman van Dostojevski trouwens ook! Gokverslaving is nog steeds van deze tijd? Jazeker.

Advertenties

Walküren op de achtergrond een helikopter

Zondag 24 juni 2018. 07.00 uur. Ik word wakker. Het is nog vroeg. Ik verheug me nu al op het vertrek over enige uren naar Duisburg. Met Operaclub Nederland zal ik rond 12 uur met de bus in gezelschap van nog 22 leden naar het operatheater reizen om de tweede opera van Der Ring des Nibelungen die Walküre van Richard Wagner (1813-1883) te gaan zien. Een productie van Dietrich Hilsdorf. Das Rheingold zag ik al in december 2017.

Onmiddellijk schieten enkele scènes me te binnen. Ik denk nu in alle vroegte aan de eenogige oppergod Wotan, die tijdens de laatste acte van Das Rheinold een plan smeedde om te voorkomen dat de ring die almacht geeft over de wereld, in handen zou vallen van zijn aartsvijand Alberich. Het kleinood heeft hij eerder moeten afstaan aan de reuzen om hen hun rechtmatig toekomende loon vanwege hun bouw van het Walhalla te kunnen betalen. Wotan overtrad zijn eigen wet door de ring via roof met list en geweld van de eerste eigenaar Alberich afhandig te maken. Dat lukte maar nu is hij dat sieraad weer kwijt. De reus Fafner, nu als draak, bewaakt de almacht gevende ring in zijn hol. Hoe zou hij de begeerde ring uit handen kunnen houden van Alberich? Hij concludeert dat dat alleen kan door een vrije held die zonder hulp van Wotan kan handelen.

De oppergod besluit om bij een mensenvrouw de tweeling Siegmund en Sieglinde te verwekken, die voor hem de kastanjes uit het vuur moeten halen bij het heroveren van de ring. Siegmund moet de vrije held worden.

Echtbreuk
08.00 uur. In mijn verbeelding zie ik dat Wotan na de feestelijke intrek met zijn familie in het Walhalla zijn echtgenote Fricka verlaat. Echtbreuk dus. En dat nog wel met de godin van het huwelijk die waakt over de huwelijkstrouw en met lede ogen moet aanzien hoe de oppergod keer op keer overspelig is. Bij Erda verwekt hij negen dochters, de Walküren, en bij een aardse vrouw een tweeling. Fricka’s reactie kan niet uitblijven. Zij roept op niet mis te verstane wijze Wotan ter verantwoording. Wellicht de meest spannende dialoog ontstaat tijdens het tweede deel van de Ring, die Walküre. Fricka wint. Zij krijgt haar zin. Wotan moet de ondergang garanderen tijdens een gevecht tussen zijn geliefde zoon Siegmund en de brute Hundung met wie Sieglinde onder dwang was gehuwd.

Monoloog van Wotan
09.00 uur Inmiddels is het negen uur. Het ontbijt lonkt. Mijn gedachten gaan uit naar Wotan die in het bijzijn van zijn lievelingsdochter Brünnhilde in een lange monoloog verhaalt hoe hij de liefde inruilde voor almacht, hoe hij zijn eigen wetten overtrad, en hoe hij de eed van een liefdeloos huwelijk van Sieglinde met Hundung ter zijde wilde schuiven ten gunste van de incestueuze liefde van het tweelingenpaar Siegmund en Sieglinde. Hij beschrijft zijn dochter hoe hij, vermomd aanwezig tijdens de bruiloft van Sieglinde en Hundung een onoverwinnelijk zwaard (Nothung) tot aan het heft in de grote essenstam, die midden in Hundungs huis stond stootte.

De onwillige Siegmund
10.00 uur.  Ik ga douchen en kleed me aan, denk aan Brünnhilde die Siegmund zijn nederlaag tijdens het gevecht aankondigt en hem wil voorbereiden op zijn tocht naar het Walhalla waar Wotan en de wensmeisjes hem zullen opwachten. Sieglinde zal hem niet volgen, zegt Brünnhilde. ‘Zij moet nog aardse lucht inademen.’ Siegmund is vastberaden. Hij zal de Walküre niet volgen en blijven daar waar Sieglinde is. Ontroerend is de omslag bij Brünnhilde. Overmand door de liefde die zij ervaart bij het tweelingenpaar besluit zij Siegmund, tegen de wil van haar vader, bij te staan in het gevecht tegen Hundung. Toch loopt dat niet goed af. Wotan grijpt in, Siegmund sterft. Hundung wint wel maar wordt onmiddellijk gedood door Wotan. Er zijn alleen maar verliezers. Wotan is diep bedroefd over het verlies van zijn zoon die hij in liefde heeft verwekt en is woedend op zijn ongehoorzame dochter die hij moet bestraffen terwijl hij zoveel van haar houdt. Sieglinde moet op de vlucht en vertrekt in de richting van een woud waar de reus Fafner in een hol huist en zijn ring bewaakt. Alleen Fricka zal tevreden zijn nu haar eer is gered!

Emoties
10.30 uur. Ontroering maakt zich van mij meester wanneer een scène uit het laatste bedrijf aan mijn fantasie voorbij gaat. Opera toont zich op dit ochtenduur een kunstvorm die meer dan ooit naar de brute werkelijkheid verwijst. Ik besef dat mensen bereid zijn tijdens de meest emotionele situaties de mensen die ze liefhebben ook mateloos pijn te kunnen doen.
Conflicten tussen vrienden of familieleden ontstaan soms door een verkeerd woord of als een te grote plaagstoot wordt uitgedeeld. Er moet een afstraffing komen (wraak). Soms komt het toch nog goed. Er is verzoening maar het wordt nooit meer zoals het was. Zo ging het ook tussen de God Wotan en zijn dochter Brünnhilde met wie hij in het Walhalla uit hetzelfde glas dronk en die voor hem met haar acht zusters gevallen helden van de aarde naar het Walhalla sleepte om Wotan bij te staan in een mogelijk gevecht tegen Alberich. Met hem begon alle ellende. Hij roofde het goud uit de Rijn en smeedde daaruit een ring die hem almacht verleende.

Het conflict
11.00 uur. Gelukkig is er tijd voor een kop cappuccino. Het conflict tussen Wotan en Brünnhilde laat me niet los. Brünnhilde moest Hundung in het gevecht met Siegmund laten winnen. Dat was de opdracht van Wotan maar zijn dochter wist dat die opdracht afgedwongen was door Fricka en dat de wens van de godin inging tegen het diepste verlangen van Wotan namelijk het leven van Siegmund te sparen. Het pleidooi van Brünnhilde om aan haar verbanning uit het Walhalla te ontkomen was tevergeefs. Ze ontkwam niet aan haar straf en werd op een berg omringd door een groot vuur te slapen gelegd door haar vader die haar nog eenmaal diep in haar ogen keek en met een liefdevolle kus afscheid van haar nam en haar daarmee haar godheid ontnam.

Onderweg naar Duisburg
11.45 uur. De bus staat gereed voor vertrek. Ik ben klaar voor die Walküre. De mensen in de bus zijn goed voorbereid op de opera die zij gaan zien, dankzij de onvolprezen Wim School die afgelopen woensdag in het Koning Willem II stadion een voordracht hield met beeld en geluid over die Walküre. Zijn lezing verhevigde mijn verlangen om deze opera opnieuw te zien.

Er is weer plaats voor ontnuchtering. Hoe zal de voorstelling verlopen? We eten samen in Venlo en reizen daarna door naar Duisburg. Na een korte wandeling ga ik naar de inleiding die me dit keer niet zo veel nieuws brengt. Ik ben benieuwd hoe mijn fantasieën in de werkelijkheid er uit zullen zien.

Die Walküre
17.00 uur. Het doek trekt op. Het orkest start met een sterk ritmische melodie. We zien een ruim vertrek dat met enige verplaatsingen gedurende de gehele opera zal worden gebruikt. In het midden staat een boomstam met een zwaard er in. Eens geplaatst door de incognito zijnde Wotan bij de bruiloft van zijn dochter Sieglinde. Al spoedig zien we een dodelijk vermoeide Siegmund struikelend binnen komen en om een verfrissing vragen aan Sieglinde. Kort daarna komt de huiseigenaar Hundung binnen. Hij kan het niet zo goed vinden met zijn vrouw en met zijn gast evenmin. Er ontspint zich met behulp van goed Sprechgesang een gesprek tussen het drietal. De spanning loopt op wanneer Hundung zijn gast voorhoudt de volgende dag een gevecht met hem aan te gaan en Siegmund en Sieglinde geleidelijk ontdekken dat zij broer en zus zijn maar zich ook fysiek tot elkaar voelen aangetrokken. Het lange liefdesduet haalt de muziek uit haar aanvankelijke somberheid. Je wordt er blij van wanneer je deze goed gezongen klanken hoort van de voormalige rocksinger Daniel Frank en de breeduit zingende Duits-Ethiopische mezzosopraan Sarah Ferede. Ook hun acteren is prima. Dat geldt eveneens voor de 33-jarige Poolse bas Lukasz Konieczny als Hundung. Opvallend is dat hij bij zijn entree zijn jas ophangt aan het heft van het zwaard dat in de essenstam steekt.

Een familiefeestje?

Het tweede bedrijf lijkt op een familiefeestje. Een feestje zal het niet lang blijven want de een na de ander druipt stilletjes af. De reden? Wotan en Fricka hebben een hoogoplopend conflict. Daar zijn Hundung en het tweelingpaar sterk bij betrokken. Ze zijn er in deze uitvoering, evenals twee Walküren bij aanwezig wanneer de ruzie oplaait. Wotan zegt tegen Fricka in het bijzijn van Siegmund, dat hij zijn zoon in het gevecht met Hundung niet zal beschermen. Verre van leuk om te horen voor Siegmund. Dat is ook niet gebruikelijk bij andere voorstellingen.

De rol van Fricka werd vertolkt door de Poolse mezzosopraan Katarzyna Kuncio. Deze Fricka verwijt haar man ontrouw, oneerlijke bescherming te bieden aan Siegmund en houdt een pleidooi voor Hundung. In vergelijking met andere Fricka’s vond ik Kuncio maar een tamme opponent van Wotan. Wat meer passie bij het uiten van haar verwijten aan het adres van haar man zou niet hebben misstaan. De Britse bas-bariton James Rutherford was een forse Wotan die zo nu en dan stevig uitpakte maar een kansloze strijd voerde tegen zijn vrouw en na hun dialoog volledig uitgeteld op de grond lag. Meteen daarna deed hij zijn beklag bij zijn lievelingsdochter Brünnhilde die geduldig de monoloog van haar vader aanhoorde. Haast fluisterend begon hij zijn historie en frustraties aan haar te vertellen en beëindigde zijn betoog op luide toon als iemand die weer enig gezag wil uitstralen. Ik was zeer ingenomen met de vertolking van Rutherford. Zijn stem imponeert en zijn podiumervaring komt ruim voldoende over.

Het laatste bedrijf startte heel verrassend. Een helikopter leek een meter boven het operagebouw te vliegen. Toen het gordijn open ging stond er een toestel op het podium. Daaruit stapten de gevallen helden die door de wensmeisjes vriendelijk werden ontvangen. Dat gebeurde allemaal onder de tonen van de Walkürenrit. De Walküren zagen er in hun rode kostuums mooi en aantrekkelijk uit. Hun zang beviel me wat minder. Vermoedelijk had het te maken met het orkest dat, ook in andere scènes, soms te luid speelde. Vooral de blazers stonden daarbij hun mannetje. Overigens kon ik me niet indenken dat deze helden fit en sterk genoeg waren om een leger te verslaan. Keurig aan het handje van een wensmeisje bewogen ze zich op het podium. Wie wel goed voor de dag kwam was de sopraan Heike Wessels die sinds 2012-2013 verbonden is aan de Oper am Rhein. Niet dat ze onmiddellijk een kandidaat voor Bayreuth is, maar het is prettig om haar te horen, ze heeft een behoorlijk volume en wist in het vierde bedrijf uitstekend tegenspel te geven aan Wotan toen zij beiden probeerden hun argumenten kracht bij te zetten over de rechtvaardigheid van de straf die Wotan aan Brünnhilde oplegde. Mooi zong zij de scène die begint met de woorden: ‘War es so schmählich, was ich verbrach das mein Verbrechen so schmälich du strafst.‘ Opvallend was Brünnhilde’s opmerking toen zij aandacht vroeg voor het Wälsungengeslacht. Sieglinde vluchtte immers terwijl ze zwanger was en nam de stukken van het zwaard mee. Wotan wilde dat ze zweeg over de “Walsungenstam” kennelijk niet beseffend dat uit Sieglinde Siegfried geboren zou worden, de vrije held. Hij verlangde immers naar een held vreemd voor de god, vrij van zijn gunst, onbewust, zonder bevel, die uit eigen nood en met eigen verweer de daad zou “schaffen” die Wotan moet schuwen. Wat is die daad?: De ring terug veroveren!

Wotan en Brünnhilde in de slotscène

Wotan had er geen oren naar! Brünnhilde onderging haar lot van een langdurige slaap omgeven door vuur. In de opera Siegfried zal ze gewekt worden door een man die de spits van de speer van Wotan trotseert toen hij door het vuur ging dat Brünhilde omringde.

22.15 uur. Er is een langdurig applaus voor de tamelijk jonge cast die het publiek trakteerde op een geweldige muzikale avond. Ook dirigent Axel Kober wordt terecht bij het applaus betrokken.

We zitten een kwartier later in de bus. Iedereen is enthousiast en heeft genoten van een uitstekende uitvoering. De operaclub verdient tenslotte alle lof voor het organiseren van deze extra operareis die niet in het jaaroverzicht was gepland.

24.00 uur. Ik lig weer in mijn bed. Die Walküre heeft me vandaag zeventien uur in haar greep gehad. En dat voor slechts vier uur muziek? Het was alleszins de moeite waard. Voldoende reden om kaarten te reserveren voor de voorstellingen van Siegfried en Götterdämmerung.

Macbeth (links) en een officier

Vrijdag 22 juni 2018. Met duizenden zaten jong en oud op het plein nabij het operahuis Unter den Linden. Mateloos genietend via een groot beeldscherm van de opera Macbeth Van Giuseppe Verdi. Het theater was tot op de laatste plaats bezet. Geen wonder. Twee groten uit de operawereld vertolkten de hoofdrollen. Placido Domingo, de grijze eminentie 77 jaar oud, speelde en acteerde als in zijn beste tijd en deed het publiek vergeten dat hij zijn stem een paar jaar geleden transformeerde van tenor naar bariton. Zijn podiumprésence getuigde van charisma, inlevingsvermogen en vijftig jaar zangervaring op zeer hoog niveau. Het forceren van zijn stem was in tegenstelling tot vorige optredens niet meer aan de orde. Hij was de perfecte koning Macbeth, die bloed aan zijn handen had en besefte dat geen oceaan die zouden kunnen zuiveren.
Onvergetelijk
William Shakespeare ’s gelijknamige tragedie, door librettist Maria Piave omgewerkt tot Verdi’s tiende opera in 1847, gaf een ‘ inkijkje’ in de diepste menselijke duistere krochten. Machtswellust en bloeddorstigheid kwamen daar tot leven bij een koningspaar dat niet op hield te moorden tot alle mogelijke bedreigers van de troon uit de weg waren geruimd. Lady Macbeth’s honger naar macht kon niet sinisterder worden uitgebeeld dan door de Russische sopraan Anna Netrebko. Haar opkomst in een zwart satijnen broekpak, haar boosaardige blik en de eerste tonen deden je al rillen van angst. Zij is een ontembare vrouw en bevestigt haar kwaadaardigheid bij elke noot die zij zingt. Zij neemt steeds de touwtjes in handen en zet haar man aan tot moord. Regisseur Harry Kupfer moet een grote rol hebben gespeeld bij het leggen van de accenten in de vocale frases. Daarom werd dit optreden van deze ijskoude lady onvergetelijk. Haar houding tegenover haar echtgenoot werd met groot vilein gebracht. Hij is een angstige, labiele figuur die open staat voor stemmen uit het onbewuste (de heksen) en die altijd in de ban van een betovering lijkt. Het duistere van zijn ziel wordt hem in feite geopenbaard door zijn echtgenote. Ze minacht hem om zijn twijfelende en in haar ogen laffe houding. Een attitude die voortkomt uit Macbeth’s voortdurende opspelende geweten dat hij toch telkens weer weet te negeren. Dat gebeurde nog eens nadrukkelijk tijdens een feestelijk banket ter gelegenheid van de aanvaarding van zijn koningschap waar hij ter plekke werd overvallen door waanbeelden waarbij zijn vroegere vriend Banquo, vertolkt door de niet overtuigend zingende bas Kwangchul Youn, een rol speelde. Macbeth veranderde in een verwarde man die zijn vrouw tot wanhoop bracht. Zijn riep hem tot de orde waardoor hij weer enigszins bij zinnen kwam. De kijker wist toen definitief hoe slecht het huwelijk was van dit moordenaarspaar.

Mabeth tijdens banket onwel geholpen door zijn vrouw

Trefzeker
De zangkunst van Netrebko kwam tijdens haar waanzinaria in alle facetten naar voren. Haar lage noten kregen de dramatiek mee die deze opera als geheel herbergt en de hoge topnoten waren alle trefzeker. Ook haar overgangen verliepen vlekkeloos. Zelden zag ik tijdens de vele uitvoeringen die ik van Macbeth zag zo zwaar de duivelse karakters van deze protagonisten geschetst.
De rol van de Schotse edelman Macduff werd vertolkt door de tenor Fabio Sartori. Met zijn volume is niets mis maar zijn inlevingsvermogen was gering en daardoor toch teleurstellend.
Orkestratie
De koren spelen in deze opera een belangrijke rol. Er zijn heksen die voorspellingen doen en daardoor een belangrijke rol spelen in het verloop van dit Verdiaanse drama. Zo wordt de vriendschap tussen Macbeth en Banquo door de jaloezie van Macbeth verbroken en zal laatstgenoemde door toedoen van Macbeth worden vermoord. Het koor van de moordenaars. die zich verstopt hielden achter dranghekken in de buurt van een vliegveld, klonk sinister.

De Staatskapelle van Berlijn onder leiding van maestro Daniel Barenboim was goed op dreef en gaf de zangers alle gelegenheid om hun vocale prestaties te optimaliseren. De orkestratie rond het optreden van het heksenkoor vind ik altijd treffend. Je waant je werkelijk in een wereld van spoken of geesten.

Dankbaar ben ik TV zender Arte voor de goede live registratie van Macbeth. Een opera die me steeds opnieuw weer raakt.

 

 

Dirigent Thielemann

Vijfenzeventig operaliefhebbers trotseerden op 22 mei de plensbuien om in Cultureel Centrum Jan van Besouw de voor hen onbekende opera Arabella van Richard Strauss (1864-1949) op een groot filmdoek te zien. Jammer, maar het is niet anders, tenminste twintig bezoekers haakten in de pauze af. Sommigen spraken mij aan over wat hen deed besluiten om te vertrekken en ook na afloop van de voorstelling bleek dat enkele mensen met een andere verwachting dan het gebodene gekomen waren. Er zijn geen belcanto-aria’s naar Italiaans model en de opera is evenmin opgebouwd volgens het Italiaanse schema recitatief-aria. Analyserend na afloop kwam ik tot de conclusie dat een aantal mensen het werk van Strauss als weinig vertrouwd en vormloos ervoer. Daar tegenover stond het oordeel van anderen die nog niet veel opera zagen. Zij waren verrast en gingen met een positief oordeel naar huis. Dat verraste mij weer.
Problemen die men op mijn bord legde waren: ‘Er ontbreekt een ouverture, de orkestratie bevalt niet, er is geen echte connectie tussen orkest en zang, de harmonie ontbreekt, te drukke muziek, het zogenaamde Sprechgesang (sprekend zongen) bevalt niet, het was een draak van een verhaal enz. enz.’

Kenmerkend voor Duitse opera is dat de orkestratie, in tegenstelling tot in de Italiaanse opera waarin de orkestratie veelal beperkt blijft tot begeleiding van de zang, juist een volwaardige partij is en geïntegreerd is in de zang. Wie daar niet aan gewend is heeft aanvankelijk een probleem. Allengs, naarmate men er vaker naar luistert,  gaat het geheel steeds beter klinken.

Romantisch
   Richard Strauss is een gewaardeerde componist en dirigent. Hij componeerde naast 15 opera’s, veel liederen en instrumentale muziek. Die veelzijdigheid kwam hem goed van pas tijdens het componeren van zijn werk. Arabella is een romantische opera die in Dresden op 1 juli 1933 in première ging. Net als Der Rosenkavalier in 1911 is het werk een reactie op de opera’s Salomé (1905) en Elektra (1908) waarin de grenzen van de tonaliteit wordent overschreden. Strauss besloot die ontwikkeling niet door te zetten en componeerde vervolgens succesvolle opera’s die in Duitsland zeer gewaardeerd
worden.
De toeschouwers zagen een uitvoering van de Metropolitan Opera uit 1994 met in de hoofdrol de Nieuw-Zeelandse stersopraan Kiri te Kanawa. Haar fysieke schoonheid hield gelijke tred met haar zang (wat een verrukkelijk pianissimo) en acteerkwaliteiten. Luister op YouTube maar eens naar haar: ‘ Aber der Richtige ….’ en ‘Du sollst mein Gebieter sein.’ Te Kanawa voelde alle situaties perfect aan toen zij als begeerd liefdespartner van drie potentiele minnaars, de graven Elemer, Domeniek en Lamoral afstand nam nadat zij had besloten een huwelijks leven aan te gaan met de man die onverwachts op haar pad kwam en haar hart veroverde.
Te Kanawa zag er prachtig uit en genoot zichtbaar van de ambiance van de decors van Günther Schneider-Siemsen. Deze regisseur had voortreffelijk werk gedaan door op positief traditionele wijze de sfeer van de Weense salons en etiquette uit de tijd ronde de tweede helft van de 19e eeuw uit te beelden. Daardoor kwam het optreden van de gokverslaafde Graaf Waldner en diens echtgenote, vertolkt door veteraan Donald McIintyre en Helga Dernesch, goed uit de verf.
Bedrog
Het echtpaar Waldner heeft twee dochters: Arabella de oudste, waarvan men hoopt dat zij een goede huwelijkspartij op de kop zal tikken om het financieel aan lager wal geraakte gezin te redden. De andere dochter Zdenka is permanent als jongen gekleed omdat men geen geld heeft voor alle plichtplegingen rond twee huwbare dochters. De Schotse mezzosopraan Marie McLaughun nam de rol van Zdenka  voortreffelijk voor haar rekening. Beide zussen kunnen het goed met elkaar vinden. Dat blijkt ook tijdens hun duet in het eerste bedrijf. Dat oogstte een stevig applaus.

Mandryka stelt zich voor aan de familie van Arabella.

Zdenka speelt in het libretto van Hugo von Hofmansthal een intrigerende rol. Ze is dolverliefd op de voormalige minnaar van Arabella, de officier Matteo. Deze Matteo, vertolkt door de Amerikaan David Kuebler, is van slag af omdat hij ondanks zijn verbroken relatie met Arabella nog gek op haar is. Zdenka doet er alles aan om Arabella te overtuigen dat Matteo nog echt van haar houdt. Het laat Arabella onverschillig. Om Matteo te behoeden voor vertrek uit haar onmiddellijke omgeving schrijft Zdenka de officier gepassioneerde liefdesbrieven en doet alsof die van Arabella komen. Haar bedrog wordt nog meer bedenkelijk als zij Matteo de sleutel van haar kamer geeft. Zij wendt daarbij voor dat het de sleutel is van het vertrek van Arabella en zij stelt hem in het vooruitzicht dat Arabella met hem daar een nachtelijke ontmoeting zal hebben. Uiteindelijk belandt Matteo zo in het donker in de armen van Zdenka. Het bedrog komt in de finale van de opera tot uitbarsting.
Arabella is door toedoen van haar vader in contact gekomen met een zekere Mandryka. Hij verovert het hart van Arabella maar wordt bijna het slachtoffer van het bedrog van Zdenka. De Duitse tenor Wolfgang Brendel zong met verve deze kwetsbare rol.

Er is nog heel wat uit te leggen voordat er sprake is van het happy end waarin Mandryka en Arabella elkaar voor het leven trouw beloven en dat gebeurt ook tussen Zedenka en Matteo, want de officier is in de onverwachte liefdesnacht met Zdenka tot de conclusie gekomen dat hij met Zdenka verder wil.
Eind goed al goed in een eenvoudig liefdesromannetje uit de bouquetreeks? Neen, daar zorgde de muziek met de prachtige orkestratie wel voor mede dankzij de uitstekende solisten en het orkest van de Met onder leiding van dirigent Christian Thielemann.

Jupiter en Semele

Eurovision had het dik voor elkaar. De opera Semele van Georg Friedrich Händel bezorgde het Berlijnse publiek en mij een fantastische avond met barokmuziek van de bovenste plank. Deze opera is de laatste tijd zeer populair en verdient terecht alle aandacht. De première in Londen was vele jaren geleden: op 10 februari 1744. De opera Semele van Händel staat zoals al zijn opera’s aan de basis van het Italiaanse belcanto en was oorspronkelijk bedoeld als oratorium maar is omgetoverd tot een spannende opera in drie bedrijven.
Het libretto is van Congreve en gebaseerd op de Griekse mythe uit het derde boek van Metamorphoses van Ovidius. Het verhaal speelt zich af in Thebe. Het gaat te ver om u alle intriges uit deze opera uit de doeken te doen, maar aangezien het nog tot 11 november 2018 mogelijk is om deze opera via de website https//operavision.nl  te zien wil ik u attenderen op deze formidabele uitvoering waarvoor het publiek letterlijk en figuurlijk uit haar dak ging.
De opera gaat over twee liefdesaffaires waarbij de god Jupiter en de dochter van koning Cadmus, Semele  en haar oorspronkelijke huwelijkskandidaat prins Athamas bepalend zijn. Superieur was de zang en het spel van Nicole Chevalier als Semele. Dat gold ook voor de Britse tenor Allan Clayton. Hun acteerprestaties waren bovengemiddeld. De hoogtepunten waren talrijk. De tien of elf barokaria’s die de Amerikaanse sopraan Chevalier te zingen kreeg, stelden hoge eisen aan haar capaciteiten. Haar coloraturen en dynamische terrasdynamiek getuigden van meer diepgang dan haar imponerende zangacrobatiek. Ook de andere solisten zoals Philipp Meierhofer als koning Cadmus en Katerina Bradic als Ino de zus van Semele, acteerden en zongen de sterren van de hemel. In de pauze van de opera werd door de regisseur en de zangers onder andere ingegaan op de taalmoeilijkheden bij de instudering van deze opera. De verstaanbaarheid van de tekst met zijn vele herhalingen is bij een barokopera sowieso al niet gemakkelijk. Vooral Amerikaanse zangers moeten zich uitermate inspannen om dat specifieke Engels dat Händel hanteert goed voor het voetlicht te brengen.

Als u niet van barokmuziek houdt dan hebt u pech gehad, want dan mistte u zaterdagavond (12 mei) de schitterende muziek van de uit Berlijn afkomstige opera van Händel die in Engeland voor het Britse publiek tal van opera’s en oratoria schreef.
Het briljant spelende orkest en het koor stonden onder leiding van de Duitse dirigent Konrad Junghänel, die vertrouwd is met historische voorstellingen.  De productie was van Barrie Kosky.  De internetverbinding met de opera in Berlijn liet niets te wensen over waardoor ik door de presentatie van de opera en de kwaliteit van de uitvoering zelf het gevoel kreeg  aanwezig te zijn geweest in Berlijn. Een aanrader dus!

 

Cedrillon op weg naar het bal.

In maar liefst 73 landen werd de opera Cendrillon van Jules Massenet (1842-1912) bekeken. Ook in de Pathébioscoop in Tilburg waar ik op zondag 6 mei met nog 25 belangstellenden min of meer geamuseerd naar de productie van Laurant Pelly keek. Voor alle duidelijkheid: ik ben geen groot liefhebber van sprookjesopera’s. Omdat ik die dag nog andere verplichtingen had, besloot ik toch naar de bioscoop te gaan om een indruk te krijgen van het werk, al kon ik slechts de eerste twee bedrijven zien.
Het verhaal van Assepoester is me natuurlijk bekend. Verschillende componisten geven het verhaal weer vanuit steeds een ander personage. Bij la Cenerentola van Rossini  is Don Magnifico de grote schertsfiguur waar de belangstelling naar uitgaat. Bij La Cendrillon van Massenet wordt de aandacht meer gevestigd op de stiefmoeder van de jonge dame die haar schoentje verliest na afloop van het bal. Daar ontstaat de liefde tussen de Prins, vertolkt door de mezzosopraan Alice Coote, en Cendrillon vertolkt door een andere mezzo Joyce Didonato.
Muziek
De première van La Cendrillon was op 24 mei 1899 in de Opéra Comique van Parijs. De muziek van Massenet wordt gekenmerkt door een subtiel spel van tempo en klankkleur. Ze kent prachtige melodieën die onder meer de 30 opera’s van de componist zeer toegankelijk maken. Tijdens de twee bedrijven van La Cendrillon die ik zag, ervoer ik de twinkelende en humoristische muziek, maar mistte toch herkenbare melodieën die je na afloop mee naar huis neemt. Bovendien vind ik het vocale optreden van de toverfee die Cinderella omtovert tot de mooiste huwelijkskandidaat niet aangenaam. De sopraan Kathleen Kim bleek weliswaar een bekwame vocale acrobate door de reeks coloraturen en thrillers die ze ten gehore bracht. Die deden echter voor mij afbreuk aan de romantische muziek van Massenet met zijn kwartetten en trio’s.
Regie
De huidige productie van La Cendrillon van Pelly in de Met speelt zich af tussen de decors van Barbara de Limburg. Zij creëerde witte muren met dubbele deuren die een groot vertrek suggereren. De enige versiering is een prachtige paleispoort in goud voor het tweede bedrijf en de afgedrukte tekst van Charles Perrault van het sprookje uit 1697 op de muren.

De kostuums van Pelly, die doen denken aan een romantische stijl van de haute couture, verbaasde mij. Vooral de jurken van de vele vrouwelijke kandidaten die zich aan de Prins willen binden. De ene jurk ziet er nog absurder maar ook sjieker  uit dan de andere. Tijdens de presentatie van deze dames waant men zich in een andere wereld: een sprookjeswereld met prachtige onwaarschijnlijke kostuums.

Stephanie Blythe als boosaardige stiefmoeder.

Op de cast en het orkest onder leiding van dirigent Betrand de Billy viel niet veel aan te merken. Meest opvallende persoonlijkheid was wellicht de omvangrijke  mezzosopraan Stephanie Blythe als de boosaardige stiefmoeder. Met haar pulserende kracht en met haar akoestische borststem en haar dominante aanwezigheid was zij een wrede stiefmoeder. Wat een groot contrast met Joyce Didonato, die Assepoester speelde. Vanaf de eerste noot beeldde zij een mens uit wiens levenslot bleek af te hangen van toevalligheid. Haar grootste kracht is de flexibiliteit van haar stem.
Broekenrol
Alice Coote, die ik in 1999 live zag optreden in de opera Alcina van Händel in Stuttgart, maakte destijds een grote indruk op me. Dat was nu minder het geval. Net als toen speelde zij een broekenrol. Nu als De Prins die een bruid zoekt maar moedeloos in het leven staat. Wellicht was haar optreden in het derde en vierde bedrijf, dat ik heb gemist meer imponerend.
Pandolfe, de vader van Cendrillon werd uitstekend vertolkt door de warme bas-bariton Laurent Naouri.
Tenslotte
Veel meer kan ik u niet over deze voorstellig vertellen.
Een opera maar half zien geeft een merkwaardig gevoel. De componist heeft me iets willen vertellen en ik heb maar half geluisterd. Niet zo best! De oplossing van een plot vindt meestal op theatrale wijze plaats in laatst deel van een voorstelling. Ieder ander, die het sprookje van Assepoester kent weet hoe de afloop is. Iedereen verzoent zich met elkaar en de Prins en Assepoester vieren hun eeuwige verbintenis.

De Prins en Cindrillon houden van elkaar

Dit wetende heb ik dan werkelijk iets gemist? Jawel de wijze waarop de regisseur het verblijdend slot heeft vorm gegeven. Dat is in een opera een belangrijk facet, want als u goed voorbereid naar een opera gaat, weet u al hoe een libretto in elkaar steekt. Het spannende is en blijft: hoe worden de teksten vertaald in muziek en vorm.

 

De Holländer en Daland

Eindelijk was het dan weer zo ver. Een opera van Richard Wagner (1813-1881), een van de grootste Duitse componisten, stond 22 april 2018 op het theaterprogramma vaan het Chassé theater in Breda. Voor de Brabanders een goede gelegenheid om naar zijn bekende opera Der Fliegende Holländer te gaan. Ze konden dan ervaren dat Wagner minder zwaar is dan in de volksmond wordt beweerd. Deze opera is bovendien een goed opstapje om kennis te maken met zijn latere werk. Alleen moet je daar niet voor in Brabant zijn want de accommodatie van de theaters is door de noodzakelijke omvang van een groot orkest ontoereikend. Bovendien vraag ik me af, het aantal onbezette plaatsen in Breda in acht nemend, of operaliefhebbers die een duidelijke voorkeur hebben voor gedegen Italiaans werk, bereid zijn om kennis te nemen van voor hen onbekende opera’s.
Een compliment verdient de Reisopera omdat zij haar reputatie waar maakt om met beperkte middelen Wagner opera’s te programmeren. Tristan und Isolde en een complete Ring des Nibelungen gingen in ons land de afgelopen jaren absoluut niet ongemerkt voorbij.
Sage
Beroemd is de sage van Heinrich Heine die melding maakt van Der Fliegende Holländer, die al eeuwen gedoemd is de wereld rond te varen totdat hij een vrouw vindt die hem trouw blijft tot de dood. Eens heeft hij tijdens een vreselijke storm gevloekt en getierd dat hij in eeuwigheid met zijn schip niet zou omkeren. Satan hoorde dat en strafte hem: hij zou voor eeuwig over de zee moeten zwerven zonder rust. Gods engel vond het echter wel heel erg en veranderde de vervloeking van de Satan als volgt: Indien hij een vrouw kan vinden die hem trouw blijft tot de dood, dan zal hij verlossing vinden. Hij mag echter maar één maal in de zeven jaar aan land om een vrouw te zoeken. Al eeuwen lukte het hem dat echter niet.
De grote vraag is voor velen: Wat bedoelt Wagner die zelf zijn libretti voor zijn opera’s schreef, met het begrip verlossing? Hij plaatst dat woord in een bredere context en komt er in zijn ander werk ook op terug. Het leven van ieder levend wezen voltrekt zich nooit zonder pijn. Er zijn altijd wel problemen van fysieke of psychologische aard. De Holländer heeft ook zijn kwellingen namelijk eeuwig op de wereldzeeën te moeten rond zwerven.
Senta, vertolkt door de Estse sopraan Aile Asszonyi, is verloofd met een zekere Erik en is obsessief verliefd op het portret waarop de Hollander staat afgebeeld. Zij ziet zich als zijn redder. Zij voelt dat zelfs als een plicht. Asszonyi zingt fel en overtuigend maar jammer genoeg soms ook te schel en ietwat    schreeuwerig.
Zakenman
  Daland, Senta’s vader, is kapitein van zijn schip en lijkt een succesvol zakenman. Hij ontmoet tijdens een terugreis het ‘spookschip’ van de Holländer . Deze piekert over zijn ongeluk. Hij kan maar geen trouwe vrouw vinden. Hij is het wachten beu en na al die eeuwen wil hij dood en rust. De vloek van satan verhindert dat. Hij hoopt maar dat de dag des oordeels niet te lang op zich laat wachten. Zeven jaren zijn inmiddels weer verstreken. Hij wil aan land om weer te trachten een trouwe vrouw te zoeken. Daland, zakenman alert op ieder moment dat hij een voordelige deal kan maken, blijkt bereid in ruil voor juwelen en andere schatten zijn huwbare dochter Senta zonder slag of stoot af te staan aan de Holländer. Daland en de Holländer besluiten dat zodra de wind gaat liggen ze dan naar huis zullen varen om Senta te ontmoeten. Deze twee protagonisten zijn belangrijk in het slagen van deze productie van regisseur Paul Carr. Dirigent Benjamin Levy en het Noord Nederlands Orkest geven hen de gelegenheid om uit te blinken. De Holländer die met zijn aria ‘ Der Frist ist um ‘ in de eerste scène laat horen uit het goede hout te zijn gesneden, wordt vertolkt door de Britse bas-bariton Darren Jeffrey. De Duitse bas Yorck Felix Speer doet nauwelijks voor hem onder met zijn breedsprakerige aria: ‘Mögst du mein Kind den fremden Mann….’
De ballade
Senta vertelt in het atelier, waar dit keer niet wordt gesponnen maar bruidsjurken worden gemaakt door de dorpsmeisjes, via een ballade het verhaal van de Fliegende Holländer.  Zij is er van overtuigd dat zij deze man ooit zal verlossen. Eric, haar vriend, vertolkt door Samuel Sakker, die niet in grote vorm verkeerde, hoort hier van en is verbijsterd. Hij wilde net aan haar vader haar hand vragen. Hij verwijt Senta dat zij iedere dag voor het portret van de Holländer staat te zwijmelen: ‘ Wat moet ik van al dat gedoe denken? Die Holländer lijkt wel belangrijker dan mijn verdriet.’
Senta ontmoet de Holländer voor het eerst en staat als aan de grond genageld. ‘ Wie is de vreemdeling,’? stamelt ze. Haar vader vertelt dat hun gast om haar hand heeft gevraagd. Senta en haar held kunnen hun blikken niet van elkaar afhouden. Daland laat ze alleen.  De Hollander  vraagt aan Senta of zij zeker weet dat ze hem eeuwig trouw kan zijn.‘  Ja,’ zegt Senta, ‘Ik wil u troosten en trouw zweren tot de dood.‘ Daland komt binnen om te vragen of een verloving gevierd kan worden. Senta en de Holländer bevestigen dit.
Voltooiing
Dezelfde avond vraagt Eric aan Senta of het waar is dat zij inderdaad met de Holländer gaat trouwen. Hij vraagt zich af of zij haar belofte van trouw aan hem is vergeten. Senta staat met open mond naar Eric te luisteren. De Holländer komt om Senta vaarwel zeggen. Hij hoorde toevallig hun conversatie en trekt de conclusie dat Senta’s woord niets waard is als zij aan Eric eerder trouw heeft gezworen. Hij is verloren! Voor eeuwig verloren! De Holländer wil meteen vertrekken. Senta werpt zich voor zijn voeten en probeert hem te overtuigen dat zij echt zijn reddende engel is. De Holländer luistert niet en klimt aan boord en kiest zee. Senta wil hem achterna maar wordt tegengehouden. Zij kan zich echter losrukken en klimt op een uitstekende rots en stort zich in zee. In deze uitvoering werpt ze zich niet in zee maar pleegt met een mes zelfmoord.
Wat Senta zag als haar opdracht en plicht is voltooid. Senta bleef de Holländer trouw tot in de dood en hij is verlost van zijn vloek. Samen zweven ze naar de hemel zo staat in een synopsis!!
Muziek
De muziek van deze opera die in Dresden op 2 januari 1843 in première ging is prachtig.
Het werk begint met een symfonische ouverture die de gehele opera weergeeft. De opera is een nummer opera met romantische muziek. Er is een ballade, een duet en terzet en de koren met het matrozenlied en Spinnerlied, die gepaard gaan met een mengeling van spontane onstuimigheid.
Regie
  Hulde aan regisseur Paul Carr, die prachtige, wisselende beelden liet zien van een onstuimige en een rustige zee. Dat was belangrijk voor de sfeer van de voorstelling. Carr liet bovendien een houten constructie bouwen wat enerzijds een deel van het schip van Daland toont maar ook dient als de ruimte waar het liefdespaar elkaar voor het eerst ontmoet en de dorpsmeisjes werken aan de bruidsjurken. Knap werk. Het spookschip van de Holländer verscheen in beeld als een grote rode vlek en zag er dreigend uit. Een uitstekende vondst!

Complimenten gaan ook naar het kleurrijke koor Consensus Vocalis dat voor een verrassend hoogtepunt zorgde. Het Noord Nederlands Orkest onder leiding van dirigent Benjamin Levy stond garant voor de juiste spanning hetgeen geen moment tot ontsporing leidde.

De zes dansers die tijdens de voorstelling geacht werden een extra dimensie aan Wagners werk toe te voegen konden mij niet bekoren, al moet ik met enig respect toegeven dat ik ook in mijne jonge jaren en fitste momenten niet in staat zou zijn geweest de acrobatische dansen uit te voeren.

Alles bij elkaar kan ik niet anders concluderen dan dat ik genoten heb van een zeer verdienstelijke uitvoering van Wagners Fliegende Holländer.

Hulde voor de Reisopera!!