Feeds:
Berichten
Reacties

 De opera Wozzeck van de Oostenrijkse componist Alban Berg (1885-1935) past niet zozeer in het gangbare operarepertoire en in de traditie van de grote operahuizen. Het werk, dat in première ging op 4 december 1925 in Berlijn, heeft een bijzondere stijl en is erg somber. Het staat bovendien op afstand van de persoonlijke sympathieke ervaringen zoals je die je hebt bij het luisteren naar Mozart, Verdi en andere bekende componisten.
De regie van dergelijke producties is daar ook voor een deel verantwoordelijk voor.

Dat is zeker het geval bij de opera Wozzeck van Alban Berg die ik zondag 19 januari in de Pathé-bioscoop in Tilburg zag. Slechts vijftien mensen hadden zich  gewaagd aan deze opera. Enkelen die ik aansprak oordeelden dat zij geen herhaling van deze voorstelling wilden zien. ‘ Te somber, geen fijne muziek’, luidde het oordeel.
De extreme gekte van het hoofdpersonage, een eenvoudig soldaat die door krankzinnigheid gedreven, tot moord en zelfmoord komt, past niet zozeer bij de smaak van het hedendaags publiek. Dergelijke ensceneringen worden soms tussen opvallende, kunstzinnige coulissen bekeken maar het werkelijke drama wordt niet echt gevoeld omdat het te ver van de mensen af staat.

Verschrikkingen
De nieuwe productie van Wozzeck van de Zuid Afrikaanse regisseur William Kentridge, uitgevoerd in de Metropolitan Opera van New York, biedt de toeschouwer de gelegenheid om in de krochten van de menselijke ziel te kijken. Deze enscenering, met in de hoofdrol de beroemde Zweedse bariton Peter Mattei, presenteert de verschrikkingen die Berg zag tijdens ervaringen in de eerste wereldoorlog. Wozzeck is een gezonde man die in feite gek werd gemaakt door gekken, notabene zijn sociale superieuren, waarvan hij ook nog eens financieel afhankelijk is, zoals de sadistische kapitein (Gerhard Siegel) en een gestoorde arts (Christiaan van Horn) die medische experimenten op hem uitvoert!
Wozzeck bood de toeschouwers daarom niet het genoegen te kunnen genieten van oorstrelende muziek. Daar was ook geen enkele reden toe. De opera gaat over een drama in een wereld die onstabiel en vooral chaotisch is en waarin een eenvoudige, arme soldaat het slachtoffer wordt van pesterijen en bespotting door een kapitein en een tamboer-maitre die ook nog zijn vrouw verleidt, hetgeen hem tot moord en zelfmoord drijft.

 Projector
Wozzeck stelt bij de aanvang van de opera een projector op en toont films uit de oorlog die nare herinneringen oproepen. Wozzeck raakt geschokt, wordt gek van zijn ervaringen. Hij voelt zich hulpeloos omdat hij geen zelfbewustzijn heeft. Hij ziet afbeeldingen van verminkte soldaten, kinderen met gasmaskers op en in de derde acte wordt er een gevechtskaart van het Belgische Ieper geprojecteerd.  Het publiek ziet deze drukke beelden ook. Ze worden als houtskooltekeningen geprojecteerd en daarover springerige filmbeelden.
Mattei is op dreef. Hij spreekt, zingt en acteert uitstekend. Kortom hij beheerst het podium. Sopraan Elsa Heever speelt en zingt voortreffelijk de rol van zijn vrouw Marie. Ze is net zo’n leeg personage als Wozzeck. Zij voelt zich vooral aangetrokken door de opzichtige uniformen van leeghoofdige officieren en muziekleiders.
Het kind van Wozzeck en Marie werd verbeeld door een manipuleerbare pop voorzien van een wit masker, een marionet. In mijn ogen een goede greep.

Muziek
Dirigent Yannick-Nézet-Séguin en de orkestleden verdienen lof voor hun orkestrale spel dat zowel tonale als atonale passages omvat. Echte aria’s komen bij Berg niet voor. Dat is bekend. Zijn muziek doet denken aan uitstekende filmmuziek. Althans mij. Naarmate de voorstelling vorderde, werd de muziek donkerder en dieper en bereikte een hoog spanningsgehalte.

Na afloop van de opera heb ik het gevoel dat ik hier en daar wat heb gemist en de voorstelling eigenlijk nog een keer moet zien. Er is veel symboliek en er valt veel uit te leggen. Deze opera biedt zeker de mogelijkheid tot reflectie maar liet me emotioneel toch koud. Ik vraag me achteraf toch af hoe dat komt?

Al weer een hele tijd geleden zag ik in de opera van Vlaanderen de opera Akhnaten van de Amerikaanse componist Philip Glass (1937)die vijftien opera’s op zijn naam heeft staan. Eerder zag ik ook zijn Satiagraha (1980). Behalve deze twee heb ik niet eerder een van zijn vijftien opera’s gezien. Ik was tijdens de twee uitvoeringen zo geïmponeerd door de muziek dat ik mezelf beloofde de eerste beste kans te grijpen om naar een theater te gaan waar een werk van de Amerikaan zou worden uitgevoerd.

Op maandag 9 december 2019 jl was het zover. In de Pathé-bioscoop in Tilburg zag ik een uitvoering van de Metropolitan Opera van Akhnaten, die in 1984 in première ging in Stuttgart. Ik heb er geen moment spijt van. Ik voel me zelfs nu nog enigszins betoverd door de repetitieve patronen van de muziek waardoor je in trance kunt raken. Hoe is het toch mogelijk dat het ontelbare malen herhalen van een muzikale zin met een superstrak ritme, met het toevoegen en weer weglaten van enkele noten, je zo kan meevoeren in een andere muzikale wereld dan die waar je aan gewend bent? Toch vreemd dat verveling uitbleef. Soms lijkt de muziek op een gebouw van stenen die zo nu en dan over elkaar heen schuiven. Denk niet dat ik ook maar één zangstuk hoorde dat doet denken aan een klassieke aria. De melodieën die orkest en zangers laten horen kennen geen aanloop, geen oplopende spanning in het middenstuk en ook geen explosieve finale die je voelt aankomen.
Het orkest van de Met, onder leiding van de vrouwelijke dirigent Karen Kamensek, maakte veel gebruik van slagwerk en percussie maar speelde  zonder violen (wel altviolen) waardoor de sobere klankkleur van de muziek voor een belangrijk deel werd bepaald door de blazers.

Geschiedenis
Op het podium was ook van alles te beleven. Er waren dansers, zangers en jongleurs die fragmentarisch de opkomst en ondergang van de dominante Egyptische farao Akhnaten uitbeeldden (1351 tot 1334 v.C. ) Glass’ opera gaat over macht. Als opvolger van zijn vader Amenhotep III werd farao Akhnaten gekroond. De vorst introduceerde een ingrijpende wijziging in de heersende cultuur. De oude traditionele goden mochten niet langer worden vereerd, maar de zonnegod Aton moest worden geëerbiedigd als een unieke god die in de gedaante van een zonneschijf steeds zichtbaar was. Akhnaten beschouwde zichzelf als de enige zoon en profeet van Aton en profileerde zich als godkoning.
De vorst stichtte een compleet nieuwe stad: “Horizon van Aton” en werd aanvankelijk zeer gewaardeerd door zijn onderdanen tot hij zijn band met het volk verwaarloosde en zijn leger niet opgewassen bleek te zijn tegen vijanden die delen van zijn land annexeerden. Een volksopstand na 17 jaar regeren werd Akhnaten, zijn vrouw Nefertiti en hun zes dochters fataal. De stad werd vernietigd en het einde van het regiem was een feit.
De productie van deze opera was van de Engelse regisseur  Phelim McDermott. De dramatiek in deze opera is niet zo groot maar McDermott slaagde erin om een enorme hoeveelheid spanning te creëren door krachtige motieven te gebruiken die een essentieel onderdeel van de structuur uitmaken. De samenzang van vrouwen klonk me niet zo consonant in de oren maar het koor, dat het volk of priesters vertegenwoordigde, maakte een grote indruk. De zich herhalende motieven werden krachtig in een sterk ritme gezongen. Schitterend!

De rol van Akhnaten werd gezongen door de countertenor Anthony Roth Constanzo. Of hij nou echt goed was weet ik niet, want zijn presentatie als zanger en acteur lijkt niet op die van een westerse artiest. Het ontbreekt me trouwens aan vergelijkingsmogelijkheden. Constanzo’s voordracht stond me zeker aan! Hij heeft een heldere en krachtige stem.

Scène uit Akhnaten

Opvallend was de rol van Akhnatens vader, Amenhotep III. Die verschijnt als een geest die in het Engels commentaar geeft op de ontwikkelingen, datgene wat in het oud Egyptisch wordt gezongen. Acteur Zachary James vertolkte met een meer dan krachtige stem uitstekend deze spreekrol.

Toneelbeeld
Het toneelbeeld zag er nooit statisch uit. Zo werd vermeden dat het werk met zijn sterk meditatief en repetitief karakter een saai toneelbeeld opriep. De regie gebruikte daarbij ook slow motion-acties waarbij de acteurs heel bewust van moment tot moment bewogen, zodat het publiek het grotere tableau kon overzien zonder een beat te missen. Het gebruik van deze techniek was met name effectief tijdens ‘Attack and Fall’, waarbij de dochters van Akhnaten worden gevangen genomen door de felle menigte. Akhnaten rent achter hen aan, zijn mond verlamd van angst, maar zijn toch te langzame beweging onderbreekt het cruciale moment en maakt hem des te machtelozer.
Het podium werd ook dikwijls bezet door symbolische figuren die werden voorgesteld door jongleurs of de goden.
De kostuums waren zo prachtig dat we gerust kunnen spreken van een kostuumopera. De protagonisten die bij de koninklijke familie behoorden waren grotendeels in gouden kleding gestoken. Ook anderen droegen met goud geaccentueerde kostuums. Het zag er prachtig uit.

Het paar Akhnaten en Nefertiti

De meest ontroerende scène die McDermott het publiek bood, was een hypnotische liefdesscène tussen Akhnaten en zijn vrouw Nefertiti waarin de twee langzaam over het podium naar elkaar schrijden. Ze slepen beiden een lange rode sluier achter zich aan en verenigen zich in het midden van het podium waarbij het paar en de sluiers zich verbinden en dat lijkt op een onbeperkte rode draad, een symbool van een eeuwig durende liefde.

Trilogie
Akhnaten is de derde opera van een trilogie. Einstein on the Beach gaat over wetenschapper Einstein, Satiagraha brengt de weerstand tegen tirannie door Gandhi in beeld en Akhnaten toont hoe macht corrumpeert en leidt tot verwoesting van een cultuur.

Akhnaten is verdeeld in drie bedrijven. De muziek is in elke acte doorlopend en de scènes volgen elkaar op zonder pauze.  De woorden in de zangteksten zijn afkomstig uit verloren oude talen. De problemen met het vocaliseren daarvan werden opgelost door de ritmen en de intonatie uit een lang vergeten tijdperk te creëren. Een uitzondering is de hymne aan Aton in het tweede bedrijf. Akhnaten drukt daarin zijn diepe persoonlijke emotie en gedachten uit. Daarom wordt de hymne steeds gezongen in de taal van het land waar de opera wordt opgevoerd. Dit keer dus in het Engels

Akhnaten eindigt op de tonen die een sombere melancholie uitdrukken. De arpeggio-muziek van Glass wijkt niet af van de eeuwige ritmische nadruk, maar de emoties, zoals verbeeld door de enscenering, zorgen voor een diepe reflectie op hoe de samenleving het verleden vaak laat sterven en zelfs vermoordt als zij dat nodig acht.

Inhoud en uitvoering maakten een grote indruk op me. Jammer dat er weer weinig operaliefhebbers kwamen opdagen.

 

 

De uitvoering van Madame Butterfly in de Pathé bioscoop op 17 november 2019 in Tilburg werd door circa 60 enthousiaste liefhebbers bijgewoond.  De voorstelling betrof een satellietuitzending van de Metropolitan opera in New York. Al in 2009 zag ik deze productie van regisseur Anthony Minghella. Ik vond hem toen al heel bijzonder. En dat vind ik nog steeds. Dat is vooral te danken aan de samenwerking van de winnaar van de Academy Award, filmproducer Anthony Minghella, de danser en choreograaf Carolyn Choa en de leiders van het poppentheater Blind Summit, Nick Barnes en Mark Down. In het theater van dit laatste tweetal zijn de mensen die de poppen in Bunraku stijl aansturen enigszins zichtbaar voor het publiek. Het leverde tot mijn verbazing geen irritatie op.

Veel publiciteit
Deze Butterfly was zeker niet modern te noemen, maar door het op een uitdagende wijze samenbrengen van andere autonome kunstvormen werd deze uitvoering een ongekend succes. Dansers zorgden voor de uitbeelding van de Cio-Cio-San (Butterfly) tragiek door fraai te bewegen wanneer de gedachten van de Japanse afdwaalden naar de tijd dat ze als geisha door het leven ging.      Ook indrukwekkend was het optreden van een danser die manipuleerde met een pop die identiek wasaan de vrouwelijke hoofdrolspeelster tijdens een instrumentaal intermezzo bij de aanvang van het 2e deel van het 2e bedrijf. Hij ging tijdens zijn dans zo met deze pop om dat iedereen begreep dat het koppel Pinkerton de tand des tijds niet zou doorstaan.Aanleiding tot veel publiciteit in New York was destijds de inzet van een pop in een matrozenpakje in plaats van een tweejarig jongetje als protagonist voor het zoontje van Pinkerton en Butterfly. Drie miniem zichtbare manipulators wisten het poppetje zo natuurlijk te laten bewegen dat een aantal toeschouwers beweerde dat de inzet van deze pop meer realistisch was dan die van een jongetje dat nauwelijks een dergelijke rol kan spelen.   Anderen vonden het intrigerend maar ook vreemd. Sommigen waren  ontroerd door de suggestieve en natuurlijke wijze waarop de pop speelde. Opvallend was ook hoe goed acterend Hui He als Butterfly, Elisabeth Deshong als Suzuki en Paulo Szot als Sharpless met grote nuance reageerden op het gedrag van de pop. Het was aandoenlijk om te zien.

Uitstekende cast
Hui He was een fantastische Butterfly. De 47-jarige Chinese zangeres acteerde ondanks haar forse gestalte zo veel als mogelijk als een jong meisje. Haar zang en spel deden iedereen vergeten dat haar lichaamsomvang niet overeen kwam met dat van een 15 jarige die haar eerste huwelijksnacht tegemoet gaat. De rol is op zich zelf al lastig genoeg, want zij moet in het eerste bedrijf haar stem licht houden maar in het tweede bedrijf schakelen naar volle tragiek. Die gedachte komt bij me op als ik terug denk aan de wijze waarop Hui He tijdens haar aria ‘Un bel di vidremo’  haar dienster Suzuki haar visualisatie van de terugkomst van Pinkerton laat ervaren. Dat is in een woord fenomenaal. Iedere zin, iedere frase is raak. Dat gold ook voor haar hartverscheurende slotaria. De Amerikaanse mezzo-sopraan Elisabeth DeShong zong de rol van Suzuki ook al uitstekend. Zij deelde in de smart en ellende van Butterfly en hielp haar waar ze maar kon. Tegen beter weten in versierde ze met Butterfly de woning vanwege de vermeende thuiskomst van Pinkerton. Bruce Sledge was een welluidende F.B.Pinkerton. Voor hem was zijn optreden tevens een roldebuut in de Met waarin hij de zieke tenor Andrea Carè verving. Aanvankelijk vond ik hem te weinig de uitstraling hebben van een minnaar. Zijn mimiek kwam onverschillig over. Hij had de onsympathieke rol van een gedetacheerd marineofficier In Nagasaki, die van mening was dat hij, zoals de Japanse wet voorschrijft, een 999 jarig huwelijk kon afsluiten met een opzegtermijn van één maand. Bovendien was hij de protagonist die model stond voor de tegenstelling tussen de westerse en Japanse cultuur. Hij beledigde de moeder van de bruid en haar familie in woord en gebaar en schatte slecht in wat het betekende voor Butterfly dat zij door haar familie werd verstoten omdat zij vond dat ze de Japanse goden vaarwel moest zeggen en voor de God van Pinkerton wilde knielen. Na drie maanden huwelijk verliet hij haar en keerde na drie jaar met een Amerikaanse vrouw terug naar Nagasaki zonder ondertussen iets van zich had laten horen. Toch had hij aan Butterfly beloofd terug te keren wanneer de roodborstjes zich hadden genesteld. In Japan was dat inmiddels al drie keer gebeurd. Butterfly vroeg daarom aan de consul Sharpless of roodborstjes dat in Amerika veel minder doen. De Amerikaan antwoordde dat hij geen ornithologie had gestudeerd en het niet wist.

Ondankbare rol

Sharpless leest brief voor aan Butterfly

Sharpless had een ondankbare rol die de Braziliaanse bariton Paulo goed invulde. Hij moest Butterfly meedelen dat FB Pinkerton niet bij haar zou terugkeren maar kon dat nauwelijks over zijn lippen krijgen waardoor Butterfly tot het laatst toe valse hoop koesterde op Pinkertons terugkomst. Ook zijn pogingen om Pinkerton te behoeden voor te lichtzinnig gedrag ten opzichte van Butterfly strandden. Szot’s bescheiden ingehouden expressie paste precies in de lastige situaties die zich voordeden.

Het orkest onder leiding van dirigent Karen Kamensek zorgde voor de juiste sfeer en ondersteuning van de solisten. Het goed zingende koor dat de familieleden van Butterfly vertegenwoordigde was schitterend gekostumeerd door kostuumontwerper Han Feng waardoor deze opera Butterfly er prachtig uitzag.

Ze is mooi, sensueel, pas 16 en moet van haar familie naar een klooster omdat ze op te veel pleziertjes uit is. Men wil haar temmen. Het zal niemand lukken. Manon komt op haar reis, naar dat klooster, in contact met een aantrekkelijke jongeman Chevalier Des Grieux. Ze hebben éénmaal oogcontact en zijn straalverliefd. Maar al spoedig is er, na een kortstondig verblijf met hem in een kleine Parijse woning, een andere kaper op de kust. De puissant rijke oude De Brétegny kan Manon bieden wat de arme Chevalier des Grieux niet kan. Een wuft leven met veel koketterie maar de echte liefde die ze wel ervoer bij haar vorige minnaar des Grieux ontbreekt. Ze kiest voor De Brétegny en verlaat des Grieux. Wel zingt ze voor haar vertrek nog de schitterende, eenvoudige aria ‘Adieu notre petite table.’  Des Grieux, inmiddels in priestertoog, preekt tot zichtbaar genoegen van vrouwelijke kerkgangers, maar ondanks dat hij anders wil doen geloven is hij Manon absoluut niet vergeten. Dit alles begrijpt, ziet en hoort de bioscoopbezoeker dankzij de straalverbinding met de Metropolitan opera.

Triomf
Manon is des Grieux ook niet vergeten. Hun ontmoeting in de kerk is stormachtig en levert tijdens het derde bedrijf het zoveelste prachtige duet op (Toi! Vous!) en wie de sopraan Lisette Oropesa ziet verleiden heeft begrip voor de protagonist pastoor, dat hij de verleidingen van Manon niet kan weerstaan. Zelden zag ik in een kerk zo’n hartstochtelijke minnaars als Manon en Chevalier des Grieux. Het publiek van de Met lijkt de omhelzing van het paar als een triomf van de liefde te beschouwen want nog voor de laatste toon heeft geklonken juicht het uitbundig.

De rol van Des Grieux wordt vertolkt door de 35 jarige Amerikaanse tenor Michael Fabiano. Hij beschikt over een groot volume en beheerst ook het pianissimo en maakt daarbij uitstekend gebruik van zijn kopstem als hij zijn gevoelens vol tederheid voor zijn geliefde wil uitdrukken. Hij komt in de meeste, dramatische situaties zoals in de kerkscène het best uit de verf. Terugkomend op de Amerikaanse sopraan Oropesa, winnares van de Berverly Sills Award 2019, is in grote vorm. Ze heeft een heldere, flexibele sopraanstem en is uitermate geschikt om de mix van lyriek en hevige uitbarstingen over het voetlicht te brengen. Het elan waarmee zij zingt en acteert, doet je vergeten dat ze als 36 jarige een 16 jarige verbeeldt. Ook in de slotscène, waarin Manon uiteindelijk sterft, wordt dat op aangrijpende wijze vertolkt. Tijdens haar laatste uur haalt ze herinneringen op van haar samenzijn met Des Grieux. Het lijkt erop dat ze daarmee definitief afscheid neemt van haar uitgaansleven van pikanterie en goklust. Bij haar weet je het echt nooit zeker! De opera gaat dus ook over het kiezen van de juiste levensstijl!

 Melodieuze muziek
Het liefdesdrama van de componist Jules Massenet (1842-1912) zag ik op  4 november 2019 in de Pathé bioscoop van Tilburg. Dit werk eindigt heel tragisch  en bestaat uit schitterende orkestmuziek en vele aria’s en duetten voorzien van mooie legatobogen. De melodieuze muziek staat steeds in het teken van de stemmingwisselingen ontstaan door de breuken tussen de geliefden en de zinnelijk mondaine schoonheid hetgeen vooral ook in de doorgaans goed uitgevoerde balletten tot uiting komt.
De opera heeft vijf bedrijven, massascènes en één ballet en doet daarom denken aan een Grand Opéra. Volgens de destijds heersende gewoonte werd, vanwege enkele gesproken dialogen, de opera tijdens de première in 1884 in de Opera Comique van Parijs opgevoerd. Het libretto is van Henri Meilhac en Philip Grille. Het was een idee van de componist Massenet om de in 1731 gepubliceerde roman ‘L’Histoire des Grieux et de Manon Lescaut’ van Abbé Prévost op muziek te zetten. Het stuk was destijds een schandaal omdat het handelde over de vrouwelijke seksualiteit en haar macht die erkende burgerlijke normen zouden ondergraven. De roman speelt zich af tijdens het regentschap van Philippe d’ Orléans die bekend stond om zijn seksuele losbandigheid en zijn corrupte levenswandel. De librettisten waren wel zo wijs om, na de Duits-Franse oorlog, in hun libretto niet te verwijzen naar Philippe d’Orléans.

 Stijlvol
De in de Met uitgevoerde massascènes in deze productie van de Franse regisseur Pelly zagen er goed uit. Er waren geraffineerde massale bewegingen van de in avondkleding gestoken mannen en vrouwen waarbij, evenals door de dansers, goed gebruik werd gemaakt van de schuin aangebrachte oplopende, brede verhogingen op het podium. Het podium was bij ieder bedrijf stijlvol opgebouwd met strakke decors die er soms surrealistisch uitzagen dan weer heel realistisch.

De regelmatige bioscoopbezoeker is inmiddels wel vertrouwd geraakt met de beelden achter de schermen tijdens de pauzes. Toch blijf ik me nog steeds verwonderen over de snelheid en de inzet van het Metpersoneel dat er steeds in slaagt om in recordtempo een nieuw toneellandschap op te bouwen.
Wat minder bewondering had ik voor de directie van dirigent Maurizio Benini. Ik miste tijdens de orkestrale begeleiding van de protagonisten een wat genuanceerder mix van Franse charme en realisme. De orkestpartij leek eendimensionaal. Deze Manon was niettemin een succes al waren er weinig Tilburgers in de Pathébioscoop. Ten onrechte!

 

Modest Moessorgski

Modest Moessorgski

Op 27 oktober 2019 reisde ik met Operaclub Nederland naar Krefeld om  de opera Boris Godoenov van Modest Moessorgsky (1839-1881) te zien.

Behalve Boris Godoenov componeerde de Rus nog meerdere opera’s zoals  Mlada en de onvoltooide opera’s Chovansjtsjina, De Jaarmarkt van Sorotsjinski, Salammbo en Het Huwelijk. Bovendien schreef hij schitterende liederen o.a. de cyclus ‘Liederen en dansen van de dood.’

Modest bezocht als zoon van een welvarende familie de officiersschool en aanvaardde in 1856 het officierschap bij de garde van Sint Petersburg. Toen zijn familie haar vermogen kwijt raakte werkte hij een tijd als ambtenaar bij de ministeries van verkeer en bosbouw.

Modest was autodidact. Pianolessen waren zijn enige muzikale opleiding. Dat kon ook niet anders want de eerste conservatoria ontstonden pas in 1862 in Sint Petersburg en in 1866 in Moskou. Toch gaf Moessorgski al op zijn 9e verjaardag zijn eerste openbare pianoconcert.
Moessorgsky gebruikte in zijn composities muziek van het oude Rusland. Net als enkele andere Russische componisten wilde hij daarmee het grote Russische verleden laten herleven.
Van Boris Godoenov bestaan meerdere versies. Tijdens de busreis werd ons verteld dat we de oerversie zouden zien. Bovendien was de voorstelling voor het theater in Krefeld een première.
Mijn 32 mede reizigers toonden zich na afloop zeer tevreden. Het theater werd als aangenaam en intiem ervaren.Men had genoten van de muziek en ook de enscenering werd gewaardeerd al liet de zichtbaarheid soms door de donkere coulissen en de schaarse verlichting te wensen over.

Koorzang

 

Dit keer zagen we geen Boris Godoenov als een grande opéra. Alle mogelijke glitter van het hof van de Tsaar en de traditionele Russische kostuums waren weggelaten. Het podium werd voornamelijk bevolkt door het Russische volk. De mensen waren sober gekleed en bijna iedereen was voorzien van een lamp tijdens volksbijeenkomsten. Soms als middel om de protesten of klaagzang meer kracht bij te zetten maar ook door er mee aan te geven dat sommige passages extra moesten worden belicht als heel bijzonder.
Regisseuse Agnesa Nefjodov had het werk teruggebracht tot ruim 2 uur waarin ze duidelijk wilde maken dat de opera in essentie gaat over macht en angst maar vooral over het lijden van het Russische volk dat het goed voedsel en enige welvaart ontbeert.
Een tweede item is het geweten dat de Russische vorst kwelt vanwege zijn aandeel in de moord op Dmitri waardoor hij op de troon kwam.

Liefhebbers van Russische opera verlangen naar koorzang en willen graag diepe bassen horen. In de eerste scène van het eerste deel komen ze al aan hun trekken. De rol van de tsaar wordt vertolkt door de uit Moskou afkomstige bas Mischa Schelomianski. Een echte diepe bas vind ik hem niet maar hij zingt zijn rol met overtuiging en kwam naarmate de opera vorderde steeds beter voor de dag, vooral in het laatste bedrijf.
In de eerste acte wordt duidelijk dat het volk een nieuwe tsaar wil, maar een ambtenaar deelt mee dat de gekozen tsaar Boris Godoenov de kroon niet wil aanvaarden. De klagende zang tijdens de grote onrust van het volk loopt uit op een demonstratie waarbij zo nu en dan de politie de menigte in bedwang moet houden. Er is dus geen sprake van een statisch toneelbeeld met een koor dat in alle rust staat opgesteld. Men moet zingen en handelen tegelijk en dat is lastig. De klaagzang is naar mijn gevoel net niet nadrukkelijk genoeg om in huilen uit te barsten. Jammer. De begeleidende orkestpartij was werkelijk prachtig. Ik ervoer aan den lijve de melancholie en de machteloosheid van het volk dat op zoek is naar een nieuwe tsaar.
De koorliefhebbers kunnen in de 2e scène van hetzelfde deel wederom genieten van het koor wanneer bekend gemaakt wordt dat de nieuwe Tsaar Boris Godoenov inmiddels is gekroond. Ook nu moet het koor alle zeilen bijzetten. Het gezongen eerbetoon aan de vorst zou ook hier iets nadrukkelijker mogen klinken. Boris Godoenov dankt God vervolgens en vraagt zijn hulp om een goed vorst te zijn voor het Russische volk.

 Kunst
Kunst was voor Moessorgski geen doel op zich maar een communicatiemiddel. Hij was er van overtuigd dat de menselijke spraak strikt door muzikale wetten wordt gecontroleerd. Daarom was kunst volgens hem niet slechts het weergeven van gevoelens, maar bovenal van de menselijke spraak in muzikale klanken. De componist zocht niet naar mooi om het mooi, maar muziek die kon behagen. Hij zocht oprecht naar waarheid in de muziek en dat leverde niet altijd mooie melodietjes op, wel schitterende muziek! Dat is zeer merkbaar wanneer de zang en orkest het geluidsniveau tempert. Dat is logisch want we zien hier want in de eerste scène van het tweede de oude monnik Pimen rustig werken aan zijn kroniek over Rusland. Hij legt de verantwoordelijkheid over het begane onrecht in het land bij de machtshebbers. De jonge monnik Grigori is zijn leerling. Hij vraagt aan Pimen naar de omstandigheden tijdens de moord op de tsarevitsj Dimitri. Volgens Pimen is deze op last van Boris vermoord, die daarna de troon besteeg. Grigori bedenkt een list. Hij besluit zich uit te geven voor Dmitri en zich op Boris Godoenov te wreken.
Tijdens deze dialogen wordt gebruik gemaakt van veel Sprechgesang. Dat zet zich voort tijdens de discussie die zich afspeelt tijdens de 2e scène van het tweede deel. In een herberg op de grens van Rusland en Litouwen zijn de twee liederlijke bedelmonniken Varlaam en Missail, Grigori en de waardin aanwezig. Varlaam, vertolkt door de buffo-bas Matthias Wippich, zingt zeer luid maar mijn inziens wat slordig een melodieus drinklied waarna Grygori, die door de politie wordt gezocht er in slaagt aan een binnenkomende politieman te ontsnappen.

In scène drie converseert Boris met zijn kinderen. Hij troost zijn dochter Xenja die haar verloofde verloor en laat vervolgens horen dat zijn zelfbeeld niet ijzersterk is. Hij verwijt zichzelf dat hij zijn volk niet meer welvaart heeft kunnen brengen en zijn vertrouwen in de Bojaren is ook behoorlijk aangetast. Veranderde de muziek na het eerste deel van het tweede bedrijf door kamermuziekachtige klanken, in de derde acte en bij het optreden van vorst Sjoeski die door Boris wordt beschuldigd van schijnheiligheid en verraad, wordt de opera levendiger maar vooral ook dramatischer. De tenor Kairschan Scholdybajew, afkomstig uit Kasachstan, speelt de rol van de bojaar Sjoeski. Boris hoort van hem het nieuws aan dat er een pretendent voor de troon van Rusland is opgestaan die zich uitgeeft voor Dimitri. Boris raakt zijn zelfvertrouwen kwijt wanneer hij de gruwelijke details over de dood van Dmitri hoort. Hij zakt in elkaar en vraagt God om vergiffenis.

In de eerste scène van het vierde deel wordt de aandacht opnieuw gevestigd op het volk dat bij elkaar komt op een plein. Het geloof in de wederopstanding van de tsarevitsj Dmitri  heeft bij de mensen post gevat. De tsaar verschijnt en een aantal mensen bedelt bij hem om een aalmoes. Boris loopt een bedelmonnik, vertolkt door David Esteban, tegen het lijf en vraagt hem om voor hem te bidden. De ‘heilige dwaas ‘ weigert dat categorisch. Dat zal hij nooit doen voor een kindermoordenaar. Het is een scène die door de houding van de monnik en de prachtige voordracht en zang van David Esteban een bijzonder moment in de opera is. De machtige tsaar delft het onderspit tegen een simpele monnik. De tsaar voorkomt zelfs dat een politieman de monnik arresteert.

Eenvoudige muzikale middelen
Moessorgski gebruikte, nadat hij door een bepaalde gebeurtenis geëmotioneerd was geraakt, eenvoudige muzikale middelen om zijn muziek op papier te zetten. Hij slaagde erin om dat te doen met een enorme zeggingskracht. Bij gebrek aan kennis van de juiste harmonische regels liet hij zich leiden door zijn feilloze gevoel voor dramatiek en expressie. Dat zien en horen we in de 2e scène van het vierde deel.
Tijdens een vergadering van de doema in het Kremlin wordt het doodvonnis geveld over een troonpretendent en zijn helpers die Boris van de troon wilden stoten. Dan stapt de aangeslagen Boris de vergaderzaal in. Hij wankelt en raakt totaal uit zijn evenwicht wanneer hij de door vorst Sjoeski binnen gelaten oude monnik Pimen hoort vertellen over de wonderlijke genezing van een blinde herder die droomde dat hij de raad kreeg te bidden op het graf van tsarevitsj Dmitri. Hij deed dat en kon plotseling zien. Dat is voor Boris de genadeslag. Hij laat zijn zoon Fjodor bij zich roepen. Boris spreekt in een indrukwekkende monoloog, ondanks zijn benarde toestand, helder en klaar zijn zoon toe. Hij draagt hem op om als zijn opvolger goed voor zijn zus te zorgen en voor het Russische volk. Zijn woorden zijn duidelijk en de daarbij door Moessorgsky gecomponeerde muziek is direct en pakkend. Mischa Schelomianski is hier op zijn best. Boris loopt wankelend rond maar valt en verliest het bewustzijn. Hij sterft. Einde van deze versie van de opera. De voorstelling kenmerkte zich door eenvoud. Kleding, de coulissen en rituelen zonder veel opsmuk. Prima!

Boris Godunow
 

Serieus
Moessorgsky’s collegae en het publiek hebben hem lang niet altijd serieus genomen en hem afgeschilderd als een woeste dronkenlap, die tijdens de schaarse perioden dat hij bij zinnen was af en toe en bijna per ongeluk, meesterwerken produceerde. Het is waar, hij stierf letterlijk aan de drank. Maar ook is waar dat hij een natuurtalent was. Hij ploeterde met de materie, schaafde en veranderde voortdurend. Zo ontstonden werken in een doorzichtige, directe, maar voor die tijd zeer ‘moderne’ klanktaal. Alle muziek van deze componist is dramatisch, beeldend en vertellend.

Boris Godoenov is zijn meesterwerk gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Poesjkin, die zich op zijn beurt weer liet inspireren door de historische tragedies van Shakespeare. Het onderwerp, de machtsstrijd rond de troonopvolging van Ivan de Verschrikkelijke speelde perfect in op de in de jaren zestig en zeventig van de 19e eeuw heersende belangstelling voor de roemrijke Russische historie.

Niet iedereen van de 75 bezoekers in CC. Jan van Besouw in Goirle ging heel tevreden naar huis na het zien van Otello van Verdi op 22 oktober 2019. Natuurlijk waren de meeste mensen naar het cultureel centrum gekomen omdat ze van Verdi houden. De uitvoering van producer Keith Warner leek hen toch iets te donker en de muziek had volgens hen toch niet de kwaliteit van die van de bestsellers Nabucco, La Traviata en La Forza del destino. Waar waren de mooie belcanto aria’s gebleven waarvan je tranen in je ogen kreeg, vroegen zij zich af. Inderdaad die waren er niet want Verdi componeerde op zijn oude dag dit meesterwerk op een andere wijze, waarbij hij meer dan ooit de orkestpartij en de tekst met elkaar zo liet versmelten dat de opgesloten tragiek van Shakespeares werk zeer expressief voor het voetlicht kwam. Daarbij maakte hij geen gebruik van het oude Italiaanse operaconcept. Dat was ook te danken aan de literaire capaciteiten van de Italiaanse componist Antonio Boito, die de opera voorzag van scherpe teksten gebaseerd op het werk van Shakespeare. De voorgangers van Otello waren Don Carlos (1867) en Aida (1871) en 16 jaar later op 5 februari 1887 werd de première van Otello opgevoerd in de Scala van Milaan. De Italiaanse maestro was toen 74 jaar. Een geweldige prestatie vooral als men bedenkt dat Verdi’s opvatting over opera zich nog steeds ontwikkelde en hij de orkestrale complexiteit van zijn werk vergrootte in vergelijking met zijn voorgaande opera’s. Het betekende afwijken  van het concept aria, duet-en koorscene, naar een vloeiende overgang van de ene naar de andere scène.
Waardig opvolger
Van het belcanto concept bleef nagenoeg niets meer over. Zie daar het probleem van de operabezoeker die Otello voor het eerst ziet. Dat is bij mij zeker niet het geval. Op zeer jeugdige leeftijd was ik al gegrepen door Verdi’s meesterwerk en ook de uitvoering die ik presenteerde van het Royal Opera House Covent Garden in Londen, onder leiding van de 58 jarige Antonio Pappano, beschouw ik als een uitstekende uitvoering van Verdis meest geslaagde drama die bij operakenners en liefhebbers niet in hun discotheek mag ontbreken. Zeker, Placido Domingo zal na zijn afgedwongen vertrek van het operapodium de geschiedenis ingaan als wellicht de meest succesvolle Otello, maar ik geloof dat men in de Duitse tenor Jonas Kaufmann een waardig opvolger heeft gevonden. Hij evenaart zeker vele zangers die reeds eerder furore maakten in deze rol.

Emoties

Jonas Kaufmann als Otello en Marco Vratogna als Jago

De rillingen liepen me soms over het lijf tijdens deze uitvoering van regisseur Keith Warner. Otello is het meest duistere werk van Verdi. Dat kwam ook tot uiting in de erg donkere opname. Mijn slechte ogen moesten zich bovenmatig inspannen om vooral in de eerste acte te zien wie wie was. Otello’s opkomst met zijn ‘triomfantelijke ‘Exsultate, l’orgo muselmano’ was magistraal ‘. Geen probleem op dat moment. En ook Jago, met een kaalgeschoren hoofd en de uitstraling van een duivel in mensengedaante was helder en duidelijk. De Italiaan Marco Vratogna is nog net niet de evenknie van de legendarische  Tito Gobbi maar toch werkelijk een symbool van het kwaad, Vooral in de toonzetting naar de andere protagonisten trad hij sluw, verleidend en demoniserend op. Hij was immers Otello’s vijand. Hij had er belang bij om de man die een onderscheiding toekende aan Cassio, vertolkt door de tenor Frederic Antoun, waarvoor juist hij, Jago, dacht  in aanmerking  te komen, ten val te brengen. Om dat te bereiken bedacht de crimineel een script dat zou leiden tot de dood van Rodrigo die verliefd was op Desdemona. Uiteindelijk werd hij zelf ook slachtoffer.
Ingevolge Verdi’s wens was het personage Otello een tenor met een volumineuze stentorstem en Jago zijn baritonale evenknie die wist hoe jaloezie, dronkenschap en ruzie aan te wakkeren. Wie de teksten van deze opera heeft gelezen en de muziek herkende die daarbij paste, moet onder de indruk zijn van Verdi’s meesterwerk. Wie de teksten nog niet las adviseer ik omdat alsnog te doen. En let dan eens op hoe Jago’s demoniserende monoloog ‘Credo’ waarin hij zich zelf karakteriseert  bij de aanvang van het tweede bedrijf is georkestreerd. De rillingen lopen over je lijf.

Naïeve vrouw

Maria Agresta als Desdemona

Veel mensen lieten me weten dat ze de derde en vierde acte aantrekkelijker vonden dan de eerste twee. Dat was volgens hen te danken aan het veelvuldiger optreden van Desdemona. Een rol die succesvol vertolkt werd door de Italiaanse Maria Agresta. Ik had haar bij mijn weten niet eerder horen zingen.  Na het ‘mannengeweld’  met hun  krachtige dialogen was het optreden van de lyrische sopraan voor velen een weldaad voor het oor. Haar wilgenlied met het dikwijls als een mantra herhaalde ‘salce’ en het onmiddellijk daaropvolgende ‘Ave Maria’ werd schitterend door haar vertolkt. Niet alleen zangtechnisch maar ook acterend. Haar Desdemona is de verbeelding van een zachte, erg naïeve vrouw die zich telkens de woede van haar man op de hals haalt door te pas en te onpas aandacht te vragen voor Cassio, die Otello door toedoen van Jago wantrouwt wegens een vermeende geheime relatie met Desdemona.

 De trouwe lezers van mijn weblog weten onderhand wel dat ik de opera Turandot van de Italiaanse componist Giacomo Puccini (1858-1924) al dikwijls zag. Gisteren, 10 oktober 2019, was dat opnieuw het geval in de Pathébioscoop in Tilburg. Ik was enigszins aarzelend naar het filmtheater gegaan en herinnerde me, dat ik de productie die de Met naar alle hoeken van de wereld streamt toch al heel dikwijls had gezien met vanzelfsprekend wel steeds wisselde casts. In mijn muziekkast staat een dvd met een uitvoering van de Met uit einde jaren tachtig met in de hoofdrollen Placido Domingo als prins Calaf en Eva Marton als de haast onbenaderbare prinses Turandot. Een pracht uitvoering die vooral ook te danken was aan de onlangs overleden regisseur Franco Zeffirelli. Het is haast voor een gewone sterveling niet voor te stellen dat deze productie al 32 jaren in leven is gebleven.

Sprookje
Toen ik gisteren de eerste beelden weer terug zag, gaf ik me onmiddellijk over aan het uit de 13e eeuw daterend sprookje opgetekend door Carlo Gozzi in 1762.  In dat sprookje ging het ook over een prinses die uitsluitend wil trouwen met een man die drie raadsels kan oplossen die zij hem voorlegt. Op een zekere dag arriveert bij haar een arme varkenshoeder die zijn geluk wil beproeven door de raadsels op te lossen in aanwezigheid van twaalf geleerden. De eerste vraag luidt: Welke boom draagt aan de ene kant lichte en aan de andere kant zwarte bladeren? De jonge man antwoordt: ‘De boom   die aan de aarde de lichte dagen en de zwarte nachten geeft.’ De 2e vraag luidt: Wie kan heel de wereld overzien en ontdekt nergens haar gelijke? De varkenshoeder geeft voor de tweede keer een correct antwoord: ‘De zon.’ De laatste vraag lijkt me minder moeilijk, maar toch… Welke moeder is er op de wereld, die al haar kinderen opslokt? Het antwoord is: ‘Wie anders dan de zee! Zij slokt al de stromen en rivieren en waters op, die in haar uitkomen.’ Alle vragen zijn goed beantwoord. Niets staat een huwelijk tussen de varkenshoeder en de prinses nog in de weg en uiteindelijk zal de held als koning regeren.

In de tekst van Gozzi èn in het libretto van Giuseppe Adami en Renato Simoni bij Puccini’s laatste opera staan de drie raadsels, al zijn ze heel verschillend, zo centraal dat je je afvraagt wat bezielt de varkenshoeder in het ene geval en de zoon van Koning Timur in het andere er toe om te strijden om de gunsten van een frigide, onwillige vrouw . Turandot zal zelfs na oplossing van de raadsels, ondanks haar belofte, weigeren zich te geven aan de man die haar zal verlossen van haar trauma. Het libretto van Puccini’s Turandot vertelt ons, in de aria ‘in questa reggia’ van Turandot, dat de afschuw van mannen haar oorsprong vindt in de gewelddaden en de verkrachting die een buitenlandse overweldiger een van haar stammoeders heeft doen ondergaan. Calaf wil haar in ieder geval bezitten en veronderstelt kennelijk dat zijn kus haar zal doen smelten. De aantrekkelijkheid van Turandot is onbetwist haar schoonheid.

Schoonheid
Ik liet me dus onderdompelen in de schoonheid van de monumentale uitvoering van deze prachtige kooropera.  Muziekregisseur Yannick Nézet -Séguin wist met volle inzet van zijn orkest  een aantal climaxen te creëren die van de opera een meeslepend geheel maakten. Hij zorgde daarbij voor een briljante effecten.

Het eerste applaus ging naar de Italiaanse  mezzosopraan Eleonora Buratto’s aria: ‘Signora Ascolta’. Wat een warme en expressieve stem wanneer ze vertelt over haar liefde voor Calaf. In de derde acte liet ze opnieuw horen dat ze heel veel in haar mars heeft. De Algerijnse tenor Yusif Eyvazov als Calaf was een uitstekende Calaf. Zijn lichte tenorstem klonk prachtig maar was soms tijdens de explosieve passages van het orkest niet altijd even hoorbaar. In vergelijking met de bekende tenor Marco Berti, die nauwelijks enige emotie toonde tijdens een vorige uitvoering, was Eyvazov een verademing. Natuurlijk werd zijn aria ‘Nessun dorma’, met groot applaus beloond, maar de opera biedt natuurlijk veel meer moois dan deze overbekende aria die haar populariteit o.a. te danken heeft aan het optreden van de drie grote tenoren voor de aanvang van een wereldkampioenschap voetbal.

 Het optreden van de Amerikaanse titelrolspeelster Christine Goerke was uitstekend. Zangtechnisch is deze rol niet gemakkelijk en doet denken aan de zwaardere rollen in het operarepertoire zoals die van Richard Wagner. Haar eerste aria ‘in questa reggia ‘ was ruw en krachtig maar daarna ontvouwde zich een Turandot die liet zien wat ze echt voelde.

Haar optreden leek wat statisch maar haar ingetogenheid tijdens de eerste acte veranderde in de tweede acte toen haar angst merkbaar steeg na de correcte beantwoording van de eerste twee raadsels. In het derde bedrijf liet ze zich werkelijk betoveren door de kus van de man die haar begeerde.

De ministers Ping-Pang-Pong trachtten zo nu en dan met soms doorslaggevende argumenten en een dosis humor een huwelijk van Calaf te voorkomen. Zelfs de zelfdoding van Liu voorkwam dat niet. De kus van Calaf zorgde in de slotfase van de opera voor een wonder! Man en vrouw vonden elkaar!

Koning Timur vertolkt, door de 72 jarige Amerikaanse bas-bariton James Morris, bleek een waardevolle bijdrage te geven aan deze uitvoering, die door de 65 toeschouwers als uitstekend werd gewaardeerd.  En niet alleen om de uiterst fraaie en kleurrijke beelden!