Feeds:
Berichten
Reacties

 Op woensdag 13 februari 2019 zag ik in het Theater aan de Parade in ’s Hertogenbosch een fantastische voorstelling van de spiksplinternieuwe barokopera ‘Dangerous Liaisons’. Het operagezelschap Opera2Day heeft met behulp van een dertigtal aria’s uit  opera’s van Antonio Vivaldi (1678-1741) laten zien dat een nieuw operaspektakel, waarvan de wortels in de 18e eeuw liggen, de moderne mens nog kan raken. Daarvoor was wel de hulp nodig van de Italiaanse componist Vanni Moretto die nieuwe recitatieven componeerde die perfect aansloten bij de geselecteerde aria’s. Die recitatieven vertellen het verhaal met veel vaart en pit over de decadente adel uit de 18e eeuw die met list en bedrog een spel speelt dat een veelvuldig beroep doet op de libido’s van personages. Vivaldi was een bekende virtuoze violist, componist en priester. Hij heeft meer dan 700 werken op zijn naam staan waarvan 223 vioolconcerten en 47 opera’s. Vivaldi’s muziek was in zijn tijd vernieuwend en opgewekt Het sprak de massa aan en was vooral in Frankrijk erg populair. Hij wordt ook gezien als de voorloper van de componist Johan Sebastiaan Bach. Tegenwoordig worden  zijn opera’s mondjesmaat herontdekt zoals Dorilla in Tempe, Ottone in villla en Orlando furioso.
Vanni Moretti is een barokdirigent die de wetten van de barok kent en in acht neemt. Het libretto is ingewikkeld maar verloopt zoals zo veel libretti uit de baroktijd. Probeer maar eens vat te krijgen op de libretti van de barokopera’s van Georg Friedrich Händel. Iedere protagonist loopt over het podium met een dubbele agenda en amoureuze plannen. Tamelijk ingewikkeld.

 Bachvereniging
Opera2Day had zich verzekerd van de medewerking van de Nederlandse Bachvereniging. Met wie kun je nog beter samen musiceren? Tijdens de muzikale samenwerking met het operagezelschap toont de Bachvereniging zich een flexibel topensemble. Zo komen in deze voorstelling Vivaldi’s meest opwindende aria’s met de recitatieven van Moretto samen tot een nieuw libretto. Een libretto dat ook al tot opwinding leidt door de scandaleuze verhalen die er aan ten grondslag liggen. De roemruchte briefroman van Choderlos de Laclos uit 1782 ‘Les Liaisons Dangereuses’ werd het uitgangspunt van het nieuwe libretto. Het verhaal is uit de eeuw van Vivaldi en tijdloos aansprekend. De donkerste kanten van de mens worden belicht en de intriges van de hoofdpersonen zijn nu nog net zo schokkend als destijds.

Barok
Zo was op donderdag 17 februari 2019 in Den Haag de wereldpremière en gaat de opera het hele land door. En met succes. Ik zie veel jonge mensen die enthousiast zijn over het werk. Geen wonder. Er is ook veel te zien op het aantrekkelijk ingerichte podium waar vooral het spel van de bedienden een belangrijke context biedt voor het spel van de hoofdrolspelers die met hun tamelijk hoge stemmen tevens de sfeer bepalen waarin deze barokopera zich afspeelt. De bedienden spelen een belangrijke rol omdat het veel vertelt over de tijdsgeest waarin de opera speelt. De werknemers volgen klakkeloos de bevelen op van hun meesters en trachten te voldoen aan de grillen waarbij de vrouwen zich dikwijls verkrachting en geweld moesten laten welgevallen. Ze hadden geen rechten en moesten zorgen voor een rimpelloos bestaan van de adel.
Wie van barokmuziek houdt komt tijdens deze opera goed aan zijn trekken. En wie er niet van hield is er misschien wel van gaan houden omdat de Vivaldi aria’s over liefde, wraak en eer een libertijnse slangenkuil vormen die je ook tegenkomt in deze tijd waar de moderne media een forum bieden om zich ook niet onbetuigd te laten gelden.

 Regisseur Van Veggel liet alle decadente verwikkelingen in de finale uitmonden in een opstand van de bedienden, die het zat waren steeds hun meesters knielend van dienst te zijn en zelfs te dienen als menselijke schragen van een taartentafel waarvan slechts door de adel werd gesnoept. Opmerkelijk was ook de expliciete ontmaagdingsscène tussen Cécile (Stefanie True) en de slimme Valmont (Yosemeh Adjei), toegesneden op het ritme van de muziek zonder plat te worden. De kwaliteit van spel, zang en orkestratie zorgden in Den Bosch voor een tevreden volle zaal. Ik kan me niet voorstellen dat het elders anders was of zal zijn.

Advertenties

 

Clementina Margaine als Carmen

Operaliefhebbers willen wel eens graag in debat gaan over de wie de meest populaire opera ooit componeerde.Al spoedig leidt dit tot een gesprek waarbij het nationalisme en de sympathie voor een land de voorkeur bepaalt. Meestal worden opera’s van Duitse, en Italiaanse componisten geprezen om hun ‘volmaaktheid.’ Maar wat is een volmaakte opera?  Soms meet men de populariteit van een opera af aan het aantal bezoekers of de door de commercie verkochte cds en dvd opnamen.
Mij valt op dat de vele affiches op de billboards een opera dikwijls aanprijzen als ‘de meest gespeelde opera van de laatste 25 jaar’. Dat moet dan voor de operaliefhebber voldoende zijn om voor de betreffende voorstelling een ticket aan te schaffen.

Maar vertelt u me eens. Is Carmen een mooiere of betere opera als La Bohème? Een dergelijke vraagstelling betekent niet veel. Toch vinden tal van discussies plaats over dit onderwerp. De opera Carmen, die vorige week in tal van bioscopen werd vertoond in hd kwaliteit kreeg doorgaans uitstekende recensies. Wat lezen we in sommige kranten?
Dat het erop leek dat Wagner gelijk had toen hij de opera Carmen in alle toonaarden prees, Tsjaikowski een enorm succes voorspelde en Brahms verklaarde naar de uiteinden van de aarde te gaan om Bizet te omhelzen. Wordt u daar wijzer van? Belangrijker is: wat vindt u zelf? Wat zijn voor u de criteria om een bepaalde voorstelling te gaan zien?

MeToo problematiek
  In 1884 ging in de Met de première van Carmen voor Amerika van start.  Het werk is vanuit het oogpunt van orkestratie uitstekend zo niet briljant te noemen. Toch wordt door menig operaspecialist beweerd dat de personages in Carmen vanuit dramatisch perspectief onontwikkeld zijn. Daar komt nog bij dat je anno 2019 als producent in staat moet worden geacht om een hedendaagse negentiende -eeuwse plot een hedendaagse culturele relevantie te kunnen geven. Een opera als Carmen zou als centraal thema kunnen uitdragen: de ongelijke behandeling van vrouwen door mannen. Het werk van Bizet leent zich er voor om de relevantie van de MeToo problematiek onder ogen te brengen. Ik heb dat niet kunnen ontdekken in de uitvoering van regisseur Sir Richard Eyre. Ik zag een traditionele uitvoering met veel aandacht voor de dader (Don José) maar ook voor het slachtoffer (Carmen).

De productie van Eyre kwam enkele jaren geleden in laats van de versie van regisseur Franco Zeferelli. Regisseur Paula Williams nam de oorspronkelijke beslissing van Eyre over om een traditionele versie van Bizets werk te produceren.
Terwijl de decorbouwers trachtten om de oude stenen muren van Sevilla zichtbaar te maken zagen de toeschouwers dat de acteurs zich bewogen in kostuums die herinneren aan Franco’s Spanje in de jaren 1930 ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Daardoor kreeg deze overigens goed ogende productie een tamelijk ouderwetse uitstraling.

Bekentenis
Nu moet ik u iets bekennen dat de geloofwaardigheid van mijn recensie aantast. Ik heb door onvoorziene omstandigheden slechts de twee eerste akten van deze uitvoering gezien. Ik zal me dan ook beperken tot het bespreken van de prestatie van de protagonisten tijdens die twee eerste bedrijven.
Ik neem u mee naar het Grand café, waar helaas  de intimiteit ontbrak van een kroegje waar smokkelaars en hun vrouwen onder het genot van een wijntje hun plannen uitbroeden en waar zigeuners bij elkaar komen om de kaart te leggen en spontaan handenklappend de flamenco, met wapperende rokken te dansen. Het zag er in Carmens stamkroeg van Lillas Pastia wel eens gezelliger uit. Niet in de Met dus, want daar stuurde men een gelikte dansgroep het podium op die in de te grote taverne een feilloze flamenco danste. Leuk voor de liefhebbers van ballet, maar ik zie liever vrouwen van smokkelaars die ook nog even voor het nachtelijk uur uit hun dak willen. Jammer!  Het is maar waar je van houdt! Het libretto van Meilhac en Halévy biedt nu eenmaal ruimte tot verschillende interpretaties. De bas Alexander Vinogradov was de fel zingende Stierenvechter Escamillo die met het Toreadorslied geen enkele moeite had en zorgde voor een uitgelaten sfeer op het podium. Het verlegen dorpsmeisje Michaëla werd vertolkt door Aleksandra  Kurak. Zij was een uitstekende muzikale tegenpool van de Carmenfiguur. Zij overhandigde Don José, tijdens haar fraaie lichtvoetige zang, de brief van zijn moeder die haar zoon aanspoort om later Michaëla tot vrouw te nemen.
De titelrol Carmen was weggelegd voor de Franse mezzo-sopraan Clementina Margaine. Ze zong temperamentvol, uitdagend en gebruikte al haar fysieke mogelijkheden om vrijwel iedere man die ze tegenkwam het hoofd op hol te jagen. Een zwoele, onweerstaanbare Séguedille toonde Margaine op haar best, prachtig draaiend door de kronkelende zanglijn.

Carmen en de Toreador Escamillo

Habanera
De opera Carmen is een toegankelijk werk. Het aantal opnamen is talloos. De bekende habanera uit de opera kent vrijwel iedereen en geeft ook de essentie weer van wat de intuïtieve Carmen voelt en  denkt. Ze zingt: ‘L’ amour est un oiseau rebelle’ (De liefde is een rebelse vogel die zich door   niemand laat temmen.) De sensuele Carmen doet wat in haar opkomt, ze neemt een minnaar en dumpt hem snel wanneer het haar goeddunkt. Dat haar relatie met Don José maar kort duurt is onvermijdelijk. De twee karakters passen totaal niet bij elkaar. Zij is een avontuurlijke zigeunerin die met de smokkelaars de bergen in wil en haar vriend maar een watje vindt en zich ergert aan zijn jaloezie. Don José echter is een eenvoudige dorpsjongen  die het in het leger tot korporaal schopt, steunt op de protectie van zijn moeder en terugverlangt naar zijn geboortedorp. Hij valt voor de avances van de criminele Carmen en laat daarvoor zijn jeugdliefde Micaëla schieten. Hij laat Carmen ontsnappen als hij haar op bevel van een officier naar de gevangenis moet brengen en wordt daarom prompt tot soldaat gedegradeerd. Zijn hevige passie voor Carmen, prachtig onderstreept in de aria ‘La fleur que tu m’ avais jeté ‘ in het tweede bedrijf maakt hem tot een onbeheerste moordenaar. De reprise van deze Carmen in de Met was een melancholische voorstelling met mooie beelden en volgens de Franse traditie gelardeerd met enkele dansscènes die bij het publiek in de smaak vielen.
Bizets Carmen lijkt gemakkelijk te zingen door de toegankelijkheid van de melodieën maar de ensembles zijn lastig en regisseur Eyre vraagt soms grote fysieke inspanningen van de protagonisten. Het koor van de Met was weer goed op dreef. De soldaten de meisjes van de sigarettenfabriek wisten elkaar uitstekend te vinden. Opvallend was dat de heren soldaten zich in deze uitvoering zeer handtastelijk gedroegen ten opzichte van de vrouwen. Een MeToo correctie van de legerleiding was wel op haar plaats geweest. Het publiek in de Met was zoals steeds gul met haar applaus. Tot mijn genoegen vernam ik dat de 90 bezoekers in de Pathé bioscoop in Tilburg de afgelopen week tevreden naar huis gingen.

Siegfried en Mime

Zondag 10 februari 2018. Vandaag reis ik met operaclub Nederland naar Duisburg om de derde opera uit Der Ring des Nibelungen in Duisburg te gaan zien.  De operaclub greep de kans aan om haar leden in de gelegenheid te stellen door dit meesterwerk van Richard Wagner in haar reisprogramma op te nemen.  Meestal wordt een complete Ring door de operahuizen, die zo’n omvangrijk werk aan kunnen, binnen één week geprogrammeerd. Het biedt de bezoekers de mogelijkheid om de visie die een regisseur en de dirigent hebben over het werk  in al haar consequenties te overzien. Voordat het zover is worden de vier afzonderlijke opera’s meestal apart gepresenteerd. Men neemt ruim de tijd om met iedere opera goed te kunnen repeteren. Pas veel later worden dan meestal enkele reeksen van een complete Ring uitgevoerd waarop men kan inschrijven.

Het programmeren van Der Ring des Nibelungen is een flinke klus waarvoor de Deutsche Oper am Rhein, met theaters in Duisburg en Düsseldorf, zich hard heeft gemaakt. Om een voorproefje te nemen bezocht ik alvast de drie eerste opera’s te weten Das Rheingold op 2 december 2017, Die Walküre op 24 juni 2018 en Siegfried op 10 februari 2019. Die Götterdämmerung ligt in het verschiet op 12 mei 2019. Men trok dirigent Axel Kober aan en de regie werd in handen gegeven van Dietrich  W. Hilsdorf. Voor de toeschouwers is het niet louter ontspanning omdat bestudering van het ingewikkelde libretto noodzakelijk is om optimaal van het in totaal 16 uur durende werk te kunnen genieten. De operaclub Nederland vroeg lid Wim Schoor enkele inleidingen te houden over de Ring en die vielen in heel goede aarde. Daarbij maakte hij gebruik van beeld en geluidmateriaal van diverse Ringen en putte uit zijn herinneringen aan de vele uitvoeringen die hij voordien al zag.

Zelf zag ik Der Ring des Nibelungen ruim 20 keer waarvan drie keer in Amsterdam. Ik had dus vergelijkingsmateriaal.
Terugkomend op de voorstellingen van Das Rheingold en Die Walküre in Duisburg: Ik was er heel content mee. De regie was duidelijk en rechtlijnig. Er was geen regietheater. De sfeer ademde criminaliteit en bedrog uit van een bedrijf dat geleid wordt met een kapitalistische machtspolitiek.

Muziek
Muzikaal viel er heel wat te beleven. Het orkest speelde krachtig soms wat te hard.  Zoals iemand terecht opmerkte leek het alsof Wagner de gehele partituur had geschreven met het woord ‘forte‘ in de kantlijn. Er was daardoor wat te weinig nuance. Dat was al merkbaar bij de start van de Ring met Das Rheingold bij de 135 openingsmaten, voortvloeiend uit de noot ‘es’, die al heel snel te luid klonken waardoor de ontwikkeling van de schepping, verbeeld door een aanzwellend geluid, niet tot gelding kwam. Soms moesten de zangers, die toch over een stevig volume beschikten, alle zeilen bijzetten om verstaanbaar te blijven. Gelukkig lukte het de meeste zangers wel. Over de protagonisten van de eerste twee eerste opera’s alle lof. Uitschieters naar beneden heb ik toen niet opgemerkt in tegenstelling tot bij de opera Siegfried. De cast telde twee invallers. Men moest dus wel aan elkaar wennen. Wotan in dit geval de Zwerver die over de aarde wandelt, maar dit keer fietste, werd vertolkt door de Koreaan Samuel Youn. De bariton deed het zeker niet onverdienstelijk en paste zich goed aan. Problematisch was de invalbeurt van Lise Lindstrom. Zij moest als

Siegfried en Brünnhilde,

Brünnhilde met de Siegfried vertolker Corby Welch het lange liefdesduet van de slotpassage zingen. Dit duet is een van de hoogtepunten van deze opera dat behalve zangtalent een groot beroep doet op het acteertalent van de protagonisten. Tegenstrijdige gevoelens overvallen Brünnhilde en Siegfried. Siegfried benaderde Brünnhilde in de cockpit van een helikopter waar hij haar slapend aantreft. Wanneer hun onverwachte wederzijdse aantrekkingskracht en angst voor elkaar zich afwisselen en zij zich met hun seksuele gevoelens aanvankelijk geen raad weten, gaat het zangtechnisch helemaal mis. Welch had moeite zijn stem stabiel te houden en Lisa Lindstrom ’s noten klonken schel, de overgangen en uitgangen waren niet mooi afgerond en zij mag blij zijn dat haar laatste hoge noot , hoewel niet fraai, maar toch op de goede hoogte de zaal inging. Of vergis ik me daarin? Wat een ontroerende finale van Siegfried had moeten zijn werd een grote teleurstelling.
Wellicht kan de leiding in Duisburg bij Siegfried beter gebruik maken van de sopraan Heike Wessels die sinds 2012-2013 verbonden is aan de Oper am Rhein. Zij heeft een prettige stem met een behoorlijk volume en kwam uitstekend voor de dag als Brünnhilde in die Walküre toen ze in het derde bedrijf prima tegenspel gaf aan Wotan en zij beiden probeerden hun argumenten kracht bij te zetten over de rechtvaardigheid van de straf die Wotan aan Brünnhilde oplegde.

Humor
Natuurlijk was er over deze Siegfried heus ook veel goeds te vertellen. Met name Mime, vertolkt door Cornel Frey onderscheidde zich door zijn lastige rol goed in te vullen. Hij beschikt  over een indrukwekkende tenor en paart zijn zangkunst aan een goed gevoel voor humor waardoor deze opera ook de nodige luchtigheid kreeg.
Ook Stefan Heidemann als Alberich kon net als in Das Rheingold terugzien op een uitstekend optreden. De Poolse bas Lucas Konieczny in Das Rheingold als de reus Faffner, in Siegfried als de draak en in Die Walküre als Hundung voldeed aan de verwachtingen.

Regie
Over de regie werd na afloop door de bezoekers nauwelijks gediscussieerd. Siegfried moest de getransformeerde Fafner in zijn hol doden. De voormalige reus bewaakte daar als een ware kapitalist zijn schat (Ring en Tarnhelm). Zijn hol bestond uit een locomotief waar Siegfried met zijn zwaard met grote precisie door heen stootte om Fafner om het leven te brengen. Net zoals de helikopter, waarbij de finale van de opera zich afspeelde, stonden beide voertuigen symbool voor de kapitalistische industrie.

Beeld uit Die Walküre

Merkwaardig was dat de mensen die de opera Walküre in juni 2018 zagen zich niet meer de scène konden herinneren waarin een helikopter ook een rol speelde.
Het laatste bedrijf startte toen heel verrassend. Het doek was nog dicht. Een helikopter leek door het enorme geproduceerde geluid een meter boven het operagebouw te vliegen. Toen het gordijn open ging stond er een toestel op het podium. Daaruit stapten de gevallen helden die door de wensmeisjes (de Walküren) vriendelijk werden ontvangen. Dat gebeurde allemaal onder de tonen van de Walkürenrit

Hoe kun je een dergelijke scène vergeten? Liever waren de bezoekers de slotpassage van Siegfried snel vergeten. Een kwelling voor het oor!

Dirigent Axel Kober incasseerde terecht het applaus dat bestemd was voor het orkest.

Lucia en Edgardo

Op dinsdag  28 januari 2019 was de theaterzaal  in het Cultureel Centrum Jan van Besouw van Goirle weer goed gevuld. Circa 110 toeschouwers gingen ’s avonds om 22.00 uur zeer tevreden naar huis. Zelfs een spontaan slotapplaus klonk na vertoning van de opera beelden.

De keuze was dit keer gevallen op één van de grootste klassiekers uit het repertoire van Gaetano Donizetti (1796-1848) Lucia di Lammermoor. De première in 1835 was in Napels. De Franse versie in Parijs in 1839. Het libretto is van Salvatore  Cammarano naar de roman ‘The bride of Lammermoor‘ van Sir Walter Scott.

Waanzinaria
De aandacht ging vooral uit naar het sextet in het tweede bedrijf en naar de beroemde waanzinaria van deze opera. Die hoorde ik voor het eerst toen ik een jaar of 17-18 was, op een 78 toerenplaat, gezongen door de fameuze Amerikaanse coloratuursopraan Lina Pagliughi (1907-1980). Ik gaf me onmiddellijk gewonnen als enthousiast beginnend operafanaat. Een week later luisterde ik naar een operaprogramma van de Franstalige Belgische radiozender. Als door de bliksem getroffen bleef ik roerloos op mijn stoel zitten. Ik wist niet wat ik hoorde. Opnieuw

Maria Callas

hoorde ik de waanzinaria, voor mij toen het toppunt van belcanto, maar nu gezongen door Maria Callas. Haar zang raakte me in hart en ziel. Niet alleen door de kracht van haar stem maar vooral door de dramatiek en interpretatie die de Griekse zangeres in deze aria legde. Lucia di Lammermoor werd vooral daardoor in mijn jeugdjaren mijn favoriete opera. Dit dramatische werk bevat behalve die waanzinaria, prachtige melodische vondsten die al snel je hart raken. Veel zangeressen namen sindsdien de rol van Lucia op maar hoe je er ook over denkt: één van de vele opnamen met Maria Callas zou je in je bezit moeten hebben. Liefst de studio-opname uit 1954 met Giuseppe Di Stefano en Tito Gobbi onder de fantastische dirigent Tulio Serafin of de live-opname uit 1955 in Berlijn onder Herbert von Karajan. Kijk maar eens op YouTube!

Standaard
U zult begrijpen dat Maria Callas voor mij jarenlang de standaard werd en dat ik niet kan nalaten om iedere protagonist die de rol van Lucia zingt te vergelijken met Maria Callas. Dat deed ik dus ook toen ik in Goirle de Russische sopraan Anna Netrebko op een 10 jaar geleden opgenomen dvd registratie in de Metropolitan Opera in New York een fantastische en geloofwaardige Lucia hoorde en zag neerzetten. Wie van beide sopranen mijn voorkeur heeft is moeilijk te zeggen. Van Callas is bekend dat zij een van de eerste zangeressen was die de Luciarol donkerder kleurde dan haar collegae, die ook wel de kanariepieten werden genoemd. Sinds Netrebko haar tonen donkerder kleurde is zij in dramatisch opzicht volwassener geworden. Met haar waanzinaria oogstte ze terecht veel applaus. Ze mistte werkelijk geen enkele hoge noot. Met de krachtige, lyrische tenor tenor Piotr Beckzala had ze het overigens getroffen. Hij was haar warmbloedige minnaar Edgardo di   Ravenswood. Vooral in het laatste bedrijf ontroerde hij met zijn twee aria’s ‘Fra poco a me ricovero’ en ‘Tu che a Dio spiegasti l’ali’ Ook het acteren van Beckzala was prima. De Britse lichte tenor Colin Lee zong de rol van Lord Arturo Bucklaw. Hij had geen aangename rol als beoogd bruidegom van Lucia maar wat hij liet horen was prima in orde. De Poolse bariton Mariusz Kwiecien nam de rol van de broer van Lucia, de duivelse Lord Enrico Ashton voor zijn rekening. Hij was er de oorzaak van dat de relatie tussen zijn zus Lucia en Edgardo door politieke verwikkelingen en een vervalste brief van Edgardo spaak liep.

Het koor en orkest stond onder leiding van Marco Armiliato. De DVD opname stamde uit 2009. Daar was niets mis mee. Voor het publiek was alles goed herkenbaar. Het publiek vond de muziek prachtig en heeft genoten van echte belcantomuziek verpakt in aria’s, duetten en een schitterend sextet in het tweede bedrijf. Men vond het deel na pauze zeer dramatisch met de moord van Lucia op Arturo, de dood van Lucia en de zelfmoord van Edgardo. Het vormde geen belemmering om van deze opera ten volle te genieten.  Integendeel!

Piotr Peczala als Maurits en Anna Netrebko als Adriana

Heb je wel eens de opera Andrea Lecouvreur gezien of er van gehoord?, vraag ik heel wat operaliefhebbers. Het standaard antwoord luidt: nog nooit van gehoord. Evenmin van de componist Cilea. Dat kan ook haast niet want in ons land werd dit operadrama voor zover ik weet voor het laatst scenisch uitgevoerd in het seizoen 1928-1929. Is het werk niet de moeite waard? Ik denk het wel, want ik heb tenminste twee dvd opnamen in huis die mij even zoveel genoeglijke avonden bezorgden. Dit weekend greep ik opnieuw mijn kans in de Pathébioscoop in Tilburg. Met mij nog twintig andere operaliefhebbers die hun bezoek niet lieten afhangen van de lokale bekendheid van het werk van de Italiaanse componist Cilea (1866-1950) en de neerkletterende regenbuien. Het libretto is van Arturo Colautti naar een toneelstuk van Eugen Scribe en Ernest Legouvé. Het werk bestaat uit vier bedrijven en werd voor het eerst in 1902 in Teatro Lirico in Milan uitgevoerd.

Liefdesaffaires
De opera gaat over een operadiva van de Comédie Française, Andrea Lecouvreur, die omstreeks 1730 verliefd werd op de jonge knappe officier Maurizio. Zij weet niet dat hij in werkelijkheid graaf Maurits van Saksen is. Zijn identiteit komt aan het licht tijdens een ontvangst in de woning van de prinses van Bouillon. Daar blijkt dat de twee dames liefdesrivalen zijn. Als Adriana openlijk van haar minachting voor de prinses laat blijken, wreekt deze zich door haar mededingster een vergiftigd bosje viooltjes te sturen. Dat leidde tot een zeer heftige stervensscène van de beroemde Adriana. Cilea componeerde zijn vijfde opera waarin tal van buitenechtelijke liefdesaffaires voorkomen. De opera lijkt op een thriller en zit  daarom ook wat ingewikkeld in elkaar. De directie van de Metropolitan Opera die de beelden de gehele wereld overzond had voor een topcast gezorgd.

De steeds meer ingezette Poolse tenor Piotr Beckzala zong de rol van de zeer begeerde graaf Maurits. Dat deed hij voortreffelijk. Een open stem, volumineus, steeds meer kleurend en bovendien goed acterend zette hij een geloofwaardige graaf Maurits neer. De twee vrouwelijke hoofdrollen waren topzangeressen. De prinses werd vertolkt door de Georgische, m.i. fantastische mezzosopraan Anita Rachvelishvilli. De rol van de diva Adriana werd gezongen door een werkelijke diva namelijk Anna Netrebko. Zo kennen we haar immers ook. Ze schrikt er niet voor terug om nieuwe rollen aan haar repertoire toe te voegen en haar acteren is steeds heel bijzonder. Ook in deze voorstelling. Ze laat met behulp van bepaalde maniertjes zien hoe je een wat opgefokte sterzangeres, die meer dan normaal overtuigd is van haar bijzondere gaven, uitbeeldt. Netrebko verklaarde tijdens een interview voor aanvang van de opera dat de rol van Adriana Lecouvreur een zware rol is die een opperste concentratie eist door de vele emoties die ze moet ondergaan en dat ze er de voorkeur aan geeft niet meer in de pauze van de opera te worden geïnterviewd.

Sterfscene

De titelrol wordt meestal gezongen door lichte sopranen. De stem van Netrebko is de laatste jaren donkerder geworden. Dat kwam de betreffende rol ten goede want het werk werd daardoor dramatischer. Grootheden vertolkten in het verleden de rol van de diva: Renata Tebaldi, Montserrat Caballé, Mirella Freni, Renata Scotto, Joan Sutherland en Magda Olivero. De meest bekende aria’s van de vertolkster van de titelrol zijn “Io son l’umile ancella’ en ‘Povere fiori’. U vindt ze ongetwijfeld op YouTube.

Muziek
Adriana Lecouvreur is een opera over de vertolking van een opera uit het baroktijdperk. Echte barokmuziek horen we niet al zijn er veel snelle passages met veel korte noten. Zij worden echter afgewisseld met lange melodieuze lijnen die kenmerkend waren voor een muzikale stroming, bekend onder de naam verisme. Het was een stroming die zich vooral manifesteerde in de periode 1870-1920. Bekende veristen zijn: Giordano, Mascagni, Leoncavallo, Catalani en Puccini. Het verisme heeft ook een tijd onder kritiek gestaan van de belcanto liefhebbers omdat volgens hen acteertalent prevaleerde boven de schoonheid van de zang. De werken zijn over het algemeen doorgecomponeerd waarbij recitatieven en aria ‘s vloeiend in elkaar overgaan.

Adriana Lecouvreur is zeker de moeite waard. Onze Nationale opera toont ons weinig opera uit het verisme tijdperk. Opera’s ‘ zoals Fedora, L’amico de Fritz, Andrea Chenier en Andrea Lecouvreur staan zelden op het programma. In andere Europese hoofdsteden schijnt dat wel het geval te zijn.

Gelukkig dat er Nederlandse bioscopen zijn waar u voor die werken ook terecht kunt. Of u ook werkelijk naar de bioscoop komt om veristische opera te zien blijft de vraag, immers onbekend maakt onbemind.

Diana Damrau als de courtisane Violetta

De opera La Traviata van Giuseppe Verdi (1813-1901) in de Met was op 20 en 21 januari te zien in de Pathé-bioscoop in Tilburg. Ik was beide dagen verhinderd en slaagde er daarom slechts in het eerste bedrijf te zien. Ik had twee ‘spionnen’ in de bioscoop zitten om toch nog een korte recensie te kunnen schrijven. Aan hun oordeel hecht ik waarde omdat ik na het eerste bedrijf contact met hen had en onze opinie daarover vrijwel eensluidend was.
We waren er ons alle drie van bewust dat voorstellingen van een gelijknamig werk dat je eerder zag, je beïnvloeden tijdens de opinievorming van een nieuwe productie. In onze drie hoofden zaten nog de beelden en het geluid van een uitvoering uit Salzburg (2005) van de productie van La Traviata van Willy Decker met in de hoofdrollen Anna Netrebko, Rolando Villazon en Thomas Hampson. Daar waren we alle drie enthousiast over. Nu bood de Met haar publiek een nieuwe productie van Michael Mayer aan, want men verlangde in New York naar een nieuwe maar toch meer behoudende uitvoering.
Ergernis
Ik kon mijn teleurstelling na het eerste bedrijf nauwelijks onderdrukken. Ik ergerde me bijna aan alles. De bonte kleuren van de kleding en decors, verwijzend naar het midden van de 18e eeuw, bevielen me niet. Het bed van Violetta stond centraal op het podium, in plaats van de klok in de productie van Decker, als symbool voor de korte tijd die Violetta als tbc patiënt nog te leven had.

En dan de cast. De Duitse coloratuursopraan Diana Damrau presenteerde zich tijdens de ouverture op haar sterfbed. Vader en zoon Germont waren bij haar. Een soort vooruitblik dus met als mogelijkheid toepassing van flashbacks. Althans zo vatte ik het op. Damrau bleek een zeer bewegelijke courtisane die wilde vermijden dat haar optreden als zeer statisch zou worden ervaren. Haar gebarentaal riep echter afstandelijkheid op en haar maniertjes gaven haar eerder een koude uitstraling dan dat het haar charme verhoogde. De veronderstelling dat meer beweging een voorstelling realistischer maakt gaat lang niet altijd op.  Soms kwam ze over als een robot met veel beweging dus maar ook met weinig gevoel in vergelijking met Anna Netrebko.

Zingen kon Damrau wel. Ze had genoeg power om het drinklied ‘libiamo, ne’ lietri calici’ en de daarop volgende grote aria ‘E strano‘ tot een goed einde te brengen. Daarmee kwam een einde aan het eerste bedrijf waarin  natuurlijk ook de Peruaanse tenor Juan Diego Florez zijn aandeel had met  ‘Un di felice, eterea.’ Zijn stem leek me te weinig dramatisch getimbreerd voor de rol van Alfredo.

Toen ik ‘s avonds mijn twee ‘spionnen’ sprak waren we het nagenoeg over alle facetten eens maar toch hadden zij een verrassing voor mij in petto. Tijdens het tweede en vooral het derde bedrijf was het niveau omhoog gegaan, zo vertelden ze mij. Damrau zong meer open en liet met name horen in ’Addio del passato’ hoe prachtig zij pianissimo kan zingen. Koor en ballet deden het ook prima en het orkest met de nieuwe vaste Canadese dirigent Yanninck Nézet Séguin als vervanger voor de ontslagen James Levine schijnt een nieuw tijdperk van de Met te willen inluiden. Vrijwel het meeste applaus ging naar de Amerikaanse bariton Quinn Kelsey. Zijn vertolking van de rol van Vader Germont o.a. in de aria ‘Di Provenza’ moet een streling voor het oor zijn geweest.

Jammer dat ik de twee laatste bedrijven niet zelf hoorde maar ik dank wel mijn twee ‘spionnen’ voor hun berichtgeving!

Otello en Desdemona op de grond liggend

Op zondag 9 december 2018 nam ik deel aan een operareis van Operaclub Nederland naar Duisburg.
Doel van de reis was mijn lievelingsopera Otello te zien. Ik kwam er pas laat achter dat het om een productie ging van de Duitse topregisseur Michael Tahlheimer. Zijn Otello zag ik al in februari 2016. Ik was er heel  enthousiast over, getuige mijn verslag van 14 februari 2016 dat u kunt nalezen op mijn weblog www.operabeluisteren.nl.

Inktzwart podium
Vervelend om een operaproductie te zien die ik al eerder zag is bij mij niet aan de orde. Ik ben eerder benieuwd of ik nu nog zo over de voorstelling zou oordelen als twee jaar daarvoor.

In mijn zeer uitgebreide verslag op 14 februari 2016 stak ik niet onder stoelen of banken dat ik in Antwerpen erg genoten heb van de Otello die het hooggeëerde publiek kreeg voorgeschoteld. De voorstelling speelde zich net als in Duisburg af op een inktzwart aangekleed podium met in donkere kleding gestoken protagonisten die in het duister deden waarvoor ze waren aangetrokken: uitstekend zingen en acteren. Achteraf vind ik dat de voorstelling in Antwerpen me meer deed dan in Duisburg. Hoe kan dat?

Schimmen
Allereerst: ik was afgelopen zondag niet in een goede fysieke conditie om visueel goed waar te nemen. Mijn gezichtsvermogen is het laatste jaar aanzienlijk achteruit gegaan waardoor ik de protagonisten op het in duister gehulde podium  slechts als schimmen zag staan en daardoor niet in staat was te genieten van hun acteren. Een andere factor is dat ik bij iedere voorstelling in het operahuis van Duisburg ervaar dat het orkest en met name de blazers een aantal decibels te veel produceert waardoor het aan ronde tonen ontbreekt. Zeker, Otello kent enkele heftige woede-uitvallen die het orkest moet ondersteunen door fortissimo te spelen maar het mag van mij wel een tandje minder. Ik heb ook de indruk dat de akoestiek in Antwerpen aanzienlijk beter is dan in Duisburg. Dat vind ik trouwens ook van het koor en het Symfonie Orkest van Vlaanderen.

Cast

In Duisburg stond een andere cast dan in Antwerpen op het podium. De hoofdrolspelers van beide operahuizen waren zangtechnisch aan elkaar gewaagd. Beide Otello’s, in Antwerpen Ian Storey en in Duisburg  de Portugees Gustavo Porto zijn heldentenoren die over een groot volume beschikken. De rol van de Moor vereist een wankele, labiele, twijfelende uitstraling die in de zang hoorbaar moet zijn. Behoudens tijdens  het begin van het eerste bedrijf, waar Porto nog op dreef moest komen om zijn noten op het juiste tijdstip te laten landen, leverden beiden een uitstekende prestatie. De Jagorol van Simon Neal werd krachtig en vol overtuiging ten gehore gebracht. Hij wist vanaf het begin wat hem te doen stond: Otello’s geest vergiftigen waarbij het opwekken van jaloezie het belangrijkste gif was. In Antwerpen was de Bulgaarse bariton Vladimir Storyanov de kwade genius. Of hij het beter of anders deed dan de Britse Neal kan ik me niet meer herinneren. Wel dat de beide Desdemona’s schitterend voor de dag kwamen. In de Vlaamse opera was de Amerikaanse sopraan Corinne Winters de ‘rising star.’ In Duisburg zong de Roemeense sopraan Briggita Kele de rol van de naïeve Desdemona. En hoe!  Wat een prachtige stem en muzikale voordracht!

Ondanks mijn fysieke beperkingen heb ik genoten van een opera die Verdi (1813-1901) in zijn nadagen (1887) nog componeerde op aandringen van componist en librettist  Arrigo Boito en muziekuitgever Ricordi. De opera-uitvoering in Duisburg was beslist, ondanks dezelfde regisseur, geen kopie van die van Antwerpen. Ik heb inmiddels wel ontdekt hoe moeilijk het is om de verschillen aan te geven. Een mens is nooit te oud om te leren.