Feeds:
Berichten
Reacties

Links Netrebko en Rechts Rachvelishvilli

Het operaseizoen is ook begonnen in de Pathé bioscopen. Opnieuw zijn onder leiding van  directeur Peter Gelb door het management team van de Metropolitan Opera in New York 10 opera’s geselecteerd die gedurende het seizoen 2018-2019 in 70 landen voor naar schatting 350.000 theaterbezoekers per voorstelling moet zorgen. Het seizoen is dit keer geopend met een van Giuseppe Verdi’s (1813-1901) meest populaire werken, Aïda. Er kwamen afgelopen zondag 14 oktober in Tilburg 72 bezoekers op af. Eigenlijk te weinig voor zo’n bekend werk dat vooral door de triomfmars een grote bekendheid over de gehele wereld verwierf. De productie van Sonja Frisell was niet nieuw. In 2012 was die al de wereld overgegaan. Met de heropname in het programma was niets mis mee. Natuurlijk was er wel een andere cast.

Aïda manifesteert zich dikwijls als een waar spektakelstuk. Zo ook in de Met. Het stuk speelt zich af tijdens een oorlog tussen Egypte en Ethiopië ten tijde van de farao’s. De victorie van de Egyptenaren, na hun overwinning op de Ethiopiërs, is zo uitbundig geregisseerd dat de triomfmars bij de bezoekers vermoedelijk een visuele en auditieve indruk achterlaat die blijvend zal samenvallen met de opera Aida. Zelden zag ik deze scène in een zo groots opgezet decor, met honderden prachtig gekostumeerde zangers en figuranten op het podium en met een aansprekend ballet. Voor de traditioneel ingestelde operaliefhebber was het smullen. Maar niet alleen voor hen, want de uitvoering stond ook vocaal op een hoog niveau en de liefhebber die vooral komt om een emotioneel en interessant liefdesverhaal op dramatische wijze zich te zien voltrekken, kwam ruimschoots aan zijn trekken. Mensen die de uitvoering gemist hebben en toch nog deze voorstelling willen zien, kunnen op maandag 29 oktober om 13.30 uur in de Pathé bioscoop van Tilburg terecht waar het werk nogmaals te zien zal zijn op het grote filmdoek.

 Vocaal niveau
De uitvoering van de Met was vooral een groot succes omdat de bezetting van de vrouwelijke hoofdrollen uitzonderlijk goed was. Voor de titelrol was de stersopraan Anna Netrebko  aangetrokken. Zij zong deze rol voor het eerst in de Met. En hoe! Ze was in grootse vorm. Haar interpretatie van de rol was zowel op vocaal als op acteer niveau top, dankzij haar formidabele inlevingsvermogen. Zoek maar eens op Youtube haar grote aria ‘Ritorna vincitor’ op na eerst de tekst goed doorgelezen te hebben. Iedere frase kreeg de kleur mee die bij de tekst past. Datzelfde geldt voor de aria ‘O patria mia‘ in het derde bedrijf. Haar evenknie vond ze in de 34 jarige Georgische mezzo-sopraan Anita Rachvelishvilli in de rol van Amneris. Je zou denken, wanneer je het karakter bestudeert van Amneris, dat je te maken hebt met een ‘mad woman’. Rachvelishvilli denkt daar anders over. Haar oordeel in de pauze tijdens een interview: ‘Ze is nog jong, straalverliefd en hevig jaloers op Aïda. Geen mad woman’ De dialogen tussen de twee vrouwen zijn haarscherp en fel en de zangeres uit Tbilisi is in de derde en vierde acte op haar best wanneer ze probeert om Radames te redden. De hogepriesters, die zij zelfs uitscheldt, zien in Radames alleen maar een verrader die de doodstraf verdient. Die priesters zingen overigens heel fraai evenals de andere koren die in dit werk functioneel zijn.
De tenor Aleksandrs Antonenko zag ik eerder als Otello. Nu als Radames vond ik hem wat minder. In zijn eerste aria en laatste duet met Aïda klonk een licht tremolo.
Het werk van Giuseppe Verdi (1813-1901) ging in 1871 in Cairo in première. De vader van Aïda en koning van Ethiopië  Amonasro, werd uitstekend gezongen door de Amerikaanse bariton Quinn Kelsey. Hij speelt een belangrijke rol in de Nijlscène en verleidt zijn dochter om Radames aan te zetten tot verraad ten opzichte van zijn vaderland.

Verliefde koningsdochters
Twee koningsdochters uit twee verschillende landen, Egypte en Ethiopië, zijn beiden verliefd op Radames de militaire leider van Egypte. De vrouwen zijn extreem verschillend. Amneris is de machtigste door haar maatschappelijke positie als de dochter van de Farao. Aan Radames, de legeraanvoerder van het Egypte, belooft de Egyptische koning dat zijn dochter zijn bruid zal worden vanwege de overwinning die hij behaalde op de Ethiopiers. Maar de liefde waarvan Amneris droomt zal ze uiteindelijk niet krijgen. Aïda is slavin en werkt aan het hof van de farao en is tot haar verdriet verstoken van banden met haar vaderland. Ze is vanaf het moment dat Ameneris haar geheim ontdekt dat zij ook verliefd is op Radames en ze weet dat haar rivale de vrouw zal worden van Radames een gebroken vrouw.
Aïda heeft geleerd zich te schikken maar krijgt op het einde van de opera wel haar geliefde maar niet voor een leven in deze wereld. Met hem sterft zij in hetzelfde graf. Hoe het zover komt? Dat blijkt vooral uit de Nijlscène tijdens het derde bedrijf wat volgens mij tevens het hoogtepunt van de opera is.

Anna Netrebko als AÍda

 De Nijlscène
Aan de oever van de Nijl wacht Aïda op de Egyptische legeraanvoerder Radames op wie zij straalverliefd is. Zij is niet hoopvol gestemd op de goede afloop van die ontmoeting, want zij weet dat de dochter van de koning, Amneris, de volgende dag met Radames als beloning voor zijn overwinning zal trouwen. De  Ethiopische slavin toont haar verdriet in de prachtig gezongen aria ‘O, patria mia‘  waarin zij haar verlangen naar haar vaderland tot uiting brengt.  Met de verschijning van Amonasro wordt het verraad van Radames geïntroduceerd wanneer hij zijn dochter aanzet haar geliefde over te halen te vertellen langs welke pas de Ethiopiërs Egypte kunnen binnenvallen. Aanvankelijk wil Aïda niet op de wens van haar vader ingaan maar wanneer Amonasro haar zegt dat zij dan niet langer meer haar dochter zal zijn, besluit ze een poging te wagen. De reinste chantage! Aïda is dan ten opzichte van haar vaderland en haar liefde voor Radames in een loyaliteitscrises geraakt. Radames wordt heen en weer geslingerd tussen zijn eer te mogen strijden voor zijn vaderland en zijn liefde voor Aïda. Hij besluit met haar te vluchten en de vluchtweg te onthullen, maar dan verschijnt Amneris en haar soldaten. Radames wordt gevangen genomen en moet zich in het volgende bedrijf voor zijn verraad verantwoorden tegenover de priesters. De doodstraf ontgaat hem niet, maar de wellicht meest melodische liefdesaria die Verdi ooit schreef is er het gevolg van, want in de onderaardse tombe waarin Radames is opgesloten verschijnt onverwacht Aïda. Ondertussen vervloekt Amneris, die haar huwelijk in rook zag opgaan, de priesters. Mezzosopraan Rachvelishvilli  was hier op haar best: een woedende Amneris. Aleksandrs Antonenko toonde zich als Radames een harde bevelhebber. In een dialoog met Aïda poneert hij haar lief te zullen hebben maar hij zegt haar ook: ‘Ik moet nog eerst een oorlog winnen tegen jouw volk en dan kunnen we trouwen’. Dat wil zeggen: ik moet nog duizenden van jouw landgenoten over de kling jagen. Wie doet nu zoiets? Hij is militair zo gebrainwasht dat de mens Radames niet zichtbaar wordt al doet de slotscène het tegendeel vermoeden.

Arabische invloeden hoor je zo nu en dan in de muziek van de opera. Vooral de Nijlscène kent betoverende klanken die afgewisseld worden door ontroerende aria’s en krachtige, spannende duetten. De bijna doorgecomponeerde opera is prachtig geïnstrumenteerd. De fanfare en triomfscène komen bombastisch over. Het meezinggehalte daarvan is groot. Daar is trouwens niets op tegen. Verdi liet er zes speciale trompetten voor bouwen. Dirigent Nicola Luisotti hield ondanks de massascènes de touwtjes stevig in handen. De bezoekers zullen na afloop van de voorstelling meer dan ooit begrijpen waarom Verdi de koning van de koren wordt genoemd. Samenvattend: Aïda werd met grote toewijding en met passie uitgevoerd. Het publiek was dik tevreden.

Herhaling: maandag 29 oktober om 13.30 uur Pathé bioscoop Tilburg.

Advertenties

Zondag 13 oktober 2018. De laatste dag van een kort vakantieverblijf in Frankfurt met leden van Operaclub Nederland. Het is prachtig weer. We maken een boottocht over de Mainz. Op de oever zien we hardlopers die zich sterk maken voor deelname aan een stadsloop. De binnenstad is vol met toeristen. Er heerst een prettige sfeer. In de loop van de middag ben ik al met mijn gedachten bij wat die avond komen gaat: het bijwonen van een concert in die Alte Oper door het Gewandhausorkest onder leiding van dirigent Andris Nelsons met solistische medewerking van de bekende Letse sopraan Kristine Opolais.

De binnenkomst in het statige gebouw van de Alte Oper is erg bijzonder. Het operagebouw, in neorenaissance stijl, is van binnen omgebouwd tot een schitterend, immens groot, klassiek concertgebouw met een grote zaal die 2500 toeschouwers kan bergen. Het trappenhuis en de overige ruimten geven je het gevoel als bezoeker tot een bevoorrechte klasse te behoren.
De concertzaal biedt de orkestleden een zeer ruim podium en de akoestiek is zo goed dat het geen probleem is om grote symfonische werken ten gehore te brengen.

Dzentis
Het concert begon met een muziekstuk van de in 1978 geboren Andris Dzentis. Een brok verrassende, moderne muziek waar het vuurwerk van afspatte en waarbij veel verschillende instrumenten werden ingezet. Het stuk was zeer ritmisch en deed me zo nu en dan denken aan Prokofiev. Dirigent Nelsons kreeg er in ieder geval de handen voor op elkaar. Terecht!

Daarna was het de beurt aan de bekende sopraan Kristine Opolais. Zij zong twee aria’s uit even zoveel opera’s van Tsjaikowski. Ik had grote verwachtingen op grond van haar optredens in de Metropolitan Opera waar ik haar verschillende keren zag en hoorde schitteren. Helaas werd ik deze keer in haar teleur gesteld. Ze zong een aria uit de opera Pique Dame en de briefscène van Tatjana uit Eugen Onegin. Haar stem klonk anders dan ik gewend was, gevoileerd, niet helder. Ik had niet het idee dat ze in Eugen Onegin zich als een jong meisje presenteerde dat verliefd was op een wat oudere buurjongen en hem een brief schreef over de heftige gevoelens die haar bezig hielden. Ook leek haar stem me wat te klein voor enkele grote lange lijnen, die de aria extra gewicht geven. Kortom: een teleurstellend optreden. Ze kreeg na haar korte optreden bloemen. De credits gingen voor mij echter naar het voortreffelijke spelende orkest dat de melancholische klanken van de Russische componist voortreffelijk ten gehore bracht.

 Mahler
Groots  was het orkestspel van het Gewandhausorkest na de pauze. Nu moet ik eerlijk bekennen dat het zeker 20 jaar geleden is dat ik een grote symfonie in een orkestzaal heb gehoord. Ook Gustav Mahler (1860-1911)  was aan mijn belangstelling voorbij gegaan. Ik had dus wat in te halen.
Nu kreeg ik de kans om de eerste symfonie van Mahler te beluisteren, gespeeld door een toporkest. Ze musiceerden ook werkelijk als een toporkest en beschikken sinds februari 2018 over een topdirigent als Andris Nelsons. Nog in 2016 werden alle Symfonieën van Mahler door dit orkest op dvd opgenomen.
De symfonie maakte bij mij het nodige los. Er was zoveel te horen dat op het menselijk gemoed werkt. Ik denk aan de dierengeluiden, een volksdans en de dodenmars. Indrukwekkend hoe het orkest soms met volle kracht speelde en de wijze waarop de slaginstrumenten werden ingezet.
Het langdurig applaus voor orkest en dirigent was zeer terecht.

Al had ik de eerste van Mahler zeker in geen 20 jaar meer gehoord, toch kwamen flarden van melodieën bij mij terug. Ik nam me ter plekke voor thuis alle symfonieën van Mahler te gaan beluisteren. Een mooiere finale van de operareis kon ik me na afloop van het concert niet voorstellen.

Het bestuur en de reisleiding van  Operaclub Nederland verdienen een compliment voor de wijze waarop ze deze reis hebben georganiseerd.

Flamand, Olivier en gravin Madeleine

Op zaterdag 6 oktober 2018 zat ik andermaal met leden van Operaclub Nederland in de opera van Frankfurt. Dit keer bij een voorstelling van een opera die ik slechts eenmaal op een dvd had bekeken: Capriccio, een werk van de Duitse componist Richard Strauss. Ik wist al vrij snel dat het luisteren naar dit meer dan twee uur durende werk zonder pauze, een hele klus zou zijn. Het tempo van beeld en geluid was tamelijk hoog. Er werden veel verschillende thema’s aangesneden die pas begrijpelijk zijn wanneer je het nodige weet van de geschiedenis en de ontwikkeling van de opera. Ook moet je weet hebben van de tegenstellingen die er bestaan en de verschillen van inzicht die  componisten, regisseurs, theaterdirecteuren en zangers over hun vak hebben.

Sprechgesang
Richard Strauss heeft met zijn opera Capriccio, die in 1942 in première ging, een beeld gegeven van datgene wat in de operawereld steeds onderwerp van discussie was. Hij gaf alle protagonisten de kans om het hoog geëerd publiek duidelijk te maken tot welke professie zij behoorden en hoe onmisbaar hun functioneren was voor het theater.
Strauss liet er geen twijfel over bestaan dat hij vertrouwd was met allerlei genres in de klassieke muziekwereld. Hij opende Capriccio niet met een traditionele ouverture waaraan de meeste operaliefhebbers gewend zijn. Neen, in plaats van hoogtepunten van melodieën van belangrijke aria’s kreeg de aandachtige luisteraar  kamermuziek voorgeschoteld van een prachtig sextet.

Vervolgens speelden de eerste schermutselingen zich af op het podium. Aria’s en echt lyrische muziek liet Strauss in Capriccio bewust achterwege. De protagonisten bedienden zich dus voornamelijk van Sprechgesang. De dichter Olivier, vertolkt door de Canadese bariton Iain Macneil en de musicus Flamand, vertolkt door de Amerikaanse tenor AJ Glueckert betwistten elkaar het primaatschap van het ‘woord of de muziek’ in de opera. Beide heren, hadden zinnige argumenten voor hun uitspraken ‘prima le parole, dopo la musica’ ofwel ‘prima la musica, dopo Le parole.’ Aanvankelijk is het begrip voor elkaar niet groot. Pas veel later zal Flamand beweren: ‘Ton und Wort sind Bruder und Schwester.‘ De spil in deze woordenstrijd is de gravin Madeleine die door deze twee heren heftig wordt begeerd. Zij veronderstellen dat haar voorkeur zal uitgaan naar het personage dat hun eigen favoriete kunstvorm beoefent. Haast vanzelfsprekend bemoeit ook de aanwezige theaterdirecteur La Roche, vertolkt door de bas Alfred Reiter, zich met de discussie en maakt hij de twee kunstenaars duidelijk dat zij nog maar broekies zijn en hoe belangrijk zijn functie is. ‘Zonder mij zijn jullie werken dood papier. Het publiek kijkt naar mijn inspirerende decors. Ik weet wat regie is. Alles blijft bij het oude zoals bij de opera’s van Lully en Rameau. Aan de Italiaanse opera valt echt niet te tippen. Het volk wil echte mensen op het toneel, mensen van vlees en bloed. Geen fantomen. Wij brengen in ons theater louter kwaliteit zoals een puntige vrolijke vaudeville of een opera buffa vol bruisende grollen. In de vrouwelijke rollen veel gratie….’

Gravin Madeleine

 Verjaardagsfeest
De directeur weet van geen ophouden. Hij kondigt een theater programma aan ter gelegenheid van het verjaardagsfeest van Madeleine. ‘ Ik bied een product aan uit mijn atelier met sublieme decors en het fraaiste ballet. En stemmen, gravin, met parelende loopjes en hoge trillers! Een feest voor het oor. U zult er perplex van staan. En wat het libretto betreft, wie let er nou op de woorden als de muziek triomfeert?

Olivier reageert door zijn gedicht voor te dragen. Plotseling grist  Flamand hem het sonnet uit zijn handen, loopt naar het klavecimbel en zet het gedicht op muziek waarop Olivier verontrust roept: ‘ Hij verminkt mijn verzen. Ik vraag me af of het sonnet nu van hem is of nog van mij.’ De gravin weet het wel: ‘ Met uw welnemen, het behoort mij nu toe als een fraai aandenken aan deze mooie dag.’ Eerst lijkt Olivier ontstemd. Later ontroerd.
Nadat een danseres dankzij de muziek haar benen met veel gratie van de vloer tilt, hervatten Flamand en Olivier hun twistgesprek over het primaatschap van het woord of de muziek. De directeur merkt geërgerd op: ’Zij twisten om de rangorde van hun kunsten. Verspilde moeite. Binnen mijn theater dienen zij allen.’

Conversatieopera
Capriccio wordt niet voor niets een conversatieopera genoemd. Een volgende discussie over opera in het bijzijn van de actrice Clairon levert kritiek op de recitatieven en het orkestkabaal.
De broer van de gravin weet te melden dat het niets uitmaakt of een tekst goed of slecht is omdat niemand die kan verstaan. Er is nog meer treurnis wegens de verloren gegane traditie van het oude Italiaanse gezang. Het belcanto ligt op sterven. Vervolgens zingen enkel Italiaanse zangers een duet uit een Italiaanse opera op een tekst van Metastasio. Er wordt op het podium van alles beweerd!!

Dan kondigt de directeur het grandioze ‘azione theatrale‘ van zijn voltallig ensemble aan. Het eerste deel gaat over de geboorte van Pallas Athene die uit het hoofd van Zeus wordt geboren. De directeur wordt uitgelachen maar hij wil toch ook het tweede deel voor het voetlicht brengen ‘ De ondergang van Cartago.‘ De stad stort in na donderslagen, blikseminslagen op open toneel, er is brand, een vlammenzee, een paleis stort in en massa’s mensen zijn in rep en roer. Flamand en Olivier laten zich niet onbetuigd. Ze overladen de directeur met kritiek maar deze laat zich niet zo maar uit het veld slaan. Hij vraagt ze wat ze weten van zijn zorgen, zegt hen dat hij de kunsten van de vaderen hoog houdt. Hij vraagt hen wat hen het recht geeft zo aanmatigend te spreken en ‘mij de ware deskundige te honen. Jullie die nog niets voor het theater presteerden scherpen jullie je geest, geef het theater nieuwe wetten en nieuwe inhoud. Zo niet, val mij dan niet lastig met jullie kritiek!’
De gravin grijpt in en wijst erop dat tevergeefs is geprobeerd elkaars argumenten te weerleggen. De stemming verandert daarna. Er ontstaat harmonie tussen de aanwezigen. Voorbij is de strijd, het vruchteloze praten! Ze verzoenen zich. Men besluit een nieuwe opera te componeren over alles wat hen vandaag is overkomen.

Acht bedienden komen het podium op. Zij hebben een aantal discussies aangehoord. Hun ideeën over de inhoud daarvan verschillen. De een denkt dat de directeur toneelhervormingen wil, een ander gelooft dat men nu ook huisbedienden in opera’s wil laten optreden. De bedienden zijn die avond vrij en zijn daar zeer verheugd over. Ze verwonderen zich uitsluitend nog over de gravin die verliefd is maar niet weet op wie…..
In de voorlaatste scène komt nog de souffleur, monsieur Taupe op de proppen. Die zegt zich zelden bovengronds te bevinden. Hij is meestal onzichtbaar en zegt over zichzelf: ‘Ik ben de onzichtbare heerser over een magische wereld. Ik ben een man van enig gewicht. Pas wanneer ik in mijn hok zit, gaat het Wereldrad van het toneel draaien.’

 Onthulling
Dan ten lange leste komt de onthulling van gravin Madeleine. In een lange monoloog vertelt ze dat het tevergeefse moeite is woord en muziek te scheiden.
’Zij zijn geheel versmolten en verbonden tot een nieuw geheel.
Het geheim van het moment is dat de ene kunst door de andere wordt verlost.
Hun liefde omsluit mij, teder geweven uit verzen en klanken.
Moet ik dit weefsel uiteenrijten? Ben ik er al zelf niet mee verstrengeld?
Kiezen voor een van beiden?
Voor Flamand die gevoelige ziel met zijn mooie ogen, voor Olivier, die sterke geest, die hartstochtelijke man?
Nu sta ik in vuur en vlam en weet me geen raad. Kies je de een, dan verlies je de ander! Verliest men niet altijd als men wint?
Madeleine, Madeleine! Wil je dan tussen twee vuren verbranden?’

De rol van de gravin Madeleine werd ontroerend mooi gezongen door Kristin MacKinnon. Als actrice nam ze tijdig afstand van haar twee minnaars als minnares van de muziek en de liefde was ze heel dichtbij. Mooie prestatie. Ook van dirigent Lothar Koenigs en regisseuse Brigitte Fassbaender. Het fraaie podiumbeeld, ruim van opzet, was van Mareike Wink.

Een opera die nog lang in mijn hoofd rondzingt. De tekst alleen al is het herlezen waard!

Cavaradossi en Tosca

De opera Tosca van Puccini is erg populair en menig operagezelschap heeft het werk van Giacomo Puccini op haar repertoire staan. Onze Nationale Reisopera trekt er mee door het hele land en dat is ook het geval met de Staatsopera van Tatarstan. Door deelname aan een operareis zat ik op vrijdag 12 oktober in het operagebouw van Frankfurt en wat zag ik?…..Tosca.  Waarom is Tosca, die in 1900 in première ging zo aantrekkelijk? De opera speelt zich af rond 1800 in Rome. Moord, spionage en crimineel gedrag spelen een belangrijke rol. Evenals politiek, seks en jaloezie. Kortom de opera heeft alle aspecten van een onvervalste bloedstollende thriller die het publiek tot de laatste minuut boeit. Daarin speelt de politiechef  Scarpia een centrale rol. De eerste schrille tonen van de opera, het Scarpia motief, verwijzen al naar de akelige Scarpia die slechts twee doelen nastreeft. Het eerste is de ontsnapte politieke gevangene Angelotti en de kunstschilder Cavaradossi zo spoedig mogelijk aan de galg te laten hangen en het tweede door afpersing de minnares van laatstgenoemde, Floria Tosca, tegen haar wil in zijn armen te sluiten. Na dat Scarpia motief weet Puccini zijn toehoorders met prachtige aria’s en duetten te boeien.

Graaf Palmieri

Het einde van het werk is heel dramatisch. Niet alleen Cavaradossie  maar ook Tosca gaat haar dood tegemoet. De operadiva Tosca springt tijdens de laatste noten van de beruchte Engelenburcht in Rome haar dood tegemoet. Haar zelfmoord werd gesymboliseerd door een grote rode, wapperende doek die over haar heen valt en waarachter zij verdwijnt. Haar dood wordt mede veroorzaakt door haar naïviteit en goedgelovigheid ten opzichte van Scarpia. Zij heeft zich laten bedriegen door de perverse Scarpia, die niet schroomde haar te bekennen dat een gewelddadige verovering van een vrouw hem beter smaakt dan een honingzoete toestemming. Scarpia wendt voor haar gevangen genomen minnaar Cavaradossi te redden van de doodstraf die hij kreeg wegens het verbergen van de gevluchte gevangene Angelotti, op voorwaarde dat zij zich aan hem geeft. Cavaradossi zal in plaats van de doodstraf een schijnexecutie moeten ondergaan zoals dat voordien al eens eerder gebeurde met een zekere graaf Palmieri. Daarna zullen Cavaradossi en zijn minnares Tosca een vrijgeleide krijgen. Als Scarpia dit document eenmaal ondertekend heeft, vermoordt Tosca haar overweldiger met een gerichte dolkstreek in het hart.

Verrassing
Op de plaats van de executie ruimte bevindt zich een peloton soldaten. Ze hebben de lopen van hun geweren gericht op Cavaradossie. Tosca heeft als ervaren opera actrice haar vriend geïnstrueerd op het juiste tijdstip te vallen als de nepkogels hem zullen treffen. Ze heeft haar vriend al over zijn toekomstige vrijheid ingelicht. Plotseling treedt Scarpia’s handlanger Spoletta naar voren. Hij drukt de lopen van de geweren van de soldaten één voor één naar beneden, trekt zijn revolver en schiet Cavaradossie dood.  Spoletta neemt kennelijk wraak op Tosca wegens haar moord op zijn baas Scarpia. Die hielp hij bij de opsporing van rebellen en de martelingen op de gevangenen. Hij twijfelde geen moment. Hij werkte niet mee aan een schijnexecutie maar doodde uit wraak.  Althans zo interpreteer ik de feiten. Zover ik weet staat Spoletta’s ingreep niet in het libretto. Daarin staat in dat een stel soldaten Cavaradossi dood schieten. Zo zag ik dat ook bij alle voorstellingen van Tosca. Een vraag die bij me opkomt is: wisten die soldaten dat zij hun gevangene zouden doodschieten of geloofden zij dat hun geweren geladen waren met nepkogels? Duidelijk is dat Tosca in de val gelopen is van de man die zij om het leven bracht. Haar rest niets anders dan zelfmoord nu de handlangers van Scarpia haar op de hielen zitten en haar vriend is geëxecuteerd. Zie daar in een notendop het verhaal van een bloedstollende thriller.

De executie van Cavaradossi

De cast

Je moet er maar de juiste cast voor hebben die de zaal in vuur en vlam kan zetten. In Frankfurt was de titelrol gegeven aan de Zweedse sopraan  Malin Brystom die in ons land en onvergetelijke Salomé zong in Amsterdam. Zij was volledig opgewassen tegen het soms wat hard spelende orkest en straalde in haar aria ‘ vissi d’arte, vissi d’amore ‘grote dramatische klasse uit. Van de genoemde aria vind ik dat deze muzikaal niet past op de plaats waarin hij in het tweede bedrijf is gesitueerd. De dan spannende dialoog tussen Scarpia en Tosca wordt er door onderbroken. Ik geef toe, de esthetische schoonheid van de aria is buiten kijf. Brystrom zette een zeer sensibele, vurige Tosca op het podium. Ook een jaloerse want bij de herkenning van een andere vrouw die door haar minnaar was geschilderd ging zij zo ver dat zij van haar vriend meerdere keren eiste dat hij de blauwe ogen van haar imaginaire rivale zou veranderen in haar zwarte. De jong ogende bariton Dario Solari had de rol van geperverteerde  politiechef die zijn  ‘ charmes ‘ inzette om de valse avances ten opzichte van Tosca waar te maken. Wat mij betreft had er wat meer gif in zijn zang mogen zitten. Dat Puccini weigerde om de schurk een mooie aria te gunnen is algemeen bekend. Voor de tenor Stefano La Colla Vittorio Grigolo was de rol van Cavaradossi gereserveerd. Het publiek was hem goed gezind. Hij kreeg veel applaus na zijn wat te traag gezongen aria ‘Recondita armonia’ en zijn aria ‘E le lucevan le stelle’ mocht er zijn.

De overige bijrollen werden goed ingevuld. De regie was van Andreas Kriegenburg en het toneelbeeld van Harald Thor. Dat beeld zag er opmerkelijk en aantrekkelijk uit. Het podium was bezet met een minimum aan toneelmeubilair en rekwisieten. Er werd gebruik gemaakt van moderne techniek waarbij twee speeloppervlakken boven elkaar ontstonden die ten opzichte van elkaar konden bewegen. Dat zag er soms spectaculair maar vooral functioneel uit. Bovendien slaagde Kriegenburg er in om twee beelden waarvan er zich altijd een achter de coulissen afspeelt aan elkaar te koppelen. Denk aan de ondervraging van Tosca door Scarpia en de martelscene die Spoletta uitvoert op Cavaradossi.

De meeste toeschouwers waren zeer enthousiast over de slotscène van het eerste bedrijf.  Een Te deum moest luister bij zetten tijdens een feest in de kathedraal waar een overtal aan prelaten, bisschoppen, misdienaars en koorzangers hun best deden om de overwinning op het leger van Napoleon in  Marengo te vieren. Weg was de eenvoud waarmee de regisseur de opera op gang bracht.

Dirigent Lorenzo Viotti had de muzikale leiding stevig in handen. Hij deelde ruimschoots in het applaus.

Dinsdag 18 september, twee dagen na de 41e sterfdag van Maria Callas (1923-1977) zat ik ‘s morgens om 11.00 uur in de bioscoop om de in alle kranten aangekondigde documentaire van Tom Wolf over het leven van Maria Callas te bekijken. Druk was het er niet. Slechts zes mensen zagen die ochtend het leven van de voormalige operadiva aan hun ogen voorbij trekken. Voor mij was het een emotioneel weerzien want ik herinnerde me nog precies mijn heftige emoties toen ik op 19 juli 1959 in het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam live getuige was van een legendarisch optreden van de stersopraan. Ik was toen 25 jaar en had al heel wat plaatopnamen van haar voor die tijd gehoord en ik was idolaat van de Griekse zangeres.

Vuur en intensiteit
Mijn eerste kennismaking met haar was in 1953. Ik was 20 en hoorde haar voor het eerst op een zondagmorgen op een Belgische radiozender. Ik bleef roerloos op mijn stoel zitten. Ze zong de fameuze waanzinaria uit Lucia di Lammermoor zoals ik die eerder nog nooit hoorde. Tot op dat moment was ik altijd in de ban geweest van de vertolking van deze moeilijke coloratuuraria door de Amerikaanse topzangeres Lina Pagliughi (1907-1980). Wat ik nu hoorde overtrof alles. De stem van Callas raakte me in hart en ziel. Niet alleen door de kracht van haar stem maar vooral door de dramatiek en interpretatie van de aria. Tot op dat moment had ik nog nooit van haar gehoord. Wel van haar tijdgenoten de sopranen Renate Tebaldi en Victoria de Los Angeles.
Sindsdien kocht ik veel opnamen van haar en ik moest bij het beluisteren erkennen dat ik bepaalde opnamen van haar collegae mooier vond maar bij Callas trof ik een vuur en intensiteit aan die je bij haar collegae maar zelden aantrof. Zij zong niet alleen de rol van Tosca maar ze was het ook. Ze zong niet alleen Norma maar ze was het ook. Het leek er op dat zij haar rollen zelf creëerde. Iedere zin kreeg zijn betekenis en de klankkleur die daarbij paste. Door haar muzikale dramatische kracht hield Callas haar luisteraars een spiegel voor over hun diepste en geheime passies.

Optreden in Parijs in 1958

Zonder twijfel was zij ook in die tijd de meest controversiële en opzienbarendste zangeres van de 20e eeuw. Ze was temperamentvol, kreeg soms woede-uitbarstingen en weigerde zelfs op 2 januari 1958 na stemproblemen in de eerste acte van de Norma de rest van de opera uit te zingen tot grote woede van het bezoekers van de opera van Rome. Het leverde haar veel vijanden op. De documentaire laat dat ook zien. De pers van zo wat de gehele wereld viel over haar heen. Vooral haar relatie met de Griekse reder Onassis en haar ruzies met theaterdirecteuren werden breed uitgemeten.
De documentairemaker is er in geslaagd een goed portret te maken van het leven van Callas met alle ups en downs. Er werden beelden getoond die mij niet vreemd waren omdat ik in 2002 twee cursussen gaf over mijn favoriete zangeres. Ik beschikte destijds over minder beeldmateriaal en wat ik kon laten zien waren zwart-wit beelden. Nu zag het er allemaal mooier uit met kleurrijker beelden. De zang van de originele documentaires was te horen maar werd dikwijls gelardeerd met heftige beelden uit het leven van Callas die geen direct verband hielden met die zang. Positief was deze documentaire maker in ieder geval een handvol aria’s volledig liet horen.
Maria Callas was behalve een geweldige zangeres ook een grote actrice. Daar zagen we helaas te weinig van. Het is bekend dat zij er geen voorstander van was om haar rollen op video vast te leggen. Daardoor moesten we het doen met een geacteerde aria uit Tosca (Vissi d’arte, vissi d’amore) gezongen tijdens een uitvoering in Londen in 1954 en de aria Casta diva uit Norma tijdens een concert in de opera van Parijs op 19 december 1958.

Maria Callas en Tito Gobbi in Tosca. Londen 1954

Mislukte comeback
Callas vertelde veel: over haar vriendschappen, over haar ontmoetingen met VIPs, over de zwaarte van haar vak, over het lot dat haar tot een zangcarrière bracht, over haar mislukte huwelijk met de zakenman Meneghini, haar knipperlicht relatie met Onassis en het gemis van een gezin met kinderen.
Maria Callas’ topjaren waren beperkt. Gedurende 10 jaar (1949-1959) was ze nauwelijks te evenaren. Na 1960 zong ze nog wel, maar veel minder dan ze daarvoor gewend was. In het laatste deel van de documentaire ontbrak haar zang bij de beelden van de mislukte poging tot een comeback. Zij maakte toen met de tenor Giuseppe Di Stefano een wereldtournee. Overal werd ze liefdevol en met veel applaus ontvangen maar haar operasprookje was definitief uit. Tom Wolf heeft de geluidsopnamen van die tournee achterwege gelaten vermoedelijk omdat Maria Callas geen schim meer was van de zangeres die grote triomfen vierde in de grootste operahuizen in de wereld. Op 16 september 1977 maakte een hartaanval in Parijs een einde aan haar veel bewogen leven.

 Het IVC is een aansprekend concours voor zangers die een positie proberen te verwerven in de professionele wereld van opera en oratorium. De Brabantse hoofdstad ’s Hertogenbosch is sinds jaar en dag het middelpunt van waaruit de activiteiten van de organisatie worden gestuurd. Dat gebeurde de laatste 12 jaar onder de bezielende leiding van Annett Andriesen. Het gevolg is dat er steeds meer zangers van steeds meer verschillende nationaliteiten inschrijven op het concours. Voor het huidige concours schreven wereldwijd duizenden zangers in die in voorronden in diverse landen trachtten een plaatsje te verwerven in de eindronden die afgelopen week werden gehouden.
62 Kandidaten uit 24 verschillende landen vertoeven deze week in Den Bosch en proberen grote indruk te maken op een jury met indrukwekkende namen, waarvan de voorzitter niemand minder is dan de stersopraan Dame Kiri Te Kanawa. De organisatie is indrukwekkend want er wordt steeds met succes een beroep gedaan op veel onmisbare vrijwilligers, gastgezinnen, donateurs en sponsors.

Twee Nederlanders in finale
Deze week was ik aanwezig bij de eerste ronde op zondag en bij de halve finale op dinsdag. Het was weer een feest om daar bij te zijn. Ik kom misschien wel voor de 25e keer en tref er altijd een fantastische sfeer vanwege de betrokkenheid van het publiek dat aandachtig de prestaties van de kandidaten volgt en daarbij de nodige aantekeningen maakt. Het is natuurlijk ook leuk om te zien of de finalisten op het slotconcert op zaterdagavond dezelfde zangers zijn die je zelf noteerde als een finalist. Ik koos in ieder geval drie mensen die volgens mij hoge ogen zouden scoren en kennelijk dacht de jury er ook zo over.
Grote indruk maakte op mij de 24 jarige Nederlandse mezzosopraan Nina van Essen en de 28 jarige mezzosopraan Rosina Fabius. Ik koos deze twee Nederlandse dames beslist niet uit een oogpunt van patriottisme maar omdat ze me beiden raakten. Rosina vooral door haar vertolking van de aria van Cherubino uit le Nozze di Figaro. Zij zong met eenvoud, zonder enige vorm van forcing en beeldde de karakters uit met de emoties die daarbij pasten. De door haar gekozen fragmenten waren van Hindemith, Britten, Händel, Haydn en Mahler. Aan haar repertoire voegde ze vanzelfsprekend het verplichte, voor dit concours gecomponeerde stuk van Sylvia Maessen toe. Nina van Essen was een krachtig mezzo. Ze kwam bij mij over als een rots in de branding met een vaste strakke stem en met een uitstekende articulatie. Ik merk dat mijn voorliefde voor mezzo’s ten opzichte van sopranen groeiende is. Soms voelde ik ook enige vermoeidheid nadat ik al 15 zangers had aangehoord. Vooral wanneer er een groot aantal coloraturen in een korte tijd na elkaar door sopranen werden geproduceerd. Mijn verlangen naar stukken die opgebouwd zijn uit ariosa kwam dan naar boven. Toch had ik met de Italiaanse Maria   Novella Malfatti geen enkele moeite. Ik had het gevoel dat zij haar perfect uitgevoerde coloraturen in dienst stelde van de dramatische waarheid, wat dat ook moge betekenen. Dat laatste hoeft niet ten koste te gaan van de dynamiek van de voordracht. Sommige mannelijke zangers meenden dat heel hard zingen de jury zou imponeren. Het kostte hen zoveel energie dat voor enige nuance geen ruimte overbleef. Gecharmeerd was ik wel van de zang van Duitse bariton Stefan Astakhov. Zijn stem met haar vele kleuren was zeer aangenaam om naar te luisteren en zijn uitstraling toonde een sterke persoonlijkheid. De jury oordeelde m.i. terecht dat hij recht heeft op een finale plaats. Dat gold ook voor de expressieve 25 jarige Belgische countertenor Jan Wouters.
Het geheel in ogenschouw nemend waren er niet veel grote uitschieters naar boven. Mijn conclusie na afloop van de halve finale was dat de kwaliteit van de zangers elkaar niet zoveel ontliepen, een enkele uitzondering daar gelaten.

Begeleiders
Tijdens het concours ging een deel van mijn bewondering ook uit naar de begeleiders. De drie aangetrokken pianisten moesten 251 stukken instuderen om de 62 kandidaten deskundig te begeleiden. Geen sinecure! Mijn voorkeur ging uit naar het voortreffelijke pianospel van de Zuid Koreaanse Somi Kim.
Wie zaterdag aanstaande als winnaar uit de bus komt blijft nu nog gissen. Belangrijk is dat een groot aantal jonge mensen tussen de 25 en 32 jaar konden deelnemen aan een concours dat leerzaam voor hen was en wellicht hun kansen vergroot om in de toekomst op een groot podium te staan. Het publiek kan ook terugzien op een muzikale week die voor mij nog een extraatje opleverde in de vorm van een masterclass van de zangeres Roberta Alexander in de Fontys Hogeschool voor de kunsten in Tilburg. Hoewel publiek daarvoor was uitgenodigd maakte, behalve mijn echtgenote en ondergetekende in aanwezigheid van een dertigtal studenten, niemand gebruik van de gratis gelegenheid om kennis te nemen van de uitzonderlijke kwaliteiten van de zangeres Roberta Alexander als master. Zij wist op een enthousiasmerende wijze vier studenten, ieder gedurende 45 minuten, waardevolle aanwijzingen te geven, die na driekwartier oefenen al hoorbaar waren. Een gemiste kans voor de zangliefhebbers.

Met veel genoegen kijk ik terug op een weekje prachtige muziek uitgevoerd door vele talenten.

Krista Lewis als Aïda

Ruim 150 operaliefhebbers verlieten dinsdag 28 augustus opgetogen het Cultureel Centrum Jan van Besouw in Goirle. Ze hadden ademloos gekeken en geluisterd naar de opera Aïda van Giuseppe Verdi (1813-1901) op een groot scherm. De registratie was van de Scala van Milaan uit 2015. Die was prachtig. De productie was van regisseur Peter Stein en de muzikale leiding was in handen van maestro Zubin Metha.

Vanzelfsprekend was een aantal mensen komen opdagen die zich hun unieke Aida bij hun bezoek aan de Arena van Verona herinnerden. Spectaculaire beelden waren hen daar in het vooruitzicht gesteld. De Triomfmars waarbij de overwinning van de Egyptenaren op de Ethiopiërs uitbundig wordt gevierd was hen voorspeld als een hoogtepunt dat vele jaren op hun netvlies zou beklijven. De regiewetten in een Arena in de openlucht zijn echter van andere aard dan die in een groot operahuis. De kijkers zagen meteen dat de regie van Peter Steins productie in Milaan soberder was dan die van de regisseur van de Arena in Verona. Stein liet de olifanten en de paarden terecht achter in de dierentuin en liet de soldaten en het volk voorzien van allerlei rekwisieten defileren voorlangs de op een podium gezeten machtige hogepriester Ramphis, de koning en zijn dochter Amneris en andere hoogwaardigheid bekleders. Amneris’ rivale Aïda moest het met een meer bescheiden plaatsje doen en zag vlak voor zich hoe haar verslagen landgenoten en ook haar vader naar het podium van de VIP’s werden gesleept.

Intieme opera
Verdi wilde geen opera componeren waarin de verheerlijking van het militairisme zou kunnen worden gesymboliseerd door de, in feite dramatische, Triomfmars. Hij wilde juist een intiem stuk componeren waarin duidelijk wordt dat oorlog meer is dan een strijd tussen verschillende naties maar ook leidt tot verstorende verhoudingen tussen burgers en koninklijke hoogheden. Vandaar dat hij een klassieke driehoeksverhouding een belangrijke rol geeft in het script.
Die intimiteit wordt vooral duidelijk in het derde en vierde bedrijf waarin zich de grote dramatische momenten afspelen zoals tijdens de Nijlscène waarin het landverraad van Radames grote gevolgen heeft voor Aïda, Amneris en Radames zelf. Het leidt tot de doodstraf na eenzame opsluiting van Radames, de zelfverkozen dood van Aïda die zich laat insluiten in de grafkelder bij Radames en de zelfmoord van Amneris die tevergeefs de priesters aanriep om haar geliefde Radames te redden.

Onderkoning Ismael Pascha van Egypte schonk het volk een nieuw theater in Caïro  ter gelegenheid van de opening van het Suezkanaal. Hij wilde een grootse opera uit het tijdperk van de Farao’s laten opvoeren. Die kreeg hij want Verdi componeerde voor maar liefst 150.000 gouden Franse francs de opera Aïda die op 24 December 1871 in Caïro in première ging en op 8 februari 1872 in De Scala van Milaan het levenslicht zag. De componist zorgde voor een oosters coloriet en laste balletten in die worden uitgevoerd in de tempel van de godin Ptah.

De teksten zijn afkomstig van de librettisten Camille du Locle en Antonio Ghislanzani. De archeoloog die tevens de leiding had van de afdeling Egyptische kunst in het Louvre van Parijs, Auguste Mariette, heeft voor Verdi de verhaallijn geproduceerd. Hij was tevens verantwoordelijk voor de decors en de kleding van de protagonisten. Dat laatste ging bijna mis omdat de Pruisen in 1870 een oorlog begonnen tegen de Fransen en daarbij Parijs omsingelden zodat Mariette het vervoer van zijn decors en kleding niet kon realiseren en de uitvoering van de opera moest worden uitgesteld. Uitstel werd geen afstel want de oorlog  was een jaar later afgelopen. Het succes was zowel in Caïro als in Milaan een groot succes.

Links Radames rechts Amneris

 Verpletterende performance
In Goirle waren de mensen opgetogen over de vocale kunst van de sopraan Kristin Lewis als Aïda. Inderdaad het optreden van de Amerikaanse liet niets te wensen over. Als slavin van de Egyptische prinses Amneris en aanvankelijk heimelijk verliefd op de Egyptische kapitein van het leger, wist ze in alle situaties in woord en gebaar haar netelige positie aan het Egyptische hof over te brengen. Ze speelde de wanhopige, verliefde en vernederde vrouw die prachtige melodische aria’s ten gehore bracht: Haar ‘Ritorna vincitor ‘ uit de eerste acte en haar ‘o patria mia’ tijdens de Nijlscène werden op zeer aangrijpende wijze gezongen. Wie haar naar de kroon stak was voor mij de Georgische mezzosopraan Anita Rachvelishvili als Amneris. Tijdens de twee laatste bedrijven zette ze een verpletterende performance neer in een poging het leven van Radames te redden. In dramatisch opzicht liet ze zien tot de top van de wereld te behoren. Meer dan verdienstelijk was ook het optreden van de tenor Fabio Sartori als Radames. Hij vergat echter dat de laatste noot van zijn romance ‘Celeste Aida’ pianissimo moet worden gezongen. Hij is trouwens wat dat betreft niet de enige! Bariton George Gagnidze als de Ethiopische  koning Amonasro, die een cruciale rol speelde bij het landverraad van Radames tijdens de Nijlscène was tevens een chanterende vader door Aïda onder druk te zetten tegen haar wil te handelen. Dat ging hem met zijn indrukwekkende stem en uitstraling uitstekend af. De zwakste protagonist in deze uitvoering was mijns inziens Matti Salminen. Zijn donkere stem is niet meer fris en helder. En hij kon zijn rol als de hogepriester Ramfis nauwelijks waar maken. Carlo Colombara als de Egyptische koning had het gemakkelijk. Hij hoefde niet veel te zingen.

De koren en het orkest van de Scala waren voortreffelijk. Grote discipline gekoppeld aan grote muzikaliteit deden de naam van Verdi als koning van de Koren eer aan.
De decors waren sober en strak gehouden. In het midden van het zeer donkere podium zagen de toeschouwers een open ruimte die diende om personages een toegangsdeur te verschaffen op het voorste deel van het podium. Een goede vondst. De voorname en soms kleurrijke kleding was duidelijk gebaseerd op de oude tijd van de Farao’s. De belichting was heel fraai waardoor de kijkers meegezogen werden in een spannende voorstelling die ze niet gauw zullen vergeten. Vooral niet het afsluitend liefdesduet tussen Aïda en Radames.