Feeds:
Berichten
Reacties

De drie hoofdrolspelers

We zitten met 37 mensen bij elkaar op de voorgeschreven 1.50 meter afstand. Het is immers coronatijd. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Tosca van de Italiaanse componist Giacomo van Puccini (1858-1924) staat op het programma. Een populair werk naar het toneelstuk la Tosca van Victorien Sardou uit 1887. De première ging op 14 januari 1900 in Teatro  Constanzi in Rome. Puccini stelde voor zijn Tosca twee librettisten aan: Illica en Giacosa.
Tosca is een  doorgecomponeerd werk en klinkt zeer afwisselend, afhankelijk van de situatie. De aria’s, voorzien van prachtige legato bogen, worden afgewisseld met heel spannend gezongen dialogen die bij een dergelijk stuk passen.  De opera, opgenomen in 2011 in Londen, bevat echter ook  enkele gruwelijke scènes waaronder een marteling om een bekentenis af te dwingen van Cavaradossi die de gevluchte libertijn Angelotti  hielp te ontsnappen aan Scarpia. Deze politieman was aangesteld om iedere libertijn die hij tegenkwam op te sluiten in de Engelenburcht, te verhoren, te martelen en ter dood te brengen. Opvallend was dat de toeschouwers na afloop terecht vol lof waren over de stemmen en muziek maar nauwelijks gruwden van de martelscène die Cavaradossi onderging.
Napoleon
Wat is er aan de hand?  Rond 1800 is Napoleon Bonaparte met zijn leger vanuit Frankrijk de Alpen overgestoken om het door de Oostenrijkers bezette gebied in Italië te veroveren met het doel Oost Europa in zijn macht te krijgen. Napoleon sticht de Romeinse republiek die later weer ter ziele gaat.
De opera speelt in Rome en boeit  tot de laatste minuut. Moord, spionage en crimineel gedrag spelen een belangrijke rol. Daarin speelt de politiechef Scarpia een centrale rol. De eerste schrille tonen van de opera, het Scarpia motief, verwijzen al naar de akelige politiechef  Scarpia die slechts twee doelen nastreeft. Het eerste is de ontsnapte politieke gevangenen Angelotti en de kunstschilder Cavaradossi zo spoedig mogelijk aan de galg laten hangen. Het tweede door afpersing de minnares van laatstgenoemde, Floria Tosca, in zijn armen sluiten. Tosca, een operazangeres, zeer katholiek en erg jaloers van aard, is een vrouw die Scarpia al lang begeert.
 Na dat Scarpia-motief weet Puccini zijn toehoorders te boeien met prachtige aria’s en duetten die de romantiek weer doen herleven. Het einde van het werk is heel dramatisch. De operadiva Tosca springt tijdens de laatste noten van de beruchte Engelenburcht in Rome af, de dood tegemoet. Haar zelfmoord heeft direct te maken met haar naïviteit en goedgelovigheid. Zij laat zich bedriegen door de perverse Scarpia, die niet schroomt  te bekennen dat een gewelddadige verovering van een vrouw hem beter smaakt dan een honingzoete toestemming. Scarpia wendt voor haar gevangen genomen minnaar Cavaradossi te redden op voorwaarde dat zij zich aan hem geeft. Cavaradossi zal een schijnexecutie  ondergaan en samen met zijn minnares Tosca een vrijgeleide krijgen. Als Scarpia dit document eenmaal getekend heeft vermoordt Tosca haar overweldiger met een gerichte dolkstreek in het hart. In deze uitvoering zelfs met twee steken. Er vloeit veel bloed. Tosca licht Cavaradossi in over hun herwonnen vrijheid nadat een schijnexecutie zal zijn uitgevoerd. Even later blijkt het een werkelijke executie te zijn. Tosca is in de val gelopen van de man die zij om het leven bracht. Haar rest niets anders dan zelfmoord nu de handlangers van Scarpia haar op de hielen zitten. Zie daar in een notendop het verhaal van een bloedstollende thriller.

De cast
In Covent Garden beschikte men over een uitstekende cast met in de hoofdrollen de Roemeense sopraan Angela Georghiu als Tosca, De Duitser Jonas Kaufmann als de kunstschilder Cavaradossi en de bariton uit Wales Bryn Terfel als de baron Scarpia. Puccini kon zich geen betere zangers gewenst hebben die de opera als een echte thriller laten verlopen en waarbij men steeds het idee heeft getuige te zijn van een historische gebeurtenis. En misschien is dat ook gedeeltelijk waar. Scarpia en Tosca komen voor in de literatuur van die tijd en de slag om Marengo waar de legers van Bonnaparte en de royalisten elkaar bestrijden maken in twee scenes deel uit van het libretto. Er wordt niet alleen uitstekend gezongen maar ook prima geacteerd.

Tijdens de voorstelling word ik meegesleept als zelden tevoren en daardoor komt de intensiteit van deze uitvoering dankzij Terfel, Kaufmann en dirigent Pappano voor mij dicht in de buurt van de legendarische opname onder De Sabata met Callas en Gobbi. In dat gezelschap draait Gheorghiu dankzij haar zang uitstekend mee, al haalt zij als persoonlijkheid niet het niveau van Callas of Tebaldi. Zij  overtuigt  iets minder door haar extraverte, soms tamelijk clichématige acteren zoals het gedeclameerde ‘E avanti a lui tremava tutta Roma!’ ( En voor hem beefde eens heel Rome.) Gheorghiu zag er mooi uit, rijk aangekleed en behangen met juwelen. Haar aria ‘Vissi d’arte, vissi d’amore’ bracht haar het applaus dat zij ook dik verdiende.
 Dan maar het beeld uit zetten? Maar wie dat doet, berooft zich van het genot om de Welse bariton Bryn Terfel met roofdierachtige motoriek bezig te zien als een wellustige, verfijnd sadistische Scarpia. Vanzelfsprekend vergat ook ‘ deze Tosca ‘niet twee brandende kaarsen naast het lijk van Scarpia te plaatsen.

De bewondering van het publiek ging vooral uit naar Jonas Kaufman. De tenor met zijn baritonale  geluid lijkt een alleskunner. Ik zag hem nog nooit falen. Een man die overtuigend zijn rollen zingt.

 Op dinsdag 8 september was de coronacrisis nog onder ons. Toch had CC Jan van Besouw haar zaakjes zodanig goed voor elkaar, dat zij een beperkt aantal toeschouwers in de grote zaal kon toelaten zonder de veiligheid van de bezoekers in gevaar te brengen en vanzelfsprekend rekening houdend met de 1.50 meter regel. De grote zaal was voor de helft vrijgemaakt  en waren kleine tafeltjes met elk twee stoelen geplaats en kaarsjes zorgden voor een intiem sfeertje. Het circa 25 koppige publiek was heel tevreden zowel over de accommodatie en de sfeer als over de opera Don Pasquale van Gaetano Donizetti (1797-1848) die zij kregen voorgeschoteld. De dvd uitvoering uit 2010 van de Metropolitan Opera onder leiding van James Levine beschikte over een ideale cast.

Donizetti componeerde iets meer dan 70 opera’s. Meestal serieuze werken waaronder heel wat koningsdrama’s maar ook buffa’s.  Don Pasquale is zo’n buffa. Waar gaat deze komische opera eigenlijk over?
Verbeelding
Stel je voor dat je een dikbuikige, niet onbemiddelde zeventiger bent, met een pruik en een versleten colbertje om je lijf. Je wilt trouwen al was het alleen maar om een neef die bij je inwoont je huis uit te krijgen. Je wensen worden in ijltempo vervuld en dan lijk je in een waar paradijs terecht te komen.
Dat overkwam de lichtgelovige, gierige, koppige en oude Don Pasquale. En wat zag zijn bruid er prachtig uit. Jong, fraai gekleed èn ook nog een sexy uiterlijk waar mannen alleen maar van kunnen dromen. Don Pasquale waande zich weer jong en vitaal en vader van een dozijn kinderen. De hemel op aarde? Nee, want de handtekeningen bij de notaris waren nog niet gezet of die mooie meid, een jonge weduwe, ontpopte zich als een helleveeg die Don Pasquale de helft van zijn vermogen ontfutselde, geen enkel fysiek contact toestond en geen tegenspraak duldde. Je kunt het je misschien wel voorstellen maar beter niet aan den lijve ondervinden. Helder is ook dat een ‘dramma per musica’ dat komisch is toch een drama blijft.
Uitstekende cast
Ongetwijfeld hebben de kijkers van deze opera buffa gesmuld. Componist Donizetti zou zich geen betere cast hebben kunnen wensen toen zijn opera in 1843 in première ging in Parijs. De rol van de weduwe Norina werd gespeeld door de in 2010 al wat molliger geworden Anna Netrebko. De diva had gelukkig niets verloren van haar spontaniteit en uithoudingsvermogen. Terwijl zij haar melodieën schitterend zong belemmerde dat haar niet in haar fysieke capriolen en dat zonder het ritme van de muziek in de weg te staan. Hoe dwaas het stuk ook is, zij bracht haar rol geloofwaardig. Dat gold ook voor John del Carlo. Deze bas zette een Don Pasquale neer die bijna ten onder ging aan kommer en kwel. Maar zijn gang over het podium en zijn mimiek maakten dat de toeschouwers soms toch hardop moesten lachen. Zijn aria’s mochten er ook zijn. De ‘rap’ aria’s, de snelle parlando stukken, zong hij met verve en dat laatste gold ook voor Dr.Maletesta (Marius Kwiecien). De rol van de neef van Don Pasquale, Ernesto, werd vertolkt door Matthew Polenzani. Het was een genot om naar deze lyrische tenor te luisteren. Zijn duet in de finale gezongen met Anna Netrebko was een muzikaal hoogtepunt.
Over de productie van Otto Schenk niets dan lof. De decors oogden prachtig en de ruimte op het podium was zodanig dat de acteurs zich goed konden bewegen, James Levine dirigeerde, ondanks zijn lichamelijke handicap, Don Pasquale voor het eerst in zijn carrière. Het orkest speelde zoals meestal prachtig. O ja, hoe liep het af met Don Pasquale? Goed! Hij aanvaardde de situatie toen het hem duidelijk werd dat Norina geen bitch was maar via een intrige er alleen op uit was geweest om Ernesto tot de hare te maken. Eind goed, al goed.

 Weer was ik op zoek naar een opera die ik nog nooit eerder zag. Ik vond het werk Death in Venice van de Engelse componist Benjamin Britten (1913-1976) op operavision.eu. Het betrof een uitvoering van een in het Muziektheater in Amsterdam gepresenteerde voorstelling van de English National Opera  in een coproductie met de Brusselse Muntschouwburg in juli 1913.
Er viel veel te genieten. Allereerst, er waren er eenvoudige maar fraaie decors van Tom Peye met wapperende doorzichtige doeken, mooie kostuums van Chloe Obelensky en haast vanzelfsprekend de prachtige muziek van Britten. Regisseur Deborah Warner liet de scènes uitsluitend spelen in een lounge met lange gordijnen met aansluitend terras dat uitzicht bood op zee. Op een soepele manier gingen de scènes in elkaar over waarbij tafeltjes, stoelen en strandhuisjes werden verplaatst of weggehaald  door obers, zeelieden en diensters.
Muziek, dans en spel sloten prachtig op elkaar aan. Vooral de dansen waren naadloos verwerkt in de opera. Daarbij speelde de jonge danser Sam Zalvidar als Tadzio een belangrijke rol. De toeschouwers zagen in het luxehotel met overbeleefde obers tevens grote  families van aanzien met hun spelende kinderen daar hun vakantie doorbrengen.
Moderne componist
Benjamin Britten is een Engelse componist die was geïnspireerd door moderne componisten van het Europese vaste land. Zijn doorbraak als operacomponist voltrok zich in 1945 met de opera Peter Grimes, een door mij zeer gewaardeerde opera. Een van de vele andere werken van de dienstweigeraar en pacifist was zijn War Requiem in 1962.
In 1973 ging zijn laatste opera Death in Venice in première. Het werk is gebaseerd op de novelle Der Tod in Venedig van Thomans Mann (1911).
Het libretto
Het verhaal gaat over een succesvol auteur, Gustav von Aschenbach. Hij is de vijftig gepasseerd en om zijn verdiensten in de adelstand verheven. Twijfels over zijn kunst kwellen hem. Hij blijkt een praktiserend moralist te zijn die zijn roem vooral heeft te danken aan zijn enorme wilskracht en discipline.  Omdat het de schrijver na het overlijden van zijn vrouw aan inspiratie ontbreekt, besluit hij een reis te maken naar Venetië, de stad van de vergane schoonheid. Hij neemt zijn intrek in het sjieke Grand Hotel des Bain op het Lido-eiland tegenover de stad. Daar ziet hij tijdens het diner een Poolse familie. Er is een jongen bij van 14 jaar in een marine pakje. Aschenbach wordt door de schoonheid van de jongen als door een bliksemslag getroffen. Hij hoort dat de jongen Tadzio heet en doet tevergeefs pogingen om zijn aandacht te trekken. De hitte in de stad is groot. Hij besluit om zijn koffers te pakken omdat hij voelt dat het warme weer hem geen goed doet. Omdat Tadzio steeds in zijn buurt is, gebruikt hij een kofferverwisseling als voorwendsel aan om toch in het hotel te blijven. Vanaf dat moment ontwikkelt zijn interesse in de schoonheid voor de jongen zich tot een ware obsessie. Hij rookt de ene sigaret na de andere en zoekt steeds de nabijheid van Tadzio, tracht oogcontact met hem te maken maar dat mislukt. Hij ervaart daarbij de achteruitgang van zijn lichaam als een handicap en vraagt zich af of hij daarom minder waard is. Dan komt hij in aanraking met de geruchtenmachine. Hij hoort van een kapper dat een infectieziekte de stad in haar greep heeft. Hem wordt geadviseerd bepaalde dingen niet te eten en hij ruikt overal desinfectans. De autoriteiten ontkennen dat er iets aan de hand is. Ze willen geen massaal vertrek van de toeristen. Aschenbach negeert ook de signalen die wijzen op besmettingsgevaar door de cholera. De straten zijn leeg. Wel komen er bedelaars en gelden er politieverordeningen. Moet hij de familie van Tadzio waarschuwen voor de pandemie, vraagt hij zich af maar doet dat uiteindelijk niet. Hij weet dat wanneer hij dat doet Tadzio het hotel zal verlaten. Tot zijn ontzetting dringt het op dat moment ook tot hem door dat hij niet zou weten hoe hij dan verder moest leven. Aschenbach ziet dat Tadzio op een stoel zit te slapen. Hij wil hem aanraken, contact maken, maar verwijt zich even later dat hij zijn kans voorbij liet gaan. Wel bedenkt hij hoe zijn leven er uit zou zien wanneer iedereen sterft aan de cholera en hij alleen met Tadzio overleeft. Britten laat de meest sombere muziek horen!
 Ontbrekende kracht
Aschenbach laat opnieuw de kapper komen, die zijn gezicht soigneert om er jonger uit te zien. Hij laat zich door de aanwezigheid van de jongen, die hem nauwelijks een blik waardig keurt, helemaal gek maken. Dan hoort hij dat Tadzio en de familie toch gaan vertrekken. Aschenbach is ondertussen geïnfecteerd door het Aziatische choleravirus door het eten van bedorven aardbeien. Hij zakt neer in een ligstoel, hoort en ziet nog dat Tadzio ruzie maakt met een andere jongen en vervolgens naar de rand van de zee loopt. Hij probeert zich op te richten maar het ontbreekt hem aan kracht. Hij zakt terug in zijn stoel en overlijdt.
Dualiteit
Het boek van Thomas Mann is weliswaar in het Duits geschreven, maar de Britse componist Benjamin Britten en zijn librettiste Myfanwy Piper wisten wel raad met het thema van Der Tod in Venedig. Althans, met één van de thema’s. Het dilemma tussen hoofd en hart, verstand en gevoel, tussen aangepaste burgerlijkheid en gepassioneerd doen waar je zin in hebt, of – voor de Griekse mythologie kenners – tussen Apollo en Dyonisos.
De beide Britten maakten samen een prachtige kunstwerk over die eeuwige strijd tussen het hoofd en het lichaam. Misschien wel omdat ze zo goed weten wat ingehouden gedrag veroorzaakt en evenzo goed beseffen – of vrezen – wat er gebeurt als dat wordt losgelaten. Voortdurend stelt Aschenbach aan de orde hoe kunstenaarschap vorm en discipline zowel bevrucht als ondermijnd worden door roes en hartstocht.
Over de vraag of de hoofdfiguur in Death in Venice, de inmiddels uitgeputte schrijver Gustav von Aschenbach, de liefde ontdekt, zijn jeugd hervindt of een lang verscholen deel van zichzelf herontdekt, heeft elke Brit wellicht een andere mening.
Benjamin Brittens laatste opera Death in Venice, die hij schreef in een periode dat een hartkwaal zijn leven en welzijn bedreigde, is nog maar zevenenveertig jaar oud en toont wat de Brit in zijn mars heeft. Zijn partituur sluit aan bij de moderne componisten van Europa. Hij componeert verhalend en brengt drama dat een voorstelling van één avond in een theater nauwelijks kan bevatten.
Muziek
Dirigent Edward Gardner heeft ruime ervaring met de muziek van Britten en hij laat het Rotterdams Philharmonisch Orkest uitstekend spelen. De compositie van Britten, die soms een scherp randje ontbeert, maar rijk is aan allerlei klankkleuren is bij hem in uitstekende handen. Soms heb ik het gevoel naar filmmuziek te luisteren. Naast de strijkers heeft de percussie een groot aandeel hetgeen ook geldt voor een piano.
In de opera van Britten ontwikkelt de figuur van Aschenbach zich samen met de muziek die steeds van kleur en toon verandert. De begeerde Tadzio, de jongen op het strand, heeft slechts één thema, op vibrafoon, dat in de loop van het verhaal niet verandert. Von Aschenbach leren we kennen, de jongen minder. Hij blijft op afstand van de schrijver, van de luisteraar en kijker naar de opera.
De auteur Von Aschenbach wordt indringend gezongen (meestal sprekend-zingen) en gespeeld door de tenor John Graham-Hall. Met grote acteervaardigheid en met een loepzuivere stem is hij de ster van de avond.
Koorknaap
Bij de componist Britten zou je een zingende koorknaap verwachten in de rol van Tadzio, maar hij heeft gekozen voor een balletdanser. Goed gevonden, want diens zwijgende rol geeft de afstand tussen Von Aschenbach en de Poolse tiener vanzelfsprekend aan. In deze productie neemt het Amerikaanse balletwonderkind Sam Zaldivar die zware rol op zich. De Britse kranten raakten niet uitgejubeld over de   leerling van de Royal Ballet School en prezen zijn natuurlijke uitstraling. Toen een journalist Zaldivar tijdens een vraaggesprek vroeg of het moeilijk is om in een opera te dansen antwoordde hij: ‘De combinatie van ballet en opera had ik al eerder gedaan. Het lastige hier is vooral de muziek van Britten. Er zijn veel rare maatwisselingen, die moet je echt in je hoofd stampen.’
Journalist: ‘Jouw relatie als Tadzio met de zingende von Aschenbach staat centraal in de opera Hoe beeld je die interactie uit?’
Zaldivar: ‘Die is er niet echt. Het gaat om de interne kwellingen en obsessies van Von Aschenbasch. Die dans ik niet, ik dans meer hoe hij mij ziet. Ik loop voorbij, gluur vluchtig naar hem, wek spanning op.’
Journalist : Hoe is het om het lustobject van zo’n oudere man te spelen?
Zaldivar: ‘Niet supervreemd. We hebben geen intense confrontaties, het is allemaal op afstand. Het wordt niet ongemakkelijk of zo, we houden het droog. Je voelt sympathie voor Von Aschenbasch, want hij houdt zichzelf in.’
Journalist: Voor hem ben jij een symbool van schoonheid. Hoe speel je dat?’ Zalzibar: ‘Dat is best wel moeilijk. Ik ben al zeventien en moet de eeuwige jeugd uitstralen. Tegelijkertijd moet ik professioneel dansen, zonder dat ik als een volwassene rondspring. Als mijn sprongen technisch volmaakt zijn, verliest mijn rol zijn uitstraling. Gelukkig zitten er in de choreografie veel momenten van spel tussen de jongens op het strand. Dan gaat het kind-zijn vanzelf. Ook al ben ik al zeventien.’

Death in Venice is een onderwerp dat je aan het denken zet en je voert naar Griekse filosofen die nadachten over kunst, zinnelijkheid, hartstocht en wijsheid en de relatie tot elkaar. Overtuig u van de grote kwaliteit van deze opera en probeer te vatten waarom Thomas Mann en Aschenbach worstelden met deze problematiek.

Simon Gronoswki

De opera ‘Push’ is het verhaal van de Joodse Brusselaar Simon Gronowski, die in 1943 door de Duitsers vanaf Mechelen in België met zijn moeder op transport werd gezet naar het concentratiekamp Auschwitz. Zijn moeder hielp haar zoon te ontsnappen aan de dood door hem na een korte stop van de trein, veroorzaakt door enkele verzetsstrijders, bij de voortzetting van de reis uit de trein te duwen. Het is een miraculeuze gebeurtenis die steeds meer emotioneert omdat het in dit werk over meer gaat dan een spectaculaire ontsnapping aan de reis naar de dood van een kind van 11 jaar.

Ik raad u aan deze opera van componist Howard Moody te beluisteren. Hij schreef voor dit aangrijpende werk ook de tekst. Hij hoorde het verhaal zelf uit de mond van Gronowski.

‘Push’ kunt u op uw pc binnenhalen door http://www.operavision.eu aan te klikken en vervolgens op  ‘Push’ te klikken. U kunt ervan verzekerd zijn dat u kijkt naar een opera die zeer enerverend is en emotioneert omdat de voorstelling de op transport gestelde Joden steeds opnieuw positioneert waarbij continue de menselijke waardigheid in het geding is. Er is ook aandacht voor de gevangenen, die twijfelen of ze een onderdanige houding aan moeten nemen ten opzichte van hun bewakers ‘omdat het dan misschien allemaal wel meevalt’, of dat ze in verzet moeten gaan om hun noodlot af te wenden. De deelname van een groot gemengd koor van   jongeren en volwassenen, zowel professionals als amateurs, alsmede de kinder-en jeugdkoren van de Munt is door de leiding en regisseur Benoit De Leersnyder consciëntieus voorbereid. De inzet van deze figuranten als Joodse mensen is fantastisch en dat geldt ook voor het Kamermuziekensemble van de Munt.

Gekooide dieren
Centraal staat het historische verhaal van Simon Gronowski, vertolkt door de Britse bariton James Newby.  Simon is met zijn moeder, na verraad, in april 1943 op de deportatietrein gezet en uiteindelijk ontsnapt. Zijn vader is ondergedoken, overleeft de oorlog wel, maar sterft aan een gebroken hart nadat hij zijn vrouw en dochter verloor. Zijn zus Ita, knap vertolkt door Sheva Tehoval, gaat haar moeder op een later vertrekkend konvooi achterna naar Auschwitz Beiden worden vergast.

De toeschouwers in de zaal worden geconfronteerd met het verzamelpunt van de opgepakte Joden. Die zijn angstig, beklagen zich en stellen elkaar en de bewakers vragen. Zoals: ‘Waarom kregen we maar drie minuten voor ons vertrek? Waarom verbergen jullie ons? We zijn niet veilig met deze muren om ons heen.’ Collectief roepen ze: ‘We worden behandeld als gekooide dieren. We hebben macht noch controle. Ons leven zit in een reistas.’ Een vrouw roept: ‘ Alles wat ik heb zit in deze reistas. We zijn verjaagd vanwaar we thuis horen.’ De bewaker weet niet meer te zeggen dan: ‘Vandaag schijnt de zon maar niet voor jullie ‘ en ‘ik doe hier gewoon mijn plicht.’

Mirakel
Nadat Simon ontsnapte uit de trein belt hij in een dorp aan bij een man die hem helpt aan een spoorkaartje. Zonder gecontroleerd te worden reist hij naar een grote stad om te overleven. Het lukt, na zijn ontsnapping opnieuw een mirakel.

Dan volgt een scène waarin Simon jaren later een ontmoeting heeft met de bewaker bij het verzamelpunt. Ze herkennen elkaar. Ook de bewaker blijkt een slachtoffer van de geschiedenis van de oorlog.  Hij zegt: ’Ik leef met veel onzekerheden. Ik voel nu niet alleen mijn pijn maar ook die van anderen. Ik vraag je om vergeving.’ Simon vergeeft. De twee omarmen elkaar. Ook Simon beleeft nog de pijn van het afscheid van zijn moeder en zijn zus.
Hij vindt dat hij zijn verhaal nog dikwijls moet vertellen en vooral ook dat zijn moeder hem naar de vrijheid duwde. ‘Dat was een mirakel.  Hij blijft geloven in de goedheid van de mens. Hij zegt: ‘Mijn leven bestaat uit louter mirakels.’

De opera heeft nu een andere wending gekregen. Er klinkt weer hoop door en vreugde om de helende wonden. Het koor zingt: ‘We kunnen weer zijn die we willen zijn.’

Muziek
De muziek van Howard Moody is prachtig en volstrekt aangepast aan de emotionele ladingen van het werk. Dwarsfluit en de lage violen domineren de orkestratie. De toon van de muziek verandert wanneer neerslachtigheid in de slotfase over gaat in hoop op een nieuw leven. Die hoop wordt hoorbaar in de aanzwellende koperblazers die de percussie en het gepunte ritme vervangen die uiting gaven aan de angstige en onzekere gevoelens van de Joden.

Sheva Tehoval

Benoit de Leersnyder is een bekwaam regisseur. Hij weet goed om te gaan met de Joden die in de beginfase heel dicht tegen elkaar aan staan en daarmee geeft hij aan hoe benauwd het in de deportatietrein moet zijn geweest waar de mensen ook op elkaar gepakt stonden. Mensonterend! Hij gaf de hoofdrolspelers broer en zus de ruimte om hun emoties goed over te brengen waarbij eenmaal een langdurige uithaal van ShevaTehoval werkelijk door merg en been gaat toen ze het van onmacht uitgilde.

De voorstelling werd ondersteund met terzake doende videobeelden die voor het publiek zeer herkenbaar waren. Wie herinnert zich niet dat meisje met een blauwe shawl die haar hoofd uit een wagon steekt?

De opera ’Push’ zal voor mij een blijvende herinnering zijn aan het lijden van de Joden die ook laat zien dat door  verzoening de hoop op een beter leven blijft bestaan.

 

Johan Reuter als der Fliegende Holländer

Operavoorstellingen van de drama’s van Richard Wagner  (1813-1883) zijn dikwijls verrassend door de structuur van zowel de muzikale als theatrale vormgeving.
Dat ervoer ik de afgelopen week opnieuw toen zich via ‘Operavision’ de mogelijkheid voordeed om de opera Der fliegende Holländer van Richard Wagner, uitgevoerd in 2016 door de ‘ Finse Opera en Ballet’,  te zien. Het was niet mijn eerste keer natuurlijk. Nooit zag ik dit werk op bijna  dezelfde wijze uitgevoerd. Ook nu niet. Muziek en tekst bleven wel steeds onaangetast maar de regie was hier en daar zo absurdistisch dat je de filosofie van de componist bijna uit het oog verloor. En die is bij een componist als Wagner wel belangrijk.

Wie dit werk gaat zien wordt geconfronteerd met een kapitein van een spookschip die al eeuwen lang de zeeën bevaart. Hij verlangt naar het einde daarvan en is op zoek naar een vrouw die hem verlost van zijn kwelling door hem tot het einde van zijn leven trouw te blijven. Iedere zeven jaar heeft hij de kans om aan land te gaan en die vrouw te vinden. Dat lukte echter nooit. Ze ontglippen hem allemaal en zijn verlangen om zijn hoofd te ruste te leggen en afscheid te nemen van dat eeuwige varen blijkt een niets ontziende kwelling. De man wil daarvan verlost worden. Een kwelling die hij zelf veroorzaakte door te vloeken tijdens een zeereis. Satan strafte hem. Hij moest eeuwig over de zeeën zwerven.

Verlossing
Wat bedoelt Wagner, die zelf zijn libretti voor al zijn opera’s schreef, met het begrip verlossing? Hij plaatst dat woord in een bredere context en komt er in zijn andere werken op terug. Het leven van ieder levend wezen voltrekt zich nooit zonder pijn. Er zijn altijd wel problemen van fysieke of psychologische aard. Voor De Holländer is dat het eeuwig op de wereldzeeën te moeten rondzwerven.
Toch lijkt De Holländer ten lange leste  een vrouw te vinden. Volgens het libretto is dat Senta, de dochter van zakenman Daland en eigenaar van een schip. Ze werktals spinster in een atelier.  In deze uitvoering is ze aan het pottenbakken en in een andere uitvoering ontwierp zij bruidsjurken. Op zich niet zo belangrijk wat ze doet, maar het blijft een raadsel wat de bedoeling van de regisseur is om zich niet aan het libretto te houden.

Camilla Nyland als Senta

Senta kijkt dagelijks naar het schilderij van de Holländer dat in het atelier hangt. Ze is duidelijk verliefd op de geportretteerde. Zij weet kennelijk van zijn barre levenswijze en is er van overtuigd dat zij de aangewezen persoon is om hem te redden. Haar vader is enthousiast over een mogelijk huwelijk in ruil voor de schatten die de Holländer hem biedt. Hij is zonder slag of stoot bereid zijn dochter aan deze vreemdeling af te staan. Dat Erik, de verloofde van Senta, buitenspel wordt gezet lijkt behalve voor Erik zelf van geen belang.

Voltooiing
Het einde van deze uitvoering roept vraagtekens op. Erik vraagt aan Senta of het waar is dat zij inderdaad met de Holländer gaat trouwen en  hij vraagt zich hardop af of Senta haar belofte om met hem te trouwen is vergeten. Senta staat met open mond te luisteren. De Holländer hoort bij toeval de conversatie en trekt de conclusie dat Senta’s woord niets waard is als zij eerder aan Erik trouw heeft gezworen. Hij is verloren!  Voor eeuwig! De Holländer wil meteen vertrekken. Senta werpt zich aan zijn voeten en probeert hem te overtuigen dat zij zijn reddende de engel is. De Holländer klimt aan boord van zijn schip en kiest zee. Senta wil hem achterna maar wordt tegen gehouden. Zij kan zich echter losrukken en klimt op een uitstekende rots en stort zich in zee. Wat Senta zag als haar opdracht en plicht is daarmee voltooid. Senta bleef de Holländer trouw tot in de dood en hij is verlost van zijn vloek. Onmiddellijk zinkt ook het schip naar de zeebodem. Samen zweven ze naar de hemel zo staat dat in het libretto. Regisseur Kaspar Holten greep echter in. In plaats van het vertrek van de Holländer naar zijn schip pakt de titelheld een revolver en schiet zich door het hoofd.

Een alternatief einde van deze opera dus. Wagner had trouwens ook verschillende versies in zijn portefeuille zoals hij die ook had van zijn opera Tannhäuser. Ik zag enige tijd geleden ook een uitvoering waarbij de Holländer met een mes een einde aan zijn leven maakte.
In de Finse uitvoering wordt de opera één jaar na de dood van de Holländer beëindigd met een bijeenkomst waarbij veel mensen aanwezig zijn. Daland en Senta zijn daar prominent aanwezig. Het werd Senta te veel. Er vloeiden traantjes die ook zichtbaar waren bij de Holländer tijdens de ouverture toen werd uitgebeeld dat vrouwen zijn probleem niet zouden oplossen.

Muziek
De muziek van deze opera, die in Dresden op 2 januari 1843 in première, ging is prachtig. Het werk begint met een symfonische ouverture die de gehele opera weergeeft. Het werk is romantisch en een nummeropera. Er is een ballade, een duet, een terzet en de koren met het Matrozenlied en Spinnelied gaan gepaard met een mengeling van spontane onstuimigheid. Complimenten gaan zeker naar het koor. Het orkest speelde ook uitstekend onder leiding van John Fiore.
De grootste lof gaat uit naar enkele solisten. Allereerst de titelrol die de Deense heldenbariton Johan Reuter voor zijn rekening nam. En hoe! Hij zong krachtig en verstaanbaar, speelde uitstekend zijn rol en liet ook duidelijk de kwetsbare kanten van het karakter van zijn held zien. De Finse sopraan Camilla Nyland was de evenknie van Reuter. Een ideale Senta, dweepziek en bereid om tot het uiterste te gaan om De Holländer te redden. Haar ballade was uitstekend. De rol van Daland werd vertolkt door de bas Georgy Frank. Hij had geen al te sympathieke rol. Zijn zakelijke inslag kwam wel goed over evenals zijn materialistische visie. De Brits-Libanese tenor Mika Pohjonen als Eric, de verloofde van Senta was aanvankelijk niet  zo goed bij stem maar de tenor herstelde zich aan het slot van het werk.

Kasper Holten

 Regie
De Deen Kaspar Holten was de regisseur van deze uitvoering. Die verklaarde met een afwijkende regie een parallelle wereld te schetsen tussen het libretto en wat hij ervoer in de gewone wereld. Ik was er dit keer niet blij mee, omdat zijn ingrepen niets verduidelijkten en Wagners ideeën op een zijspoor zette. Waarom hij De Holländer afbeeldde als een kunstschilder is me een raadsel.
Wie een snel beeld wil hebben van de inhoud van de opera kan terecht bij de eerste aria van De Holländer: ‘Der Frist ist um…….’ ‘De termijn is om. Weer zijn zeven jaar verstreken. De zee is me zat  en werpt me aan land…….’. De Holländer vertelt zijn verhaal wat hem is overkomen en waarom hij naar de dood zocht maar hem niet vond.  Zeer boeiend verteld in deze uitvoering door Johan Reuter.

 De ouverture
Ik raad u ook aan extra aandacht te schenken aan de uitvoering van de Ouverture. U hoort de muziek en ziet gelijktijdig  donkere luchten en opspattend zeeschuim, een huis met daarin een groot bed. Er zijn vrouwen die zich aanbieden aan de Holländer, maar na een paar seconden zijn ze weer vervangen door anderen. Sommigen hebben zich opzichtig van hem verwijderd. Op een zeker moment zijn alle vrouwen weg. Hij staat alleen. Eenzaam tussen de door hem in grote haast gemaakte schilderijen. Langzaam maar zeker wellen de tranen op. Is er geen vrouw die hem kan en wil redden?

Deze uitvoering kunt u nog zien t/m 29 januari 2021 op de website van Eurovision.eu

Lionel Lhote (Somarone), Sophie Karthaüser (Héro), Etienne Dupuis (Claudio), Chœurs de la Monnaie/Koor van de Munt

In 1862 voltooide Hector Berlioz (1803-1869) zijn laatste grote opera. Daarmee ging eindelijk zijn wens om een keer een opera comique te componeren in vervulling. Béatrice et Bénedict bleef zijn enige poging in dit genre.
De componist schreef zelf het libretto geïnspireerd op een stuk van William Shakespeare: Much Ado About Nothing. De compositie van deze opera is niet met de in die tijd gangbare muziek van komische opera’ s te vergelijken. Ze is veel gedetailleerder en subtieler dan andere werken uit die tijd.
Béatrice en Bénedict is tot op de dag van vandaag niet erg populair hoewel door het grote publiek een aantal fragmenten zeker worden gewaardeerd en in ruime mate te vinden zijn op YouTube.
Verrast was ik toen ik bij toeval enige dagen geleden op een TV zender dit voor mij onbekende werk zag. Ik kende de verhaallijn niet en de ouverture was al voorbij toen ik de eerste beelden zag. Al kijkende moest ik dus zelf de verhaallijn construeren. Mijn eerste interpretatie dat ik een heel drukke opera zag met soldaten die van een front afkwamen en contact wilden met hun verloofden.

Twee paren
De muziek sprak mij zeker aan en het orkest onder leiding van dirigent Samuel-Jean speelde uitstekend. Op een zeker moment kwam ik er achter dat het verhaal ging over twee paren die in het huwelijk zouden treden. Al spoedig bleek dat Berlioz niet zo positief over het huwelijk dacht en de Franse regisseur Richard Brunel evenmin. Er was eerder sprake van sarcasme dan van humor, wat je toch verwacht in een opera comique.  Of de toeschouwers dat ook zo hebben ervaren is een vraag. Oudere mensen zullen vermoedelijk met wat meer instemming hebben gekeken naar wat zich op het podium afspeelde, terwijl jongeren een wat harder standpunt zullen hebben ingenomen. In essentie gaat het verhaal over het paar Héro en Claudia die zonder al te veel problemen uitkijken naar hun huwelijksdag, terwijl het andere paar, Béatrice en Bénedict in een permanente strijd met elkaar verkeren. Het lijkt wel of ze bindingsangst hebben. Ze pakken stevig uit over hun minnaars en minnaressen.

Dat een huwelijk pijnlijk kan zijn, komt aan het licht tijdens de huwelijksvoltrekking van Claudio en Héro. Tijdens de huwelijksceremonie is er een moment dat iedereen zijn bezwaren mag uiten tegen dit huwelijk. Er staat iemand op die beweert dat de bruid geen maagd meer is. Dat leidt al snel tot blinde haat wanneer daarna iedereen Héro, de nicht van Béatrice, beschuldigt van ontrouw en ze snel tot slet wordt gebombardeerd. Claudio wil niets meer met Héro te maken hebben maar komt later op dit besluit terug. Hij wil haar terug, maar Héro stapt definitief uit haar bruidsjurk en laat het verder afweten.

Sophie Karthaüser (Héro), Lionel Lhote (Somarone), Chœurs de la Monnaie/Koor van de Munt, Etienne Dupuis (Claudio)

Het zag er nog wel zo spectaculair uit vóór de huwelijksvoltrekking. De Franse regisseur Richard Brunel had de bruid voor de huwelijksceremonie over de hoofden van de gasten de trouwruimte binnen laten zweven en laten landen op een tafel waar haar lange sleep als het ware veranderde in een tafellaken. De elementen van een volksfeest werden direct zichtbaar waarbij een akoestische gitaar, een tamboerijn en koperblazers een hoofdrol speelden. Berlioz wisselt zijn muziek meerdere keren af van majeur in mineur om zijn sarcasme over het huwelijk tot uitdrukking te brengen.

Hoe loopt het af met Béatrice en Bénedict? Leonato beschrijft de situatie: ‘ er woedt tussen hen een vreugdevolle oorlog. Zodra ze elkaar zien bestormen ze elkaar met fysiek contact en geestigheden. In een duet zegt zij echter te hopen nooit verliefd te worden op een man met een baard, terwijl hij huivert van brunettes.
Het zijn nou net toevallig de uiterlijke kenmerken van beiden. Uiteindelijk komt het, nadat hun vrienden een complot hadden gesmeed,  toch tot een huwelijk.

Strijdtoneel
Hector Berlioz lijkt het huwelijk te zien als een strijdtoneel en verlenging van de slavernij. Klopt dat? Er werd in 2016 in het geïmproviseerde theater van de Munt, in het  Muntpaleis, een speciaal gebouwde tent op het beursterrein Tour&Taxis, goed gezongen. De cast bestond uit  jonge Franstalige stemmen uit België, Frankrijk, Zwitserland en Canada. De tenor Sébastiaan Dory zorgde als Bénedict voor een goed evenwicht tussen muziek en tekst (ook gesproken tekst). Hij zong met groot gemak ‘Dieu me pardonne.’  Etienne Dupuis vertolkte de rol van Claudio. Hij had een rijke stem met een warm geluid en ontroerde vooral tijdens de finale als een gebroken man.

Misschien was de ster van de voorstelling wel de mezzosopraan Michèle Losier. Zij vulde met haar stem het hele theater. Met grote kracht en vastberadenheid zong zij haar grote scène, ‘ Dieu que viens-je d’entendre.’
Sophie Karthäuser als Héro was ook uitstekend op dreef. Haar duet met Eve-Maud Hubeaux’s Ursel, ‘nuit  paisible’ was werkelijk prachtig.

Na de finale vroeg ik me af of ik een opera comique zag of een echt dramatisch werk. Ik weet het werkelijk niet. Erg komisch vond ik het niet, maar ja…………….
Rond de klok van half elf was ik weer een onverwachte ervaring rijker.
Een herhaald advies van mij is: Zoek in deze coronatijd een opera op op het internet die je nog nooit hoorde. Wellicht word je net als ik prettig verrast.

Svetlana Ignatovich (Fevronia)

De opera ‘De legende van de onzichtbare stad Kitesj’ van de Russische componist Nikolai Rimski korsakov (1844-1908) dateert van 1904. Het werk verenigt zowel atheïstische als religieuze elementen. De opera vertelt een verhaal (libretto van V.I.Belski) waarin de nationale geschiedenis van Rusland is verweven met een fantastisch onderwerp dat helemaal in de sprookjeswereld thuis hoort. Het libretto heeft een dubbele verhaallijn. Er is een wonderlijke redding van de stad de stad Kitesj uit de macht van de Tartaren doordat de stad onzichtbaar wordt voor de vijand, een mirakel waarvoor  het jonge meisje Fevronia en vorst Joeri Vsevolodovitsj gebeden hebben. En er is de liefdesgeschiedenis van Fevronja die in eenheid leeft met de natuur en verliefd wordt op prins Vsevolod.

Mythen
Door de eeuwen heen zijn mythen de mens tot vaste steun en toeverlaat geweest. Het troostte en onderrichtte hem en toonde een weg in een wereld die toch altijd een raadsel bleef.
Tegenwoordig menen we de wereld wel te kennen en dus worden de mythen op rationele gronden ontmythologiseerd met als gevolg dat de mens na verloop van tijd toch weer nieuwe mythen schept. De behoefte daaraan blijft immers overeind als deel van het mens-zijn. Het lijkt er op dat de nieuwe mythen minder tijdloos zijn, minder diepgang hebben en veel meer gericht zijn op het creëren en invullen van droombeelden.
Inmiddels heeft het regietheater korte metten gemaakt met de mythe. Theater moet ‘actueel’ zijn en de mens iets leren over zijn eigen situatie. Niet gehinderd door enige kennis van zaken kwam menig moderne regisseur tot de conclusie dat een ‘oude mythe’ dat per definitie niet was. Ook opera’s werden dus ontmythologiseerd en bij oude opera’s werden nieuwe verhaaltjes bedacht om te zorgen dat de inhoud ‘herkenbaar’ werd voor een modern publiek. Dat de gezongen tekst daardoor af en toe nergens meer op sloeg en soms zelfs ridicuul werd, werd voor lief genomen. Zo ook waren er fricties tussen het visuele gebeuren en de muziek.

Fevronja en Griskja

 Andere aanpak
Dat deze moderne aanpak wel degelijk sterke voorstellingen kan opleveren, bewees een regie van de beroemde Rus Dmitri Tsjerniakov. Hij ontwierp voor een productie van de Nederlandse Opera van Rimski-Korsakovs ‘De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronia.’ Die productie, waarbij de handeling was verplaatst naar een hedendaagse omgeving die veel leek op een vroegere  terroristische aanslag in een Russische deelrepubliek.  Zo groeide deze productie uit tot de meest fascinerende voorstelling van het seizoen 2011-2012.De Amsterdamse productie werd in 2013 bij de Internationale Opera Awards bestempeld als de beste operaproductie van het jaar.
Ook zonder politieke bijbedoelingen is de actualisering van regisseur Tcherniakov niet helemaal onbegrijpelijk. Voor ons westerlingen blijft het toch een groot probleem dat veel opera’s van Nikolaj Rimski-Korsakov gebaseerd zijn op Russische legenden en sprookjes die hier onbekend zijn. De componist schreef zijn werken specifiek voor een publiek dat opgegroeid is met dezelfde folkloristische achtergrond, en bovendien vertrouwd was met de archaïsche en symbolische elementen die daarin een rol spelen. Voor dat publiek zijn de karakters van meet af aan herkenbare menselijke wezens, maar voor ons in het westen kan een traditionele en folkloristische productie van zo’n opera snel verworden tot een vertederend maar ook langdradig sprookje.

Verliefd
In werkelijk adembenemende mooie toneelbeelden begint de productie van Tcherniakov nog als een sprookje over het sprookjesachtige meisje Fevronia dat in een idyllisch bos leeft in een schamel hutje, in harmonie met de natuur en zichzelf en met in haar nabijheid haar gepersonaliseerde mythologische dieren. Hieraan komt een einde door haar ontmoeting met de zoon van een plaatselijke machthebber (Prins Vsevolod Joerjevitsj). In het volgende bedrijf zien we hoe hun huwelijk wordt gevierd op een modern stadsplein in ‘Klein Kitesj’ dat geheel wordt beheerst door de mentaliteit van een kille consumptiemaatschappij. Aan de feestvreugde – zo die er al is – komt een abrupt einde als een groep terroristen (Tartaren) met ratelende Kalasjnikovs zo ongeveer iedereen neermaait. Tot de weinige overlevenden van dit bloedbad behoren Fevronia, schitterend vertolkt door Svetlana Ignatovich die als ‘beloning’ wordt toegewezen aan een van de leiders van de terroristen en de dronkenlap Grisjka Koeterma, sterk neergezet door de tenor John Daszak, die hen als gids moet dienen op hun zoektocht naar nieuwe rijkdommen in ‘Groot Kitesj’. De gebeden van Fevronia en van de aanwezige vrouwen om de stad voor de aanvallers onzichtbaar te maken, is de kern van het door Rimski bewerkte sprookje. Ze worden verhoord. Terwijl de klokken van de stad luidden wordt de stad in nevel gehuld. Het derde bedrijf toont een aaneengesloten ruimte die eruitziet als een grote aula waar soldaten, gewonden en vluchtelingen een veilig heenkomen zochten en waar de algemene ontreddering een hoogtepunt bereikt.

Svetlana Ignatovich

 Liefdevolle zang
Daarop volgt dan een laatste bedrijf. Samen met een tot krankzinnigheid vervallen Grisjka, nog altijd fantastisch acterend, dwaalt de verzwakte Fevronia door een troosteloos bos waar zij uiteindelijk het slachtoffer wordt van haar uitzinnige metgezel. Stervend wordt zij dan in haar koortsdromen teruggevoerd naar het bos van haar jeugd. Zij ziet de vogels met wie ze leefde in het woud haar bijstaan. Ze begeleiden haar naar haar laatste momenten. Ze zingt nog even liefdevol als tijdens de vorige scenes toen zij de agressieve Grisjka in woord en gebaar trachtte te laten inzien dat hij als mens ondanks zijn nare gedrag, toch respect en liefde verdient.
Opmerkelijk is dat regisseur Tcherniakov met enkele inleidende teksten tracht een nieuwe mythe te scheppen door de handeling te verplaatsen naar een soort ‘eindtijd’ waarin de mensheid verdeeld is in degenen die een hoger ideaal nastreven en degenen die ieder normbesef verloren hebben. Ondanks alle wrijvingen met het libretto slaagt Tcherniakov er daarbij wel in deze wat langdradige folkloristische opera om te zetten in een reeks sterke theatrale momenten.

Indrukwekkend koor
Alle visueel sterke beelden, Tcherniakov ontwierp zelf ook de toneelbeelden, werken des te sterker door de inzet van het sterk acterend en indrukwekkend zingende koor van de Nederlandse Opera. De sterkste pijler onder deze voorstelling is echter de spankracht en de orkestrale rijkdom waarmee Marc Albrecht en het Nederlands Philharmonisch Orkest Rimski’s kleurrijke partituur tot klinken brachten. Ook zij konden echter niet verhelpen dat de door Fevronia in haar ijlkoortsen gedroomde slotscène van ruim een half uur, ondanks (of dankzij?) de parallellen met Wagner’s Parsifal, wel erg lang duurt.
De voor een belangrijk deel Russische bezetting wordt aangevoerd door de sopraan Svetlana Ignatovich in een sterke weergave van zowel de lyrische openingsscène als de daarop volgende meer dramatische delen. In haar uitgebreide soloscène tijdens de laatste akte werd ze door de fysiek ook zware rol zichtbaar vermoeid zonder dat zij aan stemkracht inboette. Haar acteerkwaliteit bleek  bovengemiddeld.

Het liefdespaar

Alles was magisch
Tenslotte nog dit: Deze opera is puur Russisch. Herkenbaar zijn de religieuze beelden van het volk, de prachtige koorzang, het luiden van de klokken en het gezang van de gelovigen. De muziek is fantastisch. Dirigent Marc Albrecht geeft bijzonder veel aandacht aan de kleinere instrumenten of instrumentengroepen. De koperinstrumenten klinken steeds als er iets historisch te beleven is.

Ik zat vier uur voor mijn pc dankzij Eurovision en de Nederlandse opera die zorgden voor de perfecte weergave van een prachtig werk! Van deze opera is een dvd opname in de handel!
Opus Arte OA 1089 D (2 dvd’s). Opname: Amsterdam, 8 februari 2012.

 

Mariss Jansons dirigeert Mahler 

Het is nog steeds niet moeilijk om de coronaquarantaine muzikaal te vullen. Ik ga u niet meer wijzen op allerlei operahuizen die u een een keur aan prachtige opera uitvoeringen uit hun archieven aanbieden en evenemin u steeds maar herhalend blijven wijzen op wat YouTube en Mezzo te bieden hebben. U kunt dat zelf ook. Ik wil wel een uitzondering maken voor producties van onze Nationale opera. Daar kom ik zo op terug.

Eerst wil ik u vertellen waar mijn muzikale aandacht de afgelopen week op was gevestigd. Namelijk op de beroemde componist en dirigent in de persoon van Gustav Mahler (1860-1911). Hoewel hij vele jaren een ontelbaar aantal voorstellingen in verschillende operahuizen leidde, componeerde hij geen enkele opera! Maar wel 10 symfonieën en een reeks prachtige liederen.Vanmorgen konigde de NRC aan dat deVanmorgen konigde de NRC aan dat de Mahler symfonieen 1 t/m 6 in mei 2021 opnieuw zijn geprogrammeerd. Noteer het al vast in uw agenda en weet dat geen enkele symfonie korter duurt dan anderhalf uur.

Gutav Mahler

Nog een aanrader: er is veel geschreven over deze componst. Ik las een boek geschreven door Edward Seckerson waarvan de oorspronkelijke titel luidde: Mahler: His life and times. Een aanrader. Ook voor de operaliefhebber!

 


Richard Wagner en Der Ring des Nibelungen
.
Vier fantastische voorstellingen.

Luisteren naar de muziek van Richard Wagner deed ik pas heel laat. Ik was immers een echte Verdiaan wiens belangstalling voor opera’s voornamelijk uitging naar Italiaanse Operamuziek. Dat ik rond mijn zestigste verjaardag een bewonderaar werd van de muziek van Richard Wagner was een wonder. Zeker, de opera der Fliegende Holländer sprak me wel al een tijdje aan, maar een uitvoering van Tristan und Isolde en Parsifal waren voor mij een ver van mijn bed show. Te weinig aria’s, te sombere orkestpartijen enz. enz. Toch brak het licht door, mede door het enthousiasme voor deze componist van een van mijn cursisten die met mij een duo zou gaan vormen in de opzet van een operacursus. Ze enthousiasmeerde me zo, dat ik nu een echte liefhebber ben van de Duitse componist en dat kan ik niet beter illustreren dan met Wagners magnus opus die een zekere verslaafdheid bij mij teweeg bracht: Der Ring des Nibelungen een werk dat gaat over de strijd tussen liefde en macht. Al moet u als liefhebber van opera van dit omvangrijke werk hebben gehoord, dan wil dat niet zeggen dat u de moed hebt opgebracht om zijn cyclus van vier opera’s te beluisteren.

Mijn debuut maakte ik met vrouw en vrienden in Amsterdam. Een vierdaagse uitvoering in de Stopera onder de tijdloze regie van Pierre Audi en gedirigeerd door Hartmut Haenchen. Drie maal zou ik deze cyclus zien in onze hoofdstad. De eerste keer was in juni 1999 in Amsterdam. Later zag ik het legendarische werk  in 2000 in Stuttgart, in 2003 in Edinburgh, in 2011 in Berlijn, later nog twee keer in Keulen en een keer in Weimar en Wiesbaden. Ik kan er niet genoeg van krijgen. U begrijpt dat ik heel wat opnamen uit grote operahuizen heb aangeschaft en iedere cyclus die circa 15 uur duurt met meer dan gewone interesse intensief volg.

U kunt het nu ook meemaken deze “vierdaagse”. Vanavond om 19.00 uur streamt de Nationale opera het eerste deel: Das Rheingold, morgen 22 mei deel 2 Die Walküre, Zaterdag 23 mei Siegfried en zondag 24 mei Götterdämmerung. Alle voorstellingen beginnen om 19.00 uur. U kunt niet op die tijdstippen? De mogelijkheid bestaat om ook later contact te maken met de livestream van het operahuis.

Ik wens u veel kijk- en luistergenot.

Peter Année
21-5-2020

 

Zeljko Lucic als Rigoletto

Beste mensen, ik ga even terug naar de tijd dat ik een jaar of vijftien was. Het waren de beginjaren van mijn belangstelling voor het fenomeen opera. Ik luisterde in die tijd dus beslist niet naar een volledige opera. Mijn eerste operakennis deed ik op door te luisteren naar aria’s uit bekende opera’s van voornamelijk Verdi, Puccini, Donizetti en Mozart. Die aria’s maakten op mij een grote indruk wanneer die werden gezongen door tenoren met een groot volume. Later kwam ik ook in de ban van andere stemmen. Ik was in die tijd vooral verrukt van de twee imposante aria’s uit Rigoletto van Verdi. De eerste was ‘Questa o quella’ uit de eerste acte en La ‘Donna è mobile’ uit het laatste bedrijf. De eerste keer hoorde ik beide stukken gezongen door de Italiaanse tenor Mario del Monaco. Een heldentenor….. Hij beschikte over een volumineus baritonaal geluid. Ik vond het prachtig. Groot was mijn teleurstelling toen enige tijd daarna die twee aria’s werden gezongen door een lichtere tenor. Zo moest het ook volgens Etienne van Neste die jarenlang voor de Vlaamse Radio Omroep een operaprogramma samenstelde dat bestond uit bekende opera-aria’s. Het was een, ook door Nederlanders, op zondagmiddag veel beluisterd programma dat in 1999 werd verkozen tot een van de beste radioprogramma’s van de 20e eeuw. Aangezien Etienne van Neste een opera-expert was nam ik zijn uitspraak over de lichtere tenor op zijn gezag wel aan, maar waarom hij daar gelijk in had begreep ik pas vele jaren later.

 Duivels Corona
Ik hoorde nog meer veel moois uit Rigoletto: bijvoorbeeld de aria van Gilda ‘Cara nome’ die de coloratuursopraan inzet net voordat zij door de hovelingen van de graaf Mantua wordt ontvoerd. En helemaal ontroerd raakte ik van het prachtige kwartet uit het laatste bedrijf. Niet van het libretto want daar stond ik destijds niet zo bij stil, maar die zang…..geweldig. Nu ben ik al 25 jaar met pensioen en wat in een notendop begon tussen 1945 en 1950 heeft zich ontwikkeld tot een hoofd vol libretti, namen van zangers per stemsoort en een onstuitbare liefde voor Maria Callas. Wat een prachtige rol van Gilda heb ik van haar op cd!

De afgelopen week wilde ik om onverklaarbare reden Rigoletto horen. Dat overkomt me meer. Ik ken het werk onderhand van de eerste tot de laatste noot. Naar het theater gaan kon niet. De duivel Corona was de boosdoener. Dus toen maar een digitale reis gemaakt naar Dresden waar een voorstelling uit 2008 van Rigoletto werd vertoond. Het was een keuze uit misschien wel veertig opnamen op YouTube en niet de minste.
Wat denkt u van de Peruviaanse tenor Juan Diego Flores als de graaf van Mantua? Geen heldentenor maar een echte ‘tenore leggiero’ zoals van Neste het wenste. Hij zong de twee genoemde aria ‘s met veel bravoure. Gek hè, maar ik vond hem in deze voorstelling net iets te licht van stem. Hij straalde met zijn helder timbre zeker vitaliteit uit maar ik miste bij deze graaf ook een vleugje autoriteit. Een beetje meer Beniamino Gigli misschien of Pavarotti?

Artistiek peil
De titelrol was voor Zeljko Lucic een echte Verdi-bariton. Een stem waar ik jaloers op ben. Krachtig, brons, sensueel en met meer dan voldoende stemkracht. Hij benadert tevens het artistieke peil van Tito Gobbi en Giuseppe Taddei. De rol van Rigoletto is geen gemakkelijke. De protagonist moet hem een drievoudige identiteit geven. Ten eerste die van een hofnar, spottend en cynisch, die behalve met zijn grappen zijn baas vermaakt en hem in de gelegenheid stelt om jonge en getrouwde vrouwen te versieren tijdens zijn seksfeesten aan het hof. Ten tweede die van een ongelukkige vader die zijn vrouw verloor en zijn bijna volwassen dochter wil behoeden voor avonturen met jonge mannen en haar vooral verre wil houden van de graaf van Mantua. Ten derde die van een medeplichtige aan het vermoorden van mensen en in deze opera zijn eigen dochter veroorzaakt door een persoonsverwisseling.
Sparafucile (Georg Zeppenfeld) de huurmoordenaar krijgt van de wraakzuchtige Rigoletto de opdracht om de graaf te vermoorden, maar hij reikt midden in de nacht een zak over aan Rigoletto met daarin, wat later blijkt, het bijna ontzielde lichaam van zijn dochter. De graaf zong ondertussen nog eens zijn la Donna ė mobile, niet direct een eerbetoon aan vrouwen, na een stevige flirt met Maddalena vertolkt door de mezzosopraan Christa Meyer.

Damrau als Gilda en Florez als de Hertog

De ster van de voorstelling was de Duitse, lyrische coloratuur sopraan, Diana Damrau. Zij is een zangeres met een gave techniek, grote virtuositeit en een sterke vocale expressie die perfect in de huid kruipt van haar personage. Haar coloraturen zijn soms adembenemend. Haar hoge noten haalt ze ook in deze voostelling zonder moeite . Fysiek is ze zeker wat te fors voor de uitbeelding van de jonge Gilda maar met de kwaliteit van haar spel op het podium wordt die onevenwichtigheid gecompenseerd. Damrau was in topvorm en is uitermate goed inzetbaar voor dramatische coloratuurrollen.

De productie van Lehnhof was licht modern. Daar was niet veel op aan te merken. Bij de persoonsregie viel me op dat Gilda, ondanks haar zware verwonding met een mes, staande stierf in de armen van Rigoletto. Damrau bereikte ook in deze scène dezelfde grote muzikale hoogte zoals ze die liet horen in haar aria ’cara nome’ in het eerste bedrijf. Dat ze daarbij zingend in haar bed lag kwam wat onrealistisch over.

De koorleden waren uitgedost met maskers met twee hoorntjes er op. Dat zag er wel grappig uit maar dat waren die lui in feite helemaal niet. Ze stonden vijandig tegenover hun collega Rigoletto, bespotten hem toen hij hen onwetend hielp zijn eigen dochter te ontvoeren en ze lagen in een deuk toen zij hoorden dat Gilda niet zijn jonge geliefde was maar zijn dochter. Zingen konden de heren goed. Toen het moest ook staccato. Prima koor!
Rigoletto is een dramatische opera met een fatale afloop maar kent niettemin ook lichte, fraaie, balletachtige muziek in het eerste bedrijf en prachtige instrumentale inzetten bij een nieuwe scène. Dirigent Fabio Louisi houdt in Dresden de touwtjes stevig in handen zonder dat de glans van het orkestspel verloren gaat.

Samenvattend adviseer ik alle Verdi liefhebbers om deze uitvoering, die integraal op YouTube staat, te bekijken. Het is voor mij vermoedelijk niet de laatste keer. Daarom als kop boven dit artikel: Rigoletto van Verdi.…. een blijvertje! Deze fraaie voorstelling is ook op dvd verkrijgbaar.

 Live uitvoeringen zijn in het Coronavirus tijdperk uit den boze. Vandaar dat ik op 26 april weer eens gebruik maakte van televisiezender Stingray om voor de zoveelste keer een voorstelling van Madame Butterfly te zien. Altijd hoop ik dan weer iets bijzonders mee te maken. Iets te horen of te zien dat me eerder ontging. Nou, ik trof het.
Laat ik meteen met de deur in huis vallen: in Teatro Real in Madrid musiceerde een uitstekend orkest onder leiding van de bekende dirigent Marco Armiliato. De cast zag er ook goed uit hoewel ik dat niet afleidde uit het digitale affiche.
Omdat ik mijn televisie pas aanzette tijdens het eerste bedrijf begon de opera voor mij pas tijdens  het midden van dat lange liefdesduet tussen Pinkerton en CIo CIo San (Butterly). Ik was nog niet aan de dynamiek van de zangers gewend en meende toen te horen dat het liefdespaar wat te hard zong.
In trance
Die kritiek vervloog onmiddellijk na de aanvang van het tweede bedrijf. De visionaire aria ‘Un bel di vedremo’ emotioneerde me langdurig, wat me niet zo dikwijls overkomt. Oorzaak daarvan was het optreden van de inmiddels wereldberoemde Albanese sopraan Ermonela Jaho. Vanaf dat moment werd ik door het optreden van de Albanese diep geraakt. Nooit eerder hoorde ik haar. Ik besefte dat zij een enorm talent was op wiens zang en voordracht niets valt aan te merken. Ik was volledig in trance door de wijze waarop zij haar aria ‘ Un bel di vedremo’ zong. Daarin beschrijft zij de beelden die ze voor zich ziet van de terugkeer van de Amerikaanse marineofficier Pinkerton en hoe ze hem wil verwelkomen. Dat was fantastisch. Iedere frase was raak. Evenzeer haar naïviteit in het geloof dat de liefde die zij voelt voor Pinkerton wederkerig is. Die naïviteit toont zij ook bij het verschijnen van de Amerikaanse consul Sharpless, vertolkt door de uitstekende bariton Angel Odena, die haar een brief van Pinkerton wil voorlezen. Odena’s bescheiden ingehouden expressie paste precies in de lastige situatie die zich voordeed. Butterfly is nieuwsgierig, rekent op het bericht dat Pinkerton terugkomt en kan van opwinding zich niet beheersen en onderbreekt de Amerikaan na iedere regel. Ze stort vervolgens totaal in nadat hij haar duidelijk maakt dat Pinkerton nooit meer bij haar zal terugkeren.
Toch is de illusie van een terugkomst niet voorbij. Ze versiert haar huis met bloemen om Pinkerton te verwelkomen, trekt haar bruidsjurk aan en maakt zich op met behulp van haar

Ermonela Jaho

bediende Suzuki. Hij keert inderdaad terug (3e acte) maar in gezelschap van zijn nieuwe vrouw Kate. Die zingt nog geen vijftig woorden en heeft daarmee vermoedelijk de kleinste rol uit het gehele operarepertoire. Ze slaagt erin Suzuki te bewegen aan Butterfly te vertellen dat ze met Pinkerton gekomen is om Butterfly’s en Pinkerton’s  kind op te voeden in Amerika.
De finale is super dramatisch. Butterfly zingt een aria terwijl ze afscheid neemt van haar kind, dat is geboren na het vertrek van Pinkerton, en pleegt vervolgens harakiri. Het is moeilijk om het droog te houden bij het beleven van deze laatste scene. Voor Ermonela Jaho trouwens ook. Na haar laatste noot gaat er voor haar een enorm gejuich op in de overvolle zaal dat niet snel verstomt. Zij is zelf nog heel emotioneel en heeft het er toch wel enkele momenten moeilijk mee.
Een eervolle vermelding verdient de eveneens Albanese mezzo-sopraan Enkelejda Shkosa. Ze zong de rol van Suzuki uitstekend en overtuigend. Zij deelde in de smart en ellende van Butterfly en hielp haar waar ze maar kon. Tegen beter weten in versierde ze met Butterfly de woning vanwege de vermeende thuiskomst van Pinkerton. Jorge de Leon was een welluidende F.B.Pinkerton. Omdat ik te laat inschakelde op mijn tv zag ik hem maar weinig. Jammer!
Regie
Madame Butterfly gaat over geloof, hoop en verdriet. Het geloof in een onverbrekelijke huwelijksband, de hoop dat een vertrokken echtgenoot terugkeert en het verdriet wanneer dat niet het geval blijkt te zijn. Het werk is voor mij de meest emotionele en meest expressieve opera die Giacomo Puccini (1858-1924) componeerde en waarvan de première was in de Scala van Milaan in 1904.

Giacomo Puccini

Deze Madame Butterfly was een productie van regisseur Mario Gas uit 2002. Gas verplaatste de handeling naar een filmstudio uit de jaren dertig. Camera’s leggen de scènes nauwkeurig vast. De opnamen beginnen met de voorbereidingen op de uitvoering en vervolgen met de projectie van beelden op een scherm boven het podium. De kijker kan de beelden goed volgen.
Een nadeel is dat door het geschuif van de camera op de toneelvloer het werk aan intimiteit verliest. De kijker ziet dat de woning van Butterfly afwijkt van het gebruikelijke Japanse huisje met schuifdeuren. Dank zij de filmbeelden ziet men ruimten omzoomd met pilaren en waant zich ten onrechte in een paleis.
Gelijktijdig
Een voordeel is dat men de toeschouwer gelijktijdig kan confronteren met twee werkelijkheden. De ene van de opera zich afspeelt op het podium en de andere op het filmscherm waarin de regisseur opgenomen beelden laat zien van de gebeurtenissen die zich afspelen in het brein van Butterfly. In deze voorstelling ziet men de derde acte zoals die zich afspeelt op het podium en tevens filmbeelden van de imaginaire thuiskomst van Pinkerton die Butterfly en zijn zoontje hartstochtelijk omarmt. Een schrijnende tegenstelling!

Een bijzondere voorstelling. Eerstens omdat ik een prachtig zingende zangeres in de persoon van Ermonela Jaho zag en ook omdat ik een regisseur trof die zich van filmbeelden bediende om een extra werkelijkheid zichtbaar te maken. Een prima avondje opera in het Coronatijdperk!!!