Feeds:
Berichten
Reacties

Otello en Desdemona op de grond liggend

Op zondag 9 december 2018 nam ik deel aan een operareis van Operaclub Nederland naar Duisburg.
Doel van de reis was mijn lievelingsopera Otello te zien. Ik kwam er pas laat achter dat het om een productie ging van de Duitse topregisseur Michael Tahlheimer. Zijn Otello zag ik al in februari 2016. Ik was er heel  enthousiast over, getuige mijn verslag van 14 februari 2016 dat u kunt nalezen op mijn weblog www.operabeluisteren.nl.

Inktzwart podium
Vervelend om een operaproductie te zien die ik al eerder zag is bij mij niet aan de orde. Ik ben eerder benieuwd of ik nu nog zo over de voorstelling zou oordelen als twee jaar daarvoor.

In mijn zeer uitgebreide verslag op 14 februari 2016 stak ik niet onder stoelen of banken dat ik in Antwerpen erg genoten heb van de Otello die het hooggeëerde publiek kreeg voorgeschoteld. De voorstelling speelde zich net als in Duisburg af op een inktzwart aangekleed podium met in donkere kleding gestoken protagonisten die in het duister deden waarvoor ze waren aangetrokken: uitstekend zingen en acteren. Achteraf vind ik dat de voorstelling in Antwerpen me meer deed dan in Duisburg. Hoe kan dat?

Schimmen
Allereerst: ik was afgelopen zondag niet in een goede fysieke conditie om visueel goed waar te nemen. Mijn gezichtsvermogen is het laatste jaar aanzienlijk achteruit gegaan waardoor ik de protagonisten op het in duister gehulde podium  slechts als schimmen zag staan en daardoor niet in staat was te genieten van hun acteren. Een andere factor is dat ik bij iedere voorstelling in het operahuis van Duisburg ervaar dat het orkest en met name de blazers een aantal decibels te veel produceert waardoor het aan ronde tonen ontbreekt. Zeker, Otello kent enkele heftige woede-uitvallen die het orkest moet ondersteunen door fortissimo te spelen maar het mag van mij wel een tandje minder. Ik heb ook de indruk dat de akoestiek in Antwerpen aanzienlijk beter is dan in Duisburg. Dat vind ik trouwens ook van het koor en het Symfonie Orkest van Vlaanderen.

Cast

In Duisburg stond een andere cast dan in Antwerpen op het podium. De hoofdrolspelers van beide operahuizen waren zangtechnisch aan elkaar gewaagd. Beide Otello’s, in Antwerpen Ian Storey en in Duisburg  de Portugees Gustavo Porto zijn heldentenoren die over een groot volume beschikken. De rol van de Moor vereist een wankele, labiele, twijfelende uitstraling die in de zang hoorbaar moet zijn. Behoudens tijdens  het begin van het eerste bedrijf, waar Porto nog op dreef moest komen om zijn noten op het juiste tijdstip te laten landen, leverden beiden een uitstekende prestatie. De Jagorol van Simon Neal werd krachtig en vol overtuiging ten gehore gebracht. Hij wist vanaf het begin wat hem te doen stond: Otello’s geest vergiftigen waarbij het opwekken van jaloezie het belangrijkste gif was. In Antwerpen was de Bulgaarse bariton Vladimir Storyanov de kwade genius. Of hij het beter of anders deed dan de Britse Neal kan ik me niet meer herinneren. Wel dat de beide Desdemona’s schitterend voor de dag kwamen. In de Vlaamse opera was de Amerikaanse sopraan Corinne Winters de ‘rising star.’ In Duisburg zong de Roemeense sopraan Briggita Kele de rol van de naïeve Desdemona. En hoe!  Wat een prachtige stem en muzikale voordracht!

Ondanks mijn fysieke beperkingen heb ik genoten van een opera die Verdi (1813-1901) in zijn nadagen (1887) nog componeerde op aandringen van componist en librettist  Arrigo Boito en muziekuitgever Ricordi. De opera-uitvoering in Duisburg was beslist, ondanks dezelfde regisseur, geen kopie van die van Antwerpen. Ik heb inmiddels wel ontdekt hoe moeilijk het is om de verschillen aan te geven. Een mens is nooit te oud om te leren.

Advertenties

Marnie met echtgenoot Mark

Maandag 10 december 2018 zag ik in de Pathé bioscoop in Tilburg de opera Marnie (2017) van de Amerikaanse componist Nico Muhly (1981). Ik wist niet van het bestaan van deze opera van deze componist. Evenmin trouwens van zijn eerste opera “Two boys” (2011). Met mij nog vele anderen niet, zo bleek uit mijn contacten. Ik was dus nieuwgierig of dit werk me kon bekoren. De uitvoering was afkomstig uit de Metropolitan Opera van New York. Het verhaal is het meest bekend van een Hitchcock-film (1964), gebaseerd op de Winston Graham-roman uit 1961. Het prachtige libretto van Nicholas Wright beviel me uitstekend. De opera is een ware thriller met een grote psychologische spanning.

Het verhaal gaat voornamelijk over een vrouw, genaamd Marnie, vertolkt door mezzo-sopraan Isabel Leonard, die van baan naar baan jobt, geld steelt bij haar werkgevers, liegt en tijdens een diefstal betrapt wordt door een zekere Mark Rutland, vertolkt door Christopher Maltman. Rutland geeft haar niet aan bij justitie maar eist als tegenprestatie dat ze met hem trouwt. Tijdens dat huwelijk misbruikt hij haar. Dat huwelijk loopt dus mis. De twee passen niet bij elkaar. Marnie voelt niets voor seks met echtgenoot Mark, die daarover permanent gefrustreerd is. De jongere broer van Mark Rutland, Terry, vertolkt door een goed zingende countertenor, wil via ‘Me too gedrag’ Marnie ook verleiden. Tevergeefs! De mannen die Marnie nog meer ontmoet lijken met het zelfde sop overgoten.

Verschillende identiteiten
Marnie heeft door haar gedrag weinig rust. Omdat ze van de ene baan naar de andere snelt, voelt ze zich verplicht om steeds een andere identiteit aan te nemen om niet herkend te worden. Het resultaat is dat de kijkers vier mooi geklede vrouwen zien die op de originele Marnie lijken. Dat wil in dit geval zeggen dat het om vier blonde vrouwen gaat in uniforme kantoorjurken, genaamd Shadow Marnies. Dat levert dramatische momenten op die vooral zichtbaar worden wanneer mannen met Marnie in aanraking komen.

Forio
Een ander fragment dat me lang bij bleef is het moment dat het lievelingspaard Forio van Marnie ten val komt en uit zijn lijden moet worden verlost. Het is dramatisch om te ervaren is dat Marnies liefde voor het paard zo groot is, dat zij voor het beest de empathie voelt die ze in haar huwelijk ontbeerde voor haar man. Gekoesterd worden, aangeraakt worden en niet seksueel misbruikt! Marnie verandert en komt tot nieuwe inzichten. Ze merkt dat haar verzoenende gevoelens ten opzichte van Mark toenemen. Ze komt er ook achter dat ze jaren geleden ten onrechte is beschuldigd van moord op haar kleine broer.

Vrij zijn
In het bijzijn van agenten die haar in de slotfase van de opera vanwege de gepleegde diefstallen arresteren, komt ze tot de conclusie dat nu alles over haar bekend is en dat ze nu weet dat haar man niet de slechterik is voor wie ze hem houdt en dat ze een vrij mens is.

Muziek
De muziek is vrij toegankelijk en aangenaam om naar te luisteren. Het orkest musiceert op een wijze die me doet denken aan zeer aangename filmmuziek  maar die ik na afloop moeilijk in mijn hoofd kan reproduceren. Het orkest refereert zelden aan de zwarte kanten van dit psychologisch drama waardoor de emoties van de protagonisten meer worden gesuggereerd dan geëxpliciteerd. De muziek lijkt meer op een uitstekende begeleiding met soms ongewone harmonieën bij de dramatische momenten dan zelf een bijdrage te leveren aan de dramatische realisatie van het libretto.
De zang kent geen aria’s maar is gelardeerd met monoloogachtige passages.

Dat slechts een handvol mensen de twee voorstellingen bezocht is jammer. Toegegeven het werk is onbekend bij de meeste operaliefhebbers die van het standaardrepertoire houden. Het is ook moeilijk om een impressie te geven van een werk dat je voor het eerst ziet, zodat je vergelijkingsmateriaal mist. Maar van dit middagje opera van componist Muhly heb ik geen moment spijt gehad.

Eva-Maria Westbroek en Jonas Kaufmann in La Fanciulla del West

In de Pathé bioscoop was het afgelopen zondag 2 december 2018 goed toeven.
Puccini’s (1858-1924) La Fanciulla del West stond op het programma en werd door circa vijftig mensen bekeken. Zij zagen toe hoe onze nationale trots Eva-Maria Westbroek als Minnie, de Duitse stertenor Jonas Kaufmann als de bandiet Johnson en de Servische bariton Zeljko Lucic in de rol van sheriff Rance de in 1910 door Giacomo Puccini gecomponeerde Dat dirigent Marco Armiliato en het orkest van de Met daar een belangrijk aandeel in hadden was geen verrassing.

Achtergrond
Het verhaal speelt in de tijd van de Californische goudkoorts rond 1850. Het zou gebaseerd zijn op ware gebeurtenissen. Er is een Scarpia-achtige sheriff die misbruik maakt van zijn ambt, verliefd is op ene Minnie die als eenzame vrouw ervoor heeft gekozen om tussen de vele gouddelvers te wonen die ver van huis en haard verwijderd zijn. Zij is hun toevlucht en troost wanneer zij in de problemen zitten.

Minnie is op het oog een onschuldige, moedige, vriendelijke vastberaden vrouw waarop veel mannen verliefd zijn zoals de sheriff Jack Rance. Ze is een engel met een pistool aan de riem die poker kan spelen en paard kan rijden. Ze wacht nog op de man die ze haar eerste kus wil geven. Als die in haar leven komt (de bandiet Johnson) vecht ze vastbesloten voor haar geluk. In naam van de hartstochtelijke liefde verloochent ze haar morele opvattingen, liegt zij tegen haar vrienden, speelt zij vals bij het kaartspel en bedreigt zij de gemeenschap waar ze deel van uit maakt.

Rauw leven
De cast is stoerder dan in de vroegere werken van Puccini. Dat past bij het rauwere leven van de gouddelvers dat wordt gekenmerkt door plotse opflakkeringen van mannelijke brutaliteit, aanvallen van racisme en rustpunten van een onmetelijke tederheid, eenstemmig gezongen door mannenstemmen. Het derde bedrijf kent een lynch scène die in het toneelstuk van Belasco, dat als basis diende voor het libretto, niet voorkwam. Puccini dwong zijn librettisten  Guelfo Civinini en Carlo Zangarini, deze scène in te lassen.

 

Muziek

Samenkomst gouddelvers in de bar bij Minnie

Dit keer minder legatobogen, minder afsluitende scènes die uitnodigen voor applaus en minder welluidende aria’s, maar wel een goed geïntegreerd geheel aan klanken en melodieën. De opera bereikt zo nu en dan een summum aan hysterie; de muziek is soms chaotisch, koortsachtig, vol agressieve accenten, kreten en lawaai. Het is het thema uit de liefdesscènes van het tweede bedrijf dat de koperblazers en het slagwerk woest scanderen terwijl de bandiet in de derde acte wordt ingerekend.
In het derde bedrijf zingt de bandiet Johnson de door alle grote tenoren gezongen aria ’Ch’ella mi credo libero e lontano.’ (‘Laat haar denken dat ik vrij ben en ver weg.’) Deze aria wordt schitterend gezongen door Jonas Kaufmann. Aan het slot van de opera wanneer Minnie en Johnson vertrekken horen we weer een duet dat doet denken aan vroegere opera’s die we voorheen al hoorden. Een duet in echte Puccini stijl.

Giacomo Puccini

De heldinnen van Puccini
Na de eerste serie tot lijden bestemde vrouwen (Manon, Mimi, Cio-Cio-San) ontdekte Puccini in Minnie een andere vorm van vrouwelijkheid. Ze bezit weliswaar een feminiene tederheid en vriendelijkheid maar tegelijkertijd is ze een hartstochtelijke en daadkrachtige heldin die bereid is haar geluk tot het uiterste te verdedigen. Ze lijkt een onaanraakbare vrouw, die zich van alle mannen even ver houdt, behalve van die ene die ze haar eerste kus wil geven. Ze is een heldin die in de portrettengalerij van Puccini’s actieve vrouwenfiguren een plaatsje vindt naast Tosca en Turandot.

Minnie is iemand die de liefde aanwendt als een welwillende kracht. Dat wordt duidelijk wanneer Minnie er in de finale in slaagt de individuele gouddelvers te overtuigen te verhinderen haar minnaar Johnson aan de galg te laten omkomen. Die ruwe mannen zijn daar graag toe bereid omdat Mini hen in moeilijke omstandigheden liefdevol hielp.

Favoriete rol
Tijdens een interview in de pauze vertelde Eva-Maria Westbroek dat de rol van Minnie haar meest favoriete was. Dat heeft ze al eerder bij andere gelegenheden verklaard. Tijdens haar voordracht was dat duidelijk zicht- en hoorbaar. Hoorbaar door haar tedere en bescheiden wijze van vertolken van haar gevoelige karakter maar ook weer stevig optreden wanneer het er bij haar om ging om de oprechte liefde en haar rechtvaardigheidsgevoel voor haar medemens tot gelding te brengen. Resoluut bedroog zij tijdens een kaartspel uit noodzaak de sheriff om haar minnaar te redden. Merkbaar was dat tussen Westbroek en Kaufmann sprake is van echte chemie. De wijze waarop ze elkaar aanraakten, elkaar aankeken en de voelbare spanning bij de eerste kus van Minnie, het verhoogde de spanning van de thriller die La Fanciulla del west ook was. Kaufmann zong weer weergaloos. Zijn stem leek geknipt voor de rol van een bandiet en minnaar. Zo wisselde hij zijn forte passages op bekwame wijze af met pianissimo op een wijze die door merg en been ging.

De Servische bariton Zeljko Lucic, in de rol van sheriff Rance beviel me heel goed. Hij voelt zich in die rol tussen de gouddelvers uitstekend thuis. Hij wordt door hen gewaardeerd en ze rekenen op de bescherming van hun bezittingen. Bovendien is hij bereid om een bandiet die de directe omgeving onveilig maakt, desnoods met veel moeite op te sporen en gevangen te nemen. Maar zelfs hij blijkt niet vrij van het overtreden van ethische regels door zijn hevige passie voor Minnie gepaard te laten gaan met vocaal geweld en haar een eerloos voorstel te doen. Mooi was de scène in het eerste bedrijf toen Rance en Minnie aan de bar elkaar een glas met alcoholische drank toeschoven en weer verwijderden om hun gevoelens voor elkaar op dat moment tot uitdrukking te brengen. Rance verliefd, zij afwijzend. Opvallend is dat in tegenstelling tot de andere grote opera’s van Puccini deze opera wordt afgesloten zonder dodelijke slachtoffers!

De opera La Fanciulla del west van Giacomo Puccini ging in première op 10 december 1910 in New York. Het succes was groot.

Geen wonder, de hoofdrollen werden vertolkt door Emmy Destinn als Minnie, Enrico Caruso als Dick Johnson en Pasquale Amato als Jack Rance. Arturo Toscanini was de dirigent.

Leonard Bernstein

Wat ik kon verwachten wist ik niet. Ik was door iemand getrakteerd om met mijn echtgenote deze opera in de Schouwburg van Tilburg te bezoeken. Ik kende de componist uitsluitend van zijn opera’s Porgy en Bess en West Side Story. Die muziek beviel me goed. Maar van A Quiet Place had ik nog nooit gehoord.

De première van het werk was in op 17 juni 1983 in Houston. De recensies waren negatief en onaangenaam. Er kwam een gereviseerde versie op 19 juni 1984 in de Scala van Milaan. Die werd wel een succes waardoor de opera één maand later werd opgevoerd in Kennedy Center in Washington. In 1986 volgde nog een nieuwe productie in Wenen. Er werd nog meer gesleuteld aan het werk van Bernstein zodat het meer leek op een kamerversie door aanzienlijke coupures en toevoegingen van ouder materiaal. In 2013 ging deze versie in Berlijn in première. Vermoedelijk is Opera Zuid het enige gezelschap dat op Bernstein’s honderdste geboortejaar de versie van A Quiet Place in Nederland op de planken bracht. Vanaf 15 november tot en met 9 december kan men in verschillende plaatsen in Nederland terecht om deze uitvoering te zien. Wat mij betreft een aanrader!

Uitstekende orkestratie
Ik heb genoten van de voorstelling. Het was verfrissend weer eens een nieuwe opera te zien en te horen ook al werd die in Tilburg semi-concertante opgevoerd. Het succes was vooral te danken aan het voortreffelijk spelend orkest Philharmonie  Zuidnederland onder leiding van Karel Deseure. Zonder een goed spelend orkest is de basis voor een geslaagde opera-uitvoering praktisch nihil. Er klonk hier een fris spelend orkest waarin de Amerikaanse sound zeer herkenbaar was en vrolijke stukken en dramatische delen elkaar afwisselden. Het deel van de muziek dat teruggaat op Bernstein’s Trouble in Tahiti, Candide en West Side Story klinkt zeer melodieus. Dat is wat minder met de overige muziek. Voor sommige toeschouwers was die wat moeilijk acceptabel omdat het dan niet meer aan hun verwachtingen beantwoordt. Die afwisseling, maakte juist voor anderen echter de opera weer erg aantrekkelijk.

Communicatieproblemen
Een jazz trio, dat gevormd werd door Veerke Sanders, Jeroen de Vaal en Rick Zwart dook tijdens de uitvoering op verschillende momenten op en beschreef het leven van het echtpaar Sam en Dinah als een ideale idylle met een luxe bestaan waar het leven genoten werd, en zij deden dat voortreffelijk. De werkelijkheid zag er echter anders uit. Opera is dramma per musica leerden we in onze operaboeken. In 1595 was dat de juiste definitie. Nou Bernstein liet dat ook zien. In de eerste acte worden de toeschouwers geconfronteerd met de begrafenis van Dinah.  Zij kwam om door een auto-ongeluk. Het gaat er wat rommelig aan toe mede omdat de zoon van het echtpaar te laat kwam opdagen en de herinneringen aan de overledene gepaard gaan met complimenten maar ook met pittige teksten van Kahlil Gibran waarvan ik niet de indruk kreeg dat de aanwezigen die oppikten. Al snel wordt het duidelijk dat het huwelijk van Sam, gezongen door de ervaren bas-bariton Huub Claessens en Dinah, vertolkt door de sopraan Turya Haudenhuyse, door hun tegengestelde karakters en egoïstische instelling meer ruzie veroorzaakte dan een huwelijk verdragen kan.

Escalatie
Van een gezinsleven met hun kinderen komt ook niet veel terecht. Sam en Dinah zijn al 40 jaar bij elkaar maar zijn totaal van elkaar vervreemd. Het is hun niet mogelijk om ook maar één probleem op te lossen omdat het vermogen tot communicatie bij beiden ontbreekt. Sam junior, schitterend vertolkt door de Nederlandse bariton Michael Wilmering, is naar Canada geëmigreerd om de dienstplicht te ontlopen tijdens de Vietnamoorlog. Zijn jongere zus Dede, vertolkt door de Belgische sopraan Lisa Mostin, is hem achterna gereisd en gehuwd met François, die tevens de homofiele vriend van Sam junior is. De Italiaanse tenor Enrico Casari speelt en zingt  de rol van Francois. De emoties lopen ook tussen hen hoog op. Tegen het einde van de opera omhelzen alle protagonisten elkaar, overtuigd als ze zijn dat ze nog echt moeten leren communiceren. Is het huisje waarin Sam senior en Dinah woonden uiteindelijk  A Quiet Place geworden?

Om half twaalf waren we weer thuis. Beiden heel tevreden met een voorstelling waarin we ons lieten verrassen door een niet alledaagse opera die niet op het standaard repertoire staat van de operahuizen. Toch is het werk meer dan de moeite waard. Ga er heen en overtuig u zelf!

Anita Rachsvelishvilli als Ljoebasja

Wat een verrassing! Circa 100 operaliefhebbers in Goirle waren zo moedig om een voor hen onbekende opera in het Cultureel Centrum Jan van Besouw te gaan zien. Waarom moedig? Het is nu eenmaal een feit, dat een onbekend werk, zeker als het van Russische makelij is en bij de westelijke landen geen bekendheid geniet, geen of weinig massa’ s mensen op de been brengt. Daarom was het toch een verademing dat er bijna 100 mensen het avontuur aangingen om naar een operaregistratie van De Bruid van de Tsaar te gaan die op een groot filmdoek werd vertoond. Ze moesten, zoals ze na afloop vertelden, wel wennen aan de Russische taal en aan het Sprechgesang maar allengs genoten ze steeds meer van de muziek van de componist Nikolaj Rimski Korsakov(1844-1908).

Deze componist was een van de vijf componisten die zich in Rusland ‘ Het Machtig hoopje ‘ noemden en zich vooral lieten inspireren door de Russische geschiedenis, sprookjes en volksmuziek. Rimski Korsakov had de Russen al verblijd met de opera ‘s Sadko, Het Sneeuwmeisje, De Onzichtbare stad Kitesj en De Gouden Haan. Het beluisteren van deze werken vereist absoluut een wat andere luisterhouding dan het Italiaanse belcanto waarvoor de meeste operaliefhebbers hun voorkeur uitspreken.

Regisseur Tcherniakov links en dirigent Barenboïm rechts

 Virtuele tsaar
De uitvoering die nu getoond werd had nog een extra moeilijkheidsgraad omdat de 48 jarige Russische regisseur Dmitri Tcherniakov het libretto extreem actualiseerde van de 16e eeuw naar het huidige tijdsgewricht. In de ouverture werden de dictators: de tsaar Iwan de Verschrikkelijke, waarover deze opera oorspronkelijk zou gaan (1530-1584), Lenin, Trotski, Stalin, Jeltsin en Poetin gesymboliseerd door een virtuele tsaar wiens tv-portret een compositie was van de portretten van al deze heersers. Deze tsaar draait het Russische volk met behulp van moderne communicatiemiddelen en een projectie van mails een rad voor ogen. Tcherniakov bleef tijdens de vier bedrijven consequent vasthouden aan de uitgangspunten van zijn regie.

Intriges
Tijdens de eerste acte maakte het publiek kennis met Georgy Grasnoy, vertolkt door de krachtige Duitse bariton Johannes Martin Kränzle, als de leider van de Opritsnjik, de geheime politie speciaal ter bescherming van de tsaar. Hij bleek een macho te zijn die pochte over zijn vroegere vrouwelijke veroveringen maar was nu wanhopig omdat hij er niet in slaagde om de vrouw waar hij hopeloos verliefd op was in zijn armen te krijgen. En dat nog wel nadat hij zijn echtgenote Ljoebasja de bons had gegeven. Het ging om Marfa wiens hand door haar vader Sobakin, prachtig vertolkt door de bas Anatoli Kotsjerga, was vergeven aan een zekere Likov, gezongen door de tenor Pavel Cernoch. Ljoebasja’s verzoeningspoging met Grasnoy tijdens de finale van de eerste acte mislukte tijdens een spannende dialoog die in een handgemeen eindigde. De door mij op dit ogenblik meest bewonderde mezzosopraan, Anita Rachsvelishvilli, zong daarbij als Ljoebasja de sterren van de hemel en haar acteerprestatie was verbazingwekkend.
Grasnoy bleek in deze opera de kwade genius die de arts Bomelius overhaalde een gif te brouwen dat Marfa’s keuze zou beïnvloeden en hem de mogelijkheid zou verschaffen om Marfa in zijn klauwen te krijgen. Het zou hem niet lukken omdat Ljoebasja, dit gif verwisselde met een ander verderfelijk gif, ook afkomstig van Bomelius.

Trouwfeest Marfa en Likov dat geen vervolg zou krijgen

 Slechte afloop
De Russische tsaar wilde inmiddels een bruid kiezen uit enkele honderden Russische meisjes. Zijn keuze viel uiteindelijk op de mooie Marfa, tevens de rivale van Ljoebasja. Het gevolg was dat Marfa begeerd werd door drie mannen: Grasnoy, Likov en de Tsaar. Je kon op je vingers natellen dat deze opera verkeerd af zou lopen. De gevolgen waren niet gering: Likov,  door Grasnoy beschuldigd van het toedienen van gif aan Marfa, werd daarvoor vermoord op bevel van de Tsaar door Grasnoy. Grasnoy stak ook Ljoebasja dood en pleegde daarna zelfmoord. En Marfa? Zij was door het gif totaal van streek en constant in de war. Zij leed aan waanbeelden en vertoonde spastische bewegingen, dacht Likov voor zich te hebben maar in werkelijkheid was dat Grasnoy. Ook zij stortte neer na een tsunami van emoties.

De rol van Marfa werd gezongen door de voortreffelijke sopraan Olga Periatyko. Vooral in de slotscène, die in dramatisch opzicht zeer heftig was, wist zij een boeiende presentatie te geven van het grootste slachtoffer van deze opera.

De geluidsopname van de in 2013 gemaakte registratie in het Schiller theater in Berlijn was voortreffelijk. Vooral ook door de bezielende leiding van dirigent Daniël Barenboim en het spel van de Staatskapelle Berlijn.

De toneelbeelden van Dmitri Tcherniakov en de personenregie maakt deze voorstelling tot een voortreffelijke uitvoering van De Bruid van de Tsaar. De Goirlenaren lieten na afloop hun waardering blijken.

Roberto Alagna als Samson en Elina Garanca als Dalila

Afgelopen zondagmorgen 4 november 2018 zag ik in de Pathé bioscoop in Tilburg de opera Samsom et Dalila van de Franse componist Camille Saint Saëns (1835-1921). De voorstelling betrof een nieuwe productie van de Joegoslavische regisseur Darko Tresnjak, uitgezonden via een straalverbinding door deMetropolitan Opera van New York. De uitvoering stond onder leiding van dirigent  Sir Marke Elder.

Samson et Dalila, aanvankelijk bedoeld als oratorium, werd op advies van librettoschrijver Ferdinand toch uitgevoerd als opera. Daar ben ik niet ongelukkig mee! Ik vind het een fantastisch werk dat zich goed leent voor een toneelpodium. Wanneer ik deze opera niet eerder had gezien in andere theaters, zou ik nu niet tot deze conclusie zijn gekomen, want deze voorstelling in New York miste de glans en interactie die zo noodzakelijk is om van een geslaagde uitvoering te spreken. Aan de componist heeft het niet gelegen ook al had hij niet zoveel op met opera’s.

De componist schreef gedurende zijn 86-jarige leven maar liefst 300 composities. Zijn faam dankt hij vooral aan zijn symfonieën, talloze concerten voor piano, orgel en blaasinstrumenten. Met uitzondering van Samson et Dalia zijn de 12 andere opera’s van de componist in vergetelheid geraakt.
Camille Saint Saëns werkte tenminste acht jaar aan deze opera, zijn tweede. In 1875 was het werk klaar. De première van deze opera had heel wat voeten in de aarde. Succes leek aanvankelijk niet voor hem weggelegd, want met hulp van Frans Liszt kon de première pas in 1877 in Weimar worden opgevoerd en dan nog wel in de Duitse taal. Pas in 1890 en 1892 konden de Fransen, respectievelijk in Rouen en in Parijs, het werk bewonderen. Vanzelfsprekend toen in de Franse taal.
De grote ervaring van Saint Saëns met instrumentale muziek droeg een steentje bij om Samson et

Camille Saint Saëns

Dalila rijk te orkestreren. De muziek past het drama als een handschoen. Het werk is doorgecomponeerd met goed in het gehoor liggende melodieën waarbij Saint Saëns zijn symfonische capaciteiten stevig aanspreekt. De koorpartijen zijn prachtig. In de aanvangsfase denk je met subtiele Gregoriaanse muziek van doen te hebben maar later volgen de prachtige koorpartijen die herinneren aan de muziek van Bach en Händel.

Gebrekkige interactie
De dramatische handeling kan fantastisch tot uiting komen in de sensuele aria’s van Dalila en in de met flair te zingen partij van de weifelende Samson, die niet weet of hij aan zijn seksuele verlangens zal toegeven of trouw zal blijven aan de god van Israel.

Het libretto van deze opera is ontleend aan het bijbelse verhaal dat u kunt terugvinden in het oude testament (boek Richtern 14-16). Anders dan wellicht vermoed, is de opera in eerste instantie toch geen religieus werk. De opera gaat vooral over de sterke interactie tussen het liefdespaar Samson en Dalila. Daar ging het mijn inziens in de Metropolitan Opera deze keer mis. Er was geen sprake van chemie tussen de solisten Roberto Alagna als Samsom en Elina Garanca als Dalila. Beiden zongen en acteerden op plichtmatige wijze hun rollen. Elina Garanca zag er prachtig uit maar moest het vocaal en acterend afleggen tegen grootheden uit het verleden zoals Risé Stevens, Grace Bumby, Sherley Verret en last but not least Olga Borodina. Garanca’s lage tonen kwamen, zeker voor een mezzosopraan onvoldoende uit de verf en haar spel speelde ze met een afstandelijke koelheid ondanks een enkele uitdagende blik en een fysieke aanraking van haar tegenspeler.
Roberto Alagna maakte het er niet gemakkelijker op. In  het eerste bedrijf klonk zijn stem al niet fris en fruitig zoals wij hem een tiental jaren geleden kenden. Je werd in het eerste bedrijf moe van het luisteren naar zijn stem. De Frans- Italiaanse tenor is al een tijdje over zijn top heen al kan ik niet ontkennen dat zijn aria ‘Vois ma misère, hélas’ er goed uitkam. Zijn voorgangers Vinay, Martinelli en Kunde  waren krachtige solisten die ook subtiel konden zingen. Die nuance ontbrak bij Alagna. De opera heeft een spannend verloop mede door de interventies van de Filistijnse hogepriester van de god Dragon, bekwaam neergezet door Laurant Naouri.

De spanning in de relatie van Samson en Dalila wordt vooral veroorzaakt door de dubbele agenda die beiden hebben. Samson wil met zijn ‘bovennatuurlijke kracht’ zijn volk bevrijden van de onderdrukking van de Filistijnen maar hij wil ook de god van Israël trouw blijven. Er liggen echter gevaren op de loer. Door zijn verliefdheid op de Filistijnse Dalila is hij een kwetsbaar personage geworden. Dalila’s erotisch gedrag, al was dat hier nogal terughoudend, kan immers de oorzaak worden van het ontfutselen van het geheim van zijn mysterieuze kracht. Tot driemaal toe weerstaat hij de avances van Dalila maar daarna gaat hij voor de bijl en komt dan door verraad in handen van zijn triomferende vijanden. Dalila is een patriottische vrouw. Ze wil Samsons ondergang en ze wil haar volk wreken, zonder daarvoor geld aan te nemen van de hogepriester. Samson moet voor Dalila een begerenswaardig personage zijn geweest, want hoe had zij anders de aria ‘Mon coeur s’ouvre à toi’ zo sensueel, begeleid door mysterieuze orkestmuziek, kunnen zingen terwijl zij zegt hem te haten? Juist deze aria werd door Garanca mooi  gezongen waardoor je weer een  naar liefde verlangende persoon hoorde.

Exotisch

Samson bespot in slotscene

Het krachtig spelende orkest van de Met, ditmaal onder leiding van Sir Mark Elder, zocht het niet in snelle tempi en had een goed gevoel om de muziek een kleur te geven die bij de scènes paste. De leden van de balletgroep moesten tijdens een bacchanaal, waarin de Filistijnen, uitzinnig van vreugde met Dalila en de hogepriester voorop, de spot drijven met de vastgebonden, inmiddels blinde Samsom, laten zien dat ze behalve dansen ook in staat waren om spectaculair trapezewerk uit te voeren. Voornamelijk mannen met getatoeëerde blote billen deden hun uiterste best om een imposante finale van de opera neer te zetten. Na afloop bleek dat smaken verschillen!

Deze feestelijkheden speelden zich af rond een enorm groot beeld dat de god Dragon van de Filistijnen voorstelde. Tijdens dit dansfestijn laat Sant Saëns zien gefascineerd te zijn door het exotische, vermoedelijk veroorzaakt door zijn veelvuldig bezoek aan Algerije.
En Samsom? Hij verstoort het Filistijnse  feest door de enorme tempelzuilen van hun plaats te duwen en iedereen de dood in te jagen. Dat wist u natuurlijk al, de toeschouwers kregen het echter niet te zien. Een grote lichtflits midden op het podium was het symbool van de collectieve dood van allen die zich in de tempel bevonden. We zagen niets op de grond vallen. Ik althans niet. In ieder geval geen pilaar.

De decors zagen er modern uit. De openingsscène liet een hoge trap zien met daarop het volk van Israël. De personages stonden er stijfjes bij, achter en naast elkaar, en ze keken allen de zaal in in plaats van zich bij elkaars leed betrokken te voelen. Het geweeklaag tijdens hun zang over hun lot, het slachtoffer te zijn van de overheersing van de Filistijnen, werd fysiek absoluut niet uitgebeeld. Waar was de personenregisseur?

Het onderkomen van Dalila was verwerkt in een metalen bouwwerk waar in het laatste bedrijf vooral gebruik van werd gemaakt. Aan de personenregie was m.i. ook hier te weinig aandacht besteed waardoor Samsom en Dalila als verliefd maar ook als elkaar hatend paar te weinig op elkaar betrokken waren. Er was, ik herhaal het, te weinig interactie. De protagonisten kwamen meestal van zeer dichtbij in beeld zodat hun emoties goed zichtbaar waren maar de totaalbeelden lieten, met uitzondering van het grote ballet, in het laatste bedrijf wat te wensen over.
Ik was niet zo tevreden. Van een van de beste operahuizen ter wereld had ik een wat aantrekkelijker optreden van de hoofdrolspelers verwacht. Het grootste deel van het publiek in New York was in ieder geval meer dan tevreden, want er was een groot applaus. Maar dat is er altijd wel!

Elsa als bruid van de ridder Lohengrin

Dinsdag 23 oktober 2018 was de laatste kans om in Antwerpen nog de Lohengrin productie van de Amerikaanse topregisseur David Alden van Wagners (1813-1881) te zien. Wat is daar voor bijzonders aan?

Wel, Alden heeft de reputatie om als geen ander grote massa’s op het toneel overtuigend neer te zetten. En dat is maar goed ook want het volk en de soldaten spelen in Lohengrin een belangrijke rol. De koorleden getuigden van hun klasse door prachtige zang en gedisciplineerd en stabiel optreden. David Alden vraagt nogal wat van het koor door de vele verplaatsingen, maar goed acterend bleef het gezelschap mogelijke problemen de baas en droeg daardoor aanzienlijk bij aan een grotendeels geslaagde uitvoering. Daar was trouwens voor een belangrijk deel ook het orkest voor verantwoordelijk, dat onder van de bezielende leiding van dirigent Alejo Pérez de pannen van het dak speelde. Veel applaus was na afloop hun deel.

Ontstaan
Lohengrin zag op 28 augustus 1850 het levenslicht tijdens een voorstelling in Weimar onder leiding van Fransz Liszt, die er voor zorgde dat Lohengrin kon worden opgevoerd terwijl Richard Wagner, vanwege zijn aandeel in de revolutie in Dresden in 1848-1849, in ballingschap in Zwitserland verbleef.
De basis van het verhaal van Lohengrin ontleende Wagner aan het Parsival-epos van Wolfram von Eschenbach en de middeleeuwse legenden van de Heilige Graal.

Lohengrin met koor (soldaten)

 Vervanging
Toch waren de vooruitzichten voor aanvang van Wagners romantische opera  niet zo heel rooskleurig. Twee hoofdrolspelers konden wegens ziekte hun rollen in de laatste voorstelling niet vertolken. Liene Kinca die de rol van Elsa voor haar rekening moest nemen was vervangen door de Britse sopraan Jennifer Davis. Een geluk bij een ongeluk was dat Davis recent nog in Covent Garden de rol van Elsa in dezelfde productie van Alden had gezongen. Het ging haar mede daardoor goed af. Ze bleek over meer dan voldoende  inlevingsvermogen te beschikken. Bovendien liet haar lyrische sopraan haar geen moment in de steek en haar vermogen om goed te acteren zorgde voor een uitstekend debuut bij de Vlaamse opera.

Minder gelukkig was het operahuis met de vervanger van de tenor Zoran Todorovich die zich liet vervangen door de Duitse tenor Christian Voigt. Op het inlegvel van het programmaboekje werd hij afgeschilderd als een talentvolle Wagnertenor die gestudeerd heeft onder leiding van zangers met een grote reputatie. Vermoedelijk had Voigt zijn dag niet. Hij moest invallen en nog in de middag enig repetitiewerk verrichten. Ik denk dat het gebrek aan kracht en volume die van een heldentenor mag worden verwacht om Lohengrin goed te vertolken, bij hem ontbraken door nervositeit, spanning en vermoeidheid. Behalve een gebrekkige intonatie was hij niet in staat om acterend zijn mannetje te staan ten opzichte van een felle, soms agressieve, Telramund vertolkt door  de Amerikaan Craig Colclough. Deze bas-bariton en de Zweedse mezzosopraan Iréne Theorin, als de echtgenote Ortrud van Telramund brachten vanaf de eerste scènes in het tweede bedrijf een geweldige drive in de opera. Volumineus verweten zij elkaar verantwoordelijk te zijn voor de vernedering die Telramund onderging in het eerste bedrijf tijdens een godsoordeel waarvan de uitkomst was dat Elsa geen schuld had aan de dood van haar broertje Gottfried. Telramund ontplofte. Hij was woest, niet alleen omdat hij zijn eer verloor, maar ook omdat hij zijn vrouw Ortrud van leugens verdacht: zij zou namelijk de broedermoord van Elsa met haar eigen ogen gezien hebben. Het echtpaar was vastbesloten het hier niet bij te laten. Ortrud trachtte bij Elsa in de gunst te komen om haar over te halen de verboden vraag aan Lohengrin te stellen over zijn naam en afkomst. Telramund, op zijn beurt, wil de ridder aanklagen wegens hekserij en hem in een gevecht verwonden, om hem van zijn vermeende magie te ontdoen. Daar zou uiteindelijk niets van terecht komen. Nog sterker: Telramund wordt in het laatste bedrijf door Lohengrin gedood, na een laffe aanval van Telramund.
Terugkomend op het godsoordeel, dat meestal wordt uitgevochten door Lohengrin en Telramund waarbij beiden voorzien zijn van een wapen, had Alden het gevecht nu zo gearrangeerd dat Lohengrin zijn tegenstander versloeg uitsluitend door hem doordringend aan te kijken terwijl de mannen elkaar benaderden. Het leek een godswonder. Een mooie vondst van Alden!

Scharnierpunt
De opera Lohengrin blijkt een scharnierpunt in het werk van Wagner en is een voorloper van zijn grote dramatische werken na 1850. Het tweede bedrijf is in mijn ogen cruciaal.
Hier hoorden we de Wagner van der Ring des Nibelungen, Tristan und Isolde en Parsifal, de grote dramatische operawerken met een symfonisch karakter en met een orkestratie die nauwgezet het drama uitbeeldt. We hoorden de toepassing van de Leitmotieven, die structuur geven aan een Wagneriaans werk dat ook de oneindige melodie kent. Denk aan het meest  bekende en herkenbare motief in Lohengrin waarvan de gezongen tekst luidt: ‘Nie sollst du mich befragen, noch Wissens

Hier stelt Elsa de fatale vraag aan Lohengrin

Sorge tragen woher ich kam der Fahrt, noch wie mein Nam und Art.‘ De lezer weet ongetwijfeld dat Elsa zich niet kon beheersen en toch de door haar echtgenoot verboden vraag stelde en daarmee een voortijdig einde van haar huwelijk veroorzaakte. Een vraag die me op de lippen ligt is: mag je van een echtgenote verwachten en verlangen dat zij nooit naar de identiteit van haar man vraagt? Door de roddelpraat van Ortrud kwam het zover. Maar zonder haar interventie zou de vraag m.i. veel jaren later toch nog zijn gesteld. Elsa zag aanvankelijk in Lohengrin een bovennatuurlijke redder die de valse aanklacht van Telramund tegen haar zou ontkrachten. Dat was ook de missie van Lohengrin na zijn vertrek uit Monsalvat waar de Heilige Graal verblijft. Hij deed Elsa echter ook nog een huwelijksaanzoek dat zij dankbaar accepteerde.

Lohengrin zou de nieuwe leider van het leger van Brabant worden en voorop gaan in de strijd tegen de Hongaren die Brabant bedreigden vanuit het oosten. Dat zou niet gebeuren want in zijn monoloog ‘In fernem Land’ onthult Lohengrin aan de koning en het volk zijn naam en afkomst en geeft hij aan geen leiding te willen geven aan het leger en het volk van Brabant.

De toeschouwers zagen, na de sprankelende ouverture als het symbool voor de graal, in het eerste bedrijf een burchtachtige ruimte met scheve wanden. Regisseur Alden wilde een sfeer van oorlog en verwoesting suggereren, wat leidde tot massabewegingen van het koor, gekleed als opgejaagd volk en soldaten, en dat door koperblazers en felle strijkers werd ondersteund.
Vermeldingswaard is beslist nog het krachtige zingen van de Duits- Italiaanse bariton Vincenzo Neri als Heerrufer. Hij kondigde het optreden van koning Heinrich aan, vertolkt door de Duitse bas Thorsten Grümbel, die in een soort priestergewaad met gouden kroon een statige entree maakte met zijn gloedvolle stem.

Waar was de zwaan?
Wie misten de toeschouwers tijdens deze Lohengrin? Antwoord: De Zwaan. Slechts een grote schaduw over het toneelbeeld deed de toeschouwer geloven dat de Zwaan een rol speelde in het verhaal. In het derde bedrijf zagen zij wel een afbeelding van de iconische schildering van Lohengrins aankomst die August von Henckel maakte voor Schloss Neuschwanstein. Ook zagen we de zwaan een keer als beeldhouwwerk en afgebeeld op de banieren, die op het einde van de voorstelling naar beneden vielen. Zo kwam de zwaan toch in beeld. Zo ook de aanvankelijk dood gewaande broer Gottfried van Elsa die tijdens de laatste tonen te voorschijn kwam van onder de gevallen banieren en zich presenteerde als de nieuwe Hertog van Brabant.

Gottfried, de nieuwe hertog van Brabant presenteert zich

De voorstelling van deze Lohengrin was geen onvergetelijke omdat het gebrekkige optreden van de vertolker van de titelrol afbreuk deed aan het goede werk van koor, orkest en de overige solisten. Dat er veel te genieten viel zal echter door geen enkele toeschouwer worden ontkend. Niet in het minst van de inleiding door een dramaturg van het operahuis. Zijn inleiding op de opera was uitstekend. Daar kunnen sommige operahuizen in Duitsland een voorbeeld aan nemen.