Feeds:
Berichten
Reacties

Sopraan Yoncheva en tenor Fabiano als Violetta en Alfredo

In april 2014 zag ik in de Pathé bioscoop de ophefmakende La Traviata met Anna Netrebko en Rolando Villazon. Het betrof een productie van de Duitser Willy Decker. U weet wel die uitvoering met die klok op het midden van het podium. De diehards onder de operaliefhebbers weten ogenblikkelijk waar ik het over heb. Ze zijn immers al vertrouwd met de in 2005 in Salzburg opgenomen dvd waarin het ‘droompaar’ laat zien wat het vocaal en acterend in huis heeft. Afgelopen zondag zag ik Deckers productie opnieuw met nog honderd Verdivereerders in Pathé in Tilburg maar met een andere cast. Sonya Yoncheva en Michael Fabiano waren dit maal de sterren van de Metropolitan Opera. Hoe was het weerzien van de productie die de afgelopen jaren te zien was in Amsterdam en in alle grote operahuizen van de wereld?

Persoonlijk leed
Mij is het uitstekend bevallen. Waar ik natuurlijk, net als enkele andere bezoekers, niet aan ontsnapte was het vergelijken met de productie van de Met uit 2014 en die van 19 maart jl.
Natuurlijk ga je na zo’n slecht aflopend drama niet juichend naar huis want de opgeroepen emoties ben je niet een-twee-drie kwijt, Dat hoeft ook niet. Je bent immers getuige van een familiedrama met diep gevoeld persoonlijk leed en niet zo heel ver verwijderd van wat Verdi zelf doormaakte net voor hij het werk schreef. Vandaar dat hij de karakters van de protagonisten zorgvuldig uitwerkte.

De vertolking door de Bulgaarse sopraan Yoncheva en de lyrische Amerikaanse tenor Fabiano was verantwoordelijk voor de vele ontroerende momenten. Yoncheva is volgens kenners op dit ogenblik de best denkbare Violetta. Haar acteer – en vocale prestaties zijn bovengemiddeld. Haar stem is anders gekleurd dan die van Anna Netrebko maar de accenten die zij aanbrengt zijn wat anders en wel raak. Vooral in het tweede bedrijf wanneer de zich schandelijk opdringende, chanterende Germont, vader van Alfredo, Violetta tracht te overtuigen dat zijn zoon terug moet keren naar het ouderlijk huis omwille van het redden van een huwelijk van zijn dochter met een man die zich niet wil engageren met een familie waar echter een ex-prostitué bij betrokken is. Violetta zingt dan prachtig : ‘Dite alle giovene’.  Het verschil tussen het optreden van Villazon en Fabiano viel meer in het oog. Villazon straalde een en al vitaliteit uit, was een heftig minnaar die een groot deel van zijn energie stak in het veroveren van het totale podium. Fabiano gedroeg zich meer poëtisch in zang en spel en deed beslist niet onder voor zijn collega. Met grote charme bracht hij zijn aria’s en duetten over het voetlicht. Ik hoorde een prachtige stem met een mooie klankkleur. Zoals het koppel Villazon – Nebtreko paste als een handschoen, zo was dat m.i. ook het geval met het duo Yoncheva-Fabiano.

Thomas Hampson als Germont in Traviata

Te mooi
Interessant was dat zowel in 2014 als nu in 2017 de rol van Germont gezongen werd door de Amerikaanse bariton Thomas Hampson. Tijdens de voorstelling had ik het gevoel dat Hampson in de huidige voorstelling wat beter op dreef was dan in 2014. Maar toen ik thuis de oude opname terugluisterde ervoer ik het verschil niet als zo groot. Wel had ik het idee dat hij zich in de rol van oude, conservatieve, eigenwijze vader heeft doorontwikkeld. Voor de bekende aria: ‘Di provenza il mar’ oogstte hij terecht een groot applaus. Het is de aria waarin hij zijn zoon Alfredo probeert over te halen naar zijn ouderlijk huis terug te keren. Verdi componeerde deze aria voor de rol eigenlijk te mooi. Giorgio Germont verdiende die absoluut niet, Thomas Hampson wel!

Regisseur Willy Decker

Willy Decker koos er bij deze Traviata voor af te zien van glitter en glamour.De courtisane Violetta was aanvankelijk uitgedost in een vuurrood cocktailjurkje en de mannen in een zakelijk zwart kostuum. Zij stond vrijwel steeds op een grijs ommuurd podium waarop een levensgrote stationsklok was geplaatst die haar confronteerde met de korte tijd die haar nog restte vanwege een ernstige longtuberculose, gecombineerd met een losbandig leven. Ook de bijna voortdurend stille aanwezigheid van dokter Grenvil op het podium verhoogde die confrontatie. Meer nog in gebaar dan in woord maakte hij Violetta duidelijk dat hij haar niet kon helpen en dat haar dood onvermijdelijk zou zijn. Al in de ouverture en vooral in de prelude van de laatste acte van Verdi’s meesterwerk wordt Violetta’s tragische einde door de strijkers aangekondigd.

Twee persoonlijkheden
Verdi zag in Parijs op 2 februari 1852 het toneelstuk ‘La Dame aux camélias’ van Dumas Parijs. Hij liet zich de tekst toesturen en gaf in 1852 Francesco Maria Piave de opdracht een libretto te schrijven voor zijn nieuwe opera La Traviata die in maart 1853 in Venetië in première ging.

De opera bevat prachtige muziek met schitterende melodieën, fraaie aria’s, duetten en koren. Een deel van de muziek is gecomponeerd in driekwarts maat. Denk maar aan het drinklied ‘Libiamo, libiamo ne ‘lieti calici’ dat er ook wel in gaat bij de niet-operaliefhebbers. Nog indrukwekkender is die maatvoering aan het einde van de tweede acte wanneer Violetta door Alfredo is beledigd en zijn vader en vrienden ingrijpen.

De rol van Violetta is een zeer lastige. Deze vrouwelijke hoofdrol bestaat uit twee persoonlijkheden wat het zingen zeer moeilijk maakt. Enerzijds vertolkt zij in de eerste acte de vrolijke courtisane die met haar thrillers en coloraturen haar twijfels maar ook haar nieuwe geluk bezingt en anderzijds daarna haar troosteloze en uitzichtloze situatie weergeeft door de rol donkerder getimbreerd en dragend te zingen.
Haar ‘addio del passato’ waarmee zij afscheid neemt van het verleden in het vierde bedrijf werd op schrijnende en schitterende wijze weergegeven!!
Koor en orkest onder leiding van Nicola Luisotti deden waren ze goed in waren: Het koor stond steeds klaar om haar morele oordelen te tonen over wat zij zagen gebeuren tussen Violetta en Alfredo en het orkest speelde een rol die verder ging dan het louter begeleiden van de zangers. Het vertelde op haar manier het verhaal over het noodlot van Violetta. 350.000 mensen in 70 landen waren getuige van een prachtige, voorstelling!

 

 

Ode aan de maan

Op 5 maart zag ik in de bioscoop van Pathé in Tilburg een schitterende voorstelling van de opera Rusalka. De beelden waren afkomstig van de Metropolitan opera en werden naar maar liefst 2000 bioscopen over de gehele wereld verzonden.
Ondanks de falende invallende tenor tijdens de première op 31 maart 1901 van Dvoráks negende opera Rusalka, beschouwde men de uitvoering in Praag als een groot succes en zijn de Tsjechen deze opera als een nationale coryfee blijven zien, waar ze met gepaste trots regelmatig aan refereren.
Bij het vinden van een nationale identiteit speelde de muziek bij hen sowieso een belangrijke rol. Vooral Smetana (1824- 1884) en Janacek (1854-1928) waren zeer geliefde componisten.
Dvorák (1804-1904) componeerde 10 opera’s, symfonieën en kamermuziek. Zijn bekendste werk was de 9e symfonie: ‘ Uit de nieuwe wereld.’
Rusalka is een lyrisch sprookje met veel sfeer, op teksten van: Jaroslov Kvapil naar de vertelling ‘Udine’ van Friedrich de la Motte Fouqué, het sprookje ‘De kleine zeemeermin’ van Hans Christian Andersen en het toneelspel ‘Die versunkene Glocke’ van Gerhart Hauptman.

Muziek
Dvorák werd geïnspireerd door het werk van Liszt en Wagner. Met elementen van folkloristische en impressionistische technieken ontwikkelde hij een eigen stijl. In Rusalka zette hij  daarvoor alle stijlmiddelen in om twee tegengestelde werelden te karakteriseren: de zielloze, maar meelevende wezens uit de waterwereld en de over een ziel beschikkende, emotioneel labiele mensen. Hij liet daarbij geen enkel gevoel, hoe klein ook, muzikaal buiten beschouwing. Hij gebruikte klassieke middelen, legde net als Wagner nadruk op motieven en liet de lied- en ariavormen vergezeld gaan van prachtige orkestrale klankkleuren.
Rusalka is een doorgecomponeerde opera, die bij aanvang doet denken aan Das Rheingold als de nimfen ‘Hei-ja- he’ aanheffen in het bijzijn van de Watergeest. Zij maken gebruik van korte staccato-noten en hebben tijdens hun vrolijk klinkende muziek begeleiding van hoge strijkers en houtblazers. De nimfen bewegen zich daarbij sierlijk dansend over het podium.
Al in het eerste bedrijf wordt de toeschouwer door Rusalka een prachtige aria ‘ode aan de maan ‘ voorgeschoteld met prachtig begeleidende orkestmuziek. Dat gebeurt in een sprookjesachtig, natuurrijk decor met een langzaam opschuivende maan en wordt gezongen door de schitterend ogende Kristine Opolais. De lyrisch zingende Letse sopraan was in topvorm. De soms grote toonafstanden van haar partij overbrugde zij schijnbaar moeiteloos.

Toverdrank
 Wat was er aan de hand met de belangrijkste protagonist?
De waternimf Rusalka is niet tevreden met haar natuur. Ze verlangt naar de hartstocht en liefdesgevoelens zoals de mensen die kennen. De nimf is hopeloos verliefd op een prins. Ze wil een ziel! Hoe sterker Rusalka in de ban van de sterfelijke mens komt des temeer vermengen zich de sferen van de sprookjes en de mensenwereld. Voor haar gedaantewisseling in een mens die ze ondergaat dankzij de toverdrank van de heks Jezibaba, uitstekend vertolkt door de Amerikaanse mezzo-sopraan Jamie Barton, moet ze een prijs betalen. Deel van die prijs is dat ze tegen haar prins niet kan praten en hem evenmin de passie kan bieden die hij verlangt. Ze is nu eenmaal een waterwezen. Uiteindelijk zal dat leiden tot een grenzeloos verlangen naar de dood. Want zij voelt zich niet thuis in de mensenwereld maar ook niet in de waterwereld. Ze is ontheemd, een uitgestotene. Alles is ze kwijt, haar charmes, haar identiteit enz. Als een geest dwaalt ze ten langen leste door het bos. Zij is nu noch nimf noch mens, maar een geest.

Uitgestotene
 De Watergeest, met overtuiging vertolkt door de Amerikaanse bas-bariton Eric Owens, waarschuwde Rusalka al voor naderend onheil en voorspelde dat zij verloren zou zijn voor de waterwereld als zij een menselijke gedaante zou aannemen.
De geliefde waar Rusalka zo naar verlangde is een prins die onmiddellijk op haar verliefd werd nadat hij haar zag. Met de eigenaardigheden van Rusalka kan hij niet overweg. Hij verwacht hartstochtelijke omhelzingen en vurige kussen maar krijgt die niet. Bovendien is een gesprek onmogelijk. Hij laat zich daarom tijdens zijn eigen bruiloft gemakkelijk veroveren door een buitenlandse prinses, vertolkt door Katerina Dalayman. Tegen de prinses zegt hij dat Rusalka er alleen maar was voor een kortstondig pleziertje. Toch blijft hij ook verlangen naar Rusalka. Dat houdt tevens een ongelukkige toekomst in voor Rusalka want de heks heeft Rusalka gezegd dat ze terug in het water moet als haar minnaar haar niet trouw blijft en dat ze daar als een uitgestotene door de andere nimfen moet verblijven. De prins beseft het verlies van zijn ware geliefde. Hij dreigt zijn verstand te verliezen. In de derde akte toont hij zijn berouw. Hij kan Rusalka niet vergeten ondanks de koude omhelzingen. Hij is voor een kus van Rusalka zelfs bereid te sterven. De Amerikaanse tenor Brandon Jovanovich maakte zijn rol zowel vocaal als acterend geheel waar. Dat kwam sterk voor het voetlicht tijdens zijn heftige confrontaties met Rusalka en de Watergeest waarbij veel gebruik werd gemaakt van de blaasinstrumenten. Indrukwekkend was ook het slot waarin de langdurige kus van Rusalka de dood betekende voor haar prins, die met zijn goed gecontroleerde stem afscheid van het leven nam. De les van deze opera? De dingen lijken niet wat ze zijn. Voor mij was deze opera echter adembenemend mooi.

 

Angela Denoke als Salomé

Angela Denoke als Salomé

Wat ik niet verwacht had gebeurde. Maar liefst negentig mensen kwamen dinsdag 21 februari naar het Cultureel Centrum Jan van Besouw in Goirle om op een groot filmdoek de opera Salomé van Richard Strauss (1864-1949) te zien. Ik was verrast omdat tot dan toe de voorkeur van de dorpsbewoners duidelijk uitging naar Italiaanse opera. De mensen moesten dus een knop omzetten en tijdens de voorstelling enigszins wennen aan Sprechgesang en een sterk dominante orkestratie in plaats van een bescheiden orkestbegeleiding ten behoeve van de zangers. Dat hen dat lukte was te danken aan hun flexibiliteit maar ook aan een buitengewoon goede cast die het Festspielhaus van Baden-Baden op de been bracht en die het publiek een voorstelling bood die men niet gemakkelijk zal vergeten. Ongetwijfeld waren er toeschouwers die de bloederige slotscène maar matig konden waarderen want te veel bloed op het podium is toch iets waar de toeschouwers meestal niet op zitten te wachten.

De sluierdans
Ik had tijdens mijn presentatie van Salomé de toeschouwers enigszins voorbereid op wat er zou komen en hen tevens verteld dat de première van Salomé op 9 december 1905 in de Semper Oper in Dresden niet zo’n groot succes was. Die veroorzaakte namelijk, evenals veel uitvoeringen daarna in andere grote operahuizen, meteen een schandaal. Niet alleen omdat de componist de grenzen opzocht van de tonaliteit, maar vooral omdat de opera, naar het gelijknamige toneelstuk van Oscar Wilde, werd ervaren als een pervers stuk. Bovendien weigerde toen de 37-jarige dramatische Wagnersopraan Marie Wittich, die de rol van Salomé vertolkte, het hoofd van Jochanaan, gemaakt van papier-marché, te kussen ze riep: ‘Ich bin ein anständige Frau’. Haar zwaarlijvigheid verhinderde haar ook nog de sluierdans uit te voeren. Daarvoor werd de hulp van een danseres ingeroepen. Dat probleem was er in Baden-Baden niet. De titelrol stond de  ‘hoog Duitse sopraan ‘ Angela Denoke als het ware op het lijf geschreven. Circa honderd minuten stond ze onafgebroken op het podium om met haar uitstekende voordracht en met haar vocaal vermogen een ijzersterke Salomé neer te zetten. Een externe danseres voor de sluierdans was overbodig. Zij danste zelf zonder er een striptease van te maken en slaagde er in om haar stiefvader, vertolkt door Kim Begley, daarmee seksueel op te winden. Wie die dans en tien minuten later ook de zeer lange monoloog, al vrijend met het hoofd van Jochanaan, tot een goed einde brengt kan terugzien op een geslaagde vertolking. Angela Denoke lukte dat volkomen. Ook de heftige dialogen met Jochanaan, waarin Salomé volkomen in de ban raakt van het lichaam van de profeet, zijn spannend en dramatisch. De Amerikaanse bas-bariton Alan Held vertolkte een ontketende profeet, die geen aanraking duldt van Salomé, laat staan dat hij door haar gekust wil worden ondanks dat zij daarom smeekt. Met zijn rijzige gestalte presenteert hij zich als een prediker die Salomé en haar overspelige moeder Herodias de les leest. Dat wordt door Herodias, vertolkt door de Duitse mezzo-sopraan Doris Stoffel, niet erg gewaardeerd en zij laat dat meerdere keren blijken door vilein stemgebruik met de nodige donkere tonen. Haar acteerprestatie is prima en ze is zich van haar waardigheid bewust. Dat blijkt tijdens een ruzie met haar echtgenoot waarbij ze hem duidelijk maakt dat zij en haar dochter van Koninklijke bloede zijn en hij slechts de zoon van een kamelendrijver is. Wanneer haar man zich vergaapt aan haar dochter en met haar wil dansen verzet Herodias zich fel daartegen.

Pervers leven
Angela Denoke excelleerde als Salomé. Ook de Engelse tenor Kim Begley speelde de partij van de walgelijke Herodes fantastisch. We zagen hem tevergeefs een vijftal ruzie makende Joden het zwijgen opleggen. De zinloze twist ging over het feit of Jochanaan God heeft gezien. Wanneer Jochanaan plotseling de komst van de Messias verkondigt en een Jood roept dat deze Messias wonderen verricht en zelfs de doden uit de dood kan opwekken wordt Herodes door een grote angst bevangen. ‘Dat moet de man verboden worden,’ roept hij,  Hij vreest de opwekking van de doden.

Sterk was het optreden van Begley nadat Herodes van zijn stiefdochter een sexy dans had afgedwongen. Salomé verlangde van Herodes nakoming van zijn eed als beloning voor haar dans. Er ontspon zich een spannende scène waarin Herodes haar van alles wilde toezeggen zoals een half koninkrijk maar zij bleef als een verwende tiener het hoofd van Jochanaan opeisen. Herodes wilde niet toegeven: ‘Hij is een man die God gezien heeft.’ Salomé krijgt echter toch haar zin. Zonder enige gêne ontfermt ze zich over het hoofd van Jochanaan en kust langdurig zijn mond tijdens haar grote slotaria. Haar lusten zijn bevredigd. Wat moet ze nog meer in dit decadente perverse leven? Niets! De soldaten doden haar op bevel van haar stiefvader.
Het drama speelde zich af in een decor dat bestond uit diverse vlakken, een zwart spiegelende vloer boven de kerker waarin Jochanaan zat opgesloten, een vide, trappen, kortom een deels bouwvallige, wat sinistere omgeving. Met diverse kleuren licht werd de passende sfeer bij een scene gecreëerd.

De in 2011 opgenomen voorstelling van Salomé heeft grote indruk op me gemaakt door een geweldige verbeelding van het bijbels verhaal, gekoppeld aan een erotische sfeer en een wellustige moord. De muziek was ongemeen spannend door de toegepaste chromatiek en het gebruik van dissonanten. De protagonisten speelden hun rol op het scherp van de snede, waardoor het publiek ademloos toekeek. Hulde aan regisseur Nikolaus Lehnhof maar vooral ook voor de door mij al jarenlang bewonderde dirigent Stefan Soltesz die het Duitse Symfonieorkest van Berlijn voortreffelijk leidde en daarmee de basis legde van een zeer geslaagde uitvoering.

gouden-haan-3 Met Europaclub Nederland reisde ik op Zondag 12 februari naar Düsseldorf om de opera ‘De Gouden Haan’ van Nicolai Rimski-Korsakov (1844-1908) te zien. Het werk zag ik nog nooit live, maar ik kende het alleen van een dvd opname uit het theater Châtelet in Parijs onder leiding van Kent Nagano, met het koor, van het Marinski theater van St. Petersburg. Die weergave was me goed bevallen. Ik meende tamelijk onvoorbereid naar het theater in Düsseldorf te kunnen gaan. Die veronderstelling klopte niet. Ik ervoer, na de eerste acte, al spoedig de handicap dat ik het libretto niet had gelezen. Dat werd wel razendsnel weergegeven via de boventiteling maar bood me toch onvoldoende perspectief om de opera goed te kunnen volgen. Zeker, de synopsis had ik wel goed in mijn hoofd maar het was te weinig om me te identificeren met de protagonisten. Wel werd ik me er van bewust dat ‘ De Gouden Haan’ een werk is van een van de vijf componisten van het zogenaamde ‘Machtige Hoopje’(Cui, Borodin, Balakirev, Moessorgsky en Rimski-Korsakov )dat zich voorgenomen had om zich niets aan te trekken van de invloed van de westerse muziek, maar met behulp van Russische schrijvers van plan was de Russische ziel in hun werk bloot te leggen. In de ‘Gouden Haan’ gebeurde dat ook. In de Russische muziek hoor ik nostalgie, deemoed en onweerstaanbaar lijden. Het volk wordt ook in deze Russische opera door Tsaar Dodon onderdrukt.  Informatie aan familie van soldaten over het verloop van de strijd laat hij niet toe en in de tekst hoor ik diezelfde mensen zingen: ‘Als men ons slaat, dan verdienen we het.’ Het volk is enthousiast over de tsaar wanneer hij, na vier overwinningen, met de tsarina van Sjemacha terugkeert maar wanneer hij even later de dood vindt door toedoen van de haan voelt het volk zich reddeloos en radeloos. Opvallend is de offerbereidheid en zelfverloochening die bij de soldaten voelbaar was toen de mannen zonder morren naar het front trokken en hun vrouwen hun lot betreurden. Het collectieve optreden van het volk werd zichtbaar door de ontvangst van een zegevierend leger beladen met vele, vermoedelijk geplunderde, goederen. De eensgezindheid verdween op slag toen iedereen een poging deed een pakket aan een ander te ontfutselen.

Aanleiding
gouden-haan-4 De opera is een satirische fantasie-opera waarin de tsaar (koning) Dodon stevig op de hak wordt genomen. Het verhaal heeft betrekking op een Japans –Russisch conflict en is gebaseerd op het stuk van Poesjkin uit 1834. Het is de laatste, misschien wel de meest opwindende opera, van de componist Rimski-Korsakov. Aanleiding voor de compositie was de aanval in 1904 van Japan op Rusland omdat de Japanse regering de moed had opgegeven om de Russen te bewegen Mantsjoerije terug te geven. De Russische afweer was slecht georganiseerd en ze verloor niet alleen het openingsgevecht maar ook een groot deel van de daarop volgende conflicten zodat het leger en de marine werden vernederd juist door een land waarvan men dacht dat het geen ernstige bedreiging vormde. Rusland verloor niet alleen de oorlog maar ook het respect van haar onderdanen.
Rimski-Korsakov begon aan het werk kort na de Japanse overwinning in 1906. In 1907 moest het werk aan de censor worden voorgelegd. De componist stief in 1908 zonder het werk gezien te hebben omdat de censor het werk aanvankelijk afkeurde. Pas in 1909 was men akkoord met het libretto na enkele wijzigingen. De Première was op 17 oktober 1909 in Moskou.

Terug naar het begin
Het libretto van de Gouden Haan is geschreven door Vladimir Belski. De Düsseldorfer Symfoniker en het koor van de ‘Oper am Rhein’ stonden onder leiding van dirigent Kimbo Ishii. De enscenering was van Dmitry Bertman.

Satiregouden-haan-1
Waar gaar deze opera over? Tsaar Dodon en zijn zonen Guidon en Afron zitten in de enscenering van Dmitry Bertman in een grote badkuip om te overleggen hoe zij een oplossing kunnen vinden om vijandelijke legers buiten hun grenzen te houden. Dat gaat niet best. Een astroloog meldt zich. Hij wil Dodon een haan schenken die waarschuwt wanneer er dreiging is afkomstig van een vijandelijk leger. Als beloning voor de geschonken vogel wil de astroloog straks een wens in vervulling zien gaan. De haan kraait: er is gevaar. Nu blijkt dat de zonen van Dodon niet in het leger willen maar Dodon eist dat ze naar het front vertrekken. De haan stelt daarna iedereen weer gerust en zegt dat men rustig kan gaan slapen.

Het duurt niet lang of de haan kraait weer. Het volk zingt: ‘ Onze heerser slaapt. Wat doen we?’ Generaal Polkan waarschuwt dat het leger verslagen dreigt te worden. Dodon wordt wakker en besluit nu zelf ten strijde te trekken nu er berichten komen dat men de oorlog dreigt te verliezen. Zijn zonen moeten hulp krijgen in de strijd. Dodon vraagt om zijn te kleine helm, zijn verroeste schild en zijn te zware zwaard en constateert bovendien dat hij te weinig pijlen heeft. Nu de haan weer kraait gaat men naar het slagveld tot groot enthousiasme van het volk. De tsaar vindt daar zijn twee dode zonen en ook veel andere lijken. Dodon ziet op een afstandje een tent en vermoedt dat daar de vijand in zit. Hij laat op de tent vuren.
Er komt een vrouw te voorschijn die Dodon zeer aantrekkelijk vindt. Zij is koningin Sjemachan. Zij wil zonder leger maar met behulp van haar schoonheid het land van de Tsaar veroveren. Dodon kan dit niet geloven.
gouden-haan-2 Veldheer Polkan laat merken de koningin erg aantrekkelijk te vinden en wordt daarom door Dodon weggestuurd. De koningin begint aan een verleidingspoging om Dodon in haar macht te krijgen. De  Koningin: ‘Je kent me alleen met mijn kleren aan maar …….’ Ze brengt Dodon het hoofd op hol en maakt hem gelijktijdig belachelijk. Hij moet voor haar zingen en dansen maar kan er niets van. Hij zingt op verzoek een paar onzinnige regels en maakt een belachelijk dansje. Hij is bereid zichzelf en zijn rijk weg te schenken aan de verleidelijke koningin. Bovendien is hij op verzoek van de koningin bereid zijn veldheer te laten onthoofden.
Vervolgens vertrekt het paar, met veel pracht en praal, naar de hoofdstad. Het volk krijgt valse informatie over het verloop van de oorlog en het lot van de twee zonen van Dodon. Het huwelijksfeest van Dodon en de koningin wordt geopend met een orkestraal stuk maar wordt verstoord door de Astroloog die zijn beloning voor die fantastische haan opeist. Hij wil de bruid van Dodon. Dodon ontsteekt in woede. Een dergelijke beloning is ongehoord.  Omstanders bemoeien zich er mee en Dodon doodt de Astroloog. Hij krijgt wroeging en vraagt zich af of een moord op een huwelijksdag ongeluk brengt.  De koningin heeft er geen moeite mee want zij vindt dat een onderdaan die haar niet bevalt uit de weg moet worden geruimd. Dodon denkt met een kus troost bij de koningin te vinden. Zij weigert zijn omarming echter te beantwoorden. De Gouden Haan laat het er niet bij zitten en doodt op zijn beurt Dodon. Einde verhaal!
Plotseling lijkt de koningin verdwenen. De opera eindigt met een epiloog.
De Astroloog en de koningin staan weer op het podium alsof ze niet weg zijn geweest De Astroloog richt zich tot het publiek in de zaal en zegt dat hij en de koningin werkelijk levenden zijn en al het andere slechts een fantasie is.

Uitvoering
De presentatie van de opera in Düsseldorf mocht er zijn. Er werd goed gemusiceerd door orkest en koor en de meeste solisten voldeden ruimschoots met als uitblinker de Russische bas Boris Statsenko. Hij had de stem die je  verwacht van een Russische tsaar. Goed volume en donker getimbreerd. Als acteur was hij ook goed. Hij had de lastige maar tegelijk dankbare rol die in een satire bepaalt of men gelooft in het sprookje. Een sprookje moet immers ook geloofwaardig zijn. Waar dus, maar niet waar zoals het waar is dat één en één twee is.
Zijn tegenspeler was de jonge Russische sopraan Antonia Vesenina als Koningin van Sjemacha. Zij werd in een Duitse krant afgeschilderd als de Anna Netrebko uit vroegere Kirov dagen. Typisch dat juist haar zang me op den duur irriteerde.  Ik vond haar bijna monotoon zingen met weinig klankkleur. De verveling sloeg bij mij toe tijdens de lange verleidingsscene toen ze Dodon het hof maakte.
Sami Luttinens, bas-bariton, als de alcohol drinkende generaal Polkan, trad zeer succesvol op. De rol van de Astroloog is geschreven voor een hoge tenor. Cornel Frey verraste met een opmerkelijke voordracht en kreeg de sympathie van het publiek. En de magische Gouden Haan? Die verscheen in haar goudkleurig kostuum met een stevige hanenkam en uitgespreide veren meer dan eens op de balkons om luid kraaiend de tsaar tijdig te wekken voor dreigend gevaar.
De muziek van de componist Rimski-Korsakov ken ik vrij goed. Hij componeerde voor de ‘Gouden Haan’ prachtige orkestmuziek, sprankelende, vaak exotische muziek die ieder personage uitvoerig karakteriseert. De steeds terugkerende chromatische melodie van de koningin wordt door de zachte lage strijkers en houtblazers gedomineerd en de muziek van de Astroloog wordt door de exotische klank van de celesta gekarakteriseerd. De Gouden Haan is gekoppeld aan schrille koperblazers en trompetten. De kleine partij van de haan moet volgens de componist worden bezet met een metaalachtige glanzende sopraanstem. Die stem was van Monika Rydz.

Regisseur Dmitry Bertman had nog een interessante visie op het drietal de Gouden Haan, de koningin van Schemacha en de Astroloog. Bertman: ‘ Zij staan heel anders in de opera dan de tsaar en zijn zonen. De drie vertellen hun geschiedenis met het doel de domheid, ijdelheid van Dodon ter discussie te stellen. Ze tonen aan hoe oorlogsblind Dodon is als hij zich een gouden haan als een militair waarschuwingssysteem laat aanpraten.’ Vermoedelijk is Bertman’s visie een verwijzing naar de falende leiders van Rusland in de hiervoor vermelde oorlog tussen Rusland en Japan. Waar een haan al niet voor dient! Mooie opera!

simon-bocc-1 Simon Boccanegra zag ik voor het laatst in 1989 in de opera van Antwerpen. Veel herinner ik me er niet meer van. De opera liet toen geen grote indruk bij mij achter. Merkwaardig, want nu nog spreekt men in Vlaanderen over een succesvolle uitvoering waarin niemand minder dan José van Dam de hoofdrol speelde. Nog nooit kocht ik een cd of dvd opname  van dit werk en dat zegt genoeg over mijn minimale interesse. Maar op woensdag 8 februari jl. ging ik echter voor deze weinig opgevoerde en miskende opera door de knieën. Al vanaf het eerste moment, toen ik de eerste tonen hoorde van de misschien wel somberste partituur van het oeuvre van Verdi, voelde ik mijn liefde voor de Italiaanse componist opflikkeren. Ik wist: het wordt een geweldige opera-avond. En dat werd het ook. Er stond een prachtige cast op de planken en het uitstekende Symfonisch Orkest van Vlaanderen liet diepe orkestrale klanken horen onder leiding van de bekwame Duits-Engelse dirigent Alexander Joel. Vier donkere mannenstemmen, een tenor en een sopraan zongen de sterren van de hemel en voerden samen met een geweldig zingend koor een schouwspel op dat tot het einde boeide.

Imago
Het gecompliceerde libretto, dat bestaat uit een proloog en drie akten, was 24 jaar na de première in 1857 bewerkt door Verdi en Boito. En dus kwam er een tweede première in de Scala van Milaan in 1881. Deze verbeterde, tweede versie van het werk werd ook in Antwerpen gespeeld in een zaal die niet geheel uitverkocht was. Wellicht is het saaie en monotone imago van Simon Boccanegra daar debet aan.  Daarmee miskent men echter de enorme dramatische kracht van het werk. Men herkent in de motieven al een structuur die men later zal aantreffen bij Don Carlos en Otello en die tevens herinnert aan Macbeth.
Al deze Verdiwerken gaan over macht en haast vanzelfsprekend ook over de liefde, want Verdi verstrengelt dikwijls politieke conflicten met gecompliceerde, door jaloezie, wraak, aanzien en macht uit de hand gelopen liefdesrelaties. In essentie gaat deze opera over het verwerven van macht en de daarbij horende intriges en verraad in de stadsstaat Genua. Rivaliserende Plebejers en Patriciërs staan daar tegenover elkaar.

lsimon-bocca-2 Vergiftiging
In de loop van de 14e eeuw is de ex-zeerover Simon Boccanegra tegen zijn wil op de troon gekomen als Doge van Genua, dankzij de plebejer Paolo. Hij heeft Simon er van overtuigd dat hij bij aanvaarding van het ambt zal kunnen huwen met de dochter van zijn aartsvijand Jacopo Fiesco, Maria. Bij deze vrouw heeft hij, voor er sprake was van een huwelijk, een dochter verwekt die eveneens de naam Maria draagt maar die verder door het leven zal gaan als Amelia. Boccanegra is nu de Doge van Genua en verkeert vanaf dat moment onophoudelijk in een staat van vertwijfeling door onverwachte, politieke en private gebeurtenissen. Bovendien is hij door de acceptatie van de hulp van de corrupte Paolo aan hem schatplichtig geworden. En dat zal hij merken ook. Hij zal door diens toedoen door vergiftiging om het leven komen.
Simon heeft het verre van gemakkelijk. Je ziet hem onrustig achter zijn bureau zitten en in de raadzaal van het Palazzo degli Abatide tracht hij senatoren er toe te bewegen vrede met Venetië te sluiten, hetgeen mislukt. Er zijn nog meer problemen. Een oproer van het volk dat roept ‘dood aan Boccanegra ‘ moet hij  beteugelen. Daarom besluit hij het volk toe te laten tot de senaat, dat daarna  roept: ‘leve de Doge.’ Hij hoort de klachten van het volk aan, ondertussen is  er op straat ook tumult ontstaan. De aanstichter daarvan is Simon’s vertrouweling Paolo die daarna een Judasrol speelt tijdens een avondmaal waarin Boccanegra een indrukwekkende toespraak houdt om de gemoederen te bedaren. Dat de patriciër Gabrielle en Amelia inmiddels hevig verliefd zijn op elkaar maakt het voor de doge steeds moeilijker. Moet hij de wens van zijn dochter inwilligen om haar hand te schenken aan een van zijn vijanden. Moet hij straffen of vergeven? Hij stemt tenslotte na een hevige woordenwisseling toe in het huwelijk mits Gabrielle zijn verleden afzweert. Gabrielle doet dat en kiest vanaf dat moment de kant van de doge. Simon Boccanegra die verzoenend van aard is en al eens een oproep deed aan de Patriciërs en Plebejers om zich te verzoenen doet dat ook in de finale van de opera met succes aan Fiesco nadat duidelijk is geworden dat hij de vader is van Amelia en Fiesco haar grootvader. Het gifdrankje dat Paolo voor de Doge bereidde heeft inmiddels zijn werk gedan. Net voor hij sterft laat Simon Boccanegra het volk weten dat de nieuwe doge Gabrielle Adorno zal zijn. Het publiek ziet onmiddellijk dat het nieuwe staatshoofd in een snel tempo een aantal decreten ondertekent. Waar hebben we dat ook al weer meer gezien?

simon-bocca-3 Draaiend podium
Verdi’s Simon Boccanegra staat voor het universele dilemma waarmee elke machthebber te maken krijgt: hoe kan je met hetzelfde gezicht macht uitstralen en tegelijk je eenzaamheid en vertwijfeling verbergen? Het antwoord daarop moest worden gegeven door de jonge Duitse regisseur David Hermann en de Italiaanse bariton Nicola Alaimo die de titelrol vertolkte. Alaimo is momenteel een veel gevraagde jonge bariton die furore maakt met Verdi- en Rossini-rollen. Het werk van Hermann kan men tegenwoordig in grote operahuizen bewonderen. Beiden slaagden er in om een dergelijk karakter als hiervoor geschetst uit te beelden en het heroïeke van de Verdimuziek over te brengen. De dialogen van Boccanegra met zijn dochter Amelia, vertolkt door de uitstekende, krachtig zingende, Griekse sopraan Myrto Papatanasia werden met grote dramatiek en felheid voor het voetlicht gebracht. Dat gold ook voor de met emotie vertolkte duetten met zijn opvolger Gabriele Adorno, gezongen door de Oezbeekse tenor Majmiddin Mavlyanov.  Hij toonde zich in zijn spel en zang een niet aflatend verliefde man die tot het uiterste wilde gaan om de doge te vermoorden tot dat hij begreep dat zijn geliefde Amelia niet de minnares maar de dochter was van de doge. Gezim Myshketa maakte zijn roldebuut als de onbetrouwbare Paola die zelfs een ontvoering van Amelia in scène zette omdat hij haar begeerde en vermoedde dat de doge haar minnaar was. Zijn ontmaskering tijdens ‘het laatste avondmaal’ speelde hij uitstekend. Ook zijn bariton kwam evenals die van de andere zangers luid en goed gearticuleerd over. De

Liang Li als Jacopo Fiesco

Liang Li als Jacopo Fiesco

Chinese bas overtuigde als de door de doge gehate Jacopo Fiesco. Solisten en koor waren goed op elkaar ingezongen. Het fragmentarisch verhaal van Simon Boccanegra kwam vloeiend over door  gebruik te maken van een draaiend podium waardoor de scènes zich gemakkelijk verplaatsten van een woonruimte naar een kantoor of zuilengalerij. Door met het decor te manipuleren kregen de decorstukken soms een symbolische betekenis. Zo kon je aan een  toneelbeeld zien dat met name de Doge regelmatig in het nauw zat wanneer de wanden van zijn vertrek zich nauw om hem sloten. De toneelbeelden zagen er goed uit en de fraaie passende belichting maakte de voorstelling soms onheilspellend spannend. Een bezoek aan deze opera is beslist een aanrader!

Tot en met 21 februari kunt u de opera Simon Boccanegra nog zien in de Opera van Antwerpen. In Gent kunt u voor deze opera terecht van 1 maart tot en met 9 maart. Raadpleeg de website www.nationaleopera/ballet/be

romeo-5 Zondag 29 januari was ik bij de vertoning van de super romantische opera van Roméo et Juliette in de Pathébioscoop. Het is de negende opera van een reeks van twaalf van de componist Charles Gounod (1818-1893). Gounod, liefhebber van de Italiaanse kerkmuziek muziek van Palestrina, componeerde niet alleen opera’s maar eveneens religieuze muziek waaronder zestien missen. Tijdens het openingskoor van Roméo et Juliette was dat hoorbaar toen de zangers een als het ware plaatsvervangende ouverture zongen over wat zich tijdens de opera zou afspelen. Grote passies lagen op dat moment nog in het verschiet. De vonken zouden er vanaf spatten!

Passies
De twee hoofdrolspelers de Italiaanse 40 jarige tenor Vittorio Grigolo met zijn filmsterrenlook en de 45 jarige Duitse stersopraan Diana Damrau, waren na afloop zo overtuigd van hun succes dat aan hun buigingen een gepassioneerde omhelzing vooraf ging die leek op de voortzetting van de opera. Het publiek bevestigde hun succes met een ovationeel applaus.

Behalve de première in Parijs in 1867, is Roméo et Juliette door de tijd heen een groot succes geweest in navolging van Gounod’s opera’s Faust in 1859 en Mireille in 1864.

Roméo en Juliette is een bijzonder interessante opera omdat twee wezenlijke elementen van dit werk elkaar doorkruisen. Ten eerste, de vijandige sfeer door de bestaande vete tussen de familie Montecchi en de familie Capuletti en ten tweede, de onstuimige, gepassioneerde liefde tussen Roméo Montecchi en Juliette Capuletti. Verzoening tussen de families in Verona blijkt onmogelijk. Uit het libretto van Jules Barbier en Michel Carré Barbier, vervaardigd naar aanleiding van het gelijknamige toneelstuk van William Shakespeare, blijkt niet wat de oorzaak van de wederzijdse haat is die tot een ware tragedie leidt. Roméo en Juliette kiezen in een onbewaakt moment voor elkaar. Onvoorwaardelijk, dwars tegen de bestaande en volgens vaste patronen verlopende familietradities in. Ze trouwen in het geheim met de hulp van Frère Laurent, fraai vertolkt door Mikhail Petrenko, terwijl Juliettes’s hand door vader Capuletti voordien al is beloofd aan Graaf Paris. Het gevolg is dat de liefde van de twee geliefden geen enkele kans krijgt. Zij verliezen het gevecht met de families. Roméo en Juliette zullen hun onvoorwaardelijke liefde voor elkaar met zelfmoord bekopen.

Ontroering

romeo-6In 2014 zag ik al een productie van de Met die in 2007 in première ging met Roberto Alagna en Anna Netrebko. En ook een uitvoering met de toen nog in topvorm verkerende Rolando Villazon en de zeer jonge Japanse sopraan Nino Maichadze was me niet ontgaan. Het waren uitvoeringen die me beide ontroerden. Die ontroering miste ik afgelopen zondag. Ik moest heel lang nadenken wat daarvan de oorzaak was. Aan de orkestratie van dit door en door Franse werk lag het niet. Het orkest van de Met onder leiding van dirigent Gianandrea Noseda speelde zoals meestal voortreffelijk. Ook deze nieuwe productie van Bartlett Sher gaf geen aanleiding om me unhappy te voelen. Van enige vorm van modernisme was geen sprake. Ik had zelfs het gevoel dat de monumentale decors van Michael Yeargang pasten in het beeld dat ik heb van gebouwen uit de 18e eeuw. De kleding was kleurrijk en de toneelbeelden zagen er goed uit.

Wat ik dan miste? Laat ik vooropstellen dat ik erg enthousiast was over het optreden van Vittorio Grigolo. Hij heeft een prachtige stem geschikt voor lyrische scènes, maar ook wanneer hij zijn stembanden moet inzetten om krachtig over te komen ondervindt hij geen enkel probleem. Fysiek is hij sterk, beweegt soepel over het podium en is zelfs in staat om in een pilaar te klauteren om al zingend de op een balkon staande Juliette even te kunnen aanraken en om vervolgens met een flinke sprong heelhuids op de vloer te belanden. Hij is het type man dat voor menig vrouw begerenswaardig is. Niets dan lof voor deze uitstekende acteur die ik een wat jonger ogende vrouw had toegewenst. Op Diana Damrau’s zang was niets aan te merken. Alle glissando momenten, thrillers en coloraturen lukten feilloos en ze zette zich tomeloos in om er een goede acteerprestatie aan te koppelen. Maar toch…..Ik mistte de onbekommerde spontaniteit van Netrebko en de jeugdige uitstraling van Nino Maichadze. Juliette is een jong meisje van veertien, een echte puber dat hopeloos verliefd is. Damrau beschikte absoluut over de passie, de gebaren, de bewegingen en gezichtsuitdrukkingen die bij deze rol passen maar ze oogde niet als zo’n wezentje dat voor het eerst de kriebels in haar buik voelde. Dat kwam vooral aan het licht wanneer de camera het paar inzoomde tijdens de vier prachtige liefdesduetten. Ik kreeg steeds het gevoel dat Roméo een heel stuk jonger was dan Juliette. Die duetten zongen ze unosono. Prachtig, maar ik werd geen moment ontroerd.

romeo-20Schijndood
Dat werd ik wel toen Damrau echt het beste uit zichzelf haalde. Tijdens de scène waarin Juliette een gifdrankje kreeg aangereikt door de priester Frère Laurent om te voorkomen dat ze tegen haar wil moest huwen met graaf Paris, liet de zangeres zien te beschikken over groot acteertalent. Tijdens de eenzaamheid van dat moment voltrekt zich haar lot en aanvaardt ze de verschrikking van de schijndood. Ze handelt even aarzelend, maar onmiddellijk daarna vastberaden en sluw. Vol overgave slokt ze het gifdrankje naar binnen. Ze zong en acteerde de daarbij horende aria fenomenaal en kreeg daarvoor een langdurig en welverdiend applaus.

Er waren veel hoogtepunten zoals het lange melodieuze liefdesduet, een specialiteit van Gounod, van het over de oren verliefde stel tijdens hun geheime liefdesnacht.

Om beurt denken de jonge echtgenoten daarbij steeds de leeuwerik te horen die de dageraad aankondigt, het ogenblik dat ze afscheid moeten nemen om niet betrapt te worden. In het zorgvuldig opgebouwde liefdesduet vinden Roméo en Juliette elkaar fysiek en muzikaal. De bijrollen werden bevredigend gezongen. Vooral  Elliot  Madore als Mercutio verdient een extra pluim evenals zoals hiervoor al gemeld Mikhail Petrenko.

Opmerkelijk waren de goed ingestudeerde vechtpartijen tussen de  knokploegen van de twee rivaliserende families. Er vielen wel tenminste twee doden. Ik beleefde een middag met mooie muziek, een hoop liefdes-ellende en een paar knokpartijen. Een mooie middag met als bijkomstige bijzonderheid dat ik even de heer Trump kon vergeten!

nina Op donderdag 19 januari  jl. zag ik in het wijkgebouw MFA De Symfonie  in Tilburg op een groot filmdoek de dvd opname  van de opera Nina (1789) van de Italiaanse componist Giovanni Paisiello (1741-1786).

Het was lang geleden dat ik naar Tilburg Noord ging. Een goede reden om opnieuw te ervaren dat er een trouw publiek is van mensen die elkaar kennen en die vooral geïnteresseerd zijn in het overwegend Italiaanse repertoire dat elke vierde donderdag van de maand op het programma staat.

Trauma
De opera Nina was een voor mij totaal onbekend werk. Omdat  het werk in het bekende operahuis  van Zürich was opgenomen en twee aansprekende solisten de hoofdrol speelden was mijn nieuwsgierigheid gewekt. Zeventig operaliefhebbers  deelden deze nieuwsgierigheid. Zeker, de muziek was heel toegankelijk maar Paisiello’s werk zal ik nooit tot mijn favoriete opera’s rekenen. Het plot spreekt mij niet aan. Het is een flutverhaaltje. Om kort te zijn: Nina, de dochter van een graaf heeft haar verstand verloren omdat haar vader haar hand schonk aan een rijke man terwijl zij hevig verliefd was op een zekere Lindoro, die tijdens een gevecht met een rivaal zwaar gewond raakt. Lindoro, badend in het bloed, was het beeld dat op Nina’s netvlies gegrift stond, met als resultaat een blijvend trauma. Nina verbeeldt zich dat haar vriend op reis is maar wel terug zal komen. Elke avond gaat ze naar een bos om hem daar op te wachten. De verhouding met haar vader is ook niet wat het moet zijn. Tijdens de spaarzame ontmoetingen kent ze hem niet eens meer. Ook Lindoro’s naam is ze vergeten. In het tweede bedrijf verschijnt  haar minnaar  maar wordt door Nina niet herkend. Vrienden en omstanders doen talloze pogingen om herinneringen bij de psychisch verwarde vrouw  tot leven te brengen maar het is tevergeefs. In de finale van de opera valt ze na een hallucinatie dood neer.

Twee operasterren
De rol van Nina werd vertolkt door de mezzosopraan Cecilia Bartoli.  Mijn belangstelling voor deze diva is de laatste jaren aardig getemperd omdat ik de honderden colloraturen en trillers die ze produceert tijdens de aria’s uit haar repertoire niet meer wilde horen. Ik moet onmiddellijk toegeven dat ze ditmaal haar versieringen beperkt hield en trachtte een geloofwaardige vrouw neer te zetten die lijdt aan wanen. Fysiek deed ze dat zo fantastisch waarbij ze nog net aan overacting ontsnapte. Muzikaal was ze in topvorm. Hoge en lage tonen allemaal even zuiver.

nina-2 De grootste verrassing was voor mij dat de rol van Lindoro die werd gezongen door de inmiddels beroemde Jonas Kaufmann. Deze Duitse tenor, die veel Wagner en Verdi zingt, zag ik nu in een onbekend werk in een opera waar je beslist geen furore mee maakt. Maar het verrassende was dat de opname al 15 jaar oud was en het publiek een jonge Kaufmann hoorde wiens stem een stuk minder donker getimbreerd was als tegenwoordig het geval is. Hij was uitstekend bij stem en klonk  fris en fruitig, heel geschikt voor belcantozang. De niet zo lastige  rol van Susanna, Nina’s gouvernante, werd gezongen door de goed klinkende sopraan Juliette Galstian. Het braaf zingende koor dat de bevolking van het platte land  vertegenwoordigde en het orkest van de opera van Zürich stonden onder leiding van Adam Fischer.

Het toneelbeeld was eenvoudig . Het bestond uit een grote ruimte met ramen en een trap in een landhuis dat aan de vader van Nina toebehoorde.

De gang naar Tilburg noord is me goed bevallen mede door de relaxte sfeer en de gezellige nazit. Het enige smetje was dat er bij de geluidsweergave sprake was van een akoestisch probleem waardoor de muziek te ruimtelijk overkwam. Ik kom zeker nog eens terug.