Feeds:
Berichten
Reacties

le-nozze-11Dinsdag 29  november jl. zag ik Le nozze di Figaro van W.A. Mozart in de schouwburg van Tilburg. Ik trof bij aankomst een volle zaal aan met relatief veel jonge mensen die zich uitten alsof ze een popconcert bijwoonden. Na Iedere aria of ensemble slingerden ze een aantal kreten begeleid door lachsalvo’s naar de acteurs. Was de opera buffa dan ook zo grappig? Ik herinner me uit mijn jonge jaren dat ik het werk van Mozart geweldig vond vanwege de prachtige aria’s die me deden vermoeden dat de protagonisten er hun gevoelens over de liefde er de vrije loop konden laten gaan. Wat mij in deze opera zo tegenstond waren de talloze listigheden, persoonsverwisselingen en snelle verkleedpartijen die het libretto zo ingewikkeld maakten dat ik aan het einde van de opera alleen maar wist dat het hele gezelschap de overspelige graaf Almaviva een lesje had geleerd dat hem er toe bracht zijn echtgenote om vergeving te vragen. Aan dat verzoek voldeed ze graag!

Poppenkast
Het libretto van Lorenzo da Ponte is geschreven naar het toneelstuk ‘Le mariage de Figaro’(1784) van Caron de Beaumarchais. De première onder leiding van de componist was op 1 mei 1786 in het Burgtheater te Wenen. Het heeft in deze opera heel wat voeten in de aarde voordat Susanna en Figaro in het huwelijk treden. Dat gebeurt pas tegen het einde van de opera. Voordat het zover is spelen zich merkwaardige tonelen af vol leugens en list. Dat gebeurde bij opera Zuid voornamelijk in een soort houten poppenkast van twee etages waar graaf en gravin Almaviva met hun personeel woonden. Al snel blijkt dat de graaf een rokkenjager is en hij heeft het voorzien op het kamermeisje Susanna die met kamenier Figaro wil trouwen. Almaviva wil terugkomen op een afgeschaft recht dat in adellijke kringen bestond, daarbij was het de gewoonte dat de heer des huizes het recht opeist om ‘de eerste nacht ’ (jus primae noctis) met een vrouwelijke bediende, die op het punt staat te huwen door te brengen. Van dit recht deed de adel in Frankrijk eind 18e eeuw wel formeel afstand maar de graaf wilde met Susanna toch graag nog een intiem rendez-vous. Figaro wil dat voorkomen en zal in de finale van de opera de graaf samen met Susanna en de gravin een lesje leren. In deze opera is sprake van een relatiecarrousel die steeds tot de vraag leidt: wie is wie? Wel spannend!
De dirigent Arjen Tien beschikte over een cast van maar liefst elf protagonisten die allen door gecompliceerde verhoudingen op elkaar betrokken zijn bij deze klucht. Niemand kan echt een hoofdrol voor zich opeisen al zijn Suzanna, Figaro, de gravin, de graaf en Cherubino wel dominant aanwezig. Iedere personage krijgt van Mozart de gelegenheid om zijn gevoelens te uiten via cavatina’s. De verbondenheid tussen de personages krijgt in deze opera nadrukkelijk gestalte door de duetten, terzetten en kwartetten (de ensemblezang). Opvallend is dat Mozart in deze opera buffa in tegenstelling tot zijn opera seria’s de handeling tijdens het zingen van een aria laat doorlopen.
le-nozze-12  Protagonisten
De rol van graaf Almaviva werd vertolkt door de matig overtuigende bariton Rubin Plantinga. Hij speelt een gefrustreerde man die er voortdurend op uit is om jonge vrouwen te veroveren. Wanneer hij ten onrechte vermoedt dat zijn echtgenote hem ontrouw is, blijkt hij zijn jaloerse gevoelens niet te kunnen onderdrukken. Graaf Almaviva krijgt het dan verschrikkelijk moeilijk. Hij gelooft dat iedereen tegen hem is. Dat laat hij horen in de 3e akte in zijn aria: ‘Hai gia vinto la causa!’  De gravin beseft dat de gelukkigste tijd van haar huwelijk voorbij is. De goed zingende Griekse sopraan Anna Stylanaki getuigt daarvan in de beroemde aria ‘Porgi, amor.’  Zij weet van Susanna dat haar echtgenoot Susanna geld wil geven in ruil voor haar gunsten. Omdat haar echtgenoot een jaloerse man is en haar zal verdenken van ontrouw wanneer zij alleen wordt aangetroffen met iemand van het andere geslacht, wil zij hem met Susanna een lesje geven door hem te betrappen op zijn overspelige verlangens. Daarom doet zij mee aan een verkleedpartij om hem in een val te laten lopen. In de 3e akte vraagt ze zich in de aria: ‘E Susanna non Vien ’ af of ze aan die valstrik wel mee mag doen. Gelijktijdig hoopt ze dat de graaf zich weer met haar verzoent.
Klasse bewustzijn
De rol van Figaro is een interessante. Hij is immers de rivaal van de graaf. Bovendien speelt bij hem het politieke klassenbewustzijn van zijn opponent een rol. In de beginfase van de opera spot Figaro heel duidelijk met het feodale recht, tijdens een dialoog met Susanna. Ook in de 2e akte komt hij erop terug tijdens een gesprek met Susanna en de gravin. De Nederlandse bariton Martijn Sanders verving Nikos Kotenidis, en vulde de rol van Figaro goed in.
De rol van Susanna werd op de planken gezet door de Russische sopraan Anna Emelianova. Zij is de persoon die de touwtjes in handen heeft.  Met lieftalligheid, list en energie lost ze problemen op, ze verovert de man die ze wenst en geeft niet toe aan de avances van de graaf.

Stefan Stoll en Mianda van Kralingen als Bartolo en Marcelina

Stefan Stoll en Mianda van Kralingen als Bartolo en Marcelina

De zangerscast was van wisselende kwaliteit. Op zich geen wonder, want opera Zuid biedt een podium aan jonge zangers die nog veel ervaring op moeten doen. Tot de beste acteurs van deze uitvoering behoorden het oudere koppel Stefan Stoll en de afscheidnemende Miranda van Kralingen, respectievelijk als Bartolo en Marcelina.
Modern was het vanavond niet. Alle gebaande wegen werden betreden. Ik ervoer weinig diepgang. Zo nu en dan had ik het gevoel dat alles in deze opera voorspelbaar was en maar voort kabbelde zonder tot echte hoogtepunten te komen waarvoor je op het puntje van je stoel gaat zitten. Ik heb me zeker vermaakt en was eigenlijk vooral enthousiast over de bezetting van de zaal door de jonge mensen die na afloop de cast toejuichten. Dat gebeurt lang niet altijd.

the-bolshois-eugene-onegi-006 Een deel van de honderd operaliefhebbers die een van bekendste opera’s van Pjöter Iljits Tsjaikovski (1840-1893) in het CC Jan van Besouw in Goirle op 15 november bezochten, voelde zich tot de pauze niet op hun gemak. De voorstelling beantwoordde niet aan hun verwachtingen. Het commentaar was veelal: ‘ Ik moet aan deze muziek wennen, de beelden zijn te rommelig, ik heb er hoofdpijn van, de spanning ontbreekt en er is sprake van overacting. Ik kon me in hun opmerkingen niet vinden. Zelf was ik enthousiast over deze nieuwe productie uit 2008 die de 60 jaar oude uit 1944 verving. Na afloop dacht men er wat anders over. De meeste critici: “Na de pauze heb ik toch genoten van de opera.

Introvert en verlegen
Ik ken de opera goed, heb voorstellingen gezien in Amsterdam, Parijs en diverse dvd opnamen. Herinneringen zijn niet altijd betrouwbaar maar ik meen toch dat ik nog nooit zoveel emotie en melancholie zag als in deze Eugene Onegin. De gevoelens en gedachten die zich afspelen in het brein van de belangrijkste protagonist, het jonge meisje Tatjana, komen dank zij het libretto vanzelfsprekend voor het voetlicht, maar de creatieve vondsten  van regisseur Dmitri Tcherniakov speelden daarbij een grote rol. Tatjana is afkomstig uit de wereld van de grootgrondbezitters. Ze is introvert en verlegen, haar innerlijke leefwereld wordt bepaald door de provinciale omgeving waarin ze woont, ze houdt van lezen en verlangt naar een andere wereld. Zij valt als een blok voor Eugene Onegin omdat die representatief is voor de door haar verlangde wereld. De dramatische sopraan was een ideale Tatiana Monogarova. Ze zong intens haar tekst en presenteerde zich zodanig in houding en gebaar waardoor nog duidelijker aan het licht kwam wat zich in haar brein afspeelde. Vooral tijdens de briefscène van het eerste bedrijf kwamen daardoor de super romantische ideeën van Tatjana, opgedaan in de boeken die ze las, door de vrijmoedige, felle en fysieke uitingen van de zangeres duidelijk over. Aanvankelijk zong Monogarova op lyrische wijze maar vooral in de laatste scène toen Tatiana besloot om haar gemaal Prince Gremin trouw te blijven, ondanks haar teruggekeerde, fel oplaaiende passie voor haar jeugdliefde, kwam ook haar dramatische acteertalent sterk naar voren.

Arrogante man
Tegenspeler Eugene Onegin werd vertolkt door de altijd goed zingende bariton Marius Kwiecien. Hij verbeeldt een arrogante man die gewend is aan het stadsleven en uit een opwindende wereld komt. Hij brengt het hoofd van het jonge meisje Tatjana op hol, geeft haar een lesje door haar emancipatorisch gedrag te bekritiseren, brengt zijn vriend Lensky in een vuurgevecht om het leven, reist vervolgens de wereld rond om tenslotte met spijt te constateren dat hij Tatjana in haar jeugdjaren onheus tegemoet trad en dat hij nu met haar de verloren tijd wil inhalen.
De opera draait eigenlijk om die twee personen, Eugene Onegin en Tatjana en hun onvermogen elkaar lief te hebben.
Het verhaal van Poesjkin (1799-1837) bevatte alle elementen voor een lyrisch muziekdrama dat geen moment aan kracht inboet. Tsjaikovski had duidelijk mededogen met de ontluikende seksualiteit van de jonge vrouw en haar verlangen naar de oudere, meer volwassen Onegin.
De opera is een psychologisch, burgerlijk drama. Voor Rusland was dat iets nieuws. Vóór Tsjaikowski deed nog niemand dat. Het werk werd in 1879 in Moskou niet echt goed ontvangen, maar vijf jaar later in Sint-Petersburg wel en  terecht gezien als een Russi­sche klassieker.

Peter I.Tsjaikovski

Peter I.Tsjaikovski

 Weergaloze bas
Eugene Onegin werd door de componist speciaal gecomponeerd voor het Bolshoi theater. De opera is zeer melodisch en wordt door velen gezien als een romantische Russische opera. De muziek lijkt aanvankelijk wat simpel maar naarmate het stuk voortduurt, wordt die complexer. In de eerste acte lijkt ze soms op kamermuziek. Tsjaikowski schreef ook een prachtige aria voor de dichter Vladimir Lensky, wanneer hij voorvoelt dat hij het duel met Onegin niet zal overleven en afscheid neemt van zijn flirtige vriendin Olga. In deze uitvoering werd de aria subliem vertolkt door de prachtig zingende tenor Andrey Duanev. De bas Anatolij Kotscherga zong op een weergaloze wijze in de finale de aria van Prince Germin, waarin deze getuigt gelukkig te zijn getrouwd met Tatjana. Tsjaikowski maakte in zijn opera ook ruimte voor typisch Russische koren. Volks en nostalgisch. Ze werden prachtig uitgevoerd. De jonge dirigent Alexander Vedernikov liet het orkest van het operahuis voortreffelijk spelen. Soms uitbundig tijdens de feesten dan weer fatalistisch wanneer het ging om de noodlottige gebeurtenissen. De voorstelling speelt zich af in een grote kamer met een centraal gelegen tafel meestal voorstellende een ontvangstkamer van de familie Larina en in de finale een groot vertrek in het paleis of wat daar voor moet doorgaan van prins Gremin. Voor het eerst zag ik dat het duel tussen Lenski en Onegin zich afspelen in een huiskamer in plaats van in een openveld dat bedekt was met sneeuw.

eugene-onegin-1 Palais Garnier
Het libretto is geschreven door de componist. De opera ging in première in 1879 in het Bolshoi theater in Moskou. In 1944, notabene midden in de 2e wereldoorlog, zette men in Moskou een heel rijke productie van deze opera die door Tsjaikovski werd gecomponeerd naar een roman van de beroemde Russische schrijver Poesjkin. Deze productie hield tot ieders verbazing 60 jaar stand. In 2008 kon het Bolshoi Theater de wereld laten weten dat er een nieuwe Eugene Onegin was gecreëerd  van de hand van Dmitri Tcherniakov. In datzelfde jaar zag ik de uitvoering in Palais Garnier in Parijs. Een ongelukkige plaats in dat operahuis belette me goed zicht te krijgen op het podium en ook waren er geluidsproblemen in de kleine loge. Teleurgesteld verliet ik het operagebouw. Tot mijn verbazing zag ik twee dagen later op de Franse muziekzender Mezzo de hele opera in volle glorie op het scherm verschijnen. Ik wist niet wat ik zag. Ik was gewonnen voor deze uitvoering en kocht direct de dvd toen die in de handel kwam. De kijkers in het Jan van Besouw hebben er nu van geprofiteerd want zij zagen een prachtig verfilmde opname waarin Tatjana zich manifesteert als een prachtvrouw die in deze opera centraal staat. De opera had m.i. beter haar naam kunnen dragen dan die van Onegin die in het drama van Poesjkin centraal staat.

norma-1-2016 Samen met 90 leden van Europaclub Nederland vertrok ik afgelopen zondag in een dubbeldekker naar Essen om de opera Norma te zien. Omdat je deze opera live niet zo dikwijls kunt zien, waren de verwachtingen van de reizigers dan ook hooggespannen. Gelukkig werden die ruimschoots ingelost.

Bellini’s meesterwerk werd gedurende de eerste helft van de 19e eeuw nauwelijks nog opgevoerd omdat veristische opera’s populair waren en belcanto opera’s not done. De Scala van Milaan, waar op 25 december 1831 de première van Norma was opgevoerd, zorgde midden jaren vijftig echter voor een succesvolle heropvoering mede door het optreden van de legendarische sopraan Maria Callas, die deze rol 89 keer zong.

Vincenzo Bellini

Vincenzo Bellini

 Meesterwerk

Niet alleen die 90 leden van de operaclub waren na afloop enthousiast over de kwaliteit van de uitvoering, ook de overige toeschouwers in de uitverkochte zaal. Daar was ook alle reden voor. Vooropgesteld: de opera Norma is een meesterwerk van Bellini (1801-1835) met prachtige, langdurig uitgesponnen melodieën, die grote emoties oproepen. De uitvoering vraagt om een uitstekend orkest, een gedisciplineerd koor en hoofdrolspelers die op verschillende niveaus goed met elkaar matchen. De titelrol van de opera Norma wordt als de zwaarste van het Italiaanse repertoire beschouwd. Van de protagonist wordt een groot empathisch vermogen verwacht want zij moet een priesteres van een onderdrukt volk uitbeelden, die een verboden liefde onderhoudt en bovendien moeder is van twee kinderen. De zangeres moet een grote persoonlijkheid zijn om de ambivalente gevoelens, het statische libretto van Felice Romano en de zware zangpartij alle hun gewicht te geven. Het Aalto-theater mocht zich gelukkig prijzen met de Italiaanse sopraan Katia Pellegrina in de rol van Norma en de Berlijnse mezzosopraan Bettina Ranch als Aldagisa. Beide dames droegen de voorstelling. Pellegrina kent de rol als geen ander. Ze heeft hem dikwijls gezongen. Ze zette Norma neer als een autoritaire vrouw die de Galliërs bij de hand neemt om hen te weerhouden een oorlog te beginnen, ze probeert grip te houden op Aldagisa die haar haar minnaar ontneemt,  vervolgens vergeeft ze haar en neemt uiteindelijk het besluit haar voornemen haar twee kinderen te doden, uit wraak ten opzichte van Pollione, niet uit te voeren. Het is nog al wat terwijl je bijna twee uur op het podium staat. Acterend maakte Pellegrina haar rol helemaal waar, zingend na de pauze ook. Toen klonken haar hoge noten steeds zuiver en wat minder schel dan in de eerste acte. Een wat donkerder randje aan haar zang zou haar presentatie net wat dramatischer hebben gemaakt. Ik ben nu eenmaal een Callasliefhebber die de rol donkerder kleurt dan bijvoorbeeld deze Pellegrina. Opvallend goed vertolkte zij de recitatieven. Die kregen bij Bellini een wat nieuwere vorm door ze minder sprekend te zingen. De componist voerde een recitatief arioso in. Dat werd door de Italiaanse zangeres goed opgepakt. Dat gold trouwens ook voor Bettina Ranch. Zij was een ideale Aldagisa. Met haar grote bereik was ze in staat om haar noten dan weer licht en dan weer donker te kleuren. Zo slaagde ze er in een vrouw uit te beelden die emotioneel heen en weer wordt geslingerd door haar gevoelens voor Pollione maar ook voor haar rivale Norma.

Hoogtepunten

De opera Norma kent veel aria’s, trio’s en koorwerk. Hoogtepunten zijn voor mij onder andere de twee haarscherpe duetten tussen Norma en Aldagisa. Vooral dat uit het 2e bedrijf waarin wordt getemporiseerd en vervolgens met een geniale muzikale inzet het duet weer wordt versneld. Hoe lang zullen de dames Pellegrina en Ranch hebben gerepeteerd om zo flexibel en gelijktijdig tekst en zang onder de knie te krijgen? Ik moest later terugdenken aan de fantastische cd opnamen uit de jaren zestig van de duo’s Marilyn Horne – Joan Sutherland en Maria Callas-Christa Ludwig.

callas-norma

Vanzelfsprekend was er een ovatie na de aria ‘Casta diva.’ Een aria uit het eerste bedrijf die iedere belcantoliefhebber koppelt aan de opera Norma en Maria Callas.
We weten uit de literatuur dat de eerste vertolkster van Norma in 1832 Giudetta Pasta was. Zij was een groot actrice maar had een gebrekkige techniek maar wel een groot stembereik. Toch vroeg ze aan Bellini de aria ‘Casta diva’ te vervangen door een andere omdat de ligging haar te hoog was. Sommigen concluderen daaruit dat zij van origine een mezzosopraan was. Daar bestaat onzekerheid over omdat die stemsoort in die tijd nog niet zo sterk werd gedefinieerd. Pasta kreeg haar zin niet. Bellini transponeerde uiteindelijk deze aria van de toonsoort G groot naar de lagere F groot.
We weten ook dat Giulia Grisi de eerste mezzosopraan was die de rol van Aldagisa zong en later ook op fantastische wijze de rol van Norma voor haar rekening nam. Dat wijst erop dat ook Grisi over een enorm bereik moet hebben beschikt.

Wat de mannelijke hoofdrolspelers betreft nog het volgende.
De Amerikaanse heldentenor Jeffrey Dowd fungeerde in Essen als de Romeinse consul Pollione. Hij maakte aanvankelijk geen grote indruk maar kwam na de pauze wel beter op dreef. Een groot acteur en aantrekkelijke minnaar leek hij me niet. Uiteindelijk ging hij samen met Norma, die zichzelf beschuldigde van heiligschennis de dood tegemoet op de brandstapel. De regisseur die verantwoordelijk was voor de eenvoudige beweegbare, functionele decors symboliseerde de brandstapel door een eenvoudig oranje decorpaneel omhoog te hijsen.
Beter dan Dowd beviel mij de Zuid Koreaanse bas Insung Sim als Oroveso. Met zijn sonore geluid vertolkte hij de rol van de leider van de Druïden. Hij was bij een groot aantal scènes betrokken vooral wanneer het uitstekende zingende koor, dat bestond uit priesters in stemmige lange gewaden en Galliërs in zwarte kostuums met grote messen, op de planken stond.

Decors

De enscenering en de kostuums kwamen uit de koker van Tobias Hoheisel en Imogen Kogge. Lof voor de eenvoud van hun decors die bestonden uit hoge gekromde staalkleurige wanden die gecombineerd met gekleurde lichteffecten ruimten zowel buiten als binnen suggereerden. Voor regietheater was vandaag geen plaats.
De muzikale leiding was in handen van de jeugdig ogende dirigent Giacomo Sagripanti.  Hij leidde met vaardige hand de Essener Philharmoniker en zangers door een prachtig werk waarvan de orkestpartij door ‘deskundigen’ dikwijls is bekritiseerd. Maar tot op heden zijn pogingen van verschillende componisten om er iets beters van te maken mislukt. Luisterend naar de twee ouvertures en de begeleiding van deze belcanto-opera, vind ik dat er ten onrechte soms geschreven wordt over het orkest als een ‘grote gitaar.’

De inleiding voorafgaande aan de voorstelling was het Aalto-theater onwaardig. Niet meer dan een op een monotone toon voorgelezen tekstje op een A4 tje zonder toegevoegde waarde. Ook Bellini onwaardig.

Mooi was dan weer wel, dat een van de protagonisten de souffleur Francis Corke betrok in het applaus na afloop. Dat zag ik nooit eerder. Alles bij elkaar: heerlijk genoten van deze Norma!!

fl-holl-7Al circa 30 jaar ben ik een trouw bezoeker van de Vlaamse Opera in Antwerpen. In die lange periode zag ik daar drie keer ‘Der fliegende Holländer ’ een werk dat voor Wagners eerste ‘ echte Wagner opera’ werd gehouden. De drie daarvoor werden door operaliefhebbers niet zo serieus genomen getuige het feit dat zij in Bayreuth, de latere echte thuishaven van Richard, nooit zijn uitgevoerd. Ik heb het dan over Die Feen (1834), Das Liebesverbot (1836) en Rienzi (1842). Veel Wagnerfanatici prijzen zich gelukkig dat deze drie nu meer serieus worden genomen want zij verwijzen sterk naar zijn ‘grote drama’s ‘en blijken toch zeker het aanhoren waard.

Der fliegende Holländer, waarvan de première was in 1843 in Dresden, was niettemin de eerste Wagneropera die me sterk aantrok. Ik was in mijn ‘jonge jaren’ een echte liefhebber van het Italiaanse belcanto, maar juist Der fliegende Holländer trok me over een grens om waardering te krijgen voor de Duitse opera en Wagner en Richard Straus in het bijzonder. De rijkere instrumentatie, de mythisch verhalen en de verwijzingen naar de literatuur uit de middeleeuwen waren daarbij belangrijk. Ik ervoer bij Wagner (1813-1870) ook de eenheid van taal en muziek. Geen wonder: hij schreef zelf de libretti van zijn 14 opera’s.

Verleden

Zat ik afgelopen vrijdag 4 november keurig op het eerste balkon, vele jaren geleden moest ik met mijn zoon genoegen nemen met een plaatsje op een harde bank in de nok van het gebouw tegen de vriendelijke prijs van tien guldens. Van de voorstelling herinner ik me alleen nog dat de protagonisten zo klein leken alsof je door de verkeerde kant van een toneelkijker keek,  maar ook dat de akoestiek verbazend goed was. Ik hoorde ver van het podium iedere noot! Een verrassing was dat tegen het einde van de voorstelling het grote koor stilletjes naar boven was geslopen en daar tot ieders verrassing krachtig het koor van de matrozen van het schip van Daland en van de Hollander lieten horen. Een totale overrompeling.

fl-holl-4 Een andere herinnering die me bijbleef was het sterke optreden van de toen nog jonge Nina Stemme als Senta.

Nu zoveel jaren later zie ik weer een Fliegende Holländer die me imponeert door haar moderniteit, uitgedrukt in een spannende regie, een speeloppervlak dat gevormd is door een goudkleurig carré dat ten volle benut wordt door de protagonisten maar vooral ook door het krachtig zingende koor. De koorleden vertegenwoordigden de matrozen van de schepen van de Hollander en Daland en tevens de schoonmaaksters die in deze productie de spinsters vervingen.
Dat koor zong met een bewonderingswaardige inzet. Vooral in de slotscène waarin alle mannen en vrouwen in de meest vreemde houdingen hun sterk stuwende ritmische muziek ten gehore moesten brengen en al dansend en vrijend ook nog zonder de dirigent uit het oog te verliezen. Een puike prestatie!
De protagonisten waren uitstekend gecast. Een van de uitblinkers vond ik de Tsjechische tenor Ladislav Elgr die Erik, de oorspronkelijke verloofde, was van Senta. Met zijn lyrische tenor wist hij overtuigend zijn liefde voor de jonge vrouw uit te drukken. Dat die liefde zich steeds in een gevaarlijke zone bevond was hem eigenlijk al in een vroeg stadium duidelijk. Hij wist dat Senta’s vader, Daland, een zakenman was die alleen bereid was de hand van zijn dochter te schenken aan een rijke zakenman. Dat deed hij dan ook toen hij De Holländer, uitstekend vertolkt door de Schotse bas-bariton Lain Paterson, ontmoette en deze kapitein van het spookschip zijn schatten aan hem toonde. De deal was in een mum van tijd voltrokken. De Hollander was immers op zoek naar een vrouw die hem kon verlossen van zijn eeuwige reis over de zeeën door haar eeuwige trouw. Die zoektocht die hij iedere zeven jaar ondernam was tot dan toe nog steeds mislukt, leek nu snel succesvol te zijn want Daland, betoverd door al dat goud en sierwerk, stelde onmiddellijk zijn dochter ter beschikking aan de man die gedoemd was de zeeën eeuwig te bevaren omdat hij God of de Satan eens had vervloekt.

Dweepzieke Senta

Erik had in een droom al voorzien dat Daland en De Holländer aan wal stapten en zijn vriendin Senta hen ter begroeting tegemoet snelde en De Hollander de aandacht schonk waar hij zo naar verlangde. Erik kon eigenlijk niet anders verwachten dan dat de dweepzieke Senta haar verloving met hem zou verbreken. Dat gebeurt ook. Senta is een jonge vrouw die beseft anders te zijn dan haar collegae schoonmaaksters die verloofd zijn met matrozen. Zij niet, zij heeft een jager. Ze voelt niets voor schoonmaakwerk en wordt door de anderen gepest met haar verafgoding voor een man op een schilderij die niemand anders is dan de Holländer. Nog voor haar fysieke ontmoeting met deze vreemdeling zien de toeschouwers Senta in gezelschap van de matrozen die allen een nog geen tien seconden durend dansje met haar maken en haar daarvoor wat geld in haar jurk stoppen. Een vondst van de regisseur want ook u blijkt geld weer heel belangrijk. De Letse sopraan Liene Kinca zong de rol van Senta. Ik vond haar stem soms wat schel al zij fel uithaalde. De beroemde ballade uit de tweede scène bracht zij tot een goed einde en haar acteerprestatie was ruim voldoende.

fl-holl-5

Daland is door de regie van de Duitse regisseur Tatjana  Gürbaca de protagonist die de toon zet voor deze antikapitalistische voorstelling. Met zijn donkere volumineuze stem is hij geknipt voor de rol van een autoritaire vader en zakenman die alleen maar aan geld denkt en die voor Gürbaca een symbool en exponent is van een kapitalistische maatschappij. De Russische Dmitry Ulyanov kweet zich goed van zijn taak en kwam juist om die reden allerminst sympathiek over. De regisseur liet ook zien dat de werknemers werden uitgebuit.
Ze liepen er slordig en laveloos bij. Sommigen zagen er smerig uit met vegen over hun gezicht terwijl het toch echt geen schoorsteenpieten waren. Ze kregen zichtbaar  te weinig loon uitbetaald. Geen wonder dat deze mannen ook een graantje wilden inpikken van de schatten die Daland van de Holländer kreeg aangereikt. Dat werd voorkomen door de rechterhand van Daland die daar ongetwijfeld voor werd beloond.

Eeuwige trouw

Dat de opera slecht afloopt weet u natuurlijk al. Daland zette letterlijk en figuurlijk de grote deur van zijn huis wagenwijd open voor de Hollander en een moment later stonden Senta en De Hollander tegenover elkaar terwijl ze zich ontdeden van enkele kledingstukken daarmee symboliserend hun trouw voor de eeuwigheid. Eriks laatste poging om Senta te weerhouden zich aan haar zelf dwangmatig opgelegde verplichting vast te bijten om De Hollander te verlossen mislukt. Erik verwijt Senta dat ze hem eeuwige trouw beloofde maar  nu laat ze hem vallen. De Hollander die dit hoort concludeert nu dat Senta ongeloofwaardig is en vertrouwt niet meer dat zij hem eeuwig trouw zal zijn. Hij vertrekt onmiddellijk naar zijn boot om de zeeën weer te bevaren. Wellicht tot het einde der tijden. Senta neemt een duik in de golven roepend: Hier sta ik tot in den dood. Toch eeuwige trouw?

Na afloop was er wel verdiend applaus voor koor, solisten en zeker het orkest dat deze avond  onder leiding stond van Philipp Pointner .

Nog een vraag. Is regisseur Tatjana Gürbaca getriggerd door het feit dat Richard Wagner in 1840 instemde met de inhoud van het boek van Proudhon getiteld : Wat is eigendom? Het boek werd later de grondslag voor de fundamentele conceptie van de Ring.

 

 

 

don-giovanni-1 Zondag 30 oktober 2016 was ik in de bioscoop van Pathé in Tilburg. Daar zagen ca. 40 toeschouwers de door de Metropolitan Opera naar meer dan 70 landen uitgezonden opera Don Giovanni van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
De getoonde productie was van regisseur Michael Grandage. Toen de goed uitgevoerde ouverture door het orkest van de Met onder leiding van de onvolprezen dirigent Fabio Luis voorbij was, en het podium zichtbaar werd, kreeg ik het sterke vermoeden deze productie al een keer eerder te hebben gezien. Een kijkje in mijn archief bevestigde mijn vermoeden. Al in 2011 was dat het geval, uiteraard met een andere cast en met de toen imponerende bariton Mariusz Kwiecien in de titelrol.

Edelman?
Deze keer werd de vrouwenverslinder gespeeld door een even geweldige vertolker de Britse bariton Simon Keenlyside, die niet alleen een uitstekend zanger is maar die zijn acteerprestaties uitbundig etaleert. Daar krijgt hij alle kans toe want Don Giovanni is een man die zijn vitaliteit ontleent aan twee onverwoestbare karaktertrekken die zijn handelen beheersen: een sterke persoonlijkheid èn een feilloos gevoel voor schandaal. Met grote trefzekerheid weet hij het publiek te shockeren dat ‘oh’ en ‘ah’ roept bij iedere overwinning, maar heimelijk diep onder de indruk is van zijn charme. U weet dat Don Giovanni zijn hart niet kan weigeren aan al wat hij aan lieftalligs ziet en begrijpt het: Don Giovanni, die zich een edelman noemt, lapt de monogamie aan zijn laars. Hij vindt dat wie trouw is aan één, wreed is voor een ander. Door zijn koppigheid en volharding veroorzaakt hij chaos in de harten van zijn slachtoffers. Een geweten heeft hij niet. Hij wekt bij alle rokdragenden begeerten en energieën op die hen tot dan toe onbekend waren. Ze zijn voor hem een grijpgrage prooi.

Don Giovanni en Leporello

Don Giovanni en Leporello

Don Giovanni is ook brutaal en een man met lef die in de finale van de opera een stenen beeld tot leven brengt dat hem verdoemenis en hellevuur brengt. De bariton Simon Keenlyside slaagde er in deze rol in om met zijn sensuele interpretatie van de hoofdfiguur de aandacht te trekken van zijn vrouwelijke tegenspelers. Zijn fors klinkende stem en zijn charme zijn sterke wapens. Slechts Donna Anna, vertolkt door de Russische sopraan Hibla Gerzmava, die hij verkrachtte en wiens vader hij vermoordde toen deze haar te hulp wilde schieten, had geen goed woord voor hem over. Donna Elvira, die werkelijk van Don Giovanni houdt ondanks zijn seksuele activiteiten met honderden andere vrouwen, probeert haar voormalige minnaar nog te redden van de hel en verdoemenis. De pogingen van protagonist Malyn Biström zijn tevergeefs. Ze had beter moeten weten toen de dienstknecht van Don Giovanni, Leporello, uitmuntend vertolkt door de Tsjechische bas-bariton Adam Placenta, de catalogus aria zong en de aantallen (2065) liefjes opnoemde met wie de rokkenjager haar in de diverse landen had bedrogen. De Zweedse sopraan vulde haar rol prima in en liet van haar verontwaardiging blijken. Elvira is gek op hem al weet zij dat hij een bedrieger is. Zij loopt alsmaar de man na die zij in feite verafschuwt. Ze is bereid zijn daden te vergeven en denkt hem zelfs nog te kunnen veranderen, wat vanzelfsprekend mislukt. Haar toekomst ligt in een klooster. De rol van Elvra is aantrekkelijk want zij kan afwisselend haar hartstocht, woede, vergevingsgezindheid en wanhoop voor het voetlicht te brengen. De opera bevat veel mooie aria’s en ensembles. Ze zijn een feest voor het oor. Populair is het enige liefdesduet van de opera  ‘La ci darem la mano’. Het wordt gezongen door de onnozele Zerlina, in de persoon van de Italiaanse mezzosopraan Serena Malfi en Don Giovanni. Zerlina bezwijkt bijna onder de avances van Don Giovanni. En juist op het moment dat zij op het punt staat te  trouwen met de boer Masetto. Zeker ze oogt frivool en haar maniertjes en zang moeten voor Don Giovanni een impuls zijn geweest om haar bruiloft met Masetto (Matthew Rose) voor hen beiden en de bruiloftsgasten te verzieken.

Geen vulgaire grap
Don Giovanni is niet alleen maar een held en zijn knecht Leporello niet alleen maar een clown. De opera is het verhaal van een bestrafte libertijn. Mozart heeft van zijn werk nooit een vulgaire grap willen maken, ook niet de escapades van Don Giovanni willen rationaliseren of in het belachelijke trekken. Alles in de muziek van Don Giovanni’s verdoemenis vertelt ons dat Mozart wilde dat zijn publiek er door geschokt zou worden. Zijn redenen kunnen alleen maar begrepen worden in relatie tot de ernst waarmee hij de misdaden van Don Giovanni opvatte. Het kwaad moest gestraft worden. Dat gebeurt dan ook in de slotscène. De Commendatore, de vermoorde vader van Donna Anna, slaagt er pas na zijn hemelvaart in om Don Giovanni te verslaan. Don Giovanni wint immers altijd het aardse gevecht. Wanneer Leporello hem de inscriptie op het standbeeld van de Commendatore voorleest: ‘de misdadiger die mij doodde wacht de wraak,’ inviteert hij toch het standbeeld voor een souper. Het wordt zijn dood wanneer hem eerst door het beeld wordt gevraagd of hij bereid is om boete te doen voor zijn misdaden en hij dit categorisch weigert. Hij geeft de Commentatoren, de uitstekende Koreaanse bas Kwangchul Youn, een hand en zakt bijna onmiddellijk in de grond te midden van felle vlammen en opstijgende rook. Mozart slaagde er, als geen ander vòòr hem, in om muzikale en literair dramatische expressie in harmonie samen te voegen en daardoor ook de karakters van de personages psychologisch te schilderen. Daarom zijn de protagonisten in deze opera niet louter komische typen maar reële personages, met ook minder lachwekkende, maar meer tot nadenken stemmende eigenschappen.    don-giov-3

Er is veel leed in deze opera. Maar het weegt niet op tegen de kracht en vitaliteit van Don Giovanni. Er is niemand die echt medelijden heeft met een medeslachtoffer. Don Giovanni blijkt geen optelsom van vrolijkheid en ernst te zijn. Beide elementen doordringen en versmelten met elkaar. Dirigent Fabio Luisi was zich daarvan bewust en ondersteunde de zangers voortreffelijk.
De opera speelt zich af  halverwege de 18e eeuw en is een van de drie Da Ponte opera’s die Mozart in het laatste decennium van zijn leven componeerde.  Aan de kleding en decors is dat ook te zien.

Experiment
Met recht kun je je afvragen of het onderwerp nog steeds actueel is. De vertolker van Don Giovanni Simon Keenlyside vindt van wel. Don Giovanni en zijn meesterknecht Leporello zijn twee ontheemden. Ze zwerven door Europa zoals zoveel mensen. De eerste is vermogend, bezit een kasteel, de ander moet het met een karig loon doen. Beiden zijn ze avontuurlijk. Don Giovanni heeft maar een doel: het aantal veroveringen opvoeren en Leporello doet zijn best om het zijn daarbij gemakkelijker te maken. De ‘catalogus aria’ bevat een precieze weergave van de liefjes die onze ‘held’ kiest: het zijn boerinnen, kamermeisjes, burgeressen, gravinnen en prinsessen, ja vrouwen van elke stand en elke leeftijd. ‘s Winters wil hij iets molligs, ’s zomers iets magers, de grote vrouw vindt hij majesteitelijk, het kleintje altijd appetijtelijk. Het laat hem onverschillig of ze rijk is of lelijk of mooi, mits ze maar een rok draagt…. Zou Don Giovanni gepast hebben in een multiculturele samenleving? Wanneer staat er een regisseur op die zich waagt aan een regieopera van Don Giovanni die in deze tijd speelt? Ik zie het er nog niet van komen. En niet alleen omdat er een hoop operaliefhebbers zijn die een voorstander zijn van de onaantastbaarheid van het oorspronkelijke werk. Maar een voorwaarde om een dergelijk experiment te wagen met Don Giovanni kan alleen maar slagen wanneer de relevante verhoudingen tussen de personages, met betrekking tot macht en emoties, ongewijzigd blijven. Munitie is er genoeg omdat Mozart èn in Le nozze Figaro èn in Don Giovanni de standenmaatschappij onder kritiek zet door zich af te zetten tegen de adel en de burgerij en boeren minder onderdanig binnen de bestaande hiërarchie te laten functioneren. Ook de catalogusaria draagt bij aan de hoeveelheid munitie, al zal bijna iedereen deze aria met een glimlach op de lippen aanhoren.

Anna Netrebko als Lady Macbeth

Anna Netrebko als Lady Macbeth

Op dinsdag 25 oktober jl. verlieten rond 22.00 uur ruim honderd mensen het CC Jan van Besouw in Goirle met een intense gevoelservaring door het optreden van de stersopraan Anna Netrebko in Verdi’ s 10e opera: Macbeth. Dat was het inderdaad. Die mening deelden zij met de internationale pers. Ze zagen een opname, geproduceerd in 2014 uit de Metropolitan Opera.

Anna Netrebko debuteerde in de zomer van 2014 succesvol in München in haar rol als de demonische Lady Macbeth en legde daarmee de basis voor haar verdere ontwikkeling om zwaardere rollen te gaan zingen dan die waarmee zij tot dan toe furore maakte. Of de strenge Giuseppe Verdi (1813-1901) voor Netrebo zou hebben gekozen weet ik niet want hij zou haar zang zeker te mooi hebben gevonden voor deze rol. Hij vond dat iedere noot en ieder woord van deze verschrikkelijke Lady ijzig moesten doordringen tot het publiek. Voor Netrebko was het geen reden om haar stem metalig te laten klinken om daarmee Lady’s Macbeth’s mededogenloosheid te projecteren. Misschien zou zij het niet eens kunnen. Zij zette andere stijlmiddelen in zoals enkele agressieve inzetten, stevige accenten en een groot temperament.

De melodieën die Verdi voor een dramatische sopraan schreef zijn echter zo mooi dat je haast vergeet dat je luistert naar een criminele vrouw. Dat werd nog eens benadrukt in de waanzinscène waarin alle herinneringen aan bod kwamen rond de moord op koning Duncan en waarna de Lady sterft.

Netrebko’s prestatie was bijna buitenaards, getuige het gemak waarmee zij haar coloraturen zong en de wijze waarop zij de dramatische waanzinaria vertolkte. Het wachten is nu nog op haar eerste Wagnervertolking.

Zeljko Lucicals Macbeth

Zeljko Lucicals Macbeth

  Moordpartijen 

Macbeth is de tiende opera van Verdi, misschien wel zijn zwartste vanwege de onmetelijke hoeveelheid bloed die moet vloeien om de aspiraties van het kinderloze koningspaar in stand te houden. Moordlust, angst, vergelding en wroeging zijn het gevolg van de honger naar macht van vooral de boosaardige Lady Macbeth. Zij zet haar man aan tot moord en drijft hem tot waanzin waaraan ook zij zelf in het vierde bedrijf niet ontsnapt. Voor haar echtgenoot heeft zij geen respect. Ze vindt hem een lafaard. De Servische bariton Zeljko Lucic wist het karakter van Macbeth uitstekend uit te beelden. Hij toont een angstige, door zijn geweten en slapeloosheid gekwelde, labiele persoonlijkheid die desondanks niet in staat is om de moordpartijen te stoppen. De angst om het koningschap te verliezen aan de nakomelingen van Banquo als wettelijke troonopvolgers, zoals de geesten voorspelden, leiden noodgedwongen steeds tot nieuwe moorden tot Macbeth zelf wordt gedood.

Lucic gaat met verve en vocaal uitstekend om met de verschillende visioenscènes. Denk aan het feest van het koningspaar wanneer hij Banquo aan het banket meent te ontwaren.

Kleine rol
Deze opera kent geen echt liefdespaar. Verdi koos daarom voor de titelrol geen tenor maar een bariton. Het klonk verfrissend om tijdens de slotfase van de opera de Maltese tenor Joseph Calleja in de rol van de koningsgezinde Schotse edelman Macduff te horen zingen. In deze uitvoering neemt hij deel aan de strijd tegen Macbeth nadat eerder zijn vrouw en kinderen al werden vermoord door de handlangers van Macbeth. Macduff overleeft en doodt in de finale Macbeth. Hij zet zich in om de zoon van koning Duncan, Malcolm, op de troon te krijgen. Weliswaar een kleine rol voor Calleja maar hij zong hem strijdlustig, als een overwinnaar! Het orkest onder leiding van Fabio Luisi stond garant voor een grandioze Verdisfeer. De solisten kwamen mede daardoor tot uitstekende prestaties. Dat gold ook voor het fantastische, functionele koor van de Met. Denk aan de heksen met hun geheimzinnige voorspellingen en de mannen die Banquo vermoordden. Zij hadden grote invloed op het verhaal van Verdi’s tekstschrijver Maria Piave. Het koor bracht haar boodschappen met veel dynamiek geloofwaardig over. Herinner u de grandioze koorzang met alle protagonisten aan het einde van het eerste bedrijf wanneer de moord op koning Ducan net is ontdekt en vergeet niet het drinklied tijdens het banket en de afsluitende koorzang van de opera waarin soldaten en vrouwen de overwinning op het kwaad (Macbeth) vieren. Geweldig! Verdi werd niet voor niets de koning van de koren genoemd.

Regisseur Adrian Noble koos er voor de opera Macbeth te laten spelen tijdens de Balkanoorlog van de jaren negentig. Niet dat je daar zoveel van merkte behoudens het gebruik van een jeep en wat modern wapentuig in het laatste bedrijf. Heel modern was de uitvoering zeker niet, want het op- en afzetten van een kroon door de monarchen is, zie de recente troonwisselingen in Nederland, Spanje en België, not done. In deze uitvoering wel. De opera Macbeth blijkt een krachtige metafoor te zijn voor de onrust en strijd om de macht in deze tijd.

Het was een heerlijke Verdi avond.

 

Don Magnifico met zijn twee dochters

Don Magnifico met zijn twee dochters

In de Staatsopera van Hamburg zag ik op woensdag 19 oktober de opera La Cenerentola van Giacomo Rossini. Het werd een verrassende avond met veel toeters en bellen en veel applaus. Maar toch anders dan ik had verwacht. In mijn beleving was deze opera giocosa ook als zodanig bedoeld door de componist. Dat wil zeggen dat deze opera niet louter komisch is maar een ernstige ondertoon heeft.

Giacomo Rossini (1792-1868) componeerde La Cenerentola in 24 dagen. Op 25 januari 1817 was de première in Rome. Hij was toen 25. Het werk is gebaseerd op het verhaal Cendrillon van Charles Perrault.

Snel parlando

Deze sprookjesopera, die iedereen herkent als het verhaal van Assepoester, wordt meestal ervaren als een klucht omdat een domme stiefvader, in de persoon van Don Magnifico met zijn typische oude eigenwijze mannengedrag en met zijn razendsnelle parlando de lachers op zijn hand heeft. Dat overkwam ook protagonist bariton Tigran Martirossian. Die supersnelle parlando’s die hij van Rossini voor zijn kiezen krijgt zijn lastig, niet alleen vanwege die snelheid, maar vooral omdat de articulatie en het ritme van de lettergrepen heel bepalend zijn voor de kwaliteit van het muzikale en komische geheel. Martirossian had het er wel moeilijk mee maar het publiek beloonde hem met een luid applaus. De hem steeds vergezellende even domme dochters Clorinda en Tsibe, respectievelijk vertolkt door de sopraan Maria Chabounia en de mezzo-sopraan Marta Swierska, acteren bijna de gehele voorstelling synchroon omdat ‘de tweelingzusjes ‘niet anders kunnen. Zij zijn ook weer stereotypen die het amusement dienen te verhogen. Wanneer deze protagonisten hun rol stevig overdrijven, en dat deden ze, moet er een goed tegenwicht zijn. Dat is natuurlijk de stiefdochter van Don Magnifico, Angelina, bij ons bekend als Assepoester. Zij is het arme dienstertje dat permanent door haar stiefvader en zijn twee aanstellerige dochters vernederd en misbruikt wordt als huisslaaf. cenerentola-3

Je vraagt je af hoe een meisje als Angelina het nog ooit kan redden in haar saaie leventje? Deze opera leert ons dat er in deze wereld mensen zijn die in een nare situatie terecht komen waar ze nooit meer aan ontsnappen wanneer er niet iemand zijn nek voor hen uitsteekt. Ga het maar na in uw kennissen- en familiekring. In La Cenerentola verschijnt op een zeker moment de vaderlijk overkomende Alidoro op het toneel. Hij is een adviseur van Don Ramiro en voor deze prins op zoek naar een bruid. Don Magnifico is er van overtuigd dat zijn twee natuurlijke dochters de meest geschikte kandidaten zijn en dat bij de keuze van een van hen hij er ook garen bij spint. Dat is wel nodig want hij is in de loop van de tijd vrijwel zijn hele vermogen verloren en aan lager wal geraakt. De armoede is niet ver meer weg. Angelina bewijst aan Alidoro, uitstekend vertolkt door een goed invallende bariton waar ik de naam niet van weet, dat zij een gouden hart heeft in tegenstelling tot de hardvochtige stiefdochters en hun vader. Het steuntje in de rug van Alidoro is voldoende om Angelina als bruid aan Don Ramira te koppelen.

Vochtige ogen

cenerentola-1 Wat doet zo’n ogenschijnlijk simpel verhaal met een mens? Ik beken eerlijk dat mijn ogen wel eens vochtig werden op het moment van de triomf van Angelina. Vooral  wanneer zij opnieuw haar hart laat spreken en zeer vergevingsgezind is naar haar  familie die in het dagelijks leven een kwelling voor haar was. Hoe kan dat? Opera is emotie die wordt overgebracht door de muziek en Rossini is er bij mij klaarblijkelijk in geslaagd om met zijn fraaie belcantowerk in deze opera iets los te maken dat mijn hart wat sneller doet kloppen. Daarvoor is natuurlijk wel de hulp nodig van een bekwame cast met goede zangers, een  prima orkest en vooral een regisseur die goed begrijpt wat een opera giocosa is. Een dergelijke opera houdt het midden tussen een opera seria en een opera buffa. Serieuze onderwerpen krijgen een komisch randje en komische onderwerpen blijken toch een serieuze ondertoon te hebben. Mijn vraag is: hebben we hier te maken met een realistisch sprookje getoonzet door een componist die een opera buffa wilde schrijven? Ja en nee. Ja omdat dergelijke familiedrama’s in de realiteit zeker voorkomen. Ik twijfel echter als het gaat om de vergevingsgezindheid, die als een moreel en muzikaal hoogtepunt in de finale door Angelica aan haar kwelgeesten wordt getoond. Vergeven en verzoenen zijn lastige werkwoorden waarvoor zelden wordt gekozen bij familiedrama’s, naar ik vermoed. Juist in die slotscene ervaar ik een bijzondere emotie vooral wanneer Angelina al voordien haar nare gevoelens aan het publiek heeft getoond. Zij triomfeert nu en haar positieve houding ontroert me. De vertolkster in Hamburg was de mezzo-sopraan Dorottya. Zij  kwam pas echt op dreef in die slotscène met haar aria ‘Nacqui all’ allfano al pianto’ met als slotdeel ‘Non piu mesta’ echt en bood mij wel het meest ontroerende moment. Want juist in de finale liet zij muzikaal horen wat ze in huis had. Haar coloraturen en thrillers in de hoge en lage registers waren er allemaal. Tevoren ervoer ik te weinig van wat in haar omging. Bijvoorbeeld bij het verbod van de twee zusters om de strofe ‘Una volta era un re’ (er was eens een koning, het alleen zijn moe) te  zingen. Ze deed het toch maar ik hoorde in haar zang te weinig hoop op betere tijden. Gelukkig kwamen die er toch met Don Ramiro, vertolkt door de uitstekend zingende lichte tenor Levy Sekgapane, die menigeen aan sterzanger Juan Diego Florez deed denken.

Muzikaal ritme

Tot slot: Volgens Rossini is in de komische opera het ritme ook het element waarop de komische weergave van de muziek berust. Rossini paste het muzikale ritme nooit aan het woord aan, maar behandelde de lettergrepen van het woord volgens de logica van het muzikale ritme. Het woord wordt als het ware in stukjes gehakt en dikwijls omgevormd met de bedoeling dezelfde klankherhalingen te produceren die tot de meest voorkomende en karakteristieke kunstgrepen van Rossini’s komische kracht behoren. Hopelijk hebt u dit herkend toen u naar La Cenerentola luisterde.

cenerentola-4 Zo nu en dan ging het wel eens mis. Ook het mannenkoor dat tot het gevolg van de prins behoorde zong stoer door wanneer het enigszins  ontspoorde. Niemand die daarom maalde. De inzet van zangers en het orkest was groot wat het publiek zeer waardeerde getuige het luidruchtig applaus. Dat betrof ook de twee robots en de astronauten deels op rolschaatsen, die tijdens verschillende ensembles met soms komische acrobatische sprongen de amusementswaarde van de opera trachtten te verhogen. De totale regie was levendig, kleurrijk dynamisch, eigentijds en amusant. Persoonlijk was ik er niet zo gelukkig mee. Vermoedelijk ben ik te oud voor zulke grappen die m.i. zelfs niet passen in een opera buffa.

De opera heeft als tweede titel: Angelina of de triomf van de deugd. Ook die triomf herkent u maar de censuur was er niet gelukkig mee omdat men er een verwijzing in zag naar een of andere bekende Romeinse juffrouw met dezelfde naam die nogal een liederlijk leven scheen te leiden.