Feeds:
Berichten
Reacties

 

Johan Reuter als der Fliegende Holländer

Operavoorstellingen van de drama’s van Richard Wagner  (1813-1883) zijn dikwijls verrassend door de structuur van zowel de muzikale als theatrale vormgeving.
Dat ervoer ik de afgelopen week opnieuw toen zich via ‘Operavision’ de mogelijkheid voordeed om de opera Der fliegende Holländer van Richard Wagner, uitgevoerd in 2016 door de ‘ Finse Opera en Ballet’,  te zien. Het was niet mijn eerste keer natuurlijk. Nooit zag ik dit werk op bijna  dezelfde wijze uitgevoerd. Ook nu niet. Muziek en tekst bleven wel steeds onaangetast maar de regie was hier en daar zo absurdistisch dat je de filosofie van de componist bijna uit het oog verloor. En die is bij een componist als Wagner wel belangrijk.

Wie dit werk gaat zien wordt geconfronteerd met een kapitein van een spookschip die al eeuwen lang de zeeën bevaart. Hij verlangt naar het einde daarvan en is op zoek naar een vrouw die hem verlost van zijn kwelling door hem tot het einde van zijn leven trouw te blijven. Iedere zeven jaar heeft hij de kans om aan land te gaan en die vrouw te vinden. Dat lukte echter nooit. Ze ontglippen hem allemaal en zijn verlangen om zijn hoofd te ruste te leggen en afscheid te nemen van dat eeuwige varen blijkt een niets ontziende kwelling. De man wil daarvan verlost worden. Een kwelling die hij zelf veroorzaakte door te vloeken tijdens een zeereis. Satan strafte hem. Hij moest eeuwig over de zeeën zwerven.

Verlossing
Wat bedoelt Wagner, die zelf zijn libretti voor al zijn opera’s schreef, met het begrip verlossing? Hij plaatst dat woord in een bredere context en komt er in zijn andere werken op terug. Het leven van ieder levend wezen voltrekt zich nooit zonder pijn. Er zijn altijd wel problemen van fysieke of psychologische aard. Voor De Holländer is dat het eeuwig op de wereldzeeën te moeten rondzwerven.
Toch lijkt De Holländer ten lange leste  een vrouw te vinden. Volgens het libretto is dat Senta, de dochter van zakenman Daland en eigenaar van een schip. Ze werktals spinster in een atelier.  In deze uitvoering is ze aan het pottenbakken en in een andere uitvoering ontwierp zij bruidsjurken. Op zich niet zo belangrijk wat ze doet, maar het blijft een raadsel wat de bedoeling van de regisseur is om zich niet aan het libretto te houden.

Camilla Nyland als Senta

Senta kijkt dagelijks naar het schilderij van de Holländer dat in het atelier hangt. Ze is duidelijk verliefd op de geportretteerde. Zij weet kennelijk van zijn barre levenswijze en is er van overtuigd dat zij de aangewezen persoon is om hem te redden. Haar vader is enthousiast over een mogelijk huwelijk in ruil voor de schatten die de Holländer hem biedt. Hij is zonder slag of stoot bereid zijn dochter aan deze vreemdeling af te staan. Dat Erik, de verloofde van Senta, buitenspel wordt gezet lijkt behalve voor Erik zelf van geen belang.

Voltooiing
Het einde van deze uitvoering roept vraagtekens op. Erik vraagt aan Senta of het waar is dat zij inderdaad met de Holländer gaat trouwen en  hij vraagt zich hardop af of Senta haar belofte om met hem te trouwen is vergeten. Senta staat met open mond te luisteren. De Holländer hoort bij toeval de conversatie en trekt de conclusie dat Senta’s woord niets waard is als zij eerder aan Erik trouw heeft gezworen. Hij is verloren!  Voor eeuwig! De Holländer wil meteen vertrekken. Senta werpt zich aan zijn voeten en probeert hem te overtuigen dat zij zijn reddende de engel is. De Holländer klimt aan boord van zijn schip en kiest zee. Senta wil hem achterna maar wordt tegen gehouden. Zij kan zich echter losrukken en klimt op een uitstekende rots en stort zich in zee. Wat Senta zag als haar opdracht en plicht is daarmee voltooid. Senta bleef de Holländer trouw tot in de dood en hij is verlost van zijn vloek. Onmiddellijk zinkt ook het schip naar de zeebodem. Samen zweven ze naar de hemel zo staat dat in het libretto. Regisseur Kaspar Holten greep echter in. In plaats van het vertrek van de Holländer naar zijn schip pakt de titelheld een revolver en schiet zich door het hoofd.

Een alternatief einde van deze opera dus. Wagner had trouwens ook verschillende versies in zijn portefeuille zoals hij die ook had van zijn opera Tannhäuser. Ik zag enige tijd geleden ook een uitvoering waarbij de Holländer met een mes een einde aan zijn leven maakte.
In de Finse uitvoering wordt de opera één jaar na de dood van de Holländer beëindigd met een bijeenkomst waarbij veel mensen aanwezig zijn. Daland en Senta zijn daar prominent aanwezig. Het werd Senta te veel. Er vloeiden traantjes die ook zichtbaar waren bij de Holländer tijdens de ouverture toen werd uitgebeeld dat vrouwen zijn probleem niet zouden oplossen.

Muziek
De muziek van deze opera, die in Dresden op 2 januari 1843 in première, ging is prachtig. Het werk begint met een symfonische ouverture die de gehele opera weergeeft. Het werk is romantisch en een nummeropera. Er is een ballade, een duet, een terzet en de koren met het Matrozenlied en Spinnelied gaan gepaard met een mengeling van spontane onstuimigheid. Complimenten gaan zeker naar het koor. Het orkest speelde ook uitstekend onder leiding van John Fiore.
De grootste lof gaat uit naar enkele solisten. Allereerst de titelrol die de Deense heldenbariton Johan Reuter voor zijn rekening nam. En hoe! Hij zong krachtig en verstaanbaar, speelde uitstekend zijn rol en liet ook duidelijk de kwetsbare kanten van het karakter van zijn held zien. De Finse sopraan Camilla Nyland was de evenknie van Reuter. Een ideale Senta, dweepziek en bereid om tot het uiterste te gaan om De Holländer te redden. Haar ballade was uitstekend. De rol van Daland werd vertolkt door de bas Georgy Frank. Hij had geen al te sympathieke rol. Zijn zakelijke inslag kwam wel goed over evenals zijn materialistische visie. De Brits-Libanese tenor Mika Pohjonen als Eric, de verloofde van Senta was aanvankelijk niet  zo goed bij stem maar de tenor herstelde zich aan het slot van het werk.

Kasper Holten

 Regie
De Deen Kaspar Holten was de regisseur van deze uitvoering. Die verklaarde met een afwijkende regie een parallelle wereld te schetsen tussen het libretto en wat hij ervoer in de gewone wereld. Ik was er dit keer niet blij mee, omdat zijn ingrepen niets verduidelijkten en Wagners ideeën op een zijspoor zette. Waarom hij De Holländer afbeeldde als een kunstschilder is me een raadsel.
Wie een snel beeld wil hebben van de inhoud van de opera kan terecht bij de eerste aria van De Holländer: ‘Der Frist ist um…….’ ‘De termijn is om. Weer zijn zeven jaar verstreken. De zee is me zat  en werpt me aan land…….’. De Holländer vertelt zijn verhaal wat hem is overkomen en waarom hij naar de dood zocht maar hem niet vond.  Zeer boeiend verteld in deze uitvoering door Johan Reuter.

 De ouverture
Ik raad u ook aan extra aandacht te schenken aan de uitvoering van de Ouverture. U hoort de muziek en ziet gelijktijdig  donkere luchten en opspattend zeeschuim, een huis met daarin een groot bed. Er zijn vrouwen die zich aanbieden aan de Holländer, maar na een paar seconden zijn ze weer vervangen door anderen. Sommigen hebben zich opzichtig van hem verwijderd. Op een zeker moment zijn alle vrouwen weg. Hij staat alleen. Eenzaam tussen de door hem in grote haast gemaakte schilderijen. Langzaam maar zeker wellen de tranen op. Is er geen vrouw die hem kan en wil redden?

Deze uitvoering kunt u nog zien t/m 29 januari 2021 op de website van Eurovision.eu

Lionel Lhote (Somarone), Sophie Karthaüser (Héro), Etienne Dupuis (Claudio), Chœurs de la Monnaie/Koor van de Munt

In 1862 voltooide Hector Berlioz (1803-1869) zijn laatste grote opera. Daarmee ging eindelijk zijn wens om een keer een opera comique te componeren in vervulling. Béatrice et Bénedict bleef zijn enige poging in dit genre.
De componist schreef zelf het libretto geïnspireerd op een stuk van William Shakespeare: Much Ado About Nothing. De compositie van deze opera is niet met de in die tijd gangbare muziek van komische opera’ s te vergelijken. Ze is veel gedetailleerder en subtieler dan andere werken uit die tijd.
Béatrice en Bénedict is tot op de dag van vandaag niet erg populair hoewel door het grote publiek een aantal fragmenten zeker worden gewaardeerd en in ruime mate te vinden zijn op YouTube.
Verrast was ik toen ik bij toeval enige dagen geleden op een TV zender dit voor mij onbekende werk zag. Ik kende de verhaallijn niet en de ouverture was al voorbij toen ik de eerste beelden zag. Al kijkende moest ik dus zelf de verhaallijn construeren. Mijn eerste interpretatie dat ik een heel drukke opera zag met soldaten die van een front afkwamen en contact wilden met hun verloofden.

Twee paren
De muziek sprak mij zeker aan en het orkest onder leiding van dirigent Samuel-Jean speelde uitstekend. Op een zeker moment kwam ik er achter dat het verhaal ging over twee paren die in het huwelijk zouden treden. Al spoedig bleek dat Berlioz niet zo positief over het huwelijk dacht en de Franse regisseur Richard Brunel evenmin. Er was eerder sprake van sarcasme dan van humor, wat je toch verwacht in een opera comique.  Of de toeschouwers dat ook zo hebben ervaren is een vraag. Oudere mensen zullen vermoedelijk met wat meer instemming hebben gekeken naar wat zich op het podium afspeelde, terwijl jongeren een wat harder standpunt zullen hebben ingenomen. In essentie gaat het verhaal over het paar Héro en Claudia die zonder al te veel problemen uitkijken naar hun huwelijksdag, terwijl het andere paar, Béatrice en Bénedict in een permanente strijd met elkaar verkeren. Het lijkt wel of ze bindingsangst hebben. Ze pakken stevig uit over hun minnaars en minnaressen.

Dat een huwelijk pijnlijk kan zijn, komt aan het licht tijdens de huwelijksvoltrekking van Claudio en Héro. Tijdens de huwelijksceremonie is er een moment dat iedereen zijn bezwaren mag uiten tegen dit huwelijk. Er staat iemand op die beweert dat de bruid geen maagd meer is. Dat leidt al snel tot blinde haat wanneer daarna iedereen Héro, de nicht van Béatrice, beschuldigt van ontrouw en ze snel tot slet wordt gebombardeerd. Claudio wil niets meer met Héro te maken hebben maar komt later op dit besluit terug. Hij wil haar terug, maar Héro stapt definitief uit haar bruidsjurk en laat het verder afweten.

Sophie Karthaüser (Héro), Lionel Lhote (Somarone), Chœurs de la Monnaie/Koor van de Munt, Etienne Dupuis (Claudio)

Het zag er nog wel zo spectaculair uit vóór de huwelijksvoltrekking. De Franse regisseur Richard Brunel had de bruid voor de huwelijksceremonie over de hoofden van de gasten de trouwruimte binnen laten zweven en laten landen op een tafel waar haar lange sleep als het ware veranderde in een tafellaken. De elementen van een volksfeest werden direct zichtbaar waarbij een akoestische gitaar, een tamboerijn en koperblazers een hoofdrol speelden. Berlioz wisselt zijn muziek meerdere keren af van majeur in mineur om zijn sarcasme over het huwelijk tot uitdrukking te brengen.

Hoe loopt het af met Béatrice en Bénedict? Leonato beschrijft de situatie: ‘ er woedt tussen hen een vreugdevolle oorlog. Zodra ze elkaar zien bestormen ze elkaar met fysiek contact en geestigheden. In een duet zegt zij echter te hopen nooit verliefd te worden op een man met een baard, terwijl hij huivert van brunettes.
Het zijn nou net toevallig de uiterlijke kenmerken van beiden. Uiteindelijk komt het, nadat hun vrienden een complot hadden gesmeed,  toch tot een huwelijk.

Strijdtoneel
Hector Berlioz lijkt het huwelijk te zien als een strijdtoneel en verlenging van de slavernij. Klopt dat? Er werd in 2016 in het geïmproviseerde theater van de Munt, in het  Muntpaleis, een speciaal gebouwde tent op het beursterrein Tour&Taxis, goed gezongen. De cast bestond uit  jonge Franstalige stemmen uit België, Frankrijk, Zwitserland en Canada. De tenor Sébastiaan Dory zorgde als Bénedict voor een goed evenwicht tussen muziek en tekst (ook gesproken tekst). Hij zong met groot gemak ‘Dieu me pardonne.’  Etienne Dupuis vertolkte de rol van Claudio. Hij had een rijke stem met een warm geluid en ontroerde vooral tijdens de finale als een gebroken man.

Misschien was de ster van de voorstelling wel de mezzosopraan Michèle Losier. Zij vulde met haar stem het hele theater. Met grote kracht en vastberadenheid zong zij haar grote scène, ‘ Dieu que viens-je d’entendre.’
Sophie Karthäuser als Héro was ook uitstekend op dreef. Haar duet met Eve-Maud Hubeaux’s Ursel, ‘nuit  paisible’ was werkelijk prachtig.

Na de finale vroeg ik me af of ik een opera comique zag of een echt dramatisch werk. Ik weet het werkelijk niet. Erg komisch vond ik het niet, maar ja…………….
Rond de klok van half elf was ik weer een onverwachte ervaring rijker.
Een herhaald advies van mij is: Zoek in deze coronatijd een opera op op het internet die je nog nooit hoorde. Wellicht word je net als ik prettig verrast.

Svetlana Ignatovich (Fevronia)

De opera ‘De legende van de onzichtbare stad Kitesj’ van de Russische componist Nikolai Rimski korsakov (1844-1908) dateert van 1904. Het werk verenigt zowel atheïstische als religieuze elementen. De opera vertelt een verhaal (libretto van V.I.Belski) waarin de nationale geschiedenis van Rusland is verweven met een fantastisch onderwerp dat helemaal in de sprookjeswereld thuis hoort. Het libretto heeft een dubbele verhaallijn. Er is een wonderlijke redding van de stad de stad Kitesj uit de macht van de Tartaren doordat de stad onzichtbaar wordt voor de vijand, een mirakel waarvoor  het jonge meisje Fevronia en vorst Joeri Vsevolodovitsj gebeden hebben. En er is de liefdesgeschiedenis van Fevronja die in eenheid leeft met de natuur en verliefd wordt op prins Vsevolod.

Mythen
Door de eeuwen heen zijn mythen de mens tot vaste steun en toeverlaat geweest. Het troostte en onderrichtte hem en toonde een weg in een wereld die toch altijd een raadsel bleef.
Tegenwoordig menen we de wereld wel te kennen en dus worden de mythen op rationele gronden ontmythologiseerd met als gevolg dat de mens na verloop van tijd toch weer nieuwe mythen schept. De behoefte daaraan blijft immers overeind als deel van het mens-zijn. Het lijkt er op dat de nieuwe mythen minder tijdloos zijn, minder diepgang hebben en veel meer gericht zijn op het creëren en invullen van droombeelden.
Inmiddels heeft het regietheater korte metten gemaakt met de mythe. Theater moet ‘actueel’ zijn en de mens iets leren over zijn eigen situatie. Niet gehinderd door enige kennis van zaken kwam menig moderne regisseur tot de conclusie dat een ‘oude mythe’ dat per definitie niet was. Ook opera’s werden dus ontmythologiseerd en bij oude opera’s werden nieuwe verhaaltjes bedacht om te zorgen dat de inhoud ‘herkenbaar’ werd voor een modern publiek. Dat de gezongen tekst daardoor af en toe nergens meer op sloeg en soms zelfs ridicuul werd, werd voor lief genomen. Zo ook waren er fricties tussen het visuele gebeuren en de muziek.

Fevronja en Griskja

 Andere aanpak
Dat deze moderne aanpak wel degelijk sterke voorstellingen kan opleveren, bewees een regie van de beroemde Rus Dmitri Tsjerniakov. Hij ontwierp voor een productie van de Nederlandse Opera van Rimski-Korsakovs ‘De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronia.’ Die productie, waarbij de handeling was verplaatst naar een hedendaagse omgeving die veel leek op een vroegere  terroristische aanslag in een Russische deelrepubliek.  Zo groeide deze productie uit tot de meest fascinerende voorstelling van het seizoen 2011-2012.De Amsterdamse productie werd in 2013 bij de Internationale Opera Awards bestempeld als de beste operaproductie van het jaar.
Ook zonder politieke bijbedoelingen is de actualisering van regisseur Tcherniakov niet helemaal onbegrijpelijk. Voor ons westerlingen blijft het toch een groot probleem dat veel opera’s van Nikolaj Rimski-Korsakov gebaseerd zijn op Russische legenden en sprookjes die hier onbekend zijn. De componist schreef zijn werken specifiek voor een publiek dat opgegroeid is met dezelfde folkloristische achtergrond, en bovendien vertrouwd was met de archaïsche en symbolische elementen die daarin een rol spelen. Voor dat publiek zijn de karakters van meet af aan herkenbare menselijke wezens, maar voor ons in het westen kan een traditionele en folkloristische productie van zo’n opera snel verworden tot een vertederend maar ook langdradig sprookje.

Verliefd
In werkelijk adembenemende mooie toneelbeelden begint de productie van Tcherniakov nog als een sprookje over het sprookjesachtige meisje Fevronia dat in een idyllisch bos leeft in een schamel hutje, in harmonie met de natuur en zichzelf en met in haar nabijheid haar gepersonaliseerde mythologische dieren. Hieraan komt een einde door haar ontmoeting met de zoon van een plaatselijke machthebber (Prins Vsevolod Joerjevitsj). In het volgende bedrijf zien we hoe hun huwelijk wordt gevierd op een modern stadsplein in ‘Klein Kitesj’ dat geheel wordt beheerst door de mentaliteit van een kille consumptiemaatschappij. Aan de feestvreugde – zo die er al is – komt een abrupt einde als een groep terroristen (Tartaren) met ratelende Kalasjnikovs zo ongeveer iedereen neermaait. Tot de weinige overlevenden van dit bloedbad behoren Fevronia, schitterend vertolkt door Svetlana Ignatovich die als ‘beloning’ wordt toegewezen aan een van de leiders van de terroristen en de dronkenlap Grisjka Koeterma, sterk neergezet door de tenor John Daszak, die hen als gids moet dienen op hun zoektocht naar nieuwe rijkdommen in ‘Groot Kitesj’. De gebeden van Fevronia en van de aanwezige vrouwen om de stad voor de aanvallers onzichtbaar te maken, is de kern van het door Rimski bewerkte sprookje. Ze worden verhoord. Terwijl de klokken van de stad luidden wordt de stad in nevel gehuld. Het derde bedrijf toont een aaneengesloten ruimte die eruitziet als een grote aula waar soldaten, gewonden en vluchtelingen een veilig heenkomen zochten en waar de algemene ontreddering een hoogtepunt bereikt.

Svetlana Ignatovich

 Liefdevolle zang
Daarop volgt dan een laatste bedrijf. Samen met een tot krankzinnigheid vervallen Grisjka, nog altijd fantastisch acterend, dwaalt de verzwakte Fevronia door een troosteloos bos waar zij uiteindelijk het slachtoffer wordt van haar uitzinnige metgezel. Stervend wordt zij dan in haar koortsdromen teruggevoerd naar het bos van haar jeugd. Zij ziet de vogels met wie ze leefde in het woud haar bijstaan. Ze begeleiden haar naar haar laatste momenten. Ze zingt nog even liefdevol als tijdens de vorige scenes toen zij de agressieve Grisjka in woord en gebaar trachtte te laten inzien dat hij als mens ondanks zijn nare gedrag, toch respect en liefde verdient.
Opmerkelijk is dat regisseur Tcherniakov met enkele inleidende teksten tracht een nieuwe mythe te scheppen door de handeling te verplaatsen naar een soort ‘eindtijd’ waarin de mensheid verdeeld is in degenen die een hoger ideaal nastreven en degenen die ieder normbesef verloren hebben. Ondanks alle wrijvingen met het libretto slaagt Tcherniakov er daarbij wel in deze wat langdradige folkloristische opera om te zetten in een reeks sterke theatrale momenten.

Indrukwekkend koor
Alle visueel sterke beelden, Tcherniakov ontwierp zelf ook de toneelbeelden, werken des te sterker door de inzet van het sterk acterend en indrukwekkend zingende koor van de Nederlandse Opera. De sterkste pijler onder deze voorstelling is echter de spankracht en de orkestrale rijkdom waarmee Marc Albrecht en het Nederlands Philharmonisch Orkest Rimski’s kleurrijke partituur tot klinken brachten. Ook zij konden echter niet verhelpen dat de door Fevronia in haar ijlkoortsen gedroomde slotscène van ruim een half uur, ondanks (of dankzij?) de parallellen met Wagner’s Parsifal, wel erg lang duurt.
De voor een belangrijk deel Russische bezetting wordt aangevoerd door de sopraan Svetlana Ignatovich in een sterke weergave van zowel de lyrische openingsscène als de daarop volgende meer dramatische delen. In haar uitgebreide soloscène tijdens de laatste akte werd ze door de fysiek ook zware rol zichtbaar vermoeid zonder dat zij aan stemkracht inboette. Haar acteerkwaliteit bleek  bovengemiddeld.

Het liefdespaar

Alles was magisch
Tenslotte nog dit: Deze opera is puur Russisch. Herkenbaar zijn de religieuze beelden van het volk, de prachtige koorzang, het luiden van de klokken en het gezang van de gelovigen. De muziek is fantastisch. Dirigent Marc Albrecht geeft bijzonder veel aandacht aan de kleinere instrumenten of instrumentengroepen. De koperinstrumenten klinken steeds als er iets historisch te beleven is.

Ik zat vier uur voor mijn pc dankzij Eurovision en de Nederlandse opera die zorgden voor de perfecte weergave van een prachtig werk! Van deze opera is een dvd opname in de handel!
Opus Arte OA 1089 D (2 dvd’s). Opname: Amsterdam, 8 februari 2012.

 

Mariss Jansons dirigeert Mahler 

Het is nog steeds niet moeilijk om de coronaquarantaine muzikaal te vullen. Ik ga u niet meer wijzen op allerlei operahuizen die u een een keur aan prachtige opera uitvoeringen uit hun archieven aanbieden en evenemin u steeds maar herhalend blijven wijzen op wat YouTube en Mezzo te bieden hebben. U kunt dat zelf ook. Ik wil wel een uitzondering maken voor producties van onze Nationale opera. Daar kom ik zo op terug.

Eerst wil ik u vertellen waar mijn muzikale aandacht de afgelopen week op was gevestigd. Namelijk op de beroemde componist en dirigent in de persoon van Gustav Mahler (1860-1911). Hoewel hij vele jaren een ontelbaar aantal voorstellingen in verschillende operahuizen leidde, componeerde hij geen enkele opera! Maar wel 10 symfonieën en een reeks prachtige liederen.Vanmorgen konigde de NRC aan dat deVanmorgen konigde de NRC aan dat de Mahler symfonieen 1 t/m 6 in mei 2021 opnieuw zijn geprogrammeerd. Noteer het al vast in uw agenda en weet dat geen enkele symfonie korter duurt dan anderhalf uur.

Gutav Mahler

Nog een aanrader: er is veel geschreven over deze componst. Ik las een boek geschreven door Edward Seckerson waarvan de oorspronkelijke titel luidde: Mahler: His life and times. Een aanrader. Ook voor de operaliefhebber!

 


Richard Wagner en Der Ring des Nibelungen
.
Vier fantastische voorstellingen.

Luisteren naar de muziek van Richard Wagner deed ik pas heel laat. Ik was immers een echte Verdiaan wiens belangstalling voor opera’s voornamelijk uitging naar Italiaanse Operamuziek. Dat ik rond mijn zestigste verjaardag een bewonderaar werd van de muziek van Richard Wagner was een wonder. Zeker, de opera der Fliegende Holländer sprak me wel al een tijdje aan, maar een uitvoering van Tristan und Isolde en Parsifal waren voor mij een ver van mijn bed show. Te weinig aria’s, te sombere orkestpartijen enz. enz. Toch brak het licht door, mede door het enthousiasme voor deze componist van een van mijn cursisten die met mij een duo zou gaan vormen in de opzet van een operacursus. Ze enthousiasmeerde me zo, dat ik nu een echte liefhebber ben van de Duitse componist en dat kan ik niet beter illustreren dan met Wagners magnus opus die een zekere verslaafdheid bij mij teweeg bracht: Der Ring des Nibelungen een werk dat gaat over de strijd tussen liefde en macht. Al moet u als liefhebber van opera van dit omvangrijke werk hebben gehoord, dan wil dat niet zeggen dat u de moed hebt opgebracht om zijn cyclus van vier opera’s te beluisteren.

Mijn debuut maakte ik met vrouw en vrienden in Amsterdam. Een vierdaagse uitvoering in de Stopera onder de tijdloze regie van Pierre Audi en gedirigeerd door Hartmut Haenchen. Drie maal zou ik deze cyclus zien in onze hoofdstad. De eerste keer was in juni 1999 in Amsterdam. Later zag ik het legendarische werk  in 2000 in Stuttgart, in 2003 in Edinburgh, in 2011 in Berlijn, later nog twee keer in Keulen en een keer in Weimar en Wiesbaden. Ik kan er niet genoeg van krijgen. U begrijpt dat ik heel wat opnamen uit grote operahuizen heb aangeschaft en iedere cyclus die circa 15 uur duurt met meer dan gewone interesse intensief volg.

U kunt het nu ook meemaken deze “vierdaagse”. Vanavond om 19.00 uur streamt de Nationale opera het eerste deel: Das Rheingold, morgen 22 mei deel 2 Die Walküre, Zaterdag 23 mei Siegfried en zondag 24 mei Götterdämmerung. Alle voorstellingen beginnen om 19.00 uur. U kunt niet op die tijdstippen? De mogelijkheid bestaat om ook later contact te maken met de livestream van het operahuis.

Ik wens u veel kijk- en luistergenot.

Peter Année
21-5-2020

 

Zeljko Lucic als Rigoletto

Beste mensen, ik ga even terug naar de tijd dat ik een jaar of vijftien was. Het waren de beginjaren van mijn belangstelling voor het fenomeen opera. Ik luisterde in die tijd dus beslist niet naar een volledige opera. Mijn eerste operakennis deed ik op door te luisteren naar aria’s uit bekende opera’s van voornamelijk Verdi, Puccini, Donizetti en Mozart. Die aria’s maakten op mij een grote indruk wanneer die werden gezongen door tenoren met een groot volume. Later kwam ik ook in de ban van andere stemmen. Ik was in die tijd vooral verrukt van de twee imposante aria’s uit Rigoletto van Verdi. De eerste was ‘Questa o quella’ uit de eerste acte en La ‘Donna è mobile’ uit het laatste bedrijf. De eerste keer hoorde ik beide stukken gezongen door de Italiaanse tenor Mario del Monaco. Een heldentenor….. Hij beschikte over een volumineus baritonaal geluid. Ik vond het prachtig. Groot was mijn teleurstelling toen enige tijd daarna die twee aria’s werden gezongen door een lichtere tenor. Zo moest het ook volgens Etienne van Neste die jarenlang voor de Vlaamse Radio Omroep een operaprogramma samenstelde dat bestond uit bekende opera-aria’s. Het was een, ook door Nederlanders, op zondagmiddag veel beluisterd programma dat in 1999 werd verkozen tot een van de beste radioprogramma’s van de 20e eeuw. Aangezien Etienne van Neste een opera-expert was nam ik zijn uitspraak over de lichtere tenor op zijn gezag wel aan, maar waarom hij daar gelijk in had begreep ik pas vele jaren later.

 Duivels Corona
Ik hoorde nog meer veel moois uit Rigoletto: bijvoorbeeld de aria van Gilda ‘Cara nome’ die de coloratuursopraan inzet net voordat zij door de hovelingen van de graaf Mantua wordt ontvoerd. En helemaal ontroerd raakte ik van het prachtige kwartet uit het laatste bedrijf. Niet van het libretto want daar stond ik destijds niet zo bij stil, maar die zang…..geweldig. Nu ben ik al 25 jaar met pensioen en wat in een notendop begon tussen 1945 en 1950 heeft zich ontwikkeld tot een hoofd vol libretti, namen van zangers per stemsoort en een onstuitbare liefde voor Maria Callas. Wat een prachtige rol van Gilda heb ik van haar op cd!

De afgelopen week wilde ik om onverklaarbare reden Rigoletto horen. Dat overkomt me meer. Ik ken het werk onderhand van de eerste tot de laatste noot. Naar het theater gaan kon niet. De duivel Corona was de boosdoener. Dus toen maar een digitale reis gemaakt naar Dresden waar een voorstelling uit 2008 van Rigoletto werd vertoond. Het was een keuze uit misschien wel veertig opnamen op YouTube en niet de minste.
Wat denkt u van de Peruviaanse tenor Juan Diego Flores als de graaf van Mantua? Geen heldentenor maar een echte ‘tenore leggiero’ zoals van Neste het wenste. Hij zong de twee genoemde aria ‘s met veel bravoure. Gek hè, maar ik vond hem in deze voorstelling net iets te licht van stem. Hij straalde met zijn helder timbre zeker vitaliteit uit maar ik miste bij deze graaf ook een vleugje autoriteit. Een beetje meer Beniamino Gigli misschien of Pavarotti?

Artistiek peil
De titelrol was voor Zeljko Lucic een echte Verdi-bariton. Een stem waar ik jaloers op ben. Krachtig, brons, sensueel en met meer dan voldoende stemkracht. Hij benadert tevens het artistieke peil van Tito Gobbi en Giuseppe Taddei. De rol van Rigoletto is geen gemakkelijke. De protagonist moet hem een drievoudige identiteit geven. Ten eerste die van een hofnar, spottend en cynisch, die behalve met zijn grappen zijn baas vermaakt en hem in de gelegenheid stelt om jonge en getrouwde vrouwen te versieren tijdens zijn seksfeesten aan het hof. Ten tweede die van een ongelukkige vader die zijn vrouw verloor en zijn bijna volwassen dochter wil behoeden voor avonturen met jonge mannen en haar vooral verre wil houden van de graaf van Mantua. Ten derde die van een medeplichtige aan het vermoorden van mensen en in deze opera zijn eigen dochter veroorzaakt door een persoonsverwisseling.
Sparafucile (Georg Zeppenfeld) de huurmoordenaar krijgt van de wraakzuchtige Rigoletto de opdracht om de graaf te vermoorden, maar hij reikt midden in de nacht een zak over aan Rigoletto met daarin, wat later blijkt, het bijna ontzielde lichaam van zijn dochter. De graaf zong ondertussen nog eens zijn la Donna ė mobile, niet direct een eerbetoon aan vrouwen, na een stevige flirt met Maddalena vertolkt door de mezzosopraan Christa Meyer.

Damrau als Gilda en Florez als de Hertog

De ster van de voorstelling was de Duitse, lyrische coloratuur sopraan, Diana Damrau. Zij is een zangeres met een gave techniek, grote virtuositeit en een sterke vocale expressie die perfect in de huid kruipt van haar personage. Haar coloraturen zijn soms adembenemend. Haar hoge noten haalt ze ook in deze voostelling zonder moeite . Fysiek is ze zeker wat te fors voor de uitbeelding van de jonge Gilda maar met de kwaliteit van haar spel op het podium wordt die onevenwichtigheid gecompenseerd. Damrau was in topvorm en is uitermate goed inzetbaar voor dramatische coloratuurrollen.

De productie van Lehnhof was licht modern. Daar was niet veel op aan te merken. Bij de persoonsregie viel me op dat Gilda, ondanks haar zware verwonding met een mes, staande stierf in de armen van Rigoletto. Damrau bereikte ook in deze scène dezelfde grote muzikale hoogte zoals ze die liet horen in haar aria ’cara nome’ in het eerste bedrijf. Dat ze daarbij zingend in haar bed lag kwam wat onrealistisch over.

De koorleden waren uitgedost met maskers met twee hoorntjes er op. Dat zag er wel grappig uit maar dat waren die lui in feite helemaal niet. Ze stonden vijandig tegenover hun collega Rigoletto, bespotten hem toen hij hen onwetend hielp zijn eigen dochter te ontvoeren en ze lagen in een deuk toen zij hoorden dat Gilda niet zijn jonge geliefde was maar zijn dochter. Zingen konden de heren goed. Toen het moest ook staccato. Prima koor!
Rigoletto is een dramatische opera met een fatale afloop maar kent niettemin ook lichte, fraaie, balletachtige muziek in het eerste bedrijf en prachtige instrumentale inzetten bij een nieuwe scène. Dirigent Fabio Louisi houdt in Dresden de touwtjes stevig in handen zonder dat de glans van het orkestspel verloren gaat.

Samenvattend adviseer ik alle Verdi liefhebbers om deze uitvoering, die integraal op YouTube staat, te bekijken. Het is voor mij vermoedelijk niet de laatste keer. Daarom als kop boven dit artikel: Rigoletto van Verdi.…. een blijvertje! Deze fraaie voorstelling is ook op dvd verkrijgbaar.

 Live uitvoeringen zijn in het Coronavirus tijdperk uit den boze. Vandaar dat ik op 26 april weer eens gebruik maakte van televisiezender Stingray om voor de zoveelste keer een voorstelling van Madame Butterfly te zien. Altijd hoop ik dan weer iets bijzonders mee te maken. Iets te horen of te zien dat me eerder ontging. Nou, ik trof het.
Laat ik meteen met de deur in huis vallen: in Teatro Real in Madrid musiceerde een uitstekend orkest onder leiding van de bekende dirigent Marco Armiliato. De cast zag er ook goed uit hoewel ik dat niet afleidde uit het digitale affiche.
Omdat ik mijn televisie pas aanzette tijdens het eerste bedrijf begon de opera voor mij pas tijdens  het midden van dat lange liefdesduet tussen Pinkerton en CIo CIo San (Butterly). Ik was nog niet aan de dynamiek van de zangers gewend en meende toen te horen dat het liefdespaar wat te hard zong.
In trance
Die kritiek vervloog onmiddellijk na de aanvang van het tweede bedrijf. De visionaire aria ‘Un bel di vedremo’ emotioneerde me langdurig, wat me niet zo dikwijls overkomt. Oorzaak daarvan was het optreden van de inmiddels wereldberoemde Albanese sopraan Ermonela Jaho. Vanaf dat moment werd ik door het optreden van de Albanese diep geraakt. Nooit eerder hoorde ik haar. Ik besefte dat zij een enorm talent was op wiens zang en voordracht niets valt aan te merken. Ik was volledig in trance door de wijze waarop zij haar aria ‘ Un bel di vedremo’ zong. Daarin beschrijft zij de beelden die ze voor zich ziet van de terugkeer van de Amerikaanse marineofficier Pinkerton en hoe ze hem wil verwelkomen. Dat was fantastisch. Iedere frase was raak. Evenzeer haar naïviteit in het geloof dat de liefde die zij voelt voor Pinkerton wederkerig is. Die naïviteit toont zij ook bij het verschijnen van de Amerikaanse consul Sharpless, vertolkt door de uitstekende bariton Angel Odena, die haar een brief van Pinkerton wil voorlezen. Odena’s bescheiden ingehouden expressie paste precies in de lastige situatie die zich voordeed. Butterfly is nieuwsgierig, rekent op het bericht dat Pinkerton terugkomt en kan van opwinding zich niet beheersen en onderbreekt de Amerikaan na iedere regel. Ze stort vervolgens totaal in nadat hij haar duidelijk maakt dat Pinkerton nooit meer bij haar zal terugkeren.
Toch is de illusie van een terugkomst niet voorbij. Ze versiert haar huis met bloemen om Pinkerton te verwelkomen, trekt haar bruidsjurk aan en maakt zich op met behulp van haar

Ermonela Jaho

bediende Suzuki. Hij keert inderdaad terug (3e acte) maar in gezelschap van zijn nieuwe vrouw Kate. Die zingt nog geen vijftig woorden en heeft daarmee vermoedelijk de kleinste rol uit het gehele operarepertoire. Ze slaagt erin Suzuki te bewegen aan Butterfly te vertellen dat ze met Pinkerton gekomen is om Butterfly’s en Pinkerton’s  kind op te voeden in Amerika.
De finale is super dramatisch. Butterfly zingt een aria terwijl ze afscheid neemt van haar kind, dat is geboren na het vertrek van Pinkerton, en pleegt vervolgens harakiri. Het is moeilijk om het droog te houden bij het beleven van deze laatste scene. Voor Ermonela Jaho trouwens ook. Na haar laatste noot gaat er voor haar een enorm gejuich op in de overvolle zaal dat niet snel verstomt. Zij is zelf nog heel emotioneel en heeft het er toch wel enkele momenten moeilijk mee.
Een eervolle vermelding verdient de eveneens Albanese mezzo-sopraan Enkelejda Shkosa. Ze zong de rol van Suzuki uitstekend en overtuigend. Zij deelde in de smart en ellende van Butterfly en hielp haar waar ze maar kon. Tegen beter weten in versierde ze met Butterfly de woning vanwege de vermeende thuiskomst van Pinkerton. Jorge de Leon was een welluidende F.B.Pinkerton. Omdat ik te laat inschakelde op mijn tv zag ik hem maar weinig. Jammer!
Regie
Madame Butterfly gaat over geloof, hoop en verdriet. Het geloof in een onverbrekelijke huwelijksband, de hoop dat een vertrokken echtgenoot terugkeert en het verdriet wanneer dat niet het geval blijkt te zijn. Het werk is voor mij de meest emotionele en meest expressieve opera die Giacomo Puccini (1858-1924) componeerde en waarvan de première was in de Scala van Milaan in 1904.

Giacomo Puccini

Deze Madame Butterfly was een productie van regisseur Mario Gas uit 2002. Gas verplaatste de handeling naar een filmstudio uit de jaren dertig. Camera’s leggen de scènes nauwkeurig vast. De opnamen beginnen met de voorbereidingen op de uitvoering en vervolgen met de projectie van beelden op een scherm boven het podium. De kijker kan de beelden goed volgen.
Een nadeel is dat door het geschuif van de camera op de toneelvloer het werk aan intimiteit verliest. De kijker ziet dat de woning van Butterfly afwijkt van het gebruikelijke Japanse huisje met schuifdeuren. Dank zij de filmbeelden ziet men ruimten omzoomd met pilaren en waant zich ten onrechte in een paleis.
Gelijktijdig
Een voordeel is dat men de toeschouwer gelijktijdig kan confronteren met twee werkelijkheden. De ene van de opera zich afspeelt op het podium en de andere op het filmscherm waarin de regisseur opgenomen beelden laat zien van de gebeurtenissen die zich afspelen in het brein van Butterfly. In deze voorstelling ziet men de derde acte zoals die zich afspeelt op het podium en tevens filmbeelden van de imaginaire thuiskomst van Pinkerton die Butterfly en zijn zoontje hartstochtelijk omarmt. Een schrijnende tegenstelling!

Een bijzondere voorstelling. Eerstens omdat ik een prachtig zingende zangeres in de persoon van Ermonela Jaho zag en ook omdat ik een regisseur trof die zich van filmbeelden bediende om een extra werkelijkheid zichtbaar te maken. Een prima avondje opera in het Coronatijdperk!!!

 Zolang ik beschik over mijn weblog heb ik bij mijn weten nooit een cd gecensureerd. Waarom nu wel? Ik leg het uit. Het Coronavirus joeg de operaliefhebber uit de theaters. Mij dus ook. Ik zocht naar alternatieven en probeerde mijn aandacht te verplaatsen van louter opera naar instrumentale muziek. Dat ging goed want jarenlang verzamelde ik ook veel instrumentale muziek op cd. Maar sinds de dvd een vlucht nam, bleef mijn cd bibliotheek toch soms een te lange tijd onaangeroerd. Ik deed nu een greep in mijn cd kast en jawel veel opnamen van de symfonieën van Beethoven, Haydn, Berlioz, e.a. gleden door mijn vingers. Die klonken me spoedig weer vertrouwd in de oren. Oude tijden herleefden. Ik genoot.
Toch kon ik het na een paar weken niet laten weer een operacassette uit mijn kast te halen. Blindelings haalde ik Ariodante van Georg Friedrich Händel (1685-1759) tevoorschijn. Ik kon me al niet meer herinneren dat ik die ooit beluisterd had. Dus zette ik de cd speler aan het werk. Wat een verrassing! Deze drie cds kocht ik in 1997 of 1998. Er staan nog zeven andere, complete opera’s van Händel in mijn kast maar ik geloof dat deze Ariodante de meest sublieme is zo enthousiast ben ik over de kwaliteit van deze opname en uitvoering.
Ik heb me laten betoveren door het bijna drie uur durende schitterende orkestspel van ’Les Musiciens du Louvre’, onder leiding van de Franse dirigent Marc Minkowski. Maar ook door de zangers die ieder met hun eigen timbre zelfs tijdens de recitatieven steeds goed herkenbaar waren. De Zweedse mezzosopraan Anne Sofie von Otter spande de kroon door op onnavolgbare wijze het karakter van Ariodante neer te zetten. Dat deed ze in haar broekenrol in de diverse aria’s met als hoogtepunt het dieptreurige ‘Scherza infida’ uit het tweede bedrijf waarin zij het dacapo-deel geheel pianissimo zingt en daarbij wordt begeleid door drie fagotten. En wat een voordracht! En dat zonder de zichtbare lichaamstaal die op een dvd mede bepalend is. Nu zijn het de stembuigingen en de dynamiek die er toe bijdroegen haar droefheid om de vermeende ontrouw van haar geliefde Ginevra, de dochter van de koning van Schotland, uit te dragen.

Uitbundig
Tijdens het derde bedrijf waarin de herstelde liefdesbetrekking tussen Ariodante en Ginevra, de dochter van de koning, gevierd kan worden zingt zij de fameuze, uitbundige aria ‘Dopo notte’. Ze brengt haar zelfbedachte versieringen aan en zoekt daarmee de grenzen op van haar mogelijkheden. De rol van prinses Ginevra wordt schitterend vertolkt door de Britse sopraan Lynne Dawson. Luister maar eens naar haar negen minuten durende, ontroerende aria “Il mio crudel martoro”, waarin zij zich beklaagt over haar noodlot beschuldigd te zijn van overspeligheid ten opzichte van haar geliefde Ariodante.
De rivale van Ariodante is Polinesso, vertolkt door de Poolse contra alt Ewa Podles. Schitterend is het contrast tussen Von Otter en Podles (twee broekenrollen). Podles geeft haar stem alle kansen in haar boze rol met haar extraverte en extravagante stem.

Marc Minkowski

Dat de uitvoering in alle opzichten geslaagd is, is ook te danken aan de voortreffelijke zang van de Amerikaanse tenor Richard Croft als Luciano, de broer van Ariodante, en de jonge Russische bas als Denis  Sedov.
De opname op het label Archiv is gemaakt in Poissy, daags na de succesvolle uitvoering van Ariodante door dit gezelschap in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens de Matinee op Zaterdag.

Première
Ariodante was de eerste opera die Händel schreef voor Covent Garden in Londen. De eerste uitvoering was op 5 mei 1736. Al snel werden er twaalf aan toegevoegd. De titelrol werd vertolkt door de beroemde castraat Giovanni Carestini. Bij de onderhavige uitvoering zijn geen counteralto’s ingezet.
Ariodante is afwijkend van Händels andere opera’s. Het werk speelt zich af in Edinburgh. Het is dit keer een rechttoe rechtaan liefdesverhaal met een goede afloop zonder subplots. Er komen ook geen onverwachte  bovennatuurlijke wendingen in voor tijdens het verloop van het verhaal.
Het verhaal is ontleend aan de vijfde canto uit Lodovico Ariosto’s Orlando Furioso (De razende Roeland) uit 1516. Händels bron was het toneelstuk Ginevra, prinses van Schotland van Antonio Salvi uit 1708. De opera bestaat uit drie bedrijven en bevat 23 aria’s, vier duetten en vier sinfonia’s. Händel heeft in dit omvangrijke werk ook enkele balletten ingevoerd.

Wanneer u besluit deze cdbox aan te schaffen zult u daar zeker geen spijt van krijgen.

 

Een echte operaliefhebber wees me er op dat op zondag 22 maart om 14.00 uur de videostream beschikbaar was van de Nationale opera van de generale repetitie voor de wereldpremière van de opera Ritratto van de 60-jarige Nederlander Willem Jeths. Hij was van 2014 tot 2016 de eerste ‘Componist des Vaderlands.’ Een man die een opera schreef van anderhalf uur die toegankelijk is, volledig tonaal en kleurrijk gecomponeerd met een filosofische benadering van het begrip kunst als belangrijkste onderwerp. Het libretto is van Frank Siera. De melodieën van Jeths vind ik mooi en ze werden ook schitterend gezongen. De sopraan Verity Wingate steelt in de titeltol de show. Dat deed ze met overtuigingskracht. Ook zangtechnisch was ze goed op dreef. Het Amsterdamse orkest Sinfonietta begeleidde onder leiding van dirigent Geoffrey Paterson de zangers waarvan de meesten   behoren tot het gezelschap van de Nederlandse Opera.
Mooie kleding
Laat ik u meteen vertellen dat ik prachtige beelden op mijn pc kreeg die voor een groot deel te danken waren aan de bijzondere kleding ontworpen door de bekende modeontwerper Jan Taminiau die over het grootste atelier in Nederland beschikt. Hij was gevraagd kleding te ontwerpen voor maar liefst 40 personages en liet zich daarbij inspireren door kwallen en paddenstoelen. Er werd een beroep gedaan op het archief van de Nederlandse Opera om daar nog een aantal kostuums aan toe te voegen voor soldaten en advocaten. De opvallende decors, met rijk aandoende rekwisieten, waren van Marcel Warning.
Levend kunstwerk
De opera gaat over het leven van de puissant rijke, Italiaanse markiezin Luisa Casati Stampa di Soncino. Zij hield er een uitzinnige levensstijl op na in de society van Parijs, Venetië en Rome. Bekend is dat zij kort voor de eerste wereldoorlog in haar Venetiaanse paleis decadente feesten gaf waarvoor veel kunstenaars werden uitgenodigd. Haar gedrag, kledij en levenswandel leidden er o.m. toe dat ze zich veelvuldig liet portretteren door kunstenaars zoals Kees van Dongen, Filippo  Marinetti, Man Ray, Romaine Brooksen en Giovanni Boldini.  Casati omringde zich met talrijke kunstenaars wellicht om haar motto was  ‘Ik wil een levend kunstwerk zijn.’ te realiseren.
Het waarheidsgehalte in de kunst
De opera van Willem Jenths roept de kijker tevens op om na te denken over het waarheidsgehalte van kunst. De vraag komt aan de orde of er een spanningsveld is tussen de getoonde, dikwijls symbolische, expressie van schilders en de werkelijkheid.
Of geeft een beeld een gedroomde werkelijkheid weer? De vraag doet zich ook voor wat voor kunst wordt aangezien. De ‘schoonheid’ van oorlog komt zelfs ter sprake en kan die  oorlog gezien worden als kunst? Is een mens ook een kunstwerk? Veel gelovigen zullen dit beamen de mens als een kunstwerk van God.

bloemetje voor Willem Jeths, wel in een schilderij.

De finale is een uitdaging voor Casati. Ze wordt met een kwast en verf weergegeven op een groot doek dat op de grond ligt. Ze krijgt ondertussen  te horen dat al haar bezittingen in beslag zijn genomen en de deurwaarders haar paleis leeg halen. Op het doek boet ze aan schoonheid in. Een lamento sfeer is onontkoombaar. Zo blaast deze opera haar laatste adem uit.
twee opvallende uitspraken zijn me bijgebleven:
I De glans aangebracht op een schilderij is niet de weergave van de werkelijkheid.
II Mijn ogen hebben nog nooit zo helder gezien als gesloten.

De generale repetitie van Ritratto (Italiaans woord voor portret) is sinds afgelopen zondag tot 6 april te zien op YouTube op een kanaal van de Nederlandse Opera.

Nerone op de troon

Zondag 8 maart 2020 was ik in de Pathé bioscoop in Tilburg met nog dertig Händel (1685-1759) liefhebbers. De in Venetië in 1709 in première gegane opera Agrippina, nu vertoond via een straalverbinding vanuit New York, bracht weer voor de zoveelste keer een bijzondere  voorstelling op die me lang zal heugen.

De productie van David McVicar Is ontleend aan de historie van het Romeinse rijk omstreeks 54 na Christus toen het keizerspaar Claudio-Agrippina op de troon zat. McVicar verhaalt over het machtsmisbruik en het perverse obscene gedrag van Romeinen op machtige posities en vertaalt dit proces naar de moderne tijd. Ironie en humor waren twee belangrijke elementen in deze barok opera met haar ontelbare dacapo aria’s afgewisseld met recitatieven secco.
De opera gaat in eerste instantie over de opvolging van keizer Claudio, vertolkt door de Britse bas Matthew Rose. Hij oogt vermoeid maar speelt en zingt zijn rol indrukwekkend! Hij is een man die macht uitstraalt maar net als zijn vrouw Agrippina van list, bedrog, intimidatie en overspel aan elkaar hangt. Vooral Agrippina is een demonisch personage dat de touwtjes in handen heeft en iedereen voor haar karretje wil spannen. Ze is een door en door slecht mens. Niemand is veilig voor haar en ze zet alle middelen in om haar doel te bereiken. Ze weet zich in hachelijke situaties te redden als haar plannen dreigen mis te gaan. Zij wil haar zoon, de dan nog jonge Nerone (Nero), als opvolger van de dood gewaande Claudio, op de troon. Claudio is echter gered tijdens een scheepsramp door zijn generaal Ottone. Aan hem wordt als beloning de troon beloofd, tot woede van Agrippina. Met Nerone, vertolkt door de mezzosopraan Kate Lindsey, maken we de geboorte mee van een monster. Hij is in de opera de enige die evolueert maar niet in positieve zin. Als adolescent is hij afhankelijk van zijn moeder die hem psychologisch mishandelt. Pas aan het einde van de opera staat hij op eigen benen maar dan is al te zien aan zijn seksuele benadering van de hofdame Poppea, de geliefde van Ottone, hoe destructief hij zich ontwikkelt.

Muziek
Het muzikale materiaal werd vertolkt door het orkest van de Met onder leiding van de Britse dirigent Harry Bicket die tevens beschikte over een topcast. De vertolking van het werk was zowel musicerend als acterend van hoge kwaliteit zodat verveling, al duurde de opera bijna vier uur, was uitgesloten.
De momenten van triomfalisme werden geaccentueerd door het gebruik van trompetten. De muziek van deze opera, die volledig in dienst stond van de tekst zoals dat in het baroktijdperk gebruikelijk is, was fantastisch.
Händel componeerde prachtige muziek met een vleugje satire en met contrasterende muziek voor de twee vrouwen: de intimiderend acterende Agrippina, vertolkt door mezzo sopraan Joyce DiDonato en Poppea gezongen door de heldere, verleidelijke sopraan Brenda Rae. Deze twee Amerikaanse vrouwenstemmen beheersten die zondagmiddag het podium door hun zware rollen perfect voor het voetlicht te brengen.

Met haar mooie volle stem bleek Joyce DiDonato geknipt voor deze rol. Zij beheerste de terrassendynamiek van de barok en kan haar stem kleuren naar believen. Ook zij kon rekenen op een grote ovatie na haar swingende aria “Ogni venti ” aan het einde van het tweede bedrijf. De indrukwekkende  bas Matthew Rose vertolkte de rol van de vermoeid ogende keizer Claudius. De rol van Poppea werd gezongen door de verrukkelijk zingende  Breda Rae. Zij had drie aanbidders: Ottone, Nerone en Claudio en speelde hen tegen elkaar uit om de listen en plannen van Agrippina te ontmaskeren. Ze speelde haar rol vol overtuiging en had met haar versieringen en topnoten geen enkele moeite. Na haar grote aria “Se giunge dispetto” aan het einde van het eerste bedrijf kreeg ze een enorme ovatie.  Alle personages, behalve Ottone hebben een donkere kant. Ze zijn gemeen, hebzuchtig, gretig en gulzig naar macht en verzot op luxe, rijkdom en status.
Mijn bewondering ging uit naar de Engelse countertenor Iestyn Davies als de ambitieuze generaal Ottone. Zijn optreden vond ik een sensatie. Zuiverheid van stem paarde hij soms aan een fantastisch pianissimo daarbij begeleid door enkele blazers. Hij was de enige die sympathie opriep omdat hij omwille van de liefde af wilde zien van de troon. Ook hij kreeg een enorm applaus na zijn vertolkte aria’s.

Regie

Links:Poppea,rechts Agrippina

Centraal stond op het podium een enorm hoge trap met bovenop een gele troon.  Agrippina had de bedoeling  om haar zoon Nerone erop te brengen. Alle intriges en listen om de bestijging van de  troon  waren geconcentreerd rondom dit object.
In het tweede bedrijf verplaatste de handeling zich naar een eigentijdse bar waar een klavecinist  als een barpianist het te veel drinkende gezelschap vermaakte.
Alle protagonisten waren gekleed volgens de hedendaagse mode. Zij speelden vol overgave hun uitgekiende rol dankzij een uitstekende personenregie.
De opera Agrippina is werkelijk een van de hoogtepunten van dit seizoen waarin de Metropolitan Opera weer een belangrijke rol speelt. Niet in het minst vanwege haar potentie om via een straalverbinding miljoenen mensen de gelegenheid te bieden om van belangrijke opera-evenementen te genieten waar zij normaler wijze geen gelegenheid voor hebben.

 

 Op zaterdag 29 februari zag ik in de Schouwburg van Tilburg een voorstelling van Opera Melancholica.
Vrijwel onvoorbereid, oei wat slecht, kwam ik al snel tot de conclusie dat ik naar een bijzondere voorstelling keek van het gezelschap OPERA2DAY. Het werd een avond die je de mogelijkheid bood tot zelfconfrontatie om je eigen strijd, om jezelf te kunnen of mogen zijn en je mogelijke onevenwichtigheid tussen gevoel en denken, zo nodig in evenwicht te brengen. Dat is nogal wat. De centrale vraag die daarbij aan de orde is hoe intensief is de impact van je herinneringen uit vervlogen tijd op het hier en nu. Het gaat dan vooral om de verhoudingen binnen de driehoek: denken, voelen en bewustzijn.

Abstracties
Artistiek leider van OPERA2DAY, Serge van Veggel, haalde de ideeën van Freud en de Oosterse filosofie van stal, zodat de personages voor méér komen te staan dan uitsluitend hun fysieke werkelijkheid, namelijk voor abstracte begrippen. Roderick is nu symbool voor het denken; Madeline, zijn tweelingzuster, voor het gevoel; William, zijn vriend die op bezoek komt omdat Roderick depressief is, staat voor het bewustzijn. Het idee van de theatermakers is dat door het maniakale denken het gevoel kan worden verdrongen en dat het bewustzijn dan de zaken weer in balans zou kunnen brengen.
Voordat de opera echt begint zien de toeschouwers acteur Broeders als een laconieke geneesheer-directeur op het podium staan om iedereen welkom te heten in het Anatomisch Theater van de Psyche. Hij nodigt enkele mensen uit het publiek uit om, op basis van door hen ingevulde enquête formulieren, wat te vertellen over hun mooie herinneringen, troostrijke gebeurtenissen uit het verleden of depressies. Een dokter in de zaal verhaalt over mensen die met depressies op haar spreekuur komen. Heel leerzaam.

Roderick en Madeline

Maar dan komt de problematiek heel dichtbij want Opera Melancholica is gebaseerd op een ‘gotisch’ verhaal van de 19e-eeuwse Amerikaanse schrijver Edgar Allan Poe, De val van het Huis Usher. Daarin bezoekt een man, William, een griezelig, door donker water omgeven, oud kasteel, omdat Roderick Usher, een oude studievriend van hem die daar woont, hem te hulp roept. Er gebeuren vervolgens akelige dingen die te maken hebben met de dood van Roderick’s al dan niet imaginaire zuster Madeline.

Philip Glass
In 1988 heeft de Amerikaanse minimal music componist Philip Glass over De Val van het Huis Usher  een korte opera van gemaakt, voor een uit twaalf personen bestaand muziekensemble met muziek die dirigent Carlo Boccadoro hier dramatisch, maar ook heel passend en spannende laat klinken.
Je ondergaat daardoor de opera niet meer alleen als een somber, maar buitengewoon mooi spel in en om een grote, zwarte waterplas, met in het midden een gigantische, doorzichtige schedel (scenografie Herbert Janse). Daarin zetelt het brein van Roderick, die door tenor Santiago Burgi bezeten gestalte krijgt.
William wordt vertolkt door bariton Drew Santini die na enige tijd steeds meer meegaat in de wanen van zijn vriend. Danseres Ellen Landa is een mooie, kwijnende, bijna etherische Madeline (choreografie Ed Wubbe van Scapino). De partij van Madeline wordt achter de schermen woordloos maar wel fraai gezongen, door  sopraan Lucie Chartin.

 Lucide dromen
Melancholie is ons mensen eigen. Het kan ons overkomen. Zwaarmoedigheid en depressies komen relatief veel voor. We kijken dan op een bepaalde manier naar ons bestaan en beseffen onze sterfelijkheid. We koesteren lucide dromen over een betere wereld en over een leven voorbij de dood. Overweldigende vergezichten. Maar voor die idealen betalen we een prijs: de angst en de weemoed als we weer zijn teruggeworpen in de harde realiteit. Als we die terugweg nog kunnen vinden. Wie herkent dit?

Aan het einde van de opera klapt de glazen schedel open en zien we dat daar een klein, onschuldig jongetje in zit, die verbaasd naar zijn zeepbellen kijkt. Alsof hij nog écht zichzelf kan zijn. Hoe echt is dit?